CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04. OMWB begroting 2025 en jaarstukken 2023.pdf

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5k: Raadsvoorstel 046 - Zienswijzen begrotingen 2025 Gemeenschappelijke Regelingen30.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In de begroting nemen we een bedrag van € 300.000,- op voor te nemen maatregelen. Daarnaast willen we het cluster Strategie en Ontwikkeling versterken. Zoals reeds aangegeven, is de toename van de hoeveelheid inhoudelijke onderwerpen fors. Om deze ontwikkelingen beter te schetsen en te duiden is een investering in menskracht noodzakelijk. We nemen een bedrag op van € 75.000,- om zo het cluster te verstevigen.

22

Paragrafen Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat in de begroting en jaarrekening paragrafen worden opgenomen waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd voor een aantal beheersmatige aspecten van de organisatie. De voor de OMWB van toepassing zijnde paragrafen zijn hierna opgenomen: 1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2. Financiering 3. Bedrijfsvoering

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicobeheersing Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en Gemeenten (BBV) is het verplicht om op basis van risico-inschatting een kwalificatie te geven van de omvang van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de risico’s waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen en middelen en mogelijkheden die de OMWB heeft om niet-begrote kosten op te vangen (BBV artikel 11). Om te voorkomen dat bij niet-afgedekte risico’s ingrijpende (organisatie)wijzigingen noodzakelijk zijn, is een afdoende weerstandsvermogen voor de OMWB gewenst. Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico-inschatting en de bereidheid van het bestuur om deze risico’s al dan niet te lopen. De OMWB streeft naar minimaal een voldoende weerstandscapaciteit en gaat daarbij uit van een weerstandsratio van minimaal 1,0. Normering weerstandsvermogen Voor de normering van het weerstandsvermogen in relatie tot de deelnemers heeft het Algemeen Bestuur besloten een model vast te stellen dat erop neerkomt dat maximaal 8% van het (begrotings-/ jaarrekening-)totaal van de exploitatierekening wordt aangehouden als weerstandsvermogen. Dit is conform de Financiële Verordening van de OMWB.

Risicobeheersing Risicobeheersing of risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen van risico’s. De OMWB streeft ernaar risico’s zoveel als mogelijk te vermijden, er verzekeringen voor af te sluiten of ze te ondervangen door beheersmaatregelen. Voor die maatregelen stelt de OMWB een Intern Controleplan op, waaraan in het begrotingsjaar uitvoering wordt gegeven.

Geïdentificeerde risico’s In de 2e Burap 2023 en de begroting 2024 zijn de volgende risico’s geïdentificeerd:

23

Maximaal bedrag schade

Kans op optreden risico

Gewogen risico

4. Inhuur versus vast personeel

400.000

50%

200.000

5. Transitie mens en systeem

700.000

50%

350.000

6. Problematiek arbeidsmarkt

700.000

75%

525.000

9. Bovenmatig verzuim

265.000

80%

212.000

11. Invoering Omgevingswet

1.000.000

60%

600.000

12. Kosteneffectiviteit

1.000.000

18%

180.000

Totaal

4.065.000

Risico's

2.067.000

Toelichting op risico’s: 4. Inhuur versus vast personeel In de begroting van de OMWB geldt als uitgangspunt dat in beginsel het eigen personeel de taken verricht. Voor het jaar 2024 wordt hierbij gerekend met een declarabiliteitsnorm van 1.300 uur (in 2025 wordt gerekend met een declarabiliteitsnorm van 1.295 uur). Gezien de vele ontwikkelingen is de verwachting dat deze norm lastig haalbaar is. Immers, de realisatie over 2023 bedraagt 1.255 uur. Het verschil in declarabiliteit wordt opgevangen met inzet van inhuurkrachten. Deze externe inzet is duurder dan de uitvoering met eigen personeel, vandaar dat we dit opnemen in de risicotabel. De kans op dit risico is ingeschat op 75%. Maatregelen: passende sturing op inzet van personeel. 5. Transitie mens en systeem De aan onze organisatie en medewerkers gestelde eisen blijven snel veranderen. Dit is enerzijds gericht op de inhoud van het werk, anderzijds zien we dat ook andere (digitale) vaardigheden worden gevraagd. In de opleidingen wordt hier volop aandacht aan besteed zodat werknemers hun rol binnen de organisatie optimaal kunnen vervullen. De verwachting is dat dit niet in alle individuele gevallen gaat lukken. Het totale risico dat hiermee samenhangt, wordt ingeschat op € 600.000 met een kans van maximaal 50%.

Maatregelen: Het uitvoeren van een correct en zorgvuldig personeelsbeleid, waaronder een adequaat opleidingsprogramma. Daarnaast steeds verdere doorontwikkeling van de organisatie en onderliggende systemen. 6. Problematiek arbeidsmarkt In aanvulling op punt 4 wordt het volgende opgemerkt. Omdat de vaste formatie nog niet op het juiste peil is in relatie tot de toenemende werkprogramma's, werkt de OMWB naast inhuur ook met trainees en net-afgestudeerden. De OMWB leidt de jonge nieuwe collega’s ‘on the job’ op, in een periode van ongeveer twee jaar. In de eerste twee jaar zijn deze collega’s nog niet volledig declarabel; de begeleiding verloopt via directe 24

collega's van de dienst. In verband met deze noodzakelijke aanpak heeft de OMWB een tijdelijk productietekort in termen van declarabiliteit. Het maximale risico in verband hiermee is ongeveer € 700.000. 9. Bovenmatig verzuim In de begroting van 2024 wordt gerekend met een verzuimpercentage van 5,5%. Het werkelijke percentage over 2023 bedraagt 5,5%. Het verzuim in de eerste maanden van kalenderjaar 2024 bedraagt daarentegen 7,4%. Het blijft lastig te bepalen hoe het verzuimpercentage zich de komende periode ontwikkelt. We schatten in dat een verzuimpercentage van 6% over heel 2024 reëel is. Het verschil tussen het rekenpercentage en het verwachte percentage wordt aangemerkt als risico en bedraagt afgerond € 315.000. Bij een kans van 80% betekent dit een gewogen risico van € 252.000. 11. Invoering Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De invoering van de wet betekent een ingrijpende verandering voor de taakuitvoering. Ondanks gedegen voorbereidingen is de exacte impact van de invoering, ook financieel, nog onvoldoende duidelijk. Uit onderzoek van adviesbureau KokxDeVoogd naar het Integraal Financieel Beeld Stelselherziening Omgevingswet (zoals gepubliceerd op de website van Binnenlands Bestuur op 7 juni 2023), valt de Omgevingswet een miljard euro duurder uit. Een deel van deze kosten zal voor rekening van de OMWB komen.

Hoe hoog deze kosten zullen zijn, is op dit moment nog lastig in te schatten. De eerste ervaringen tonen aan dat er een neerwaarts effect is op de kengetallen (waaronder doorlooptijden) waardoor het risico bestaat dat de werkprogramma's niet volledig gerealiseerd kunnen worden. Gezien de grote onduidelijkheden die er op dit moment nog zijn, wordt de risicoinschatting en de kans van optreden gehandhaafd op het niveau van de 2e Bestuursrapportage 2023 en Begroting 2024. 12. Kosteneffectiviteit Volgend uit het kosteneffectiviteitsonderzoek is een intern besparingspotentieel van € 1,7 miljoen opgehaald. In de jaren 2022 tot en met 2024 zijn de verschillende maatregelen doorgevoerd in de begroting respectievelijk meerjarenraming. De afhankelijkheid van derden maakt een volledige realisatie van afzonderlijke maatregelen onzeker. Per jaareinde 2023 is reeds een bedrag van afgerond € 1,3 miljoen gerealiseerd; er resteert daarom een maximaal schadebedrag van ongeveer € 400.000 (€ 1,7 miljoen -/- € 1,3 miljoen). Om tegemoet te komen aan het geraamde potentieel is 60% van de totale waarde als risico aangemerkt, per saldo € 240.000. Dit betreft met name het potentieel van het deelproject met betrekking tot de archivering, waarbij realisatie mede afhankelijk is van de inzet van deelnemers om hun archieven te digitaliseren.

Op basis van het voorgaande en een actuele inschatting van de huidige risico’s is het eindbeeld voor de Begroting 2025 als volgt: Maximaal bedrag schade

Kans op optreden risico

Gewogen risico

4. Inhuur versus vast personeel

380.000

75%

285.000

5. Transitie mens en systeem

600.000

50%

300.000

6. Problematiek arbeidsmarkt

700.000

75%

525.000

Risico's

25

Maximaal bedrag schade

Kans op optreden risico

Gewogen risico

9. Bovenmatig verzuim

315.000

80%

252.000

11. Invoering Omgevingswet

1.000.000

60%

600.000

400.000

60%

240.000

Risico's

12. Kosteneffectiviteit Totaal

3.395.000

2.202.000

In aanvulling op bovenstaande tabel blijft er aandacht voor het volgende. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet verschuift het bevoegd gezag voor bodem en ondergrond en de daaraan verbonden VTH-(basis)taken voor een groot deel van de provincie naar de gemeenten. Voor de Begroting 2024 is van de impact hiervan op het werkprogramma van de OMWB een inschatting gemaakt en zijn bedragen opgenomen in de bijdrage van de deelnemers. Het is nog niet volledig duidelijk of deze bijdrage voldoende is om de kosten van de overgekomen taken volledig te dekken. In de 1e Bestuursrapportage 2024 wordt hier verder op ingegaan. Beschikbaar weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt eind 2023 € 2.092.000. Uitgaande van het actuele risicoprofiel van € 2.202.000 is de weerstandsratio 0,95. Dit wordt volgens de waarderingstabel van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) gekwalificeerd als ‘matig’. In de jaarrekening 2022 bedroeg de weerstandsratio 1,10 (‘voldoende’). Indien de jaarrekening 2023 een voldoende positief resultaat kent, kan de algemene reserve conform de Financiële Verordening (maximaal 8%) worden aangevuld en bedraagt de weerstandsratio 1,43 ('ruim voldoende'). In de resultaatbestemming 2023 zal aan het AB een voorstel worden gedaan dat aansluit op de Financiële Verordening.

Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat een aantal verplichte financiële kengetallen moet worden opgenomen. Doel daarvan is inzicht te geven in de financiële positie van de organisatie. De trend van de voor de OMWB relevante kengetallen wordt in onderstaande tabel weergegeven.

Financiële kengetallen

Jaarrekening 2023

Begroting 2024*

Begroting 2025

Netto schuldquote

-9,3%

-4,8%

-1,5%

Solvabiliteitsratio

34,2%

35,1%

28,3%

Structurele exploitatieruimte

6,7%

0,1%

0.0%

26

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe verder deze ratio onder de 1,0 ligt, hoe beter het is. Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de OMWB in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio geeft het aandeel van het eigen vermogen in het balanstotaal weer. Hoe hoger deze ratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. Structurele exploitatieruimte Door het zuiveren van de incidentele lasten en baten en de mutaties in reserves, ontstaat er een beeld van de mate waarin sprake is van een structureel sluitende begroting. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt als een percentage van de totale baten (voor mutaties reserves) van het betreffende jaar. Een positief percentage is wenselijk, aangezien dit betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Onderlinge verhouding kengetallen De solvabiliteitsratio zoals begroot voor 2025 is lager dan in de jaarrekening 2023 en in de 2e begrotingswijziging 2024. De structurele exploitatieruimte zoals begroot voor 2025, is gedaald ten opzichte van de jaarrekening 2023 en de 2e begrotingswijziging 2024.

Ten opzichte van de jaarrekening 2023 en de 2e begrotingswijziging 2024 vertonen de ratio’s een wisselend beeld; de overall conclusie is echter dat de balanspositie van de OMWB solide is.

Financiering In aansluiting op de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) is in het Besluit Begroting en Verantwoording neergelegd dat de financieringsparagraaf de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille uiteenzet. De grondslag voor de aan de portefeuille verbonden Treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut. Het beheer van de OMWB is risicomijdend en mede gericht op het voldoen aan de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Treasurybeleid De doelstellingen van het treasurybeleid van de OMWB zijn: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s, zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; 3. het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut. Onder risico’s worden zowel renterisico’s (vaste schuld en vlottende schuld), kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s als valutarisico’s verstaan. Met betrekking tot risicobeheer geldt het volgende algemene uitgangspunt: “Bij het uitzetten of aantrekken 27

van middelen worden de bepalingen zoals neergelegd in de Wet fido en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) in acht genomen.” Renterisicobeheer 1. De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido; 2. de renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido; 3. nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning; 4. de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; 5. binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de OMWB naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen. Met de inwerkingtreding van de Wet fido is de term ‘Renterisiconorm’ geïntroduceerd. De norm schrijft voor dat in enig jaar de aflossing van een langlopende schuld niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De OMWB kent momenteel geen langlopende leningen en voldoet daarmee automatisch aan de norm. De huidige financieringspositie en dito -behoeften vanuit de investeringsbegroting geven thans geen verdere aanleiding tot aanwending van een dergelijke lening. Kredietrisicobeheer Met betrekking tot het kredietrisicobeheer geldt het uitgangspunt dat overtollige middelen op voorhand worden aangehouden in de schatkist.

Intern liquiditeitsbeheer De OMWB beperkt zijn interne liquiditeitsrisico’s door zijn treasury-activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning. Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden door de OMWB uitgesloten. Leningen worden uitsluitend aangegaan of gegarandeerd in de Europese geldeenheid (de euro). Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet stelt de Wet fido een norm voor het maximumbedrag voor de financiering van de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar). De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen betreft 8,2% van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet bedraagt € 3.987.000 voor de OMWB op basis van de Begroting 2024. Aangezien het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen op € 15,0 miljoen wordt geschat, is de ruimte onder de kasgeldlimiet gelijk aan de kasgeldlimiet.

Wet open overheid (Woo) Inleiding De Wet Open Overheid (Woo) is ingegaan op 1 mei 2022 en legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen is het geven van een impuls aan openbaarheid. De wet vereist dat in begroting en jaarrekening wordt aangegeven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. De Wet Open Overheid kent een viertal belangrijke aspecten:

28

1. De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo contactfunctionaris aan te wijzen. 2. Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking. 3. Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking. 4. Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo contactfunctionaris De OMWB heeft een contactpersoon aangesteld. Op deze wijze is voldaan aan de wettelijke verplichting. Passieve openbaarmaking De Wet Open Overheid is de opvolger van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). De Woo kent op dit gebied de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob, onder meer is de toegestane doorlooptijd voor het beantwoorden van Woo-verzoeken aangepast. Deze aanpassingen zijn in 2023 doorgevoerd in onze processen. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om elf benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat overheidsorganisaties hun digitale informatiehuishouding binnen acht jaar (vanaf 1 mei 2022) op orde brengen.

29

Financiële begroting Inleiding De exploitatiebegroting bevat de verwachte baten en lasten voor het boekjaar 2025, inclusief meerjarenraming 2026-2028. Daarbij is de Kaderbrief 2025 als uitgangspunt gehanteerd. Aangezien de Begroting 2025 in dezelfde periode is opgesteld als de Jaarrekening 2023 is zoveel als mogelijk met deze actuele kennis rekening gehouden.

Financiële uitgangspunten De uitgangspunten voor de Begroting 2025 zijn door het Dagelijks Bestuur vastgesteld d.d. 24 januari jl. en gedeeld met de deelnemers in de Kaderbrief 2025.

Algemene uitgangspunten De OMWB hanteert de volgende algemene financiële uitgangspunten: 1. De Begroting 2025 gaat uit van het bestaande beleid, rekening houdend met de financiële effecten van de genoemde beleidsontwikkelingen in hoofdstuk 2; 2. de Begroting 2025, inclusief de meerjarenraming 2026-2028, is sluitend; 3. de Begroting 2025 wordt opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

Financieel technische uitgangspunten De volgende financieel-technische uitgangspunten zijn in de begroting inclusief meerjarenraming gehanteerd: Baten 

 

Voor 2025 wordt vanuit de extrapolatie van de werkprogramma’s 2024, de formatieve uitbreiding van 8,54 fte, zoals opgenomen in paragraaf 4.6 ‘Financiële impact 2025 en later’ in de Kaderbrief 2025, de bijdragen voor bodemtaken (Wbb), de projecten 'Van inrichting naar MBA' en 'Energie - Persoonsgebonden mobiliteit' en de Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten, een werkaanbod verwacht van ca. 392.000 declarabele uren; er geldt een kostendekkend, gemiddeld tarief, dat gelijk is voor deelnemers en niet-deelnemers; basis voor het financieringsmodel voor de deelnemende gemeenten is de MWBnorm. Conform de bestuurlijke afspraak zou de MWB-norm tot en met 2024 gelden. Echter, doordat de uitwerking van het GUK langer op zich laat wachten, blijft de MWB-norm een jaar langer als basis van de financiering gelden.

Lasten 

Conform de september-circulaire 2023 d.d. 19 september 2023 is rekening gehouden met een gemiddelde loonkostenstijging van 5,8% ten opzichte van de 2e begrotingswijziging 2024;

30

    

  

conform de september-circulaire 2023 d.d. 19 september 2023 is rekening gehouden met een gemiddelde prijsstijging van 1,6% ten opzichte van de 2e begrotingswijziging 2024; het hiervoor, onder 'Baten', beschreven werkaanbod vraagt een benodigde formatie voor het primaire proces van circa 303 fte; de personeelsformatie voor het primaire proces bedraagt 280 fte, De ‘overbrugging’ naar 303 fte gebeurt met inhuur van derden; er wordt rekening gehouden met een declarabiliteitsnorm van 1.295 uur per fte; het BBV schrijft voor dat kosten van bedrijfsvoering (in BBV-termen ‘Overhead’) afzonderlijk worden begroot en verantwoord. Volgens de definitie van het BBV worden tot de bedrijfsvoering gerekend “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”; de formatieomvang van bedrijfsvoering bedraagt 68 fte eigen medewerkers en 2,0 fte inhuur externe medewerkers; om mogelijke tegenvallers adequaat te kunnen opvangen, wordt rekening gehouden met een post onvoorzien van € 150.000. Deze post staat ter beschikking van het Dagelijks Bestuur; de structurele effecten van de cao SGO 2024-2025 zijn verwerkt.

Kosteneffectiviteitsonderzoek ‘Van goed naar beter’ Het kosteneffectiviteitsonderzoek 'Van goed naar beter' is afgerond in 2024. Het bestuur wordt via andere kanalen geïnformeerd over de afronding van dit programma. Teneinde de besparingen structureel binnen de dienst te verankeren, zijn structurele 'investeringen' noodzakelijk. Van het jaarlijks terugkerende budget van € 200.000 is € 144.000 opgenomen in het budget voor lonen & salarissen en € 56.000 in het automatiseringsbudget.

Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Het overzicht van baten is als volgt: Baten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming

Realisati e 2023

Begrotin g* 2024

Begrotin g 2025

2026

2027

2028

Programmadeel 1: Vergunningverlening , Toezicht en Handhaving

22.572

25.035

28.278

29.45 5

30.53 9

31.66 3

Programmadeel 2: Advies en Projecten

10.376

12.926

15.266

15.90 1

16.48 6

17.09 3

Programmadeel 3: Collectieve taken

1.824

1.834

1.988

2.071

2.147

2.226

Programmadeel 4: Buiten werkprogramma

3.389

1.844

1.802

1.831

1.861

1.890

31

Baten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming

Realisati e 2023

Begrotin g* 2024

Begrotin g 2025

2026

2027

2028

Programmadeel 4: Overige exploitatiebaten

548

610

610

610

610

610

Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten

549

1.588

672

672

-

-

39.257

43.837

48.618

50.54 0

51.64 3

53.48 2

Diverse baten

65

-

-

-

-

-

Rentebaten

499

250

250

250

250

250

2

-

-

-

-

-

566

250

250

250

250

250

39.823

44.087

48.868

50.79 0

51.89 3

53.73 2

-83

-42

-

-

-39

-41

-

-

218

9

-

-

-83

-42

218

9

-39

-41

Totaal lasten

38.188

44.045

49.086

50.79 9

51.85 4

53.69 1

Gerealiseerd resultaat

1.552

-

-

-

-

-

Subtotaal

Overige baten

Vennootschapsbelast ing Subtotaal

Totaal baten

Stortingen reserves Onttrekkingen reserves Totaal reserves

32

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Het overzicht van de lasten Primair proces is als volgt: Lasten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming

Realisati e 2023

Begrotin g* 2024

Begrotin g 2025

2026

2027

2028

21.501

25.566

28.663

30.03 8

31.30 0

32.61 5

Reiskosten

304

290

294

299

304

309

Opleidingskosten

241

319

376

382

388

395

Overige personeelskosten

140

168

131

133

136

138

Personeel niet in loondienst

3.172

2.421

2.608

2.608

1970

1.948

Detacheringsinkoms ten

-116

-

-

-

-

-

25.242

28.762

32.073

33.46 2

34.09 8

35.40 3

Afschrijvingskosten

78

141

493

282

190

172

Totaal afschrijvingskoste n

78

141

493

282

190

172

78

86

90

92

93

95

-

44

45

45

46

47

Automatisering

19

20

20

21

22

23

Algemeen beheer

38

34

40

41

41

42

Primair Proces Personele kosten Lonen & salarissen

Totaal personele kosten Afschrijvingskosten

Huisvesting en organisatiekosten Huisvesting en facilitaire kosten Tractie

33

Lasten Bedragen x € 1.000

Totaal Huisvestiging en organisatiekosten

Meerjarenraming

Realisati e 2023

Begrotin g* 2024

Begrotin g 2025

2026

2027

2028

135

184

195

199

203

206

Kosten primaire werkzaamheden verricht door derden Laboratoriumkosten

1.635

1.844

1.802

1.831

1.861

1.890

494

610

610

610

610

610

Totaal Kosten primaire werkzaamheden verricht door derden

2.129

2.454

2.412

2.441

2.471

2.500

Totaal lasten primair proces

27.585

31.542

35.174

36.38 4

36.96 2

38.28 2

Milieumetingen

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024

Het overzicht van de lasten Bedrijfsvoering is als volgt: Lasten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming

Realisati e 2023

Begrotin g* 2024

Begrotin g 2025

2026

2027

2028

5.214

6.344

7.612

7.977

8.312

8.661

Reiskosten

168

219

222

226

230

233

Opleidingskosten

211

311

367

373

379

385

Overige personeelskosten

527

643

517

525

533

542

Bedrijfsvoering Personele kosten Lonen & salarissen

34

Lasten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming

Realisati e 2023

Begrotin g* 2024

Begrotin g 2025

2026

2027

2028

Personeel niet in loondienst

284

293

362

379

395

412

Detacheringsinkomst en

-26

-

-

-

-

-

6.378

7.809

9.080

9.480

9.849

10.23 3

Afschrijvingskosten

86

129

317

283

261

261

Totaal Afschrijvingskoste n

86

129

317

283

261

261

1.208

1.213

1.244

1.264

1.284

1.305

Tractie

72

56

37

38

38

39

Algemeen beheer

473

481

438

445

452

459

Automatisering

2.347

2.659

2.641

2.751

2.852

2.957

Totaal Huisvesting en organisatiekosten

4.100

4.409

4.360

4.498

4.627

4.760

10.564

12.348

13.757

14.26 1

14.73 7

15.25 4

39

-

-

-

-

-

Onvoorzien

-

150

150

150

150

150

Vennootschapsbelast ing

-

5

5

5

5

5

Totaal personele kosten Afschrijvingskosten

Huisvesting en organisatiekosten Huisvesting en facilitaire kosten

Totaal lasten Bedrijfsvoering

Overig Diverse lasten

35

Lasten Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming

Realisati e 2023

Begrotin g* 2024

Begrotin g 2025

2026

2027

2028

Subtotaal

39

155

155

155

155

155

Totaal lasten overig

39

155

155

155

155

155

38.188

44.045

49.086

50.79 9

51.85 4

53.69 1

Totaal lasten

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Op grond van het BBV wordt inzicht verschaft in de structurele en incidentele baten en lasten voor de OMWB. In het volgende overzicht wordt dit weergegeven (bedragen x € 1.000):

2025

2026

2027

2028

Baten

Laste n

Baten

Laste n

Baten

Laste n

Baten

Laste n

Structure el

48.86 8

48.890

50.79 0

50.799

51.89 3

51.854

53.73 2

53.691

Incidentee l

-

196

-

-

-

-

-

-

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024

36

Toelichting op de begroting In dit onderdeel wordt een toelichting gegeven op de belangrijkste verschillen tussen de 2e begrotingswijziging 2024 en de Begroting 2025. Aan het einde van dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de beschikbare declarabiliteit en de te hanteren functionele tarieven voor het begrotingsjaar 2025.

Toelichting op de baten De baten van de OMWB bestaan voor het voornaamste deel uit bijdragen van onze deelnemers voor diensten en producten die zij afnemen. De baten zijn in beginsel gebaseerd op de omvang van de vastgestelde werkprogramma’s 2024. Daarnaast is de formatieve uitbreiding, zoals beschreven in paragraaf 4.6 'Financiële impact 2025 en verder' in de baten verwerkt. Op basis van de formatieve uitbreiding zijn extra baten geraamd voor een waarde van € 1,3 miljoen. Deze extra baten zijn verdeeld over P1 en P2, op basis van de beschreven ontwikkelingen. In de baten is ook rekening gehouden met de bijdragen voor bodemtaken (Wbb), het project ‘Van inrichting naar MBA’ en het project ‘Energie - persoonsgebonden mobiliteit’. Tenslotte zijn de Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten meegenomen in de baten. In bijlage 1 zijn de bijdragen voor 2025 en verder per deelnemer gespecificeerd. Conform de bestuurlijke afspraak zou de MWB-norm tot en met 2024 gelden. Echter, doordat de uitwerking van het GUK langer op zich laat wachten, blijft de MWB-norm een jaar langer als basis van de financiering gelden. Rentebaten De rentebaten voor 2025 zijn in de begroting opgenomen omdat verwacht wordt dat de baten een structureel karakter krijgen.

Toelichting op de lasten Voor de Begroting 2025 worden de ramingen van de kosten vergeleken met die van de 2e begrotingswijziging 2024. Waar nodig zijn de verschillen nader toegelicht. Hierna wordt allereerst ingegaan op de lasten voor het primair proces, daarna volgen de lasten bedrijfsvoering en de overige lasten.

Primair proces Personele lasten Personeelslasten Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

Primair proces

37

Personeelslasten Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

25.566

28.663

Reiskosten

290

294

Opleidingskosten

319

376

Overige personeelskosten

168

131

Personeel niet in loondienst

2.421

2.608

-

-

28.762

32.073

Personele kosten Lonen & salarissen

Detacheringsinkomsten Totaal Personele kosten * dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024

Lonen & salarissen: De mutatie in het budget voor lonen & salarissen wordt als volgt gespecificeerd:   

De benodigde personele capaciteit vanuit de baten 2025, de bezetting begin 2024 en de daarmee verwachte salariskosten voor 2024 vormen de basis voor deze post; de in de Kaderbrief 2025 beschreven formatieve uitbreiding van 8,54 fte is verwerkt in de budgetten voor lonen & salarissen voor het primair proces; voor de indexering is rekening gehouden met een toename van 5,8% ten opzichte van de begrote kosten voor lonen & salarissen in de 2e begrotingswijziging 2024.

Reiskosten: 

Indexering: 1,6%.

Opleidingskosten: 

In beginsel bedraagt het budget voor opleidingskosten voor het primair proces en bedrijfsvoering gezamenlijk 2% (€ 725.000) van de kosten lonen & salarissen. Als totale opleidingsbudget is € 743.000 opgenomen. Hiervan heeft € 366.000 betrekking op het decentrale opleidingsbudget van de teams van het primair proces. Aanvullend is een budget van € 10.000 opgenomen voor opleidingskosten voor de werkzaamheden in het kader van de Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten. Het opleidingsbudget voor het primair proces bedraagt in totaal € 376.000.

Overige personeelskosten: 

Budgetten die hieronder geschaard worden, betreffen onder andere budgetten voor arbo, werving & selectie, personeelsvereniging, vergader- en verblijfkosten en werkkleding; 38

 

op een de budgetten van overige personele kosten en vergader- en verblijfkosten zijn budgetreducties doorgevoerd om te komen tot een realistische begroting; indexering: 1,6%.

Personeel niet in loondienst: 

De formatie eigen medewerkers is gebaseerd op 280 fte. Het werkaanbod ligt circa 30.500 uur hoger dan met deze formatie bewerkstelligd kan worden; dit betreft circa 23 fte. Voor dit aantal fte is budget opgenomen voor de inhuur van externen; voor de indexering is rekening gehouden met een toename van 5,0% ten opzichte van de begrote kosten voor personeel niet in loondienst in de 2e begrotingswijziging 2024.

Afschrijvingskosten Afschrijvingskosten Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

Afschrijvingskosten

141

493

Totaal afschrijvingskosten

141

493

Primair proces

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Afschrijvingskosten:  

Meerjarig zijn de afschrijvingskosten in beeld gebracht bij het meerjareninvesteringsprogramma; door een herziening van de afschrijvingstermijn voor technische apparatuur vindt er een inhaalafschrijving plaats in 2025 en zijn de jaarlijkse afschrijvingslasten hoger dan voorgaande jaren. In het hoofdstuk 'Afschrijvingstermijnen' wordt dit verder toegelicht.

Huisvesting en organisatie Huisvestiging en organisatie Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

Huisvesting en facilitaire kosten

86

90

Tractie

44

45

Automatisering

20

20

Primair proces

39

Huisvestiging en organisatie Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

34

40

184

195

Algemeen beheer Totaal Huisvesting en organisatie * dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Huisvesting en organisatie: 

Indexering van 1,6%.

Overige kosten Overige kosten Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

1.844

1.802

Milieumetingen

610

610

Totaal Overige kosten

2.454

2.412

Primair proces Laboratoriumkosten

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 De Overige kosten worden als volgt gespecificeerd:  

De budgetten voor luchtkwaliteitsmetingen/e-Noses zijn onder deze post opgenomen; de budgetten voor milieumetingen worden gecompenseerd door de provincie Noord-Brabant en hebben derhalve een resultaatneutraal effect.

Bedrijfsvoering De kosten van bedrijfsvoering worden conform het BBV afzonderlijk in de begroting verantwoord. Hierna een toelichting op de kosten van bedrijfsvoering. Lasten Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

Bedrijfsvoering

40

Lasten Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

6.344

7.612

Reiskosten

219

222

Opleidingskosten

311

367

Overige personeelskosten

643

517

Personeel niet in loondienst

293

362

-

-

7.809

9.080

Afschrijvingskosten

129

317

Totaal Afschrijvingskosten

129

317

Huisvesting en facilitaire kosten

1.213

1.244

Algemeen beheer

481

438

2.659

2.641

56

37

4.409

4.360

12.348

13.757

Personele kosten Lonen & salarissen

Detacheringsinkomsten Totaal personele kosten Afschrijvingskosten

Huisvesting en organisatie

Automatisering Tractie Totaal Huisvesting en organisatiekosten

Totaal lasten Bedrijfsvoering * dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Lonen & salarissen: 

Voor de indexering is rekening gehouden met een toename van 5,8% ten opzichte van de begrote kosten voor lonen & salarissen in de 2e begrotingswijziging 2024; 41

 

in het budget is € 144.000 opgenomen voor een kwaliteitsmanager als structurele 'investering' in het kwaliteitsmanagementsysteem; de in paragraaf 4.6 ‘Financiële impact 2025 en later’ in de Kaderbrief 2025 beschreven formatieve uitbreiding in de tabel 'Tarief verhogende maatregelen', is verwerkt in de budgetten voor lonen & salarissen voor bedrijfsvoering.

Opleidingskosten: 

In beginsel bedraagt het budget voor opleidingskosten voor het primair proces en bedrijfsvoering gezamenlijk 2% (€ 725.000) van de kosten lonen & salarissen. Als totale opleidingsbudget is € 743.000 opgenomen. Hiervan heeft € 279.000 betrekking op het centrale opleidingsbudget en € 80.000 op de decentrale opleidingsbudget van de clusters van Bedrijfsvoering. Aanvullend is een budget van € 8.000 opgenomen voor kosten van het gezamelijke opleidingsprogramma vanuit Omgevingsdienst Nederland. Het opleidingsbudget voor bedrijfsvoering bedraagt in totaal € 367.000.

Overige personeelskosten:  

Indexering van 1,6%; op een aantal budgetten, o.a. kosten organisatie-ontwikkeling, duurzame inzetbaarheid en overige personele kosten, zijn budgetreducties doorgevoerd om te komen tot een realistische begroting.

Personeel niet in loondienst: Voor de verdere doorontwikkeling van datamanagement en -beheer is inhuur van specialistische kennis en ervaring essentieel. De kosten hiervan worden voor 2025 geschat op € 362.000. Afschrijvingskosten: In de Kaderbrief 2025 en deze begroting is een investering in huisvesting van € 2.000.000 opgenomen. Deze investering betreft de inrichting van de werkplekken. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het onderdeel 'Bedrijfsvoering' in het hoofdstuk 'Stategische agenda'. De jaarlijkse afschrijvingslast van deze investering bedraagt € 200.000 en is meegenomen in de afschrijvingskosten vanaf 2025. Huisvesting en facilitaire kosten:  

Voor de indexering van huur- en servicekosten is rekening gehouden met actuele ontwikkelingen, wat heeft geleid tot een indexatie van 2,9%; de overige kosten zijn geïndexeerd met 1,6%.

Automatisering:   

Op het budget voor licenties is een indexering van 4,96% toegepast; in het budget is € 56.000 opgenomen als structurele 'investering' in het kwaliteitsmanagementsysteem; de daling van het budget voor automatisering ten opzichte van de 2e begrotingswijziging 2024 is het gevolg van het feit dat er voor 2025 lagere kosten voor implementaties, transities en ontwikkelingen worden verwacht.

De overige kosten van bedrijfsvoering zijn geïndexeerd met 1,6% (reiskosten, algemeen beheer en tractie).

42

Overige lasten Hierna volgt een toelichting op de overige lasten. Overige lasten Bedragen x € 1.000

Begroting * 2024

Begroting 2025

-

-

150

150

Vennootschapsbelasting

5

5

Totaal Overige lasten

155

155

Overige lasten Diverse lasten Onvoorzien

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Onvoorzien Voor de verplichte post ‘Onvoorzien’ is vanuit het Dagelijks Bestuur in de begroting een bedrag opgenomen van € 150.000. Dit bedrag is ongewijzigd ten opzichte van de 2e begrotingswijziging 2024 en wordt toereikend geacht.

Declarabiliteit De basis voor het werkaanbod 2025 wordt gevormd door:     

de met de deelnemers afgestemde werkprogramma’s 2024; de MWB norm 2025; de formatieve uitbreiding van 8,54 fte, zoals opgenomen in paragraaf 4.6 'Financiële impact 2025 en later' in de Kaderbrief 2025 (pagina 25 en 26); de bijdragen voor bodemtaken (Wbb), de projecten 'Van inrichting naar MBA' en 'Energie - persoonsgebonden mobiliteit' en de Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten.

In totaliteit bedraagt het werkaanbod maximaal 392.000 declarabele uren. In de begroting is rekening gehouden met een formatie van 348 fte eigen medewerkers, waarvan 280 fte in het primaire proces. Rekening houdend met een declarabiliteit van 1.295 uur per fte, is ca. 363.000 uur beschikbaar aan declarabele uren. De declarabiliteitsnorm van 1.295 uur per fte kent de volgende opzet: Bruto-netto-berekening Beschikbare uren

Totaal uren 1.872

Verlof en feestdagen

279

Verzuim

94 43

Bruto-netto-berekening

Totaal uren

Niet-declarabele uren (o.a. overleg, opleiding, kwaliteitsmanagement, uren key users, OR/BHV)

204

Totaal declarabele uren

1.295

De ruimte tussen zowel werk- als additioneel aanbod en beschikbare urencapaciteit wordt gerealiseerd met inzet van externe inhuur.

Tarief ontwikkeling De OMWB hanteert in de begroting een gemiddeld, voorcalculatorisch uurtarief voor de geraamde bijdragen van deelnemers. De facturatie (afrekening ten opzichte van de bevoorschotting) vindt plaats tegen de gedifferentieerde nacalculatorische tarieven, gebaseerd op de functionele inschaling van de uitgevoerde werkzaamheden. Het voorcalculatorische gemiddelde tarief voor 2025 is met 8,4% gestegen ten opzichte van het tarief voor 2024. Uitgangspunt voor de tariefbepaling 2025 is het tarief van € 108,75, zoals vastgesteld in de begroting 2024. Op dit tarief is een correctie doorgevoerd voor het streefpercentage voor ziekteverzuim. Daarna is het tarief aangepast met de indexaties voor 2025 volgens de september-circulaire 2023 d.d. 19 september 2023 (loon- en prijspeil). Ook de tarief verhogende maatregelen, zoals beschreven in paragraaf 4.6 ‘Financiële impact 2025 en later’ in de Kaderbrief 2025, zijn verwerkt. Tenslotte is het tarief gecorrigeerd voor de extra verlofrechten uit de cao SGO 20242025 die abusievelijk niet zijn meegenomen in de berekening van het tarief, zoals opgenomen in de Kaderbrief 2025. Het gemiddelde, voorcalculatorische, tarief voor 2025 bedraagt afgerond € 117,90 (gemiddeld tarief van de begroting 2024 bedraagt € 108,75). Omschrijving

Effect op het tarief

Tarief 2024 Aanpassing ziekteverzuim van 5,5% naar 5,0%

Bedrag per uur € 108,75

-0,56 %

Subtotaal

- € 0,61

€ 108,14

Indexatie 2025

4,96%

€ 5,36

Impact voorstellen kaderbrief 2025*

3,12%

€ 3,37

44

Omschrijving

Effect op het tarief

Bedrag per uur

Correctie extra verlof

0,94%

€ 1,02

Tarief 2025

8,4%

€ 117,90

* Dit betreft de impact van de maatregelen vanuit bedrijfsvoering met een tarief verhogen effect ad. € 1.145.000, zoals uitgewerkt in paragraaf 4.6 'Financiële impact 2025 en later' in de Kaderbrief 2025. In onderstaande tabel zijn de functionele, voorcalculatorische tarieven voor het begrotingsjaar 2025 opgenomen, in vergelijking met de 2e begrotingswijziging 2024. Aanpassing van de tarieven heeft plaatsgevonden aan de hand van de tariefwijzigingen uit bovenstaande tabel. Functioneel voorcalculatorische uurtarieven

Begroting 2025 uurtarief

Begroting 2024 * uurtarief

MBO

€ 93,95

€ 86,00

HBO

€ 114,35

€ 105,50

Specialisten

€ 134,65

€ 124,80

Milieu

* dit betreft de 2e begrotingswijziging 2024 Tarieven buiten kantoortijd: Als kantoortijden hanteren we de maandagen tot en met de vrijdagen van 7.00 tot 22.00 uur. Alle overige tijdstippen zijn buiten kantoortijd. We hanteren een opslagpercentage van 30% op de tarieven voor werkzaamheden buiten kantoortijd.

45

Uiteenzetting financiële positie Op grond van het BBV dient in de begroting en jaarrekening een uiteenzetting van de financiële positie van de dienst opgenomen te worden. Hierna wordt zowel de geprognosticeerde balans gepresenteerd als inzicht in verwachte investeringen en gehanteerde afschrijvingstermijnen. Ook wordt het verloop van de reserves weergegeven. In bijlage 2 is het overzicht per taakveld opgenomen.

Geprognosticeerde balans In onderstaand overzicht is de geprognosticeerde begin- en eindbalans weergegeven voor zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming. In deze meerjarige geprognosticeerde balans is primair uitgegaan van bestaand beleid, aangevuld met verwachte (vervangings)investeringen. Activa Bedragen x € 1.000

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Materiële vaste activa

2.821

2.331

1.880

1.447

Totaal vaste activa

2.821

2.331

1.880

1.447

Vorderingen op openbare lichamen

279

279

279

279

Uitzettingen rijksschatkist

2.129

2.129

2.129

2.129

Uitzettingen met looptijd < 1 jaar

2.408

2.408

2.408

2.408

Liquide middelen (banksaldi)

991

991

991

991

Overige en overlopende

4.139

4.312

4.470

4.635

46

Activa Bedragen x € 1.000

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

10.359

10.042

9.749

9.481

vlottende activa

TOTAAL ACTIVA

Passiva Bedragen x € 1.000

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

2.092

2.092

2.092

2.092

838

828

868

909

Resultaat boekjaar vóór bestemming

-

-

-

-

Eigen vermogen

2.930

2.920

2.960

3.001

Voorzieningen

602

602

602

602

Vaste schulden

-

-

-

-

453

453

453

453

6.374

6.067

5.734

5.425

10.359

10.042

9.749

9.481

Algemene reserve Bestemmingsreserve meetstations

Vlottende schulden < 1 jaar

Overlopende passiva

TOTAAL PASSIVA

(Vervangings-)investeringen 2025

47

In 2025 zal een investering in huisvesting plaatsvinden van € 2.000.000. Deze investering betreft de inrichting van de werkplekken. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het onderdeel 'Bedrijfsvoering' in het hoofdstuk 'Stategische agenda'. Het uitgangspunt is dat het Algemeen Bestuur met het vaststellen van de Begroting 2025 goedkeuring verleent aan het onderstaande overzicht van (vervangings-)investeringen. Het resterende investeringskrediet van 2023 (in totaal € 847.000) is toegevoegd aan de voorgenomen investeringen in 2024. In de Begroting 2024 was reeds € 100.000 opgenomen, € 50.000 bij ‘Huisvesting’ en € 50.000 bij ‘Automatisering’. Bij het vaststellen van de begroting 2024 is reeds toestemming verleend voor deze voorgenomen investeringen. Investeringen Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

2028

Huisvesting

201

2.000

-

-

-

Automatisering

59

-

-

-

-

Communicatiemiddelen

6

-

-

-

-

Wagenpark

226

-

-

-

-

Technische apparatuur

445

-

75

-

-

Totaal

947

2.000

75

-

-

Bij vervanging van activa wordt nut en noodzaak afgewogen. Niet altijd kan vervanging plaatsvinden tegen de geraamde aanschafwaarden, wat betekent dat de werkelijke lasten kunnen afwijken van de in de tabel opgenomen bedragen. Substantiële afwijkingen melden we bij de bestuursrapportages. Voor activering van investeringen wordt vanaf 2022 een ondergrens van € 1.000 (was voorheen € 10.000) gehanteerd. Vervangingen of aanschaffingen onder deze grens verantwoorden we in de exploitatie. Met het vaststellen van de begroting worden ook de vermelde afschrijvingstermijnen voor investeringen vastgesteld. De afschrijvingen vinden - eveneens vanaf 2022 - plaats bij ingebruikname van het actief (was het jaar volgend op activering). Het financiële beleid is overeenkomstig aangepast.

Afschrijvingstermijnen Met ingang van 2025 vind er een herziening plaats van de gehanteerde afschrijvingstermijn van technische apparatuur. Deze wordt gewijzigd om een betere aansluiting tussen economische en technische levensduur te realiseren. In de praktijk blijkt dat de gebruiksduur van de betreffende apparatuur circa 5 jaar is in plaats van 15 jaar waar voorheen mee gerekend werd. In 2025 vindt er een inhaalafschrijving (€ 196.000) plaats op de technische apparatuur die voor 2025 reeds aanwezig was. De inhaalafschrijving is verwerkt in de afschrijvingen van het primair proces. Van de inhaalafschrijving heeft € 179.000 betrekking op afschrijvingen op meetstations. Dit bedrag wordt ten laste van de reserve meetstations gebracht.

48

Door de herziening van de afschrijvingstermijn van technische apparatuur zijn de afschrijvingskosten van technische apparatuur in 2025 € 75.000 hoger dan zonder deze herziening. Bij investeringen worden vanaf 2025 de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd: Tabel met de gehanteerde afschrijvingstermijnen

Jaren

Huisvesting

10

Automatisering

5

Communicatiemiddelen

3

Wagenpark

7

Technische apparatuur

5

Staat van reserves Het verwachte verloop van de reserves is als volgt: Staat van reserves 2024 2027 Bedragen x€ 1.000

Algemene Reserve

Reserve Meetstations

Stand per 1-1-2025

2.092

1.056

-

-218

2.092

838

-

-9

2.092

828

-

39

2.092

868

Mutatie 2025 Stand per 1-1-2026 Mutatie 2026 Stand per 1-1-2027 Mutatie 2027 Stand per 1-1-2028

49

Staat van reserves 2024 2027 Bedragen x€ 1.000 Mutatie 2028 Stand per 1-1-2029

Algemene Reserve

Reserve Meetstations

-

41

2.092

909

Algemene reserve De stand van de Algemene Reserve bedraagt naar verwachting per 1-1-2025 € 2.092.000 (voor resultaatbestemming 2023). Reserve Meetstations De stand van de reserve meetstations bedraagt naar verwachting per 1-1-2025 € 1.056.000. Het saldo van opbrengsten en kosten van de meetstations wordt per jaareinde toegevoegd (bij een positief saldo) of onttrokken (bij een negatief saldo) aan de reserve. In 2025 en 2026 neemt het saldo af door de inhaalafschrijving en de gestegen afschrijvingslast door de herziene afschrijvingstermijn van technische apparatuur. De jaren daarna loopt dit saldo jaarlijks eerst nog op; daarna zal de reserve teruglopen en wordt een evenwicht in kosten en opbrengsten verwacht. Oorzaak hiervan is dat kosten als gevolg van investeringen pas in latere jaren via de afschrijvingen ten laste van de reserve worden gebracht.

50

Bijlages Bijlage 1. Specificatie bijdrage per deelnemer

Specificatie bijdrage 2025 Gemeente

P1

P2

P3

Totaal

Alphen-Chaam

366.323

143.281

48.130

557.734

Altena

986.772

275.761

87.197

1.349.730

Baarle-Nassau

422.922

112.810

42.342

578.074

Bergen op Zoom

1.034.856

891.102

63.166

1.989.125

Breda

1.895.390

987.137

148.375

3.030.902

Dongen

402.341

161.385

39.103

602.829

Drimmelen

468.742

336.562

68.560

873.863

Etten-Leur

549.505

142.834

56.637

748.976

Geertruidenberg

446.123

181.917

40.663

668.702

Gilze en Rijen

417.938

168.904

54.864

641.706

Goirle

248.352

80.464

28.701

357.517

Halderberge

563.022

316.247

63.595

942.865

Heusden

527.688

339.055

47.805

914.548

Hilvarenbeek

522.116

296.014

52.649

870.780

Loon op Zand

331.131

220.207

48.915

600.253

Moerdijk

1.315.972

870.267

85.536

2.271.775

Oisterwijk

616.643

401.304

61.835

1.079.782

Oosterhout

929.996

395.305

89.944

1.415.244

Roosendaal

978.287

683.516

99.457

1.761.260

Rucphen

354.447

178.075

42.510

575.032

Steenbergen

497.364

233.972

58.112

789.447

51

Specificatie bijdrage 2025 Gemeente

P1

P2

P3

Totaal

Tilburg

2.191.194

1.456.959

161.806

3.809.959

Waalwijk

839.172

320.635

64.106

1.223.913

Woensdrecht

341.229

195.043

35.094

571.366

Zundert

621.909

362.272

76.895

1.061.076

Totaal gemeenten

17.869.433

9.751.028

1.665.997

29.286.457

Provincie

10.409.021

5.514.956

725.630

16.649.607

Totaal bijdrage 2025

28.278.454

15.265.984

2.391.626

45.936.064

Algemene toelichtingen bijlage 1:   

De bedragen zijn in beginsel gebaseerd op de bestuurlijk vastgestelde werkplannen voor 2024. Deze werkplannen zijn geïndexeerd op basis van het gemiddelde uurtarief 2025; in de bedragen is rekening gehouden met de bijdragen voor bodemtaken (Wbb) en de bijdragen voor het project ‘Van inrichting naar MBA’ en het project ‘Energie - persoonsgebonden mobiliteit’; in de bijdragen is rekening gehouden met de extra geraamde baten ter waarde van € 1,3 miljoen als gevolg van de formatieve uitbreiding zoals omschreven in paragraaf 4.6 'Financiële impact 2025 en later' in de Kaderbrief 2025 en in deze begroting in het hoofdstuk 'Beleidsbegroting'; de bedragen voor programma 3 betreffen de bijdragen van de deelnemers inclusief SSIB (in totaliteit € 403.457). De uitvoering van SSIB vindt plaats door de ODBN. De OMWB draagt derhalve deze vaste bijdrage af aan de collegaomgevingsdienst; de definitieve invulling van deze bijdragen per deelnemer vindt plaats aan de hand van de bestuurlijk vast te stellen werkprogramma’s. Bij de 1e bestuursrapportage 2025 wordt dit financieel vertaald en vastgelegd door middel van een begrotingswijziging als daar aanleiding toe is.

De bijdrage per deelnemer, met inbegrip van de formatieve uitbreiding zoals omschreven in paragraaf 4.6 'Financiële impact 2025 en later' in de Kaderbrief 2025, ziet er meerjarig als volgt uit:

52

Meerjarige bijdrage deelnemers Gemeente

2025

2026

2027

2028

557.734

580.936

602.314

624.479

1.349.730

1.405.878

1.457.615

1.511.255

Baarle-Nassau

578.074

602.122

624.280

647.253

Bergen op Zoom

1.989.125

2.071.872

2.148.117

2.227.168

Breda

3.030.902

3.156.987

3.273.165

3.393.617

Dongen

602.829

627.906

651.013

674.970

Drimmelen

873.863

910.216

943.712

978.440

Etten-Leur

748.976

780.133

808.842

838.607

Geertruidenberg

668.702

696.520

722.152

748.728

Gilze en Rijen

641.706

668.401

692.998

718.500

Goirle

357.517

372.390

386.094

400.302

Halderberge

942.865

982.088

1.018.229

1.055.700

Heusden

914.548

952.593

987.649

1.023.994

Hilvarenbeek

870.780

907.004

940.382

974.988

Loon op Zand

600.253

625.224

648.232

672.087

Moerdijk

2.271.775

2.366.280

2.453.360

2.543.643

Oisterwijk

1.079.782

1.124.701

1.166.090

1.209.002

Oosterhout

1.415.244

1.474.118

1.528.366

1.584.610

Roosendaal

1.761.260

1.834.528

1.902.039

1.972.034

Rucphen

575.032

598.953

620.995

643.847

Steenbergen

789.447

822.288

852.549

883.922

Tilburg

3.809.959

3.968.454

4.114.493

4.265.906

Waalwijk

1.223.913

1.274.828

1.321.741

1.370.381

571.366

595.135

617.036

639.743

1.061.076

1.105.217

1.145.889

1.188.058

Alphen-Chaam Altena

Woensdrecht Zundert

53

Meerjarige bijdrage deelnemers Gemeente

2025

2026

2027

2028

Totaal gemeenten

29.286.457

30.504.774

31.627.350

32.791.236

Provincie

16.649.607

17.342.231

17.980.425

18.642.104

Totaal bijdrage

45.936.064

47.847.005

49.607.774

51.433.340

Bijlage 2. Overzicht van geraamde baten en lasten per taakveld

Baten en lasten per taakveld (Alle bedragen x € 1000)

Taakvelden

0.

Baten

Lasten

Bestuur en ondersteuning

-

-

0.4

Bedrijfsvoering

-

13.757

0.5

Treasury

250

-

0.8

Overige baten en lasten

-

150

0.9

Vennootschapsbelasting

-

5

0.10

Mutaties reserves

218

-

0.11

Resultaat van de rekening van baten en lasten

-

-

7.

Volksgezondheid en milieu

-

-

7.4

Milieubeheer

48.618

35.174

54

Baten en lasten per taakveld (Alle bedragen x € 1000) Saldo van baten en lasten op taakvelden

Taakvelden

Baten

Lasten

49.086

49.086

55

Bijlage 3. Lijst van veel gebruikte afkortingen en termen binnen de OMWB Lijst van veel gebruikte afkortingen AB =

Algemeen Bestuur

DB =

Dagelijks Bestuur

AO =

Ambtelijk Overleg

MT =

Management Team

ATO =

Afdelingsteam Overleg

MD =

Management Development

SSiB =

Samen Sterk in Brabant

BRZO =

Bedrijf Risico Zware Ongevallen

GR =

Gemeenschappelijke Regeling

Burap =

Bestuursrapportage

Marap =

Maandrapportage

T1 (ect.) =

Termijnrapportages

OD =

Omgevingsdienst

RUD =

Regionale Uitvoeringsdienst

WP =

Werkprogramma

CT =

Collectieve Taken

VTH =

Vergunningverlening Toezicht & Handhaving

VV =

Vergunningverlening

T&H =

Toezicht & Handhaving

P1 =

Wettelijke basistaken

P2 =

Verzoektaken

P3 =

Collectieve Taken

P4 =

Buiten Werkprogramma

BOR =

Besluit Omgevingsrecht

GUK =

Gemeenschappelijk Uitvoeringskader

FAG =

Financiële Adviesgroep

ROK =

Regionaal Operationeelkader

RUN =

Regionaal Uitvoeringsniveau

IOV =

Impuls Omgevingsveiligheid

OW =

Omgevingswet

IPO =

Interprovinciaal provinciaal overleg

BPO =

Brabants Programma Omgevingsveiligheid

3D =

3-Directeuren Overleg

OR =

Ondernemingsraad

GO =

Georganiseerd Overleg

PNB =

Provincie Noord-Brabant

AM =

Accountmanagement

TM =

Teammanagers

TB =

Technisch Beraad

HoO =

Huis op Orde

P&C =

Planning & Control

NIG =

Niet-inrichtinggebonden taken

MWB-norm =

Midden- en West-Brabant Norm

SBK =

Sociaal Beleidskader

VVGB =

Verklaring van geen Bedenkingen

LPF =

Level Playing Field

VTHKA =

Vergunningverlening, Toezicht, Handhaving, Klachten, Advies

IB =

Inrichtingenbestand

WNT =

Wet Normering Topinkomens

BBV =

Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten

BV =

Bedrijfsvoering

Wgr =

Wet Gemeenschappelijk Regeling

56

DVO =

Dienstverleningsovereenkomst

ODBN =

Omgevingsdienst Brabant Noord

ODZOB =

Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant

ITV =

Intensieve Veehouderij

57

58

Controleverklaring vertraagd Voor de AB vergadering van 25 april staat onder andere het vaststellen van de jaarrekening 2023 geagendeerd. Door een tweetal oorzaken is er per die datum echter helaas nog geen goedgekeurde jaarrekening 2023 met inbegrip van controleverklaring beschikbaar. Beide redenen worden hieronder toegelicht alsmede wat dit betekent voor het verdere proces van afronding van de jaarrekening 2023. Rechtmatigheidsverantwoording niet verwerkt De voornaamste reden van de vertraagde afronding van de accountantscontrole is dat de noodzakelijke wijzigingen naar aanleiding van de rechtmatigheidsverantwoording niet tijdig in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO) en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn doorgevoerd vanwege bezwaren van de Algemene Rekenkamer. Dit betekent dat er onduidelijkheid is over de rechtmatigheidsverantwoording en de wijze waarop dit in de controleverklaring van de accountant verwoord dient te worden. Verwachting is dat hier op z’n vroegst medio april uitsluitsel komt. Kwaliteit controleteam en planning Daarnaast bevindt de extern accountant, Flynth, zich nog in de afrondende fase van de controle. Het controleproces is nogal intensief geweest waarbij het team door uitdagingen in de planning en bezetting de controle niet tijdig tot afronding heeft kunnen brengen.

Dit komt mede doordat de controle in belangrijke mate met een nieuw team is uitgevoerd. De accountant gaat intern evalueren hoe zij hierin een verbeterslag kunnen maken, waarbij zij graag de feedback van OMWB meenemen. Impact op bestuurlijk besluitvormingsproces Na afronding van de laatste controlewerkzaamheden en het verkrijgen van verdere duiding rondom de rechtmatigheidsverantwoording inclusief de wijze waarop dit in de controleverklaring verwoord dient te worden, zal Flynth overgaan tot het opstellen en verstrekken van een naar verwachting goedkeurende controleverklaring. Graag benadrukken we dat er bij de reeds verrichte controlewerkzaamheden vooralsnog geen materiële onjuistheden of onvolkomenheden aan het licht zijn gekomen. Het resultaat is op dit moment € 1,5 miljoen positief. Dit betreft nog geen definitief resultaat daar de controle nog niet volledig is afgerond. Wanneer de controleverklaring door Flynth aangeleverd wordt, is vooralsnog niet bekend. Om een zorgvuldig besluitvormingsproces te borgen, heeft de OMWB daarom besloten de jaarrekening 2023 voorlopig van de diverse agenda’s te halen. Extra AB-vergadering Door bovengenoemde oorzaken wordt nog voor de zomervakantie een extra AB-vergadering ingepland. De OMWB is immers verplicht de jaarrekening 2023 vóór 15 juli 2024 aan te bieden aan het Ministerie van BZK.

Wij begrijpen dat dit een behoorlijke agenda-technische uitdaging is en nemen binnenkort separaat contact met u op over de verdere gang van zaken. Afrekenen werkprogramma’s Vooruitlopend op de goedkeuring van de jaarrekening 2023 door de accountant zullen we in de eerste helft van april overgaan tot het afrekenen van de werkprogramma’s 2023 (indien van toepassing). Voor de volledigheid merken we op dat dit niet de (eventuele) terugbetaling naar aanleiding van de resultaatbestemming 2023 betreft. Vragen? Wij hopen u met bovenstaande voor nu voldoende geïnformeerd te hebben. Mocht u aanvullend nog vragen of opmerkingen hebben dan horen wij dat uiteraard graag. U kunt hiertoe contact opnemen met Edwin van Dongen te bereiken via 06-528.574.89 of e.dongen@omwb.nl.

Jaarstukken 2023

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ..................................................................................................... 2 Voorwoord ............................................................................................................ 4 Jaarverslag ........................................................................................................... 5 Inleiding ............................................................................................................ 5 Het resultaat 2023 .............................................................................................. 7 Toelichting op het resultaat 2023 .......................................................................... 7 Programmaverantwoording ................................................................................ 12 Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) ...... 12 Programmadeel 2: Adviezen en projecten ......................................................... 21 Programmadeel 3: Collectieve taken ................................................................ 27 Programmadeel 4: Overige exploitatielasten en -baten....................................... 28 Specifieke uitkering Omgevingsdiensten ........................................................... 29 Kosten van Bedrijfsvoering, Vennootschapsbelasting en de post Onvoorzien .........

29 Paragrafen ....................................................................................................... 29 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................ 29 Financiering .................................................................................................. 33 Bedrijfsvoering - plannen en resultaten ............................................................ 36 Wet open overheid (WOO) .............................................................................. 41 Jaarrekening ....................................................................................................... 43 Balans ultimo boekjaar (vóór resultaatbestemming) .............................................. 43 Het overzicht van baten en lasten ....................................................................... 47 Toelichtingen.................................................................................................... 51 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ............................................ 51 Toelichting op de balans per 31 december 2023 ................................................ 55 Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2023 ....................................... 65

2

Kengetallen .................................................................................................. 71 Toelichting op de baten .................................................................................. 72 Overzicht baten en lasten per taakveld 2023 ........................................................ 74 Publicatieverplichting op grond van de WNT ......................................................... 75 Verantwoordingsinformatie Specifieke Uitkeringen (SiSa) ...................................... 79 Rechtmatigheidsverantwoording ......................................................................... 79 Bijlage 1: Kwaliteitscriteria 2.2 .............................................................................. 81

3

Voorwoord Voorwoord Voor u liggen de jaarstukken 2023 van de Omgevingsdienst Midden-en West-Brabant (hierna OMWB). De jaarstukken vormen het sluitstuk van de Planning & Control-cyclus en bestaan uit de volgende onderdelen: • •

het jaarverslag 2023, bestaande uit de programmaverantwoording en de paragrafen; de jaarrekening 2023, bestaande uit de balans, het overzicht van baten en lasten over het boekjaar en de toelichtingen.

Met dit jaarverslag en de jaarrekening verantwoordt de OMWB zich aan zijn deelnemers over het afgelopen jaar.

4

Jaarverslag Inleiding Het jaar 2023 was voor de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) wederom een druk jaar. De vele thema’s die verbonden zijn aan een veilige, schone en duurzame leefomgeving, staan onder grote maatschappelijke belangstelling. De werkdruk bij onze dienst is fors en de dynamiek groot. De OMWB blijft onverminderd deze belangrijke onderwerpen aanpakken en professionaliseert zich gaandeweg. De dienst sluit het boekjaar 2023 af met een positief financieel resultaat van € 1,6 miljoen, grotendeels veroorzaakt door lagere kosten. Daarnaast zien we dat we onze werkprogramma's niet geheel gehaald hebben, onder meer door onvolledige bezetting en het inwerken van nieuwe medewerkers. Gedurende het jaar hebben we daarover in goed overleg met onze deelnemers keuzes gemaakt over de prioriteiten. Wat ook opvalt is dat er door medewerkers veel verlof is gekocht en deels ook is opgenomen (meer dan andere jaren). Dit beïnvloedt uiteraard het aantal beschikbare declarabele uren van medewerkers. De krappe arbeidsmarkt, de vergrijzing en de toenemende vragen van onze opdrachtgevers dwingen ons als organisatie om ons nog meer in te spannen om goed opgeleid en competent personeel te werven. Daarnaast investeerden we het afgelopen jaar in trajecten voor trainees.

We mikken op een jonge doelgroep om een evenwichtige balans in onze organisatie te creëren, zonder oog te verliezen voor de rol van de ervaren krachten. Het streven naar datagestuurd werken is één van de speerpunten bij de doorontwikkeling van de OMWB naar een professionelere organisatie. Hoe beter het ons lukt om data te vertalen naar waardevolle informatie en inzichten, hoe beter we kunnen bijdragen aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. We zullen de komende jaren dan ook blijven investeren in de juiste kennis, competenties en (ICT-)structuren. Een belangrijke stap in deze ontwikkeling was in 2023 de overgang van het bestaande Vergunning-, Toezicht- en Handhavings- (VTH) systeem, Squit, naar een nieuw systeem: RxMission. Dit stelt ons in staat om conform de Omgevingswet te werken en gegevens beter en gerichter op te slaan. Ook de geconstateerde tekortkomingen ten aanzien van de archivering kunnen we hiermee beter aanpakken. Deze overgang heeft veel (voorbereidings-)tijd en capaciteit gekost. Ook de eerste externe visitatie, voortvloeiend uit het Interbestuurlijk Programma (IBP), was een mijlpaal en de start van een nieuwe systematiek. Dit leverde nuttige aanbevelingen waar we ons voordeel mee kunnen doen bij de verdere doorontwikkeling. Inhoudelijk speelde er in 2023 een aantal belangrijke zaken die te maken hebben met de transities klimaat en energie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1680/documents/42991