005-2024 Beantwoording raadsvragen GroenLinks-Viering afschaffing slavernij.pdf
Tekst van het document
Gemeente
Roosendaal
Geachte voorzitter, Op 19 december 2022 heeft minister-president Mark Rutte namens de Nederlandse staat excuses aangeboden voor het slavernijverleden. Ook de Nederlandse koning Willem-Alexander heeft zijn excuses aangeboden voor de rol van Nederland in het slavernijverleden. Het rijk heeft daarbij aangekondigd dat op 1 juli 2023 het Herdenkingsjaar Slavernij van start zal gaan. In steeds meer steden wordt de afschaffing van de slavernij gevierd. Voorheen waren dit enkel de grote steden als Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag, maar inmiddels komen er steeds meer kleine steden en dorpen erbij. Veel gemeenten vragen aandacht voor het slavernijverleden door Keti Koti (op 1 juli) te vieren. Op deze dag wordt de slavernij herdacht en de vrijheid gevierd. De fractie van GroenLinks heeft de volgende vragen aan het college: Hoe staat het college tegenover het instellen van de afschaffing van de slavernij als feestdag? 2. Is het college voornemens om op 1 juli 2024 iets te organiseren om het slavernijverleden te herdenken? Graag een toelichting. 3. Zo nee, op welke manier wil de gemeente Roosendaal meer aandacht geven aan het thema slavernijverleden? 4.
Zo ja, is het college bereid om in gesprek te gaan met stichtingen/ organisaties die zich binnen de gemeente Roosendaal inzetten voor bewustwording over het slavernijverleden? Ook heeft de fractie van GroenLinks kennisgenomen van het BN DeStem artikel: `Ook Brabant had een grote rol in de slavernij, een van de wreedste plantagehoudster kwam zelfs uit Bergen op Zoom Lll. Het is zeer pijnlijk om te lezen dat Brabant een onderbelichte rol heeft gespeeld in het Nederlandse slavernijverleden. 5. Is het bekend welke rol de Gemeente Roosendaal heeft gespeeld in het kolonialisme en de slavernij? Is het college bereid nader onderzoek te doen naar de rol van de gemeente Roosendaal bij het 6. slavernijverleden? Graag een toelichting. Namens de fractie van GroenLinks, Chahira Mediani j11 https://www.bndestem.ni/bergen-op-zoom/ook-brabant-had-een-grote-rol-in-de-slavernis-een-vande-wreedste-plantagehoudsters-kwam-zelfs-uit-bergen-op-zoom—afedced1/
Wij beantwoorden de vraag als volgt: 1. Hoe staat het college tegenover het instellen van de afschaffing van de slavernij als feestdag? Wij volgen hierin met interesse het landelijke beleid. Mochten er een initiatief komen voor een landelijke feestdag, dan sluit de gemeente Roosendaal daarbij aan. In dat geval zullen we samen met lokale organisaties en initiatieven gezamenlijk optrekken. 2. Is het college voornemens om op 1 juli 2024 iets te organiseren om het slavernijverleden te herdenken? Graag een toelichting. Indien daar vanuit de samenleving behoefte aan is, dan zullen wij daaruit voortkomende initiatieven beoordelen en waar mogelijk/nodig ondersteunen. Hierbij volgen wij onze reguliere handelingskaders. 3. Zo nee, op welke manier wil de gemeente Roosendaal meer aandacht geven aan het thema slavernijverleden? Zie beantwoording vraag 2. 4. Zo ja, is het college bereid om in gesprek te gaan met stichtingen/ organisaties die zich binnen de gemeente Roosendaal inzetten voor bewustwording over het slavernijverleden? Om versnippering tegen te gaan, volgen we in beginsel het landelijke beleid. Indien er initiatieven komen vanuit de Roosendaalse samenleving gaan wij hierover in gesprek. Ook heeft de fractie van GroenLinks kennisgenomen van het BN DeStem artikel: `Ook Brabant had een grote rol in de slavernij, een van de wreedste plantagehoudster kwam zelfs uit Bergen op Zoom'[.
Het is zeer pijnlijk om te lezen dat Brabant een onderbelichte rol heeft gespeeld in het Nederlandse slavernijverleden. 5. Is het bekend welke rol de Gemeente Roosendaal heeft gespeeld in het kolonialisme en de slavernij? Dankzij uw raadsvragen hebben wij archivaris Joss Hopstaken gevraagd nader onderzoek te verrichten. Daaruit blijkt het volgende: Systematisch onderzoek naar de betrokkenheid van de gemeente Roosendaal bij kolonialisme en slavernij is tot op heden niet verricht. Voor zover nu bekend is de gemeente (of een van de rechtsvoorgangers van de huidige gemeente) als organisatie niet betrokken geweest bij slavernij of kolonialisme. Hier was bijvoorbeeld geen kamer van de Verenigde Oost-Indische Compagnie of WestIndische Compagnie gevestigd, maar wel kan gezegd worden dat inwoners van de gemeente betrokken waren bij slavernij en kolonialisme. Hierna volgen enkele zaken die tot nog toe zijn bekend geworden. Voor1800 De in Roosendaal geboren admiraal Hendrick Loncke was in dienst van de West Indische Compagnie, zowel in 1628 bij de verovering van de Zilvervloot als in 1630 bij de inname van een deel van koloniaal Brazilië. Overigens woonde Loncke ten tijde van deze veroveringen al langere tijd in Amsterdam waar hij in 1634 overleed. Zie voor hem Jaarboek De Ghulden Roos 65 (2005), 155-174.
Carel Hendrik van Naerssen (1688 Den Haag-1762 Breda) was van 1709-1723 werkzaam als koopman op het fort Elmina op de Afrikaanse kust (nu Ghana), het centrum van de Nederlandse slavenhandel. Bij terugkeer in 1723 kocht hij het schoutenambt van Roosendaal en Nispen wat hij tot 1741 bezat. Het kopen van een bestuursambt was in die dagen niet ongebruikelijk. Ook schafte hij huis en landgoed Boschdal in Princenhage aan. Het is waarschijnlijk dat hij zich dit kon veroorloven
dankzij de verdiensten in Afrika. Twee van zijn zonen oefende na zijn vertrek nog tot 1781 de functie van ontvanger uit in Roosendaal. Zie In een plaats genaamd Roosendaal, 1268-2018, p. 25. Bekend is dat inwoners als opvarenden in dienst zijn getreden bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie (databank Nationaal Archief) waarschijnlijk is dat ook zo geweest bij de West-Indische Compagnie. Zie ook E. Boeren, 'Roosendaalse Oost-Indiëvaarders', De Vrijheijt van Rosendale 45 (2004), 30-32, ; 48 (2006), 11-14 Na 1800 Voor de negentiende en twintigste eeuw kan in het algemeen gezegd worden dat inwoners van Roosendaal net als de rest van de inwoners van Nederland betrokken waren bij kolonialisme. Dat kon zijn als militair in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) of van 1945-1949 als beroepsmilitair of dienstplichtige bij de zogenaamde 'politionele acties' of de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Ook zullen militairen gediend hebben in Suriname en op de Antillen. Daarnaast waren Roosendaalse congregaties betrokken door het uitzenden van religieuzen. De congregatie Franciscanessen van Mariadal was de eerste vrouwelijke congregatie die in 1841 naar Curagao vertrok, later ook naar de andere eilanden en in 1856 naar Suriname. De slavernij werd in Suriname in 1863 afgeschaft.
Uit Roosendaal afkomstige missionarissen, bijvoorbeeld redemptoristen of broeders van Saint Louis, waren eveneens later actief in Nederlandse koloniën. Ten slotte kunnen nog medewerkers worden genoemd van grote bedrijven als de Nederlandse Handel Maatschappij, Biliton, Shell etc. alsmede de handelaren in zogenaamde koloniale waren (koffie, thee, tabak) die in Roosendaal actief waren. Is het college bereid nader onderzoek te doen naar de rol van de gemeente Roosendaal bij het slavernijverleden? Graag een toelichting. Indien de gemeenteraad dat wenst, is het college bereid om een nader onderzoek in te laten stellen naar de rol van de gemeente Roosendaal bij het slavernijverleden. Uit navraag bij andere gemeenten is gebleken dat de kosten voor een dergelijk onderzoek circa € 10.000,- tot € 60.000,- bedragen.
Wij vertrouwen erop U hiermede voldoende te hebben geinformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Roosendaal, De burgeme á, a n
er, dluLt,