01163-bijlage-01-Voorverkenning Vroenhoutseweg jan 2020-c.pdf
Tekst van het document
Project
Vroenhoutseweg 3, Roosendaal
Kenmerk
20182195
Datum
02-02-2020
Ontwikkelingsmogelijkheden Vroenhoutseweg 3, Roosendaal Onderzoek en voorstel voor een omgevingsvergunningsaanvraag
Rob Wagemakers Planning en Landschap
Ontwikkelingsmogelijkheden Vroenhoutseweg 3, Roosendaal Voorzet voor een omgevingsvergunningsaanvraag
Project:
Mogelijkheden uitbreiding woonfunctie Vroenhoutseweg 3,Roosendaal
Status:
Indiening
Datum:
30-12-2019
Opdrachtgever:
M. Coppens
Contactpersoon:
Rob Wagemakers
Projectnummer:
20182195
Auteur:
R.Wagemakers
Projectleider:
R. Wagemakers
Telefoonnummer:
06-22214779
E-mail:
inf0@robwagemakers.com
Inleiding – Voorverkenningsfase Voorliggend rapport heeft betrekking op de vergunningsaanvraag voor de wijziging van de woonboerderij op
locatie Vroenhoutseweg 3
Het planvoorstel is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Onderhavige voorverkenning omvat een uitgebreide analyse van het gebied, waarbij de (on) mogelijkheden van de locatie en zijn omgeving onderzocht zijn. Hierbij is o.a. getoetst aan de kaders vanuit relevante weten regelgeving en mogelijkheden die de Verordening ruimte 2014 biedt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is tevens getoetst of er op de locatie in milieuhygiënisch opzicht sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Als laatste punt is de ruimtelijke- en landschappelijke inpasbaarheid meegewogen, waarbij er tevens is gekeken naar de kansen en aangrijpingspunten voor kwaliteitsverbetering door ontwikkeling. Hieruit zijn per omgevingsaspect de volgende conclusies te trekken; uitvoerbaar, mogelijkheid, randvoorwaarde en/of belemmering. Conclusie Toelichting Uitvoerbaar
Geen (directe) invloed op de uitvoerbaarheid;
Mogelijkheid
Initiatief is wenselijk of is passend binnen de geldende afwijkingsregels of ontwikkelingsgerichte nota’s;
Randvoorwaarde
Kaderstellende voorwaarden waarmee bij de verdere planuitwerking rekening mee gehouden dient te worden;
Belemmering
Beperkende ruimteclaims en/of tegenstrijdige belangen welke van invloed zijn/kunnen zijn op de ontwikkelingsmogelijkheden.
Het rapport heeft de volgende opzet: Deel 1 Beoordeling uitvoerbaarheid De locatie is op hoofdlijnen getoetst aan de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische-, archeologische-, landschappelijke-, aardkundige-, waterhuishoudkundige- en natuurwaarden. Ook is het initiatief getoetst aan de geldende wet- en regelgeving en de relevante beleidskaders van de verschillende overheden, waaronder het vigerend bestemmingsplan (ontheffingsmogelijkheden), gemeentelijke beleidsnota’s en de Verordening ruimte 2014. Daarnaast is de toelaatbaarheid van het initiatief vanuit milieu- en omgevingsaspecten beoordeeld. Deel 2 Conclusie & samenvatting Hier zijn, afhankelijk van de omvang van het project en de ruimtelijke ingreep, de essentiële ontwikkelingskaders verwoord. Ook wordt aangegeven welke aspecten in het kader van de verder planuitwerking/procedure nader moeten worden onderzocht. Deel 3 Inpassingsvoorstel In dit hoofdstuk wordt de gewenste toekomstige situatie geschetst. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de karakteristieke elementen en specifieke inrichtingskaders welke uit de analyse naar voren zijn gekomen. Zo ontstaat een plan welke waarde toevoegt aan zijn omgeving.
3
Inleiding – RO procedure Een bouwinitiatief is bijna altijd gefundeerd op vier vaste componenten. Dit zijn achtereenvolgens; situatie & plankaders, medewerking overheid, programma/idee en de financiële haalbaarheid. Deze aspecten geven en vormen een afspiegeling van waar het initiatief zich op dit moment bevindt of waar het initiatief (mogelijk) stagneert. Onderhavig initiatief bevindt zich in de verkenningsfase. Doelstelling is om vanuit de gemeente principemedewerking te verkrijgen voor het plan. Bij een positief besluit kan vervolgens de ruimtelijke ordenings procedure met bijbehorende onderzoeken worden opgestart.
Vroenhoutseweg 3, Roosendaal Situatie & plankaders
Medewerking overheid
Programma/idee
Financiële haalbaarheid
€
Planfase
4
Realisatie
3
Planvorming Voorbereiding
2 1
Vervolgstap
Voorverkenningstoets
Verkenningsfase
Besluit go/no go
4
01A. Foto’s bestaande situatie
Aanzicht vanaf de Vroenhoutseweg (Streetview, Google maps)
Vroenhoutseweg 3 (Streetview, Google maps)
Bebouwingsensemble gezien vanaf Vroenhoutseweg (Bing maps, vogelperspectief).
Terreinindeling (Bing maps, vogelperspectief).
5
01B. Huidige situatie – Ligging en begrenzing Garage (97 m²)
varkensstal (402 m²)
woonboerderij (257 m²)
Begrenzing locatie
kippenhok (34 m²)
Deze ontwikkeling richt zich op een afgebakend gebied. De keuze van het gebied ligt vast en daarmee is de omgevingscontext gegeven. Het ontwikkelen van een project op een verkeerde plek leidt bijna per definitie tot een niet duurzaam resultaat. Een project functioneert altijd in een regionale context. De plek is onlosmakelijk gekoppeld aan stromen, die voor het functioneren van de locatie en de regio van belang zijn. De locatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Roosendaal tussen de kern Wouw en de stad Roosendaal. De locatie wordt omgeven door agrarische percelen, en ligt op een afstand van circa 500 meter t.o.v. de Rijksweg A58. Ten zuiden van de locatie bevindt zich een verhard (parkeerterrein) en daarna de Wouwbaan. De oostzijde van het perceel wordt begrenst door de Vroenhoutseweg. Op de locatie zijn een viertal bouwwerken aanwezig. Het gaat hierbij om de woonboerderij, een varkensstal en een kippenhok en een garage. Het voornemen is om de varkensstal te slopen waardoor er ruimte ontstaat voor de bouw van een nieuw bouwwerk dat het historisch ensemble versterkt.
6
01D. Functionele structuur • locatie omzoomd door groenelementen
Agrarische gebied
Begrenzing locatie
Deze kaart omvat informatie over het feitelijk grondgebruik van het plangebied en van de directe omgeving. Bij de inrichting van het plan dient rekening gehouden te worden met omliggende functies in het gebied. Ruimtegebruik omvat de bovenste laag van de lagenbenadering welke bestaat uit het ruimtegebruik voor wonen en voorzieningen, werken, landbouw en recreatie. De lagenbenadering geeft aan dat de ondergrond richting gevend is voor de ontwikkeling van netwerken en voor het ruimtegebruik. Nieuwe ontwikkelingen dienen afgestemd te zijn op de omgeving waarbij de landschappelijke onderlegger gevolgd dient te worden. De locatie is een landbouwlocatie waar vanaf 2017 gewerkt wordt aan een kwaliteitsverbetering. Het ligt in het agrarische buitengebied. De bebouwing is georiënteerd richting de Vroenhoutseweg en heeft een historisch karakter. De bebouwing vormt geen onderdeel van de lintbebouwing aan de Wouwbaan.
7
Historische situatie
03A. Historische topografische kaart 1925
Begrenzing locatie
Topografie (zwart/wit)
Historische structuurdragers zijn richtinggevend/bepalend voor de inrichting van het plan.
Onontgonnen heide en/of moeras Bos Akker/weide Historische wegen Zandpaden Bebouwing (land)duinen Graslanden met sloten, hooigraslanden Houtsingels/houtwallen (lijnvormige groenstructuren) 1950
Bolle akker/esdekken Beken Wiel Dijk
1975
De historische kaart geeft een overzicht van het plangebied omstreeks 1900. Aan de hand van historisch kaartmateriaal kan worden vastgesteld welke ontstaansgeschiedenis het plangebied heeft doorgemaakt en welke authentieke kenmerken daarvan nog zichtbaar zijn. Landschappen moeten op zichzelf herkenbaar blijven, dat wil zeggen dat hun historisch gegroeide kwaliteiten zichtbaar moeten zijn en waar nodig sterker naar voren gebracht moeten worden. Uit cultuurhistorisch oogpunt is het belangrijk dat de nieuwe functies goed aansluiten op de historische structuur. Historische elementen, als laanstructuren, oude landgoederen of monumentale complexen zijn belangrijke dragers van de eenheid van het gebied. Nieuwe ontwikkelingen dienen in het verlengde te liggen van de ontstaansgeschiedenis en de onderliggende structuren. De kenmerken van het landschap worden zo versterkt in plaats van afgevlakt door een vermenging met oneigenlijke elementen. - historische structuren kunnen dienen als uitgangspunt voor de herontwikkeling van de locatie
8
Cultuurhistorische en aardkundige waarden
03B. Cultuurhistorische waarden • Cultuurlijke structuurdragers zijn richtinggevend/bepalend voor het plan. • Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing
Begrenzing locatie Beschermde stads- en dorpsgezichten Archeologische monumenten Archeologisch landschap XX Cultuurhistorisch vlak XX Cultuurhistorisch landschap XX Groene landschapselementen Historisch groen Monumentale bomen Rode landschapselementen Rijksmonumenten Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing Complex van cultuurhistorisch belang
Zichtrelaties Zichtrelatie Eendenkooi Molenbiotoop Schootsveld
Historische geografie (lijn) Zeer hoog Hoog Redelijk hoog Historische stedenbouw (vlak) Zeer hoog Hoog Redelijk hoog
Cultuurhistorie heeft betrekking op de overblijfselen van de geschiedenis van de door de mens gemaakte en beïnvloede leefomgeving. Elk landschap heeft zijn eigen karakteristieke cultuurhistorische elementen. De Cultuurhistorische Waardenkaart (provincie Noord-Brabant 2010) geeft inzicht in de actuele en potentiële cultuurhistorische en archeologische waarden. De Cultuurhistorische waardenkaart is opgebouwd uit verschillende thema’s, zoals historische bouwkunst, historische stedenbouw, historische geografie (lijnen en vlakken), historische groenstructuren en historische zichtrelaties. Ten aanzien van cultuurhistorie zijn "gelaagdheid" (fysiek en in de tijd) en "afleesbaarheid" centrale begrippen. Afleesbaarheid is nadrukkelijk iets anders dan “bevriezen” van wat er is, maar heeft vooral betrekking op “behoud door ontwikkeling“. Hiermee wordt bedoeld dat cultuurhistorie in een vroeg stadium bij planvorming en inrichting van de (openbare) ruimte moeten worden betrokken. Streven is de kwaliteit van de leefomgeving te verhogen. De cultuurhistorische waardenkaart is uitgangspunt.
- Cultuurhistorisch waardevolle locaties en structuren herkenbaar houden; - Gebruik van de samenhang tussen aanwezige cultuurhistorische,archeologische en ecologische waarden als inspiratiebron; - Stedenbouwkundige structuren en gebouwen zijn richtinggevend voor de vormgeving; - Cultuurhistorische waarden behouden en betekenis geven in ontwerp.
9
Provinciale ruimtelijke hoofdlijnen
06A. Structuurvisie RO - Structurenkaart • Vr. juridisch bindend.
Idealisatie:indicatief
De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben in hun vergadering van 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie RO 2010 vastgesteld. De herziende versie van de SVRO is op 19 maart in werking getreden. De ruimtelijke belangen en keuzes zijn vertaald in vier concrete ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Binnen deze structuren worden de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen opgevangen en kiest de provincie voor een bepaalde ordening van functies. De locatie is gelegen binnen de aanduiding geledingszone. De geledingszones hebben als doel de openheid tussen de stedelijke gebieden te garanderen. Dit wil de provincie bereiken door in te zetten op de verbetering van de groene en recreatieve kwaliteiten van deze gebieden. Dit draagt bij aan een gezond, schoon en aantrekkelijk vestigings- en leefklimaat van NoordBrabant.
10
Ruimtelijke provinciale status
06B.Verordening ruimte - Stedelijke ontwikkeling Buitengebied.
Begrenzing locatie Structuur – Bestaand stedelijk gebied, kern in landelijk gebied Aanduiding – Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling, stedelijk concentratiegebied Aanduiding – Zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling, kern in landelijk gebied Aanduiding – Regionaal bedrijventerrein Structuur – Bestaand stedelijk gebied, stedelijk concentratiegebied Aanduiding – Integratie stad - land
De omgevings Verordening ruimte 2019 is door Provinciale Staten vastgesteld iIn de Verordening ruimte zijn voorschriften opgenomen voor de borging en bescherming van provinciale ruimtelijke belangen. Kaarten die deel uitmaken van een verordening hebben doorwerking naar gemeentelijke besluitvorming. Het initiatief dient aan te sluiten bij de Verordening ruimte. Daarnaast zijn nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied waarbij sprake is van uitbreiding van het ruimtebeslag of van veel extra bebouwing en die een duidelijke impact kunnen hebben op het landschap, alleen mogelijk als deze gepaard gaan met kwaliteitsverbetering van het landschap. Ontwikkelingen moeten zo gestuurd worden dat ze de kwaliteit van het landschap niet aantasten maar versterken. Ook geldt als basisvoorwaarde dat er sprake moet zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de ontwikkeling. De onderdelen die zijn opgenomen uit de omgevingsverordening Op de themakaart ‘stedelijke ontwikkeling’ is de locatie aangeduid als gelegen buiten de bekende stedelijke aanduidingen. Dit beperkt de mogelijkheden tot nieuwbouw. Er zijn wel mogelijkheden m.b.t. tot sloop en herbouw in de vorm van kwaliteitsverbetering.
11
Cultuurhistorische provinciale status
06C.Verordening ruimte - Cultuurhistorie • Geen gevolgen uitvoerbaarheid.
Begrenzing locatie Aanduiding – aardkundig waardevol Aanduiding – Nieuwe Hollandse Waterlinie Aanduiding – Complex van cultuurhistorisch belang Aanduiding – Cultuurhistorisch vlak
De cultuurhistorische - en aardkundige waarden die binnen de provincie aanwezig zijn, verdienen specifieke aandacht vanwege de onvervangbaarheid van de aanwezige waarden. De provincie heeft de onvervangbare waarden beschermd in de Verordening ruimte. Het doel is het behoud en de bescherming van deze waarden te verzekeren. De gemeenten hebben grote vrijheid om zelf vorm te geven aan de wijze van bescherming. Tevens zijn er specifieke beschermregels voor aangewezen cultuurhistorisch waardevolle complexen, zoals kloostercomplexen en oude landgoederen. Op de themakaart ‘cultuurhistorie’ is de locatie aangeduid als gelegen buiten de cultuurhistorische structuren. Wel ligt nabij de locatie het aardkundig waardevol gebied `Smalle Beek’. Dit gebied kenmerkt zicht door een stelsel van kleide beekdalen dan naar Noord-Brabantse normen opvallen diep is ingesneden onder invloed van de aanwezigheid van stugge kleien van Formatie van Waalre in de ondergrond.
12
Agrarische provinciale status
06D.Verordening ruimte - Agrarische ontwikkeling en windturbines • Geen gevolgen uitvoerbaarheid.
Begrenzing locatie
Rechtstreeks werkende regel voor sanerings- en verplaatsingslocatie - GTB
Rechtstreeks werkende regel voor sanerings- en verplaatsingslocatie - BIV Rechtstreeks werkende regel voor sanerings- en verplaatsingslocatie - VIV Rechtstreeks werkende regel voor sanerings- en verplaatsingslocatie - RBV Aanduiding – Zoekgebied voor windturbines Aanduiding – Vestigingsgebied glastuinbouw Aanduiding – Teeltgebied Zundert Aanduiding – Maatwerk glastuinbouw
Structuur – Gemengd landelijk gebied Aanduiding – Doorgroeigebied glastuinbouw Aanduiding – Teeltondersteunende kassen Aanduiding – Beperkingen veehouderij
Op deze kaart staan de structuren en aanduidingen rond landbouw en windturbines. Op de themakaart ‘agrarische ontwikkeling en windturbines ’ is de locatie aangeduid als gelegen in de structuur ‘Gemengd landelijk gebied’
13
Landschappelijke provinciale status
06F.Verordening ruimte - Natuur en landschap • Geen gevolgen uitvoerbaarheid.
Begrenzing locatie Structuur – Ecologische hoofdstructuur Structuur – Groenblauwe mantel Aanduiding – Ecologische verbindingszone
Aanduiding – Attentiegebied ecologische hoofdstructuur Aanduiding – Behoud en herstel watersystemen
De kwaliteiten op het vlak van natuur en ecologie zijn vastgelegd in de ecologische hoofdstructuur. Een provinciaal belang is de bescherming en ontwikkeling van de ecologische hoofdstructuur. De ruimtelijke ontwikkeling verhoudt zich tot de doelstelling van het gebied waarbinnen de ontwikkeling plaatsvindt. Daarnaast is het wenselijk om voor gebieden grenzend aan de EHS een bebouwingsvrije afstand (buffer) aan te houden. Dit in verband met de (mogelijke) verstorende effecten op de natuurwaarden als gevolg van de bouw en het toekomstig gebruik. Op de themakaart ‘natuur en landschap’ is de locatie aangeduid als gelegen nabij de structuur ‘Ecologische hoofdstructuur’.
14
Ruimtelijke gemeentelijke status
07A. Structuurvisie - Gemeentelijk niveau De structuurvisie Roosendaal 2025 biedt handvaten voor de ontwikkeling van cultuurhistorische basisstructuren in combinatie met versterking van het landschap in het buitengebied. Begrenzing locatie
Sinds de invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening op 1 juli 2008 zijn gemeenten verplicht om een structuurvisie maken. Dat kan voor het grondgebied van de gemeente of delen ervan. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening legt de gemeente in een structuurvisie de hoofdlijnen van het voorgenomen ontwikkeling van (een deel van) haar grondgebied vast en de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid. In de structuurvisie geeft de gemeente aan wat ze willen op hun grond- of deelgebied (gewenste ontwikkeling van het gebied). Aan de aanduidingen op de structuurvisiekaart kunnen geen rechten worden ontleend. De nieuwe functie dient te passen binnen toekomstige (gewenste) ontwikkelingsmogelijkheden van een gebied. Door zorgvuldig en zuinig om te gaan met het ruimtegebruik in het landelijk gebied dient de bouwmogelijkheid zich te beperken tot plaatsen waar de nieuwe bebouwing een kwaliteitsimpuls kan leveren aan het landschap. Daar waar deze kwaliteitsimpuls gerealiseerd kan worden, is het van belang de gebiedskenmerken uit de Structuurvisie toe te passen. Een aandachtspunt uit de structuurvisie Roosendaal 2015 luidt: De identiteit van stad en dorpen versterken door het handhaven en versterken van de landschappelijke en cultuurhistorische basisstructuren in het buitengebied en de bebouwde omgeving;
15 De gemeente Roosendaal geeft aan dat de inzet van de kwaliteitsverbetering past binnen het beleid voor een gebied of de omgeving. Dit kan bijvoorbeeld door te verwijzen naar een landschapsplan of gemeentelijke structuurvisie waarin landschapsdoelen zijn opgenomen.
Gemeentelijk planologisch ruimtelijk beleid
07B. Bestemmingsplan - Gebiedsgericht Milieuzonering van bedrijf aan de overzijde van de weg.
Begrenzing locatie
IV
Agrarisch (met waarden) Agrarisch bouwvlak Agrarisch bouwvlak intensieve veehouderij Recreatie Water Wonen Bedrijf Horeca Detailhandel Groen Natuur Verkeer-Verblijf Centrum Maatschappelijk Gemengd-2 Bos
Deze kaart geeft een uitsnede van de vigerende plankaart. Op deze kaart is te zien hoe de locatie ligt ten opzichte van huidige en geplande bestemmingen. De gronden in de directe nabijheid van het plangebied hebben een agrarische bestemming. Aan de overzijde van de weg bevinden zicht woningen en een bedrijf. De ontwikkeling van de locatie t.b.v. sloop en nieuwbouw van een bijgebouw levert geen beperkingen op voor de aangrenzende bestemmingen. Ook is in de directe omgeving van de locatie geen bestemming aanwezig die een belemmering zou kunnen vormen voor de ontwikkeling van deze locatie. Wel dient er rekening gehouden de worden met de milieuzonering van het bedrijf aan de overzijde van de weg.
16
Gemeentelijk planologisch ruimtelijk beleid
07C. Bestemmingsplan - Perceelsgericht randvoorwaarde
Begrenzing locatie
Enkelbestemmingen Agrarisch Dubbelbestemming Waarde – Archeologie Bouwaanduiding specifiek Monument Bouwvlak Bouwvlak Gebiedsaanduidingen - vrijwaringszone – radar 09
In een bestemmingsplan legt de gemeente vast wat de bestemming van de grond is en wat er wel en niet mogelijk is met een bepaald stuk grond en de gebouwen die er op staan. Het bestemmingsplan dient in overeenstemming te zijn met de dan geldende regelgeving van de hogere overheden. Een bestemmingsplan is het enig juridische bindende ruimtelijke instrument waaraan direct rechten kunnen worden ontleend. Op locatie geldt de aanduiding bouwvlak. Hierbinnen is 1 woning toegestaan en 100 m² aan bijgebouwen. De mogelijkheid bestaat om 400 m² aan stal/bijgebouw te slopen waardoor de mogelijkheid ontstaat om een totaal oppervlak van 200 m² aan bijgebouwen te realiseren binnen het bouwvlak.
17
Deel 2
C
onclusie & samenvatting
rob wagemakers landschapsarchitect bnt
Samenvatting - Kaartmateriaal Uitgangspunt is de bestaande bebouwing met onderstaand oppervlaktes: Woonboerderij: 257 m² Garage: 97 m² Varkensstal: 402 m² Kippenhok: 34 m²
Huidige situatie
Historisch situatie 1925
Cultuurhistorische waarden
De kaart van 1925 maakt de historische groenstructuren inzichtelijk. Deze structuren kunnen dienen als uitgangspunt bij ontwikkeling. Wellicht kunnen oude groenstructuren hersteld worden of opnieuw worden aangeplant.
De woonboerderij is aangeduid als cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Behoudt en herstel van deze waardevolle bebouwing is uitgangspunt voor ontwikkeling van de locatie.
19
Samenvatting - Kaartmateriaal VR stedelijke ontwikkeling
De locatie is gelegen in het buitengebied. Dit maakt ontwikkeling van nieuwbouw lastig maar het is mogelijk via de verordening ruimte artikel 3.9 kwaliteitsverbetering van het landschap. Door te investeren in de kwaliteit van het buitengebied ter plaatse is het mogelijk om te ontwikkelen.
Structuurvisie Roosendaal 2025
Bestemmingsplan Buitengebied
De structuurvisie Roosendaal 2025 biedt handvaten voor de ontwikkeling van cultuurhistorische basisstructuren in combinatie met versterking van het landschap in het buitengebied.
Op locatie geldt de aanduiding bouwvlak. Hierbinnen is 1 woning toegestaan en 100 m² aan bijgebouwen. De mogelijkheid bestaat om 400 m² aan stal/bijgebouw te slopen waardoor de mogelijkheid ontstaat om een totaal oppervlak van 200 m² aan bijgebouwen te realiseren binnen het bouwvlak.
20
Deel 3
I
Potenties voor kwaliteitsverbetering door ontwikkeling
npassingsvoorstel
Sloop storende bebouwing
Integrale ontwikkeling van rood en groen
3 a Onderdelen van het voorstel
Met de aanvraag voor een aanpassing van de woonfunctie in de cultuurhistorische boerderij zijn de volgende planonderdelen opgenomen: • • • • • •
1 Uitgangspunten kwaliteitsverbetering 2 Provinciaal beleid en regels uit de Verordening Ruimte 3 Maatregelen voor de kwaliteitsverbetering en inpassing 4 Overzicht van de noodzakelijke landschapselementen 5 Landschappelijke inpassing 6. Lijst van planonderdelen
22
3 b Omgevingsverordening 2019
Met de aanvraag voor een aanpassing van de woonfunctie in de cultuurhistorische boerderij zijn de volgende onderdelen opgenomen: uit de omgevingsverordening Brabant 2019: • • • • •
1 Uitgangspunten kwaliteitsverbetering 3.9 2 Niet agrarische functies wonen landelijk gebied 3.68 3 Afwijkende regels wonen 3.69 4 Fysieke compensatie 3.23 5 Cultuurhistorische waarden 3.29
23
3.1Kwaliteitsverbetering door ontwikkeling – Aanwezige en te ontwikkelen gebiedskwaliteiten Deze kaart geeft de te verbeteren en/of te ontwikkelen gebiedskwaliteiten aan. Deze kaart bevat maatregelen waarmee gesignaleerde reeds optredende negatieve landschappelijke - en ruimtelijke effecten door versnippering, verrrommeling, verstoring of verstening binnen de grenzen van het plangebied hersteld of verbeterd kunnen worden. Doel is om met de ontwikkeling van het plangebied een hogere landschapskwaliteit te verkrijgen. Er kan op meerdere wijze een geïnvesteerd worden in kwaliteitsverbetering van het landschap (deze verschillende manieren zijn onderstaand weergegeven). De gewenste ontwikkeling haakt aan op voorgaande elementen uit de voorverkenningstoets. Onderstaande onderdelen kunnen ingezet worden voor de kwaliteitsverbetering van het landschap:
Sloop van (niet cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen/stallen en verwijderen van verharding;
Landschappelijk inpassen van bebouwingsconcentraties;
Fysieke inrichtingsmaatregelen gericht op behoud en herstel van cultuurhistorie en archeologie (historische bebouwingsensemble en bijvoorbeeld aanleg van waterput;
Herstellen boerenerf;
Aanleg of herstel van karakteristieke natuur- en landschapselementen ter versterking van de landschapsstructuur;
24
3.2 Verwerking provinciaal beleid Het provinciaal beleid is opgenomen in de Verordening Ruimte; dit initiatief volgt de verordening en in samenvatting voldoet het initiatief aan de volgende onderdelen: 1. De varkensstal wordt gesloopt 402 m2 2. Het deel herbestemming boerderij is ca 125 m2 3. voor deze sanering is geen gebruik gemaakt van een saneringsregeling. 4. Het betreft de sloop van legaal opgericht dierenverblijf; 5. De ontwikkeling leidt niet tot splitsing van het bouwperceel; 6 De woonfunctie in deze cultuurhistorisch waardevolle bebouwing draagt bij aan het behoud van deze bebouwing. 7. Er is geen splitsing in meerdere woonfuncties 8. Er is geen sprake is van een aanzet voor een stedelijke ontwikkeling; 9. Het voorstel krijgt een fysieke tegenprestatie met een evenredige verhouding 10.De wijze waarop kwaliteitsverbetering wordt uitgevoerd is verzekerd 11.De kwaliteitsverbetering voldoet aan de handreiking gemeenten. 12 De verplichtingen die gesteld worden maken deel uit van de ontwikkeling en bescherming van de ecologische en landschappelijke kenmerken; De landschappelijke inpassing is ten minste 10 % van de omvang van het vergunningsinitiatief en omvat bovendien de sloop van overtollige bebouwing. Alle genoemde onderdelen zijn opgenomen en voldoen volledig aan de gestelde eisen.
25
Zwakten
3.3 Maatregelen voor kwaliteitsverbetering en historische inpassing Binnen de kwaliteitsverbetering worden de volgende onderdelen opgenomen: 1 Sloop van de varkensstal 402 m2
3 9 2 1 10 7 6
2 Verwijderen ca 200 m2 verharding
12
3 Landschappelijk structuren uit de omgeving worden doorgezet op het perceel. 4 De cultuurhistorie en archeologische waarde wordt versterkt, 5
4
5 5
Herstellen boerenerf met boerentuin en hagen
6 Aanleg van karakteristieke landschapselementen op basis van de natuurdoeltypen 7 Aanleg boomgaard met fruitbomen
8 Aanleg bomenrijen als verlenging van het landschap 9 Aanleg retentie van verharding en gebouwen 10 Aanleg poel met vegetatie aan de randen
11
8
11 Aanleg bloemrijk grasland. 12 Herstel boerderij met erf en ingang
26
3.4 Overzicht landschapstypen en landschapsonderdelen Houtsingels
Houtsingels bestaan uit inheemse bomen en struiken, zoals: -
Berk (Betula pendula) Inlandse eik (Quercus robur) Krent (Amelanchier lamarckii) Rode kornoelje (Cornus sanguineum) - Sleedoorn (Prunus spinosa) - Viburnum opulus (Gelderse roos) - Kardinaalsmuts (Euonymus europaeus)
3.4 Overzicht landschapstypen en landschapsonderdelen Boomgaard
Boomgaard, met bijvoorbeeld: -
Appelbomen Perenbomen Kersenbomen Pruimenbomen
3.4 Overzicht landschapstypen en landschapsonderdelen Poelen
Bomen
- Bomenrij
- Poel in weiland -solitair bomen in weiland
3.4 Overzicht landschapstypen en landschapsonderdelen Solitaire bomen en Boerenhagen
Solitaire bomen bijvoorbeeld: Eik Notenboom Boerenhagen, bijvoorbeeld: - Beuk - Veldesdoorn - Gemengde haag (inheemse willekeurig door elkaar) - Meidoorn - Liguster
3.4 Overzicht landschapstypen en landschapsonderdelen Siertuin en moestuin
3.4 Overzicht landschapstypen en landschapsonderdelen Boomgaard
Boomgaard, met bijvoorbeeld: -
Appelbomen Perenbomen Kersenbomen Pruimenbomen
3.5 Landschappelijke inpassing
3.6 Lijst van maatregelen voor de landschappelijke inpassing Binnen de kwaliteitsverbetering worden de volgende onderdelen opgenomen:
11 9
4
3
5 7
10 11 6
2 Verwijderen ca 200 m2 verharding 3 Landschappelijk structuren uit de omgeving worden doorgezet op het perceel.
2 1 6
1 Sloop van de varkensstal 402 m2
4 De cultuurhistorie en archeologische waarde wordt versterkt, 5
Herstellen boerenerf met boerentuin en hagen
6 Aanleg van karakteristieke landschapselementen op basis van de natuurdoeltypen 7 Aanleg boomgaard met fruitbomen
8
8 Aanleg bomenrijen als verlenging van het landschap
3
9 Aanleg retentie van verharding en gebouwen 10 Aanleg poel met vegetatie aan de randen 11 Aanleg bloemrijk grasland. 12 Herstel boerderij met erf en ingang