04c-100-Bijlage 9 Hogere waardenbesluit Boulevard Antverpia 10.pdf
Tekst van het document
Ontwerp-beschikking vaststelling hogere waarde Wet geluidhinder ‘Boulevard Antverpia 10’ te Roosendaal Wet geluidhinder Beslissing van het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal, gelet op artikel 83 van de Wet geluidhinder en artikel 4.10 van het Besluit geluidhinder, beschouwende de noodzaak tot vaststelling van hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting in het kader van het bestemmingsplan ‘Boulevard Antverpia 10’ in de gemeente Roosendaal.
1.
Het plan
Het plan voorziet in de realisatie van zeven nieuwe woningen aan de Boulevard Antverpia. In verband met de realisering van het plan is een (ontwerp-) bestemmingsplan in voorbereiding.
2.
De Wet geluidhinder
De locatie voor de nieuw te bouwen woningen aan de Boulevard Antverpia is gelegen binnen de geluidzones van de A58, Hulsdonksestraat en de Burgemeester Frijterslaan en binnen de geluidzone van de spoorlijn Roosendaal – Bergen op Zoom en de spoorlijn Roosendaal – Essen (België). In de Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder (Bgh) zijn normen opgenomen voor de toelaatbare geluidbelasting op de gevels van woningen vanwege wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. De Wet en Besluit gaan daarbij uit van voorkeursgrenswaarden en de ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen. Een geluidsbelasting onder de voorkeurgrenswaarde is in het algemeen zonder meer toelaatbaar. De effecten van geluid worden dan aanvaardbaar geacht. Een geluidsbelasting hoger dan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting is niet toelaatbaar. Een geluidsbelasting binnen de bandbreedte tussen de voorkeursgrenswaarde en de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting is alleen toelaatbaar na een afwegingsproces. Wegverkeerslawaai De voorkeursgrenswaarde van wegverkeerslawaai voor woningen volgt uit artikel 82 Wgh en bedraagt 48 dB. Artikel 83 Wgh biedt de mogelijkheid om in stedelijk gebied een hogere grenswaarde vast te stellen vanwege de A58 van maximaal 53 dB (lid 1) en vanwege binnenstedelijke wegen van 63 dB (lid 2).
Spoorweglawaai De voorkeursgrenswaarde voor de geluidsbelasting vanwege de spoorwegen volgt uit artikel 4.9 Bgh en bedraagt 55 dB voor woningen. De maximaal toelaatbare grenswaarde bedraagt voor woningen 68 dB en volgt uit artikel 4.10 Bgh. Indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting op de gevel van de betrokken appartementen, onvoldoende doeltreffend zal zijn,
dan wel stuit op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeers- of vervoerkundige, landschappelijke of financiële aard, is een hogere waarde mogelijk (art. 110a, lid 5). Indien er een hogere waarde wordt vastgesteld, zal gemotiveerd moeten worden waarom dergelijke maatregelen redelijkerwijs niet of in onvoldoende mate realiseerbaar zijn. Als basis hiervoor dient het ontheffingenbeleid dat burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal in hun notitie “Ontheffingenbeleid Wet geluidhinder” d.d. 25 juni 2007 hebben vastgesteld. Dit afwegingsproces heeft vorm gekregen in deze procedure voor een hogere waarde voor geluid. Cumulatie In artikel 110a, lid 6 Wgh is aangegeven dat bij het vaststellen van hogere grenswaarden moet worden afgewogen of de cumulatie van geluid mogelijk leidt tot een onaanvaardbaar akoestisch klimaat. Het gaat hierbij zowel om bronnen van dezelfde soort (bijvoorbeeld verschillende wegen) als om bronnen van verschillende soorten (bijv. weg- en spoorweglawaai) zoals in onderhavig geval.
3.
Akoestisch onderzoek
In verband met deze ontwikkeling is daarom een akoestisch onderzoek verricht. In het rapport van K+ Adviesgroep “Akoestisch onderzoek optredende gevelbelastingen Weg- en railverkeerslawaai Appartementen Boulevard Antverpia te Roosendaal”, met kenmerk M19523.401, d.d. 2 oktober 2019 is onderzocht of er sprake is van een overschrijding van wettelijke normen op de gevels van de nieuw te realiseren woningen en appartementen. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat bij de nieuw te bouwen woningen de voorkeurgrenswaarden van zowel het wegverkeerslawaai en het spoorweglawaai worden overschreden. Onderzocht is of voor de te realiserende woningen hogere geluidgrenswaarden op grond van artikel 110a lid 1 van de Wet geluidhinder kunnen worden vastgesteld.
4.
Beoordeling
Wegverkeerslawaai Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde voor het wegverkeerslawaai van 48 dB enkel door de A58 wordt overschreden. De maximale geluidbelasting vanwege de A58 bedraagt ten hoogste 53 dB bij de te realiserende woningen. De maximaal toelaatbare grenswaarde van 53 dB wordt derhalve niet overschreden. Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting op grond van met name financiële redenen ongewenst zijn. In deze situatie zijn er geen maatregelen mogelijk om de geluidsbelasting te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde. Spoorweglawaai Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting vanwege het spoorwegverkeer de voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt overschreden. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 65 dB. De maximaal toegestane grenswaarde van 68 dB wordt niet overschreden. Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting op grond van met name financiële redenen ongewenst zijn. In deze situatie zijn er geen maatregelen mogelijk om de geluidsbelasting te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde. Cumulatie Op grond van artikel 110f Wgh en artikel 1.5 Bgh is in het akoestisch onderzoek de gecumuleerde geluidsbelasting bepaald en beoordeeld.
Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat waar sprake is van cumulatie de gecumuleerde geluidsbelasting niet leiden tot buitenproportionele
Zaaknummer: 2022-037727
pagina 2 van 6
geluidsbelastingen ten opzichte van de afzonderlijke vast te stellen hogere waarden. De gecumuleerde geluidsbelastingen zijn op grond van het gemeentelijk ontheffingenbeleid acceptabel en aanvaardbaar.
5.
Afwegingen
Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat maatregelen ter bestrijding van het wegverkeerslawaai en spoorweglawaai in de gegeven situatie onvoldoende doeltreffend zijn dan wel bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige en financiële aard. In deze situatie zijn geen doeltreffende maatregelen mogelijk om de geluidbelasting te reduceren tot de afzonderlijke voorkeursgrenswaarden. Volgens het gemeentelijk ontheffingenbeleid kunnen hogere waarden (voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting) onder bepaalde voorwaarden worden vastgesteld. Doordat de woningen een ontstane open plaats naast bestaande bebouwing opvult, wordt voldaan aan de ontheffingscriteria, zoals deze zijn beschreven in het gemeentelijke ontheffingenbeleid. Voor nieuwbouw stelt het Bouwbesluit 2012 eisen aan de bescherming tegen geluid van buiten en tussen woningen. In onderhavig geval dienen gevelmaatregelen te worden getroffen zodanig dat wordt voldaan aan de op grond van het Bouwbesluit toelaatbare binnenniveau. Wanneer een zodanig binnenniveau wordt gerealiseerd kan in onderhavig geval, nu er geen andere dan gevelmaatregelen mogelijk zijn, gesteld worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
In deze situatie kunnen er voor de nieuw te realiseren woningen, vanwege de geluidsbelasting van het wegverkeerslawaai en het spoorweglawaai, hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen worden vastgesteld. In onderhavig geval dient enkel voor de tweede en derde bouwlaag hogere waarden worden vastgesteld daar er op de eerste bouwlaag geen geluidgevoelige ruimten zijn voorzien.
6.
Procedure
Voor de voorbereiding van het besluit tot het vaststellen van de hogere waarde is de procedure zoals bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 110c van de Wet geluidhinder (Wgh) gevolgd. Het besluit tot het vaststellen van een hogere waarde wordt gelijktijdig met het (ontwerp-)bestemmingsplan ter inzage gelegd.
7.
Rechtsbescherming
Belanghebbenden kunnen gedurende een termijn van 6 weken, met ingang van de dag waarop deze ontwerpbeschikking ter inzage is gelegd, hun zienswijze over deze ontwerpbeschikking naar voren brengen. Voor nadere informatie over het indienen van een zienswijze verwijzen wij naar de openbare kennisgeving van deze ontwerpbeschikking. Op grond van vaste jurisprudentie wordt alleen diegene als belanghebbende in de zin van de Wet geluidhinder aangemerkt die een bijzondere en rechtens te erkennen relatie heeft tot het object waarop het besluit betrekking heeft. Die relatie is er niet wanneer het hogere waarde besluit niet de woning/object van appellant betreft.
8.
Besluit
Gelet op het voorgaande en de bepalingen uit de Wet geluidhinder en de Algemene wet bestuursrecht, hebben wij besloten hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare
Zaaknummer: 2022-037727
pagina 3 van 6
geluidsbelasting ten behoeve van de nieuw te bouwen woningen aan de Boulevard Antverpia vast te stellen:
Wegverkeerslawaai locatie/adres
hoogte
bron
aftrek art. 110g Wgh
vastgestelde waarde
Toetspunt 1
4,5 m
A58
2
52
Toetspunt 1
7,5 m
A58
2
52
Toetspunt 10
4,5 m
A58
2
51
Toetspunt 10
7,5 m
A58
2
52
Toetspunt 11
4,5 m
A58
2
52
Toetspunt 11
7,5 m
A58
2
53
locatie/adres
hoogte
bron
vastgestelde waarde
Toetspunt 1
4,5 m
spoor
57
Toetspunt 1
7,5 m
spoor
60
Toetspunt 2
4,5 m
spoor
59
Toetspunt 2
7,5 m
spoor
61
Toetspunt 3
4,5 m
spoor
56
Toetspunt 3
7,5 m
spoor
62
Toetspunt 4
4,5 m
spoor
57
Toetspunt 4
7,5 m
spoor
62
Toetspunt 5
4,5 m
spoor
57
Toetspunt 5
7,5 m
spoor
62
Toetspunt 6
4,5 m
spoor
58
Toetspunt 6
7,5 m
spoor
63
Toetspunt 7
4,5 m
spoor
59
Toetspunt 7
7,5 m
spoor
64
Toetspunt 8
4,5 m
spoor
60
Toetspunt 8
7,5 m
spoor
64
Toetspunt 9
4,5 m
spoor
64
Toetspunt 9
7,5 m
spoor
65
Toetspunt 10
7,5 m
spoor
58
Spoorweglawaai
Zaaknummer: 2022-037727
pagina 4 van 6
Toetspunt 11
7,5 m
spoor
58
Toetspunt 12
4,5 m
spoor
56
Voor situering van de locaties wordt verwezen naar het akoestisch rapport van K+ Adviesgroep “Akoestisch onderzoek optredende gevelbelastingen Weg- en railverkeerslawaai Appartementen Boulevard Antverpia te Roosendaal”, met kenmerk M19523.401, d.d. 2 oktober 2019.
Hoogachtend, Het college van gemeente Roosendaal, Namens deze,
Team Ruimte, Wonen en Grond
Zaaknummer: 2022-037727
pagina 5 van 6
Toelichting t.b.v. de gemeente: inschrijven in openbare registers Onderstaande eisen hebben betrekking op de voor het Kadaster bestemde stukken die op papier voor inschrijving worden aangeboden. 1. Het besluit moet voorzien zijn van een verklaring van eensluidendheid; 2. Het besluit moet ongevouwen zijn; 3. Bijlagen groter dan A4-formaat (maar kleiner dan of gelijk aan A0-formaat) als afzonderlijk afschrift bijvoegen. Deze zullen, net als het stuk waarvan de bijlage deel uitmaakt, de verklaring van eensluidendheid moeten bevatten; 4. Onder een besluit van een gemeente moet worden verklaard dat het besluit onherroepelijk is; 5. Het besluit zal nagenoeg altijd ondertekend moeten worden door de burgemeester en de gemandateerde secretaris voor de uitvoering van dit besluit. De verklaring van eensluidendheid Het besluit zal nagenoeg altijd ondertekend moeten worden door de burgemeester en de gemandateerde secretaris voor de uitvoering van dit besluit. In de Uitvoeringsregeling Kadasterwet (art.3, lid 3) is bepaald dat een verklaring van eensluidendheid moet worden getekend door de ondertekenaar(s) van het stuk, dan wel door één (of meer) personen die daartoe uitdrukkelijk in het stuk gemachtigd zijn.
De verklaring moet de volledige voornamen en namen met woonplaats en adres bevatten van degene die de verklaring ondertekent (adres van de betreffende gemeente mag worden opgevoerd) en wordt als laatste geplaatst op de voor het Kadaster bestemde stukken. Een notaris mag de verklaring eveneens tekenen. Voorbeeld ondertekening Ondergetekende/n, …………. (voornamen en naam voluit), burgemeester van de gemeente ……, ………… (mag adres van de gemeente zijn), en ……… (voornamen en naam voluit), secretaris van de gemeente ……….. , ……… (mag adres van de gemeente zijn), verklaart/verklaren dat bovenstaand afschrift eensluidend is met het ter inschrijving aangeboden stuk.
Zaaknummer: 2022-037727
pagina 6 van 6