Woordelijke uitwerking Commissievergadering BM 27 mei 2021
Tekst van het document
Notulen vergadering commissie BM, BS, RU d.d. 27-05-2021 Voorzitter: mevrouw M. van Beers. 1. Opening. De voorzitter: Ik open de vergadering. Een hele goedenavond samen. Het is zeven uur stipt en dat betekent dat ik deze bijzondere gecombineerde commissievergadering mag openen. Welkom allen. Er staan twee agendapunten op de agenda en ik heb begrepen dat in het presidium het voorstel is gedaan, maar corrigeer me als ik dat fout heb, om die twee agendapunten samen te voegen en in één keer te behandelen. Is er iemand die hierover het woord wenst? De heer Franssen, LVR. De heer Franssen: Ik kan heel kort zijn, voorzitter. Of dat voorstel in het presidium is gedaan voor de commissievergadering, weet ik niet, maar wel is het voorstel gedaan om het in de raad in gezamenlijkheid te behandelen. Laat ik daarover maar meteen heel duidelijk en kort en krachtig zijn: wat de LVR-fractie betreft worden beide punten ook vanavond geïntegreerd behandeld, want ze horen absoluut bij elkaar. Hoe het in de raad gaat, is uiteraard aan de raad zelf. De voorzitter: Uiteraard, meneer Franssen, en u gaat over vanavond. Ik begrijp dat de LVR een gezamenlijke behandeling vanavond het meest wenselijk vindt. Zijn er andere partijen die hierop wensen te reageren? De heer Zwijnenberg, VVD. De heer Zwijnenberg: Het was het agendaverzoek van de VVD-fractie, voorzitter.
Weliswaar is met ons geen overleg gevoerd over een samenvoeging, maar desalniettemin kunnen wij daarmee instemmen. Ik ben het met de heer Franssen eens dat deze onderwerpen onafscheidelijk zijn. De voorzitter: Dan begrijp ik dat de partij die het geagendeerd heeft, namelijk de VVD, daarmee ook akkoord gaat. Wenst nog iemand te reageren op het voorstel om beide agendapunten samen te voegen? Dat is niet het geval. Dan stel ik vast dat u daarmee akkoord gaat. Dank u vriendelijk. 2. Klaar voor de herstart. Tegelijk hiermee wordt aan de orde gesteld: 3. Organisatieontwikkeling. De voorzitter: Ik stel voor de fracties in volgorde van groot naar klein het woord te verlenen. Het woord is dan allereerst aan de LVR. Wie van u mag ik het woord geven? De heer Franssen: Dat mag dan aan mij, voorzitter, maar daar had ik voor vanavond eerlijk gezegd niet op gerekend. Ik heb me ook enorm moeten haasten om op tijd in het stadhuis te zijn, want ik vergader vanavond digitaal vanuit de fractiekamer. Ik ben zelfs mijn tas nog aan het uitpakken, dus als iemand vóór mij wil, wil ik wel als tweede. De voorzitter: Laten we daar vandaag flexibel mee omgaan. GroenLinks is de volgende op mijn lijst. Wie van u mag ik het woord geven?
2 De heer Maassen: Dat mag u aan mij. Ik gun de heer Franssen een goede voorbereiding, want er staan een hoop belangrijke zaken op de rol. Voor 10 juni hebben we dezelfde agenda staan en vanavond willen we vooral veel vragen stellen en misschien in tweede termijn ook al enige richting geven, waarom gevraagd wordt. Ik wil beginnen met de vraag of ik de onderwerpen die we op de agenda hebben staan juist samenvat. Via u, voorzitter, is dat een vraag aan de portefeuillehouder en ik ga ervan uit – maar dat is niet helemaal duidelijk – dat dat de heer Schreurs is. Ik weet niet of dat voor alle onderwerpen is, maar dat horen we dadelijk dan wel. Ik probeer eerst even aan te zetten waar we het over hebben: wat is de opgave die we hier als problematiek zien? Als eerste zie ik dat we nu gaan praten in verband met een structureel begrotingstekort dat zich dreigt voor te doen. Het tweede punt is het risico dat we door de ondergrens van de algemene reserve gaan zakken. Het derde punt is dat er zwaardere problematieken zijn op het terrein van personeel, organisatie en bedrijfsvoering. Het vierde punt dat ik hier heb staan is dat dit ligt naast ambities, een werklast voor de organisatie die niet uitgevoerd kan worden. Het laatste punt dat ik hier heb genoteerd is dat we extra mensen en middelen willen inzetten om uit de crisis te komen. Ik noem het in mijn termen even het herstelplan.
Is dat de juiste samenvatting van de opgaven waar we het vandaag over hebben? Als tweede punt heb ik geprobeerd de zaak in te delen in, zoals dat ook in de voorgesprekken is gebeurd: wat zijn de zaken waarover we op korte termijn moeten beslissen en wat richting lange termijn? En ook dan is de vraag: is het juist dat we op de korte termijn toch iets moeten beslissen over het herstelplan, over de begrotingswijziging van 2021 en ook over het snel en daadkrachtig voortzetten van de organisatieverandering, en dat de oplossingsrichting in euro’s, los van de begrotingswijziging, over 2022 en verder gaat, en dan wellicht ook een parallel heeft met de kadernota? Is dat juist? Dan pak ik de onderdelen bij de kop en wil ik het hebben over de begrotingswijziging, over de uitvoeringstoets, over de oplossingsrichtingen en het herstelplan, zoals het ook in de beslispunten van de raad staat. Ik kom eerst bij de begrotingswijziging en daarbij wil ik drie punten aankaarten, wat tevens ook een vraag is. Als we de begrotingswijziging zien, zijn dat in feite twee A4’tjes.
In de beantwoording van de technische vragen, en ook verderop in de stukken, kunnen we nog wel wat vinden, maar het lijkt ons toch ook, gezien de omvang van het bedrag en waar we het besluit over nemen, dat er per onderdeel een duidelijk toelichting moet zijn, want ik merk ook in de fractie dat bij de titels die genoemd worden toch heel andere ideeën heersen. Net zoals we op 8 april over een aantal onderdelen waar we al een besluit over hebben genomen een keurig voorstel hebben gehad, lijkt het me op z’n minst wenselijk om bij ieder onderdeel, en zeker de bedragen die enige omvang hebben, een toelichting te geven. Dus dan heb ik het over het milieupark en afval, personeel, bedrijfsvoering, RoerDelta en V&D, maar wellicht ook de onderdelen van de opbrengsten, omdat daar mogelijk het misverstand is dat een aantal zaken niet uitgevoerd worden. Wellicht is dat een misvatting en betreft het bij wijze van spreken bedragen die misschien niet gebruikt hoeven te worden. Dus als we het hebben over meer dan 2 miljoen euro, lijkt het me toch op z’n plaats dat er iets meer toegelicht wordt dan alleen het noemen van de titel. Het tweede punt, en dat is ook een vraag aan de wethouder. Toen we het op 8 april hebben gehad over KLC en over het grondbeleid, hebben wij gezegd: dat zou niet uit de algemene reserve moeten komen.
Wij meenden toen gehoord te hebben dat er ergens een bedrag van een half miljoen was gevonden, een onderuitputting, maar als ik dit zo lees, staat er dat deze 2 miljoen euro toch van de algemene reserve af gaan. Kunt u dat uitleggen, wethouder? Het laatste punt over de begrotingswijziging. De wijziging van zesenhalve ton uitbreiding bedrijfsvoering zouden we betalen uit de dekking van de jaarrekening 2020. Mijn vraag is: hoe kunnen we op 10 juni een besluit nemen over deze dekking als we de jaarrekening en het resultaat nog niet vastgesteld hebben? Want die komt volgens mij pas in juli. Dat was het over de begrotingswijzigingen.
3 Dan kom ik bij de uitvoeringstoets. Bij de uitvoeringstoets staat of wij er kennis van willen nemen. Daar zouden we ja of nee tegen kunnen zeggen, maar het is natuurlijk waanzinnig belangrijk wat hier allemaal genoemd staat, dus we hebben er op z’n minst een mening over. We zijn jaren bezig geweest, hebben plannen gemaakt en geld gereserveerd om een aantal zaken uit te gaan voeren en op deze lijst, wat dan de uitvoeringstoets heet, staan honderd onderwerpen genoemd. Ook daar vinden wij de toelichting toch mager, want daarboven staat “wordt niet uitgevoerd in 2021” en daar staan uren bij, en in een bijlage staan een aantal zaken die met openbare ruimte en ruimtelijke ordening te maken hebben wel toegelicht, maar wat moeten wij hiermee? Ook daar zijn misverstanden over. We hebben er ook technische vragen over gesteld, maar geen duidelijk antwoord op gekregen. Het college heeft eerder aangegeven: een aantal zaken doen we niet, een aantal zaken doen we minder, een aantal zaken doen we later en een aantal zaken doen we anders. Nou, voor een paar puntjes kom je dat in de bijlage tegen, maar bij een heleboel dingen niet. En dat willen we niet alleen weten voor nu, maar natuurlijk ook als we het straks over de langetermijnplanning hebben: wat komt dan misschien nog wel later een keer terug? En dan is dat ook wat met de begroting te maken heeft.
Dat gaat over zaken waar we de opdracht voor [..0:10:36..] dat gaat over moties die we neergelegd hebben, dus wij vinden dat de vier kolommen erachter moeten, achter die honderd thema’s, waarin gewoon ook concreet aangegeven wordt wat niet, minder, later of anders gebeurt. Dat was het over de uitvoeringstoets. Dan komen we bij de oplossingsrichtingen. Ik wil nog niet zeggen wat we ervan vinden, alhoewel: we hebben daar zorgen over en we zien ook, en dat is toch wel de grote lijn, dat het ook prima is dat daar in ieder geval voorstellen voor liggen. Maar bij de oplossingsrichtingen wordt in het raadsvoorstel gezegd dat we die gaan vaststellen en mijn vraag is: moeten we die wel vaststellen? Want alles wat onder kolom 2021 staat stellen we volgens mij vast met de begrotingswijziging en alles wat er verder staat, daar kunnen we misschien wel oordelen en ideeën over geven – overigens is er ook nog een oproep gedaan door de wethouder en de VVD in de vorige commissievergadering, waar we daar misschien op in kunnen haken, daar kom ik nog op terug –, maar volgens mij kunnen we alleen zeggen: deze richtingen in grote lijnen willen we gaan doen, en ik ga er toch even van uit dat, als we daar ‘ja’ zeggen, we niet zeggen – laat ik een neutraal onderwerp nemen, haha – dat de OZB met 10% omhoog gaat.
Dus is het juist dat we, als het gaat over het vaststellen, het dan hebben over een richting, een duiding richting de kadernota? Een inhoudelijke vraag, en dan kom ik terug op die OZB: daar staat ‘naar Limburgs gemiddelde en 10%’, dan heb ik het idee, maar daar kom ik misschien op een later moment ook nog op terug, dat het college alleen gekeken heeft naar de OZB voor de woningen, want als we naar het Limburgs gemiddelde gaan voor de niet-woningen, dan redden we dat niet met 10%. Daar zitten we ver, ver onder, en daar zit misschien ook ruimte. Even over de inhoud. Het begrotingstekort is ontstaan omdat we een personele taakstelling niet halen en omdat we de taakstelling subsidies niet halen. De taakstelling personeel was grofweg 2,5 miljoen, de taakstelling subsidies ruim 1,5 miljoen. In antwoord op de vragen die daarover gesteld zijn, niet alleen door onze partij, is gezegd dat men de modernisering van de subsidies wil uitstellen in het kader van corona. Maar uitstel lijkt hier afstel te worden en ook daarop zouden we graag een toelichting willen hebben. De personele taakstelling is naar mijn idee de belangrijkste, en ook waar wij de meeste zorgen over hebben, niet alleen over de taakstelling, maar over de organisatie. We hadden een taakstelling staan van 2,5 miljoen euro in 2023.
Daarbij heeft de organisatie in 2020 en 2021 1 miljoen gekregen als investering voor de transitie. Die 1 miljoen extra voor 2021 wordt […0:14:12..]. Dat betekent eigenlijk dat, als we niks hadden veranderd, er een discrepantie zou zijn tussen 2021 en 2022 van 4,5 miljoen; laten we het op 4 miljoen houden: dus als we niks hadden gedaan, en dat is het beeld dat we in november hadden met de begroting, 4 miljoen minder in 2022 dan we nu uitgeven. Met die 4 miljoen, dat is mijn grote zorg, zullen we in die honderd projecten moeten snijden, dus het probleem ligt aan twee kanten. Klopt dat beeld,
4 wethouder? Als ik dan kijk naar de voorgenomen oplossingen, dan wordt er een investering gevraagd, in ieder geval in euro’s, en ik zie dat er ook iets van scholing wordt gedaan, maar hoe denkt u dit te realiseren, want uiteindelijk staat er dan toch in 2024 weer 1 miljoen minder op de begroting voor personeel, en – de tweede vraag –: wat kunnen we dan in 2024 daarvoor doen? Want het is niet alleen het bezuinigen op personeel en de lasten, maar het gaat er natuurlijk ook om wat we met de kwantiteit en de kwaliteit van de organisatie op dat moment kunnen uitvoeren. Met andere woorden: hoe zal dan die uitvoeringstoets eruit zien? Volgende punt. Wij hebben de technische vraag gesteld of het college de analyse die het managementteam in december heeft gemaakt, deelt. Het eerlijke antwoord daarop was ‘ja’. Dan verbaast ons één dingetje, maar dat is iets van de uitvoering. Er staat onder andere dat vastgesteld is dat een flink aantal fte’s, enige tientallen, in ieder geval een stuk of twintig, niet gebaseerd is op zaken die in de begroting voorgenomen zijn aan wettelijke taken. En in de beantwoording van de vragen wordt eigenlijk aangegeven dat dat niet verder wordt uitgezocht. Ik kan me voorstellen dat er een heleboel fte bij zit waarvan je zegt, als je weet wat dat is: dat moet toch gebeuren.
Maar dat vergt toch verder uitzoeken, daar zitten toch mogelijkheden? Want in principe zou men daarin de tijd moeten steken die gebaseerd is op wat we voorgenomen hebben en wat wettelijke taken zijn. Dat is het als het gaat over de oplossingsrichtingen. Volgens mij kom ik nu bij het laatste onderdeel: het herstartplan post-corona. Daar doen wij alvast een uitspraak op, dat is dat het echt fantastisch is dat dit voornemen er ligt. Want ondanks alle zorgen en opgaven kunnen we in ieder geval zeggen dat het idee dat we samen met de stad, met partijen en organisaties, gaan kijken hoe we Roermond verder overeind kunnen helpen, onze volledige instemming heeft. Maar juist omdat het snel moet beginnen, is het heel opvallend dat er staat, ik citeer: “Het is geen breed uitgemeten plan.” Dat is op zich niet slecht, maar dit is natuurlijk wel weer een ander uiterste, want eigenlijk lezen wij, en u zegt het maar als we het verkeerd hebben: we hebben een zak met geld, dat is ongeveer 4 miljoen wat uit het coronafonds over is, we hebben natuurlijk een aantal middelen die bestemd zijn en als die voor die doelen niet gebruikt kunnen worden, gaan die er misschien ook naartoe, we gaan in gesprek en voor de rest hoort u het. Wij vinden dat wat aan de magere kant.
De vraag die wij dan ook gesteld hebben, is: welke thema’s, welke tafels denkt u aan te gaan zitten? Die vraag hebben we ook al gesteld in de technische vragen en ook daarop kregen we een algemeen antwoord. Het gaat er ons natuurlijk om dat het een juiste balans is en dat we goed kijken naar de problematieken, en niet alleen van de ene of van de andere categorie. Want GroenLinks heeft er al vaak voor gepleit dat ook die problemen aangekaart worden waar misschien geen tafel voor is, waar geen organisaties voor zijn die, als we op 10 juni daar een besluit over hebben genomen, op 11 juni al een beroep doen op de middelen. De onderwerpen en problematieken hoef ik u niet te noemen. Wat van belang is, en dan kom ik een beetje bij de laatste vraag uit, is die impactanalyse die gemaakt is. Die impactanalyse schijnt al de basis te zijn geweest voor het overleg, voor alles wat intern bekeken is. Wat ons dan verbaast – jammer dat het net vraag 251 was die we nog even achteraan stuurden – is dat zij ons die impactanalyse sturen en het antwoord is: die krijgt u als hij klaar is. En dan zeggen we: wat is dan gebruikt bij deze problematiek? Want daarvan willen we natuurlijk weten: hoe ernstig is het op al deze terreinen? Dat zijn de belangrijkste vragen die wij op dit moment wilden stellen. Ik heb nog één toevoeging voor de eerste ronde.
Wethouder Smitsmans heeft gevraagd, en dat was nadat de VVD middels de heer Zwijnenberg dat in zijn woordvoering op 15 april ook al heeft gedaan, of de raad bereid is om te kijken of we voor het herstelplan, en dan bedoel ik alles bij elkaar, breed draagvlak kunnen gaan vinden. Ik heb in het presidium aangekondigd dat ik daarvoor een rondje zou maken, en dat rondje heb ik gemaakt langs alle gekozen partijen. Ik kan u mededelen – en dan hebben we het nog helemaal niet over het hoe, op welke wijze en op welke onderwerpen – dat alle partijen die ik daarvoor te pakken heb gekregen daar in principe ‘ja’ op hebben gezegd, en dat verheugt mij. Ik heb helaas de heer Nizet niet aan de lijn kunnen krijgen, maar ik mag zo
5 brutaal zijn, omdat ik zijn constructieve houding ken, om te concluderen dat hij daar waarschijnlijk aan mee gaat doen. De heer Coskun van DENK neemt het op dit moment nog in overweging. Dus laten we het positief samenvatten: er is nog geen ‘nee’ daarop en zeven partijen hebben in principe aangegeven dat men bereid is om daarover te gaan praten. Ik hoop dat de heer Franssen met deze twintig minuten de tijd heeft gehad om een nog beter verhaal te houden dan ik gewend ben van hem te krijgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Meneer Franssen, mag ik u nu het woord geven? De heer Franssen: Ja, dank u wel, voorzitter, dat mag u. Tot de heer Maassen zou ik willen zeggen: kom eens een keer in de LVR-fractiekamer zitten, uiteraard op gepaste afstand, dan zult u zien hoe het er bij de LVR-fractie aan toe gaat. Wij proberen inderdaad altijd een kwalitatieve bijdrage te leveren. Overigens excuus voor mijn stem. In deze tijd van het jaar, en dat heeft niets met corona te maken, zijn er ook wel eens andere problematieken, maar ik probeer het zo goed mogelijk te verwoorden. Voorzitter. Ik heb mij voorgenomen om in ieder geval geen herhalingen te gaan doen van voorgaande sprekers. Dus alles wat de heer Maassen gevraagd heeft: bij dezen vraagt de LVRfractie dat ook. Ik kom alleen met andere invalshoeken vanuit LVR-perspectief.
Ik geef dan gelijk een inkijkje in een van onze motiveringen voor spreektijd, omdat ik vanavond in elk geval, ondanks dat we vanavond geen spreektijd hebben, geen zin heb om dingen over te doen. Dus ik zal op zaken ingaan zoals de LVR-fractie daartegen aankijkt en waar dat nieuwe zaken of nieuwe informatie betreft. Ik ga geen zaken herhalen van vorige sprekers, waarbij ik er uiteraard van uitga dat de portefeuillehouder – en ook ik ga ervan uit dat dat primair de heer Schreurs is – antwoord geeft op alle vragen en alle bijdragen van alle fracties, dus niet alleen technische vragen, maar ook politieke uitspraken in eerste termijn. Daar verwacht ik van het college en de wethouder ook een reactie op. Voorzitter, naar de inhoud. Het klinkt misschien gek, maar ik begin bij september 2019. U zult denken: waarom doet hij dat nou? Nou, toen kregen wij de septembercirculaire. In het jaar krijg je een aantal circulaires. Je hebt een begroting, je hebt een jaarrekening en je krijgt circulaires. De septembercirculaire was meerjarig sluitend, zelfs positief voor de gemeente Roermond. Ook de decembercirculaire, drie maanden later – dat is weer zo’n circulaire op basis van het ministerie die dan wordt vertaald naar de gemeentelijke begroting, zeg ik tegen de mensen thuis – was meerjarig sluitend en zelfs meerjarig positief. Voorzitter, dan ga ik naar het jaar 2020.
Toen brak corona uit – later kom ik op het kopje ‘corona’ nog even terug – en hebben we geen kadernota behandeld, maar een kaderbrief. Uitgezonderd wat dipjes in ’20 en ’21, juist vanwege die vooruitzichten op het gebied van corona en een aantal onzekerheden, had ook die kaderbrief in juni 2020, die ging dus over de kaderbrief 2021, een meerjarig positief saldo. Voorzitter, dan ga ik naar september 2020. In september kwam er wederom zo’n septembercirculaire en dat was de eerste keer dat er een lichte dip te zien was. Waarom zeg ik ‘licht’? Omdat voor het begrotingsjaar 2021 een flink tekort werd voorzien van ruim 3 miljoen, maar vervolgens voor ’22, ’23 en ’24 tussen twee ton en, afgerond, vierenhalve ton. Dat was de eerste keer dat de raad daarmee geconfronteerd werd, met min-bedragen. Dan ga ik naar de decembercirculaire en die vertoonde eigenlijk hetzelfde beeld als de septembercirculaire. Tussendoor – en daar heeft de heer Zwijnenberg eerder terecht op gewezen – is nog de begroting 2021 vastgesteld en ook die was gewoon meerjarig sluitend, sterker nog: uitgezonderd het begrotingsjaar 2021 was er een meerjarig positief begrotingssaldo. Ja, voorzitter, en dan breekt de hel los.
Vanaf ongeveer december worden de fractievoorzitters, dan wel afgevaardigde van fracties, in het geheim en in het geniep geïnformeerd, op hoofdlijnen, zonder dat we ook maar iets over de inhoud te horen krijgen: er zit zwaar weer aan te komen, het gaat gigantisch verkeerd lopen met de gemeente Roermond. En dan komt in één keer 15 april met een theatershow van wethouder Smitsmans en wethouder Pleyte, terwijl de
6 wethouder voor financiën niet thuis geeft en wegduikt. Een paar dagen later kregen we de stukken, ‘Klaar voor de herstart’. Het raadsbesluit bij het plan ‘Klaar voor de herstart’, dat op 10 juni in de raad zou moeten worden behandeld, luidt onder punt 1: “de oplossingsrichtingen voor een meerjarig sluitende begroting vast te stellen”. Ik kondig hier alvast aan dat die formulering voor de LVR-fractie niet akkoord is. Punt 2: “in te stemmen met het wijzigen van de begroting met betrekking tot de mutaties voor het begrotingsjaar 2021, zoals opgenomen in bijlage 1a bij dit raadsvoorstel”. Voorzitter, voor de LVR-fractie is dat op dit moment niet akkoord. Verder: “kennisnemen van de uitvoeringstoets”, nou ja, prima, en “in te stemmen met de opzet notitie ‘Herstart post-corona’”. Of we daarmee moeten instemmen, laat ik nog over aan de beschouwingen van alle fracties en de besprekingen daarover. Maar, voorzitter, de LVR-fractie is er niet voor om alle pakketten aan papier die we nu gekregen hebben als de heilige graal te gaan bestempelen. Ik zal dadelijk nog uitleggen waarom. Wij zullen, dat kondig ik bij dezen alvast aan, met een eigen voorstel daarvoor komen, dan wel via een initiatiefvoorstel, dan wel via een motie, niet op de inhoud, maar op het proces.
Normaal heeft de LVR-fractie altijd een hekel aan het woord ‘proces’, maar nu gebruik ik dat bewust wel, omdat ik hier een hele tafel vol heb liggen met stukken die wij nu gekregen hebben en waarover wij geacht worden een besluit te nemen tussen de tijd dat we ze gekregen hebben en 10 juni. Dat is een gigantische hoeveelheid, niet alleen qua hoeveelheid papier, maar ook qua impact, impact op raadsleden, de 31 raadsleden die dat moeten doorgronden, want wij zijn alle 31 gekozen en zullen alle 31 onze eigen afweging moeten maken op 10 juni, maar ook vanwege de impact voor de samenleving in Roermond, voor de inwoners, de ondernemers en vooral de belastingbetalers, wij allemaal. Daar kom ik dadelijk apart nog op terug. De LVR-fractie komt dan tot de conclusie, met alle stukken die wij ontvangen hebben, dat het, met alle respect, voor een gemiddeld, of misschien wel bovengemiddeld raadslid – iedereen mag zichzelf de sticker opplakken die hij zelf wil –, onmogelijk is om in zes weken tijd dit zo te doorgronden en dan op 10 juni daar een hamerslag op te geven, terwijl het college – dat blijkt uit alle stukken en de bijlagen, inclusief de ambtelijke presentaties – al vanaf september 2020, dat is over drie maanden een heel jaar, daarvoor de tijd heeft gehad. Dat is onwaardig naar de raad toe.
Mijn eerste politieke vraag aan de portefeuillehouder en het hele college is dan ook: wat is uw politieke oordeel en wat is uw politieke standpunt, dat u op deze manier de raad voor het blok zet om in zes weken tijd dit soort documenten door te spitten en in zes weken tijd 31 raadsleden een oordeel te laten vellen over, en dan citeer ik de kop van dagblad De Limburger van enkele weken geleden: “de chaos die in dit stadhuis gecreëerd is” en waar u dan de raad wilt dwingen om dat over de rug van de belastingbetaler op te lossen. Laat ik daar heel erg duidelijk in zijn, wat de LVR-fractie betreft: nee, daar zullen wij niet in meegaan. En ik kom er dadelijk op wat wij dan voorstellen, voorzitter. Voorzitter. Een stevige introductie, omdat deze stukken een stevige introductie verdienen. Als je dan naar de inhoud gaat, en dan pak ik de bijlagen met betrekking tot de opgave en de oplossingsrichtingen, en kijkt waar ‘m nou voor het grootste deel die opgave in zit, ja, voorzitter, dan zit hem dat toch in de taakstelling personeel, en inderdaad, zoals de heer Maassen zei, op een iets langer traject in de taakstelling subsidies.
Maar ik blijf even bij de taakstelling personeel, omdat dat past bij naar onze mening, en dat is niet nieuw, wij hebben niet voor niets meerdere jaren tegen de begroting gestemd, beargumenteerd en onderbouwd, vanwege diverse redenen [..0:30:23..] vanaf 2,7 miljoen tot 3,4 miljoen structureel taakstellingen personeel in de min. En wat zie je dan bij de oplossingsrichtingen: dat ongeveer datzelfde bedrag door het college wordt voorgesteld om aan inkomstenverhogingen op te leggen. Met andere woorden, en dat staat dus in de kop van dagblad De Limburger: de chaos die op het stadhuis gecreëerd is onder de verantwoordelijkheid van dit college van B&W dwingt het college van B&W om dat te laten betalen door de belastingbetalers in Roermond. Dat zeggen gewoon de cijfers. Het staat in de bijlage, vergelijk de rode cijfertjes maar met de zwarte cijfertjes. Voorzitter, dat kan niet. De LVR-fractie vindt in elk geval dat dat niet kan, want de LVR-fractie vindt dat eerst de tering – sorry voor het woord, maar ik gebruik het spreekwoordelijk gezegde – naar de nering moet worden gezet binnen de eigen organisatie.
7 Dat betekent: alle portefeuilles moeten op de kop worden gegooid, en dat is blijkbaar ook gebeurd, want als we dan kijken naar een bijlage die we later hebben gekregen – ik weet even het nummer van die bijlage niet –, dan staat daar boven dat de lijst door de ambtelijke organisatie is aangedragen om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting, maar waarvan het college niet voor die onderdelen gekozen heeft op die lijst. Er zijn voorstellen gedaan voor meer dan 10 miljoen, voorzitter! Mag ik dan bij dezen, in elk geval op dat vlak, de ambtelijke organisatie een compliment geven, want dat betekent dat er zonder heilige huisjes te creëren geprobeerd is mee te denken in oplossingsrichtingen. Vanuit dat oogpunt kan het voor de LVRfractie niet zo zijn dat wij belastingverhogingen gaan opleggen voor de inwoners en ondernemers ter waarde van 3,5 miljoen structureel, en dat wij niet uit die lijst voor meer dan 10 miljoen euro in staat zijn, met ook nog een hele hoop pm-posten-, dus, voorzitter, de volgende vraag aan de wethouder: hoe is die lijst tot stand gekomen en waarom staan daar zoveel pmposten op? Want pm is toch altijd onzeker, dus dat bedrag van 10 miljoen kan nog veel hoger worden.
Waarom kiest het college er dan bewust voor om toch belastingverhogingen in te voeren, terwijl er ook voorstellen liggen om eerst in eigen huis, binnen de eigen budgetten, binnen de eigen exploitatiebudgetten, goed te kijken wat minder kan? Voorzitter, dat is mijn volgende argument, en dan ga ik een stap terug naar de historie: naar de kerntakendiscussie. In 2010/2011 werd Roermond met een flinke opgave opgezadeld. Toen heeft de raad een traject van anderhalf jaar doorlopen, uiteindelijk met een verzamelamendement met heel veel amendementen en moties daaronder, om een oplossingsrichting te zoeken voor ongeveer 11 miljoen. Daar hebben wij anderhalf jaar over gedaan, voorzitter, in de jaren 2010 en 2011. Nu zijn we tien jaar later, dus de geschiedenis herhaalt zich, en hebben we het over een bedrag van ongeveer 5,5 miljoen. Nou, u kunt goed rekenen, daar ga ik even van uit…, ik wilde bijna zeggen minister van financiën, maar dat is iets te veel eer voor de heer Schreurs, wethouder van financiën van de gemeente Roermond. 5,5 miljoen is ongeveer de helft van 11 miljoen. Daar hadden wij toen anderhalf jaar de tijd voor, nu hebben we zes weken de tijd. De LVR-fractie is van mening dat de raad in positie moet worden gebracht om voor de middellange en lange termijn keuzes te kunnen maken. En dan sluit ik aan bij waar de heer Maassen mee afsloot: die gezamenlijke benadering.
Ook de LVR-fractie is bereid om deel te nemen – en hoe weet ik ook nog niet – aan een werkgroep, of een specifieke commissie, mij maakt het allemaal niet uit, één per fractie bij wijze van spreken, en later met alle raadsleden. Voorzitter. Tussen nu en november 2021, waarin we de begroting 2022 behandelen, liggen ongeveer zeven maanden, en dat is ongeveer de helft van anderhalf jaar. U begrijpt mijn redenatie: kerntakendiscussie anderhalf jaar, ik noem hem nu de kerntakendiscussie light, en wat de LVR-fractie betreft gebruiken wij de tijd tussen nu en de begrotingsbehandeling in november om gezamenlijk als raad-, en ja, het college mag dan ook aanzitten, maar die moeten een keer luisteren naar de raad en voor de vragen die de raad heeft moeten ze dan maar eens stukken aanleveren, om op die manier richting de begroting in november 2021 een structurele meerjarenbegroting op te bouwen, maar wel in dialoog met de raad en niet zoals nu, waarbij wij een stapel papier krijgen en in zes weken tijd, halleluja, ‘ja’ of ‘ja’ mogen zeggen. Voorzitter, daarmee licht ik een tipje van de sluier op van hoe de LVR-fractie naar die middellange termijn kijkt. Dan ga ik naar de korte termijn.
Er zit een aparte bijlage bij met betrekking tot corona, die ga ik vanavond niet inhoudelijk behandelen, maar wat de LVR-fractie betreft zullen wij die, want die hebben we ook later gekregen, nog even goed bestuderen en dan komen we er in de raadsvergadering op terug. Maar de LVR-fractie vindt wel dat wij voor die korte termijn-, de LVR-fractie heeft eerder vanaf mei 2020, dan wel via moties, dan wel via vragen, dan wel via andere voorstellen, duidelijk gemaakt waar wat betreft de LVR-fractie de nadruk ligt bij dat coronaherstel. De LVR-fractie is ook van mening dat dat coronafonds breder ingezet moet kunnen worden [..0:35:52..] bij de geamendeerde motie, op initiatief van Demokraten Swalmen, collega Jos Tobben, met een amendement vanuit de LVR-fractie, breder inzetten van dat coronafonds. Want als je weer kijkt naar de laatste kwartaalrapportage van het coronafonds en
8 je kijkt nu naar de bijlage die gaat over het coronafonds, dan zit er nog veel te veel geld in die pot coronafonds. Dat moet niet een spaarbankboekje worden, dat moet uitgegeven worden voor ondernemers, horecaondernemers, culturele instellingen, maatschappelijke voorzieningen, al dat soort instanties die het leven in Roermond een plus geven. Dat moet niet op een spaarrekening staan in de gemeente Roermond. Dus wat ons betreft, voorzitter: breder inzetten coronafonds. Dat is geen verrassing, als ik dat zeg, en daar willen wij ons mee voor inzetten, om op de korte termijn in elk geval het coronadeel voor in te zetten. Ik ga weer terug naar de middellange en lange termijn. Ik heb net uitgelegd hoe wij daartegen aankijken en ik verwacht, omdat dat een politiek statement was van mij – laat ik die vraag dan ook maar heel concreet stellen, en als het niet duidelijk genoeg is voor de wethouder, dan mag hij mij strakjes een vraag terug stellen en dan kom ik daar in de tweede termijn op terug –, maar ik verwacht op dat politieke statement dat ik zonet gegeven heb van de wethouder voor financiën een reactie namens het college van B&W, om het dus in stukken te knippen: nu korte termijn en vanaf nu richting november 2021 met de raad samen te werken aan dat middellangeen langetermijnkader.
En waarom zeg ik dat, voorzitter? Ik zeg dat, en dan word ik toch een beetje vervelend-, ik had al voorzien dat dit zou gebeuren, want begin april stelde ik vragen over de kadernota en de jaarrekening en meneer Maassen zei het zojuist ook: we moeten nu besluiten nemen, terwijl we de besluiten over de jaarrekening nog moeten gaan nemen. Die doen we namelijk later, pas in juli. En ik heb vandaag even heel snel naar de stukken gekeken, toen die binnenkwamen, over de jaarrekening, en dat bevestigt nogmaals dat het een chaos is op het stadhuis, voorzitter. Want hoe kunnen wij nu, als we een positief resultaat in de jaarrekening van 2,7 miljoen hebben, resultaatbestemmingen toewijzen aan bestemmingsreserves van 3,8 miljoen? Ik zal het u even voorrekenen met gemakkelijke getallen. Het college zegt dus: we hebben een positief resultaat van 1.000 euro – dat praat wat makkelijker en dan kan ik het ook iedereen uitleggen –, maar wij gaan voor 2.100 euro bestemmingsreserves positief invullen. Ja, voorzitter, als ik één euro heb, kan ik niet twee euro en een dubbeltje uitgeven. Als ik 1.000 euro heb, kan ik niet 2.100 euro uitgeven. Als ik 1 miljoen heb – ik heb het niet --, kan ik ook geen 2,1 miljoen uitgeven. Dus, voorzitter, het is niet alleen organisatorisch een chaos, het is ook financieel een chaos.
En dan kom je op een volgend politiek punt, dat is eigenlijk natuurlijk voor de raadsvergadering, dus ik wil daar niet te veel op vooruitlopen, maar we hebben er een vraag over gesteld, anderen ook: hebben wij strakjes – en daar moeten we het op 10 juni als raad over hebben naar onze mening en niet vanavond – vertrouwen in deze portefeuillehouder financiën en in dit college van B&W, gezien de chaos die op organisatorisch vlak is geschapen? Want het gaat niet alleen over de ambtelijke organisatie, nee, het gaat over zwerfvuil, het gaat over parkeren, het gaat over afval, het gaat over wijkeconomieën, het gaat over horeca, het gaat over ondernemers, het gaat over parkeerbelastingen, het gaat over alles, óveral is het een chaos. Vragen worden niet beantwoord, burgers worden niet ten dienste gesteld, ondernemers worden tegengewerkt, overal is het chaos. En hebben wij dan vertrouwen in deze portefeuillehouder en in dit college van B&W, met alles wat ik tot nu toe heb gezegd, en wat mijn collega-raadsleden dadelijk ook nog gaan inbrengen, dat zij dit probleem gaan oplossen? Nou, daar wil ik in elk geval al vandaag een reactie van de wethouder op horen, zodat wij dat mee terug kunnen nemen naar de fractie, om erover na te denken, zodat we 10 juni ook beslagen ten ijs komen. Nou, voorzitter, dan ga ik op een aantal punten nog naar de inhoud.
Ja, het zal een stevige avond worden, dat realiseer ik me, maar wij zullen in elk geval, zoals ik gezegd heb, niet herhalen wat anderen gezegd hebben en vooral eigen punten inbrengen en nieuwe punten. Voorzitter, de vragen. Wij hebben heel serieus voorwerk gedaan, dat mag u ook van een fractie van negen raadsleden verwachten, en wij hebben bewust gekeken: welke vragen gaan wij wel stellen en welke niet? Wij hadden er misschien nog veel meer kunnen stellen, dat hebben wij bewust niet gedaan. Wij hebben bewust gekeken naar een aantal financiële vragen, naar een aantal inhoudelijke vragen en naar een aantal organisatorische vraagstukken. Als ik dan zie, voorzitter, en wij hebben ook goed de antwoorden bestudeerd op vragen van andere fracties,
9 hoe sommige vragen beantwoord worden, dan is dat eigenlijk schandalig. Wij krijgen nietszeggende antwoorden en het wemelt van opmerkingen als “ja, we zijn bezig met een wendbare en [..0:41:07..] organisatie, en in de toekomst komt dat allemaal goed”, “de dienstverlening moeten we op orde houden”. Voorzitter, corona wordt hier misbruikt om de financiële puinhoop te verbloemen die vóór corona al ontstaan is. Dat is in elk geval de stelling van de LVR-fractie. Een aantal fracties, wij ook, hebben meerdere vragen gesteld of de gemeenteraad altijd en tijdig geïnformeerd is over de organisatie, de bedrijfsvoering en de financiën. Ik heb u in mijn allereerste zinnen bewust meegenomen vanaf september 2019, de septembercirculaire, tot en met het laatste financiële document, de decembercirculaire. Ik kom dan ook tot de conclusie dat dit college de raad niét tijdig en niét juist heeft geïnformeerd. Ik wil van de wethouder weten wat hij daar zelf voor consequenties aan denkt te gaan verbinden. Want, voorzitter, tussen september 2019 en december 2020, ik ga niet herhalen wat ik net gezegd heb, maar daar blijkt uit dat we uitgezonderd wat kleine dipjes gewoon een structureel goed beeld hebben en nu blijkt uit deze stukken dat het in één keer niet zo is. Daar wil ik een reactie op van de wethouder. Voorzitter.
Ter onderbouwing van mijn stelling voor de knip van de korte termijn en de middellange- en lange termijn: wij hebben soms de neiging om, als er een probleem is, direct dat probleem te gaan oplossen. De vraag is echter of wij als raad nu kunnen overzien wat de problemen zijn. Wij worden geacht daar binnen zes weken iets van te vinden, maar hebben wij voldoende inzicht in wat die problemen zijn? Je moet eerst een goede analyse maken van die problemen, anders ga je misschien dénken dat je het probleem oplost, terwijl je het werkelijke probleem nog niet hebt. Dat is wat ons betreft de onderbouwing om juist dat stukje tijd te nemen. Wat ons betreft, voorzitter, en dat is weer een volgend politiek statement wat de LVRfractie betreft – dan kan dat in elk geval geen verrassing zijn in juni –, wordt de kadernota voor kennisgeving aangenomen. Dus deze stukken voor kennisgeving aannemen, de kadernota die we dadelijk nog gaan krijgen voor kennisgeving aannemen en met de raad tussen nu en november 2021 samen een traject doorlopen voor de middellange en lange termijn. Voor de korte termijn moeten we als raad in de komende twintig dagen misschien maar eens goed bij elkaar gaan zitten, dat er vanuit elke fractie wat voorstellen komen wat elke fractie belangrijk vindt voor die korte termijn en dat we dan eens gaan kijken wat we kunnen met dat coronaherstelfonds.
Volgens mij kunnen we dit probleem prima op twee sporen aanvliegen: de korte termijn en de middellange en lange termijn. En daar komt nog een argument bij, voorzitter, en daar wil ik ook graag een reactie op van de wethouder: als wij mee zouden gaan in hetgeen het college nu alleemaal voorstelt, vindt u dan niet, wethouder voor financiën, dat u wel heel erg over uw graf heen regeert? En dan bedoel ik natuurlijk niet letterlijk uw graf, maar het politieke graf. Deze coalitieperiode eindigt in maart 2022. De chaos die hier ligt is in de afgelopen acht jaar veroorzaakt. Is het reëel om de huidige raadsleden, want ook de raad heeft maar een mandaat tot maart 2022 en we weten – ik doe maar eens een gokje – dat minstens 30% niet meer terugkomt, besluiten te laten nemen met impact voor alle inwoners, alle ondernemers, de hele samenleving van Roermond, voor ná maart 2022? Als u zich in die rol zou verplaatsen van raadslid, wat zou u dan vinden van die salamitactiek en de bulldozers waarmee u nu de raadsfracties confronteert? De dienstverlening, voorzitter. Komt die dienstverlening niet tot stilstand? Volgens mij is de dienstverlening al tot stilstand gekomen. Ik heb er net een paar inhoudelijke voorbeelden van genoemd. Nog een paar concrete vragen over de inhoud aan de portefeuillehouder.
Heeft de provincie een rol gehad in dit hele traject? Is er gesproken met de provincie als toezichthouder op de gemeentefinanciën? Zo ja, wat is er dan besproken? Is er ook gesproken over het juridisch kader en het wettelijk kader? Alles wat wij hier nu gaan doen, kán dat juridisch en wettelijk wel? Zijn er geen verplichtingen die we nu niet bezien hebben omdat we in zes weken al moeten beslissen? Hetzelfde geldt voor de rol van de accountant. Hoe is de accountant erbij betrokken
10 geweest? De stukken van de jaarrekening hebben we vandaag ontvangen. Zojuist heb ik er drie regels uit voorgelezen, de rest moeten we nog gaan lezen, en ik vraag me af of we überhaupt wel een goedkeurende verklaring zullen krijgen van de accountant op de jaarrekening. De clustermanagers, en dan maak ik even het overstapje naar de organisatie. Voorzitter. Wij hebben vragen gesteld over die organisatie. Uit de beantwoording daarvan blijkt volgens mij dat het college zelf ook met de handen in het haar zit over de organisatie. De structuur met een directie, afdelingshoofden, teamleiders en programmamanagers werkte naar onze mening uitstekend. Je kunt er misschien over twisten of er wat lagen tussenuit moeten, maar er is nu geen directie meer die bijvoorbeeld-, ik pak gewoon een voorbeeld: in de hoek van Ruimte had je vroeger een verantwoordelijk directeur en als er dan een probleem was dat twee of drie afdelingen oversteeg, dan kreeg die directeur samen met de drie afdelingshoofden en eventueel de ambtenaren die daaronder zitten de opdracht: ga integraal naar dat probleem kijken en, directeur, wij verwachten dat u daarmee binnen drie weken richting het college komt. Ik parafraseer het maar even.
Als je dat nu zou moeten doen, heb je minstens vijf clustermanagers nodig en wij weten uit interne bronnen, maar ook omdat dat zelf door het college gezegd is, dat die clustermanagers niet meer worden geacht op inhoud te sturen, maar op people management, op HR-instrumenten en al die andere mooie prietpraat. Voorzitter, ik werk zelf in een ambtelijke organisatie, maar dat ga ik niet vergelijken. Zo bedoel ik hem helemaal niet. Maar ik doe wel de volgende uitspraak, en die doe ik natuurlijk namens de voltallige LVR-fractie. De LVR-fractie vindt dat afdelingsmanagers, of ze nou clustermanagers of afdelingsmanagers heten, dat maakt me allemaal niet uit, wel enige feeling met de inhoud moeten hebben, want hoe ga je anders een probleem oplossen? We hebben volgens mij geen zelfsturende teams in deze organisatie en als zich in de organisatie een probleem voordoet, of het nou op zwerfafval is, of op parkeren, op afval, of wijkeconomie, of de problematiek van de ontwikkelingen in Swalmen, maakt me allemaal niet uit, dan blijft dat probleem in een cirkel draaien, want er is nu niemand in dit huis, een directeur die daarvoor verantwoordelijk is, die eens opstaat en zegt: potverdorie, ik pak al die clustermanagers eens even bij elkaar, we gaan in een hok, we gaan stoeien en we komen pas naar buiten als het probleem is opgelost.
Als je nu in de ruimtelijke hoek een probleem hebt, heb je vijf of zes clustermanagers nodig, en die gaan dan niet over de inhoud, want ze mogen alleen maar sturen op HR, people en allemaal dat soort mooie managementwoorden. En als de ambtenaren die daaronder zitten een probleem hebben en daarover een keer met hun manager willen sparren, dan stuurt de manager ze weer terug, want die zegt: nee, ik ben niet van de inhoud, ik ben alleen voor de people en het management, dus zoek het probleem maar zelf uit. Voorzitter, dit is natuurlijk met een paar aannames, maar is dit de manier waarop het tegenwoordig gaat in het stadhuis? Wij hebben de indruk van wel, wij krijgen die indruk ook van inwoners van onze stad en van ondernemers in onze stad. Ik ga niet weer al die inhoudelijke terreinen noemen, ik heb er net een achttal genoemd, maar ik kan er wel vijftig noemen. Als het zo gaat bij al die terreinen in het stadhuis, dan klopt de kop in dagblad De Limburger van een paar weken geleden nog steeds: de chaos in het stadhuis moet betaald worden door de belastingbetaler. En laat ik daar gelijk weer duidelijk over zijn: de LVR-fractie zal daar nooit zo mee instemmen. Het huidige organisatiemodel is natuurlijk door het dure BMC zo voorgesteld. Het heeft meer dan een miljoen gekost volgens mij.
Wat is de conclusie van het college nu we daarmee een paar maanden aan de slag zijn? Zijn dit nog steeds de juiste keuzen die gemaakt zijn? Of, college, wethouder financiën, personeel en organisatie, bent u van mening dat er bijgestuurd zal moeten worden in het organisatiemodel? Daar hoor ik graag een reactie op en dan ook weer de hamvraag die voor 10 juni aan bod moet komen: als er bijgestuurd moet worden, en laat ik daar heel duidelijk in zijn: wat de LVR-fractie betreft natuurlijk ‘ja’, vindt u dan dat u zelf als wethouder personeel en organisatie en financiën, en het huidige college, in staat bent om die veranderingen door te voeren? Ik zeg tegelijk: ik wil niet de woorden van collega Zwijnenberg wegkapen, en ik weet zeker dat hij daarop terugkomt, maar op dat punt zal het geen verrassing zijn dat wij die mening met elkaar delen en in elk geval op die manier de vragen stellen. Dus ik
11 wil de heer Zwijnenberg in mijn termijn op die uitspraken die hij eerder al gedaan heeft ook de credits daarvoor geven. Voorzitter. Ik denk dat ik het daar voor de eerste termijn eens even bij laat. Ik heb duidelijk aangegeven hoe de LVR-fractie op hoofdlijnen tegen de problematiek aankijkt en hoe we die zouden moeten oplossen, dus korte termijn en middellange termijn, een proces daarvoor heb ik genoemd en ik wil graag ook van collega-fractievoorzitters/woordvoerders hun reactie daarop, want ik vind het veel belangrijker hoe zij daartegen aankijken dan wat het college daarvan vindt. Wij moeten ons realiseren, zeg ik tegen alle 30 collega’s, op het moment dat ons op 10 juni gevraagd wordt ons oordeel te geven, moeten wij als 31 raadsleden goed voor ogen houden dat wij dat doen met grote consequenties voor de samenleving van Roermond en de vraag is of wij met alles wat wij nu weten in zes weken tijd, terwijl het college daar ruim negen maanden voor heeft gehad, of wij dat moeten willen. De LVR-fractie vindt van niet en daarom heb ik een procesvoorstel gedaan hoe wij dat zien. Ik hoor graag van de andere fracties hoe zij daartegen aankijken. Voorzitter, voor nu laat ik het hierbij in eerste termijn. Wij zijn zeer benieuwd naar de reactie van de portefeuillehouder. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, meneer Franssen. Dan kom ik bij het CDA.
Wie mag ik daar het woord geven? De heer Breugelmans: Voorzitter, dank u wel. Er is al heel veel gezegd vanavond. Eerst wil ik meer in het algemeen iets kwijt namens de CDA-fractie. Het sluit zowel aan bij de heer Maassen als de heer Franssen en gaat over het proces dat je met elkaar ingezet hebt. Het CDA ervaart dat toch als wat ongelukkig. Wij hebben al vaker gevraagd: waarom pas je dat niet in in de planning- en controlcyclus? Toen wij de stukken kregen, verbaasde het ons ook dat er een aantal elementen in zaten, waarvan wij denken: ja, die passen daar perfect in, waarom nu daarvan afwijken, waarom nu zulke ingrijpende wijzigingen op een begroting die we in november al hebben behandeld en waarom in de planning- en controlcyclus niet de instrumenten gebruiken om met elkaar vanuit een evenwichtig en zorgvuldig proces de juiste afwegingen te maken? Als we in z’n algemeenheid kijken naar hoe we tot vandaag zijn gekomen, dan overvalt ons ook de omvang en de hoeveelheid, maar ook de tijd die je hebt om een juist oordeel te vellen. Ik kom er dadelijk bij de inhoud kort en krachtig op terug. Het heeft vooral te maken met het kunnen overzien van het geheel, zowel op de korte termijn als op de lange termijn, waar de heer Franssen het ook over had.
Dus daar zit voor ons gewoon in de manier waarop we dat nu met elkaar ingestoken zijn wel een zorgpunt en wij zijn ook heel benieuwd, en dat is een vraag aan het college, waarom u voor deze weg heeft gekozen. Ik ga ervan uit dat u zorgvuldig werk heeft verricht en dat u nu iets voorlegt waar u in elk geval voor honderd procent achter staat en over nagedacht heeft, en dat ook zorgvuldig vindt, maar waarom heeft u ons de tijd niet gegund om daar ook zorgvuldig en evenwichtig naar te kunnen kijken? Dat wil ik graag van het college weten. Nu graag terug naar de inhoud. Ook ik wil proberen niet over te doen wat anderen al gedaan hebben. Wat betreft de opmerking over het raadsbesluit zoals dat voorligt, ja, uiteindelijk zullen we met elkaar tot iets moeten komen, maar de vraag is of de manier waarop het nu voorligt voldoende is om dat ook op 10 juni te kunnen doen. In dat opzicht sluiten wij ons wel aan bij de opmerking over het besluit van de heer Franssen, waarbij wij eigenlijk toch ook wel aangeven dat het heel erg moeilijk is om het nu met elkaar eens te zijn met de oplossingsrichtingen zoals die voorliggen. Ik zal ook kort bij die oplossingsrichtingen beginnen. Er is een overzicht gestuurd van gekozen en niet-gekozen oplossingsrichtingen.
Door de manier waarop het nu gepresenteerd is – de heer Maassen gaf dat ook al aan – kunnen wij heel moeilijk overzien, en dan vul ik dat aan op de voorgaande sprekers, wat de consequenties zijn als je bepaalde keuzes maakt om iets wel te doen, of juist niét te doen. Wij lezen een hele hoop
12 voorstellen in die oplossingsrichtingen en ook in de begrotingswijziging op korte termijn, waarvan wij de consequenties van die keuzes niet, nauwelijks, of maar gedeeltelijk kunnen overzien. Ik pak er maar even een belangrijk punt voor het CDA uit. Wij hebben er ooit in een motie voor gepleit om extra geld per inwoner te fourneren voor evenementenbeleid en levendigheid in de stad. Daar gaat u nu in één keer rücksichtslos, op korte termijn al, in de begroting 2021, 220.000 euro op besparen in uw voorstel. Wij kunnen niet overzien wat dat betekent voor de evenementen zoals die in het verleden hebben plaatsgevonden en dit jaar plaatsvinden, en dan speelt ook nog corona mee, waardoor misschien dingen niet doorgaan. Maar wat betekent dat dan ook voor de middellange termijn, dus voor 2022, 2023 en verder? Schieten we ons hier niet in de voet en brengen we het kind met het badwater niet al weg alvorens we uiteindelijk de effecten van het ingezette beleid voortkomend uit die CDA-motie met elkaar ook hebben gemeten, en dat dan in verhouding ook nog tot de keuzes die u niet maakt, waarvan het CDA misschien vindt dat die wel gemaakt zouden kunnen worden? Het voert te ver om daar nu op in te gaan, maar één ding wil ik er wel over kwijt.
Wij vinden juist, als je nu in een zorgvuldig proces tot keuzes komt, dat je dan ook voor evenwicht in die begroting moet gaan zorgen, zowel op de korte als de middellange termijn. Wij missen eigenlijk de beredenering, de onderbouwing, waarom er nu een beter evenwicht in de begroting komt en wélk nieuw evenwicht dan in de begroting komt. Want wij zien gewoon, en dat is al langer aan de gang, dat op ruimte en economie echt sprake is van een uitholling. En als we iets nodig hebben, juist ook dadelijk na corona, dan is het een sterke economie die deze stad draagt en die uiteindelijk het ook mogelijk maakt dat we dat sociale beleid en dat hoge niveau van voorzieningen dat we in deze stad hebben, kunnen handhaven. Zonder een sterke economie lijkt dat het CDA een onmogelijke zaak. Wij zijn dus heel erg nieuwsgierig naar het antwoord van het college op de vraag of eens kan worden aangegeven hoe evenwichtig de aangepaste begroting voor 2021 is in relatie tot de opgave, in relatie tot het coalitieprogramma, in relatie tot de afspraken die u met de raad heeft gemaakt en de kaders die we gesteld hebben, maar ook in relatie tot de met elkaar geformuleerde toekomstvisie waar we met elkaar aan zouden werken.
In hoeverre is dit in balans met die uitgangspunten? In de stukken zoals die nu voorliggen kunnen we dat onvoldoende terugzien en we kunnen dus de consequenties niet overzien als we nu daarin keuzes zouden moeten maken op basis van de stukken zoals die nu voorliggen. Dat zou ook betekenen, als dit zo blijft zoals het er ligt, dat ook het CDA met een soort tegenbegroting zou moeten komen, om een goed evenwicht tussen ruimtelijk, economisch, sociaal en cultureel beleid in de gewijzigde begroting terug te gaan zien. Dan kom ik op de uitvoeringstoets en op het spanningsveld tussen ambities en capaciteit, capaciteit in middelen, capaciteit in mensen, capaciteit in alles, en dan kom je ook op de kwaliteit van je organisatie, de basis op orde, allerlei termen die we de afgelopen jaren met elkaar gebezigd hebben. Wij nemen met belangstelling kennis van die uitvoeringstoets en ook van de consequenties en de vertaalslag van die uitvoeringstoets, ook in relatie tot de organisatieontwikkeling, maar wij hebben heel veel moeite om ons daarin voldoende te herkennen, waar nou dan de problemen ontstaan.
Dus wij missen in de uitvoeringstoets eigenlijk een echte onderbouwing waar wij houvast uit krijgen, om een gevoel te krijgen ook bij dat wat nodig is, zowel in het misschien inperken van ambities aan de ene kant als aan de andere kant in het geven van ruimte aan de organisatie voor die noodzakelijke organisatieontwikkeling. Het is door de voorgaande sprekers ook al gezegd: wat wij met name in de organisatieontwikkeling en de vraag die hier voortkomt uit de begroting-, want inderdaad: twee derde van ons tekort meerjarig moeten we toeschrijven aan het niet halen van onze taakstelling in die organisatie en in het subsidiebeleid, en we moeten aan de andere kant ook zien dat de kosten die de organisatieontwikkeling nog met zich meebrengt ook nog extra inspanningen, zowel financieel als ook qua menskracht, gaat vragen. Wij krijgen maar niet de hand erachter of de bedragen zoals die nu genoemd zijn toereikend zijn, of juist ook veel te ruim zijn. Dus je zou dat naar twee kanten toe kunnen uitleggen. Wij zouden graag bij die organisatieontwikkeling en de gevraagde gelden een veel nadrukkelijker onderbouwing willen
13 zien van “wat vraagt u nou eigenlijk van ons, waarom vraagt u dat van ons, kan het niet een onsje minder en kan dat misschien niet ook in de tijd dan beter uitgezet worden met de resultaatverplichtingen die eraan vastzitten?”. Want we hebben een aantal jaren geleden al een resultaatverplichting met elkaar afgesproken en die wordt nu niet behaald, wat wij toch teleurstellend vinden als CDA. Tot slot kom ik bij de herstart aanpak post-corona. Wij nemen kennis van dat verhaal, maar wij missen de concreetheid. Wij hadden juist, en we hebben daar ook al eerder op gehamerd in een bespreking over de inzet van het coronafonds, gevraagd om het coronafonds om te gaan vormen naar een concreet herstelfonds. Daar ligt op de korte termijn naar ons idee ook de noodzaak om met elkaar te schakelen. Juist alles wat wij hadden gehoopt missen we in het stuk zoals het nu voorligt. Het is een verhaal, het is bijna story telling, maar concreet wordt het maar niet. Juist daar waar we heel langzaam maar zeker weer wat ruimte krijgen en post-corona bijna ruiken, laat ons dat hopen, alhoewel ik vandaag hoor dat in andere landen alweer golfjes aan aan het komen zijn, maar laat ons van het beste uitgaan, juist voor de ondernemers, voor verenigingen, voor maatschappelijke voorzieningen, voor iedereen die het zo zwaar getroffen heeft, dat we weer uitzicht hebben uit die moeizame en donkere tunnel.
Daarbij zou een herstelfonds juist heel erg goed kunnen helpen. Maar wat schetst onze verbazing: we gaan het vooral in heel veel woorden oppakken en in weinig daden. Wij zijn als CDA voor de daadkracht, dat bent u van ons gewend, en daar blijven we voor staan. Dat betekent dat wij ook de herstartaanpak zoals die nu wordt voorgesteld te vaag vinden en concreter zouden willen. Op dat punt liggen er ook uitdagingen voor ons als raad, om daar dan maar naar 10 juni toe misschien met concrete voorstellen te komen. Een vraag daarover aan het college is ook: waar ziet u in de post-corona-aanpak nou echt de prioriteit? Want ons wordt dat uit het stuk zoals dat nu voorligt onvoldoende duidelijk: wat moet stap 1 zijn, wat moet stap 2 zijn en hoe ziet u dat? Wat verlangt u daarin aan kaders van deze raad en wat verwacht u daarin ook van onze omgeving? Ik denk dat ik hiermee voor de eerste termijn eigenlijk al voldoende heb gezegd, voorzitter. Ik wil het daarbij laten. Maar laat ook duidelijk zijn: voor het CDA is belastingverhoging echt het laatste instrument dat voor ons bespreekbaar is in deze discussie. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank, meneer Breugelmans. De heer Franssen: Voorzitter? De voorzitter: Zegt u het maar. De heer Franssen: Dank u wel, voorzitter.
Met een knipoog naar de heer Breugelmans: het was een amendement, een CDA/LVR-amendement, met betrekking tot het toegroeien naar die 10 euro per inwoner, dus dank dat u dat nog even aanhaalt. Mijn ordevraag is: de bespreking op 15 april is netjes uitgetypt in notulen en ik heb het verzoek dat ook met deze vergadering te laten doen. Ik meld dat alvast bij het begin, zodat het geen verrassing kan zijn. Als het een probleem is voor dit korte tijdsbestek tussen nu en 10 juni, hoor ik dat graag van de griffie, maar wij hebben die behoefte in ieder geval. De voorzitter: Ik zie onze griffier vriendelijk knikken, dus volgens mij wordt het geregeld, meneer Franssen. De heer Franssen: Dank u wel. De voorzitter: Dan kom ik bij de fractie van Demokraten Swalmen. Wie wenst daar woordvoering van?
14
De heer Julicher: Voorzitter, laat ik het heel kort houden. Wij gaan elkaar niet herhalen, we gaan ook niet proberen om zaken anders voor te stellen. Wij hebben net als iedereen op een gegeven moment deze informatie gekregen, we hebben technische vragen gesteld en we hebben gezien dat anderen tot 251 andere vragen hebben gesteld. Wij zullen het nu alleen doen met luisteren in deze eerste fase, om de opening naar de tweede periode open te houden, omdat het een zeer majeure materie is en het heel moeilijk is om hierover op dit moment een duidelijk beeld te krijgen. We gaan er op 10 juni nog eens over praten en dan zullen wij onze mening duidelijk neerzetten. De heer Franssen: Voorzitter. Gezien de merkwaardige woordvoering van Demokraten Swalmen heb ik een vraag. De voorzitter: Zegt u het maar. De heer Franssen: Ik heb een vraag aan de heer Julicher. Als u dit zo majeur vindt, heeft u dan als Demokraten Swalmen helemaal geen mening over wat nu voorligt? Dat is vraag één. Vraag twee: hoe kijkt u als Demokraten Swalmen aan tegen hetgeen nu door dit college, maar toch uw wethouder voor financiën en uw wethouder voor personeel en organisatie, hier aan de raad is voorgelegd? De voorzitter: Meneer Julicher. De heer Julicher: Wij hebben wel een mening, meneer Franssen, en wij zijn van mening dat we die mening ook heel duidelijk en gefundeerd neer moeten zetten.
Wij vinden ook dat er op dit moment zowel in het voortraject alsook in het huidige proces heel duidelijk gekeken wordt naar “wie is nou de schuldige?”, wij vinden het veel belangrijker voor de toekomst van Roermond dat we gaan kijken hoe we uit deze impasse komen. Er wordt wel gezegd “degene die het veroorzaakt heeft, kan die het wel oplossen?”, nou, dat is voor ons eigenlijk geen punt, want die zitten ervoor, die mensen. Wij hebben een heleboel zaken gekregen en de voorgangers, meneer Maassen, u en meneer Breugelmans, hebben een heleboel zaken neergezet. Maar als ik toch een tip van de sluier mag oplichten: wij zijn het met het herstelplan van corona, dus het overzetten van de gelden van het coronafonds naar een herstelfonds, net als u niet eens. Wij vinden dat je dat naar de algemene reserve moet doen en als iemand dan een vraag heeft om een actie te doen, dan komt er een aanvraag voor een begrotingswijziging en daar besluit de raad dan over. Dat vinden wij veel beter dan weer een fonds maken. U noemde de motie van meneer Tobben die over het coronafonds ingediend is door ons, gesteund door u met een mutatie, wij erkennen dat en wij willen dat voorkomen. Maar wij hebben op dit moment niet het beeld om alle oplossingen neer te kunnen zetten.
En de tweede tip die ik kan geven: als je gaat kijken hoe de ontwikkelingen in de economie zijn, de stroom wordt duurder, de diesel is duurder, alles wordt duurder, en dan zou een gemeente als Roermond omwille van haar ondernemers en haar mensen zelf het onderspit moeten delven – ik denk dat je daar kritisch in moet zijn en jezelf in de spiegel moet aankijken. Maar ook daar hoeven wij nu geen uitspraak over te doen. Dat kúnnen wij niet, omdat je de effecten die daarover gaan ook moet inzien en zo ver zijn we nog niet. De voorzitter: De heer Franssen. De heer Franssen: Ik zeg de heer Julicher in elk geval dank voor de beantwoording. Eén vraag vind ik echter nog niet helemaal beantwoord. Wat vindt u dan van de plannen die het college nu aan de raad aanbiedt, en dus ook aan u, als fractie Demokraten Swalmen? En wat vindt u van het tijdsbestek waarin u geacht wordt tot besluitvorming over te gaan?
15
De heer Julicher: Het feit dat we zo’n korte woordvoering doen geeft wel aan dat wij zoekende zijn naar het juiste overzicht en dat we inderdaad de tijdsperiode heel kort vinden. Dus daar hoeven we niet moeilijk over te doen. En als u vraagt “wat vindt u van de plannen?”, ja, als je in de shit zit, moet je plannen hebben om eruit te komen en dan moet je ook gaan kijken hoe het zit. Hoe de validiteit van al deze plannen nu is, moeten wij nog beoordelen. Net zo min als u kunt beoordelen wat de consequenties zijn, de heer Breugelmans gaf dat ook aan, hebben wij daar ook problemen mee. De discussie over zaken nu voeren, als we hier straks op 10 juni nog een keer zitten en voortschrijdend inzicht hebben, vinden wij op 10 juni meer opportuun dan het nu te doen. Daarom sluiten wij onze woordvoering hiermee af, omdat we geen toegevoegde waarde verder hebben. Alles wat in het voorgaande gezegd is, waarderen wij ten zeerste. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de fractie van de VVD. Wie wenst daar woordvoering? De heer Zwijnenberg. De heer Zwijnenberg: Voorzitter, hartelijk dank voor het woord. De inbreng van de VVD-fractie in deze vergadering bestaat uit twee onderdelen: de financiën en de organisatieontwikkeling.