CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Gebundelde stukken OMWB

Gemeenteraad 25 juni 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5e: Raadsvoorstel Zienswijzen begrotingen 2027 Gemeenschappelijke Regelingen26.496 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Overlopende passiva De specificatie van de overlopende passiva is als volgt: Boekwaarde 31-12-2025

Boekwaarde 31-12-2024

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Van het Rijk

1.251

1.925

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume:

62

Boekwaarde 31-12-2025

Boekwaarde 31-12-2024

864

964

Afrekeningen werkprogramma's

1.701

2.087

Afdr. loonheffing en netto salarissen

67

172

3.883

5.148

Nog te betalen posten

Totaal

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen worden als volgt gespecificeerd: De van Europese en Nederlandse overheidslichame n ontvangen voorschotbedrag en voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

Boekwaar de 01-01-20 25

Ontvangen voorschott en

Besteding en

Terug te betale n

Boekwaar de 31-12-20 25

E93 Regeling specifieke uitkering Interbestuurlijk programma VTH

279

0

0

279

0

F21 Eenmalige specifieke uitkeringen ten behoeve van extra ondersteuning voor toezicht op en handhaving van de energiebesparingsp licht

1.646

673

1.212

0

1.107

0

196

52

0

144

1.925

869

1.264

279

1.251

Van het Rijk:

Subsidie Robuustheid Totaal

63

De in bovenstaande tabel opgenomen voorschotbedragen zijn overeenkomstig de beschikkingen ontvangen in 2025. Conform de bestedingen zijn de opbrengsten dienovereenkomstig apart als baten verantwoord in het ‘Overzicht van baten en lasten’. Voor de regeling Specifieke Uitkering Interbestuurlijk programma VTH is een aankondiging op de eindbeschikking ontvangen. Deze is overeenkomstig verwerkt. Onder de overige posten van de overlopende passiva zijn geen verplichtingen opgenomen die een looptijd hebben langer dan één jaar. Afrekeningen werkprogramma’s Dit betreft het saldo van de terug te betalen eindafrekeningen over 2025 die in januari 2026 naar de deelnemers zijn gestuurd. Ter bevestiging van deze saldi is bij de deelnemers een confirmatie opgevraagd en (deels) ontvangen.

Niet uit de balans blijkende vorderingen en verplichtingen (Lease)verplichtingen Een deel van de activa is aangeschaft via een leasecontract. Dit betreffen: •

•

•

IT-infrastructuur en omgeving: per 1 januari 2026 is de overeenkomst met Sogeti verlopen. Op het moment van schrijven ligt een addendum voor de verlening van het contract (tot 31-12-2027) ter ondertekening bij de leverancier. De jaarlijkse kosten hiervan bedragen ongeveer € 1.600.000. Dienstauto’s: per 31 december 2025 zijn 10 dienstauto's in gebruik. Van vier van deze auto's is het contract per augustus 2025 verlopen. In afwachting op de gunning van de (lopende) aanbesteding worden deze auto's aangehouden. Maandelijks worden de contracten verlengd. Dit geldt ook voor een shortlease contract, welke eveneens per augustus is verlopen. Van de resterende vijf auto's bedragen de jaarlijkse leasekosten circa € 42.000. Van één dienstwagen loopt het contract in 2026 af; van de vier overige wagens eindigen de contracten in 2029. De totale verplichting van deze vijf leasecontracten bedraagt per jaareinde 2025 circa € 120.000. Multifunctionals: voor vier multifunctionals (printers) is in 2021 een overeenkomst aangegaan. De jaarlijkse kosten hiervan bedragen circa € 6.600. De overeenkomst is ingegaan per 1 januari 2022 en kent een looptijd van vijf jaar. Het contract eindigt derhalve op 1 januari 2027.

In 2018 zijn contracten gesloten voor de IT-systemen met AFAS en Roxit. De jaarlijkse kosten hiervan bedragen afgerond respectievelijk € 63.000 en € 162.000. Het contract met AFAS wordt jaarlijks stilzwijgend verlengd en het contract met Roxit liep in 2022 af en is tot 31 december 2028 verlengd. Huurovereenkomsten De jaarlijkse huurverplichting voor het pand (inclusief parkeerplaatsen) in Tilburg bedraagt circa € 797.000. De huurovereenkomst is aangegaan voor een periode van vijf jaar met als einddatum 31 december 2027. De totale huurverplichting bedraagt € 1,5 miljoen. De jaarlijkse huurverplichting voor kantoorruimte (inclusief parkeerplaatsen) en laboratorium aan de Brabantlaan 1 te ’s-Hertogenbosch bedraagt circa € 128.000 per jaar. De overeenkomst is per 1 juli 2022 stilzwijgend verlengd met vijf jaar tot 1 juli 2027.

64

Inkoopverplichtingen In de kadernota rechtmatigheid deed de commissie BBV de stellige uitspraak dat meerjarige contracten - in het kader van Europese regels - in de toelichting op de jaarrekening opgenomen moeten worden voor het volle bedrag waarover het contract is afgesloten. De OMWB verleent opdrachten aan milieukundige adviesbureaus op basis van het actuele werkaanbod vanuit de opdrachtgevers en specifieke casuïstiek. Hiervoor zijn geen meerjarige contracten afgesloten met bedoelde bureaus, enkel jaarcontracten. Lopende procedures Er is geconstateerd dat in 2024 een foutief advies is verstrekt als onderbouwing voor een verstrekte omgevingsvergunning waarbij derden mogelijk gedupeerd zijn. Voor de geleden schade heeft de betrokken partij een dagvaardiging uitgegeven voor zowel de OMWB als de betreffende deelnemer. Hier zou eventueel een schadepost uit kunnen voortvloeien die betrekking zou hebben op 2025. Gezien de onzekerheid omtrent verantwoordelijkheid en de hoogte van geleden schade hebben wij hiervoor geen voorziening gevormd en wachten wij verdere ontwikkelingen af.

Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2025 De begroting 2025 sloot voor wijziging met een saldo van € 0. Bij de derde begrotingswijziging werd een resultaat verwacht van € 3.846.000. Het jaarrekeningresultaat bedraagt € 4.519.000 positief.

Nadere toelichting op de lasten Primair proces De bijstelling van de lasten en baten is conform de besluitvorming van het algemeen bestuur. In beginsel worden de belangrijkste verschillen op totaalniveau toegelicht. Waar nodig wordt specifieke toelichting gegeven op de onderdelen primair proces en bedrijfsvoering. 2025 begroting na wijzigingen

2025 realisatie

Salarissen

23.546

23.591

Reiskosten

380

462

Opleidingskosten

248

188

Overige personele kosten

119

119

Inhuurbudgetten

3.997

3.868

Subtotaal personeelslasten

28.290

28.227

Personeelslasten Primair proces

65

Salarissen De salariskosten van het primaire proces bedragen € 23.591.000 en zijn € 44.000 hoger dan begroot na wijziging. Het verschil wordt veroorzaakt door de mutaties op de voorzieningen verlofsparen en mobiliteit. Daarnaast zien we dat er vrij veel jongere medewerkers in dienst zijn gekomen tegen een lagere loonsom dan waar bij de begroting rekening mee is gehouden. Reiskosten De reiskosten bedragen in totaal voor het primair proces en bedrijfsvoering samen € 546.000 en zijn daarmee € 39.000 hoger dan begroot na wijziging. Deze overschrijding wordt gelijk aan 2024 veroorzaakt doordat medewerkers na enkele jaren van verminderde aanwezigheid op kantoor, de weg terug hebben gevonden. Ook de toename in personeel draagt bij aan de overschrijding. Opleidingskosten De opleidingskosten bedragen in totaal voor het primair proces en bedrijfsvoering samen € 594.000 en zijn hiermee € 40.000 lager dan begroot na wijziging. Dit is met name het gevolg van het uitstellen van (landelijk) verzorgde opleidingen. Overige personele kosten De overige personeelskosten van het primaire proces bedragen € 119.000 en zijn hiermee gelijk aan de begroting na wijziging. Inhuurbudgetten De inhuurkosten van personeel zijn € 129.000 lager dan begroot (na wijzigingen). Het is niet altijd mogelijk gebleken om (tijdig) specialistische inhuur te werven. 2025 begroting na wijzigingen

2025 realisatie

Afschrijvingen

405

411

Subtotaal Afschrijvingen

405

411

Afschrijvingen Primair proces

Een deel van de afschrijvingslast is verantwoord onder de lasten bedrijfsvoering (€ 107.000 tegenover € 93.000 begroot). Samen met de afschrijvingslast voor bedrijfsvoering vallen de totale afschrijvingen over 2025 € 21.000 hoger uit dan begroot na wijziging. Aanleiding betreft onder andere het versneld afschrijven van horeca apparatuur (eind 2025) vanwege verkoop. Huisvesting en organisatie

2025 begroting na wijzigingen

2025 realisatie

Huisvesting en facilitaire kosten

93

82

Tractie

52

45

Primair proces

66

Huisvesting en organisatie

2025 begroting na wijzigingen

2025 realisatie

Automatisering

21

37

Algemeen beheer

57

60

223

224

Subtotaal Huisvesting en organisatie

Voor het primair proces worden binnen de rubriek 'Huisvesting en organisatie' marginale verschillen geconstateerd. De totale kosten zijn binnen de ramingen gebleven. 2025 begroting na wijzigingen

2025 realisatie

1.149

1.310

Kosten SSIB

400

400

Milieumetingen

610

536

Subtotaal Overige kosten

2.159

2.246

Overige kosten Primair proces Laboratoriumkosten

Toelichting: • •

De laboratoriumkosten zijn vraaggestuurd en worden één op één doorbelast. De corresponderende baten zijn opgenomen onder deelprogramma 4. Deze kosten en opbrengsten kennen een resultaat neutraal effect. De kosten milieumetingen zijn lager dan begroot en worden volledig doorbelast aan de provincie Noord-Brabant als onderdeel van deelprogramma 4.

Nadere toelichting op de lasten Bedrijfsvoering In beginsel worden de belangrijkste verschillen op totaalniveau toegelicht; zie hiervoor de ‘Nadere toelichting op de lasten Primair proces’. Waar nodig wordt specifieke toelichting gegeven op de onderdelen primair proces en bedrijfsvoering. 2025 begroting na wijzigingen

2025 realisatie

Salarissen

6.508

6.651

Reiskosten

127

84

Personeelslasten Bedrijfsvoering

67

2025 begroting na wijzigingen

2025 realisatie

Opleidingskosten

386

407

Overige personele kosten

635

622

Inhuurbudgetten

474

446

Subtotaal Personeelslasten

8.129

8.210

Personeelslasten

Salarissen De salariskosten vallen € 144.000 hoger uit dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de mutatie in de voorziening verlofsparen en in beperkte mate door het niet (tijdig) invullen van vacatures. Reiskosten Voor de toelichting op de reiskosten wordt verwezen naar de 'Nadere toelichting op de lasten Primair proces'. Opleidingskosten Voor de toelichting op de opleidingskosten wordt verwezen naar de 'Nadere toelichting op de lasten Primair proces'. Overige personele kosten Op de ‘Overige personele kosten’ van Bedrijfsvoering is een onderbesteding gerealiseerd van € 13.000 en wijkt daarmee minimaal af van de gewijzigde begroting. Inhuurbudgetten De kosten voor inhuur van derden bedragen € 28.000 lager dan begroot. Deze onderschrijding wordt met name veroorzaakt door een lagere inzet van inhuurkrachten. 2025 begroting na wijzigingen

2025 realisatie

Afschrijvingen

93

107

Subtotaal Afschrijvingen

93

107

Afschrijvingen Bedrijfsvoering

Voor de toelichting op de afschrijvingen wordt verwezen naar de 'Nadere toelichting op de lasten Primair proces'. Huisvesting en organisatie

2025 begroting na wijzigingen

2025 realisatie

Bedrijfsvoering

68

Huisvesting en organisatie

2025 begroting na wijzigingen

2025 realisatie

1.284

1.195

41

44

Automatisering

2.450

2.220

Algemeen beheer

1.002

787

Subtotaal Huisvesting en organisatie

4.777

4.246

Huisvesting en facilitaire kosten Tractie

Toelichting: •

• •

•

De kosten van huisvesting en facilitaire kosten voor bedrijfsvoering bedragen € 1.195.000 en zijn daarmee € 89.000 lager dan begroot na wijziging. Door lagere servicekosten voor het pand in Tilburg is een besparing gerealiseerd van € 29.000. Daarnaast zijn op verschillende budgetten binnen ' Huisvestiging en facilitaire kosten' besparingen gerealiseerd, waarvan de voornaamste 'Kantinekosten' (€ 16.000) en ' Internet en telefoonkosten' (€ 15.000) betreffen. De kosten van vervoermiddelen liggen in lijn met de begroting. De kosten van automatisering voor Bedrijfsvoering bedragen € 2.220.000 en zijn daarmee € 231.000 lager dan begroot na wijziging. Deze onderschrijding wordt onder andere veroorzaakt doordat bepaalde projecten later zijn gestart of zijn uitgesteld, zoals de implementatie van GIS/GEO als gevolg van de juridische afwikkeling van het aanbestedingstraject (€ 71.000), lagere inzet van het innovatiebudget (€ 58.000) en de pilotgewijze opstart van AI-verkenningen (€ 15.000). Door vertraging in de vervanging van apparaten (laptops en telefoons) is de afkoop van de leasecontracten doorgeschoven naar 2026 en leidde daarmee tot een besparing van € 23.000. Daarnaast is minder gebruik gemaakt van AFAS-consultants doordat interne applicatiebeheerders in toenemende mate zelfstandig werkzaamheden en optimalisaties kunnen oppakken.

De kosten voor Algemeen beheer zijn € 215.000 lager dan begroot na wijziging. De voornaamste reden betreft de vertraging van het project 'Omgevingsdossiers' (€ 181.000). In 2026 wordt dit project verder opgepakt. Bij de resultaatbestemming 2025 wordt een budgetoverheveling voorgesteld.

Nadere toelichting op de Overige lasten Overige lasten Diverse lasten

2025 begroting na wijzigingen

2025 realisatie

0

6

69

Overige lasten Onvoorzien Vennootschapsbelasting Subtotaal Overige lasten

2025 begroting na wijzigingen

2025 realisatie

150

0

5

2

155

8

Diverse lasten Het saldo op de diverse lasten betreffen btw-correcties, waaronder de bijtelling voor wisselend privégebruik van bedrijfsauto's. Onvoorzien Het bedrag dat is gereserveerd voor onvoorziene kosten is in 2025 niet aangesproken. Vennootschapsbelasting De kosten vennootschapsbelasting bedroegen in 2025 € 2.000 (begroot € 5.000). Dit betreft het saldo van de voorlopige aanslag 2025 en de aanslag 2024.

Overzicht incidentele baten en lasten Vanuit het Rijk zijn twee specifieke uitkeringen toegekend met elk een specifieke starten einddatum. Dit betreffen de extra ondersteuning toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht (THE) en de subsidie Robuustheid. Voor de regeling (THE) is conform de beschikking in 2025 een voorschot ontvangen. De opbrengst van de beide uitkeringen over 2025 bedraagt € 1.264.000 en is apart in het overzicht van de baten verantwoord. Zowel de opbrengsten als kosten worden als incidenteel aangemerkt. In de kosten van personeel in loondienst is een bedrag van € 97.000 opgenomen voor mobiliteitstrajecten en een bedrag van € 30.000 voor transitievergoedingen. Daarnaast is een voorzien mobiliteitstraject uit 2024 vroegtijdig beëindigd in 2025 met een vrijval van € 48.000 tot gevolg. Per jaareinde is een bedrag van € 40.000 voorzien voor een mobiliteitstraject en een bedrag van € 54.000 voor een aanstaand RVU-traject. In de kosten van personeel in loondienst is een bedrag van € 402.000 opgenomen voor de dotatie aan de voorziening voor verlofsparen. Tot en met 2021 werden alle verlofgerelateerde rechten toegelicht en gekwantificeerd in de ‘Niet uit de balans blijkende vorderingen en verplichtingen’. In 2022 trad echter cao SGO artikel 6.3 Verlofsparen in werking.

Dit had tot gevolg dat er een voorziening moest worden opgenomen voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van niet gelijke omvang. Voor 2022, 2023, 2024 en 2025 was de dotatie aan de voorziening een incidentele post, de voorziening zelf is van structurele aard. In de buitengewone baten is een bedrag van € 83.000 opgenomen inzake een tegemoetkoming voor transitievergoeding van het UWV. Daarnaast is een restitutie fee van Flex West-Brabant opgenomen voor een bedrag van € 60.000 betreffende tegemoetkoming voor afgenomen diensten.

70

Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves In 2025 vonden geen structurele toevoegingen of onttrekkingen aan de reserves plaats.

Kengetallen Kengetallen

2024 realisatie

2025 realisatie

Uurtarief

€ 108,87

€ 118,06

Productieve uren

372.187

375.213

FTE Primair Proces

280

286

Gemiddeld aantal productieve uren per FTE

1.331

1.314

Ziekteverzuim

6,22%

5,52%

60%/40%

61%/39%

Eigenaarsdeel gemeenten/provincie

FTE

2024 realisatie

2025 realisatie

Primair proces kernformatie

250

258

Primair proces flexibele schil

30

28

Subtotaal Primair Proces

280

286

Bedrijfsvoering kernformatie

57

60

Bedrijfsvoering flexibele schil

6

3

Totaal Bedrijfsvoering

63

63

343

349

Totaal

De gerealiseerde declarabiliteit over 2025 ligt in lijn met de afgegeven verwachting bij de 3e begrotingswijziging (1.310 uur). Hierbij geldt dat de declarabiliteit per fte voor eigen medewerkers 1.286 uur bedraagt en voor inhuurkrachten 1.574 uur. 71

De declarabiliteit per fte van eigen medewerkers wordt positief beïnvloed door een onderbesteding op concernuren. Deze ruimte wordt daarentegen te niet gedaan door een hoger verzuim dan begroot en een hogere opname van verlofuren.

Toelichting op de baten 2025 begroting na wijzigingen

2025 realisatie

Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving

27.697

27.676

Programmadeel 2: Advies en Projecten

12.209

12.300

Programmadeel 3: Collectieve taken structureel

2.387

2.385

Programmadeel 4: Buiten werkprogramma

2.641

3.032

Programmadeel 4: Overige exploitatie

573

562

Specifieke uitkering Omgevingsdiensten

1.354

1.264

Subtotaal Baten

46.861

47.218

Baten

*Zie bijlage 1 voor een specificatie van Programma 1 tot en met 3 per deelnemer. 2025 begroting na wijzigingen

2025 realisatie

Diverse baten

148

153

Detacheringsinkomsten

80

89

Rentebaten

450

447

0

0

678

689

Overige baten

Vennootschapsbelasting Subtotaal Overige baten

72

Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving De baten zijn € 21.000 lager dan begroot en liggen daarmee in lijn met de begroting na wijziging. Met ingang van 2025 is in dit programma het Gemeenschappelijk uitvoeringskader (GUK) opgenomen. De gerealiseerd omzet hiervan bedraagt in 2025 € 724.000.

Programmadeel 2: Advies en Projecten De baten zijn € 91.000 hoger dan begroot. Dit programmadeel kent een vraaggestuurd karakter en is daarmee lastig te voorspellen. Met ingang van 2025 is de inzet van meetapparatuur in dit programma opgenomen (€ 35.900).

Programmadeel 3: Collectieve taken structureel De collectieve taken (inclusief SSIB) zijn overeenkomstig de begroting in rekening gebracht bij de deelnemers.

Programmadeel 4: Buiten werkprogramma De baten zijn in totaal € 391.000 hoger dan begroot. Opdrachten buiten het werkprogramma kunnen van jaar tot jaar verschillen.

Programmadeel 4: Overige exploitatie De baten zijn in totaal € 12.000 lager dan begroot en liggen hiermee in lijn met de 3e begrotingswijziging.

Specifieke uitkering Omgevingsdiensten Vanuit het Rijk is een specifieke uitkering THE toegekend. De opbrengst over 2025 bedraagt € 1.212.000 (begroot € 1.174.000). Daarnaast is vanuit het ministerie van I&W een subsidie voor robuustheid toegekend. De opbrengst hiervan bedraagt over 2025 € 52.000 (begroot € 180.000).

Uitsplitsing baten In 2025 bedroegen de gerealiseerde baten provincie op P1 € 10.277.000, op P2 € 4.202.000 en op P3 (incl. SSiB) € 722.000. De gerealiseerde baten gemeenten bedroegen voor P1, P2 en P3 (incl. SSiB) respectievelijk € 17.399.000, € 8.098.000 en € 1.663.000.

73

Overige baten Diverse baten Het saldo op de diverse baten betreft voornamelijk de tegemoetkoming van het UWV voor uitbetaalde transitievergoedingen (€ 83.000) en de restitutie fee van Flex WestBrabant voor een bedrag van € 60.000. Detacheringsopbrengsten Gedurende 2025 was een aantal medewerkers gedetacheerd. Rentebaten De OMWB ontving ontvangen voor een bedrag van € 447.000.

Overzicht baten en lasten per taakveld 2025 Baten en lasten per taakveld

Baten

Lasten

0. Bestuur en ondersteuning 0.4 Overhead

12.563

0.5 Treasury

446

0.8 Overige baten en lasten

243

0.9 Vennootschapsbelasting 0.10 Mutaties reserves

6 2

292

0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten

4.519

7. Volksgezondheid en milieu 7.4 Milieubeheer

44.897

29.699

8.3 Wonen en bouwen

2.321

1.410

48.199

48.199

Totaal van de taakvelden

De lasten op taakveld 0.4 Overhead bedragen de lasten voor het bedrijfsvoeringsproces niet zijnde het primaire proces - en corresponderen met de specificatie van de lasten in 'Het overzicht van baten en lasten'.

74

Publicatieverplichting op grond van de WNT WNT-verantwoording 2025 De WNT is van toepassing op OMWB. Het voor de OMWB toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 €246.000. Dit betreft het algemene bezoldigingsmaximum.

Bezoldiging topfunctionarissen met een dienstbetrekking en topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13de kalendermaand Van 01-01-2025 t/m 31-12-2025 vervulde de heer Arbouw de functie van directeur. Conform het delegatie-, mandaatbesluit en directiestatuut kent de directeur een volledige, formele beslissingsbevoegdheid. Daarmee wordt de heer Arbouw als topfunctionaris (gedurende hierboven vermelde periode) in het kader van de WNT aangemerkt. De heer Arbouw heeft geen dienstbetrekking bij meerdere WNT-plichtige instelling(en) als leidinggevende topfunctionaris (die zijn aangegaan met ingang van 1 januari 2018). Er zijn geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag ontvingen. bedragen x € 1

Dhr. A. Arbouw

Functiegegevens

Directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2025

01/01 - 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,00

Dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoeding

€ 155.157,33

Beloningen betaalbaar op termijn

€ 23.194,56

Subtotaal

€ 178.351,89

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Totale bezoldiging 2025

€ 246.000 N.v.t. € 178.351,89

75

bedragen x € 1

Dhr. A. Arbouw

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

Gegevens 2024 Functiegegevens

Directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2024

01/01 - 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

(Fictieve) dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

€ 150.876,54

Beloningen betaalbaar op termijn

€ 23.248,56

Subtotaal

€ 174.125,10

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum Totale bezoldiging 2024

€ 233.000 € 174.125,10

Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 2.100 of minder In de onderstaande tabel zijn de leden van het dagelijks bestuur en algemeen bestuur weergegeven. Voor allen geldt dat zij deze bestuursfunctie onbezoldigd verrichten. Noch ontvangen zij een onkostenvergoeding van de OMWB. De functie is gedurende heel 2025 uitgeoefend, tenzij anders vermeld in de tabel.

2025 Naam topfunctionaris

Functie

Deelnemer

De heer P.F.G. Depla

Voorzitter DB & AB

Gemeente Breda

76

2025 Naam topfunctionaris

Functie

Deelnemer

De heer A-J Moerkerke

Lid DB & AB

Gemeente Moerdijk

De heer M. van Asten

Lid DB & AB

Gemeente Tilburg

De heer M. Oudenhoven

Lid DB & AB

Provincie Noord-Brabant

De heer C. Machielsen

Lid DB & AB

Gemeente Gilze en Rijen

De heer H. Wierikx

Lid DB & AB

Gemeente Halderberge

De heer B. Scholtze

Lid DB & AB

Gemeente Drimmelen

Mevrouw A. Hunnik

Lid AB

Gemeente Altena

De heer E. Daandels

Lid AB

Gemeente Alphen-Chaam

De heer H. van Tilborg

Lid AB

Gemeente Baarle-Nassau

De heer J.P. Verroen

Lid AB

Gemeente Bergen op Zoom

Mevrouw A. van Eenennaam

Lid AB

Gemeente Dongen

De heer G. de Weert

Lid AB

Gemeente Etten-Leur

Mevrouw M. Witte -1

Lid AB

Gemeente Geertruidenberg

Mevrouw M. van Toorenburg -2

Lid AB

Gemeente Geertruidenberg

Mevrouw L. Franssen

Lid AB

Gemeente Goirle

De heer J. van den Bosch

Lid AB

Gemeente Heusden

Mevrouw C. Noordergraaf

Lid AB

Gemeente Hilvarenbeek

77

2025 Naam topfunctionaris

Functie

Deelnemer

De heer L. Laros

Lid AB

Gemeente Loon op Zand

De heer E. Logister

Lid AB

Gemeente Oisterwijk

De heer F. Backhuijs -3

Lid AB

Gemeente Oosterhout

De heer G. van Grootheest -4

Lid AB

Gemeente Oosterhout

Mevrouw K. Koenraad

Lid AB

Gemeente Roosendaal

De heer M. Gijzen

Lid AB

Gemeente Rucphen

De heer K. Gommeren

Lid AB

Gemeente Steenbergen

Mevrouw S. Schuijffel

Lid AB

Gemeente Waalwijk

De heer Th. de Heer

Lid AB

Gemeente Woensdrecht

Mevrouw E. Kools-Hereijgers

Lid AB

Gemeente Zundert

1. Mevrouw M. Witten wordt aangemerkt als topfunctionaris tot uiterlijk 11-9-2025 in verband met functie als lid AB. 2. Mevrouw M. van Toorenburg wordt aangemerkt als topfunctionaris vanaf 11-9-2025 in verband met aanstelling in functie als lid AB. 3. De heer F. Bakhuijs wordt aangemerkt als topfunctionaris tot uiterlijk 15-1-2025 in verband met functie als lid AB. 4. De heer G. Grootheest wordt aangemerkt als topfunctionaris vanaf 15-1-2025 in verband met aanstelling in functie als lid AB.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag ontvingen.

78

Verantwoordingsinformatie Specifieke Uitkeringen (SiSa)

Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting, controleprotocol en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur op 11 december 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag, omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten, inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 873.000.

De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025. Het dagelijks bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 0,22 miljoen bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 873.000. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties is volgens het dagelijks bestuur overigens een bedrag van € 0,03 miljoen acceptabel op basis van door het algemeen bestuur vastgestelde afspraken. Begrotingscriterium

bedrag x € 1 miljoen

1. Overschrijding op programma primair proces

0,03

2. Overschrijding investeringskredieten

0,09

Totaal begrotingsonrechtmatigheden

0,12 79

4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid

0,03

Voorwaardencriterium 5. Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed. Dit betreft een automatiseringscontract dat de primaire bedrijfsvoering raakt. Zie ook paragrafen; Bedrijfsvoering plannen en resultaten.

0,07

M&O criterium 6. Geen bevindingen. Totaal onrechtmatigheden

0,22

Waarvan acceptabel

0,03

Waarvan niet acceptabel

0,19

In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het algemeen bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het dagelijks bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.

Overige gegevens Controleverklaring

80

Bijlage 1: Realisatie deelnemers 2025 Realisatie deelnemers 2025 per programma Programma 1

Programma 2

Programma 3 (incl. SSIB)

Totaal

Alphen-Chaam

472.381

145.739

48.020

666.140

Altena

980.524

298.786

87.087

1.366.397

Baarle-Nassau

543.814

103.620

42.232

689.666

Bergen op Zoom

857.540

642.317

63.056

1.562.913

Breda

1.666.640

619.019

148.265

2.433.924

Dongen

437.433

131.528

38.993

607.954

Drimmelen

415.947

281.439

68.449

765.835

Etten-Leur

570.401

105.405

56.527

732.333

Geertruidenberg

426.529

238.859

40.552

705.940

Gilze en Rijen

386.527

154.293

54.754

595.574

Goirle

242.371

161.209

28.591

432.171

Halderberge

475.964

258.845

63.485

798.294

Heusden

471.720

254.139

47.696

773.555

Hilvarenbeek

527.250

186.619

52.538

766.407

Loon op Zand

284.277

251.261

48.806

584.344

Moerdijk

1.430.897

687.704

85.426

2.204.027

Oisterwijk

634.906

309.328

61.725

1.005.959

Oosterhout

889.904

310.870

89.834

1.290.608

Roosendaal

913.723

591.056

99.346

1.604.125

Rucphen

389.326

113.213

42.400

544.939

Steenbergen

511.866

191.797

58.002

761.665

Tilburg

2.181.070

1.195.437

161.696

3.538.203

Waalwijk

752.578

362.549

63.996

1.179.123

Gemeente

81

Woensdrecht

356.952

122.377

34.984

514.313

Zundert

578.194

380.909

76.982

1.036.085

Totaal gemeenten

17.398.734

8.098.318

1.663.442

27.160.494

Provincie

10.276.770

4.201.581

721.858

15.200.209

Totaal bijdrage

27.675.504

12.299.899

2.385.300

42.360.703

*programmadeel 1 is inclusief GUK *programmadeel 2 is inclusief de opbrengst van inzet meetapparatuur Realisatie deelnemers 2025 t.o.v. begroting en werkprogramma Realisatie 2025

Oorspronkelijk begroot 2025

Begroot werkprogramma 2025

666.140

522.958

553.920

1.366.397

1.296.130

1.331.444

689.666

554.581

571.545

Bergen op Zoom

1.562.913

1.923.850

1.838.402

Breda

2.433.924

2.890.299

2.770.485

Dongen

607.954

574.193

598.151

Drimmelen

765.835

813.992

813.241

Etten-Leur

732.333

719.569

695.307

Geertruidenberg

705.940

641.915

663.591

Gilze en Rijen

595.574

609.022

628.344

Goirle

432.171

343.316

372.812

Halderberge

798.294

903.003

887.806

Heusden

773.555

877.829

860.890

Hilvarenbeek

766.407

829.867

778.448

Gemeente Alphen-Chaam Altena Baarle-Nassau

82

Loon op Zand

584.344

574.321

578.849

Moerdijk

2.204.027

2.164.951

2.276.791

Oisterwijk

1.005.959

1.029.782

1.028.216

Oosterhout

1.290.608

1.340.894

1.349.593

Roosendaal

1.604.125

1.699.162

1.568.428

Rucphen

544.939

541.956

532.470

Steenbergen

761.665

752.011

756.444

Tilburg

3.538.203

3.672.338

3.581.166

Waalwijk

1.179.123

1.187.010

1.119.651

514.313

551.637

514.845

1.036.085

1.018.955

979.962

Totaal gemeenten

27.160.494

28.033.542

27.650.801

Provincie

15.200.209

16.649.607

15.822.111

Totaal bijdrage

42.360.703

44.683.149

43.472.912

Woensdrecht Zundert

83

Bijlage 2: Kwaliteitscriteria 3.0 Inleiding De OMWB richt zich op een hoge kwaliteit van haar diensten. Een belangrijk doel van de oprichting van omgevingsdiensten is de kwaliteit en efficiëntie van de uitvoering structureel te verhogen en door middel van kennisdeling betere diensten te verlenen. Met deze rapportage wil de OMWB aan haar opdrachtgevers laten zien dat de organisatie (blijvend) aan de kwaliteitseisen voldoet. De OMWB heeft Libereaux in de arm genomen om een geactualiseerd beeld te geven over de mate van robuustheid op de Kwaliteitscriteria (KC) 3.0. Libereaux is landelijk erkend om deze nulmetingen uit te voeren. In een eerder stadium is een koppeling tot stand gebracht tussen de AFAS en het Portfoliosysteem DKI.nu van Libereaux. Dit bevordert en automatiseert de informatievoorziening. Onderliggende rapportage zoomt in op de robuustheid van de OMWB-medewerkers op het onderdeel ‘deskundigheid’, met daarin de belangrijkste conclusies, werkwijze en vervolgacties. Daarbij wordt een link gelegd tussen de procescriteria en de doorontwikkeling op het gebied van vaardigheden in relatie tot onder meer de Omgevingswet. Hiermee is deze rapportage niet alleen een verantwoordingsdocument, maar spreekt het ook een ambitie uit om blijvend te werken aan de professionaliteit van medewerkers en daarmee de OMWB als organisatie.

Conclusie actualisatieslag Kwaliteitscriteria Uit de actualisatieslag in 2025 blijkt het volgende: Een aantal deskundigheidsgebieden binnen de kwaliteitscriteria zijn niet bij de OMWB belegd. Deze taken liggen bij opdrachtgevers of bij andere omgevingsdiensten. Sommige producten van de OMWB zijn dus afhankelijk van de kwaliteit die deze opdrachtgevers of andere omgevingsdiensten leveren. Er zijn 259 medewerkers op één of meerdere deskundigheidsgebieden getoetst. Het is mogelijk dat zij op hun eerste deskundigheidsgebied groen scoren, terwijl zij oranje scoren op hun tweede deskundigheidsgebied. Omdat deze medewerkers voldoen aan minimaal één deskundigheidsgebied, worden zij beschouwd als voldoende vakbekwaam en/of deskundig (groen). Het aantal getoetste deskundigheidsgebieden hoeft dus niet overeen te komen met het aantal medewerkers.

84

Uitkomsten van de nulmeting De uitkomsten van de nulmeting geven een positief beeld over de aanwezige deskundigheid binnen de OMWB, afgezet tegen de vigerende VTH-kwaliteitscriteria. Door de komst van de Omgevingswet, maar ook digitalisering en andere behoeften van de klant en burger, heeft de OMWB daarnaast de intentie verder te professionaliseren gericht op soft skills. Door de nadruk te leggen op vereiste competenties en vaardigheden worden medewerkers wendbaarder gemaakt om in te spelen op bovengenoemde ontwikkelingen. De ambitie van de OMWB richt zich de komende periode op het verder professionaliseren van medewerkers.

Keuze onderzoeksmethode De update gericht op de kwaliteitscriteria is gedaan onder begeleiding van Libereaux, waarbij de werkwijze al is toegepast bij eerdere metingen (update en vervolgupdates). In digitale portfolio's hebben medewerkers hun relevante activiteiten, werkervaring, opleiding en aanvullende kennis op één of meerdere deskundigheidsgebieden in kaart gebracht en onderbouwd met ‘bewijsstukken’, zoals diploma’s en voorbeelden van producten die zijn geleverd. Deze bewijsstukken zijn door Libereaux getoetst, aan de hand van (VRAAK)criteria, om een zo valide mogelijk beeld te schetsen van de expertise binnen de omgevingsdienst. Nadat per individu de expertise ten opzichte van een deskundigheidsgebied in beeld is gebracht, zijn analyses gemaakt van de robuustheid in expertise van de organisatie. Analyses zijn mogelijk met het VTH-dashboard, waarin de gegevens op het gebied van deskundigheid en VTH-taken van alle medewerkers bijeen worden gebracht en geborgd. De conclusies in deze rapportage zijn gebaseerd op dit dashboard. Op basis daarvan zijn afspraken gemaakt over ontwikkeling en opleidingen in onder meer het Goede Gesprek tussen medewerkers en leidinggevenden. Van elke medewerker kan de score voor een deskundigheidsgebied worden uitgedrukt in een percentage. De vijf gemeten variabelen hebben elk een verschillend ‘gewicht’: • • • • •

'Activiteiten' tellen voor 40% mee; 'Werkervaring' voor 15%; 'Opleiding' voor 30%; 'Kennis' voor 15%; 'Frequentie' (weegt niet mee in deskundigheid).

De gedachte achter de landelijke percentageverdeling is dat praktijkervaring (bestaande uit de elementen ‘Activiteiten’ en ‘Werkervaring’) met 55% net iets zwaarder weegt dan kennis en opleiding (bestaande uit de elementen ‘Basisopleiding’, ‘Aanvullende opleidingen’, ‘Basiskennis’ en ‘Diepgaande kennis’) met 45%. Deze wegingsfactoren vormen ook het uitgangspunt voor 'Vakbekwaamheid'. Het gaat immers niet alleen over het bezitten van de juiste papieren, maar zeker ook over ervaring en kunde. Een medewerker is ‘deskundig’ conform de VTH-kwaliteitscriteria als hij of zij voor 100% aan de gevraagde criteria voldoet. Binnen de EVC-normen noemen wij 75% of meer 'vakbekwaam'. Een deskundigheidsgebied staat op ‘groen’ als er twee of meer medewerkers binnen de omgevingsdienst voor minimaal 75% of meer aan de vereisten in het betreffende deskundigheidsgebied voldoen. Deze conclusie hebben wij ook opgenomen in de uitkomsten van de update. Ondanks dat de frequentie niet meetelt in het percentage, wordt er aan ieder deskundigheidsgebied wel een uren-eis gesteld.

85

Een organisatie dient voor de meeste deskundigheidsgebieden (met uitzondering van) Ketentoezicht en BOA) twee of meer medewerkers in huis te hebben die voldoen aan de gestelde criteria. Daarin wordt het principe ‘Comply or Explain’ gehanteerd; een organisatie laat zien dat zij twee of meer medewerkers per deskundigheidsgebied in huis hebben (comply) óf de organisatie wijkt daar gemotiveerd van af (explain), bijvoorbeeld omdat de omgevingsdienst de betreffende taak niet zelf uitvoert.

Explain deskundigheidsgebieden Een aantal deskundigheidsgebieden worden uitgevoerd door partners. Aan 5 van de 23 deskundigheidsgebieden wordt voldaan door middel van explain. Dit betreffen de onderstaande gebieden. Daarnaast zijn ook de deeltaken milieu gericht op industrie en agrarisch elders belegd. 11. Bouwfysica. Bouwfysica is een onderdeel van het takenpakket van de gemeenten en wordt door de OMWB extern uitbesteed. 12. Brandveiligheid. Brandveiligheid is belegd bij de Veiligheidsregio Midden- en West Brabant. (Voor de provincie Noord- Brabant gaan wij brandveiligheidsinspecties uitvoeren. Momenteel is een werkgroep aan het bepalen hoe we precies invulling gaan geven aan deze provinciale opdracht). 13. Constructieve veiligheid. Op constructieve veiligheid heeft de OMWB een samenwerkingsverband met de ODZOB. Hieronder ligt een detacheringsovereenkomst voor de inzet van onze constructeur. 20. Natuuractiviteiten. Op het onderdeel “beoordeling aanvraag vergunningen” is deze taak belegd bij ODBN. Dit is een ongedeelde taak vanuit de provinciale opdracht die de provincie Brabant breed (dus ook voorwerkgebied OMWB en ODZOB) hebben weggelegd bij ODBN. De OMWB werkt dus samen gelet op de relatie met onze VTHKA werkzaamheden.

Op het onderdeel “Adviseren bij aanvragen voor Natura 2000-taken en flora- en fauna-taken en buitenplanse omgevingsplantaken”, adviseert de OMWB de gemeenten bij ruimtelijke procedures. 21. Cultuurhistorie. Deze taak is niet ondergebracht bij de OMWB en is onderdeel van het takenpakket van de gemeente.

Toelichting conclusies Van zes deskundigheidsgebieden is de taak niet ingebracht bij de OMWB, maar ligt dit bij de opdrachtgever of een andere omgevingsdienst. Sommige producten van de OMWB zijn wel afhankelijk van de kwaliteit bij de opdrachtgever op dit deskundigheidsgebied. Denk bijvoorbeeld aan een stedenbouwkundige afweging bij een omgevingsvergunning bij het afwijken van het bestemmingsplan.

86

Stand van zaken - aantal medewerkers in de nul-meting KC 3.0 Het VTH-dashboard bevat in 2025 de gegevens van 259 medewerkers van de OMWB. Medewerkers die zich binnen het primaire proces bezighouden met zogeheten ‘plustaken’, zoals, vuurwerk, ontgrondingenwet en APV, vallen niet onder één of meerdere deskundigheidsgebieden uit de KC 3.0. Om die reden maken deze medewerkers geen onderdeel uit van de huidige nulmeting. Dit geldt ook voor medewerkers die buiten het primaire proces vallen. Het gaat hier bijvoorbeeld om coördinerende, beleidsmatige, administratieve en ondersteunende functies. Hoewel deze medewerkers niet onder de KC 3.0 vallen, krijgen zij wel de beschikking over een eportfolio.

Opleidingsniveau Van de 259 medewerkers die verwerkt zijn in het de VTH-monitor is geanalyseerd wat hun basisopleidingsniveau is. Een aantal medewerkers hebben een EVC-traject gevolgd. Deze beschikken niet over een relevant en erkend hbo-diploma, maar hebben wel hbo werk- en denkniveau aangetoond. • • •

Relevante hbo of wo-niveau 73% Relevante mbo-niveau 25% (Nog) niet bekend 2%

Slotconclusie resultaten 0-meting en voortgang Uit de update van de toetsing blijkt het volgende: • • •

•

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant toont aan binnen 9 van de 23 gevraagde deskundigheidsgebieden te voldoen aan de 100% eis. Binnen 9 van de 23 gevraagde deskundigheidsgebieden toont de organisatie vakbekwaam (>75%) te zijn, maar voldoet daarmee nog niet aan de 100% eis. Een aantal deskundigheidsgebieden worden uitgevoerd door partners. Op 5 van de 23 deskundigheidsgebieden wordt voldaan door middel van explain. Daarnaast zijn ook de deeltaken milieu gericht op industrie en agrarisch elders belegd. Libereaux bracht mogelijke opleidingsbehoeften in kaart.

Op basis van de analyse op de kenniselementen wordt samen met de afdeling HRM een uitvraag gedaan naar de opleidingsmarkt. Omdat er nauwkeurig in beeld is gebracht wie wat nog moet doen, wordt hierop een efficiëntieslag verwacht. Ook wordt er gekeken naar een mogelijke samenwerking met de partners. Daarnaast levert de OMWB voor het beoordelen van de frequentie een uitdraai: “Kritieke massa Frequentie geschreven uren OMWB”. Dit geeft een goed en waarheidsgetrouw overzicht van de continuïteit ( frequentie).

87

Het e-portfolio Ditkanik.nu wordt door de medewerkers bijgehouden; (nieuwe) bewijsstukken en certificaten worden geüpload en gedeeld met de teammanager. Het vormt de basis voor ontwikkeling. Ook de medewerkers die niet onder een deskundigheidsgebied van de kwaliteitscriteria vallen kunnen hun e-portfolio bijhouden en aanvullen. Verder zal de VTH-monitor onderhouden en geactualiseerd worden, zodat de OMWB blijvend kan aantonen te voldoen aan de kwaliteitscriteria.

88

89

Programmabegroting 2027

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .....................................................................................................2 Algemeen.............................................................................................................4 Voorwoord .........................................................................................................4 Financiële kaders begroting 2027 .........................................................................5 Beleidsbegroting ...................................................................................................8 (Beleids-)ontwikkelingen .....................................................................................8 Vanuit beleid naar uitvoeringsprogramma ............................................................11 Bedrijfsvoering .................................................................................................12 Paragrafen .........................................................................................................16 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................16 Financiële kengetallen .......................................................................................20 Financiering .....................................................................................................21 Openbaarheid

..................................................................................................23 Financiële begroting .............................................................................................24 Inleiding ..........................................................................................................24 Financiële uitgangspunten ..................................................................................24 Begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 ...................................................25 Toelichting op de begroting ...................................................................................31 Toelichting op de baten .....................................................................................31 Toelichting op de lasten .....................................................................................31 Declarabiliteit ...................................................................................................38 Tarief ontwikkeling............................................................................................39 Uiteenzetting financiële positie ..............................................................................40 Geprognosticeerde balans ..................................................................................40 (Vervangings-)investeringen 2027

......................................................................42

2

Afschrijvingstermijnen .......................................................................................42 Staat van reserves ............................................................................................43 Bijlagen .............................................................................................................45 Bijlage 1. Specificatie bijdrage per deelnemer .......................................................45 Bijlage 2. Overzicht van geraamde baten en lasten per taakveld .............................48 Bijlage 3. Lijst van veel gebruikte afkortingen en termen binnen de OMWB ...............49

3

Algemeen Voorwoord Hierbij wordt u de Begroting 2027 aangeboden van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB). De geopolitieke spanningen wereldwijd blijven toenemen. Voor onze dienst betekent dat scenario-denken op ons taakgebied, om onze eigen weerbaarheid te vergroten, maar ook om stil te staan bij de kwetsbaarheden van de vitale industriële infrastructuur. De onzekerheden hebben consequenties voor het bedrijfsleven en hun investeringsvermogen, onder meer door hogere energieprijzen. Dat geldt dus ook voor investeringen in verduurzaming en klimaat. Met de komst van een nieuw (minderheids-)kabinet begin 2026 is de verwachting dat de klimaat-, energie-, en milieuonderwerpen weer op de landelijke politieke agenda staan. Keuzes en besluiten over de stikstofproblematiek, industriële uitstoot (maatwerk), de netcongestie, energiehubs (zoals Powerport) en PFAS/ ZZS aanpak liggen voor. Elk van deze onderwerpen hebben effect op het reilen en zeilen van de dienst. Naast ons werk voor onze 26 deelnemers op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en klachten vanuit de werkprogramma’s, neemt het advieswerk van de OMWB aan belang toe. Een belangrijk onderwerp is bijvoorbeeld onze advisering voor het ontwikkelen van de Omgevingsplannen.

Het is hierbij van belang dat alle deelnemers in ons gebied zo veel mogelijk eenzelfde structuur bij de opzet van het omgevingsplan hanteren en uniforme planregels voor de milieuthema’s gebruiken, om zo effectief én efficiënt samen te werken in onze regio. Twee inhoudelijke onderwerpen die in 2027 veel aandacht zullen vragen zijn de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de PFAS/ ZZS-aanpak. Voor de KRW is in de kaderbrief extra geld opgenomen om extra inzet te plegen op het reduceren van de indirecte lozingen van schadelijke stoffen (zoals PFAS en ZZS) in het oppervlaktewater. Voor onze medewerkers is een moderne werklocatie en een professionele ondersteuning van groot belang. De OMWB heeft zich de afgelopen periode intensief ingezet om tot een gedegen plan te komen om de huisvesting op orde te brengen. We verwachten medio 2027 dit project af te ronden. 2027 is het tweede jaar van onze Strategische Agenda (2026-2030). Met de vijf samenhangende opgaven (kennis, data, kwaliteit, communicatie en sturing/ leiderschap) is een structuur van innovatie en doorontwikkeling neergezet. Een goede data-opbouw en ontwikkelde digitale vaardigheden bij onze medewerkers, moeten de OMWB in staat stellen meer datagestuurd en zaakgericht te kunnen werken. Met name van het gebruik van GIS/ GEO (kaartlagen) in ons dagelijks werk hebben we hoge verwachtingen.

Ook voor onze deelnemers moet dit enorm helpen om meer inzicht te hebben in hun dossiers. Ondanks alle ambitie van de dienst blijft het ook zaak om zo efficiënt mogelijk met onze capaciteit om te gaan. Het motto blijft ‘Scherp aan de wind zeilen’. Genoeg dus om onze passie en energie in te steken, en gezamenlijk te werken aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving!

4

Alfred Arbouw Directeur OMWB

Financiële kaders begroting 2027 In deze paragraaf benoemen we de voornaamste kaders die de basis vormen voor de begroting 2027. Hiermee geven we u op gebundelde en compacte wijze een overzicht van belangrijkste uitgangspunten. Ten eerste gaan we in op het werkaanbod; vervolgens lichten we de declarabiliteitsnorm toe en berekenen we de benodigde personele capaciteit. Tenslotte bespreken we het gemiddelde, voorcalculatorische tarief 2027. Vanaf 'Financiële begroting' staan de verschillende onderdelen verder uitgewerkt en toegelicht. Werkaanbod De basis voor het werkaanbod 2027 wordt gevormd door: • • • •

de met de deelnemers afgestemde werkprogramma’s 2026; de MWB-norm 2027; beleidsontwikkelingen vanuit de kaderbrief 2027 en; de Specifieke uitkering extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht.

In totaliteit bedraagt het werkaanbod circa 377.000 declarabele uren. In onderstaande tabel staat een overzicht van het geraamde aantal uren (afgerond op duizendtallen) per onderdeel van de baten. Totaal in euro's x € 1.000

Omgerekend naar uren

Programmadeel 1 (of hogere MWB norm)

29.260

243.424

Programmadeel 2

13.377

111.287

Programmadeel 3 (excl. SSIB)

2.051

17.061

Specifieke uitkeringen THE

672

5.594

5

Totaal baten (excl. Programmadeel 4: Buiten werkprogramma)

45.359

377.360

In het najaar 2026 stellen we de werkprogramma’s 2027 op samen met de deelnemers. Hierin maken we definitieve afspraken omtrent het werkaanbod. Declarabiliteitsnorm Voor de bepaling van de benodigde personele capaciteit om het werkaanbod van 377.000 uur uit te kunnen voeren, gebruikt de OMWB een declarabiliteitsnorm per fte. De declarabiliteitsnorm berekenen we door het aantal beschikbare uren per fte per jaar te verminderen met verlof en feestdagen, ziekteverzuim en niet-declarabele uren. Voor 2027 geldt een norm van 1.295 declarabele uren per fte. Bruto-netto-berekening

Totaal uren

Beschikbare uren

1.879

Verlof en feestdagen

284

Verzuim

94

Niet-declarabele uren (o.a. overleg, opleiding, kwaliteitsmanagement, uren key users, OR/BHV)

206

Totaal declarabele uren

1.295

De gerealiseerde declarabiliteit per fte bedraagt in 2025 1.310 uur en ligt daarmee hoger dan de norm (eveneens 1.295 uur). Voor eigen medewerkers betreft de declarabiliteit in 2025 1.286 uur per fte, voor inhuurkrachten 1.574 uur. De hogere declarabiliteit van inhuurkrachten houdt verband met fiscale wetgeving, waardoor inhuurkrachten louter direct productieve uren mogen declareren. Vanwege de Wet DBA/ VBAR heeft de dienst afscheid genomen van ZZP’ers. Het stuwende effect van deze inhuurkrachten voor de declarabiliteit komt daarmee te vervallen. Voorzichtigheidshalve handhaaft de dienst de declarabiliteitsnorm van 1.295 uur per fte. Benodigde personele capaciteit Vanuit het werkaanbod (377.000 uur) bepalen we de benodigde personele capaciteit. Het werkaanbod realiseren we met inzet van eigen medewerkers en inhuurkrachten. In de begroting 2027 houden we rekening met een personele capaciteit van 362 fte medewerkers, waarvan 292 fte in het primaire proces. Het werkaanbod ligt hoger dan we met eigen medewerkers in het primair proces (285 fte) kunnen bewerkstelligen. Het verschil realiseren we met inzet van externe inhuur; dit betreft circa 7 fte. In onderstaande tabel staat een vergelijking van de capaciteit in fte, zoals opgenomen in de jaarrekening 2025, de eerste begrotingswijziging 2026 en deze begroting 2027. Primair proces

Jaarrekening 2025

1e begrotingswijziging 2026

Begroting 2027

6

Eigen medewerkers

258

292

285

Externe inhuur

28

10

7

Totaal

286

302

292

Tarief De OMWB hanteert in de begroting een gemiddeld, voorcalculatorisch uurtarief voor de geraamde bijdragen van deelnemers. De facturatie (afrekening ten opzichte van de bevoorschotting) vindt plaats tegen de gedifferentieerde nacalculatorische tarieven, gebaseerd op de functionele inschaling van de uitgevoerde werkzaamheden. Het voorcalculatorische gemiddelde tarief voor 2027 stijgt met 4,52% ten opzichte van het tarief voor 2026. Uitgangspunt voor de tariefbepaling 2027 is het tarief van € 115, zoals vastgesteld in de 1e begrotingswijziging 2026. We pasten het tarief aan met de indexaties voor 2027, volgens de septembercirculaire 2025 d.d. 16 september 2025 (loon- en prijspeil). Het gemiddelde, voorcalculatorische tarief voor 2027 bedraagt afgerond € 120,20 (gemiddeld tarief van de 1e begrotingswijziging 2026 bedraagt € 115). Omschrijving

Effect op tarief

Tarief 2026 Indexatie 2027 Tarief 2027

Bedrag per uur € 115,00

4,52%

€ 5,20 € 120,20

In de tabel in bijlage 1 is een specificatie van de deelnemersbijdragen opgenomen.

7

Beleidsbegroting (Beleids-)ontwikkelingen In dit hoofdstuk volgen de belangrijkste ontwikkelingen voor de OMWB. In de Strategische agenda 2026-2023 en Kaderbrief 2027 kwamen deze ontwikkelingen reeds aan de orde. In deze begroting vertalen we de beleidsmatige ontwikkelingen verder naar financiële consequenties voor de OMWB en de deelnemers. Net als voorgaande jaren, ligt in 2026 de focus van de OMWB op de uitvoering van de taken rondom vergunningverlening, toezicht, handhaving, klachtenafhandeling, advisering en specialistische taken rondom externe veiligheid, bodem, licht, geluid, lucht, geur en juridische advisering. De inzet van het VTH-instrumentarium beweegt mee met de veranderende leefomgeving. De OMWB wil het effect van zijn inzet zo groot mogelijk maken en tegelijkertijd zo efficiënt mogelijk de taken voor zijn deelnemers uitvoeren. Strategische agenda 2026–2030 De strategische agenda van de OMWB heeft een looptijd van vier jaar (2026–2030) en is eind 2025 vastgesteld door het bestuur. In deze agenda zijn vijf samenhangende opgaven benoemd: kennismanagement, datagedreven werken, kwaliteitsmanagement, communicatie en sturing en leiderschap. Daarnaast bevat de agenda de (door)ontwikkeling van een aantal milieuthema’s uit de Nota Ruimte.

De strategische agenda richt zich zowel op het versterken van de OMWB als organisatie als op het toekomstbestendig uitvoeren van de VTHKA-taken voor gemeenten en provincie. Ontwikkelingen binnen milieuthema’s, wet- en regelgeving en maatschappelijke opgaven vragen om een robuuste uitvoeringsorganisatie met voldoende kennis, data en kwaliteit. De uitwerking van de strategische agenda wordt grotendeels gefinancierd uit het concernbudget en Programma 3 Collectieve taken (eventueel aangevuld met separate opdrachten per individuele gemeenten/ provincie). De strategische agenda is kaderstellend van aard. De concrete uitwerking van de opgaven kan echter leiden tot aanvullende of gewijzigde activiteiten op operationeel niveau. In onderstaande alinea’s highlighten we een aantal onderdelen uit de strategische agenda (Nota ruimte) en de kaderbrief 2027. Voor deze activiteiten geldt dat zij, waar nodig, onderwerp zijn van separate afspraken tussen OMWB en individuele gemeenten of provincie. De jaarlijkse kaderbrief vormt daarbij de schakel tussen strategie en uitvoering. Kaderbrief 2027: van strategie naar uitvoering Jaarlijks stelt de OMWB een kaderbrief op waarin nieuwe ontwikkelingen worden gesignaleerd met – waar mogelijk – een financiële inschatting als input voor de begroting. De focus ligt daarbij op de operationele uitvoering van de VTHKA-taken.

De kaderbrief maakt integraal onderdeel uit van de beleidscyclus en geeft concreet invulling aan de strategische agenda.

8

De kaderbrief 2027 bevat ontwikkelingen die in het licht van wetgeving, bestuurlijke prioriteiten en maatschappelijke opgaven relevant zijn voor gemeenten en provincie. Waar mogelijk zijn deze ontwikkelingen vertaald naar benodigde inzet en bijbehorende budgetten op operationeel niveau. Het is aan gemeenten en provincie om te bepalen of en hoe deze inzet binnen de eigen begroting wordt gefinancierd, hetzij door het beschikbaar stellen van extra middelen, hetzij door herschikking binnen het bestaande budget, mits dit past binnen de geldende MWB-normen. Onderstaand worden twee thema’s uitgelicht die in de kaderbrief 2027/ strategische agenda bijzondere aandacht vragen. 1. Kaderrichtlijn Water (KRW) - operationele impact voor gemeenten Uiterlijk eind 2027 moet worden voldaan aan de eisen van de Europese Kaderrichtlijn Water. Voor gemeenten betekent dit dat zij in vergunningverlening, toezicht en handhaving aantoonbaar moeten borgen dat besluiten bijdragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit en dat geen verslechtering optreedt. In de praktijk vraagt dit om het KRW-proof maken van vergunningen, intensivering van risicogericht toezicht op indirecte lozingen bij bedrijven, uitbreiding van afvalwaterbemonstering en stevig handhavend optreden bij overtredingen.

Binnen de KRW-impuls Brabant 2025–2027 vervullen gemeenten een sleutelrol, waarbij de OMWB namens gemeenten en provincie is gemandateerd voor de VTH-taken rond indirecte lozingen. Deze inzet vraagt in 2027 om extra capaciteit en middelen. Zonder deze inspanning lopen gemeenten risico op juridische gevolgen, vertraging van projecten en toenemende uitvoeringsdruk. De KRWimpuls heeft de volgende impact voor de VTHKA uitvoering van de OMWB. • • •

Vergunningverlening: het “KRW-proof” maken van gemeentelijke vergunningen samen met de Brabantse waterschappen op basis van de in 2025/ 2026 ontwikkelde blauwdruk voor provinciale vergunningen. Toezicht: het verhogen van het aantal toezichtscontroles, met name op indirecte lozingen en het nemen van meer afvalwatermonsters (totaal: € 500.000,-) bij geselecteerde bedrijven. Handhaving: bij overtredingen rondom afvalwaterlozingen is stevig optreden noodzakelijk.

2. Milieuthema’s in het omgevingsplan – uitvoerbaarheid en kostenbeheersing Gemeenten werken tot uiterlijk 2032 aan hun omgevingsplan, waarin milieuregels een essentieel en uitvoeringsgevoelig onderdeel vormen. De huidige praktijk laat zien dat gemeenten deze regels ieder op eigen wijze ontwikkelen, met uiteenlopende tempo’s en aanpakken. Dit leidt op termijn tot hogere uitvoeringslasten, meer complexiteit en een structurele toename van de kosten voor VTH-taken. Om dit te voorkomen richt de OMWB zich in 2026 op het opleveren van een regionale, uniforme set milieuplanregels die als uitvoerbare basis kan dienen voor alle gemeenten. Binnen deze gezamenlijke koers kunnen gemeenten hun beleidsvrijheid behouden, terwijl de uitvoerbaarheid, kwaliteit en betaalbaarheid van VTH-taken geborgd blijven. Vanaf 2027 gaat de OMWB in gesprek met de individuele gemeenten om samen te kijken naar het concretiseren van de set milieuregels op grond van specifieke problemen en ambities. Deze individuele uitwerking van de milieuthema’s per gemeenten vraagt om concrete afspraken over planning en in te zetten capaciteit van zowel OMWB als gemeenten. Op basis van deze elementen dient in de periode tot 2032 voldoende budget in het werkprogramma van de OMWB en eigen begroting opgenomen te worden.

9

Externe ontwikkelingen en mogelijke impact van het nieuwe kabinet Ten tijde van het opstellen van deze begroting treedt een nieuw kabinet aan. De concrete beleidskeuzes op het terrein van milieu, klimaat en leefomgeving zijn op dit moment nog niet volledig uitgekristalliseerd. De OMWB houdt er rekening mee dat kabinetsbesluiten in de komende periode directe gevolgen kunnen hebben voor de aard, omvang en prioritering van de VTHKA-taken die zij uitvoert voor gemeenten en provincie. Hieronder worden de belangrijkste beleidsdossiers benoemd waarvan de impact op operationeel niveau potentieel groot is. a. Stikstof en vergunningverlening De stikstofproblematiek blijft, ongeacht de exacte kabinetskoers, een bepalende factor voor ruimtelijke en economische ontwikkelingen, met name in en rond de agrarische sector. Afhankelijk van de gekozen aanpak (bijvoorbeeld aanscherping, herijking of regionalisering van beleid) kan dit leiden tot een toename van vergunningvragen, actualisatie van bestaande vergunningen, extra toezicht en juridische ondersteuning. Ook bestaat het risico dat nieuwe of aangepaste regelgeving leidt tot vertraging in besluitvorming en een hogere uitvoeringsdruk bij gemeenten en OMWB. b.

Energietransitie en klimaatdoelen Indien het nieuwe kabinet vasthoudt aan of inzet op versnelde realisatie van Europese klimaat- en energiedoelen, kan dit leiden tot een uitbreiding van VTHKA-taken. Te denken valt aan vergunningverlening en toezicht bij energie-infrastructuur, duurzame opwek, netverzwaring, opslag en nieuwe energiedragers. Voor gemeenten betekent dit een toenemende complexiteit in de uitvoering, waarbij de OMWB extra specialistische kennis en capaciteit moet inzetten om kwaliteit en voortgang te borgen. c. Weerbare overheid en continuïteit van uitvoering De toenemende maatschappelijke en geopolitieke dreigingen maken dat de weerbaarheid van overheidsorganisaties nadrukkelijker op de agenda staat. Nieuwe wettelijke verplichtingen (Wwke) of rijkskaders kunnen vragen om aanvullende maatregelen op het gebied van informatiebeveiliging, continuïteitsplanning en crisisvoorbereiding. Dit kan doorwerken in de bedrijfsvoering van de OMWB en in de wijze waarop VTHKA-taken worden uitgevoerd, met mogelijke gevolgen voor capaciteit en kosten. d. Staalslakken en circulaire materialen Het tijdelijk beperken van het gebruik van staalslakken vanuit gezondheids- en milieu perspectief kan, afhankelijk van kabinetskeuzes, leiden tot nadere regelgeving of handhavingsopgaven. Niet uit te sluiten is dat hierbij ook aandacht ontstaat voor historische toepassingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1929/documents/54327