CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04. OMWB begroting 2025 en jaarstukken 2023.pdf

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5k: Raadsvoorstel 046 - Zienswijzen begrotingen 2025 Gemeenschappelijke Regelingen30.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De camera wordt onder andere ingezet bij de petrochemische industrie en vergistingsinstallaties. In 26

voorgaande jaren zijn met grote regelmaat lekkages vastgesteld en visueel gemaakt waarvan in oorsprong verwacht werd dat daar weinig tot geen emissies van organische dampen zouden (kunnen) optreden. Geurklachten kunnen een trigger zijn om vervolgens een aanvullend onderzoek uit te voeren middels de OGI-camera. Hieruit is herhaaldelijk bevestigd dat onvoorziene emissies vrijkwamen bij diverse milieubelastende activiteiten, waar het bedrijf geen weet van had. Naast het reduceren van veiligheidsrisico's brengt dit ook een extra (en relatief makkelijk) te voorkomen belasting op het milieu en de leefomgeving met zich mee. Niet alleen TMO leert van iedere constatering, maar ook de bedrijven waar we de metingen uitvoeren. Het gaat immers naast de milieubelasting ook over de blootstelling van dampen aan eigen personeel en andere bijkomende risico's (bijvoorbeeld explosiegevaar). We zagen het afgelopen jaar de interesse voor de OGI-techniek dan ook enorm toenemen. Bedrijven huren steeds vaker een externe partij in om zelf OGIonderzoeken uit te voeren. Dit resulteert in minder milieubelasting in combinatie met minder geurklachten. Inzet van OGI is een zeer efficiënt middel gebleken om blijvende geschiktheid van emissie reducerende technieken en overige apparatuur (flensen en pakkingen) te controleren.

Daarnaast geeft het invulling aan de controle van monitoringsplannen (tussen de periodieke metingen door) ter bevestiging van een juiste werking van reducerende technieken. De controle bij tankstations loopt in 2024 door bij diverse gemeenten. De omzet op programmadeel 2 bedroeg over 2023 € 10.376.000 (begroot € 11.713.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.

Programmadeel 3: Collectieve taken Jaarlijks voert de OMWB het programma Collectieve taken uit. Het programma van 2023 heeft een omvang van € 1,8 miljoen. Het is een bestuurlijk vastgesteld programma dat een efficiënte, effectieve en kwalitatief hoogwaardige uitvoering van de taken van de OMWB ondersteunt. Een programma dat nadrukkelijk aansluit op de andere twee programma’s - de basis- en de verzoektaken. Op deze manier speelt de OMWB in op toekomstige ontwikkelingen op het gebied van VTH, zoals bijvoorbeeld de Omgevingswet en risicogericht werken. Het programma is tot stand gekomen in goed overleg met een ambtelijke werkgroep van de deelnemers en vervolgens via het Ambtelijk Overleg (AO), het Dagelijks Bestuur (DB) en uiteindelijk het Algemeen Bestuur (AB) vastgesteld. In 2018 is de OMWB gestart met een projectmatige programma-aanpak. Projecten worden niet alleen binnen het gestelde budget uitgevoerd, ook is er een duidelijke verbetering zichtbaar van de geboekte resultaten. Hoewel we zeker nog verder kunnen verbeteren, heeft de professionalisering van projectmanagement positief bijgedragen aan de uitvoering van het programma. Een verantwoording van het programma wordt afzonderlijk aangeboden in het tweede kwartaal van 2024. De omzet op programmadeel 3 bedroeg over 2023 € 1.824.000 (begroot € 1.824.000).

De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.

27

Programmadeel 4: Overige exploitatielasten en -baten In programma 4 zijn de werkzaamheden ondergebracht die buiten voornoemde programma’s basis-, advies en collectieve taken vallen. Het gaat hierbij om de levering van producten en diensten aan zowel deelnemers als niet-deelnemers. Dit zijn onder andere de kosten voor luchtkwaliteitsmetingen, laboratoriumkosten en kosten van eNoses (‘elektronische neuzen’). De omzet op programmadeel 4 bedroeg over 2023 € 3.937.000 (begroot € 2.340.000). De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.

Bonaire Van mei tot en met december 2023 is met een team van vijf medewerkers van de OMWB voor circa 1.100 uur ondersteuning gegeven aan de Directie Toezicht en Handhaving (DTH) van Openbaar Lichaam Bonaire (OLB). De ondersteuning was op het gebied van versterking van het uitvoeringsprogramma van DTH en realisatie van een verbeterplan op het gebied van milieu. Voorgaande werd ingezet naar aanleiding van een onderzoeksrapport van ILT over vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op Bonaire, waaruit bleek dat dit flink tekort schiet. Tevens wordt er per 1 april 2024 een Inrichtingen- en Activiteitenbesluit Bonaire (IAB) van kracht waarvoor inventarisaties bij bedrijven nodig waren en inbreng op de Eilandsverordening die aan het IAB gekoppeld wordt. De opdracht werd samen met de gemeente Breda als partner van ons binnen een al lang lopende 'Twinning' met Bonaire opgepakt, zij deden bijvoorbeeld werkzaamheden aan bouw- en natuurvergunningen.

De werkzaamheden van de medewerkers van de OMWB hadden ten aanzien van het uitvoeringsprogramma de volgende prioriteiten: • illegale diabaas winning, waaronder conceptbeleid aanpassen tot definitief beleid in een proces met stakeholders dat tot beleid met draagvlak leidt; • illegale afvalstofdumpingen, waaronder een voorstel tot projectmatige aanpak en beleid; • milieuwetgeving bedrijven, waaronder eilandverordening omzetten en handhaafbaar maken. De nadruk kwam uiteindelijk vooral op de inventarisaties van bijna alle bedrijven op Bonaire. Dit om de situatie daar inzichtelijk te maken, hen te informeren over het naderende IAB, een inschatting te maken van de kosten van maatregelen op basis van het IAB en het bedrijvenbestand van Digitale Checklisten (DC) te vullen. Voor de illegale diabaas winning is inbreng gegeven op het beleid, maar kon vervolgens niet verder gegaan worden omdat het beleid nog niet werd vastgesteld. Zonder dit vastgestelde beleid was er geen grondslag voor toezicht hierop. De illegale afvalstort (sluikstort) is eerst 'aan de voorkant' aangepakt, door de gedeputeerde van milieu te overtuigen storten op de stortplaats (weer) gratis te maken. Dit gaf qua sluikstort al een merkbaar verschil maar meer is nodig. In de toekomst zal bezien worden of er nog nader toezicht op sluikstort kan worden opgezet.

Naast het voorgaande werd door één medewerker van de OMWB ook de Directie Ruimtelijk Ontwikkeling (DRO) van OLB ondersteund bij het opstellen van hindervergunningen en algemeen milieu en RO-advies. Dit loopt al vanaf de start van de OMWB en het ILT rapport gaf hierbij aan dat deze hindervergunningen voldoen aan de vereisten. Er zijn een tweetal ontwerpbeschikkingen aangeleverd voor publicatie. Een paar andere procedures verkeren in diverse stadia van vooroverleg tot het schrijven van 28

de ontwerpbeschikking. Er zal nog een kleine doorloop zijn in 2024 van deze in 2021 gestarte opdracht die in totaal 226 uur beslaat.

Specifieke uitkering Omgevingsdiensten Vanuit het Rijk zijn twee specifieke uitkeringen toegekend. De opbrengst over 2023 bedraagt € 549.000 (begroot € 1.664.000) en is conform de bestedingen apart in het overzicht van de baten verantwoord. Het restant van de vooruitontvangen bedragen staat op de balans opgenomen onder de ‘overlopende passiva’.

Kosten van Bedrijfsvoering, Vennootschapsbelasting en de post Onvoorzien De totale kosten van bedrijfsvoering (BBV hanteert de term ‘overhead’) bedroegen voor 2023 € 10.512.000 (begroot € 12.130.000). Voor een verdere uitsplitsing verwijzen we naar de tekstuele toelichting in de paragraaf 'Bedrijfsvoering - plannen en resultaten' en de 'Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2023'. De kosten vennootschapsbelasting bedroegen in 2023 € -2.000 (begroot € 5.000). Dit betreft het saldo van de voorlopige aanslag 2023, de aanslag 2022 en de vrijval van de reservering voor 2022. De aanslag 2022 is lager uitgevallen dan aanvankelijk ingeschat. Het bedrag van € 150.000 dat is gereserveerd voor onvoorziene kosten is in 2023 niet aangesproken.

Paragrafen Het Besluit Begroting en Verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat in de begroting en jaarrekening paragrafen worden opgenomen waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd voor een aantal beheersmatige aspecten van de organisatie. De voor de OMWB van toepassing zijnde paragrafen zijn hierna opgenomen: 1. 2. 3. 4.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiering Bedrijfsvoering (inclusief rechtmatigheid) Wet open overheid (Woo)

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en Gemeenten (BBV) is het verplicht om op basis van risico-inschatting een kwalificatie te geven van de omvang van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de risico’s waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen en middelen en mogelijkheden die de OMWB heeft om niet-begrote kosten op te vangen (BBV artikel 11). Om te voorkomen dat bij niet-afgedekte risico’s ingrijpende (organisatie)wijzigingen noodzakelijk zijn, is een afdoende weerstandsvermogen voor de OMWB gewenst. Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico-inschatting en de bereidheid van het bestuur om deze risico’s al dan niet te lopen. De OMWB streeft naar minimaal een voldoende weerstandscapaciteit en gaat daarbij uit van een weerstandsratio van minimaal 1,0. Normering weerstandsvermogen Voor de normering van het weerstandsvermogen in relatie tot de deelnemers heeft het 29

Algemeen Bestuur besloten een model vast te stellen dat erop neerkomt dat maximaal 8% van het (begrotings-/ jaarrekening-)totaal van de exploitatierekening wordt aangehouden als weerstandsvermogen. Dit is conform de Financiële Verordening van de OMWB. Risicobeheersing Risicobeheersing of risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen van risico’s. De OMWB streeft ernaar risico’s zoveel als mogelijk te vermijden, er verzekeringen voor af te sluiten of ze te ondervangen door beheersmaatregelen. Voor die maatregelen stelt de OMWB een Intern Controleplan op, waaraan in het begrotingsjaar uitvoering wordt gegeven. Geïdentificeerde risico’s In de 2e Burap 2023 en de begroting 2024 zijn de volgende risico’s geïdentificeerd: Maximaal schade bedrag

Kans op optreden risico

Gewogen risico

4. Inhuur versus vast personeel

400.000

50%

200.000

5. Transitie mens en systeem

700.000

50%

350.000

6. Problematiek arbeidsmarkt

700.000

75%

525.000

9. Bovenmatig verzuim

265.000

80%

212.000

11. Invoering Omgevingswet

1.000.000

60%

600.000

12. Kosteneffectiviteit

1.000.000

18%

180.000

Totaal

4.065.000

Risico's

2.067.000

Voor de jaarrekening is bovenstaande lijst geëvalueerd en geactualiseerd. Hieronder volgt per risico een korte toelichting waarna een geactualiseerde risico tabel volgt. 4. Inhuur versus vast personeel In de begroting van de OMWB geldt als uitgangspunt dat in beginsel het eigen personeel de taken verricht. Voor het jaar 2024 wordt hierbij gerekend met een declarabiliteitsnorm van 1.300 uur. Gezien de vele ontwikkelingen is de verwachting dat deze norm lastig haalbaar is. Immers, de realisatie over 2023 bedraagt 1.255 uur. Het verschil in declarabiliteit wordt opgevangen met inzet van inhuurkrachten. Deze externe inzet is duurder dan de uitvoering met eigen personeel, vandaar dat we dit opnemen in de risicotabel. De kans op dit risico is ingeschat op 75%. Maatregelen: passende sturing op inzet van personeel. 30

5. Transitie mens en systeem De aan onze organisatie en medewerkers gestelde eisen blijven snel veranderen. Dit is enerzijds gericht op de inhoud van het werk, anderzijds zien we dat ook andere (digitale) vaardigheden worden gevraagd. In de opleidingen wordt hier volop aandacht aan besteed zodat werknemers hun rol binnen de organisatie optimaal kunnen vervullen. De verwachting is dat dit niet in alle individuele gevallen gaat lukken. Het totale risico dat hiermee samenhangt, wordt ingeschat op € 600.000 met een kans van maximaal 50%. Maatregelen: Het uitvoeren van een correct en zorgvuldig personeelsbeleid, waaronder een adequaat opleidingsprogramma. Daarnaast steeds verdere doorontwikkeling van de organisatie en onderliggende systemen. 6. Problematiek arbeidsmarkt In aanvulling op punt 4 wordt het volgende opgemerkt. Omdat de vaste formatie nog niet op het juiste peil is in relatie tot de toenemende werkprogramma's, werkt de OMWB naast inhuur ook met trainees en net-afgestudeerden. De OMWB leidt de jonge nieuwe collega’s ‘on the job’ op, in een periode van ongeveer twee jaar. In de eerste twee jaar zijn deze collega’s nog niet volledig declarabel; de begeleiding verloopt via directe collega's van de dienst. In verband met deze noodzakelijke aanpak heeft de OMWB een tijdelijk productietekort in termen van declarabiliteit.

Het maximale risico in verband hiermee is ongeveer € 700.000. 9. Bovenmatig verzuim In de begroting van 2024 wordt gerekend met een verzuimpercentage van 5,5%. Het werkelijke percentage over 2023 bedraagt 5,5%. Het verzuim in de eerste maanden van kalenderjaar 2024 bedraagt daarentegen 7,4%. Het blijft lastig te bepalen hoe het verzuimpercentage zich de komende periode ontwikkelt. We schatten in dat een verzuimpercentage van 6% over heel 2024 reëel is. Het verschil tussen het rekenpercentage en het verwachte percentage wordt aangemerkt als risico en bedraagt afgerond € 315.000. Bij een kans van 80% betekent dit een gewogen risico van € 252.000. 11. Invoering Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De invoering van de wet betekent een ingrijpende verandering voor de taakuitvoering. Ondanks gedegen voorbereidingen is de exacte impact van de invoering, ook financieel, nog onvoldoende duidelijk. Uit onderzoek van adviesbureau KokxDeVoogd naar het Integraal Financieel Beeld Stelselherziening Omgevingswet (zoals gepubliceerd op de website van Binnenlands Bestuur op 7 juni 2023), valt de Omgevingswet een miljard euro duurder uit. Een deel van deze kosten zal voor rekening van de OMWB komen. Hoe hoog deze kosten zullen zijn, is op dit moment nog lastig in te schatten.

De eerste ervaringen tonen aan dat er een neerwaarts effect is op de kengetallen (waaronder doorlooptijden) waardoor het risico bestaat dat de werkprogramma's niet volledig gerealiseerd kunnen worden. Gezien de grote onduidelijkheden die er op dit moment nog zijn, wordt de risicoinschatting en de kans van optreden gehandhaafd op het niveau van de 2e Burap 2023 en Begroting 2024. 12. Kosteneffectiviteit Volgend uit het kosteneffectiviteitsonderzoek is een intern besparingspotentieel van € 1,7 miljoen opgehaald. In de jaren 2022 tot en met 2024 zijn de verschillende maatregelen doorgevoerd in de begroting respectievelijk meerjarenraming. De afhankelijkheid van derden maakt een volledige realisatie van afzonderlijke maatregelen onzeker. Per jaareinde 2023 is reeds een bedrag van afgerond € 1,3 miljoen gerealiseerd; er resteert daarom een maximaal schadebedrag van ongeveer € 400.000 (€ 1,7 miljoen -/- € 1,3 miljoen). Om tegemoet te komen aan het geraamde potentieel is 60% van de totale waarde als risico aangemerkt, per saldo € 240.000. Dit betreft met name het potentieel 31

van het deelproject met betrekking tot de archivering, waarbij realisatie mede afhankelijk is van de inzet van deelnemers om hun archieven te digitaliseren. Op basis van het voorgaande en een actuele inschatting van de huidige risico’s is het eindbeeld voor de jaarrekening 2023 als volgt: Maximaal bedrag schade

Kans op optreden risico

Gewogen risico

4. Inhuur versus vast personeel

380.000

75%

285.000

5. Transitie mens en systeem

600.000

50%

300.000

6. Problematiek arbeidsmarkt

700.000

75%

525.000

9. Bovenmatig verzuim

315.000

80%

252.000

11. Invoering Omgevingswet

1.000.000

60%

600.000

400.000

60%

240.000

Risico's

12. Kosteneffectiviteit Totaal

3.395.000

2.202.000

In aanvulling op bovenstaande tabel blijft er aandacht voor het volgende. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet verschuift het bevoegd gezag voor bodem en ondergrond en de daaraan verbonden VTH-(basis)taken voor een groot deel van de provincie naar de gemeenten. Voor de begroting 2024 is van de impact hiervan op het werkprogramma van de OMWB een inschatting gemaakt en zijn bedragen opgenomen in de bijdrage van de deelnemers. Het is nog niet volledig duidelijk of deze bijdrage voldoende is om de kosten van de overgekomen taken volledig te dekken. In de 1e Burap 2024 wordt hier verder op ingegaan. Beschikbaar weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt eind 2023 € 2.092.000. Uitgaande van het actuele risicoprofiel van € 2.202.000 is de weerstandsratio 0,95. Dit wordt volgens de waarderingstabel van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) gekwalificeerd als ‘matig’. In de jaarrekening 2022 bedroeg de weerstandsratio 1,10 (‘voldoende’). Indien de algemene reserve conform de Financiële Verordening (maximaal 8%) wordt aangepast, bedraagt de weerstandsratio 1,45 ('ruim voldoende'). In de resultaatbestemming zal aan het AB een voorstel worden gedaan dat aansluit op de Financiële Verordening.

Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat een aantal verplichte financiële kengetallen moet worden opgenomen. Doel daarvan is inzicht te geven in de financiële positie van de organisatie.

32

De trend van de voor de OMWB relevante kengetallen wordt in onderstaande tabel weergegeven: Financiële kengetallen

Jaarrekening 2023

Begroting 2023

Jaarrekening 2022

Netto schuldquote

-9,5%

-4,7%

-7,7%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t

Solvabiliteitsratio

34,7%

48,5%

47,1%

Structurele exploitatieruimte

6,7%

1,1%

1,8%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe verder deze ratio onder de 1,0 ligt, hoe beter het is. De netto schuldquote is toegenomen ten opzichte van de jaarrekening 2022. Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de OMWB in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio geeft het aandeel van het eigen vermogen in het balanstotaal weer. Hoe hoger deze ratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. De solvabiliteit is ten opzichte van de jaarrekening 2022 verminderd, maar wordt alsnog als zeer gezond beschouwd. Structurele exploitatieruimte Door het zuiveren van de incidentele lasten en baten en de mutaties in reserves, ontstaat er beeld in hoeverre sprake is van een structureel sluitende begroting. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt als een percentage van de totale baten (voor mutaties reserves) van het betreffende jaar. Een positief percentage is wenselijk aangezien dit betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Onderlinge verhouding kengetallen Zowel de netto schuldquote en de structurele exploitatieruimte zijn verbeterd ten opzichte van 2022. De solvabiliteit is ten opzichte van vorig jaar verminderd maar wordt alsnog als zeer gezond beschouwd.

De balanspositie van de OMWB wordt evenals voorgaande jaren als zeer solide aangemerkt.

Financiering In aansluiting op de Wet Financiering decentrale overheden (fido) is in het Besluit Begroting en Verantwoording neergelegd dat de financieringsparagraaf de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille uiteenzet. De grondslag voor de aan de portefeuille verbonden Treasuryfunctie is vastgelegd in het 33

Treasurystatuut. Het beheer van de OMWB is risicomijdend en mede gericht op het voldoen aan de renterisico-norm en de kasgeldlimiet. Treasurybeleid De doelstellingen van het treasurybeleid van de OMWB zijn: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. het beschermen van vermogens- en (rente)resultaten tegen ongewenste financiële risico's, zoals renterisico's, koersrisico's, liquiditeitsrisico's en kredietrisico's; 3. het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut. Onder risico’s worden zowel renterisico’s (vaste schuld en vlottende schuld), als kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s verstaan. Met betrekking tot risicobeheer geldt het volgende algemene uitgangspunt: 'Bij het uitzetten of aantrekken van middelen worden de bepalingen zoals neergelegd in de Wet fido en de Ruddo (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden) in acht genomen'. Renterisicobeheer 1. De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido; 2. de renterisico norm wordt niet overschreden conform de Wet fido; 3.

nieuwe leningen/ uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning; 4. de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/ uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; 5. binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de OMWB naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen. Met de inwerkingtreding van de Wet fido is de term ‘Renterisico-norm’ geïntroduceerd. De norm schrijft voor dat in enig jaar de aflossing van een langlopende schuld niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De OMWB heeft momenteel geen langlopende leningen en voldoet daarmee automatisch aan de norm. De huidige financieringspositie en -behoeften vanuit de investeringsbegroting geven op dit moment geen verdere aanleiding tot aanwending van een dergelijke lening. Kredietrisicobeheer Met betrekking tot het kredietrisicobeheer geldt het uitgangspunt dat overtollige middelen op voorhand worden aangehouden in de schatkist. Intern liquiditeitsbeheer De OMWB beperkt zijn interne liquiditeitsrisico’s door zijn treasury-activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning. Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden door de OMWB uitgesloten. Leningen worden uitsluitend aangegaan of gegarandeerd in de Europese geldeenheid (de euro).

Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet stelt de Wet fido een norm voor het maximumbedrag voor de 34

financiering van de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar). De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen betreft 8,2% van het begrotingstotaal. Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. De opgenomen bedragen betreffen de realisatiecijfers 2023. De kasgeldlimiet is voor de OMWB voor 2023 berekend op € 3.414.000. Aangezien het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen op € 15,0 miljoen wordt geschat, is de ruimte onder de kasgeldlimiet gelijk aan de kasgeldlimiet.

Stappen (14)

(2) Vlottende middelen

(1) Vlottende schuld

(3) Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-)

(1) - (2) = (3) Eerste kwartaal

0

14.019

-14.019

Tweede kwartaal

0

16.223

-16.223

Derde kwartaal

0

15.030

-15.030

Vierde kwartaal

0

14.754

-14.754

(4) gemiddelde van (3)

0

15.007

-15.007

Stappen (5-9)

Variabelen

(5)

Kasgeldlimiet

3.414

(6a) = (5>4)

Ruimte onder de kasgeldlimiet

3.414

(6b) = (4>5)

Overschrijding van de kasgeldlimiet

-

Berekening kasgeldlimiet (5) (7)

Begrotingstotaal

41.631

(8)

Percentage regeling

8,20%

(5) = (7) x (8) / 100

Kasgeldlimiet

3.414

35

Schatkistbankieren Overheden mogen sinds 2014 tegoeden uitsluitend bij het Rijk of andere decentrale overheden wegzetten. Dit is primair bedoeld om de staatsschuld terug te dringen. De OMWB heeft gedurende het gehele boekjaar 2023 te maken gehad met overschotten aan liquide middelen. Deze overschotten zijn dagelijks afgeroomd naar de schatkist. Op de lopende rekening blijft na afroming maximaal € 1.000.000 beschikbaar.

Leningen en kredietfaciliteiten Bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) heeft de OMWB een kredietfaciliteit van afgerond € 1,0 miljoen.

Bedrijfsvoering - plannen en resultaten Het jaar 2023 stond voor de afdeling bedrijfsvoering in het teken van het daadwerkelijk uitvoeren van de diverse beleidsvoornemens en/ of (bestuurlijke) besluiten. Voornemens 2023 In algemene zin lag de nadruk op de doorontwikkeling van de informatievoorziening en het uitvoeren van onderdelen van het strategisch HR-beleid. Twee specifieke onderwerpen die een rol gingen spelen, waren: • •

De inwerkingtreding van de Omgevingswet. De wet heeft grote consequenties voor de wijze waarop de OMWB in samenwerking met deelnemers haar taken gaat uitvoeren. De volgende fase van de kosteneffectiviteitsmaatregelen. In 2022 is in opdracht van het Algemeen Bestuur het programma ‘Van goed naar beter’ van start gegaan. Met dit programma worden, gefaseerd en in deelprojecten, onderwerpen van het onderzoek naar kosteneffectiviteit uit december 2020 uitgewerkt. In het faseplan van 2023 zijn de activiteiten en hun effecten in detail uitgewerkt. Hoofdactiviteiten in dit faseplan zijn: het borgen van procesmanagement in de organisatie, helder met elkaar definiëren wat kwaliteit is, meer aandacht geven aan de risicogerichte benadering, het aanpakken van verspilling en het verbeteren van de (digitale) samenwerking met deelnemers.

Verantwoording 2023 Omgevingswet: Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingetreden. De afdeling bedrijfsvoering heeft extra geïnvesteerd in opleidingen en communicatie om de gevolgen van de wet binnen de organisatie zo goed mogelijk te begeleiden. Om aan te kunnen sluiten op de landelijke DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) voorziening is een overgang van Squit 20/20 naar Rx Mission uitgevoerd. De aansluiting op het DSO is succesvol afgerond. Kosteneffectiviteit, ‘Van goed naar beter’ De realisatie van de doelen en baten van de deelprojecten loopt vooralsnog volgens planning. Er is per kwartaal gerapporteerd over de voortgang. Het faseplan voor 2023 is grotendeels succesvol afgerond. De doorlopende projecten komen terug in het faseplan voor 2023. In totaal heeft 'Van goed naar beter' cumulatief € 1.548.000 opgeleverd. Het doel om in 2023 vanuit het programma een besparing van € 650.000 op te leveren is daarmee bereikt. De meer behaalde opbrengsten dragen alvast bij aan het doel van 2024 om € 400.000 voor de begroting op te leveren.

36

Informatievoorziening Onder het cluster informatievoorziening vallen alle informatie, data en ICT gerelateerde onderwerpen. De noodzakelijke overgang naar RX Mission, het meer data-gedreven werken en toegenomen eisen op het gebied van informatiebeveiliging maakt dat informatievoorziening een steeds meer centralere rol claimt en krijgt. Verantwoording 2023 Van Squit 20/20 naar Rx Mission De aangekondigde grote update heeft in oktober plaatsgevonden. De impact was veel groter dan vooraf gedacht, achteraf moeten we constateren dat het een herimplementatie was. Vrijwel alle processen zijn aangepast, evenals alle sjablonen voor documenten. Er zijn nieuwe functionaliteiten toegevoegd en andere zijn verdwenen. Er zijn nieuwe zaaktypen aangemaakt en samengevoegd. En 5,2 miljoen documenten zijn of worden overgezet. Het was een forse inspanning voor het team Informatievoorziening en de key-users. Uiteindelijk is het resultaat goed te noemen en waren we op tijd klaar voor de overgang naar de omgevingswet. Dataplatform De ontwikkeling van ons dataplatform is in 2023 doorgegaan. Het vernieuwde datawarehouse staat in de steigers, dit moet het delen van data (binnenkomend en uitgaand) verbeteren. Een absolute must gezien het steeds meer data-gedreven werken en de landelijke ontwikkelingen die vanuit pijler 3 van het IBP op ons afkomen.

Het verzamelen van data heeft mede door het gebruik van power apps een boost gekregen. We gebruiken Robotic Process Automation om de datakwaliteit te verhogen. Zo werken we verder aan een data-gedreven organisatie. De resultaten hiervan zijn onder andere gepresenteerd in het Ambtelijk Overleg. ICT leverancier/security ICT en informatie zijn cruciaal voor het functioneren van de OMWB, tegelijkertijd nemen de bedreigingen op het gebied van informatieveiligheid toe. Verschillende wet- en regelgeving (BIO en AVG) en bestuurlijke afspraken (VNG-resolutie 2021) laten zien dat overheden hun informatiebeveiliging serieus moeten nemen en dit aspect continu aandacht behoeft. In 2022 is het informatiebeveiligingsbeleid door het Dagelijks Bestuur vastgesteld. In dit beleid staan de uitgangspunten voor het voortdurende proces waarmee wordt gewerkt aan de beveiliging van informatie. Het informatiebeveiligingsplan is in 2023 afgerond. Het voldoen aan de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) is een must. Vanaf begin 2023 is een CISO binnen de organisatie actief (eerst extern, nu intern), die vanuit dit plan diverse acties uitwerkt. Voorbeelden daarvan zijn het aanpassen van beleid voor applicatie-acceptatie en wachtwoordbeleid.

Daarnaast worden er in het kader van bewustwording elk kwartaal campagnes gelanceerd die tot doel hebben om medewerkers bewust te maken van de risico’s die digitaal werken met zich meebrengt. Eind 2023 is in het kernMT een voorstel aangenomen om de functies ISO (Information Security Officer) en Privacy Officer in de organisatie op te nemen. GEO- GIS In de afgelopen maanden is onderzoek gedaan naar een Geografisch Informatie Systeem functionaliteit. De OMWB ziet deze ontwikkeling als opmaat voor een noodzakelijk professionalisering van het werk. Deze functionaliteit maakt gebruik van kaarten, kaartlagen en coördinaten. Vrijwel alles wat de OMWB doet is te relateren aan een locatie op de kaart. Gegevens op de kaart plotten helpt bij het maken van analyses. We kunnen alle producten die wij als OMWB maken relateren aan deze adressen, waardoor de resultaten van die producten zijn te presenteren op de kaart.

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1680/documents/42991