01-2026 NPR Aanpak afvaloverlast
Tekst van het document
Raadsmededeling
Datum:
5 januari 2026
Zaaknummer: 1554900
Van:
het college van burgemeester en wethouders, portefeuillehouder Wethouder Koenraad
Aan:
de raad van de gemeente Roosendaal
Steller: Kopie aan: Onderwerp:
Nationaal Programma Roosendaal: Aanpak Afvaloverlast
Bijlage:
Notitie Tegengaan vervuiling van de openbare ruimte
Kennisnemen van De notitie Tegengaan vervuiling in de openbare ruimte en de vervolgstappen die het college hierop neemt Inleiding De gemeente Roosendaal en haar partners staan voor een grote opgave: het structureel terugdringen van vervuiling in de openbare ruimte. Een verloederde buitenruimte ondermijnen de leefbaarheid, versterken gevoelens van onveiligheid en schaden de beeldvorming van de wijken. In samenwerking met het Nationaal Programma Roosendaal heeft het college een onderzoek laten uitvoeren naar verbetermogelijkheden in de huidige aanpak. De notitie Tegengaan vervuiling in de openbare ruimte geeft een evenwichtig pakket aan maatregelen. Het college neemt de aanbevelingen voor het nemen van deze maatregelen over en start met de verder uitwerking ervan. Informatie/kernboodschap Het doel van het onderzoek was het uitwerken van een aanpak om bijplaatsingen, dumpingen en zwerfaval in Roosendaal terug te dringen. Daarmee de leefbaarheid en veiligheid in de wijken te versterken, de uitstraling van Roosendaal te verbeteren en de kosten van het opruimen beheersbaar te houden. Het uitgangspunt was om de problematiek niet alleen vanuit beleid te beschrijven, maar vooral te luisteren naar de praktijkervaringen, wensen en ideeën van inwoners en uitvoerende partners.
De aanpak leidt naar verwachting tot: • Minder bijplaatsingen en dumpingen, door betere voorzieningen en lagere drempels. • Herstel van de norm dat afval op straat niet normaal is, gedragen door bewoners, scholen en maatschappelijke partners. • Groter draagvlak onder inwoners door een ander diftar-systeem en praktische ondersteuning. • Meer vertrouwen in de overheid doordat partners voorspelbaar, eenduidig en consequent optreden. • Structurele borging, waardoor de aanpak niet verdwijnt maar verankerd raakt in de reguliere taken van gemeente, Saver, Alwel en maatschappelijke organisaties. De aanpak bestaat uit drie fasen die logisch op elkaar aansluiten. Fase 1 creëert de randvoorwaarden; Fase 2 activeert de sociale correctie en aanspreeklijn; Fase 3 borgt naleving door handhaving. Zonder fase 1 is fase 2 onredelijk; zonder fase 2 wordt fase 3 een overheid–tegen–inwoners-dynamiek, terwijl een deel van de inwoners zich anders blijft vasthouden aan het gemak van normoverschrijding. De drie fasen vormen samen de strategie voor een schonere buitenruimte. De belangrijkste maatregelen uit de aanpak zijn: 1. De aanpassing van het diftar beleid. De invoering van Diftar 2.0 om het draagvlak te vergroten en bijplaatsingen te verminderen, zonder de milieuwinst van scheiding te verliezen. Het huidige diftar-systeem stimuleert afvalscheiding en
2.
3.
4.
5.
vermindert restafval, maar in sociaal kwetsbare wijken werkt de prikkel averechts. De betaalplicht voor grofvuil en de beperkte gratis stortingen op het Grondstoffencentrum leiden tot ontwijkgedrag, bijplaatsingen en dumpingen. Veel inwoners ervaren het systeem als onredelijk: ze betalen én moeten moeite doen om het goed te doen. Het invoeren van een beperkt aantal gratis aanbiedingen voor restafval en grofvuil, waarna betaling geldt, herstelt evenwicht tussen prikkel en redelijkheid. Laagdrempelig grofvuilaanbod: Het wegnemen van (financiële) drempels bij het aanbieden en afvoeren van grofvuil. Denk hierbij aan de inzet van leenaanhangers en busjes op de milieustraat, uitbreiding GRIP-wagen tot rijdende milieustraat, en de mogelijkheid tot demontage. Normherstel en participatie: Het verbeteren van de informatie en communicatie van regels én consequenties, o.a. door QR-codes met meertalige instructies. En het meer betrekken van inwoners en partners o.a. door nieuwe samenwerkingen, een structureel partneroverleg en coördinatie van opruimwerk. Overlast bij kamerverhuur tegengaan: Het aantal afvalpassen per adres aanpassen op het aantal bewoners, duidelijke verantwoordelijkheid bij verhuurders beleggen, en juridische borging via vergunningen en handhaving aanscherpen.
Handhaving en borging: het invoeren van bestuurlijke handhaving als standaardnorm, optreden ook op terreinen van de woningcorporatie. Het afsluiten van een convenant voor gegevensuitwisseling, en inzet van extra maatregelen bij hardnekkige hotspots.
Met deze strategie kiest het college voor een realistische en integrale aanpak. Geen nieuwe structuren, maar benutten van de bestaande samenwerkingen. Geen eenzijdige repressie, maar een gefaseerde opbouw: eerst de condities op orde, dan aanspreken, en pas daarna handhaven. Zo ontstaat een geloofwaardig en duurzaam perspectief op schonere wijken, meer veiligheid en meer trots bij bewoners. Consequenties Het op orde brengen van de condities, zoals fase I van de aanpak voorstelt, betekent een aanpassing van het huidige diftar beleid. Roosendaal kent op dit moment een verregaande vorm van diftar. Waar veel gemeenten restafval gratis of met beperkte drempels innemen, betaalt men in Roosendaal vanaf de eerste kilo. Deze vorm van diftar was bedoeld om afvalscheiding en preventie maximaal te stimuleren. In de praktijk pakt dit echter anders uit, wat maakt dat het college heeft besloten het huidige beleid aan te passen naar een variant waarin de positieve stimulans voor afvalscheiding blijft bestaan en ontwijkgedrag wordt verminderd. Communicatie Om te komen tot een gedragen en realistische aanpak is in de zomer van 2025 een brede inventarisatie uitgevoerd. Daarbij zijn 39 personen betrokken uit de gemeentelijke organisatie, inzamelorganisatie Saver, woningcorporatie Alwel, maatschappelijke organisaties, wijkvertegenwoordigers en bewoners(groepen). Daarnaast zijn gegevens verzameld.
De gesprekken en analyses vormden de basis voor deze nota. De input is geanonimiseerd verwerkt, zodat alle betrokkenen vrijuit konden spreken. De notitie is in concept met de stakeholders gedeeld en getoetst op een juiste verwerking van de input. De definitieve conceptversie is gedeeld en besproken in het bestuurlijk overleg NPR rond het thema wijkveiligheid en verloedering. Vervolg(procedure) Samen met de genoemde partnerorganisaties zullen de aanbevelingen uit de notitie worden uitgewerkt in een implementatieplan. In het implementatieplan zullen de organisatorische, juridisch en financiële aspecten per maatregel nader worden uitgewerkt. Het implementatieplan zal in het eerste kwartaal van 2026 worden opgeleverd, waarna de eerste maatregelen ook direct kunnen worden doorgevoerd. De aanpassing van het diftar beleid zal in het derde kwartaal aan uw raad worden voorgelegd ter besluitvorming. Bij positieve besluitvorming treedt dit nieuwe beleid per 2027 in werking.
Afsluiting en ondertekening Wij vertrouwen erop U hiermede voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Roosendaal, De secretaris, De burgemeester,
drs. H.W.J. Klaucke
M. Buijs
Bijlage: 1. Notitie Tegengaan vervuiling in de openbare ruimte.
Kadernota
Schoon
Tegengaan vervuiling van in de
Een
analyse
met
een
NPR-wijken
actieplan
Door:
(geanonimiseerd) wist Group) EN
Datum:
20 oktober 2025
Roosendaal de
van
openbare
Ruimte
Roosendaal
Gemeente
Roosendaal
Inhoudsopgave 1.
Uitvoering van de opdracht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
2.
Managementsamenvatting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Deel A: Analyse . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 3.
De huidige aanpak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 3. 1
Oplossen van het probleem heeft prioriteit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
3. 2
Relevantie voor het Nationaal Programma Roosendaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
3. 3
Het afvalbeleid van de gemeente . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
3. 4
De huidige aanpak van bijplaatsingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
4.
Gesprekken met betrokken organisaties en inwoners . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 4. 1
Algemeen beeld . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
4. 2
Beleving van diftar-beleid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
4. 3
Wijkbeheer en leefomgeving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
4. 4
Grofvuil . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
4. 5
Daders en doelgroepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
4. 6
Handhaving
4. 7
Samenwerking met partners . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
4. 8
Maatschappelijke betrokkenheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
5.
....... ........ ......... ........ ........ ......... ........ ........ ......... ........ ........ ........ .....
15
Systeemanalyse: beleid , gedrag en uitvoering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17 5. 1
Soorten vervuiling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
5. 2
Het vervuiler-betaalt-principe . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
5. 3
Het Diftar-beleid in Roosendaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
5. 4
Grofvuil als gemeentelijke verantwoordelijkheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
5. 5
De relatie met sociale achterstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
5. 6
Arbeidsmigranten als specifieke doelgroep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
5. 7
De gemeentelijke aanpak en het normenschema . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
5. 8
Handhaving en sociale correctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
5. 9
Partners , verantwoordelijkheden en privacy . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
5. 10
Communicatie , gedrag en doelgroepen
6.
........ ........ ........ ......... ........ ........ ......... ....
21
Opzet van de nieuwe strategie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 6. 1
Uitgangspunten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
6. 2
Fasering in de aanpak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
6. 3
Toepassing van maatregelen
....... ........ ......... ........ ........ ......... ........ ........ ........ .....
23
Deel B: Actieplan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24 7.
Fase 1: Condities op orde . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25 2
7. 1
Inleiding en analyse . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
7. 2
Het gemeentelijke Diftar-beleid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
7. 3
Maatregelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
8.
Fase 2 Normherstel
... ........ ......... ........ ........ ......... ........ ........ ......... ........ ........ ......... ....
30
8. 1
Oorzaken van normverlies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
8. 2
Communicatie: voorkomen van problemen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
8. 3
Maatregelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
9.
Fase 3 Normhandhaving
.... ......... ........ ........ ......... ........ ........ ......... ........ ........ ......... ....
35
9. 1
Formele normhandhaving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
9. 2
Informele normhandhaving
9. 3
Maatregelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36
10.
. ........ ........ ......... ........ ........ ......... ........ ........ ........ .....
36
Uitvoering en borging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
10. 1
Organisatiestructuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
10. 2
Financiën . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
10. 3
Samenwerking en convenant . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
10. 4
Fasering en planning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
10. 5
Monitoring en projectbewaking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
10. 6
Borging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
10. 7
Risico-paragraaf . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
Deel C: Bijlagen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46 Bijlage 1: Lijst met vertrekkers van informatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47 Bijlage 2: Concept Samenwerkingsconvenant . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48 Bijlage 3: Afkortingen- en begrippenoverzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49 Bijlage 4: Actieplan-kalender . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51
3
1.
Uitvoering van de opdracht
De gemeente Roosendaal heeft in het kader van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) de ambitie om de kwaliteit van de buitenruimte in aandachtswijken structureel te verbeteren. Een schone —en
en
met
aantrekkelijke leefomgeving is daarbij een randvoorwaarde. Vervuiling van de openbare ruimte het bijplaatsen van afval bij ondergrondse containers vormt een belangrijk knelpunt.
name
—
Opdracht Doel
van
deze nota is het uitwerken
Roosendaal terug te
dringen.
versterken, de uitstraling van
van
een
strategie
Daarmee willen
om
bijplaatsingen, dumpingen en zwerfafval in en veiligheid in de wijken de kosten van opruimen beheersbaar houden.
partners de leefbaarheid
Roosendaal verbeteren en
Afbakening e
In deze nota
richten
we
ons
primair op de problematiek van bijplaatsingen bij ondergrondse
containers, aanvullend op dumpingen e
De bredere thema’s
van
alleen
zover ze
aan
bod
voor
en
zwerfafval.
afvalscheiding, circulaire direct raken
aan
de
economie
aanpak
van
milieudoelstellingen komen vervuiling van de openbare ruimte. en
Werkwijze Om te komen
gedragen en realistische aanpak heb ik in de zomer van 2025 een brede uitgevoerd. Daarbij heb ik bijna 50 betrokkenen gesproken uit de gemeentelijke organisatie, inzamelorganisatie Saver, woningcorporatie Alwel, maatschappelijke organisaties, wijkvertegenwoordigers en bewoners(groepen). Daarnaast heb ik schriftelijke input verzameld. De gesprekken en analyses vormden de basis voor deze nota. Het uitgangspunt was om de problematiek niet alleen vanuit beleid te beschrijven, maar vooral te luisteren naar de praktijkervaringen, wensen en ideeën van inwoners en uitvoerende partners. De input is geanonimiseerd verwerkt, zodat alle betrokkenen vrijuit konden spreken. Ik heb zeer veel medewerking ervaren van gemeentelijke medewerkers en externe partners. De wil om iets aan de problemen van vervuiling doen en de bereidheid daaraan een bijdrage te leveren zijn groot. Dat is te een mooi startpunt voor het vervolg. Na de totstandkoming van de concept-nota hebben alle betrokkenen een exemplaar gekregen met het verzoek om reactie. Deze reacties zijn verwerkt. tot een
inventarisatie
Leeswijzer In hoofdstuk 2 volgt
managementsamenvatting met de kernpunten van de aanpak. In hoofdstuk 3 huidige geschetst, gevolgd door de bevindingen uit de gesprekken (hoofdstuk 4). Daarna worden achtergronden en verklaringen van de problematiek beschreven (hoofdstuk 5), waarna de nieuwe strategie en het palet aan maatregelen wordt uitgewerkt (hoofdstukken 6 t/m 9). De nota sluit af met concrete afspraken over uitvoering, samenwerking en handhaving. wordt de
een
situatie
(geanonimiseerd) Senior-consultant Twist group In opdracht van de gemeente Roosendaal
2. Managementsamenvatting Aanleiding en urgentie De gemeente Roosendaal en haar partners staan voor een gezamenlijke opgave: het zichtbaar én structureel terugdringen van vervuiling in de openbare ruimte. In het bijzonder in de wijken die deel uitmaken van het Nationaal Programma Roosendaal (NPR) – zoals Westrand en Kalsdonk – ervaren bewoners dat bijplaatsingen , zwerfafval en dumpingen de leefbaarheid ondermijnen. De straten worden dagelijks schoongemaakt , maar de volgende ochtend begint het weer opnieuw. “Dweilen met de kraan open”, zo vatten velen het samen. Een schone buitenruimte is echter geen luxe. Zij is een randvoorwaarde voor leefbaarheid , veiligheid en vertrouwen. Zonder geloofwaardige aanpak van vuil in de openbare ruimte blijven grotere ambities – zoals woningbouw , sociale samenhang en perspectief voor jongeren – moeilijk te realiseren. Schoon is de basis voor trots , eigenaarschap en geloof in de toekomst.
Hoofdconclusies van de analyse De nota is gebaseerd op gesprekken met bijna vijftig betrokkenen – gemeentelijke medewerkers , Saver , Alwel , WijZijn , scholen , buurtpreventie en bewoners – aangevuld met data-analyse van aanbiedgedrag en bezoeken aan het Grondstoffencentrum. Uit deze brede inventarisatie komt een duidelijk beeld naar voren: Roosendaal werkt hard , maar de inspanning leidt te weinig tot blijvende gedragsverandering. 1. De huidige aanpak voorkomt escalatie , maar verandert gedrag niet Saver , de buitendienst en Alwel ruimen dagelijks bijplaatsingen op. Dat voorkomt dat vuil zich opstapelt , maar versterkt ook de indruk dat afval naast de container zetten ‘erbij hoort’. De gemeente communiceert een hoge norm (afval op straat is niet normaal) , maar faciliteert in de praktijk een lagere norm (het wordt toch opgehaald). Daardoor ontbreekt consistentie tussen beleid en uitvoering. 2. Diftar werkt , maar is te streng voor deze context Het huidige diftar-systeem stimuleert afvalscheiding en vermindert restafval , maar in sociaal kwetsbare wijken werkt de prikkel averechts. De betaalplicht voor grofvuil en de beperkte gratis stortingen op het Grondstoffencentrum leiden tot ontwijkgedrag , bijplaatsingen en dumpingen. Veel inwoners ervaren het systeem als onredelijk: ze betalen én moeten moeite doen om het goed te doen.
Partners als Alwel , Saver en wijkorganisaties vinden de huidige vorm ‘te streng’ voor de doelgroep. 3. Verwachtingen en gedrag lopen uiteen Historisch haalden gemeenten grofvuil gratis op. Dat voedde de verwachting dat de gemeente het persoonlijke afvalprobleem oplost. Inwoners zijn vaak zeer creatief bij het kopen van nieuwe meubels – ze lenen of huren busjes , vragen hulp van familie of laten het bezorgen – maar diezelfde vindingrijkheid verdwijnt als het oude meubel weg moet. De spanning tussen oude verwachtingen (“de gemeente lost het op”) en nieuw beleid (“bewoners zijn zelf verantwoordelijk”) is een van de kernoorzaken van bijplaatsingen. 4. Sociale en economische factoren spelen een grote rol Vervuiling correleert sterk met armoede , taalachterstanden en tijdelijk verblijf. • In kwetsbare wijken prevaleert de korte termijn: geldgebrek en stress leiden tot gemaksgedrag. • Laaggeletterdheid en beperkte taalvaardigheid maken communicatie over regels moeilijk. • Arbeidsmigranten verblijven vaak kort , spreken de taal niet en hebben soms geen afvalpas , omdat verhuurders die niet doorgeven. • Gebrek aan binding met de wijk verlaagt de sociale druk om schoon te houden. Vervuiling is daardoor niet alleen een logistiek probleem , maar ook een sociaal vraagstuk: een uiting van achterstand en normvervaging. 5.
Samenwerking en gegevensuitwisseling zijn versnipperd Iedere partner doet veel: Saver ruimt op , Alwel spreekt huurders aan , WijZijn ondersteunt bewoners en de gemeente handhaaft. Maar er is geen structureel platform waarin signalen , data en verantwoordelijkheden samenkomen. Informatie-uitwisseling verloopt ad hoc; succesvolle pilots krijgen vaak geen vervolg. Een structurele samenwerking – juridisch en organisatorisch geborgd – is noodzakelijk om continuïteit te waarborgen. 5
6. De kern van het probleem is normverlies De analyse onderscheidt vijf niveaus van normbesef: 1. Afval hoort nooit op straat. 2. Buitenruimte niet vervuilen , maar andermans bak mag. 3. “Als er al afval ligt , maakt dat van mij niet uit. ” 4. “Het wordt toch opgeruimd. ” 5. “Ik betaal belasting , dus de gemeente ruimt op. ” De feitelijke inzet van de gemeente sluit vooral aan bij niveau 3 en 4. Daardoor wordt de norm niet versterkt maar vervaagd. Een duurzame oplossing vraagt dus niet om méér opruimen , maar om herstel van de norm en duidelijkheid over verantwoordelijkheden.
De koerswijziging: van dweilen naar doorbreken Op basis van deze analyse kiest Roosendaal voor een integrale strategie met drie opeenvolgende fasen. De aanpak combineert gedragsbeïnvloeding , redelijke prikkels , sociale correctie en consequente handhaving. Elke fase bouwt voort op de vorige; zonder goede condities is normherstel onrealistisch , en zonder normherstel is handhaving contraproductief. Fase 1 – Condities op orde (2026) In deze eerste fase worden de praktische en beleidsmatige randvoorwaarden verbeterd. Belangrijkste maatregelen: • Diftar 2. 0: invoering van een beperkt aantal gratis aanbiedingen voor restafval en grofvuil , waarna betaling geldt. Dit herstelt evenwicht tussen prikkel en redelijkheid. • Leenaanhangers en uitleenbus voor inwoners zonder vervoer. • Uitbreiding van de mobiele milieustraat , zodat bewoners grofvuil en herbruikbare spullen in de wijk kunnen aanbieden. • Afvalpas voor arbeidsmigranten , gekoppeld aan kamerverhuurvergunningen. • Demontagebedrijf voor grofvuil dat afgedankte meubels demonteert of opknapt voor hergebruik en sociale werkgelegenheid. Doel van deze fase is het wegnemen van praktische drempels en het herstellen van draagvlak voor de gemeentelijke inzamelstructuur. De gemeente laat hiermee zien: wie het goed wíl doen , kán het ook goed doen.
Fase 2 – Normherstel (2026–2027) Wanneer de condities op orde zijn , volgt herstel van het normbesef. Bewoners , scholen , maatschappelijke organisaties en bedrijven worden betrokken bij een gezamenlijke campagne: “Een schone wijk begint bij onszelf. ” Belangrijkste maatregelen: • Containeradoptie: bewoners houden de omgeving van hun container schoon en melden storingen of bijplaatsingen. • Inzicht in eigen aanbiedgedrag via de afvalapp (hoe vaak iemand afval aanbiedt en binnen de gratis basis blijft). • Activerende communicatie met audiovisuele middelen en wijkgerichte campagnes. • Project Schone school en samenwerking met kinderopvang om kinderen als normdragers in te zetten.
Samenwerking met De Plataan , waar cliënten helpen bij opruimacties en containeronderhoud. Ondersteuning van bewonersinitiatieven via de regeling Het begint met een idee. Normherstel draait om voorbeeldgedrag , aanspreken en trots. De gemeente communiceert niet alleen wat niet mag , maar vooral hoe het wél kan. De inzet van scholen en maatschappelijke organisaties maakt de boodschap geloofwaardig en herkenbaar in het dagelijks leven. • •
6
Fase 3 – Normhandhaving (vanaf 2027) Handhaving is het sluitstuk. Wie ondanks alle kansen en alternatieven blijft vervuilen , ondervindt consequenties. De handhaving krijgt een bestuursrechtelijke basis , aangevuld met informele correctie via partners. Belangrijkste maatregelen: • Bestuurlijke handhaving als standaard (spoedeisende bestuursdwang). • Toezicht op corporatiegronden , zodat ook daar beboet kan worden. • Optreden van Alwel tegen huurders die structureel vervuilen (waarschuwing , sanctie , in uiterste geval beëindiging huur). • Handhaving bij verhuurders van arbeidsmigranten , inclusief intrekking van de kamerverhuurvergunning bij herhaalde overtredingen. Zo wordt duidelijk: wie zich aan de regels houdt , krijgt ondersteuning; wie ze negeert , voelt consequenties. Samenwerking en organisatie De uitvoering vindt plaats binnen de bestaande NPR-structuur. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering. Er komen geen nieuwe organisaties , maar drie coördinatoren die verantwoordelijk zijn voor de drie fasen (Condities op orde , Normherstel , Normhandhaving). Een maatschappelijke coalitie van gemeente , Saver , Alwel , WijZijn , scholen en buurtorganisaties voert het plan uit. Taken en verantwoordelijkheden worden vastgelegd in een samenwerkingsconvenant , met aanvullende afspraken over privacy en gegevensuitwisseling (via een privacyconvenant).
Zo wordt de samenwerking duurzaam geborgd.
Monitoring , financiën en borging De voortgang wordt halfjaarlijks gerapporteerd aan de alliantie NPR. Financieel worden de investeringen gedekt binnen de afvalstoffenheffing en middelen leefbaarheid en veiligheid. De kosten van nieuwe maatregelen (zoals leenaanhangers , communicatie en diftar 2. 0) worden deels gecompenseerd door lagere opruimkosten en beter gedrag. Doel is kostenneutraliteit over de looptijd. De aanpak wordt verankerd in het reguliere werk van gemeente , Saver en Alwel: schoonhouden wordt geen project meer , maar een blijvende verantwoordelijkheid. Verwachte effecten • Structurele afname van bijplaatsingen en dumpingen. • Meer redelijkheid in het afvalbeleid , minder ontwijkgedrag. • Herstel van de norm dat afval op straat niet normaal is. • Betere kwaliteit van gescheiden grondstofstromen. • Meer vertrouwen in de overheid door consequent en voorspelbaar handelen. • Meer maatschappelijke betrokkenheid via scholen , instellingen en bewonersinitiatieven. • Structurele borging van de samenwerking binnen het NPR.
Conclusie Roosendaal kiest met deze nota voor een integrale , praktische en realistische aanpak. Geen extra handhavers of nieuwe regels , maar een verandering in cultuur: eerst de condities op orde , dan de norm herstellen , en pas daarna handhaven. Deze strategie maakt schoonhouden weer een gedeelde verantwoordelijkheid van inwoners , overheid en maatschappelijke partners. Zo stopt Roosendaal met dweilen met de kraan open – en draait ze eindelijk de kraan dicht: een stad waar mensen zich thuis voelen , schoon , veilig en met perspectief.
7
Deel A: Analyse
8
3. De huidige aanpak 3. 1 Oplossen van het probleem heeft prioriteit In de NPR-wijken van Roosendaal vormen bijplaatsingen bij containers een groot knelpunt in de openbare ruimte. Omdat deze wijken weinig externe bezoekers trekken , kan worden vastgesteld dat de vervuiling grotendeels wordt veroorzaakt door de eigen bewoners. Naast bijplaatsingen komen ook zwerfafval en dumpingen voor , maar de omvang en zichtbaarheid van de bijplaatsingen zorgen voor de grootste negatieve impact. De gemeente en partners willen dit stoppen.
3. 2 Relevantie voor het Nationaal Programma Roosendaal De aanpak van vervuiling in de openbare ruimte staat niet op zichzelf , maar is direct verbonden met de ambities van het Nationaal Programma Roosendaal (NPR). Dit programma richt zich de komende twintig jaar op het vergroten van bestaanszekerheid , het versterken van het veiligheidsgevoel en het herstellen van vertrouwen in de toekomst. Een schone en aantrekkelijke buitenruimte is hiervoor een basisvoorwaarde. Investeringen in woningbouw , leefbare buurten en sociale samenhang zijn alleen kansrijk wanneer de woonomgeving schoon en veilig oogt. Wanneer straten en pleinen structureel vervuild zijn , tast dit het thuisgevoel aan dat het NPR juist wil versterken. Nieuwe woningen verliezen aan waarde , wijkbewoners ervaren minder trots , en de beeldvorming van de wijken blijft negatief. De koppeling met het NPR is daarmee drieledig: • Bestaanszekerheid: een schone omgeving draagt bij aan een gevoel van stabiliteit en menselijke waardigheid. Bewoners die zich dagelijks ergeren aan vuilnis en bijplaatsingen ervaren juist stress en machteloosheid. • Veiligheid: vervuiling versterkt gevoelens van onveiligheid. Uit het ambitiedocument blijkt dat bijna de helft van de inwoners zich soms onveilig voelt. Een verzorgde openbare ruimte helpt deze perceptie te keren.
• Vertrouwen in de toekomst: zichtbare verbetering in de leefomgeving maakt de brede NPRaanpak geloofwaardig. Als inwoners zien dat afspraken over schoonhouden worden nagekomen , groeit het vertrouwen dat ook grotere opgaven (woningbouw , onderwijs , werk) haalbaar zijn. Dit project levert zo een cruciale bouwsteen voor het NPR. Zonder een effectieve aanpak van vervuiling is de bredere ambitie (veerkrachtige buurten , nieuwe woningbouw , perspectief voor jongeren) niet geloofwaardig of haalbaar. Daarom is het tegengaan van bijplaatsingen en dumpingen niet slechts een beheerkwestie , maar een van de strategische randvoorwaarden voor het welslagen van het Nationaal Programma Roosendaal.
3. 3 Het afvalbeleid van de gemeente Roosendaal kent geen integraal afvalbeleidsplan waarin het gehele beleid is vastgelegd , maar voert wel een breed pakket aan maatregelen uit. Voor de problematiek van vervuiling zijn de volgende onderdelen relevant: • Diftar voor een kleine minicontainer (140 liter) , € 9 Inwoners betalen per aanbieding van restafval: € 525 , voor een grote minicontainer (240 liter) en € 150 , per grote afvalzak (60 liter). GFT en PMD worden via minicontainers en containers ingezameld. • Grofvuil Ophalen op afspraak: € 10 voorrijkosten en € 30 per 2 m². Brengen naar het Grondstoffencentrum: alle stromen gratis , behalve grofvuil (€ 024 per kilo). , • Afvalcoaching en handhaving o 2 afvalcoaches van de gemeente (informatie en gedragsbeïnvloeding). o 2 afvalcontroleurs van Saver (24 uur p.p.p.w. , vooral contact met inwoners). 9
•
o 2 BOA’s die roulerend optreden op het thema afval. Opruimen o Saver start dagelijks om 6 uur met een ronde langs de containers in de NPR-wijken. Indien nodig wordt de buitendienst van de gemeente ingeschakeld voor grotere o hoeveelheden.
3. 4 De huidige aanpak van bijplaatsingen Filosofie De gemeentelijke aanpak is gebaseerd op de gedachte “vuil trekt vuil aan”. Door afval zo snel mogelijk op te ruimen , moet worden voorkomen dat vervuiling zich opstapelt en normaliseert. Saver heeft daarom de opdracht om dagelijks bijplaatsingen en zwerfafval te verwijderen. Deze aanpak sluit aan bij theoretische inzichten dat een schone omgeving normbevestigend werkt. In hoofdstuk 5 wordt dit verder uitgewerkt aan de hand van het normenschema dat de basis vormt voor het huidige beleid. Relatie met partners De uitvoering van het beleid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en diverse partners: • • • • •
Saver: inzameling en verwerking van afval , dagelijkse opruimrondes , inzet afvalcontroleurs. Alwel: woningcorporatie die verantwoordelijk is voor de leefbaarheid op eigen terreinen en signalering richting huurders. Gemeentelijke buitendienst: aanvullende inzet bij opruimwerkzaamheden. Toezicht & Handhaving: optreden via BOA’s op basis van de Afvalstoffenverordening. Maatschappelijke organisaties en buurtpreventie: signaleren van problemen , vergroten van betrokkenheid in de wijk.
Kosten van de huidige aanpak van opruimen door Saver De huidige aanpak brengt structurele kosten met zich mee voor de gemeente , Saver en Alwel. Het gaat onder meer om: • inzet opruimploegen (Saver en gemeentelijke buitendienst); • inzet afvalcoaches en afvalcontroleurs; • inzet handhaving (BOA’s); • kosten verwerking van bijplaatsingen; • verminderde opbrengsten uit vervuilde grondstofstromen. De kosten voor dagelijkse ochtendrondes van Saver zijn: Personeel Inzet in uren (2 personen met auto) Werkdagen 731 Zaterdag 104 Zondag 104 Jaarlijks
Kosten per uur
Totale kosten
€ 138 € 180 € 226
€ 100. 878 € 18. 720 € 23. 504 € 143. 102
Kosten per ton € 193. 25
Totale kosten € 58. 313 € 201. 415
Verwerking Jaarlijks Kosten met personeel (Inschatting voor heel 2025)
Aantal in tonnen 250
Opmerking: De werkelijke hoeveelheid kg bijplaatsingen ligt hoger dan het geregistreerde aantal. Weggehaalde bijplaatsingen door Handhaving en de Buitendienst zijn hierin niet meegeteld.
10
Het aantal boetes Het team Handhaving werkt met strafrechtelijke handhaving. De afgelopen jaren zijn weinig boetes uitgedeeld (processen verbaal). 2023: 159 stuks 2024: 67 stuks Via bestuurlijke aanpak zijn er in 2023 2 en in 2024 4 handhavingszaken geweest. Dat zijn doorgaans de grote overtreders. De ureninzet van BOA’s Het aantal uren Handhaving betrof: 2023: 2900 uur 2024: 2800 uur Dat betekent dat er in 2024 één handhavingszaak is geweest per 40 uur inzet handhaving. Daderindicatie We bekijken het gebruik van de inzamelmiddelen per postcodegebied. Dit is de indeling waarop gegevens bij Saver zijn geadministreerd. De postcodes 4704 , 4705 en 4727 staan wel in de tabel vermeld , maar hebben een te laag aantal adressen om betrouwbare data op te leveren. Omdat we postcodegebieden vergelijken kan het zijn dat er binnen die gebieden flinke uitschieters omhoog zijn en/of omlaag. Huis-aan-huisinzameling Om inzicht te krijgen in het aantal daders kunnen we kijken naar de hoeveelheid inwoners , die nooit of zelden klein huishoudelijk afval aanbieden op de reguliere wijze. Wat kan dat betekenen? • De woning staat leeg , wordt alleen af-en-toe gebruikt of de inwoner zit in een zorginstelling. • De inwoner biedt zijn afval elders onrechtmatig aan.
Hij brengt zijn afval naar een andere gemeente of misbruikt andere afvalbakken , bijvoorbeeld openbare prullenbakken of afvalbakken op het werk (afvaltoerisme). • De inwoner biedt zijn afval elders (semi)-rechtmatig aan. Hij heeft bijvoorbeeld een bedrijfsafvalcontract en maakt daar ook privé gebruik van. • De inwoner leeft extreem duurzaam. Er wordt nauwelijks afval geproduceerd , omdat er heel bewust wordt ingekocht. • De inwoner dumpt zijn afval in de openbare ruimte (bijvoorbeeld als bijplaatsing). In ons onderzoek onderscheiden we nulaanbieders , inwoners (adressen) die nooit afvalaanbieden , en geringe aanbieders , inwoners die in de hoogbouw maximaal 10 keer per jaar een vuilniszak aanbieden en in de laagbouw mensen die maximaal 2 keer per jaar een minicontainer aanbieden. Samen kunnen we dit de sporadische aanbieders noemen. Opvallend is dat er geen grote verschillen zijn tussen de Roosendaalse postcodegebieden. De NPRgebieden vallen niet op. Vooral opvallend is het hoge aantal sporadische aanbieders in het buitengebied. Als we naar het verschil tussen hoogbouw kijken zien we ook weinig verschil. 21% van de hoogbouwbewoners is een sporadische aanbieder , en 17% van de laagbouwbewoners. De wijze van aanbieden verschilt , waardoor er geen conclusie kan worden verbonden aan dit geringe verschil.
Kortom: De cijfers op basis van aanbiedgedrag van klein huishoudelijk afval geven geen verklaring voor het hoge aantal bijplaatsingen in NPR-gebieden. De kans is groot dat een relatief kleine groep verantwoordelijk is voor de meeste overlast. Grondstoffencentrum Ook hebben we gekeken naar het aantal bezoeken aan het grondstoffencentrum. Hoe vaak is er per adres gebruik gemaakt van een betaald bezoek? Kunnen we zicht krijgen op daderschap door te kijken naar waar inwoners hiervan geen gebruik maken. Wat betekent een laag aantal bezoeken per adres in een wijk? • De wijk is ouder. Daardoor zijn er minder nieuwe bewoners die verbouwen en nieuwe meubels kopen. • De wijk is er armer , waardoor er weinig geld is om nieuwe meubels te kopen of te verbouwen. 11
• •
In de wijk wonen vooral ouderen en/of mensen die duurzaam leven. Ze kopen minder en/of brengen meer bij een kringloopwinkel. De inwoners ontdoen zich op onrechtmatige wijze van hun afvalstromen , bijvoorbeeld door bijplaatsen.
Op basis van de uitkomsten zien we dat onbetaalde bezoeken ongeveer de helft is van betaalde bezoeken. Dat is in alle wijken zo. De onderstaande vergelijking is gedaan op basis van betaalde bezoeken. Een vergelijking met onbetaalde bezoeken erbij , geeft derhalve eenzelfde beeld. Net als bij het kleine huishoudelijke afval , is er geen opvallend verschil waar te nemen tussen de verschillende wijken. Alleen de Wouwse Plantage wijkt enigszins af , maar dat is ook een gebied met een andere structuur. Kortom: De cijfers op basis van aanbiedgedrag van grof huishoudelijk afval geven geen verklaring voor het hoge aantal bijplaatsingen in NPR-gebieden. De kans is ook hier groot dat een relatief kleine groep verantwoordelijk is voor de meeste overlast. Conclusie De huidige aanpak voorkomt dat de stad langdurig vervuilt , maar leidt niet tot gedragsverandering. De nadruk ligt op opruimen , niet op normherstel. Door de beperkte pakkans en versnipperde verantwoordelijkheden blijft de norm diffuus. Een structurele verbetering vraagt om een koerswijziging waarin schoonhouden wordt gecombineerd met normherstel , sociale correctie en consequente (bestuurlijke) handhaving: de basis voor de strategie in de volgende hoofdstukken. Postcode
4701 4702 4703 4704 4705 4706 4707 4708 4709 4724 4725 4726 4727 Roosendaal
Sporadische aanbieders (In %) 21 18 18 17 26 16 18 14 26 20 24 20 21 18
Aantal betaalde bezoeken GSC (Per adres) 1 13, 11, 21, 29, 14, 11, 14, 14, 13, 16, 13, 03, 12,
12
4. Gesprekken met betrokken organisaties en inwoners In dit hoofdstuk zijn de uitkomsten van de gesprekken en ontvangen schriftelijke input weergegeven. Het gaat hierbij niet om feiten , maar om meningen , ervaringen en percepties van betrokkenen. Waar dezelfde punten door meerdere personen zijn genoemd en breed gedeeld worden , zijn ze vetgedrukt weergegeven. Deze weergave is bedoeld om inzicht te geven in hoe het afvalprobleem wordt beleefd en ervaren. Er wordt in dit hoofdstuk geen oordeel uitgesproken over de juistheid van standpunten of de wenselijkheid van
geopperde ideeën.
4. 1 Algemeen beeld • • • • • •
• •
Er is brede waardering voor de NPR-aanpak. Betrokkenen zien dat er gericht en met onorthodoxe maatregelen wordt gewerkt aan structurele verbeteringen. Vrijwel alle ondervraagden vinden de huidige aanpak van bijplaatsingen onvoldoende succesvol. Vaak wordt dit omschreven als “dweilen met de kraan open”. Het dagelijkse opruimen wordt gezien als een factor die onbedoeld de norm versterkt dat je afval naast de container kunt zetten en dat Saver het vervolgens ophaalt. De meeste ondervraagden verwachten dat de problemen de komende jaren verder zullen toenemen als de aanpak ongewijzigd blijft. Meerdere ondervraagden benadrukken dat de verwachtingen om dit soort beheersmatige problemen volledig op te lossen niet te hoog gespannen moeten zijn. Volgens sommigen ligt een deel van de oorzaak in de sociale structuur van de NPR-wijken: “Zolang vrijwel iedereen met psychische , verslavings- of schuldenproblematiek in deze wijken terechtkomt , is de basis voor verbetering zwak. ” Nogal wat bewoners ervaren een vervuilde buitenruimte mogelijk niet als een groot probleem. Hun eigen tuinen zijn ook vervuild. Meerdere ondervraagden geven aan dat het thema afval wordt onderschat. Zij wijzen erop dat de opwaardering van de NPR-wijken met duurdere woningen niet zal slagen zolang de wijken vervuild ogen.
4. 2 Beleving van diftar-beleid • • • • •
Vrijwel alle ondervraagden zien de kern van het probleem als een waarden- en normenkwestie: de gemeente en samenleving mogen verwachten dat inwoners hun leefomgeving schoonhouden. Het afvalbeleid , en in het bijzonder diftar , is niet bij iedereen bekend. Een deel van de geïnterviewden woont niet in Roosendaal en is daardoor niet op de hoogte. Van degenen die het diftar-systeem kennen , is de meerderheid negatief over het beleid. Tegelijkertijd zijn de meeste ondervraagden niet tegen het principe dat de vervuiler betaalt. Meerdere ondervraagden vinden de sociale structuur van Roosendaal te zwak voor een dergelijk systeem.
• • •
Er is een wens tot versoepeling , vooral wat betreft het gebruik van het Grondstoffencentrum. Sommigen pleiten voor containers die zonder pas geopend kunnen worden. Anderen vrezen dan juist misbruik van de containers door ondernemers. Het kwijtscheldingsbeleid is niet bij alle voorlichtende partijen bekend.
4. 3 Wijkbeheer en leefomgeving •
Meerdere ondervraagden vinden het niveau van het groenbeheer in de wijk onvoldoende. Het toegepaste B-niveau leidt ertoe dat er altijd sprake mag zijn van enige vervuiling , waardoor de wijk nooit echt schoon oogt. 13
• • • • • • • •
• • • •
Bijplaatsingen worden doorgaans ’s ochtends en na meldingen verwijderd door Saver , soms door de buitendienst van de gemeente of door WVS op terreinen van Alwel. Enkele straten domineren het beeld van vervuiling , waardoor de reputatie van de hele wijk wordt beïnvloed. De afvalproblemen leiden in sommige straten tot de aanwezigheid van ratten. Hoogbouw zonder inpandige containers wordt gezien als een structureel probleem. De BuitenBeter-app en de opvolging daarvan worden positief beoordeeld. Op sommige plaatsen verergeren statiegeldzoekers het zwerfafvalprobleem. De huidige bovengrondse PMD-containers worden breed genoemd als grootste vervuilingsplekken van de stad. Gratis gebruik van PMD-containers leidt ertoe dat inwoners meer restafval in deze containers deponeren; sommige bewoners ontdekken deze mogelijkheid. De vervuilingsgraad zal mogelijk nog verder oplopen als ook dit algemeen maatschappelijk geaccepteerd wordt. Het doorzoeken van minicontainers op vervuiling gebeurt al (voorlopers van Saver) , maar volgens meerdere ondervraagden kan dit beter georganiseerd worden. Volle en defecte containers worden niet als groot probleem ervaren , maar inwoners melden storingen en dumpingen vaak niet. Bijplaatsingen bij minicontainers blijven na opruimrondes soms achter en veroorzaken vervuiling.
Er is geen containeradoptie in Roosendaal , waardoor meldingen en kleine verstoppingen afhankelijk blijven van de gemeente en Saver.
4. 4 Grofvuil • • • •
•
Inwoners met beperkte vervoersmogelijkheden hebben moeite grofvuil naar het Grondstoffencentrum te brengen. Er is behoefte aan leenaanhangers of busjes. De GRIP-wagen (=mobiele milieustraat) wordt niet gezien als geschikt alternatief voor grofvuil. De Kringloper neemt slechts selectief spullen in; demontage van grofvuil wordt niet rendabel geacht. Alwel en Social Klus geven aan dat hun hulpverlening aan huurders wordt bemoeilijkt door het betaalbeleid bij het Grondstoffencentrum: het kost de hulpverlenende partij geld om een bewoner te ondersteunen. Veel ondervraagden verwijzen naar de eerdere afzetcontainers van Alwel in de wijk , waar bewoners grofvuil konden achterlaten en spullen konden meenemen. Zij willen een dergelijke voorziening terug , of een vaste grofvuilroute.
4. 5 Daders en doelgroepen •
• • • •
Arbeidsmigranten worden door veel ondervraagden genoemd als belangrijke veroorzakers van bijplaatsingen. o Zij snappen de regels niet of spreken onvoldoende Nederlands. Hun verblijf is kort , waardoor investeren in voorlichting weinig effect heeft. o o Verhuurders en uitzendbureaus tonen weinig interesse in de gevolgen. o Verhuurders willen soms niet dat de afvalpas wordt gebruikt vanwege de kosten. Andere doelgroepen zijn inwoners met lage taalvaardigheid , bewoners in armoede en bewoners met weinig binding met de wijk. Buurtgenoten spreken elkaar nauwelijks aan uit angst voor confrontaties. De meeste daders worden herkend als huurders; dit beeld wordt herkend door Alwel. In de statistieken zijn veel daders zichtbaar als nulaanbieders (niet geverifieerd).
14
4. 6 Handhaving • • • • • • • •
De meeste ondervraagden vinden dat handhaving van afvalproblemen weinig prioriteit heeft bij het bestuur. Het is geen populaire taak bij BOA’s en wordt in de uitvoering als lastig ervaren , omdat daders vaak persoonsgegevens uit hun afval verwijderen. Er wordt geen buurtonderzoek gedaan door BOA’s; afvalcontroleurs doen dit wel , maar hebben geen sanctiebevoegdheid. Alwel zou graag zien dat ook op hun terreinen gehandhaafd kan worden. Betrokkenen in de uitvoering vinden dat BOA’s te coulant optreden. Enkele ondervraagden zijn voorstander van cameratoezicht om hardnekkige plekken te ontlasten. Zij verwachten vooral verplaatsingseffecten. Buurtpreventievrijwilligers noemen concrete adressen waar veel overlast vandaan komt , maar ervaren dat er weinig mee gebeurt. Meerdere ondervraagden geven aan dat de inzet van BOA’s niet aansluit bij de momenten waarop de overlast plaatsvindt (avond en weekend).
4. 7 Samenwerking met partners • • • • • •
Gemeentelijke medewerkers vinden dat Alwel te weinig toeziet op het gebruik van afvalpassen bij woningoverdracht en onvoldoende optreedt tegen vervuiling op eigen grond. Vanuit Alwel wordt gewezen op inefficiënties: het apart opruimen van bijplaatsingen op privégrond leidt tot dubbel werk. In huurcontracten bestaan mogelijkheden om vervuilende bewoners aan te spreken , maar deze worden in de praktijk niet benut. Alwel staat hier wel voor open. Afstemming tussen gemeente , Saver en Alwel vindt vooral plaats aan tafel bij de wethouder; structurele overlegvormen ontbreken. Afvalcoaches , afvalcontroleurs en BOA’s stemmen hun inzet nauwelijks af. Er is beperkte informatie-uitwisseling. Pilots om de problematiek terug te dringen krijgen meestal geen vervolg , ongeacht of ze succesvol waren of niet.
4. 8 Maatschappelijke betrokkenheid • • • • • • • • •
Roosendaal kent circa 400 afvalprikkers die vrijwillig bijdragen aan een schone wijk. Bij buurtpreventie staat afvalproblematiek hoog op de agenda. Veel (etnische) gemeenschappen leven in hun eigen kring en hebben weinig verbinding met de rest van de wijk. Veel ondervraagden wijzen op een laag vertrouwen in de overheid en een verharding van de sfeer in de wijken. Armoede maakt dat mensen zich minder interesseren voor maatschappelijke vraagstukken en duurzaamheid. Het betrekken van kinderen wordt breed gezien als kans: scholen en opvanginstellingen willen het thema ‘schone wijk’ actief agenderen. Roosendaal kent veel afvalvrije scholen , maar er is geen vastgelegd beleid. Het thema leeft wel , onder de noemer ‘Schone school’. Basisschool De Appel en de vestigingen van Kober willen graag bijdragen aan het vergroten van maatschappelijke aandacht voor afval. Betrokkenen vinden het een goed idee om het belang van kinderen centraal te stellen in acties en communicatie: “Hoe zorgen we voor een schone en veilige buitenruimte voor onze kinderen om in te spelen?”
15
•
Enkele betrokkenen wijzen op de mogelijke rol van het Voorelkaarteam , dat inwoners met problemen op verschillende leefdomeinen ondersteunt. Dit team zou wellicht ook een rol kunnen spelen bij bewoners die vastlopen in afvalproblematiek.
16
5. Systeemanalyse: beleid , gedrag en uitvoering In dit hoofdstuk worden de belangrijkste achtergronden van de afvalproblematiek in Roosendaal beschreven. Het gaat hierbij niet om meningen , maar om een objectieve analyse van mechanismen die bijplaatsingen , dumpingen en zwerfafval verklaren.
5. 1 Soorten vervuiling De vervuiling van de openbare ruimte kent vier hoofdvormen: • Bijplaatsingen van afvalzakken Bewoners plaatsen zakken naast containers , terwijl deze erin horen. Dit gebeurt vaak niet uit onwetendheid: men weet dat het restafval betreft. Veelvoorkomende redenen zijn een volle of defecte container , het vermijden van kosten (€ 150 per zak) of het ontbreken van een afvalpas. , • Bijplaatsingen van grofvuil Grote stukken worden naast de container geplaatst. Bewoners beseffen dat deze niet in de container passen , maar verwachten dat de inzameldienst ze toch meeneemt. Soms ontbreekt de bereidheid of mogelijkheid om grofvuil naar het Grondstoffencentrum te brengen of een betaalde ophaalservice te gebruiken. • Dumpingen Grofvuil en andere goederen worden willekeurig in de openbare ruimte achtergelaten , bijvoorbeeld in brandgangen , groenstroken of tegen gevels. Soms gaat het ook om afval dat verband houdt met criminele activiteiten. • Zwerfafval Klein afval , vaak verpakkingsmateriaal , dat niet in een prullenbak terechtkomt. Ook secundair afval komt voor , bijvoorbeeld uit opengescheurde vuilniszakken of weggewaaid materiaal bij evenementen. Schoolroutes en ontmoetingsplekken zijn risicogebieden.
5. 2 Het vervuiler-betaalt-principe Het principe van diftar (gedifferentieerde tarieven) is bedoeld om inwoners te stimuleren minder restafval aan te bieden en beter te scheiden. Het bijplaatsen van vuilniszakken kan worden gezien als een vorm van kostenvermijding , vergelijkbaar met zwartrijden of illegaal stroom aftappen. De achterliggende gedachte van diftar is dat inwoners , zodra zij zelf de kosten ervaren van het aanbieden van restafval of grofvuil: • bewuster gaan inkopen (minder verpakkingsafval) , • beter gaan afvalscheiden (rest kost geld , gescheiden stromen zijn gratis) , meer moeite doen om goederen te laten hergebruiken (kringloop , doorgeven). • Dit sluit aan bij beleidsdoelen rond afvalpreventie en circulariteit. Gemeenten met diftar realiseren gemiddeld minder restafval per inwoner; de effectiviteit is echter sterk afhankelijk van de sociaal-economische en stedelijke context. In de praktijk kent diftar ook neveneffecten: • meer bijplaatsingen bij containers , • gebruik van openbare prullenbakken of het meenemen van afval naar werk/buurgemeenten , • vervuiling van gratis stromen (PMD , GFT). Omdat het afval in een afvalbak verdwijnt , beschouwen veel mensen dit niet als normoverschrijdend , terwijl het feitelijk wél een ongewenst gebruik van afvalbakken is dat extra kosten veroorzaakt en recycling belemmert.
5. 3 Het Diftar-beleid in Roosendaal Roosendaal heeft in 2013 besloten om per 1 januari 2014 te starten met gedifferentieerde tarieven voor de afvalstoffenheffing (diftar). Daarbij werd een systeem ingevoerd met een vast basistarief per huishouden en een variabel tarief per aanbieding van restafval , zowel bij de minicontainers als bij de ondergrondse containers. Ook het aanbieden van grof afval aan huis en op het betaalde deel van het 17
grondstoffencentrum werd in het variabele tarief meegenomen. De evaluatie in 2014 liet zien dat diftar duidelijk effect had: het aantal ledigingen van restafvalcontainers daalde van gemiddeld 22 naar 13 per jaar en het aantal inworpen in ondergrondse containers halveerde (van 114 naar 57). Tegelijkertijd kwamen ook ongewenste neveneffecten aan het licht. Het aanbod op het grondstoffencentrum daalde fors doordat het aantal gratis tikken was teruggebracht van 12 naar 2. Hierdoor namen afvaltoerisme , bijplaatsingen en dumpingen toe en kwamen er signalen dat grofvuil vaker in de restafvalcontainer belandde. Om dit te corrigeren besloot de raad in 2014 het aantal gratis bezoeken aan het grondstoffencentrum weer te verhogen naar 4 , met een kleinere hoeveelheid per bezoek en een lager tarief per tik. In de huidige situatie geldt nog steeds het principe van een vast en een variabel deel. In de huidige Verordening afvalstoffenheffing 2025 is de systematiek verder verfijnd. Het vaste tarief wordt per perceel geheven , en daarboven geldt een variabel tarief per aanbieding van restafval. Voorbeelden hiervan zijn: € per 240-liter-lediging , € 525 per 140-liter-lediging , en bij ondergrondse containers een staffel 900 , , oplopend van € 075 , tot € 450 , per aanbieding afhankelijk van de inhoud en het aantal aanbiedingen.
Op het grondstoffencentrum zijn vrijwel alle gescheiden herbruikbare stromen (zoals tuinafval , hout , metaal , papier , glas , textiel , harde kunststoffen , matrassen en KCA) onbeperkt gratis in te leveren. Gemengd grofvuil kent géén gratis aanbod en wordt afgerekend per 2 kilo (met een minimum van 2 kilo). Daarmee is het prijsprikkelstelsel gericht op het stimuleren van scheiding en het ontmoedigen van het afwentelen van kosten voor grofvuil op de samenleving. Daarmee kan ieder huishouden de hoogte van de afvalstoffenheffing deels zelf sturen , volgens het principe de vervuiler betaalt.
5. 4 Grofvuil als gemeentelijke verantwoordelijkheid Historisch haalden gemeenten grofvuil (vaak gratis) aan huis op. In sommige , vooral grote , gemeenten gebeurt dat nog steeds , zoals in Breda en Rotterdam. Die praktijk voedt de verwachting dat de gemeente jouw persoonlijke grofvuilprobleem oplost. Veel inwoners zijn zeer vindingrijk wanneer het gaat om het aanschaffen en vervoeren van nieuwe meubels. Busjes worden geleend of gehuurd , familieleden helpen mee of de winkel regelt tegen betaling de bezorging. Bij het afvoeren van oude meubels ontbreekt diezelfde creativiteit vaak. Terwijl er ook dan mogelijkheden zijn om een aanhanger te lenen , hulp in te schakelen of tegen betaling te laten ophalen. Deze discrepantie tussen ‘halen’ en ‘brengen’ past bij het idee dat grofvuil vooral een gemeentelijke verantwoordelijkheid is , in plaats van een individuele. De wens is de vader van de gedachte. In Roosendaal betalen inwoners voor afvoer via het Grondstoffencentrum of bij ophalen aan huis. Tijdelijke wijkvoorzieningen (zoals containers van Alwel) zijn beëindigd vanwege beleidsinconsistentie en aanzuigende werking. Dit was het gevolg van het feit dat het grofvuil dat gratis afgegeven kon worden bij de wijkvoorzieningen , terwijl bij het grondstoffencentrum betaald moest worden.
De spanning tussen historische verwachting (“gemeente lost jouw grofvuilproblemen op”) en actueel beleid (“bewoners zijn zelf verantwoordelijk en betalen”) is een van de oorzaken van bijplaatsingen en dumpingen.
5. 5 De relatie met sociale achterstand Naast logistieke en financiële factoren speelt de sociale context een grote rol. In wijken met meer armoede , schulden , verslaving en taalachterstanden komen normoverschrijdingen vaker voor. Kenmerken: • Individuele problematiek prevaleert boven collectieve doelen (zoals duurzaamheid). • Armoede stuurt richting goedkoopste (soms ongewenste) oplossingen. • Gebrek aan sociale samenhang verlaagt sociale druk op schoon & heel. • Taal/laaggeletterdheid bemoeilijkt begrijpen en naleven van regels. Bijplaatsingen zijn daardoor niet alleen logistiek , maar ook een uiting van bredere sociale achterstanden.
18
Deze nota sluit aan bij de gemeentelijke beleidslijnen voor bestaanszekerheid binnen het NPR.
en armoedebestrijding
5. 6 Arbeidsmigranten als specifieke doelgroep Een deel van de problematiek rond bijplaatsingen en vervuiling hangt samen met de aanwezigheid van arbeidsmigranten in Roosendaal. Uit de gemeentelijke nota Arbeidsmigranten in Roosendaal , herzien 2025 blijkt dat hun aantal de komende jaren verder zal toenemen en dat deze groep structureel onderdeel is van de lokale arbeidsmarkt. Tegelijkertijd kent deze groep specifieke kenmerken die het naleven van afvalregels bemoeilijken. Kortstondig verblijf en beperkte binding Veel arbeidsmigranten verblijven slechts enkele maanden in Roosendaal. Zij hebben weinig binding met hun woonomgeving en zien het opruimen van afval minder als hun verantwoordelijkheid. Investeren in langdurige gedragsverandering is daardoor lastiger. Onbekendheid met regels en taalbarrières Arbeidsmigranten zijn vaak onbekend met het Nederlandse afvalsysteem en het principe van diftar. Communicatie bereikt hen minder goed door taalachterstanden. De gemeente erkent dit en zet in op meertalige informatievoorziening. Rol van verhuurders en uitzendorganisaties Arbeidsmigranten zijn meestal afhankelijk van particuliere verhuurders of uitzendorganisaties voor hun huisvesting. Uit signalen blijkt dat verhuurders regelmatig nalaten huurders een afvalpas te verstrekken , uit vrees voor extra kosten of uit gebrek aan betrokkenheid.