Verklaring wethouder Zwijnenberg in raadsvergadering (maar alleen het gesproken woord telt)
Tekst van het document
Voorzitter, Uw raad gaat vanavond in gesprek over het onderzoeksrapport van Necker en daarmee over mijn handelen. Over mijn handelen als wethouder en over mijn handelen als burger. Vooraf wil ik daar graag kort iets over zeggen. U weet dat ik graag door een bestuurskundige bril kijk. Dat is de aard van het beestje. Vanuit die invalshoek kan ik van alles opmerken over het rapport. Zelfs nog aanvullend op mijn Zienswijze. Maar ik heb u zojuist aangegeven dat ik het kort houd. De conclusies van Necker zijn duidelijk. Ten eerste staat er klip en klaar dat er géén sprake is geweest van belangenverstrengeling. Daar is geen speld tussen te krijgen. In elke stap was mijn handelen netjes binnen de regels. Ten tweede stelt Necker dat mijn handelen wél de schijn tegen kan hebben. Mijn handelen is weliswaar netjes binnen de regels, juridisch en moreel juist, maar dát kan bij anderen anders overkomen. En u wethouder, had meer kunnen en moeten doen om dat niet .. zo over te laten komen. U moet niet alleen juist handelen, u moet er ook voor zorgen dat anderen niet kúnnen denken dat u niet juist handelt. U moet de subjectieve schijn niet tegen hebben. Ik moet zeggen dat ik daar gemengde gevoelens bij heb. Misschien juist wel omdat ik volledig van de feiten en graag van de inhoud wil zijn. Volgens het CBS heeft ruim drie van de vier Nederlanders1 geen vertrouwen in politici.
Ja, dat geeft ons de opdracht om dat vertrouwen te herstellen, om het juiste te doen. De vraag zal gesteld worden: Kunt u zich voorstellen wethouder, dat er mensen zijn die denken dat u de schijn tegen heeft? Ja, dat kan ik. Maar, dat kan ik me ook voorstellen als ik met volledige instemming van mijn woonomgeving de bouwvergunning had gekregen. Want als het vertrouwen in politici zo laag is, kan er altijd gedacht worden dat je als
1
81%, CBS, mei 2023
politicus wel iets geklungeld zal hebben. Zelfs wanneer onderzoek aantoont dat dat niet zo is. Zoals in dit geval. Door mijn aard en mogelijkheden voelt het voor mij heel onnatuurlijk om niet zelf voor mijn rechten op te komen. Gezien de ontstane beeldvorming was het niet handig dat ik zelf naar de hoorzitting ben gegaan en mij niet heb laten vertegenwoordigen door een advocaat. Iets kan correct zijn, feitelijk juist en toch niet handig door de beeldvorming die ontstaat. Tot dat inzicht ben ik gekomen. Voor “schijn van” bestaat geen beoordelingskader. Niet vanuit wet- en regelgeving. Niet vanuit normen en waarden. Dat geldt ook voor “voldoende tegengaan van schijn”. Toch moeten deze subjectieve begrippen ergens handen en voeten worden gegeven, ergens inkleuring krijgen, vooral om willekeur in de oordeelsvorming te voorkomen. Want hoe kun je anders wethouder of raadslid zijn? Bij een open norm kun je bij elke schijn aangevallen worden alsof je daadwerkelijk een misstap hebt begaan. Ook in situaties waarbij je juridisch en moreel juist hebt gehandeld. Je persoonlijkheid, je identiteit, ze kunnen zomaar en ineens op het spel staan. Bestuurders zitten in een glazen huis. Voorkomen moet worden dat integriteit er te pas en te onpas bijgehaald kan worden. Tot slot. Wij hebben gedragscodes voor bestuurders in Roermond. Uit 2016 en nog met een open norm voor “schijn tegen”.
We zullen er allemaal een andere mening over hebben. Mogelijk is het tijd om die kaders weer eens tegen het licht te houden van de laatste inzichten. Dat is aan onze nieuwe burgemeester en aan u als raad. Ik lever hieraan graag mijn bijdrage. Tot zover, voorzitter!