04e-102-Bijlage 7 Onderzoek externe veiligheid.pdf
Tekst van het document
RAPPORT Onderzoek externe veiligheid Designer Outlet Center Roosendaal (DOR)
Klant:
DOR Roosendaal - Outlet Rosada B.V.
Referentie: BG9364IBRP001F01 Status:
00/Definitief
Datum:
10 oktober 2022
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Industry & Buildings Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Onderzoek externe veiligheid Designer Outlet Center Roosendaal (DOR) Ondertitel: Onderzoek externe veiligheid Referentie: BG9364IBRP001F01 Status: 00/Definitief Datum: 10 oktober 2022 Projectnaam: Projectnummer: BG9364 Auteur(s): J.B.
Opgesteld door: J.B. Gecontroleerd door: R.S. Datum: 10 oktober 2022 Goedgekeurd door: B.J. Datum: 10 oktober 2022
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
I
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
3
Aanleiding
3
Waarom een onderzoek externe veiligheid?
4
Toetsingskader externe veiligheid
5
Wet- en regelgeving externe veiligheid
5
Plaatsgebonden risico en groepsrisico
5
Verantwoordingsplicht groepsrisico
6
Externe veiligheid onder de Omgevingswet
6
Inventarisatie relevante risicobronnen
7
Methodiek
7
Inventarisatie planvoornemen
7
Inventarisatie risicobronnen
8
Beoordeling relevante risicobronnen
10
4
Risicoberekening hogedruk aardgastransportleiding A-667
16
4.1
Onderzochte situaties
16
4.2
Invoerparameters rekenmodel
16
4.3
Resultaten
18
Conclusie
21
Toetsing beleidskader
22
Risicoanalyse overige buisleidingen
23
Plaatsgebonden risico
23
Groepsrisico
23
Toetsing beleidskader
24
Elementen verantwoording groepsrisico
25
Groepsrisico en bevolkingsdichtheid
25
Inventarisatie rampenbestrijding en zelfredzaamheid
25
Omgevingswet
32
Conclusie
33
Beoordeling risicobronnen
33
Verantwoordingsplicht groepsrisico
35
2
3
5
6
7
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
II
Projectgerelateerd
1
Inleiding Aanleiding
McArthurGlen is voornemens om in de gemeente Roosendaal het Designer Outlet Center Roosendaal (DOR Roosendaal) uit te breiden met 6.600 m2 verkoopbaar vloeroppervlak (vvo; corresponderend met 7.500 m2 bruto vloeroppervlak). Hiervoor wordt ter plaatse van de bestaande parkeerfunctie aan de noordzijde uitbreiding van het outlet center voorzien met 6.000 m2 vvo detailhandel en 600 m2 vvo horeca. Ook wordt de bestaande parkeergarage aan de zuidzijde uitgebreid en opgehoogd met drie verdiepingen om in de toekomstige parkeerbehoefte te voorzien. Het outlet center ligt in bestemmingsplan De Stok fase 2 en 2A. Figuur 1 geeft de globale ligging van het plangebied weer. Figuur 2 geeft de vigerende bestemmingsplansituatie weer.
Figuur 1 Globale ligging plangebied (Google maps)
Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan te worden gewijzigd. Binnen de bestemming detailhandel – factory outlet center moet onder andere aan de noordzijde de functieaanduiding parkeergarage komen te vervallen en moet het bouwvlak dat is aangewezen voor parkeergarage aan de zuidzijde, worden verruimd.
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
3
Projectgerelateerd
Parkeergarage noordzijde
Parkeergarage zuidzijde
Figuur 2 Vigerende bestemmingsplansituatie (bestemmingsplan De Stok fase 2 en 2A) – oranje vlak heeft enkelbestemming detailhandel Factory Outlet Center, waarbinnen bouwvlakken zijn aangewezen. De bouwvlakken voor parkeren zijn specifiek benoemd met de functieaanduiding parkeergarage.
Waarom een onderzoek externe veiligheid? In het kader van een bestemmingsplanherziening is een onderzoek naar het milieuaspect externe veiligheid verplicht. Conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) maakt het plan een kwetsbaar object mogelijk. Rond het plangebied liggen enkele risicobronnen die mogelijk invloed hebben op het planvoornemen. Dit onderzoek beschrijft de gevolgen voor het milieuaspect externe veiligheid ten gevolge van het planvoornemen. Om te onderzoeken of wordt voldaan aan de normen voor externe veiligheid is het planvoornemen getoetst aan de relevante wet- en regelgeving. De uitbreiding van het outlet center is te beschouwen als kwetsbaar object. De parkeergarage is conform het Bevi geen (beperkt) kwetsbaar object.
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
4
Projectgerelateerd
2
Toetsingskader externe veiligheid
Een ruimtelijk plan wordt in het kader van externe veilgheid getoetst conform het landelijke wettelijk kader. Dit hoofdstuk geeft de meest relevante wetgeving en de toetsingscriteria waaraan een ruimtelijk plan in het kader van externe veilgheid wordt getoetst. Daarnaast is ingegaan op de aanstaande wijzigingen onder de Omgevingswet en de implementatie daarvan in dit onderzoek.
Wet- en regelgeving externe veiligheid ◼ Besluit externe veiligheid inrichtingen, (Bevi)1. In dit besluit zijn de risiconormen voor risicovolle inrichtingen opgenomen. De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) legt de bijbehorende rekenvoorschriften, afstandseisen etc. vast; ◼ Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) 2. Dit besluit bevat de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater; ◼ Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) 3. In het Bevb zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vastgelegd.
Plaatsgebonden risico en groepsrisico Externe veiligheid kent de risicomaten plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Deze gelden voor risicovolle inrichtingen en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en per buisleiding. Voor dit onderzoek zijn de relevante risicobronnen getoetst aan deze risicomaten. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is het risico op een plaats nabij een risicobron, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats verblijft, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. De 10-6 per jaar PR-contour geldt als grenswaarde voor kwetsbare objecten (conform artikel 1 Bevi) en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Dit betekent dat de ontwikkeling van kwetsbare objecten is uitgesloten binnen de 10-6 contour en beperkt kwetsbare objecten binnen de 10-5-contour. De ontwikkeling van beperkt kwetsbare objecten tussen de 10-5 en de 10-6 contour vindt alleen plaats mits de risico’s zijn afgewogen en voorwaarden worden gesteld.
Groepsrisico Het groepsrisico (GR) betreft de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied* van een inrichting, transportroute of buisleiding en een ongewoon voorval binnen die inrichting of op die transportroute of buisleiding waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. De weergave van het GR is in de vorm van een fN-curve. Deze geeft het logaritmisch verband tussen het aantal dodelijke slachtoffers (N) en de cumulatieve kans (f) op de mogelijke ongevallen met gevaarlijke stoffen die tot dit aantal slachtoffers kunnen leiden. Het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde. *Het invloedsgebied is het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Dit gebied wordt algemeen bepaald door voor het grootst mogelijke ongeval te berekenen op welke afstand nog 1% van de blootgestelde personen overlijdt (zogenaamde 1% letaliteitsgrens).
1
Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer (Besluit externe veiligheid inrichtingen), Stb. 2004, 250, in werking getreden op 8 oktober 2004. Laatste wijziging op 18 september 2015 2 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), Staatsblad 2013, nummer 307, inwerkingtreding 1 april 2015 3 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Ministerie van VROM, Besluit van 24 juli 2010, Staatsblad 686, 17 september 2010 10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
5
Projectgerelateerd
Verantwoordingsplicht groepsrisico De verantwoording van het groepsrisico (VGR) is een wettelijke verplichting voor het bevoegd gezag om naast de kwantitatieve waarde van het groepsrisico de aanwezige risico’s te kunnen afwegen. Hierbij is het bevoegd gezag verplicht om de veiligheidsregio om advies te vragen. In het Bevb, Bevt en het Bevi zijn voorwaarden opgenomen wanneer en in welke mate het groepsrisico moet worden verantwoord. De mate van verantwoording is in veel gevallen afhankelijk van de hoogte en de toename van het groepsrisico ten gevolge van het planvoornemen en het type risicobron. In dit onderzoek is invulling gegeven aan de elementen van de verantwoording groepsrisico. Voor de verantwoordingsplicht is tevens het advies van de veiligheidsregio van belang. Dit advies gaat in op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van een inrichting, buisleiding of transportroute.
Externe veiligheid onder de Omgevingswet Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (naar verwachting op 1 januari 2023) zal ook het externeveiligheidsbeleid veranderen. De bestaande besluiten worden ondergebracht in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De belangrijkste wijziging is dat het groepsrisicobeleid grotendeels komt te vervallen. Hiermee vervalt ook de verantwoordingsplicht groepsrisico. Het groepsrisico zal in specifieke situaties nog berekend worden. Het plaatsgebonden risico blijft wel gehandhaafd. In plaats van het groepsrisico en bijbehorende verantwoording worden er aandachtsgebieden rond risicobronnen berekend. Deze aandachtsgebieden kunnen een brandaandachtsgebied en/of een explosieaandachtsgebied en/of een gifwolkaandachtsgebied betreffen. Binnen deze aandachtsgebieden moet rekening worden gehouden met de betreffende risico’s. Voor het brand- en explosieaandachtsgebied geldt daarnaast dat er voorschriftengebieden gelden. Binnen deze voorschriftengebieden worden voorschriften opgelegd voor de bouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties (zie bijlage VI, Bkl voor de definities).
De gemeente heeft vervolgens de mogelijkheid om de voorschriftengebieden gemotiveerd uit te zetten, behalve wanneer de ontwikkeling een zeer kwetsbaar gebouw betreft. Dan dient het voorschriftengebied te worden aangewezen. De gemeente heeft de mogelijkheid om de precieze invulling voor deze voorschriften te bepalen zolang deze gelijkwaardig zijn aan de in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) genoemde voorschriften. NB: De Omgevingswet zal niet eerder dan 1 januari 2023 worden ingevoerd. Daarom is in dit onderzoek conform de vigerende wetgeving getoetst aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico en is invulling gegeven aan de elementen ten behoeve van de verantwoordingsplicht groepsrisico. In het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico wordt gerefereerd aan de Omgevingswet.
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
6
Projectgerelateerd
3
Inventarisatie relevante risicobronnen
Dit hoofdstuk inventariseert de externe-veiligheidssituatie voor en ten gevolge van het planvoornemen. Het hoofdstuk gaat in op wat het planvoornemen mogelijk maakt, waarom dit relevant is voor externe veiligheid en welke risicobronnen verder beschouwd moeten worden.
Methodiek Inventarisatie planvoornemen Wanneer één of beide van de onderstaande vragen beantwoord worden met ja dan is het planvoornemen relevant in het kader van externe veiligheid en worden de aanwezige risicobronnen geïnventariseerd. 1 Maakt het planvoornemen risicobronnen mogelijk? En/of 2 Maakt het planvoornemen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten mogelijk? Inventarisatie risicobronnen Indien het antwoord op de eerste vraag ja is, wordt vastgesteld of: ◼ De risicobron(nen) onder één van de besluiten of circulaires val(t)(len) (zie hoofdstuk 2) en/of ◼ De invloedsgebied(en) en/of de veiligheidsafstand(en) van de risicobron(nen) die het planvoornemen mogelijk maakt over (beperkt) kwetsbare objecten in de omgeving (buiten het plangebied) liggen. Indien het antwoord op de tweede vraag ja is, wordt vastgesteld of: ◼ Binnen het plangebied risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het planvoornemen en/of ◼ In de omgeving van het plangebied risicobronnen aanwezig zijn die invloed hebben op het planvoornemen. ◼ De risicobron(nen) in en/of in de omgeving van het plangebied onder één van de besluiten of circulaires val(t)(len) (zie hoofdstuk 2) en/of ◼ De invloedsgebied(en) of de veiligheidsafstand(en) van de risicobron(nen) over het plangebied vallen.
Beoordeling relevante Risicobronnen Naar aanleiding van de bovenstaande inventarisatie wordt beoordeeld in hoeverre de relevante risicobronnen getoetst dienen te worden aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico en in hoeverre er een verantwoordingsplicht geldt.
Inventarisatie planvoornemen Het planvoornemen maakt geen risicobronnen in het kader van externe veiligheid mogelijk. Het planvoornemen maakt een uitbreiding van 6.600 m2 vvo aan commerciële functies zoals winkels en horeca mogelijk. Hiervoor wordt ter plaatse van de bestaande parkeerplaats met parkeergarage aan de noordzijde uitbreiding van het outlet center voorzien. Tevens vindt er uitbreiding plaats van de parkeerfaciliteit aan de zuidzijde. Conform art.1 van het Bevi is deze ontwikkeling te beschouwen als een kwetsbaar object. Om deze reden is de bestemming die het planvoornemen mogelijk maakt, relevant in het kader van externe veiligheid. De volgende paragraaf inventariseert de bestaande risicobronnen die mogelijk invloed hebben op het planvoornemen.
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
7
Projectgerelateerd
Inventarisatie risicobronnen Op basis van de signaleringskaart4 is onderzocht welke risicobronnen in, en in de omgeving van het plangebied relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Onderstaande figuur geeft de ligging van de risicobronnen ten opzichte van het plangebied weer. De tabel geeft vervolgens aan onder welke wetgeving de risicobronnen vallen en of deze, gebaseerd op de grootte van het invloedsgebied en de afstand tot het plangebied, relevant zijn voor het planvoornemen. -
9 en 10
11 t/m 19
17
1 8 plangebied 5
4
6 3
7
2
Figuur 3: Ligging risicobronnen t.o.v. het plangebied (Uitsnede signaleringskaart). Voor de nummers wordt verwezen naar tabel 1 – Overzicht Risicobronnen.
4
Signaleringskaart, geraadpleegd op 7 januari 2022.
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
8
Projectgerelateerd
Tabel 1 Overzicht risicobronnen Risicobron
Afstand tot planvoornemen Invloedsgebied/ Wet- en regelgeving [m] veiligheidsafstand [m]
Relevant?
(Autosnel)wegen 1
Autosnelweg A17 (tracé afrit 21 (Roosendaal-Noord) – knooppunt De Stok)
240
3555 > 4.0006
Bevt
Ja
2
Autosnelweg A58 (tracé knooppunt Zoomland – knooppunt De Stok (-A17) )
900
3555 > 4.0006
Bevt
Ja
3
Autosnelweg A58 (tracé knooppunt De Stok – afrit 24 (Roosendaal))
320
3555 > 4.0006
Bevt
Ja
4
Verbindingsbogen A58: Knp. Zoomland - Knp. De Stok (A17)
180
3555 > 4.0006
Bevt
Ja
5
Wouwbaan
170
3555
Bevt
Ja
Spoorlijnen 6
Spoorlijn Route 11, Sloehaven – Roosendaal West
1.500
> 4.000
Bevt
Ja
7
Spoorlijn Route 35, Kijfhoek aansl. Zuid – Moerdijk racc. aansl.
1.500
> 4.000
Bevt
Ja
Hogedruk aardgastransportleidingen 8
Aardgasleiding Z-529-03
410
120
Bevb
Nee
9
Aardgasleiding A503
160
420
Bevb
Ja
10
Aardgasleiding A-667
150
585
Bevb
Ja
Overige buisleidingen 11
Buisleiding Shell Nederland Raffinaderij WBT-110
95
200
Bevb
Ja
12
Buisleiding 12728 DOW 6'' Propyleen
95
200
Bevb
Ja
13
Buisleiding 12764 7020
95
200
Bevb
Ja
14
Buisleiding 12750 7000
95
0
Bevb
Nee
15
Buisleiding 12696 ZR-702-P0001
90
55
Bevb
Nee
16
Buisleiding Shell Nederland Raffinaderij WBT-100
90
200
Bevb
Ja
17
Buisleiding 12768 7006
90
0
Bevb
Nee
18
Buisleiding Defensie Pijpleiding Organisatie 208
85
30
Bevb
Nee
50
65
-
Ja
Overige risicobronnen 19
Hoogspanningslijn Roosendaal - Woensdrecht
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
9
Projectgerelateerd
Beoordeling relevante risicobronnen Deze beoordeling geeft een inschatting van de impact van externe veiligheid voor het planvoornemen. Daarnaast is beschreven op welke manier de risicobronnen wettelijk gezien verder dienen te worden getoetst. Voor het planvoornemen zijn meerdere risicobronnen relevant in het kader van externe veiligheid (zie Tabel 1). In deze paragraaf worden deze risicobronnen per categorie behandeld. De nummers corresponderen met de nummers in tabel 1.
3.4.1 1. 2. 3. 4. 5.
(Autosnel)wegen
Autosnelweg A17 (tracé afrit 21 (Roosendaal-Noord) - knooppunt. De Stok); Autosnelweg A58 (tracé knooppunt. Zoomland - knooppunt De Stok (-A17)); Autosnelweg A58 (tracé knooppunt De Stok - afrit 24 (Roosendaal)); Verbindingsbogen A58: Knp. Zoomland - Knp. De Stok (-A17); Wouwbaan.
1. Autosnelweg A17 (tracé afrit 21 (Roosendaal-Noord) - knooppunt. De Stok) Op ongeveer 240 meter ten oosten van het planvoornemen is de A17 (tracé afrit 21 (Roosendaal-Noord) knooppunt. De Stok) gelegen. Op basis van de Regeling basisnet vindt over dit traject vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Transport van gevaarlijke stoffen over een autosnelweg valt onder de werkingssfeer van het Bevt. Gelet op de relatief grote afstand tot het planvoornemen vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Tevens is conform het Bevt geen risicoberekening voor het groepsrisico vereist aangezien het planvoornemen op meer dan 200 meter van de autosnelweg ligt. Verder ligt het planvoornemen binnen het invloedsgebied van de voor transport van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg maatgevende stofcategorie GF3 (355 meter). Een incident met deze stofcategorie kan leiden tot de scenario’s fakkelbrand, koude BLEVE, warme BLEVE en wolkbrand. Een verantwoording ten aanzien van deze scenario’s voor de beoogde ontwikkeling is conform het Bevt verplicht. Hierbij wordt voornamelijk ingegaan op de mogelijkheden voor de rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Het planvoornemen ligt tevens binnen het invloedsgebied van stofcategorieën LT3, GT4 en GT5 (4.000 meter). Een incident met deze stofcategorieën kan zich ontwikkelen tot een gifwolk (toxisch scenario).
Een beperkte verantwoording (rampenbestrijding en zelfredzaamheid) ten aanzien van het toxisch scenario voor de beoogde ontwikkeling is conform het Bevt verplicht. In hoofdstuk 6 worden elementen ter verantwoording gegeven voor het transport van toxische stoffen op de A17 ten aanzien van het plangebied. 2. Autosnelweg A58 (tracé knooppunt. Zoomland - knooppunt De Stok (-A17)) Op ongeveer 900 meter ten zuidoosten van het planvoornemen is de A58 (tracé knooppunt. Zoomland knooppunt De Stok (-A17)) gelegen. Op basis van de Regeling basisnet vindt over dit traject vervoer van
5 6
RIVM, 2017: Handleiding risicoanalyse transport, versie 1.2, 11 januari 2017, uitgaande van de stofcategorie GF3 RIVM, 2017: Handleiding Risicoanalyse Transport, versie 1.2. 11 januari 2017, op basis van stofcategorie LT3, GT4 of GT5
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
10
Projectgerelateerd
gevaarlijke stoffen plaats. Transport van gevaarlijke stoffen over een autosnelweg valt onder de werkingssfeer van het Bevt. Gelet op de relatief grote afstand tot het planvoornemen vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Ook is conform het Bevt geen risicoberekening voor het groepsrisico vereist aangezien het planvoornemen op meer dan 200 meter van de autosnelweg ligt. Verder ligt het planvoornemen buiten het invloedsgebied van de voor transport van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg maatgevende stofcategorie GF3 (355 meter). Hiermee heeft het planvoornemen geen invloed op de hoogte van het groepsrisico. Het planvoornemen ligt wel binnen het invloedsgebied van stofcategorieën LT3, GT4 en GT5 (4.000 meter). Een incident met deze stofcategorieën kan zich ontwikkelen tot een gifwolk (toxisch scenario). Een beperkte verantwoording (rampenbestrijding en zelfredzaamheid) ten aanzien van het toxisch scenario voor de beoogde ontwikkeling is conform het Bevt verplicht. In hoofdstuk 6 worden elementen ter verantwoording gegeven voor het transport van toxische stoffen op de A58 ten aanzien van het plangebied. 3. Autosnelweg A58 (tracé knooppunt De Stok - afrit 24 (Roosendaal)) Op ongeveer 320 meter ten zuidoosten van het planvoornemen is de A58 (tracé knooppunt De Stok - afrit 24 (Roosendaal)) gelegen.
Op basis van de Regeling basisnet vindt over dit traject vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Transport van gevaarlijke stoffen over een autosnelweg valt onder de werkingssfeer van het Bevt. Gelet op de relatief grote afstand tot het planvoornemen vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Ook is conform het Bevt geen risicoberekening voor het groepsrisico vereist aangezien het planvoornemen op meer dan 200 meter van de autosnelweg ligt. Verder ligt het planvoornemen binnen het invloedsgebied van de voor transport van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg maatgevende stofcategorie GF3 (355 meter). Een incident met deze stofcategorie kan leiden tot de scenario’s fakkelbrand, koude BLEVE, warme BLEVE en wolkbrand. Een verantwoording ten aanzien van deze scenario’s voor de beoogde ontwikkeling is conform het Bevt verplicht. Hierbij wordt voornamelijk ingegaan op de mogelijkheden voor de rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Het planvoornemen ligt tevens binnen het invloedsgebied van stofcategorieën LT3, GT4 en GT5 (4.000 meter). Een incident met deze stofcategorieën kan zich ontwikkelen tot een gifwolk (toxisch scenario). Een beperkte verantwoording (rampenbestrijding en zelfredzaamheid) ten aanzien van het toxisch scenario voor de beoogde ontwikkeling is conform het Bevt verplicht.
In hoofdstuk 6 worden elementen ter verantwoording gegeven voor het transport van toxische stoffen op de A58 ten aanzien van het plangebied. 4. Verbindingsbogen A58: knooppunt Zoomland - knooppunt De Stok (-A17) Op ongeveer 180 meter ten zuiden van het planvoornemen zijn de verbindingsbogen A58: knooppunt Zoomland - knooppunt De Stok (-A17) gelegen. Op basis van de Regeling basisnet vindt over dit traject vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Transport van gevaarlijke stoffen over een autosnelweg valt onder de werkingssfeer van het Bevt.
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
11
Projectgerelateerd
Gelet op de relatief grote afstand tot het planvoornemen vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het meest zuidwestelijke deel van het plangebied ligt wel binnen 200 meter van de verbindingsbogen. Uit het huidige bestemmingsplan blijkt dat het groepsrisico van de verbindingsbogen minder is dan 0,01* de oriëntatiewaarde. Het planvoornemen ligt aan de rand van de 200 meter-zone van de verbindingsbogen. Tevens zijn de berekeningen voor het huidige bestemmingsplan uitgevoerd met de personenaantallen van het huidige outletcenter. Dit huidige outletcenter ligt tussen het planvoornemen en de verbindingsbogen in. Er wordt daarom van uitgegaan dat het planvoornemen minimale tot geen invloed heeft op de hoogte van het groepsrisico van deze verbindingsbogen. Verder ligt het planvoornemen binnen het invloedsgebied van de voor transport van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg maatgevende stofcategorie GF3 (355 meter). Een incident met deze stofcategorie kan op deze afstand in het plangebied leiden tot de scenario’s koude BLEVE en warme BLEVE. Een verantwoording ten aanzien van deze scenario’s voor de beoogde ontwikkeling is conform het Bevt verplicht. Hierbij wordt voornamelijk ingegaan op de mogelijkheden voor de rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Het planvoornemen ligt tevens binnen het invloedsgebied van stofcategorie LT3 (4.000 meter).
Een incident met deze stofcategorie kan zich ontwikkelen tot een gifwolk (toxisch scenario). Een beperkte verantwoording (rampenbestrijding en zelfredzaamheid) ten aanzien van het toxisch scenario voor de beoogde ontwikkeling is conform het Bevt verplicht. Hoofdstuk 6 gaat in op de elementen van de verantwoording groepsrisico. 5. Wouwbaan Op ongeveer 170 meter ten zuiden van het planvoornemen is de lokale weg Wouwbaan gelegen. Het transport van gevaarlijke stoffen over deze route valt onder de werkingssfeer van het Bevt. De weg valt niet onder de Regeling basisnet. Wel is in de rapportage Vervoer Gevaarlijke Stoffen, Actualisatie 20172018 Gemeente Roosendaal aangegeven dat over deze weg propaan (GF3) vervoerd wordt. Dit betreft minder dan 130 transporten per jaar. Conform de vuistregels van de HART (tabel 1-6 van de bijlagen van de HART) is hiermee het groepsrisico onder de 0,1* de oriëntatiewaarde. Aangezien het huidige outletcenter met de bijbehorende personenaantallen tussen het planvoornemen en de Wouwbaan in ligt, wordt ervan uitgegaan dat het planvoornemen minimale tot geen invloed heeft op de hoogte van het groepsrisico van deze weg. Verder ligt het planvoornemen binnen het invloedsgebied van de voor transport van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg maatgevende stofcategorie GF3 (355 meter).
Een incident met deze stofcategorie kan op deze afstand in het plangebied leiden tot de scenario’s koude BLEVE en warme BLEVE. Een verantwoording ten aanzien van deze scenario’s voor de beoogde ontwikkeling is conform het Bevt verplicht. Hierbij wordt voornamelijk ingegaan op de mogelijkheden voor de rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Hoofdstuk 6 gaat in op de elementen van de verantwoording groepsrisico.
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
12
Projectgerelateerd
3.4.2
Spoorlijnen
6. Spoorlijn Route 11, Sloehaven – Roosendaal West; 7. Spoorlijn Route 35, Kijfhoek aansl. Zuid – Moerdijk racc. aansl. 6. Spoorlijn Route 11, Sloehaven – Roosendaal West Op 1.500 meter ten oosten van het planvoornemen ligt de Spoorlijn Route 11, Sloehaven – Roosendaal West. Op basis van de Regeling basisnet vindt over dit traject vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor valt onder de werkingssfeer van het Bevt. Het vervoer van toxische vloeistoffen (D4) bepaalt het invloedsgebied. Deze bedraagt meer dan 4.000 meter. Gelet op de relatief grote afstand tot het planvoornemen vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Ook is conform het Bevt geen risicoberekening voor het groepsrisico vereist aangezien het planvoornemen op meer dan 200 meter van de spoorlijn ligt. Conform het Bevt dient in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico wel te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid vanwege het transport van toxische stoffen. Hoofdstuk 6 gaat hier verder op in. 7. Spoorlijn Route 35, Kijfhoek aansl. Zuid – Moerdijk racc. aansl. Op 1.500 meter ten oosten van het planvoornemen ligt de Spoorlijn Route 35, Kijfhoek aansl. Zuid – Moerdijk racc. aansl. Op basis van de Regeling basisnet vindt over dit traject vervoer van gevaarlijke stoffen plaats.
Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor valt onder de werkingssfeer van het Bevt. Het vervoer van toxische gassen (B3) en toxische vloeistoffen (D4) bepalen het invloedsgebied. Deze bedraagt meer dan 4.000 meter. Gelet op de relatief grote afstand tot het planvoornemen vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Ook is conform het Bevt geen risicoberekening voor het groepsrisico vereist aangezien het planvoornemen op meer dan 200 meter van de spoorlijn ligt. Conform het Bevt dient in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico wel te worden gekeken naar de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid vanwege het transport van toxische stoffen. Hoofdstuk 6 gaat hier verder op in.
3.4.3
Hogedruk aardgastransportleidingen
9. Hogedruk aardgasleiding A503; 10. Hogedruk aardgasleiding A-667. De hogedruk aardgasleidingen A503 en A-667 liggen respectievelijk op ca 160 en 150 meter ten westen van het planvoornemen. Het plangebied valt binnen het invloedsgebied van de hogedruk aardgasleidingen, waardoor de hogedruk aardgasleidingen relevant zijn in het kader van externe veiligheid. De hogedruk aardgasleidingen hebben geen PR10-6 per jaar contour buiten het leidingtracé. In Tabel 2 is de grens van 1% en 100% letaal aardgasleidingen aangegeven. Tabel 2 Aardgasleidinggegevens A503 en A-667 Hogedruk aardgasleiding
Druk
Diameter
Invloedsgebied (1% letaal)
Invloedsgebied (100% letaal)
Aardgasleiding A-503
80 bar
28 inch
420 meter
155 meter
Aardgasleiding A-667
80 bar
48 inch
585 meter
215 meter
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
13
Projectgerelateerd
Buisleidingen met een druk hoger dan 16 bar vallen onder de werkingssfeer van het Bevb. Conform het Bevb dient er in het kader van externe veiligheid toetsing uitgevoerd te worden aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hogedruk aardgasleiding A-667 is in hoofdstuk 4 getoetst aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico middels een risicoberekening omdat het planvoornemen binnen de 100% letaliteitscontour ligt. Voor hogedruk aardgasleiding A-503 zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico in hoofdstuk 5 kwalitatief beschouwd omdat het planvoornemen buiten de 100% letaliteit ligt. Hoofdstuk 6 gaat in op de elementen van de verantwoording groepsrisico. Daarnaast geldt op grond van het Bevb voor buisleidingen een belemmeringenstrook van minimaal 5 meter (gemeten vanuit het hart van de buisleiding) aan weerszijden. Deze strook leidt tot beperkingen voor onder meer bouwwerken (niet gerelateerd aan de buisleiding) en voor graafwerkzaamheden. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een bebouwingsvrije zone die bestaat uit de gehele buisleidingenstraat plus enkele tientallen meters marge aan beide zijden. Binnen deze bebouwingsvrije zone is conform het vigerende bestemmingsplan de oprichting van kwetsbare objecten niet toegestaan.
3.4.4
Overige buisleidingen
11. Buisleiding Shell Nederland Raffinaderij WBT-110; 12. Buisleiding 12728 DOW 6'' Propyleen; 13. Buisleiding 12764 7020; 16. Buisleiding Shell Nederland Raffinaderij WBT-100. Deze buisleidingen liggen op ca 90 – 95 meter ten westen van het plangebied. Het planvoornemen valt binnen het invloedsgebied van deze buisleidingen, waardoor de buisleidingen relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Het planvoornemen ligt buiten de PR10-6 per jaar contour van de leidingtracés. In Tabel 3 is de grens van 1% letaal van de overige buisleidingen aangegeven. Tabel 3 Buisleidinggegevens relevante buisleidingen Buisleiding
Druk
Diameter
Invloedsgebied (1% letaal)
Buisleiding Shell Nederland Raffinaderij WBT-110
49 bar
7 inch
200 meter
Buisleiding 12728 DOW 6'' Propyleen
100 bar
7 inch
200 meter
Buisleiding 12764 7020
110 bar
6 inch
200 meter
Buisleiding Shell Nederland Raffinaderij WBT-100
98 bar
11 inch
200 meter
Buisleidingen met een druk hoger dan 16 bar vallen onder de werkingssfeer van het Bevb. Conform het Bevb dient er in het kader van externe veiligheid toetsing uitgevoerd te worden aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Deze kwalitatieve toetsing is opgenomen in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat in op de elementen van de verantwoording groepsrisico. Daarnaast geldt op grond van het Bevb voor buisleidingen een belemmeringenstrook van minimaal 5 meter (gemeten vanuit het hart van de buisleiding) aan weerszijden. Deze strook leidt tot beperkingen voor onder meer bouwwerken (niet gerelateerd aan de buisleiding) en voor graafwerkzaamheden. In de uitwerking van dit plan dient er rekening mee gehouden te worden.
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
14
Projectgerelateerd
3.4.5
Overige risicobronnen
19. Hoogspanningslijn Roosendaal - Woensdrecht Op 50 meter ten westen van het plangebied bevindt zich een bovengrondse hoogspanningslijn. Deze hoogspanningslijn heeft een spanning van 150 kV en een indicatieve magneetveldzone van 65 meter aan weerzijden. Het plangebied ligt deels binnen deze indicatieve magneetveldzone. Binnen deze zone dient voorkomen te worden dat kinderen langdurig blootgesteld worden aan een magneetveld. Het voornemen is deze bovengrondse hoogspanningslijn te verplaatsen naar het westen en daarbij te upgraden naar een 380 kV leiding met een magneetveldzone van 162 meter. Het plangebied valt buiten de magneetveldzone. De hoogspanningslijn heeft dan ook geen invloed op het planvoornemen.
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
15
Projectgerelateerd
4
Risicoberekening hogedruk aardgastransportleiding A-667
Het planvoornemen maakt de uitbreiding van het outlet center mogelijk in de nabijheid van de hogedruk aardgastransportleiding A-667. Hierdoor verandert mogelijk de externe-veiligheidssituatie. Dit hoofdstuk maakt het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleidingen A-667 inzichtelijk om te voldoen aan de toetsingsvoorwaarden conform het Bevb.
4.1
Onderzochte situaties
Tabel 4 Overzicht getoetste situaties buisleidingen Berekende situaties
Buisleidingen
Bevolking
Huidige situatie (2022)
Buisleidinggegevens A-667, Gasunie (februari 2022)
Vigerende bestemmingsplannen: gerealiseerd conform BAGPopulator + bezoekers- en werknemersaantallen
Toekomstige situatie (2032)
Buisleidinggegevens A-667, Gasunie (februari 2022)
Vigerende bestemmingsplannen: gerealiseerd conform BAGPopulator + bezoekers- en werknemersaantallen + planvoornemen
4.2
Invoerparameters rekenmodel
De risicoberekening voor buisleiding A-667 voor de huidige en toekomstige situatie is uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. CAROLA is de wettelijk voorgeschreven rekenmethodiek voor buisleidingen van de Gasunie. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. Interessegebied Het interessegebied is het gebied wat in het rekenbestand wordt aangewezen als onderzoeksgebied. Binnen het interessegebied worden de aanwezige buisleidingen en de aanwezige bevolking geïnventariseerd. Het groepsrisico van een buisleiding wordt bepaald per buisleidingkilometer. Vandaar dat het interessegebied in een straal van een kilometer rond het plangebied ligt. De maatgevende kilometer van de buisleiding (kilometer leiding met hoogste groepsrisico) ligt ten zuiden van het plangebied en wordt bepaald door de populatiedichtheid binnen het invloedsgebied. Buisleidinggegevens Tabel 5 Buisleidinggegevens Gasunie, februari 2022 Hogedruk aardgastransportleiding
Druk
Diameter Invloedsgebied (1% letaal) Invloedsgebied (100% letaal)
Buisleiding A-667 (Gasunie)
80 bar
48 inch
585 meter
215 meter
Bevolkingsgegevens Voor de bevolkingsgegevens is uitgegaan van de BAG-populatieservice 7 selectiebasis 202201. De opgevraagde gegevens zijn gecontroleerd ten aanzien van de bestemmingsplancapaciteit en ingevoerd in het rekenbestand. Voor het terrein van Rosada zijn de bevolkingsgegevens voor zowel de bestaande als de toekomstige situatie vervangen. Uitgangspunt hierbij is het onderzoek van de Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant, 2015.8 Tabel 6 laat zien hoe de bevolkingsgegevens voor het plangebied zijn opgebouwd.
7
BAG populatieservice, 2022: https://populatieservice.demis.nl/#/, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. 2015. QRA hogedruk aardgas buisleidingen. Gemeente Roosendaal t.b.v. bestemmingsplan Rosada en de Stok 8
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
16
Projectgerelateerd
De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: ◼ Het aantal bezoekers in de huidige situatie is 1,5 miljoen per jaar op basis van het onderzoek van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. ◼ Het aantal bezoekers in de toekomstige situatie is ingeschat op 3.087.500 per jaar op basis van de Laddertoets (Goudappel, 2022)9. Als groeiprognose is vanaf 2023 6% per jaar toegepast. ◼ Voor de toekomstige situatie is het bruto vloeroppervlak (worst case) aangevuld met de toevoeging van 8.250 m2. ◼ Voor het aanwezige personeel is gerekend met een aanwezigheid van 1 persoon per 30 m 2 bvo conform de PGS1 deel 6. Tabel 6 Totstandkoming populatiecijfers plangebied toekomstige situatie Huidig
Toekomstig
20.000
28.250
Aantal medewerkers (1 persoon per 30 m2)
667
942
Verblijfsduur medewerkers (uur)
10,5
10,5
Aantal medewerkers per dag (fulltime, 200 werkdagen per jaar)
329
516
Aantal bezoekers per jaar
1.500.000
3.087.500
Aantal bezoekers per dag (per jaar / 365)
4.110
8.459
Gemiddelde verblijfsduur (min)
105
105
Openingsduur Rosada (uur)
8
8
Aantal verversingen (8/1,75)
4,57
4,57
Aanwezig continu (aantal per dag/4,75)
899
1.851
Correctie op aanwezige bezoekers (aantal bezoekers per dag continu 8 (8/10,5) )
685
1.410
1.014
1.926
Totaal bvo (m2) Medewerkers
Bezoekers
Totale populatie plangebied Aantal continu aanwezige medewerkers en bezoekers
Figuur 4: Ligging ingevoerde populatievlak huidige situatie (links) en toekomstige situatie (rechts)
9
Goudappel, 2022; Laddertoets uitbreiding Designer Outlet Roosendaal
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
17
Projectgerelateerd
Bovenstaande afbeelding toont de ligging van de bevolkingsvlakken in de risicoberekening. In het rekenmodel leidt dit tot een permanente aanwezigheid van 1.014 personen in de huidige situatie en in de toekomstige situatie van 1.926 personen. Onderstaande tabel laat de invoer zien. Tabel 7 Invulling bevolkingsvlakken planvoornemen Situatie Beschrijving Huidige situatie 1.014 Toekomstige situatie 1.926 personen
4.3
Resultaten
4.3.1
Plaatsgebonden risico
Aanwezig overdag 100% 100%
Aanwezig in de nacht 0% 0%
Hogedruk aardgastransportleiding A-667 heeft geen PR10-6 per jaar contour buiten het leidingtracé. Figuur 5 toont de contouren van PR 10-7 (donkerblauwe lijn rond groene vlak) en de PR10-8 (buitenste paarse lijn). Dit geldt voor de huidige en de toekomstige situatie.
PR10-7 PR10-8
Figuur 5 Plaatsgebonden risicocontouren buisleiding A-667 t.o.v. globale plangebied
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
18
Projectgerelateerd
4.3.2
Groepsrisico
Het groepsrisico van de buisleiding wordt bepaald op basis van de aanwezige bevolking binnen het invloedsgebied. Figuur 6 laat zien dat het plangebied deels binnen de 100%- en geheel binnen de 1% letaliteitscontour van de buisleiding ligt. De 1%- en 100%- letaliteitscontouren voor leiding A-667 liggen op respectievelijk 585 meter en 215 meter.
Figuur 6 Ligging 1%-(zwart) en 100%- (donkerrood) letaliteitscontouren leiding A-667 t.o.v. globale plangebied (toekomstige situatie)
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
19
Projectgerelateerd
Huidige situatie De kilometer buisleiding met het hoogste groepsrisico (0,027 maal de oriëntatiewaarde) ligt ten zuiden van het plangebied tussen de meetpunten stationing 5080 en stationing 6080 (groene gedeelte van de leiding in Figuur 7). De maximale overschrijdingsfactor wordt gevonden bij 11 slachtoffers en een frequentie van 2,23*10-8.
Figuur 7 Groepsrisico buisleiding A-667 huidige situatie ten zuiden van het globale plangebied (tevens maatgevende kilometer)
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
20
Projectgerelateerd
Toekomstige situatie De kilometer buisleiding met het hoogste groepsrisico (0,027 maal de oriëntatiewaarde) ligt ten zuiden van het plangebied tussen de meetpunten; stationing 5080 en stationing 6080 (groene gedeelte van de leiding in Figuur 8). De maximale overschrijdingsfactor wordt gevonden bij 11 slachtoffers en een frequentie van 2,23*10-8.
Figuur 8 Groepsrisico buisleiding A-667 toekomstige situatie ten zuiden van het globale plangebied (tevens maatgevende kilometer)
Conclusie Het plangebied ligt deels binnen de 100%- letaliteitscontour en binnen de 1%-letaliteitscontour van de buisleiding. De ligging van de maatgevende kilometer blijft bij realisatie van het plan gelijk ten opzichte van de huidige situatie voor buisleiding A-667. Voor de buisleiding geldt er geen plaatsgebonden risicocontour van 10 -6 per jaar buiten het leiding tracé. Het groepsrisico ten gevolge van de buisleiding ter hoogte van het plangebied blijft in de toekomstige situatie voor leiding A-667 gelijk aan de huidige situatie. Het groepsrisico ligt op 0,027 maal de oriëntatiewaarde in de huidige en toekomstige situatie.
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
21
Projectgerelateerd
Toetsing beleidskader De externe-veiligheidsrisico’s als gevolg van de hogedruk aardgastransportleiding A-667 zijn getoetst aan het Bevb. Voor de toetsing is uitgegaan van een toevoeging van (worst case) 8.250 m2 bvo aan commerciële functies. Dit betekent een toevoeging van het aantal aanwezige personen. Plaatsgebonden risico De buisleiding heeft geen PR10-6/jaar-contour buiten het leidingtracé. Dit geldt voor de huidige en voor de toekomstige situatie. Het plaatsgebonden risico vormt geen beperking voor de planontwikkeling. Groepsrisico Het groepsrisico van de buisleiding blijft voor de toekomstige situatie gelijk aan de huidige situatie. Het groepsrisico ligt op 0,027 maal de oriëntatiewaarde. De ligging van de maatgevende kilometer blijft op dezelfde locatie. Verantwoording groepsrisico Het bevoegd gezag dient formeel advies te vragen aan de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid.
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
22
Projectgerelateerd
5
Risicoanalyse overige buisleidingen
Dit hoofdstuk beschouwt op kwalitatieve wijze het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de overige buisleidingen gelegen in de nabijheid van het outletcenter. Hiermee is voldaan aan de toetsingsvoorwaarden conform het Bevb: ◼ Hogedruk aardgastransportleiding A-503; ◼ Buisleiding Shell Nederland Raffinaderij WBT-110 (propyleen); ◼ Buisleiding 12728 DOW 6'' Propyleen (propene); ◼ Buisleiding 12764 7020 (aardolie); ◼ Buisleiding Shell Nederland Raffinaderij WBT-100 (ethyleen). Voor de hogedruk aardgasleiding A-503 heeft de beschouwing plaatsgevonden op basis van de risicoberekeningen van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (15 juni 2015).10 Voor de overige buisleidingen is uitgegaan van de toelichting in het bestaande bestemmingsplan 11.
Plaatsgebonden risico Op basis van de signaleringskaart en de risicoberekeningen van de Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant (15 juni 2015)12 blijkt dat het plangebied buiten de PR10-6 contouren van de aanwezige buisleidingen ligt. De PR10-6 contour van de hogedruk aardgasleiding A503 ligt ter hoogte van het plangebied op 0 meter buiten de leiding. De PR 10-6 contouren van de overige buisleidingen liggen op maximaal 32 meter buiten de buisleidingen. Het planvoornemen ligt hierbuiten. De ligging van de plaatsgebonden risicocontouren wordt niet beïnvloed door het planvoornemen.
Groepsrisico Huidige situatie Het groepsrisico van de buisleidingen wordt bepaald per kilometer buisleiding op basis van de aanwezige bevolking binnen de invloedsgebieden. Binnen de invloedsgebieden van de buisleidingen is aan de westzijde geen bevolking aanwezig. Aan de oostzijde liggen het outlet center, diverse voorzieningen in het recreatiegebied De Stok binnen de 1% letaliteitscontouren. Het outlet center ligt niet binnen de 100%-letaliteitscontour van hogedruk aardgastransportleiding A503. De overige buisleidingen hebben geen 100%-letaliteitscontour. De aanwezige bevolking binnen het invloedsgebied telt mee in de hoogte van het groepsrisico. De bevolking binnen de 100%-letaliteitscontour is meer bepalend voor de hoogte van het groepsrisico dan binnen de 1%-letaliteitscontour. Het onderzoek van de Omgevingsdienst toont aan dat de hoogte van het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding A503 onder de 0,01 maal de oriëntatiewaarde ligt. In de toelichting van het vigerende bestemmingsplan is opgenomen dat uit onderzoek blijkt dat de hoogte van het groepsrisico van de overige buisleidingen ook onder de 0,01 maal de oriëntatiewaarde ligt. Toekomstige situatie Het planvoornemen wordt gerealiseerd op een afstand van 160 meter van hogedruk aardgastransportleiding A503 en 90 tot 95 meter van de overige buisleidingen.
Hierbij ligt het planvoornemen buiten de 100% letaliteitscontour van hogedruk aardgasleiding A503. Het groepsrisico ten gevolge van deze buisleiding wordt hierdoor niet beïnvloed. De risicoberekening van hogedruk 10
QRA hogedruk aardgas buisleidingen - Gemeente Roosendaal t.b.v. bestemmingsplan Rosada en de Stok (Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, 15 juni 2015) 11 t_NL.IMRO.1674.2081DESTOKFASE2-0601 (ruimtelijkeplannen.nl) 12 QRA hogedruk aardgas buisleidingen - Gemeente Roosendaal t.b.v. bestemmingsplan Rosada en de Stok (Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, 15 juni 2015) 10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
23
Projectgerelateerd
aardgasleiding A-667 laat namelijk zien dat het groepsrisico niet wordt beïnvloed ondanks dat de bevolking binnen de 100% gelegen is. Op basis van de kwantitatieve berekening van de hogedruk aardgasleiding A-667 is op basis van expert judgement de verwachting dat het groepsrisico van de overige buisleidingen niet significant toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. Dit heeft te maken met de ligging van de leidingen ten opzichte van het planvoornemen en de eigenschappen van de leidingen.
Toetsing beleidskader De externe-veiligheidsrisico’s als gevolg van de ondergrondse buisleidingen en de hogedruk aardgastransportleiding A-503 zijn getoetst aan het Bevb. Voor de toetsing is uitgegaan van een toevoeging van (worst case) 8.250 m2 bvo aan commerciële functies. De toetsing heeft op kwalitatieve wijze plaatsgevonden. Plaatsgebonden risico De hogedruk aardgastransportleiding A503 heeft geen PR10-6/jaar contour buiten het leidingtracé. Voor de overige buisleidingen geldt dat de contouren op maximaal 32 meter van de buisleidingen liggen. Dit geldt voor de huidige en voor de toekomstige situatie. Het plaatsgebonden risico van deze buisleidingen vormt geen beperking voor de planontwikkeling. Groepsrisico De groepsrisico’s van de verschillende buisleidingen liggen onder de 0,01 maal de oriëntatiewaarde. De toevoeging van de uitbreiding van het outlet center veroorzaakt geen significante stijgingen van de groepsrisico’s. Verantwoordingsplicht Groepsrisico Het bevoegd gezag dient formeel advies te vragen aan de Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid.
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
24
Projectgerelateerd
6
Elementen verantwoording groepsrisico
Dit hoofdstuk werkt de elementen van de verantwoording groepsrisico (VGR) uit voor de aanwezige autosnelwegen, spoorlijnen en buisleidingen. Het bevoegd gezag kan dit hoofdstuk als input gebruiken in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico. Wel dient zij formeel advies te vragen aan de veiligheidsregio. Onderstaande tabel geeft de elementen van de verantwoording groepsrisico per risicobron weer. De elementen zijn in de hiernavolgende paragrafen behandeld. Tabel 8 Elementen verantwoording groepsrisico Beperkte VGR Elementen verantwoording groepsrisico
Autosnelwegen Spoorlijnen
Beperkte VGR Buisleidingen
Bevolkingsdichtheid: Personendichtheid binnen het invloedsgebied
x
Groepsrisico: Hoogte van het groepsrisico (per kilometer)
x
Maatregelen ter reductie van het groepsrisico: bronmaatregelen en ruimtelijke maatregelen Alternatieve locaties: Mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen ervan (alternatieve locaties) Bestrijdbaarheid: Mogelijkheden voor het voorkomen, beperken en bestrijden van het incidenten (bestrijdbaarheid)
x
x
Zelfredzaamheid: Mogelijkheden voor de zelfredzaamheid van personen binnen het invloedsgebied
x
x
Groepsrisico en bevolkingsdichtheid De bevolkingsdichtheid en de hoogte van het groepsrisico met betrekking tot de buisleidingen zijn behandeld in hoofdstuk 4 en 5. Het groepsrisico ten gevolge van de buisleidingen ter hoogte van het plangebied neemt in de toekomstige situatie niet significant toe. Ook wordt, gezien de hoogte van het groepsrisico in de huidige situatie (onder 0,01 maal de oriëntatiewaarde), de oriëntatiewaarde in de plansituatie niet overschreden.
Inventarisatie rampenbestrijding en zelfredzaamheid 6.2.1
Ongevalsscenario’s met gevaarlijke stoffen
Inzicht in de ongevalsscenario’s is essentieel om de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid te analyseren. Tabel 9 geeft per risicobron de maatgevende scenario’s. Daarnaast zijn de bijbehorende gevaren (brand, explosie, gifwolk) ten gevolge van de risicobron weergegeven. Een scenario is relevant afhankelijk van: ◼ De aard van de gevaarlijke stoffen; ◼ De ligging van de effectafstand (1% letaal) van het betreffende scenario, ten opzichte van het plangebied.
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
25
Projectgerelateerd
Tabel 9 Overzicht relevante scenario’s per risicobron Maatgevende scenario’s
Plasbrand
Koude Bleve
Warme Bleve
Wolkbrandexplosie
Fakkelbrand
Toxische wolk
Gevaren
Autosnelwegen
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
x
Gifwolk
Verbindingsbogen
N.v.t.
x
x
N.v.t.
N.v.t.
x
Gifwolk
Lokale weg
N.v.t.
x
x
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Explosie
Spoorlijnen
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
x
Gifwolk
Hogedruk aardgasleidingen
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
x
N.v.t.
Brand en explosie
Overige buisleidingen
x
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
x
x
Brand, explosie en gifwolk
Risicobronnen
Tabel 10 licht op basis van het scenarioboek externe veiligheid 13 de ongevalscenario’s van Tabel 9 toe. In de volgende paragrafen is per maatgevend scenario de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid beoordeeld. Tabel 10 Overzicht relevante scenario’s conform het scenarioboek externe veiligheid Plasbrand
Overige buisleidingen
Een plasbrand bij een buisleiding kan optreden als gevolg van een (ernstige) beschadiging. Hierdoor stroomt een deel van de olie uit de buisleiding in korte tijd uit. De olie verspreidt zich over de grond. Ontsteking van de plas leidt tot een plasbrand. Nadat de maximale plas is opgebrand, blijft de uitstromende olie in een kleine plas branden bij de breuk, tot de uitstroom gestopt is. Gevaar
Brand
Effectafstand
55 meter
Fakkelbrand
Hogedruk aardgasleidingen en overige buisleidingen
Warmtestraling: 10 kW/ m2
Een fakkelbrand (volledige breuk van de aardgastransportleiding) bij een buisleiding kan optreden als gevolg van een (ernstige) beschadiging. Bijvoorbeeld als gevolg van graafwerkzaamheden, uitgevoerd door derden in de directe omgeving van de aardgastransportleiding. Indien de aardgastransportleiding ineens breekt, komt een grote hoeveelheid aardgas vrij. Dit aardgas zal in de meeste gevallen direct ontsteken, wat een (verticale) fakkel tot gevolg heeft. De fakkel kan afhankelijk van de eigenschappen van de aardgastransportleiding tot een hoogte van enkele honderden meters reiken. Binnen de 1% letaliteitsafstand kan een fakkelbrand leiden tot slachtoffers, schade en brand in de omgeving van de buisleiding. Binnen de 100% letaliteitsafstand van de buisleiding is er een grote kans op overlijden. Gevaar
Brand en explosie 150 meter 410 meter
100% letaliteit bij 80 bar en 30 inch diameter 1% letaliteit bij 80 bar en 30 inch diameter
220 meter 620 meter
100% letaliteit bij 80 bar en 48 inch diameter 1% letaliteit bij 80 bar en 48 inch diameter
Effectafstand
13
Website scenarioboek externe veiligheid, geraadpleegd op 12 januari 2022.
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
26
Projectgerelateerd
Koude bleve Een koude BLEVE kan veroorzaakt worden door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor scheurt de ketelwagen of tank open. Het brandbare gas komt vrij en ontsteekt direct. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. De effecten van een koude BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Gevaar:
Brand en explosie
Effectafstand weg
200 meter
Warmtestraling: 30 kW/ m2
Warme bleve Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de tankwagen doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tankwand. Brandbaar gas komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. De effecten van een warme BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Gevaar:
Brand en explosie
Effectafstand weg:
245 meter
Toxische wolk
Autosnelwegen, spoorlijnen en overige buisleidingen
Warmtestraling 25 kW/ m2
Toxische stoffen kunnen vrijkomen als gevolg van bijvoorbeeld een incident bij de installatie. Bij een toxische plas zal deze vervolgens (gedeeltelijk) verdampen, waarbij een toxische wolk wordt gevormd. Bij het vrijkomen van een toxisch gas zal al het gas direct verdampen en leiden tot een toxische wolk. Bij een breuk in een buisleiding sluit de leidingbeheerder de leiding automatisch af. De vrijgekomen stof stroomt uit de leiding tot de leiding leeg is. Er kan een giftige wolk ontstaan. Afhankelijk van de windrichting en de weersomstandigheden kan de toxische wolk richting het plangebied drijven of in andere richtingen. Gevaar
Toxische wolk
Effectafstand
4.000 meter
6.2.2
Rampenbestrijding
Algemeen Voorbereiding hulpdiensten Hulpdiensten moeten op de hoogte zijn van de specifieke risico’s in de omgeving als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen. De veiligheidsregio kan het beschikbare materieel hierop afstemmen. De voorbereiding op de ongevalsbestrijding is onderdeel van het beleidsplan van de veiligheidsregio. Onderdeel van de voorbereiding zijn ook oefeningen. Alarmering, opkomsttijd en communicatie naar en tussen hulpverleners Een snelle alarmering en opkomsttijd dragen bij aan zowel de bereikbaarheid als de bestrijdbaarheid. Werkende communicatiemiddelen zijn een noodzaak. De locatie van zendmasten in relatie tot de potentiële locaties van een incident is een aandachtspunt. Een snelle alarmering en opkomsttijd zijn bij een fakkelbrand van een buisleiding waarin onder hogedruk aardgas wordt getransporteerd, minder relevant omdat het scenario zich snel voltrekt en langdurig is. Het duurt enige tijd voordat de leiding wordt afgesloten. Daarnaast treden de hulpdiensten niet op in het invloedsgebied vanwege de hoge hittestraling. Inzet vindt met name plaats nadat de fakkel is uitgedoofd. Werkende communicatiemiddelen naar en tussen hulpverleners zijn noodzakelijk. Bereikbaarheid Tweezijdige bereikbaarheid van zowel de locatie van het incident als het effectgebied kan de bestrijdbaarheid en de hulpverlening versnellen.
Daarbij is ook de aanwezigheid van opstelplaatsen aan meerdere zijden belangrijk. De minimale eisen voor bereikbaarheid van hulpdiensten staan weergegeven in het document Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid van Brandweer Nederland.
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
27
Projectgerelateerd
Plasbrand De optimale bronbestrijding is het blussen en/of beschuimen van de plasbrand. Een schuimdeken of een waterscherm kan daarnaast de effecten naar de omgeving beperken. De opkomsttijd en de opbouwtijd van het materieel zijn vaak te hoog om effectief een plasbrand te kunnen bestrijden. Wanneer bronbestrijding niet mogelijk is, richten de hulpverleningsdiensten zich op het redden van mensen en het blussen van de secundaire branden. De beschikbaarheid van primaire bluswatervoorzieningen, bijvoorbeeld een stationaire bluswaterinstallatie, kan de inzet versnellen. Dit geldt ook voor vaste (droge) bluswaterleidingen. Bronmaatregelen, bijvoorbeeld hoogteverschillen, afvoergoten, greppels en een aangepast ballastbed, kunnen de plas verkleinen. Hierdoor is een plasbrand sneller en beter bestrijdbaar. Koude BLEVE, wolkbrandexplosie en fakkelbrand De koude BLEVE heeft een snelle ontwikkeltijd. Hierdoor zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding. De effectbestrijding is gericht op het afschermen van de omgeving, op het bestrijden van secundaire branden en het redden van personen die tussen brokstukken liggen. Voor de wolkbrand en fakkelbrand geldt hetzelfde. De ontwikkeltijd is hier slechts iets langer.
Warme BLEVE De snelheid waarmee het scenario warme BLEVE zich ontwikkelt, is afhankelijk van de opwarmingstijd tot de explosie en bedraagt afhankelijk van de aanwezige inhoud van de tankwagen en de eigenschappen daarvan (coating) circa 10 minuten tot een uur. De brandweer kan de situatie stabiliseren door het koelen en afschermen van de tankwagen. Daarnaast moeten zij uit voorzorg het effectgebied veiligstellen. Indien de explosie optreedt is de ontwikkeltijd zeer snel. De effectbestrijding is dan gericht op het afschermen van de omgeving, op het bestrijden van secundaire branden en het redden van personen die tussen brokstukken liggen. Toxische wolk Bij een toxische wolk wordt door de brandweer en andere hulpdiensten voornamelijk vanaf het bovenwinds gebied opgetreden. Vanaf het benedenwinds gebied kan maar in beperkte mate worden opgetreden. Bij het optreden is bronbestrijding moeilijk. De hulpdiensten kunnen zich voornamelijk richten op het redden van mensen, het verlenen van eerste hulp aan gewonden en het verdunnen van de toxische wolk met behulp van water. De volgende voorzieningen hebben een positieve invloed hebben op de rampenbestrijding: Tabel 11 Overzicht mogelijke voorzieningen
Rampenbestrijding ◼ ◼ ◼
Voldoende bluswatervoorzieningen om de omgeving af te kunnen schermen; Twee aanrijroutes vanuit tegenovergestelde windstreken voor hulpdiensten; Opkomsttijd brandweer en alarmering.
10 oktober 2022
ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID
BG9364IBRP001F01
28
Projectgerelateerd
6.2.3
Zelfredzaamheid
Algemeen Adequate vluchtroutes Vluchtroutes helpen mensen het gebied te verlaten. Vluchtroutes moeten duidelijk zichtbaar zijn, zich van de activiteit af richten (bij voorkeur haaks op de windrichting), breed genoeg zijn en vrij zijn van obstakels. In de vrije ruimte kan rekening worden gehouden met de positie en compositie van gebouwen. Gebouwen zelf moeten beschikken over goede vluchtroutes. Heldere communicatie over de veilige vluchtroute is belangrijk. Waarschuwingsmiddelen NL-Alert: Doel is alle aanwezigen in de omgeving snel te informeren over een incident met gevaarlijke stoffen. Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen vindt veel communicatie plaats via radio, internet en telefoon. Het is belangrijk dat zendmasten tijdens een ongeval blijven werken. Afstemming handelingsperspectief Het handelingsperspectief voor mensen tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen moet worden afgestemd met de inzet van hulpdiensten. Deze inzet moet aansluiten op dit handelingsperspectief. Risicocommunicatie vooraf Communicatie over de risico’s als het gevolg van gevaarlijke stoffen en over het handelingsperspectief tijdens een ongeval met gevaarlijke stoffen, maakt mensen bewust. Zij weten wat ze moeten doen bij een ongeval. Dit draagt bij aan de veiligheid. Belangrijk is een open, eerlijke en begrijpbare communicatie.
Een goede risicocommunicatie is een aandachtspunt voor de aanwezigen op in het plangebied. De aanwezigen zijn zelfredzaam, maar in geval van een breuk van de buisleiding hebben de aanwezigen een beperkt handelingsperspectief. Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen Onderhoud van schuilplaatsen en vluchtwegen is belangrijk. Ten tijde van een ongeval moeten schuil- en vluchtmogelijkheden bereikbaar en inzetbaar zijn. Plasbrand NB. Plasbrand is niet bepalend voor het groepsrisico. Voor het complete overzicht is het handelingsperspectief hier wel inzichtelijk gemaakt. Aanwezige personen zijn na het ontstaan van een plasbrand op zichzelf en anderen aangewezen. Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk. Zie ook Figuur 9.