04b-99-Bijlage transitievisie_warmte_roosendaal_1.0.pdf
Tekst van het document
Transitievisie Warmte 1.0 Roosendaal
Transitievisie Warmte 1.0 Roosendaal
Voorwoord Met de transitie naar het verwarmen zonder aardgas staan we voor een enorme opgave vol kansen en uitdagingen. Stap voor stap gaan we samen aan de slag om uiteindelijk in 2050 geen aardgas meer te gebruiken. Nu is 2050 nog ver weg, maar gezien de omvang de transitie zullen we deze tijd zeker nodig hebben. Alle reden dus om nu de eerste stappen te zetten. Hierbij richten we ons op stappen die op dit moment al haalbaar en betaalbaar zijn en op kansen die voorbij komen, zoals grootschalige renovaties of nieuwbouw. Intussen staat de wereld niet stil en verwachten we nog veel ontwikkelingen, zoals technische innovaties en nieuwe wetgeving. Daarom zullen we onze visie steeds aanscherpen en steeds meer delen van de puzzel op de juiste plek kunnen leggen. Het is belangrijk dat we nu die stappen zetten. Maar niet gehaast en onder druk. Dus we nemen u als inwoner graag mee in zoveel mogelijk stappen richting een aardgasvrij Roosendaal. Voor dit traject werken we met een pragmatische aanpak. De wereld verandert snel en er komen kansen op ons af die we gezamenlijk zullen aangrijpen. De acties die we ondernemen bespreken we met elkaar, zijn haalbaar en betaalbaar waarbij de gemeente ook mee zal denken over en werken aan financiële ondersteuning. De uitvoering van deze acties passen we ook aan op iedere locatie.
We realiseren ons dat de overgang naar aardgasvrij voor bewoners en bedrijven een flinke stap kan zijn en dat u hier vragen over heeft. De komende periode willen we graag met u in gesprek om te kijken hoe we kunnen werken aan een comfortabel(er) huis en duurzame bedrijvigheid, zónder aardgas. Wethouder Klaar Koenraad
04
Inhoud 1.
Voorwoord....................................................................................................................................... 4
2.
Inleiding............................................................................................................................................ 6
Deel I: Waar staan we nu?.............................................................................................................. 9 3.
De weg naar aardgasvrij................................................................................................................ 9
4.
Huidige situatie in Roosendaal................................................................................................... 12
5.
Regionale Energie Strategie........................................................................................................ 14
6.
Aanwezige warmtebronnen........................................................................................................ 15
7.
Met wie werken we samen?........................................................................................................ 16
8.
Wat vinden inwoners?.................................................................................................................. 19
Deel II: Beleidskeuzes..................................................................................................................... 21 9.
Leidende principes bij de warmtetransitie............................................................................... 21
Deel III: Aanpak..................................................................................................................................25 10. Aanknopingspunten......................................................................................................................25 11. Kansgebieden om te starten.......................................................................................................28 12. Wat is de rol van de gemeente...................................................................................................34 13. Wat heeft de gemeente nodig?..................................................................................................35
Deel IV: Vervolg.................................................................................................................................36 14. Vervolg.............................................................................................................................................36
Bijlage 1: Alternatieven voor aardgas................................................................................................39
05
2. Inleiding In Nederland werken we hard aan verduurzaming. Het is een uitdaging waar iedereen mee in aanraking komt. We verduurzamen om onze negatieve invloed op het klimaat te beperken. Tegelijkertijd is de verduurzaming een unieke kans om in brede zin onze leefomgeving te verbeteren. Denk maar aan een betere luchtkwaliteit, comfortabeler wonen met een lagere energierekening, een grotere biodiversiteit en meer werkgelegenheid. We hebben in Nederland belangrijke afspraken vastgelegd in het Klimaatakkoord uit 2019. Een van die afspraken is dat we in Nederland in 2050 geen aardgas meer zullen gebruiken. In 2030 moeten we 49 procent minder CO2 uitstoten in vergelijking met 1990. In datzelfde jaar willen we anderhalf miljoen woningen van het aardgas hebben gehaald. We gaan niet alleen van aardgas af voor een duurzamere wereld, maar ook omdat de gaswinning in Groningen gaat stoppen en omdat er binnen Europa te weinig gas is voor wat we gebruiken. Daardoor zijn we nu afhankelijk van import uit Rusland, de Verenigde Staten en het Midden-Oosten. Minder aardgas gebruiken is dus niet alleen goed voor het klimaat, maar ook voor het versterken van onze eigen economische positie. De transitie van het verwarmen met aardgas naar verwarmen met duurzame warmte noemen we de warmtetransitie.
De warmtetransitie is een onderdeel van de bredere energietransitie, waar bijvoorbeeld ook het verduurzamen van onze elektriciteitsproductie, vervoer en industrie bij horen. De rijksoverheid is op basis van de afspraken uit het Klimaatakkoord subsidieregelingen en wetten aan het maken. Nederland is verdeeld in dertig energieregio’s en per regio stellen de gemeenten een Regionale Energie Strategie (RES) op, waarin ze de aanpak van de energietransitie uitwerken. In de warmtetransitie hebben gemeenten de regie gekregen. Doel Transitievisie Warmte Alle gemeenten in Nederland hebben vanuit het rijk de opdracht gekregen om voor het einde van 2021 een Transitievisie Warmte op te stellen. Deze transitievisies laten zien in welke wijken, wanneer en hoe de gemeente samen met de inwoners en andere belanghebbenden aan de slag gaat om ze aardgasvrij te maken of daarop voor te bereiden. De Transitievisie Warmte verkent ook welke alternatieven voor aardgas daarvoor het meest kansrijk lijken. Daarnaast worden in de Transitievisie Warmte uitgangspunten vastgelegd en rollen bepaald. De Transitievisie Warmte biedt daarmee handvatten om in specifieke wijken of buurten projecten te starten. De Transitievisie Warmte is hierin richtinggevend, niet bepalend. Door nieuwe informatie, innovaties of verandering in wetgeving kunnen projecten gaandeweg een andere route richting aardgasvrij volgen.
06
Ontwikkeling wetgeving De huidige wetgeving rondom het leveren van warmte is met name gericht op het beschermen van consumenten die warmte als product geleverd krijgen van een leverancier. Er zijn op dit moment nog geen spelregels, instrumenten of verplichtingen vastgelegd waarmee de gemeente wijken ook daadwerkelijk richting aardgasvrij kan laten bewegen. Dit beperkt de mogelijkheden van de gemeente om daadwerkelijk stappen te zetten richting aardgasvrij. De wetgeving voor collectieve warmte is wel in ontwikkeling en uit de conceptversie blijkt dat het speelveld flink op de schop gaat, ook wat betreft de rol, mogelijkheden en verplichtingen van gemeenten. Zowel de inhoud als de goedkeuring van de wet zijn echter nog onzeker. Dit kan het verloop van de warmtetransitie beïnvloeden. Ontwikkeling Financiering Naast de wetgeving is ook de financiering van de warmtetransitie nog volop in beweging. Binnen de warmtetransitie is nu voor een beperkt aantal projecten financiële ondersteuning beschikbaar en er zijn subsidies en leningen voor woningcorporaties, inwoners en VvE’s om woningen te verduurzamen. De huidige set van financieringsinstrumenten ontwikkelt zich nog door om breder toepasbaar te zijn. Om de warmtetransitie voor inwoners financieel haalbaar en betaalbaar te houden, zijn forse investeringen in de bijbehorende infrastructuur nodig.
Zowel over de hoogte van deze kosten zelf, als over de verdeling ervan tussen rijk, gemeenten, netbeheerders, energieleveranciers en gebouweigenaren moeten er goede afspraken komen. Daarnaast maken gemeenten kosten om het proces van de warmtetransitie te begeleiden en daar zijn nog geen financiële middelen voor beschikbaar. Ook hier verwachten we de komende tijd wel ontwikkelingen. Uitgangspunt voor deze Transitievisie Warmte Zoals hierboven kort en in Hoofdstuk 13 nader beschreven, beschikt de gemeente nog niet over de instrumenten om de warmtetransitie voor alle wijken op te starten. Daarom richten we ons in deze versie van de transitievisie op: a) Projecten die kansrijk zijn met huidige wetgeving en financiële middelen; b) “No-regret” maatregelen zoals isolatie, die we gemeentebreed inzetten; c) Mogelijkheden om ervaring op te doen; d) Een vooruitblik zodat inwoners, installateurs en corporaties weten waar en wanneer ze welke stappen richting aardgasvrij kunnen verwachten. Ontwikkeling Transitievisie Warmte De Transitievisie Warmte zal meegroeien met de ontwikkelingen van de warmtetransitie en regelmatig worden bijgewerkt, zoals nader omschreven in Hoofdstuk 14. In elke versie zal de route naar aardgasvrij in de gemeente Roosendaal concreter zijn.
Met wie hebben we deze visie opgesteld? De conceptversie van de Transitievisie Warmte is opgesteld op basis van input van een brede groep van betrokken partijen in de regio, waaronder woningcorporaties, Enexis Netbeheer, lopende initiatieven rondom verduurzaming, Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal, afdelingen van de gemeente Roosendaal en regionale initiatieven.
07
Vervolgens hebben een klankbordgroep en stuurgroep de conceptversie in twee rondes doorgenomen. Beide groepen bestonden uit vertegenwoordigers van Stichting Energietransitie Roosendaal, Woningcorporatie Alwel en de gemeente Roosendaal. In de klankbordgroep was aanvullend ook Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal vertegenwoordigd. Met overige betrokken partijen is tijdens het proces individueel afgestemd. Leeswijzer De visie is opgedeeld in vier delen. • Deel I geeft inzicht in de huidige situatie in Roosendaal en beschrijft het landelijk ........... perspectief. • Deel II beschrijft de principes en keuzes die we maken. • Deel III gaat over de kansgebieden. • Deel IV beschrijft het vervolg: de stappen na deze visie.
08
Deel I Waar staan we nu? 3. De weg naar aardgasvrij Van aardgas af betekent eerst isoleren In Nederland zijn we gewend om gebouwen (huizen en utiliteitsgebouwen) te verwarmen op aardgas met een cv-ketel die het water in het warmtesysteem opwarmt tot hoge temperatuur (80 tot 90 graden Celsius). Deze warmte wordt gebruikt voor de verwarming en het tapwater. Dit is nodig omdat de meeste gebouwen met de isolatieeisen van vroeger zoveel warmte verliezen dat het alleen warm te houden is als het verwarmingssysteem continu veel nieuwe warmte afgeeft. Dat kan alleen met een hoge temperatuur in het verwarmingssysteem. Om een gebouw aardgasvrij te kunnen maken, is vaak eerst betere isolatie nodig. Want als er lagere temperatuur door het verwarmingssysteem stroomt, is het belangrijk dat er zo min mogelijk warmte verdwijnt door onder andere dak, muren en ramen (isoleren). Ook is er vaak een ander afgiftesysteem nodig (radiatoren, vloerverwarming), dat genoeg warmte kan afgeven. Verwarming met verschillende temperaturen Hoge-temperatuur verwarming. Van lage-temperatuur verwarming is sprake als de temperatuur van het verwarmingssysteem tussen de 30 en 55 graden ligt. Midden-temperatuur is tussen de 55 en 75 graden, boven de 75 graden is er sprake van hoge-temperatuur.
In een ideale situatie zouden we alle gebouwen met een lage temperatuur verwarmen omdat dit efficiënter is, maar dit is niet altijd mogelijk. In oudere woningen zijn de kosten voor de isolatie vaak relatief hoog en in sommige gevallen is het gewoon niet mogelijk om afdoende te isoleren. Bijvoorbeeld omdat er geen ruimte is of omdat het een monument
09
betreft. Er zal daarom per buurt naar de gebouwen gekeken moeten worden om te bepalen welk isolatieniveau haalbaar is en naar de beschikbare bronnen voor duurzame warmte. Alternatieven voor aardgas op hoofdlijnen Grofweg zijn er drie alternatieven voor aardgas (zie een uitgebreide toelichting bijlage 1): • Individuele oplossingen: dit zijn meestal volledig elektrische oplossingen zoals infrarood panelen of een warmtepomp. Volledige elektrische oplossingen werken met een lagere temperatuur in het verwarmingssysteem. • Collectief warmtenet: gevoed vanuit een of meerdere warmtebronnen, bijvoorbeeld restwarmte van industrie of energiecentrale, bodem (warmte en koude opslag), aardwarmte, biomassaketel, oppervlaktewater, rioolwater, waterzuivering, eventueel aangevuld met een centrale warmtepomp om temperatuur te verhogen. Afhankelijk van de bron kunnen collectieve oplossingen verschillende temperaturen aanbieden aan de afnemers. De minimale schaal van een warmtenet hangt sterk af van de opzet. Een warmtenet op basis van warmte uit de ondiepe bodem wordt vaak toegepast voor het verwarmen van tientallen tot honderden woningen, een warmtenet op basis van restwarmte van bedrijven vereist meestal een grotere schaal (honderden tot duizenden woningen) om rendabel te zijn. • Duurzaam gas: waterstof of groengas.
Verwarmen met waterstof of duurzaam gas groengas) is qua werkwijze vergelijkbaar met aardgas. Groengas is echter beperkt beschikbaar en waterstof wordt vooralsnog met name voor industriële toepassingen gebruikt. Met het verwarmen van gebouwen met waterstof wordt momenteel geëxperimenteerd. Maar zeker nog tot 2030 zal er onvoldoende waterstof beschikbaar zijn om op grote schaal gebouwen te kunnen verwarmen. En het is voor beide duurzame gassen nog de vraag hoe het er na 2030 voorstaat met de beschikbaarheid. Complexe keuze De keuze voor een alternatief voor aardgas is complex. Elke techniek heeft zijn voor- en nadelen en raakt inwoners in de persoonlijke leefomgeving. Wat de beste oplossing is voor een wijk, buurt of woning hangt niet alleen af van technisch-economisch aspecten, maar ook van het draagvlak van inwoners. Iedere individuele inwoner kan een eigen beeld hebben van wat het beste alternatief voor aardgas is, want voor- en nadelen kunnen per persoon verschillend worden ervaren. In bijlage 1 zijn de alternatieven voor aardgas te vinden. Isolatie altijd wenselijk Idealiter gebeurt het verwarmen van gebouwen met een lagere temperatuur in het verwarmingssysteem dan die in het traditionele systeem met een cv-ketel. Duurzame bronnen die een hoge temperatuur kunnen leveren zijn kostbaar en schaars, dus het is verstandig om daar zuinig mee om te gaan.
Figuur 1 toont per energielabel hoeveel woningen verwarmd kunnen worden met 1TWh (1 miljard kWh, ofwel Kilowattuur).
1TWh =
of
of
320.000 woningen
100.000 woningen
A++
A
of C 80.000 woningen
Figuur 1. Hoeveelheid woningen die verwarmd kunnen worden met 1TWh per energielabel klasse
10
G 50.000 woningen
Dit overzicht onderstreept nog eens dat het isoleren van gebouwen cruciaal is voor de warmtetransitie. En dat geldt net zo goed voor gebouwen die met een hoge temperatuur verwarmd blijven worden. Veel isolatiemaatregelen verdienen zichzelf terug door een lager energieverbruik en zijn daarom zogenoemde “no-regret” maatregelen. Deze maatregelen zijn altijd goed om te nemen, ook als nog niet bekend is welk alternatief aardgas zal gaan vervangen. Goed inregelen kan veel besparen Veel cv-ketels en radiatoren zijn niet optimaal ingesteld, waardoor de ene kamer te heet wordt en de andere te koud blijft. Dit scheelt niet alleen comfort maar zorgt ook voor een hoger verbruik. Het goed inregelen van de cv-ketel en radiatoren (“waterzijdig inregelen”) kan het energieverbruik met 5 tot 15 procent verlagen en zal het wooncomfort verhogen. In huizen waar het isolatieniveau al redelijk of goed is kan het structureel verlagen van de aanvoertemperatuur van de HR ketel van 80 graden naar 60 nog eens 6 procent besparing op het gasverbruik opleveren. Mechanische ventilatie en Warmteterugwinning (WTW) De energiebehoefte van woningen kan ook verlaagd worden door een slim ventilatiesysteem te installeren. Via traditionele ventilatieroosters gaat warmte verloren, óók als er geen noodzaak is voor verversing van lucht.
Een CO2 gestuurde ventilatie bepaalt zelfstandig wanneer het nodig is om te ventileren en stopt wanneer ventilatie niet meer nodig is. De warmtebehoefte kan verder beperkt worden door warmte terug te winnen uit afgevoerde ventilatielucht of afgevoerd warm water (douche/bad). Uit afgevoerde lucht en water is nog veel bruikbare warmte te halen die de energiebehoefte van een gebouw sterk kan reduceren.
Koken Aardgas wordt in veel woningen ook gebruikt voor het koken. Hoewel koken minder aardgas verbruikt dan verwarmen, is een alternatief voor koken met gas natuurlijk wel nodig om een woning aardgasvrij te kunnen maken. Het alternatief voor koken op aardgas is koken op elektriciteit, meestal met een inductiekookplaat. Het vervangen van een gaskookplaat door een elektrische kan altijd, los van eventuele andere maatregelen richting aardgasvrij. Soms is er wel een aanpassing in de meterkast nodig.
11
4. Huidige situatie in Roosendaal De gemeente Roosendaal telt ruim 35.000 woningen, verdeeld over de stad en omliggende dorpen. De woningvoorraad binnen de gemeente is erg divers: in het centrum van de stad en in de dorpskernen staan veel oudere gebouwen. Sommige buurten zijn hier erg gevarieerd qua woningtype. Buiten het centrum van de stad ligt een aantal buurten die gebouwd zijn tussen 1970 en 1995. In deze buurten is de bouw homogeen: er staan veel dezelfde soort woningen. In de dorpskernen is het beeld vergelijkbaar, zij het op kleinere schaal. Aan de buitenranden van de stad en de dorpskernen kleuren de jongste huizen de kaart van figuur 2 donkergroen. Van de 35.000 woningen in de gemeente zijn er circa 10.000 in het bezit van woningcorporaties, waarvan woningcorporatie Alwel het overgrote deel bezit. Dit bezit is verspreid over bijna alle buurten in de gemeente. De rest van de corporatiewoningen is van Stadlander. Figuur 2 toont de energielabels en de dichtheid van de bebouwing in de gemeente. Het maakt in een oogopslag duidelijk waar de grootste isolatieopgaven liggen. Hoe slechter (rood) het label, hoe meer er geïsoleerd moet worden.
A, A+ en A++ B C D E F G
Figuur 2. Energielabels Roosendaal in kaart
12
Bedrijventerreinen Roosendaal kent een aantal grote bedrijventerreinen met onder meer grote logistieke bedrijven: Borchwerf-Noord, Borchwerf-Zuid, Majoppeveld-Noord en Majoppeveld-Zuid. Op het kleinere bedrijventerrein Vijfhuizenberg is kleine bedrijvigheid gevestigd. Aan de westkant van de stad liggen recreatiegebied de Stok en de Designer Outlet Roosendaal, waar winkels zijn gevestigd.
Verschillende wijken Er bestaan verschillende overzichten die per buurt een beeld geven van de vereiste temperatuur om woningen te kunnen verwarmen, plus de opties om dit te realiseren. Het zijn uitgebreide studies, maar ze geven nog onvoldoende informatie, met name over de daadwerkelijke beschikbaarheid van (duurzame) energiebronnen. Uit de studies komt naar voren dat voor een groot deel van de stadswijken in Roosendaal een midden of hoge temperatuur nodig is om woningen goed te verwarmen, omdat er veel oudere woningen staan die minder goed geïsoleerd zijn. Door de hoge isolatiekosten is het geschikt maken van deze woningen voor verwarming op lage temperatuur (allelectric) dus kostbaar. Bovendien is vergaande isolatie van oudere woningen soms überhaupt niet mogelijk. Aan de andere kant levert isolatie van oude woningen wel grote besparingen op door het lagere energieverbruik. In oude wijken is de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk (de stroomvoorziening bij all-electric) echter wat kleiner, dat is ook iets om rekening mee te houden. In een aantal jongere buitenwijken is de isolatie al zo goed dat all-electric oplossingen een realistische optie zijn. Hierbij moet we wel rekening houden met de benodigde capaciteit van het elektriciteitsnetwerk en factoren ter plekke, zoals het inpassen van de benodigde apparatuur in de woningen.
De gebouwen in de dorpskernen en het buitengebied zijn best een uitdaging. De isolatie van deze gebouwen is erg wisselend, maar over het algemeen niet zo goed. Daarnaast staan de woningen ver uit elkaar. Dit maakt een collectieve oplossing zoals een warmtenet niet zo eenvoudig. Zoals we eerder al constateerden: het isoleren van oudere woningen voor een individuele all-electric oplossing is kostbaar, maar kan ook een grote besparing opleveren.
13
5. Regionale Energie Strategie De elektriciteits- en warmtetransitie gaat over de gemeentegrenzen heen. Daarom werken wij in de regio West-Brabant als gemeenten en een groot aantal andere partijen aan een Regionale Energiestrategie (RES) om te zorgen dat de verschillende initiatieven goed op elkaar aansluiten. Zo zijn er grootschalige regionale bronnen aanwezig, die tussen de verschillende gemeenten verdeeld moeten worden. De RES is dan ook een belangrijk uitgangspunt voor deze Transitievisie Warmte. Andersom hebben de keuzes in deze Transitievisie Warmte weer impact op de volgende versie van de Regionale Energie Strategie. Specifiek voor de warmtetransitie staat er een aantal afspraken in de Regionale Energie Strategie. Dit zijn: 15% besparen op warmte We willen in de regio West-Brabant in 2030 15 procent minder energie verbruiken voor verwarming dan in 2019. Bespaarde warmte hoeft niet te worden geproduceerd en verdient zich in principe terug via de energierekening. Deze ambitie vraagt om toepassing van grootschalige isolatiemaatregelen, zoals vergaande isolatie van daken, (spouw)muren, vloeren, kozijnen, isolatieglas en warmteterugwinning. Zo maken we onze woningen geschikt om te verwarmen met systemen met een lagere temperatuur. Bij verwarmen op lage temperatuur treedt zoals gezegd minder warmteverlies op dan bij een traditioneel verwarmingssysteem.
Regionale warmtenetten Regionale warmtenetten komen naar voren als potentieel voordelige optie voor onze regio1. In de regio zijn er verschillende bronnen beschikbaar (en deels al in gebruik) om warmte aan een regionaal warmtenet te leveren. Of uitbreiding van het bestaande regionale warmtenet mogelijk is, wordt nog onderzocht. Daarbij wordt ook bekeken of een leiding naar Roosendaal een optie is. In 2023 wordt hier naar verwachting een besluit over genomen in de RES. Dit besluit heeft flinke impact op hoeveel en welke wijken in onze gemeente een aansluiting op een warmtenet kunnen krijgen. Zoveel mogelijk gebruik lokale hernieuwbare warmtebronnen Het doel is om zoveel mogelijk lokale hernieuwbare warmtebronnen te benutten, bijvoorbeeld uit water, bodem of lucht. Voor biomassa geldt de ambitie om vanaf 2030 alleen nog Nederlandse of Vlaamse biomassa te gebruiken. De verwerking van buitenlandse biomassa, warmte uit afval en aardgas zijn transitieoplossingen die in de tussentijd kunnen bijdragen aan de warmtetransitie. Experimenten voor warmte We willen in de regio West-Brabant tot 2030 minimaal tien experimenten op het gebied van warmte realiseren. Daar zullen ook experimenten met opslag en conversie van energie bij zitten. Denk bijvoorbeeld aan het omzetten van elektriciteit uit wind of zon in waterstof.
Duurzaam opgewekte energie die niet direct wordt gebruikt, kan zo worden opgeslagen om later te gebruiken. Dat kan nodig zijn bij pieken in de energievraag of als er minder duurzame energie wordt opgewekt, omdat er bijvoorbeeld weinig wind en zon is. De experimenten moeten een aardgasbesparing opleveren die net zo groot is als het verbruik van 10.000 huishoudens. De bedoeling is ook dat de experimenten lokale en regionale bedrijven stimuleren om te innoveren. 1
14
MKBA Warmtetransitie West-Brabant en Hart van Brabant, SEO, 2020
6. Aanwezige warmtebronnen In de RES van de regio West-Brabant zijn de warmtebronnen geïdentificeerd in de regio. In de gemeente Roosendaal is het aantal bronnen beperkt. Lokale Energiebronnen Afvalverbranding PreZero (voorheen GDF Suez) De grootste bron binnen de gemeente Roosendaal is de afvalverbranding door PreZero. Dit is ook de bron van het bestaande warmtenet van Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal, dat warmte levert aan Stadsoevers. Bij zowel PreZero als in de hoofdinfrastructuur van het bestaande warmtenet is nog capaciteit beschikbaar om ook warmte aan andere wijken te leveren. PreZero onderzoekt momenteel samen met ondernemers in de glastuinbouw in Dinteloord en Steenbergen de mogelijkheid om warmte en CO2 te leveren aan de glastuinbouw. Dit betekent dat een deel van de nu nog overtollige restwarmte van PreZero straks mogelijk niet inzetbaar zal zijn voor Roosendaal. In het proces van afvangen en leveren van CO2 ontstaat naar verwachting ook weer nieuwe restwarmte, waardoor PreZero alsnog een belangrijke bron voor warmte kan blijven voor de gemeente Roosendaal. Er is op dit moment dus onduidelijkheid over de aanvullende capaciteit die PreZero in de toekomst kan leveren. Andere lokale bronnen In Roosendaal zijn veel bedrijven in de logistiek actief, maar dit levert geen bruikbare restwarmte op.
In de RES worden een productiebedrijf en een datacentrum als potentiële bron voor restwarmte genoemd. Hier is echter nog beperkt onderzoek naar gedaan en de omvang van deze bronnen is naar verwachting relatief klein, waardoor de potentie van deze bronnen op korte termijn beperkt is. De potentie van warmte koudeopslag (WKO) en aardwarmte (geothermie) is nog niet in kaart gebracht. Daar is nog verdiepend onderzoek voor nodig.
Regionale Energiebronnen Industriecluster In de regio West-Brabant zijn diverse andere potentieel grote warmtebronnen aanwezig, met name in het industriecluster Moerdijk. Voor het transport naar Roosendaal is een regionaal warmtenet nodig. Daar wordt onderzoek naar gedaan, zoals hiervoor beschreven in het hoofdstuk over de Regionale Energiestrategie. Waterstof In de regio West-Brabant wordt waterstof alleen voor industriële toepassing geproduceerd. Langs Roosendaal ligt een transportleiding voor waterstof die hiervoor wordt gebruikt. Voor grootschalige verwarming van gebouwen is naar verwachting tot 2030 niet voldoende duurzaam geproduceerde waterstof beschikbaar. Tot die tijd zal er waarschijnlijk alleen geëxperimenteerd worden. De beschikbare capaciteit ná 2030 is nog onzeker. Er zijn in de regio wel plannen voor grootschalige productie van waterstof, maar die bevinden zich nog in het beginstadium. Het is dus nog onzeker óf en wanneer deze plannen gerealiseerd worden. Geothermie Op regionaal niveau wordt er onderzoek gedaan naar de potentie van geothermie. Dit is een potentiële bron voor lokale of regionale warmtenetten (zie bijlage 1 voor meer informatie). De resultaten hiervan worden nog in 2021 verwacht.
15
7. Met wie werken we samen? De warmtetransitie is een opgave die de hele maatschappij raakt. We kiezen daarom ook voor een brede samenwerking. Inwoners De inwoners staan centraal in de uitwerking van de plannen. Zij krijgen immers te maken met de veranderingen op weg naar aardgasvrij. Dat we deze opgave samen met de inwoners aanpakken heeft belangrijke voordelen: • Het vergroot het draagvlak • De uitvoerbaarheid wordt groter • Het verlaagt de kosten We kiezen voor een adaptieve aanpak: we stellen bij als dit haalbaar en zinvol is, of als het nodig voor het draagvlak onder inwoners. De benodigde aanpassingen aan de woningen, zoals isolatiemaatregelen en aanpassingen van technische installaties stemmen we af met inwoners. De gemeente ondersteunt inwoners in de stappen naar een aardgasvrije woning. Dat doen we onder andere door ze te informeren over het verduurzamen van de woning en door ze in wijken of buurten te koppelen aan andere partijen, zoals woningcorporaties en (potentiële) warmteleveranciers die inwoners kunnen helpen. Dat kan gaan om kennis, de mogelijkheid om aan te sluiten bij lopende initiatieven of schaalvoordelen.
Stichting Energietransitie Roosendaal De Stichting Energietransitie Roosendaal (StER) is een initiatief van inwoners van de gemeente Roosendaal. Deze stichting heeft als doel om de energietransitie in de gemeente Roosendaal te bevorderen en te versnellen. Onder energietransitie verstaat de StER de omslag van een fossiele energiehuishouding naar een duurzame CO2-neutrale huishouding. De StER tracht haar doel onder meer te bereiken door: • het stimuleren en gidsen van inwoners bij het verduurzamen van hun energieverbruik en het nemen van initiatieven om burgers actief te betrekken bij projecten die gericht zijn op de energietransitie en de verduurzaming van hun energieverbruik; • het verzorgen van voorlichting en het geven van onafhankelijk advies op maat door burgers aan burgers over de mogelijkheden om hun energieverbruik te verduurzamen; • het geven van invulling aan de energietransitie en het leveren van een bijdrage aan oplossingen voor de klimaatverandering; • het vaststellen van knelpunten voor inwoners en het daarop ondernemen van initiatieven; • het stimuleren van partijen en de gemeente Roosendaal om activiteiten te ondernemen om burgers bij deze transitie behulpzaam te zijn; • het opleiden en aansturen van energie-ambassadeurs; • het samenwerken met uitvoerende organisaties die bijdragen aan het verduurzamen van het energieverbruik van burgers van de gemeente
Roosendaal.
Bedrijven De warmtetransitie is ook nodig bij bedrijfsgebouwen. Kleine bedrijven binnen woonwijken, zoals winkels en (kleine) kantoren gaan in principe mee in de ontwikkelingen van de wijk en worden net als inwoners betrokken in het opstellen en uitvoeren van de plannen.
16
Voor de Roosendaalse bedrijventerreinen is een afzonderlijke aanpak nodig en daar gelden in sommige gevallen ook andere eisen vanuit de overheid. Zo moeten kantoorgebouwen van meer dan honderd vierkante meter in 2023 een energielabel C of zuiniger hebben. De handhaving van deze verplichting ligt bij de gemeente. Bedrijfsgebouwen zijn over het algemeen minder uniform dan woningen en ook het gebruik van het gebouw kan veel invloed hebben op de vraag naar warmte (of koude). Zo vraagt een supermarkt veel koeling. Bij bedrijven in de productie- en logistiek kan de vraag naar warmte en koude sterk afhangen van het geproduceerde of opgeslagen product. Bedrijfsgebouwen met een grote vraag naar warmte of koeling kunnen interessant zijn om te verduurzamen. Samen met bedrijven zullen we onderzoeken in hoeverre een collectieve oplossing haalbaar en gewenst is. Samenwerking kan tot lagere kosten leiden, maar gezien de onderlinge verschillen ook tot beperkingen. Naast partner in het verduurzamen van de eigen gebouwen, zijn bedrijven ook belangrijke partners in het verduurzamen van de hele stad. De warmtetransitie zal veel werk opleveren en daar kunnen lokale en regionale bedrijven aan bijdragen, waardoor ook de regionale economie en werkgelegenheid gestimuleerd worden. Samenwerking hierin kan bijvoorbeeld bijdragen aan scholing van het personeel met de vereiste vakkennis.
Woningcorporaties Op nationaal niveau is afgesproken dat woningcorporaties tot 2022 bijdragen om 100.000 woningen extra aardgasvrij te maken en aan te sluiten op bestaande warmtenetten. Daarvoor is het Startmotorkader opgesteld, in samenwerking met gemeenten en partijen uit de huur-, bouw- en energiesector. Los daarvan zijn woningcorporaties erg actief met het verduurzamen van het woningbezit. Woningcorporaties zijn daarom een belangrijke partner in de warmtetransitie. In de gemeente Roosendaal zijn twee woningcorporaties actief. Alwel verhuurt circa 10.000 woningen in onze gemeente. Stadlander verhuurt binnen onze gemeentegrenzen ongeveer 200 woningen, in Wouw. Alwel en Stadlander richten zich bij groot onderhoud aan woningen momenteel op het isoleren tot energielabel A. De komende vijftien jaar zal Alwel in combinatie met groot onderhoud een fors aantal woningen isoleren. Bovendien worden er woningen gesloopt en vervangen door nieuwbouw. De nieuwbouw zal aardgasvrij worden opgeleverd. Er is in het verleden een verkenning gedaan om circa 1.000 woningen van Alwel in de Westrand aan te sluiten op het warmtenet en daarmee aardgasvrij te maken. Dit heeft tot op heden nog geen vervolg gekregen.
Enexis Netbeheer Enexis is de eigenaar van het elektriciteits- en gasnetwerk in de gemeente Roosendaal. Hun betrokkenheid bij de warmtetransitie is belangrijk, om nu en in de toekomst knelpunten te voorkomen in het elektriciteits- en gasnetwerk. Alternatieve warmteoplossingen zullen mogelijk aanvullende capaciteit op het elektriciteitsnetwerk vereisen, hiervoor is nauwe afstemming noodzakelijk. In jongere wijken is er over het algemeen meer ruimte op het elektriciteitsnetwerk dan in oudere
17
wijken. We moeten bovendien rekening houden met andere ontwikkelingen, zoals teruglevering van stroom van zonnepanelen en het opladen van elektrische auto’s. Eventueel benodigde uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk moeten waar mogelijk in de meerjarenplanning van Enexis worden ingepast. Vanwege de grote impact op de ondergrondse en bovengrondse infrastructuur moet Enexis Netbeheer op tijd betrokken worden bij de analyses, de voorbereidingen en de uitvoering van de Wijkuitvoeringsplannen. Hiermee kan Enexis Netbeheer de kosten, de werkzaamheden en een realistische planning daarvoor aangeven. Het gasnetwerk van Enexis in de gemeente Roosendaal is in goede staat. Enexis onderhoudt dit doorlopend en vervangt onderdelen waar nodig. Er zijn geen grootschalige onderhoudswerkzaamheden gepland, waarin in een keer het hele gasnetwerk van een wijk of buurt wordt aangepakt. Enexis bepaalt ook geen einddatum voor het gasnetwerk in een bepaalde wijk of buurt. Pas als blijkt dat het gasnetwerk niet meer nodig is, zullen ongebruikte delen worden opgeruimd.
Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal (DER) levert sinds 2014 via haar warmtenet warmte aan nieuwbouwwoningen en de onderwijsinstelling Curio in de buurt Stadsoevers. Het gaat hierbij om restwarmte van de nabijgelegen afvalverbranding van PreZero, waarvoor een lange termijn contract is afgesloten. DER is opgericht om de warmte te leveren in de buurt Stadsoevers en is volledig eigendom van de gemeente Roosendaal. We hebben verschillende opties voor uitbreiding van dit bestaande warmtenet onderzocht. Deze Transitievisie Warmte geeft verschillende aanknopingspunten om verder aan de slag te gaan met een dergelijke uitbreiding.
Lokale initiatieven Diverse enthousiaste inwoners van de gemeente Roosendaal zijn uit eigen beweging aan de slag met de warmtetransitie. Deze inwonersinitiatieven versterken het draagvlak voor verduurzaming en de warmtetransitie. Deze inwoners willen zelf een stap zetten, en zijn vaak goed in staat om hun brede buurt te mobiliseren. We stimuleren daarom lokale initiatieven van inwoners en ondersteunen bestaande initiatieven met kennis en middelen.
18
8. Wat vinden inwoners? Als gemeente hebben we de inwoners bevraagd over de warmtetransitie: In hoeverre zijn ze zelf al aan de slag met de opgave? Hoe kijken ze naar de overgang richting aardgasvrij? En wat vinden ze belangrijk in de stappen richting aardgasvrij? Deze inbreng is verwerkt in de beleidskeuzes zoals beschreven in hoofdstuk 9. De enquête is uitgevoerd in april 2021 via het digipanel van de gemeente - een digitaal burgerpanel waarin we de Roosendalers regelmatig om input vragen over verschillende onderwerpen. 1175 Roosendalers hebben deelgenomen, grotendeels eigenaren van een koopwoning (ca. 87%).
De resultaten: 1 Het merendeel van de inwoners is al bezig met het verduurzamen van hun woning of leefstijl (zonnepanelen, isolatie van de woning, etc.), of ze hebben daarvoor plannen.
Heeft u zelf al maatregelen genomen om uw woning te verduurzamen?
Ik heb al veel maatregelen genomen
21%
24%
7%
Ik heb al enkele maatregelen genomen Ik heb nog geen maatregelen genomen
48%
maar ik ben dit wel van plan Ik heb nog geen maatregelen genomen en heb daar geen plannen voor
Ruim 80 procent van de respondenten zegt volledig of gedeeltelijk (respectievelijk 17% en 67%) op de hoogte te zijn van de Nederlandse ambities en maatregelen richting aardgasvrij. Een kleine groep is niet op de hoogte. Bij de overstap richting aardgasvrij denken deelnemers voornamelijk aan de technische ingrepen die gedaan moeten worden aan hun huis en de noodzaak van isoleren, alsook aan de kosten die dit met zich mee gaat brengen. 2 De deelnemers denken zeer verschillend over de opgave. Een derde kijkt negatief naar de opgave en bijhorende maatregelen; de resterende deelnemers zijn positief dan wel neutraal. Voorstanders geven aan de ze milieuwinst erg belangrijk vinden. Critici voor de transitie richting aardgasvrij geven als argumenten: 1) aardgas is een schone brandstof 2) in andere landen wordt nu juist overgeschakeld naar aardgas 3) waterstof of kernenergie . als beter alternatief 4) de kosten en onhaalbaarheid van deze transitie.
19
Wat vindt u van de maatregelen om woningen aardgasvrij te maken?
33%
Positief
25%
Neutraal
44%
Negatief
De grootste zorgen en aandachtspunten vanuit inwoners met betrekking tot het aardgasvrij maken van hun woning: 1) betaalbaarheid 2) keuzevrijheid 3) dat de ingrepen het comfort van de woning verbeteren 4) dat ze uitgebreid betrokken/geïnformeerd worden in het proces 5) de duurzaamheid van de oplossing.
Wat vindt u het belangrijkst bij het aardgasvrij maken van uw woning?
55%
Dat het zo goedkoop mogelijk is
39%
Dat u veel keuzevrijheid heeft
35%
Dat het comfort van mijn woning beter wordt
35%
Dat u zo uitgebreid mogelijk geïnformeerd wordt
31%
Dat er zo min mogelijk overlast ontstaat
30%
Dat het op een zo duurzaam mogelijke wijze...
22%
Dat de overstap zoveel mogelijk voor me geregeld wordt
18%
Dat ik op tijd geïnformeerd wordt
11%
Dat ik samen kan optrekken met mijn buren in deze... Ik vind het niet belangrijk
Conclusies Bij het maken van onze beleidskeuzes houden we rekening met de volgende punten: • Betaalbaarheid is het grootste aandachtspunt onder inwoners. Een aanpak die de kosten verlaagt (door slimme combinaties, collectieve aanpak) heeft de voorkeur, alsook het organiseren van financiële middelen; • Goede informatievoorziening en het tijdig betrekken van inwoners is zeer belangrijk; • We hebben oog voor het proces, en bekijken hoe de overgang richting aardgasvrij voordelen kan opleveren voor onze inwoners; • Inzetten op duurzame warmte/bronnen bij de beweging richting aardgasvrij. We doen het immers voor de klimaatwinst.
20
Deel II Beleidskeuzes 9. Leidende principes bij de warmtetransitie Met de warmtetransitie staat de gemeente Roosendaal met haar inwoners, bedrijven en andere organisaties voor een enorme opgave. Deze zal uit vele projecten bestaan en tientallen jaren duren. We gaan aan de slag volgens een aantal leidende principes, die ons de komende jaren richting geven bij onze beleidskeuzes. Een adaptieve aanpak De warmtetransitie is pas net van start en vol in ontwikkeling. We maken keuzes op basis van de informatie die nu beschikbaar is, maar zijn ons ervan bewust dat ontwikkelingen niet stilstaan. Techniek zal zich verder ontwikkelen, kosten zullen veranderen, en ook wetgeving en financieringsmogelijkheden ontwikkelen zich. We richten ons daarom voor de korte termijn op stappen die nu haalbaar zijn en die bijdragen aan het verminderen van het gebruik van aardgas, zoals het verbeteren van isolatie. We anticiperen daarnaast op andere ontwikkelingen in onze gemeente, zoals grootschalig onderhoud, renovatieprojecten en nieuwbouw en gaan voor slimme combinaties om overlast te beperken en kosten te minimaliseren.
21
Beleidskeuzes: • We kiezen voor een adaptieve aanpak. Dit betekent dat we onze keuzes blijven evalueren op basis van ontwikkelingen en aanpassen wanneer dit tot een beter resultaat leidt. • Bij grootschalige renovatie- en nieuwbouwprojecten analyseren we als gemeente of er in combinatie met omliggende gebouwen winst valt te halen met een gezamenlijke duurzame warmte oplossing en bepalen we welke rol vanuit de gemeente hier bij past.
Betaalbaarheid Voor inwoners is de betaalbaarheid het grootste aandachtspunt en zorg in deze transitie. Wij vinden het belangrijk dat alle inwoners van de gemeente Roosendaal mee kunnen doen aan de warmtetransitie. Dit is ook het doel van de rijksoverheid. Afnemers van warmte via een collectief systeem zijn via landelijke wetgeving beschermd tegen te hoge kosten. Bij individuele systemen maakt de gebruiker zelf de keuze of een investering gedaan wordt. We beschermen kwetsbare groepen en zetten ons in om energiearmoede te voorkomen. Van energiearmoede is sprake als: • een huishouden een laag inkomen heeft, en • dit huishouden meer dan 10 procent van het besteedbaar inkomen kwijt is aan de energierekening. We maken de kosten én besparingen van de transitie inzichtelijk en zorgen voor een eerlijke verdeling, zodat de kosten voor inwoners acceptabel zijn en in verhouding staan tot de draagkracht en de eventuele verbetering van woningkwaliteit en comfort. Zo kan iedereen stappen zetten naar aardgasvrij en tegen eerlijke en acceptabele kosten. Ook de andere maatschappelijke kosten (zoals aanpassing van infrastructuur) moeten acceptabel zijn. Beleidskeuzes: • Woningbezitters helpen we actief richting mogelijkheden om investeringen in hun woning te financieren, als ze de investering zelf niet in een keer kunnen of willen opbrengen.
• We zetten de bestaande duurzaamheidslening via de gemeente voor (o.a.) investeringen in duurzame maatregelen voor individuele woningbezitters voort. • In aanvulling hierop onderzoeken we of er fondsen of subsidies zijn die kunnen bijdragen aan de investeringen. Hierbij kijken we ook naar de mogelijkheid van regionale fondsen. • We schenken extra aandacht aan kwetsbare groepen. We proberen inwoners te activeren om te besparen op energiekosten. Als we een wijkgericht project starten, sturen we op acceptabele kosten in verhouding tot de draagkracht van inwoners.
Verleiden in plaats van overtuigen Inwoners zijn gewend aan verwarming op basis van een cv-ketel. Overstappen naar een alternatief levert vragen en onzekerheden op. De betaalbaarheid van het alternatief is daarin voor de meeste inwoners het belangrijkste onderwerp. Wij zoeken actief naar subsidies op regionaal, nationaal en Europees niveau om de betaalbaarheid te vergroten en de overstap zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Beleidskeuzes: Als gemeente onderzoeken we of middelen kunnen vinden om inwoners en bedrijven financieel te ondersteunen in de stappen richting aardgasvrij. Met behulp van regionale of EU fondsen kunnen de kosten wellicht deels worden gedekt, waardoor overstappen makkelijker wordt. Dit kan bijvoorbeeld met duurzaamheidsvouchers.
2
22
https://www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2020/11/energiearmoede-en-de-energietransitie/
Bespaarde warmte is de duurzaamste warmte Het opwekken en transporteren van voldoende duurzame warmte voor alle gebouwen in de gemeente is een uitdaging. Er zijn nog niet veel betaalbare en duurzame warmtebronnen beschikbaar. Door het warmteverbruik te beperken kan direct worden bespaard. Het loont daarom om te investeren in isolatie en warmteterugwinning. Isolatie draagt bij aan energiebesparing en verhoging van comfort en kan zichzelf in veel gevallen terugverdienen. Daarom is isolatie een “no-regret” maatregel en stimuleren we eigenaren en inwoners om aan de slag te gaan met het isoleren van woningen. Beleidskeuzes: • We zetten een gemeentebreed isolatieprogramma op waarmee we inwoners en bedrijven stimuleren bij het verduurzamen van woningen en bedrijfsgebouwen. Met dit programma activeren, informeren en ondersteunen we inwoners en bedrijven. • Waar mogelijk benutten we schaalvoordelen door een gezamenlijke aanpak. Bijvoorbeeld door particuliere bezitters samen te laten werken, of door particuliere eigenaren aan te laten sluiten bij grootschalige isolatie door woningcorporaties.
Stapsgewijs naar volledig duurzame bronnen In Roosendaal is al een klein collectief lage-temperatuur warmtenet aanwezig, dat wordt gevoed door restwarmte vanuit afvalverbranding. Het verbranden van afval is geen duurzame oplossing. De warmte is nu echter beschikbaar en zou anders grotendeels verloren gaan. Restwarmte vanuit afvalverbranding is in de Regionale Energiestrategie beschreven als een transitieoplossing: een oplossing die de komende jaren de transitie kan ondersteunen, maar uiteindelijk vervangen moet worden door een volledig duurzame bron. Door een groter warmtenet ontstaat er een grotere afzetmarkt, waardoor investeringen in volledig duurzame bronnen zoals geothermie in de toekomst mogelijk beter terugverdiend kunnen worden. Hier wordt regionaal nog nader onderzoek naar gedaan. Beleidskeuzes: • Om uiteindelijk met volledig duurzame bronnen te verwarmen is het belangrijk om zicht te krijgen op aanvullende of alternatieve bronnen. Daarom gaan we een verdiepend bronnenonderzoek doen. • Het uitbreiden van het warmtenet op basis van restwarmte vanuit de afvalverbranding helpt bij de verduurzaming. Het grootste deel van de kosten die daar bij komen kijken, zit in het warmtenet naar de afnemers, het ophalen van extra warmte bij de afvalverbranding is in verhouding minder duur.
We kiezen er daarom voor om het huidige warmtenet uit te breiden op plekken waar dit het beste alternatief voor aardgas is én haalbaar en betaalbaar. Aardgas kan hier in noodgevallen nog als back-up worden ingezet.
We kiezen voor een flexibele bronnenstrategie Voor een deel van Roosendaal kan een collectief warmtenet het beste alternatief voor aardgas zijn. Voor de afnemers is hierbij van belang dat ze erop kunnen rekenen dat er altijd warmte beschikbaar is en dat de bron duurzaam is. Een grote afhankelijkheid van een enkele bron kan de levering van warmte kwetsbaar maken, zeker als deze moeilijk te vervangen is.
23
Beleidskeuzes: • We kiezen ervoor om collectieve warmtenet(ten) bij voorkeur met een lagere temperatuur te laten werken en de temperatuur alleen voor bepaalde gebieden te verhogen, bijvoorbeeld met behulp van een centrale warmtepomp (die meerdere gebouwen of een heel gebied bedient). Hiermee voorkomen we afhankelijkheid van schaarse hogetemperatuur bronnen en kunnen duurzame bronnen op lage temperatuur makkelijker op het warmtenet worden aangesloten.
We gebruiken en versterken de kracht van de regio De warmtetransitie houdt niet op bij onze gemeentegrenzen. Regionale samenwerking kan helpen om gezamenlijk warmtebronnen te benutten, kosten te verlagen en zekerheid van levering te vergroten. We zien de ontwikkeling van het warmtenet in Roosendaal dan ook niet los van een eventueel regionaal warmtenet, maar als een kans om ze met elkaar te verbinden. We zoeken ook regionale samenwerking in de uitvoering. Denk aan het aanleggen van warmteleidingen, het aanpassen van woningen, installeren van warmtepompen of aansluiten van woningen op het warmtenet. Omdat vrijwel alle gebouwen in de regio West-Brabant hiermee te maken krijgen, ontstaat er een unieke kans om de werkgelegenheid in de bouw- en installatiebedrijven binnen onze regio te vergroten. Beleidskeuzes: • We houden de ontwikkeling van de warmtenetten in de regio goed in de gaten en onderzoeken waar koppelingen kunnen bijdragen aan lagere kosten en mee leveringszekerheid. • We onderzoeken of we in regionaal verband werkzoekende inwoners kunnen koppelen aan opleidingen en bedrijven om zo de warmtetransitie uitvoerbaar te maken én de werkgelegenheid in de regio West-Brabant structureel te vergroten.
Communicatie en breed draagvlak De warmtetransitie betekent voor veel inwoners een verandering in de persoonlijke leefomgeving. Daarom informeren wij inwoners en eigenaren actief over de plannen om in de komende jaren wel óf nog niet met hun wijk of buurt aan de slag te gaan. Op basis hiervan kunnen inwoners en eigenaren zich informeren en voorbereiden, en aansluiten bij de warmtetransitie. Beleidskeuzes: We willen dat alle groepen meebeslissen. Dus niet alleen inwoners met een uitgesproken mening. Wanneer we aan de slag gaan in een wijk of buurt, organiseren we de participatie van inwoners daarom niet (alleen) op basis van aanmelding, maar (ook) op een vorm van uitnodiging.
24
Deel III Aanpak 10. Aanknopingspunten In dit gedeelte van de transitievisie laten we voor de komende jaren zien in welke buurten, wanneer en hoe we aan de slag gaan richting aardgasvrij. We hanteerden de volgende aanknopingspunten bij de analyse van de Roosendaalse buurten om te bepalen waar we als eerste aan de slag gaan: Laagste maatschappelijke kosten voor maximale duurzaamheidswinst Projecten om grootschalig bestaande gebouwen van het gas af te halen en op alternatieve wijze te verwarmen vereisen investeringen. Om tegen zo laag mogelijke kosten zoveel mogelijk te bereiken, starten we in buurten of wijken waar de maatschappelijke kosten (de totale kosten voor de maatschappij als geheel) het laagst zijn en de duurzaamheidswinst het hoogst. Daarbij kijken we naar de volgende punten: Aansluiten bij onderhoud en ruimtelijke ontwikkelingen Nieuwe oplossingen voor de levering van warmte vereisen in bijna alle gevallen een infrastructurele aanpassing. Een warmtenet moet aangelegd worden onder de straat en tot in de woningen, installatie van warmtepompen vereist inpandig aanpassing en mogelijk een verzwaring van het elektriciteitsnetwerk.
Het is daarom logisch om de transitie van een wijk of buurt naar een nieuwe vorm van warmte waar mogelijk in te passen in andere geplande onderhoudswerkzaamheden, zoals groot onderhoud aan gebouwen, vervanging van de weg, aanpassing aan het elektriciteitsnetwerk of vervanging van het riool, om te voorkomen dat een wijk of buurt binnen enkele jaren meermaals last heeft van grootschalige onderhoudswerkzaamheden.
25
Nieuw te ontwikkelen gebouwen kunnen aantrekkelijk zijn voor aangrenzende buurten. Nieuwbouw dient immers al aardgasvrij te worden opgeleverd en aangrenzende buurten kunnen wellicht meeliften op de warmteoplossing van de nieuwe gebouwen. Startmotoren Om investeringen terug te kunnen verdienen is het noodzakelijk dat er voldoende gebouwen worden aangesloten. De deelname van gebouweigenaren aan de transitie naar een andere vorm van warmte is voorlopig echter vrijwillig. Om een goede kans te maken op voldoende aansluitingen richten we ons in eerste instantie op buurten of wijken waar een “startmotor” aanwezig is. Een belangrijke startmotor in de warmtetransitie is de aanwezigheid van een substantieel aantal woningen van een woningcorporatie. Andere mogelijkheden zijn bijvoorbeeld andere grote verhuurders of grote afnemers van warmte zoals een kantoor, bedrijfsgebouw, school of ziekenhuis. Nabijheid duurzame bron of bestaand warmtenet Over het algemeen zijn de kosten lager in de omgeving van een potentiële duurzame bron. Dit kan een bedrijf zijn dat restwarmte produceert, een bestaand warmtenet, een locatie met veel ruimte op het elektriciteitsnet of een regionale warmtetransportleiding. Duurzaamheidswinst We geven de voorkeur aan projecten waarbij de winst voor het milieu per geïnvesteerde euro het hoogst is.
Het belangrijkste doel van de warmtetransitie is immers het verlagen van de schade aan het milieu die de verwarming met aardgas met zich meebrengt. Zo voorkomen we op korte termijn zoveel mogelijk schade. Koppelkansen De warmtetransitie biedt kansen om onze leefomgeving te verbeteren. De wijkgerichte aanpak kan gezien worden als één van de grote gebiedsontwikkelingen die de komende decennia de wijken aandoet. Bij elke gebiedsontwikkeling kijkt de gemeente breder om te bezien welke opgaven er liggen en hoe deze mee te koppelen. Bijvoorbeeld: wanneer de straat open moet voor de aanleg van een warmtenet neemt de gemeente vanzelfsprekend eventueel onderhoud aan de riolering mee. Andere mogelijke koppelkansen zijn: 1. Klimaatadaptatie: infiltratie, berging, afvoer en verdamping van (overtollig) water en vergroening; 2. Vergroten comfort en veiligheid: verlichting, drempelloos, herinrichting van de straat, hondenpoep, parkeerplekken, oplaadpunten; 3. Aspecten van het sociaal domein: koppeling arbeidsmarkt en onderwijs, participatie en inburgering, sociale zekerheid.
Sociale Factoren Om de warmtetransitie succesvol te doorlopen is samenwerking met inwoners en bedrijven een voorwaarde. Wanneer zij geen voordeel zien in de transitie, zal dit de voortgang belemmeren, terwijl gemotiveerde inwoners en bedrijven de warmtetransitie juist kunnen versnellen.
26
Aansluiten bij initiatieven Veel inwoners zijn al bezig met het verduurzamen van de woning en ook bedrijven werken aan verduurzaming van hun panden. Een deel van de eigenaren kiest ervoor om dit gezamenlijk met mede-eigenaren uit de straat, buurt of dorpskern te doen. Dergelijke inwonersinitiatieven dragen sterk bij aan het draagvlak voor projecten, aangezien deze vanuit de behoefte van inwoners of bedrijven zelf komen en niet opgelegd worden. Initiatieven vanuit eigenaren zelf zijn daarmee een sterk aanknopingspunt om aan de slag te gaan in een buurt. Variatie technieken en buurten De warmtetransitie is pas net van start en alternatieven voor aardgas zijn nog volop in ontwikkeling. Duidelijk is dat er niet één enkel alternatief is, maar dat er voor verschillende soorten buurten en gebouwen ook verschillende soorten alternatieven gebruikt zullen worden. Het is daarom gewenst om de komende jaren met meerdere soorten buurten en meerdere technieken aan de slag te gaan om ervaring op te doen. Hierbij kunnen ook experimenten worden ingezet, zoals de RES beoogt. Verbetering woningkwaliteit De warmtetransitie biedt bredere kansen dan de verduurzaming van het milieu. Het isoleren van woningen zorgt in veel gevallen voor meer wooncomfort en lagere woonlasten. Voor veel inwoners is een dergelijke verbetering zelfstandig niet mogelijk.
Bijvoorbeeld omdat inwoners onvoldoende kennis of financiële middelen hebben voor de benodigde maatregelen. De warmtetransitie is een kans om deze inwoners tóch de stap naar comfortverbetering te laten zetten. Aanpak energie armoede De energierekening is voor een deel van de inwoners een grote uitgave. Inwoners die moeite hebben om de energierekening te betalen zijn niet altijd zichtbaar, wat de aanpak bemoeilijkt. Dit terwijl financiële zorgen grote impact hebben op het welzijn, op korte en lange termijn. Bij projecten richting aardgasvrij hebben we de kans om hier meer zicht op te krijgen, waardoor de mogelijkheid ontstaat om de energiearmoede samen met de bewoner aan te pakken. Door bewoners te informeren en activeren om aan de slag te gaan met het warmteverbruik kunnen we hen helpen om te besparen op de energierekening. Dit kan met technische maatregelen, maar soms kan ook het delen van kennis bijdragen. Isoleren, warmteterugwinning en mogelijk ook een overstap naar duurzame warmte kan een lagere energierekening opleveren, zeker wanneer de gasprijs door (internationale) marktwerking en/of belastingen in de toekomst stijgt. We willen dat de stappen richting een aardgasvrije woning hand in hand gaan met de aanpak van energiearmoede. Daarmee wordt voorkomen dat de meest kwetsbare inwoners onevenredig veel nadelige effecten ondervinden.
Bij de fasering en uitwerking van de uitvoeringsplannen houden we hier rekening mee.
27
11. Kansgebieden om te starten Uit de genoemde analyse komen kansgebieden naar voren om tot 2030 verder mee aan de slag te gaan. De beschreven kansen en genoemde technieken geven een beeld van de mogelijkheden, maar vereisen nader onderzoek, in samenwerking met inwoners en andere belanghebbenden. De kansgebieden zijn in de volgende categorieën ingedeeld (zie ook figuur 3): • Kansen om isolatie te verbeteren • Kansen naar aardgasvrij • Kansen in ruimtelijke ontwikkeling
BORCHWERF/VLIETPARK KALSDONK
WESTRAND
RECREATIEGEBIED DE STOK & DESIGNER OUTLET ROOSENDAAL
LANDERIJE
ONTWIKKELING NIEUW ZIEKENHUIS
LANGDONK
Isolatiekans Onderzoek naar aardgasvrij NISPEN
Koppelskans in ruimtelijke ontwikkeling Bewoners initiatief
Figuur 3. De kansgebieden voor isoleren, aardgasvrij worden en ruimtelijke ontwikkeling
.
28
Kansen om isolatie te verbeteren Zoals gezegd is het belangrijk om te starten met maatregelen die de warmtevraag verminderen. Hiermee wordt direct duurzaamheidswinst geboekt en worden gebouwen geschikter voor verwarming met een systeem dat op een lagere temperatuur werkt. Dit is uiteraard een opgave voor heel Roosendaal, maar hieronder beschrijven we ook een aantal specifieke kansgebieden. Heel Roosendaal: Isoleren Bijna alle gebouwen in de gemeente Roosendaal hebben nog kansen om de warmtevraag te verlagen. Dat kan door betere isolatie en/of door warmteterugwinning te installeren. Deze maatregelen kunnen de energierekening aanzienlijk verlagen en zichzelf dus terugbetalen. Maar elke woning is anders wat betreft bestaande isolatie en de mogelijkheden om die te verbeteren. Er is niet één set aan maatregelen voor alle woningen, dit moet per (soort) woning bekeken worden. Om te bepalen hoeveel isolatie nodig is heeft de rijksoverheid recent een standaard voor woningisolatie gepubliceerd. Deze standaard geeft woningeigenaren inzicht in wat als goede en toekomstbestendige woningisolatie kan worden beschouwd. Deze standaard maakt onderscheid in type woningen (appartement/woning), bouwjaar (voor of ná 1945) en geeft aan welke isolatiewaarden minimaal nodig zijn per maatregel wanneer alle maatregelen genomen worden én wat de maximale zinvolle isolatiewaarden per maatregel zijn.
Het inzetten van hogere isolatiewaarden op maatregelen kan zinvol zijn wanneer het toepassen van andere maatregelen niet mogelijk is. Zo kan je bijvoorbeeld kiezen om het dak beter te isoleren als het niet mogelijk is om de vloer verder te isoleren. Voor iedereen die aan de slag gaat met isolatie is het dan ook goed om rekening te houden met de standaarden voor woningisolatie. De gemeente Roosendaal komt met een energieloket voor alle inwoners die aan de slag willen met de verduurzaming van hun woning. Dit loket moet eind 2021 actief zijn. Langdonk: Aansluiten bij Alwel De wijk Langdonk bestaat uit circa 2.000 woningen. Woningcorporatie Alwel isoleert tot 2027 circa 500 woningen in deze wijk. Het betreft met name eengezinswoningen die in deze periode tot energielabel A worden geïsoleerd, in combinatie met groot onderhoud. Tussen de woningen van Alwel staan particuliere woningen en om de blokken van woningen van Alwel heen zijn ook grotere blokken koopwoningen aanwezig. De koopwoningen zijn veelal vergelijkbaar met de woningen van Alwel. Voor een eventueel collectief alternatief voor gas is het niet alleen belangrijk dat woningen goed geïsoleerd zijn, maar ook dat de woningen zoveel mogelijk een gelijkwaardig isolatieniveau hebben.
Dat maakt betere isolatie van de woningen in particulier bezit dus extra belangrijk, omdat op die manier de hele wijk na 2027 kan kiezen voor dezelfde invulling van de laatste stap naar aardgasvrij. Het isoleren van de woningen in particulier bezit is primair de verantwoordelijkheid en keuze van de eigenaar. De gemeente, Alwel en StER kunnen wel bijdragen met onder andere kennis, ervaring en het organiseren van schaalvoordelen door een gezamenlijke aanpak.
29
Kalsdonk: Aansluiten bij Alwel De wijk Kalsdonk telt circa 1.700 woningen. Tussen 2025 en 2033 isoleert Alwel zo’n 1.100 woningen. Het gaat om woningen die gebouwd zijn tussen 1950 en 1960, en die straks tot energielabel A worden geïsoleerd, ook weer in combinatie met groot onderhoud. Rond de woningen van Alwel zijn ongeveer 600 woningen in particulier bezit, waarvan een behoorlijk deel uit dezelfde periode komt en dezelfde isolatieopgave kent. De bebouwing in deze wijk is wel minder uniform dan gemiddeld. Net als in Langdonk geldt dat het belangrijk is dat de woningen in particulier bezit uiterlijk in 2033 zoveel mogelijk een gelijkwaardig isolatieniveau hebben als de corporatiewoningen. Ook hier willen de gemeente, Alwel en StER uiteraard bijdragen met kennis, ervaring en het organiseren van schaalvoordelen.