VVD - Overige vragen bij RIB 2021.123 Roerdelta fase 2 en 3 van 21 december 2021
Tekst van het document
“Overige vragen” bij RIB Roerdelta fase 2 en 3 van 21 december 2021 1. Op 4 oktober 2021 hebben Roerdelta B.V. en de gemeente zich uitgesproken zich in te spannen om voor de jaarwisseling duidelijkheid te verkrijgen over het ontwikkelproces van Roerdelta fase 2 en 3. In de RIB van 21 december 2021 wordt slechts gewag gemaakt van een streven dat de stedenbouwkundige schetsen inclusief het scenariovoorstel in het derde of vierde kwartaal van 2022 aan de raad worden aangeboden. Wanneer wordt voorzien in de vaststelling van het stedenbouwkundig plan en de vaststelling van het bestemmingsplan? Heeft u Roerdelta B.V. zekerheden verstrekt op de verkrijging van de formele planologische titel en het moment van raadsbehandeling van het stedenbouwkundig plan?
2
Is Roerdelta B.V. tegemoetgekomen aan het verzoek van de gemeente om de huurovereenkomst met Helenawerf in elk geval te continueren tot de noodzakelijke (bestemmingsplan)procedures zijn doorlopen en de bouwactiviteiten in Roerdelta fase 2 een aanvang nemen?
3
Uit het collegevoorstel van 4 oktober 2021 volgt dat het stedenbouwkundig plan “nagenoeg is afgerond”. Hoe dient deze kwalificatie te worden begrepen in het licht van de RIB van 21 december 2021?
4
Op welke wijze wordt de haven- en steigerveiligheid gewaarborgd in relatie tot het achterwege blijven van “noodzakelijke investeringen” in de haven, waarover RWV Nautilus de gemeenteraad heeft geïnformeerd in een zogenaamde brandbrief van 21 juni 2021? De huidige overeenkomst met RWV Nautilus expireert op 31 december 2021. Hoe heeft u de contractuele relatie met RWV Nautilus vormgegeven gedurende de fase waarin u onderzoekt of er nieuwe of aangepaste overeenkomst opgesteld dient te worden?
5
Kunt u toelichten waarom u het van essentieel belang acht dat er een verandering van rolopvatting plaatsvindt van de belanghebbende om Roermond en Roerdelta een stap verder te brengen? Waaruit zou volgens u deze verandering van rolopvatting moeten bestaan?
6
Wanneer verwacht u de risico’s en onzekerheden op basis van inhoudelijke feitelijkheden voldoende in beeld te hebben gebracht? Bent u bereid deze met de gemeenteraad te delen? Beschikt u over niet-inhoudelijke feitelijkheden die u niet met de gemeenteraad heeft gedeeld? Zo ja, bent u bereid deze ook met de gemeenteraad te delen?
7
Volgens het Programma van Eisen, vastgesteld door de gemeenteraad op 6 juni 2019, maakt een burgerparticipatieproces met betrekking tot de stedenbouwkundige varianten én een burgerparticipatieproces bij het opstellen van een stedenbouwkundig plan deel uit van Fase 2. In de RIB van 21 december 2021 spreekt u slechts over “het informeren van de exploitanten van de haven en de burgers over de drie scenario’s inclusief de stedenbouwkundige schetsen”. Ziet u af van beide burgerparticipatietrajecten waartoe u de raad heeft laten besluiten? Zo ja, waarom wijkt u af van het besluit van de gemeenteraad? Zo neen, op welke momenten en met welk tijdsverloop in het proces heeft u in relatie tot
1
de voorgenomen burgerparticipatie rekening gehouden? Voldoet “het informeren van de exploitanten van de haven en de burgers” aan de vereisten voor burgerparticipatie die u heeft geformuleerd in paragraaf 2.3 van het Programma van Eisen? Zo neen, waarom niet?
8
Hoe kunnen de stedenbouwkundige schetsen/varianten kwalitatief uitgewerkt worden terwijl een stedenbouwkundig beeldkwaliteitsplan ontbreekt en het Programma van Eisen en het Leidend Kader hiervoor onvoldoende aanknopingspunten bevatten?
9
Bedoelt u met “beleidsuitgangspunten” het door de raad op 6 juni 2019 vastgestelde Programma van Eisen?
10 Wat bedoelt u met “Met het Q-team zal een herijking plaatsvinden van de gemaakte afspraken”? Hoe wordt de gemeenteraad betrokken bij deze herijking?
11 In het door u aan de gemeenteraad voorgelegde en het door de gemeenteraad vastgestelde Programma van Eisen schrijft u het volgende: “Concretisering van het ambitieniveau naar concrete kwaliteitseisen dient aan de voorkant van het proces plaats te vinden. Met het opstellen van concrete kwaliteitseisen (het maken van een stedenbouwkundig beeldkwaliteitsplan) dient dan ook gestart te worden direct na vaststelling van het Programma van Eisen, maar vóórdat de eerste stedenbouwkundige schetsen opgesteld worden. Alleen op die manier kunnen kwaliteitseisen kaders geven voor stedenbouwkundige schetsen.” U wijkt in de RIB van 21 december 2021 hiervan af, omdat “de mate van detail die is vereist voor een beeldkwaliteitsplan aan bod komt in de stedenbouwkundigplanfase”, terwijl “de mate van detail” juist de garantie voor de gemeenteraad vormt om de kwaliteitseisen en het ambitieniveau aan de voorkant van het proces te waarborgen. Welke zwaarwichtige redenen heeft u om af te wijken van het besluit van de gemeenteraad?
12 Het Programma van Eisen zou passen binnen de kaders en gemaakte afspraken van de ‘anterieure grondexploitatieovereenkomst Locatie Roerdelta fase 2 te Roermond’. Voor zoveel de gemeenteraad volledig en actief is geïnformeerd heeft er geen verdere aanscherping van de kaders en gemaakte afspraken plaatsgevonden. Ook is er vooralsnog geen stedenbouwkundig beeldkwaliteitsplan vastgesteld, waaruit eventuele nieuwe wensen of eisen voortkomen. Evenzeer geldt dit voor het toegezegde burgerparticipatieproces. Wat bedoelt u met de opmerking tijdens de vergadering van de gemeenteraad van 16 december 2021 dat “enkele onderdelen van de anterieure grondexploitatieovereenkomst terugkomen in de scenario’s”? Kan de gemeenteraad ervan uitgaan dat er geen sprake is geweest van een nieuwe onderhandelingen met de ontwikkelaar met als mogelijk gevolg kostenconsequenties voor de gemeente?
13 De gemeenteraad heeft op 14 mei 2020 het Leidend Kader vastgesteld. In het raadsvoorstel wordt aangegeven “dat de planning van het Roerdelta project vertraagd zal worden als het Leidend Kader niet wordt vastgesteld”. Kunt u weergeven waarom er sinds dat moment geen substantiële voortgang in Roerdelta fase 2 en 3 is gerealiseerd?
2