Ter informatie: Bijlagen bij ontwerp ruimtelijke onderbouwing herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
Tekst van het document
Bijlagen
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat Gemeente Roermond
BIJLAGEN
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat Gemeente Roermond
Status:
ontwerp
Datum:
15 augustus 2022
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught
Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing Bijlage 1
Verkeerskundig onderzoek ter indicatie verkeersgeneratie
Bijlage 2
Parkeeronderzoek
Bijlage 3
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek geluidwering gevel
Bijlage 6
Aeriusberekening gebruiksfase
Bijlage 7
Boom Effect Analyse
Bijlage 8
Quickscan Flora en Fauna
Bijlage 9
Infiltratieadvies
Bijlage 10
Participatieplan
1
Herstructurering Schepen v. Hertefeltstraat
Verkeerskundig onderzoek basisschool De Plaats Eindrapport | Utrecht, 12 oktober 2018
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
Inleiding
4
1.1 1.2
Aanleiding Onderzoeksopzet
4 4
Analyse huidige situatie
6
2.1 2.2
Situatiebeschrijving Verkeersgeneratie
6 6
2.3 2.4
Parkeerdruk Verkeersveiligheid
7 8
Toekomstige situatie na realisatie scenario 1C
10
3.1
Situatiebeschrijving
10
3.2 3.3
Verkeersgeneratie Parkeerdruk
10 12
3.4
Verkeersveiligheid
13
Conclusies & aanbevelingen
14
4.1
Huidige situatie
14
4.2 4.3
Toekomstige situatie na realisatie scenario 1C Aanbevelingen
14 14
Bijlage
13
Verkeersanalyse OBS De Plaats| 3
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding Verschillende scenario’s voor nieuw dorpshuis De gemeente Medemblik is voornemens een nieuw dorpshuis in Abbekerk te realiseren. In de zoektocht naar een geschikte locatie heeft de gemeente verschillende scenario’s uitgewerkt: •
Scenario 1A: volledige nieuwbouw op locatie dorpshuis.
•
Scenario 1B: nieuwbouw op locatie dorpshuis en renovatie basisschool De Plaats t.b.v. kindfuncties.
•
Scenario 1C: nieuwbouw op locatie dorpshuis en inpassing kindfuncties in basisschool De Plaats.
•
Scenario 2A: volledige nieuwbouw op locatie IJsbaan.
•
Scenario 2B: nieuwbouw op locatie IJsbaan met horeca in HNBP en renovatie basisschool De Plaats.
•
Scenario 3: volledige nieuwbouw op locatie basisschool De Plaats.
Tijdens een werksessie met stakeholders kwam naar voren dat scenario’s 1A en 1B de voorkeur hebben. Scenario 1C is pas in een later stadium toegevoegd aan de locatiestudie. Scenario 1C gaat uit van een scheiding van functies: kinderopvang, BSO en peuterspeelzaal worden ondergebracht in basisschool De Plaats in Abbekerk. Andere voorzieningen (zonder kindfunctie) worden ondergebracht in het nieuw te bouwen dorpshuis. Hierbij wordt basisschool De Plaats slechts gedeeltelijk gerenoveerd (1B) of de school wordt intern aangepast (1C). Dit laatste scenario heeft de voorkeur van gemeente Medemblik. Meer informatie over de scenario’s is uitgewerkt in het ‘Locatieonderzoek nieuwbouw dorpshuis Abbekerk’. Zorgen over verkeerssituatie bij scenario 1C De Dorpsraad Abbekerk vreest dat de volgens hen nu al onveilige verkeerssituatie bij de school door de geplande ontwikkeling verder zal verslechteren. Men vreest voor een verkeerschaos. De gemeente ziet de verkeerssituatie als belangrijk aandachtspunt en heeft adviesbureau XTNT gevraagd de huidige verkeerssituatie te analyseren en een inschatting te maken van de verkeerseffecten als gevolg van de mogelijk toe te voegen functies in de basisschool.
1.2
Onderzoeksopzet Vanwege de urgentie van de vraag heeft XTNT de verkeersanalyse in twee weken uit moeten voeren. Hierbij hebben we de volgende activiteiten kunnen uitvoeren: •
Overleg gemeente Medemblik, Dorpsraad Abbekerk en basisschool De Plaats om benodigde context van het onderzoek te verzamelen.
•
Observatie verkeerssituatie in directe omgeving basisschool De Plaats tijdens ochtendspits (start school). Hierbij is gekozen voor een regenachtige ochtend om een goed beeld te krijgen van de hoeveelheid autoverkeer rond de school tijdens slecht weer (worst-case scenario).
•
Analyse toename parkeerdruk en verkeersgeneratie op basis van aangeleverde cijfers met betrekking tot nieuwe kindfuncties.
•
Interne brainstorm met verkeerskundigen en verkeerspsychologe om problematiek te bespreken en mogelijke maatregelen te benoemen. Verkeersanalyse OBS De Plaats| 4
•
Bewonersavond 10 oktober 2018 om zorgen, meningen en ideeën van omwonenden te verzamelen.
Figuur 1: basisschool De Plaats
Verkeersanalyse OBS De Plaats| 5
2.
Analyse huidige situatie
2.1
Situatiebeschrijving Basisschool De Plaats bestaat op dit moment uit in totaal 11 lokalen. Deze lokalen worden als volgt gebruikt: •
In zeven lokalen wordt op dit moment lesgegeven aan in totaal 148 kinderen.
•
Eén lokaal wordt gebruikt ten behoeve van voorschoolse opvang waar 4 tot 16 kinderen gebruik van maken.
•
Drie lokalen staan leeg. Deze lokalen worden wel door de basisschool gebruikt maar hier wordt niet dagelijks les gegeven.
Van de docenten die werkzaam zijn op de school woont het overgrote deel niet in Abbekerk zelf en komt met de auto naar school. Ruim tien docenten maken gebruik van de parkeerfaciliteiten voor de school.
2.2
Verkeersgeneratie Verkeersgeneratie lastig te voorspellen De exacte verkeersgeneratie bij kindfuncties is moeilijk te bepalen. Het aantal kinderen dat met de auto wordt gebracht en opgehaald is sterk afhankelijk van verschillende externe factoren zoals weersomstandigheden, het haal- en brengbeleid van de school of opvang en de agenda van ouders (gaan ze bijvoorbeeld meteen door naar hun werk). Uit onderzoek in opdracht van het KpVV1 blijkt dat gemiddeld 1/3 deel van de kinderen in Nederland met de auto naar school wordt gebracht. Het aantal voertuigen dat in dit onderzoek genoemd wordt is een gemiddelde verwacht aantal en kan gedurende de week toe- of afnemen. Verkeersgeneratie huidige situatie Uitgaande van bovenstaande uitgangspunt kunnen we stellen dat gemiddeld 1/3 deel van de kinderen van basisschool De Plaats met de auto wordt gebracht en gehaald. Dit zou met het huidig aantal leerlingen uitkomen op gemiddeld 50 kinderen die worden gebracht met de auto. Tijdens onze schouw telden we 25 kinderen die met de auto werden gebracht. De meeste kinderen worden gebracht tussen 08:10 en 08:30 uur. Een klein deel van de leerlingen maakt gebruik van de voorschoolse opvang en wordt eerder gebracht (afhankelijk van de dag tussen de 4 en 16 kinderen). Daarnaast maken 42 kinderen gebruik van de naschoolse opvang in het huidige buurthuis.
Deze kinderen lopen gezamenlijk na schooltijd naar het buurthuis en worden daar op een later tijdstip, verspreid over de middag, weer opgehaald. De overige kinderen gaan direct uit school naar huis (ongeveer 100 leerlingen). Uitgaande van het feit dat 1/3 met de auto wordt opgehaald zien we na schooltijd gemiddeld 33 kinderen die met de auto worden opgehaald.
1 https://kpvvdashboard-15.blogspot.com/2012/12/onderweg-naar-de-basisschool.html
Verkeersanalyse OBS De Plaats| 6
07.00
08.00
09.00
10.00
11.00
12.00
13.00
14.00
15.00
16.00
17.00
18.00
BSO Catootje Basisschool Kinderen worden gebracht Kinderen worden opgehaald Samengevat ziet het aantal voertuigbewegingen per dag er gemiddeld als volgt uit:
2.3
•
Tussen 07.00 – 08.30 uur: 5 voertuigbewegingen voorschoolse opvang.
•
Tussen 08.10 – 08.30 uur: 45 voertuigbewegingen basisschool.
•
Tussen 14.00 – 14.30 uur: 33 voertuigbewegingen basisschool.
Parkeerdruk Berekening parkeerdruk op basis van CROW kencijfers Het kennisinstituut CROW geeft in haar richtlijnen aan hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn bij verschillende verkeersaantrekkende functies. Zo ook voor basisscholen. CROW hanteert de volgende parkeerkencijfers: •
Per gebruikt leslokaal op een basisschool: minimaal 0,5 en maximaal 1 parkeerplaats.
•
Per 100 m2 bijschoolseopvang: minimaal 1,3 en maximaal 1,5 parkeerplaats.
Basisschool De Plaats heeft 7 leslokalen in gebruik voor basisonderwijs en één voor voorschoolse opvang. In totaal zijn voor deze lokalen minimaal 4,8 en maximaal 8,5 parkeerplaatsen nodig. Basisschool De Plaats
Parkeerkencijfer
Aantal benodigde parkeerplaatsen
7 lokalen in gebruik
0,5 – 1,0 per leslokaal
3,5 – 7
100m2 bijschoolse opvang
1,3 – 1,5 per 100m2
1,3 – 1,5
Totaal
4,8 – 8,5
Werkelijke parkeerdruk omgeving De Plaats De parkeerkencijfers van het CROW geven aan dat er in de huidige situatie 5 tot 9 parkeerplaatsen nodig zijn om personeel en bezoekers van de school op te vangen. In de directe omgeving van de school zijn op dit moment 24 parkeervakken aangebracht. Een deel van deze parkeervakken (6 stuks) zijn door bewoners zelf met verf aangebracht. Daarnaast wordt er veel langs de straten geparkeerd. Tijdens de schouw viel ons op dat voor het begin van de basisschool zo goed als alle parkeervakken al bezet waren. Dit komt mede doordat ruim tien docenten van de basisschool gebruikmaken van de parkeervakken direct voor de school. Ouders van kinderen zijn door de hoge bezetting van de parkeerplaatsen genoodzaakt de auto op straat te parkeren. Dit leidt er soms toe dat men de auto parkeert op plekken waar dat niet de bedoeling is.
Verkeersanalyse OBS De Plaats| 7
19.00
Figuur 2: parkeerdruk voor opening basisschool
Figuur 3: auto's staan op plekken stil waar dat niet de bedoeling is
2.4
Verkeersveiligheid In gesprek met de Dorpsraad Abbekerk kwamen verschillende zaken naar boven die door bewoners uit de omgeving als onveilig en onprettig worden ervaren. Men ervaart dat er te hard wordt gereden, er geparkeerd wordt op plekken waar dat niet de bedoeling is en het beleid van de school om kinderen zo min mogelijk met de auto naar school te brengen helpt niet meer. Deze problematiek wordt met name ervaren tijdens de ochtendpiek tussen 08.10 en 08.30 uur waarop de kinderen van de basisschool massaal naar school worden gebracht. Tijdens onze schouw is ons opgevallen dat er inderdaad op plekken wordt geparkeerd waar dit niet de bedoeling is. Dit had invloed op de overzichtelijkheid. Het zorgde tijdens onze observatie niet direct voor verkeersonveilige situaties, maar wel merkten we dat automobilisten verrast Verkeersanalyse OBS De Plaats| 8
werden door tegemoetkomend of kruisend verkeer. Kinderen steken te voet en fietsend op willekeurige plekken de straat over, in combinatie met autoverkeer zou tot gevaarlijke situaties kunnen leiden. Tijdens de schouw hebben wij deze gevaarlijke situaties niet waargenomen. Men houdt erg goed rekening met elkaar en wij hebben geen hoge snelheden opgemerkt. Ook ontstonden er tijdens de observatie geen wachtrijen omdat het verkeer goed kan worden verwerkt. Er is sprake van menging van autoverkeer, fietsers en voetgangers maar dit past binnen de verblijfsfunctie van de wegen rond de school (30 km/uur zone).
Verkeersanalyse OBS De Plaats| 9
3.
Toekomstige situatie na realisatie scenario 1C
3.1
Situatiebeschrijving Scenario 1C (en 1B) zet in op het verplaatsen van naschoolse opvang, peuterspeelzaal en kinderopvang naar basisschool De Plaats. Hiermee worden alle kindfuncties in Abbekerk ondergebracht in één gebouw. In de nieuwe situatie zijn de volgende functies ondergebracht in de basisschool: •
In zeven lokalen wordt lesgegeven aan in totaal 148 kinderen.
•
Eén lokaal wordt gebruikt ten behoeve van voorschoolse opvang voor 4 tot 16 kinderen en naschoolse opvang voor maximaal 42 kinderen (maandag, dinsdag en donderdag 42 kinderen, woensdag 10 kinderen, vrijdag 20 kinderen).
•
Peuterspeelzaal Berend Botje met vier ochtenden per week 16 kinderen.
•
Stichting Kinderopvang Hoorn met (twee groepen van elk 12 kinderen maakt) 24 kinderen.
Figuur 4: Plattegrond scenario 1C (bron: ICS adviseurs)
3.2
Verkeersgeneratie Om een compleet beeld te schetsen van de mogelijke effecten op de verkeersgeneratie wanneer scenario 1C daadwerkelijk wordt doorgevoerd beschrijven we twee verschillende scenario’s: een worst-case scenario en een realistisch scenario. Toename verkeersgeneratie scenario 1C: worst-case scenario In het ergste geval worden alle ‘nieuwe’ kinderen met de auto gebracht en komen al deze auto’s op hetzelfde moment naar school. Wanneer we uitgaan van dit meest ongunstige scenario dan zien we de volgende ‘pieken’ ontstaan:
Verkeersanalyse OBS De Plaats| 10
•
In de ochtend worden alle kinderen tegelijkertijd gebracht tussen 08:10 en 08:30 uur. Naast de bestaande kinderen van de basisschool die met de auto worden gebracht (45 voertuigbewegingen) komen er maximaal 40 voertuigbewegingen bij (16 peuterspeelzaal, 24 kinderopvang). Dit is bijna een verdubbeling.
•
Tussen de middag worden alle kinderen van de peuterspeelzaal opgehaald. Dit betekent een nieuwe piek van 16 voertuigbewegingen.
•
Aan het eind van de middag worden alle kinderen van de BSO en de kinderopvang gelijktijdig opgehaald met de auto. Dit betekent maximaal 66 extra voertuigbewegingen.
Verwachte effect Mocht het worst-case scenario werkelijkheid worden dan verwachten wij dat de problematiek die nu al door bewoners wordt ervaren zal toenemen. Als al het verkeer zich gelijktijdig rondom basisschool De Plaats concentreert, zal dat leiden tot opstoppingen en frustraties bij automobilisten en overige weggebruikers. Dit resulteert in onveilige situaties voor de kinderen. Toename verkeersgeneratie scenario 1C: realistisch scenario Bovenstaand worst-case scenario lijkt echter niet realistisch. Niet alle kinderen worden gelijktijdig gebracht/opgehaald en het aantal kinderen dat gebruik maakt van de BSO varieert. De realiteit laat de volgende situatie zien: •
De kinderen van de peuterspeelzaal, de kinderopvang, de voorschoolse opvang en de basisschool worden niet gelijktijdig gebracht:
•
▪
Basisschool gebundeld tussen 08:10 en 08:30 uur.
▪
Voorschoolse opvang verspreid tussen 07:00 en 08:30 uur.
▪
Kinderopvang verspreid tussen 07:00 en 09:00 uur.
▪
Peuterspeelzaal tussen 08:00 en 08:45 uur.
De kinderen van de peuterspeelzaal, de kinderopvang, de voorschoolse opvang en de basisschool worden niet gelijktijdig gehaald:
•
▪
Basisschool gebundeld tussen 14:00 en 14:30 uur.
▪
Naschoolse opvang verspreid tussen 16:30 en 18:30 uur.
▪
Kinderopvang verspreid tussen 16:00 en 18:30 uur.
▪
Peuterspeelzaal tussen 11:00 en 12:30 uur.
Op basis van ervaring de betrokkenen rond de school gaan we er wel van uit dat alle kinderen (100%) van de kinderopvang, peuterspeelzaal en BSO met de auto worden gebracht/gehaald.
Om een beeld te geven van de verwachte spreiding van verkeer over de dag, hebben we de momenten waarop de kinderen worden gebracht en gehaald schematisch weergegeven in onderstaande tabel. 07.00
08.00
09.00
10.00
11.00
12.00
13.00
14.00
15.00
16.00
17.00
18.00
Kinderopvang BSO Catootje Basisschool Peuterspeelzaal Kinderen worden gebracht Kinderen worden opgehaald Samengevat ziet het aantal voertuigbewegingen per dag er als volgt uit: •
Tussen 07.00 – 09.00 uur: 24 voertuigbewegingen kinderdagopvang. Verkeersanalyse OBS De Plaats| 11
19.00
•
Tussen 07.00 – 08.30 uur: 5 voertuigbewegingen voorschoolse opvang.
•
Tussen 08.10 – 08.30 uur: 45 voertuigbewegingen basisschool.
•
Tussen 08.00 – 08.45 uur: 16 voertuigbewegingen peuterspeelzaal.
•
Tussen 11.00 – 12.30 uur: 16 voertuigbewegingen peuterspeelzaal.
•
Tussen 14.00 – 14.30 uur: 33 voertuigbewegingen basisschool.
•
Tussen 16.00 – 18.30 uur: 24 voertuigbewegingen kinderdagopvang.
•
Tussen 16.30 – 18.30 uur: 10 - 42 voertuigbewegingen naschoolse opvang.
Verwacht effect In het meer realistische scenario worden de kinderen verspreid over de dag gebracht en opgehaald. De voertuigbewegingen die extra worden toegevoegd aan het gebied zijn in de ochtend 24 voertuigbewegingen van de kinderopvang en 16 voertuigbewegingen van de peuterspeelzaal. Deze voertuigbewegingen worden verspreid over een periode van 2 uur. Einde van de ochtend en begin van de middag 16 voertuigbewegingen van de peuterspeelzaal (verspreid over 1,5 uur). Einde van de middag maximaal 42 voertuigbewegingen van de naschoolse opvang en 24 voertuigbewegingen van de kinderopvang (verspreid over 2,5 uur). De nieuwe situatie zal daarmee op verschillende ‘nieuwe’ momenten extra verkeer genereren.
3.3
Parkeerdruk Berekening parkeerdruk op basis van CROW kencijfers CROW hanteert de volgende parkeerkencijfers: •
Per gebruikt leslokaal op een basisschool: minimaal 0,5 en maximaal 1.
•
Per 100m2 bijschoolseopvang: minimaal 1,3 en maximaal 1,5.
•
Per 100m2 peuterspeelzaal: minimaal 1,3 en maximaal 1,5.
•
Per 100m2 kinderopvang: minimaal 1,3 en maximaal 1,5.
Mogelijke uitkomst is dat na realisatie van scenario 1C de basisschool De Plaats 7 leslokalen in gebruik heeft voor basisonderwijs, 250m2 voor voorschoolse opvang, 100m2 voor peuterspeelzaal en 100m2 voor kinderopvang. In totaal zijn voor deze lokalen minimaal 9,35 en maximaal 13,75 parkeerplaatsen nodig. Ten opzichte van de huidige situatie is dit een toename van ruim 5 parkeerplaatsen ten behoeve van het gehele schoolgebouw. Er zijn extra parkeervakken nodig om de toename van de parkeerdruk op te kunnen vangen. Gezien de hoge parkeerdruk in de huidige situatie en de gevoeligheid van de parkeerproblematiek in het gebied, kan de toename van de parkeerdruk zonder het nemen van maatregelen tot problemen leiden. Ouders van jonge kinderen (peuterspeelzaal en kinderdagverblijf) zullen hun auto in ieder geval moeten parkeren omdat zij hun kinderen zelf naar binnen moeten brengen.
Verkeersanalyse OBS De Plaats| 12
Basisschool De Plaats
Parkeerkencijfer
Aantal benodigde
7 lokalen in gebruik
0,5 – 1,0 per leslokaal
3,5 – 7
Bijschoolseopvang
Parkeerkencijfer
Mvt/etm
250 M2
1,3 – 1,5 per 100 M2 bvo
3,25 – 3,75
Kinderopvang
Parkeerkencijfer
Mvt/etm
100 M2
1,3 – 1,5 per 100 M2 bvo
1,3 – 1,5
Peuterspeelzaal
Parkeerkencijfer
Mvt/etm
100 M2
1,3 – 1,5 per 100 M2 bvo
1,3 – 1,5
parkeerplaatsen
Totaal*
Mvt/etm 9,35 – 13,75
3.4
Verkeersveiligheid Op basis van de schouw en de objectieve berekeningen die we hebben uitgevoerd verwachten we dat de hoeveelheid extra verkeer niet zorgt voor een verdere verslechtering van de verkeersveiligheid. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat het nieuwe verkeer zo veel mogelijk over de dag verspreid wordt. Wanneer optimale spreiding van het verkeer gegarandeerd wordt blijven grote piekmomenten uit en past de toename van het verkeer goed binnen de geldende wegcategorisering / 30 km-uur zone. Is de spreiding slecht, dan heeft dit negatieve gevolgen op de verkeersveiligheid. Belangrijk aandachtspunt is de parkeerdruk rond de school. Deze is nu al hoog en zal in de nieuwe situatie hoger worden. Dit resulteert in onveilig gedrag omdat automobilisten hun auto’s op plekken parkeren die hier niet voor bedoeld zijn. Ook is de subjectieve veiligheid een belangrijk aandachtspunt. Hiervoor verwijzen we u naar het verslag van de bewonersavond van 11 oktober 2018.
Verkeersanalyse OBS De Plaats| 13
4.
Conclusies & aanbevelingen
4.1
Huidige situatie Volgens cijfermatige berekening zouden er zo’n 50 van de 148 kinderen met de auto naar basisschool De Plaats moeten worden gebracht. Tijdens onze observatie lag dit aantal lager (25 kinderen). Het exacte aantal kinderen dat met de auto naar school wordt gebracht is afhankelijk van veel verschillende externe factoren en is dus per gebied, per school, zelfs per dag verschillend. Wij zien in de huidige situatie wat betreft de verkeerskundige situatie geen grote problemen ontstaan. Weggebruikers houden goed rekening met elkaar en er worden geen hoge snelheden gehaald. Wel valt op dat de parkeerdruk in het gebied hoog is waardoor automobilisten hun auto soms op ongebruikelijke plekken parkeren. Het onoverzichtelijke beeld dat soms ontstaat doordat auto’s op onhandige plekken staan geparkeerd zorgde tijdens ons onderzoek niet voor onveilige situaties.
4.2
Toekomstige situatie na realisatie scenario 1C Wanneer scenario 1C daadwerkelijk wordt gerealiseerd gaan wij uit van het realistische scenario dat wij in hoofdstuk 3 hebben geschetst. In dit scenario gaan we uit van een toename van het aantal voertuigbewegingen, zowel in de ochtend als in de middag. We gaan er niet vanuit dat alle kinderen tegelijkertijd worden gebracht/gehaald waardoor een complete verkeerschaos uitblijft. De toename van de hoeveelheid verkeer vind op verschillende momenten plaats. Hierdoor ontstaan er extra momenten met meer verkeer. De hoeveelheid extra verkeer past bij het type weg. De toename van de parkeerdruk die ontstaat na realisatie van scenario 1C gaat naar verwachting wel tot problemen leiden als er geen maatregelen worden getroffen. De parkeerdruk is in de huidige situatie al hoog en zal in de nieuwe situatie alleen maar hoger worden. Ook de subjectieve veiligheid zal als gevolg van de uitbreiding verslechteren. Er ontstaat op ‘nieuw’ momenten een toename van verkeer.
4.3
Aanbevelingen Monitoren Wij denken op dit moment niet dat op dit moment grootschalige verkeerskundige aanpassingen nodig zijn om de extra voertuigbewegingen op een veilige manier op te kunnen vangen. Wel zijn kleinschalige verbeteringen mogelijk (zie onderstaande aanbevelingen). Aangezien het lastig is om de exacte praktijksituatie te voorspellen raden wij gemeente Medemblik aan de verkeerssituatie rondom basisschool De Plaats na realisatie van scenario 1C continue te monitoren. Een jaar na realisatie is een goed moment om de situatie te evalueren en waar nodig alsnog aanpassingen door te voeren. Docenten/ouders op parkeerterrein tennisbaan Docenten maken momenteel gebruik van de parkeervakken direct voor de school. Hiermee zijn de aanwezige vakken nog voordat de school begint al zo goed als allemaal bezet. Op een aantal minuten lopen ligt een groot parkeerterrein naast de tennisbaan waar in de huidige situatie veel Verkeersanalyse OBS De Plaats| 14
parkeerruimte beschikbaar is. Het zou de parkeerproblemen nabij de school voor een groot deel oplossen als docenten van het terrein nabij de tennisbaan gebruikmaken. Het zou al helemaal mooi zijn als ook ouders die hun kinderen met de auto naar school brengen van het terrein gebruik gaan maken. Veel van de ouders die hun kind naar school brengen, brengen hun kind helemaal tot aan de voordeur dus zou het een kleine moeite zijn om nog een stukje verder te lopen. De gemeente Medemblik moet ervoor zorgen dat de looproute van het terrein tot aan de school aantrekkelijk wordt. De route moet zelfs zo aantrekkelijk zijn dat kinderen hun ouders vragen de auto op het parkeerterrein te parkeren nabij de tennisvelden zodat ze via ‘het pad’ mogen lopen. Om het plan sterker en waterdicht te maken, zou in de buurt rondom de school een parkeerverbodszone ingesteld moeten worden. Hiermee wordt alleen parkeren in vakken toegestaan en zijn ouders dus wel genoodzaakt hun auto op het parkeerterrein bij de tennis neer te zetten. Voordelen: meer parkeerruimte rond de school, funfactor voor de kinderen, overzichtelijk straatbeeld, minder verkeer in de straat, minder kerend verkeer. Nadelen: het is lastig om ouders te overtuigen elders te parkeren, wanneer docenten op afstand parkeren kan dit juist extra ouders trekken die met de auto naar school komen.
Kiss & Ride Bijvoorbeeld ter hoogte van de fietsenstalling wordt door veel ouders kortstondig geparkeerd om hun kind naar school te brengen. Veel ouders lopen met hun kind mee het schoolplein op of de school binnen. Het idee van een Kiss & Ride of Zoen & Zoef is dat ouders hun kind een kus geven en direct doorrijden. Handhaving is hierbij wel van belang, anders is er voor ouders weinig belang om niet alsnog hun auto voor langere tijd op een Kiss & Ride te parkeren. Variant op een Kiss & Ride is een maken van een parkeerverbodzone (gele streep). Het is dan verboden om te parkeren (stilstaan toegestaan). Voordelen: duidelijk waar auto’s wel en niet mogen parkeren, alleen stilstaan en niet parkeren, meer ruimte, kortere haal- en brengmomenten. Nadelen: handhaving nodig, weinig ruimte voor K+R zone, veel autoverplaatsingen in de buurt van woningen.
Verkeersanalyse OBS De Plaats| 15
Figuur 5: Kiss & Ride aan de Schoolerf
Figuur 6: Parkeerverbodszone aan de Schoolerf Eénrichtingsweg Basisschool De Plaats is gelegen aan een doodlopende straat. Dit zorgt ervoor dat alle ouders die hun kinderen met de auto naar school brengen twee keer door dezelfde straat rijden. Bewoners uit de straat ervaren dus dubbele overlast. Op dit moment is het niet mogelijk de straat in te richten als éénrichtingsweg, maar wij adviseren de gemeente te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om rondom de school een éénrichtingscircuit in te stellen. Voordelen: geen draai- en keerbewegingen, overzichtelijke situatie, geen onverwachte handelingen, minder overlast direct aanwonenden. Nadelen: niet op korte termijn mogelijk, meer overlast omliggende straten. Spreiden verkeersstromen Om te voorkomen dat alle kinderen op dezelfde plek worden gebracht en gehaald kan ervoor gekozen worden om voor de verschillende kindfuncties verschillende ingangen van het gebouw te realiseren. Verkeer wordt hierdoor beter verspreid. Ook kan de fietsenstalling verplaatst worden naar een locatie die verder van de parkeerplaatsen ligt zodat verkeersstromen beter gescheiden worden. Voordelen: betere spreiding verkeer. Nadelen: (mogelijk) aanpassingen aan het gebouw mogelijk, fietsers en voetgangers moet ook naar nieuwe ingang, extra verkeer op nieuwe locaties.
Verkeersanalyse OBS De Plaats| 16
Figuur 7: Mogelijke alternatieve ingangen via lokalen (geel) en huidige hoofdingang (groen)
Spreiding schooltijden Het functioneren van de verkeerssituatie rond de school valt of staat met een goede spreiding van de haal- en brengmomenten. Door de verschillende ‘schooltijden’ (nog) beter op elkaar af te stemmen kan worden voorkomen dat er een verkeerspiek ontstaat. Denk bijvoorbeeld aan verschillende schooltijden voor onder- en bovenbouw of het aanpassen van brengmomenten voor kinderdagverblijf. Voordelen: betere spreiding verkeer. Nadelen: consequenties voor bedrijfsvoering kindfuncties. Stimuleren fiets en voet Oorzaak van de ervaren problematiek ligt bij het feit dat ouders hun kinderen met de auto naar school brengen. Een extra campagne om ouders en kinderen te stimuleren met de fiets of lopend naar school te gaan kan bijdragen aan het verminderen van de ervaren overlast. Denk bijvoorbeeld aan: Verkeersanalyse OBS De Plaats| 17
•
Spaar-/beloningsactie voor kinderen (bijv. buurtbewoners sponsoren kinderen die met de fiets/lopend komen).
•
Automobilisten laten aanspreken door kinderen.
•
Toevoegen van ‘funfactor’ aan loop- en fietsroutes.
•
Organiseren actieweek.
•
Meer (sturende) informatie richting ouders via website en nieuwsbrief.
Voordelen: probleem bij de kern aangepakt, kinderen enthousiasmeren, minder autoverkeer, minder overlast. Nadelen: vaak tijdelijk effect.
Verkeersanalyse OBS De Plaats| 18
Bijlage 1: verslag schouw Locatie: basisschool De Plaats, Abbekerk Datum en tijd: dinsdag 2 oktober 2018, 08.00 – 08.45 uur Weer: 8 graden, regenachtig en winderig Inrichting •
Gemotoriseerd verkeer heeft niet altijd goed overzicht, met name vanuit de Schoolwerf gezien. Geparkeerde auto’s blokkeren het zicht op de Opvang en de Kronkelbaan. Daarnaast vinden er veel keerbewegingen plaats waardoor het zicht verder verslechterd.
Afbeelding 1. Het zicht vanaf de Schoolwerf op kruisende weg is slecht
•
Fietsers steken bij de ingang van de school de weg over, omdat daar de fietsenstalling is gevestigd. Ze fietsen hierdoor ook een stukje over de stoep.
Afbeelding 2. De fietsenstalling met verlaging op de stoep
•
Voetgangers hebben een speciale voetgangersoversteekplaats, met een wegversmalling. Verder is er echter weinig ruimte voor voetgangers of logische looproutes waardoor voetgangers gebruik maken van de straat. Verkeersanalyse OBS De Plaats| 19
Afbeelding 3. De voetgangersoversteekplaats met wegversmalling
Afbeelding 4. Voetgangers maken gebruik van de straat
•
De school ligt in een verblijfsgebied waardoor het verkeer gezamenlijk gebruik maakt van één en dezelfde weg. Doordat het een verblijfsgebied betreft, houdt men wel goed rekening met elkaar.
Gedrag weggebruikers •
Auto’s staan soms kort stil voor een parkeervak. Hierdoor blokkeren ze de auto’s die geparkeerd staan in de vakken voor de school.
Verkeersanalyse OBS De Plaats| 20
Afbeelding 5. Auto’s staan stil voor de parkeervakken aan de Schoolwerf
•
Veel auto’s zetten hun auto’s stil langs de weg en niet in een parkeervak op (voornamelijk) de Opvang en de Kronkelbaan of Schoolwerf.
Afbeelding 6. Auto’s staan stil langs de weg op de Schoolwerf en Opvang
•
Er wordt niet hard gereden en de verschillende modaliteiten, op een enkeling na, goed rekening met elkaar. Kinderen letten daarnaast erg goed op.
•
Auto’s komen soms met elkaar in de knel, doordat er weinig ruimte is vanwege smalle wegen en geparkeerde auto’s.
•
Er wordt voorrang verleend door auto’s op het zebrapad, maar ook daarbuiten.
Overige opvallendheden •
De Schoolwerf is doodlopend waardoor auto’s moeten keren. Hier is weinig ruimte voor. Daarnaast komen auto’s hierdoor twee keer langs de school.
•
Voor de start van de school stond de straat al vol met geparkeerde auto’s. Verkeersanalyse OBS De Plaats| 21
Afbeelding 7. De situatie voor de start van de school
•
Ondanks het slechte weer kwam toch nog het merendeel van de leerlingen met de fiets of te voet.
•
Er zijn duidelijke periodes van drukte aan te wijzen tussen 8:15 en 8:35, waarbij de piek tussen 8:20 en 8:30 ligt. Hierbij lijkt de autodrukte aan zijn maximum te zitten.
•
De meeste ouders keren eerst hun auto en zetten daarna hun kinderen af. Hierbij laten ze de auto enkele minuten staan om mee naar binnen te lopen.
Afbeelding 8. Zelfgetekende schuine parkeerplekken bij de school aan de Opvang
Verkeersanalyse OBS De Plaats| 22
Bijlage 2: gespreksverslagen De Plaats en Dorpsraad Om inzicht te krijgen in de huidige verkeerssituatie zijn we in gesprek gegaan met een medewerker van basisschool De Plaats en de dorpsraad van Abbekerk. Beide gesprekken vonden plaats op 1 oktober. We spraken onder andere over welke problemen de bewoners ervaren en het haal- en brenggedrag van de ouders. De conclusies uit de gesprekken zijn in de volgende paragrafen puntsgewijs weergegeven. Basisschool De Plaats •
Op dit moment is er het beleid dat kinderen te voet naar school komen. Kinderen die iets verder wonen mogen met de fiets. Voornamelijk bij slecht weer komen kinderen met de auto. Beleid wordt goed opgevolgd.
•
Er is geen campagne voor verkeersveiligheid, buiten reguliere verkeerslessen. Er zijn ook geen verkeersouders.
•
De meeste kinderen op school komen uit Abbekerk en wonen dus dichtbij. Er zijn ook enkele kinderen uit Lambertschaag.
•
Er zijn voornamelijk klachten over dat het personeel de auto bij de school parkeert. Bewoners kunnen dan hun auto niet kwijt als ze thuiskomen van het werk. Het gaat om ongeveer 10 auto’s van het personeel. Er is een groot parkeerterrein achter de tennisbaan beschikbaar, waarna ouders nog een stukje zouden moeten lopen. Dit wordt wel gecommuniceerd aan de ouders.
•
Bij slecht weer kan er wat overlast zijn door auto’s, waardoor er een onveilig gevoel kan ontstaan. We hebben verder nooit klachten gehoord van omwonenden. Wel zijn er stickers op de auto’s van het personeel geplakt, of ze hun auto’s ergens anders willen parkeren. Ook wordt er dubbel geparkeerd om kinderen af te zetten, omdat ze hun auto’s niet kwijt kunnen in de vakken. Doordat de weg doodlopend is zitten kerende auto’s elkaar soms in de weg.
•
Grootste probleem in de piek tussen kwart over 8 en half 9.
•
De lokalen die over zijn (3) worden wel benut. Op woensdagochtend is de bibliotheek in een van de lokalen beschikbaar voor iedereen. In totaal zijn er 7 lokalen in gebruik, 1 lokaal voor het BSO en staan er 3 lokalen ‘leeg’.
•
Op dit moment zit alleen de voorschoolse opvang in het gebouw. De naschoolse opvang zou er in de nieuwe situatie bijkomen. Het gaat dan om 40 tot 50 kinderen. Vanaf half 3 is het nu rustig, maar dat zou in de nieuwe situatie dan verlengen, waardoor ook de middagspits een groter piekmoment wordt. Leerkrachten gaan vaak rond 17 uur naar huis.
Dorpsraad Abbekerk •
Mensen die heel dichtbij wonen komen met de auto, omdat ouders daarna doorgaan naar werk/boodschappen.
•
Het hard rijden in het dorp is al lang een probleem dat steeds erger wordt. Er wordt ook geparkeerd waar het niet kan, waardoor men soms dubbel parkeert. Ook met zebrapaden wordt geen rekening gehouden.
•
In de nieuwe situatie komen er meer mensen en wordt het dus nog drukker. Extra parkeerplaatsen zullen van de buitenspeelruimte af moeten en zijn dus ook geen goede oplossing. Door de doodlopende weg komen auto’s twee keer langs, waardoor de irritatie van de bewoners groter wordt. Ook het achteruit wegrijden uit de parkeervakken vormt een risico. Daarnaast worden de parkeerplekken van de bewoners vaak geblokkeerd.
•
Elkaar aanspreken op gedrag is lastig, omdat iedereen elkaar kent. Het wordt vaak op een grappende manier gedaan, maar het helpt niet. Verkeersanalyse OBS De Plaats| 23
•
Het is lastig om ouders aan te spreken als de docenten op de school het slechte voorbeeld geven met betrekking tot parkeren.
•
Het beleid van de school is er al 40 jaar, maar helpt dus niet.
•
Er is een continurooster, waardoor kinderen tussen de middag op school blijven, dat scheelt in de drukte.
•
Bij slecht weer is het risico groter, dus ook met de winter op komst.
•
Kinderen letten wel goed op in de verkeerssituatie, dat neemt niet weg dat de situatie erg gevaarlijk is. Daarnaast zijn de buurtbewoners geïrriteerd.
•
Parkeren en verkeersdruk is het grootste pijnpunt.
•
Bij de naschoolse opvang parkeren ze ook niet in de vakken, ondanks dat deze wel beschikbaar zijn. Hier is nu gelukkig nog genoeg ruimte voor waardoor het geen probleem vormt.
Verkeersanalyse OBS De Plaats| 24
Colofon © XTNT EXPERTS IN TRAFFIC AND TRANSPORT | Utrecht 2018 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, scan, fotokopie of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van XTNT.
Titel
Verkeerskundig onderzoek basisschool De Plaats
Samengesteld door
Matthijs van Orsouw Kirsten van Merwijk Robbin Lankhuijzen
Projectnaam
Verkeersonderzoek basisschool De Plaats
Projectnummer
362C
Datum
10 oktober 2018
Bestandsnaam
Rapportage verkeersanalyse De Plaats Abbekerk
Contactadres voor deze publicatie
XTNT Experts in Traffic and Transport St. Jacobsstraat 16 Postbus 51 3500 AB UTRECHT
Verkeersanalyse OBS De Plaats| 25
• • • • • • •
• • •
Verkennend bodemonderzoek Schepen van Hertefeltstraat (ong.) te Roermond MA211000.R01.V1,0 10 maart 2022
Verkennend bodemonderzoek Schepen van Hertefeltstraat (ong.) te Roermond MA211000.R01.V1,0 10 maart 2022
Opdrachtgever Stichting Wonen Zuid Postbus 400 6040 AK Roermond
+31 88 130 06 00 info@geonius.nl Postbus 1097 6160 BB Geleen
Geonius.nl Functie
Naam
Projectleider milieu
Johan Zoer
Collegiale toets
Björn Scheepers
MA211000.R01.V1,0
Paraaf
2 van 15
Inhoud 1
Inleiding ..........................................................................5
2
Achtergrondinformatie ............................................. 6
2.1
Algemeen
6
2.2
Situering onderzoekslocatie
6
2.3
Historie
6
2.4
Vergunningen
6
2.5
Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie
7
2.6
PFAS
7
2.7
Niet gesprongen explosieven (NGE)
8
2.8
Archeologie
8
2.9
Terreininspectie/interview(s)
8
2.9.1
Terreininspectie .......................................................................................................................................8
2.9.2
Interview(s) eigenaar c.q. gebruiker ..................................................................................................8
2.10
Samenvatting vooronderzoek, onderzoekshypothese en –strategie
2.10.1
Bodem ..........................................................................................................................................................8
2.10.2
Asbest in bodem.......................................................................................................................................8
3
Veldwerk en analyses ............................................... 9
3.1
Onderzoeksprogramma
3.2
Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters
9
3.3
Veldwerk verkennend bodemonderzoek
10
3.4
Bodemprofiel
10
3.5
Watermonstername
10
3.6
Veldwerk verkennend asbestonderzoek
10
4
Analyseresultaten...................................................... 12
4.1
Toetsingskader
4.1.1
Wet bodembescherming ..................................................................................................................... 12
4.1.2
Tijdelijk handelingskader ................................................................................................................... 12
4.1.3
Besluit en Regeling bodemkwaliteit ............................................................................................... 12
4.1.4
Asbest in bodem..................................................................................................................................... 12
4.2
Toetsing van de analyseresultaten
4.2.1
Bodem ........................................................................................................................................................ 13
4.2.2
Asbest ........................................................................................................................................................ 14
5
Conclusies en aanbevelingen ................................ 15
5.1
Conclusies
15
5.2
Aanbevelingen
15
MA211000.R01.V1,0
8
9
12
13
3 van 15
Bijlagen Bijlage 1 Topografische overzichtskaart Bijlage 2 Foto’s locatie en proefgaten Bijlage 3 Boorstaten incl. legenda Bijlage 4 Analysecertificaten Bijlage 5 Toetsing Wet bodembescherming Bijlage 6 Toetsing Besluit bodemkwaliteit Bijlage 7 Overzicht bronnen vooronderzoek Bijlage 8 Situatietekening
MA211000.R01.V1,0
4 van 15
1 Inleiding
Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van Stichting Wonen Zuid een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Schepen van Hertefeltstraat (ong.) te Roermond. Aanleiding voor dit verkennend bodemonderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van een 20-tal woningen en inzicht in de afzetmogelijkheden van vrijkomende grond. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vereist. Doelstelling van het onderzoek is vaststellen in hoeverre de bodem geschikt is voor het toekomstig gebruik, namelijk woningbouw en het vaststellen van de indicatieve bodemkwaliteit van eventueel vrijkomende grond. Onderhavig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017), de NEN 5707+C2 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017) en de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, januari 2009 en wijzigingsblad NEN 5740/A1, februari 2016). Geonius is gecertificeerd voor SIKB protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 behorende bij Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” (BRL SIKB 2000). Het procescertificaat van Geonius Milieu B.V.
en het bijbehorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium (of de opdrachtgever). Geonius Groep B.V. en de verschillende divisies zijn gecertificeerd volgens de algemene kwaliteitsnorm NENEN-ISO 9001:2015, NEN-EN-ISO 14001:2015, VCA**2017/6.0 en CO2 Prestatieladder niveau 3. Geonius Milieu B.V. streeft naar het uitvoeren van een representatief onderzoek. Het onderzoek is echter steekproefsgewijs uitgevoerd door middel van het uitvoeren van een volgens de norm voorgeschreven aantal boringen en het laten analyseren van grond(meng)monsters op een standaard analysepakket. Eventueel niet getraceerde (punt)bronnen van verontreinigingen kunnen derhalve niet worden uitgesloten. Geonius Milieu B.V. verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of onderhavige locatie en daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in KwaliBo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer). In onderhavig rapport worden de resultaten van het vooronderzoek, de gehanteerde onderzoeksopzet, de uitgevoerde veldwerkzaamheden en de resultaten van het analytisch onderzoek beschreven.
Tot slot worden de resultaten getoetst aan de referentiewaarden en worden conclusies, en eventueel aanbevelingen, geformuleerd.
MA211000.R01.V1,0
5 van 15
2 Achtergrondinformatie 2.1 Algemeen Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek conform de NEN 5725 verricht. De hierbij gehanteerde bronnen zijn opgenomen in bijlage 7. De resultaten van het vooronderzoek zijn in onderstaande paragrafen opgenomen.
2.2 Situering onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft perceel Maasniel, sectie B, nummer 3144. In Tabel 2.1 zijn enkele gegevens betreffende de onderzoekslocatie weergegeven. De regionale ligging is weergegeven in bijlage 1. In bijlage 8 is een situatietekening met daarop de ligging van de locatie opgenomen. Foto’s van de locatie zijn opgenomen in bijlage 2. Tabel 2.1: overzicht topografische en kadastrale gegevens onderzoekslocatie Algemene en topografische gegevens Oppervlakte onderzoekslocatie
3.474 m2
Maaiveldhoogte
Circa 23 m+ NAP
X-coördinaat, Y-coördinaat
X: 198.962, Y: 357.006
Kadastrale gegevens Kadastrale aanduiding
Gemeente Maasniel, sectie B, nummer 3144
Oppervlakte kadastrale percelen
3.474 m2
2.3 Historie Op basis van de geraadpleegde historische kaarten blijkt dat op de locatie in het verleden eerst een pad heeft gelegen en later een weg. Het pad is al te zien op kaart uit midden 19de eeuw. Begin 20ste eeuw zijn ter hoogte van de onderzoekslocatie enkele gebouwen te zien langs de weg. Eind jaren `50 zijn de omliggende Schepen van Hertefeltstraat, Schout Kellenerstraat en Schout Offermanstraat aangelegd. De weg op het perceel is verwijderd bij de bouw van een school op het terrein eind jaren `60. De school is in de jaren 2000 uitgebreid en in 2019 of 2020 gesloopt. Sindsdien ligt het terrein braak.
2.4 Vergunningen Voor de onderzoekslocatie zijn geen vergunningen afgegeven in het kader van de voormalige Hinderwet, Wet milieubeheer, Bouwvergunningen, Sloopvergunningen of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dan wel niet bekend/aanwezig in de geraadpleegde bronnen. Uit de geraadpleegde bronnen (o.a. BOOT-archief) blijken geen gegevens die duiden op de aanwezigheid van één of meerdere tanks op de onderzoekslocatie.
MA211000.R01.V1,0
6 van 15
2.5 Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie In Tabel 2.3 staat de bodemopbouw, geohydrologie, gegevens Bodemkwaliteitskaart/Nota bodembeheer en een samenvatting van de resultaten van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie vermeld. Tabel 2.2: overzicht bodemopbouw, geohydrologie en -kwaliteit Bodemopbouw Diepte in m-mv
Omschrijving
Opmerkingen
[0 - 1]
Antropogene ophooglaag
Diffuus heterogeen verontreinigd
[0 - 8]
Formatie van Boxtel (Pleistoceen)
Siltig zand, leem
[> ]
Formatie van Sterksel (Pleistoceen)
Zand
Geohydrologische gegevens Hoogte freatisch grondwater
Circa 19 m+ NAP / Circa 5 m- mv
Stromingsrichting grondwater
Noordwestelijk
Ligging van oppervlaktewater op en/of nabij de locatie
Nee
Het voorkomen van brak of zout grondwater
Nee
Ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied
Nee
Aanwezigheid van grondwateronttrekkingen op de locatie of in de omgeving
Nee
Aanwezigheid van breukstelsels op of nabij de locatie
Nee
Bodemkwaliteitskaart / Nota bodembeheer Kenmerk, datum
Omschrijving
November 2019 | vs 19.3
Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029
Bodemfunctieklasse
Wonen
Ontgravingsklasse
Bovengrond (0-0,5 m-mv): Landbouw/natuur
Sweco; SWNL0265598; 03-09-2020
PFAS-bodemkwaliteitskaart Regio Limburg Noord
Ontgravingsklasse
Bovengrond (0-0,5 m-mv): Landbouw/natuur
Ondergrond (0,5-2,0 m-mv): Landbouw/natuur
Ondergrond (0,5-2,0 m-mv): Landbouw/natuur Bodemonderzoeken ter plaatse van onderzoekslocatie Kenmerk, datum
Omschrijving
HMB; 98-785-47; 10 december 1998
Verkennend bodemonderzoek Schepen van Herteveldtraat 10 te Roermond Het onderzoek is uitgevoerd t.b.v. de uitbreiding van het schoolgebouw. De bovengrond is licht verontreinigd met PAK. De ondergrond is niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met chroom en EOX.
HNB; 03-0091-07; 5 februari 2003
Vooronderzoek Schepen van Herteveldtraat 10 te Roermond Het onderzoek is uitgevoerd t.b.v. de uitbreiding van het schoolgebouw. De locatie wordt als onverdacht aangemerkt.
2.6 PFAS De locatie is niet verdacht met betrekking tot een puntbron. Echter, om de afzetmogelijkheden van vrijkomende grond te bepalen is wel onderzoek verricht naar PFAS in de bodem.
MA211000.R01.V1,0
7 van 15
2.7 Onontplofte oorlogsresten (OO) Op of in de nabijheid van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend omtrent “OO”.
2.8 Archeologie Op of in de nabijheid van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend omtrent een archeologische verwachting.
2.9 Terreininspectie/interview(s) 2.9.1 Terreininspectie Op 23 maart 2022 is door de heer P. Engbers een terreininspectie uitgevoerd. Ten tijde van de inspectie bleek het terrein braakliggend en begroeid met gras. Plaatselijk komen enkele bomen voor. Tijdens de terreininspectie is het gehele terrein visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Deze zijn op onderhavige onderzoekslocatie niet waargenomen.
2.9.2 Interview(s) eigenaar c.q. gebruiker Bij de opdrachtgever zijn geen gegeven bekend ten aanzien van enige bodembelastende activiteiten.
2.10 Samenvatting vooronderzoek, onderzoekshypothese en –strategie 2.10.1 Bodem Als gevolg van de sloopwerkzaamheden is met name de bovengrond verdacht op bodemverontreinigingen. De bovengrond is onderzocht volgens de strategie “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HE-NL) uit de NEN 5740. De ondergrond is onderzocht volgens de strategie ”onverdacht niet lijnvormig” (ONV-NL) uit de NEN 5740. Voor het analytisch onderzoek naar PFAS is aangesloten bij de strategie ONV-NL.
2.10.2Asbest in bodem Als gevolg van de sloopwerkzaamheden is met name de bovengrond verdacht op bodemverontreinigingen. De locatie is onderzocht volgens de strategie “verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld” (VED-HE) uit de NEN 5707.
MA211000.R01.V1,0
8 van 15
3 Veldwerk en analyses 3.1 Onderzoeksprogramma In onderstaande Tabel 3.1 is het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek samengevat. Tabel 3.1: onderzoeksprogramma bodem- en asbestonderzoek (Deel)locatie en strategie Plangebied BG: VED-HE-NL OG: ONV-NL PFAS: ONV-NL
Asbestonderzoek Plangebied (VED-HE)
1) 2)
Oppervlakte (m2)
Veldwerk
3.473
12*0,5 m-mv 2*2,0 m-mv 1*peilbuis1)
Analyses2) Grond Bovengrond/Verdachte laag: 3*standaardpakket 2*PFAS Ondergrond: 1*standaardpakket 1*PFAS
Grondwater 1*standaardpakket
3.473
12 proefgaten tot maximaal 0,5 m 3 asbest in grond (NEN in de verdachte laag 5898) 2 proefgaten tot onderzijde verdachte laag met een maximum van 2 m- mv Op basis van geohydrologische gegevens is bekend dat binnen 5,0 m-mv grondwater wordt aangetroffen. Grondwateronderzoek is volgens de NEN 5740 in een dergelijke situatie noodzakelijk. Standaardpakket (landbodem en grond): organisch stof en lutum 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) som-PCB’s, som-PAK’s (10) en minerale olie Stofgroep PFAS poly‐ en perfluor alkyl‐verbindingen (30 verbindingen) Standaardpakket grondwater: 9 zware metalen vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen (som o, m, p), styreen, naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis1,2-dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform) minerale olie
De chemische analyses van de grond(meng)monsters en het grondwatermonster zijn conform AS3000 uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam, gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 en AS3000-erkend. De grond(meng)monsters ten behoeve van het asbestonderzoek zijn geanalyseerd op asbest conform NEN 5898.
3.2 Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters Vanwege een plaatselijk aangetroffen kleilaag in de ondergrond is een extra analyse op het standaardpakket voor landbodem uitgevoerd. De grond(meng)monsters zijn onderzocht op het standaardpakket landbodem en grond uit de NEN 5740, aangevuld met PFAS. In Tabel 4.1 (hoofdstuk 4) is een overzicht gegeven hoe de grond(meng)monsters zijn samengesteld. Tevens is van elk grond(meng)monster het globale bodemprofiel, de zintuiglijke waarnemingen
MA211000.R01.V1,0
9 van 15
en de uitgevoerde chemische analyses vermeld. Hete grondwatermonster is conform de onderzoeksopzet onderzocht op het standaardpakket grondwater uit de NEN 5740/A1:2009. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten en een overzicht van de toegepaste analysemethoden weergegeven.
3.3 Veldwerk verkennend bodemonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 23 februari 2022 conform BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) en het daarbij behorend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, versie 6.0, 1 februari 2018). De veldmedewerker die de werkzaamheden heeft uitgevoerd, de heer P. Engbers, is in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Tijdens de veldwerkzaamheden is assistentie verleend door de heer M. Witteveen. Een tekening met de ligging van de uitgevoerde boringen is toegevoegd als bijlage 8. Er hebben geen kritieke afwijkingen op de beoordelingsrichtlijn plaatsgevonden.
3.4 Bodemprofiel Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden is het bodemmateriaal beoordeeld op kleur, textuur, bijmenging(en) en eventuele bijzonderheden. De boorstaten zijn als bijlage 3 zijn toegevoegd. De bodem bestaat voornamelijk uit zand dat in de bovengrond plaatselijk bijmengingen aan baksteen, beton, aardewerk, asfalt en/of plastic bevat in verschillende gradaties. In de ondergrond komen plaatselijk kleilenzen voor. Er zijn verder geen afwijkende geuren (middels passieve geurwaarneming) en/of kleuren waargenomen.
3.5 Watermonstername Op 3 maart 2022 is het grondwater bemonsterd conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorend protocol 2002 (Het nemen van grondwatermonsters, versie 6.0, 1 februari 2018). De monsternemer, de heer N.J.S. Godschalk, is in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van IenW. Voor de watermonstername is de grondwaterstand, zuurgraad, turbiditeit en geleidbaarheid bepaald. Deze zijn weergegeven in Tabel 4.2. De grondwaterstand is locatie- en seizoensgebonden en kan derhalve variëren.
3.6 Veldwerk verkennend asbestonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 23 maart 2022, voor zover van toepassing, conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorende protocol 2018 (Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem, versie 6.0, 1 februari 2018). De coördinerend veldmedewerker, de heer P. Engbers, is in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van IenW. Tijdens de veldwerkzaamheden is assistentie verleend door de heer M. Witteveen. Tijdens het veldwerk waren de omstandigheden als volgt: •
Droog (neerslag <10 mm).
•
Helder (zicht >50 m).
•
Bedekking maaiveld: volledig met gras.
•
Toplaag: zand, bedekt met gras.
MA211000.R01.V1,0
10 van 15
De inspectie-efficiëntie van de maaiveldinspectie bedraagt 0%. Vermeld wordt dat de maaiveldinspectie niet conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorende protocol 2018 (Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem, versie 6.0, 1 februari 2018) heeft kunnen plaatsvinden. Bij een inspectie-efficiëntie lager dan 50% is de waarde van een maaiveldinspectie namelijk onvoldoende om het verdachte gebied in te perken en een kwantitatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de toplaag. De maaiveldinspectie kan derhalve ook niet dienen om de onderzoekstrategie (eventueel) bij te stellen. Op basis van de opgestelde strategie zijn proefgaten gemaakt tot maximaal 0,5 m in de verdachte laag of tot in de ongeroerde ondergrond (maximaal tot 2,0 m-maaiveld). In Tabel 3.2 is een beschrijving gegeven van de verschillende proefgaten. Tabel 3.2: resultaten veldwerk proefgaten en bijzonderheden Proefgat Onderzocht Bodemomschrijving traject
Afmetingen Bodemvreemd Asbest
Mengmonster
(cm) (l x b)
materiaal (%)
aangetroffen
fijne fractie
<3
Nee
ASB1 ASB1
(cm-mv) 001
0-50
Zand, sporen grind, sporen baksteen, sporen asfalt, 30 x 30 sporen beton
002
0-50
Zand, sporen asfalt, sporen beton, sporen baksteen
30 x 30
<3
Nee
003
0-50
Zand
30 x 30
0
Nee
004
0-50
Zand
30 x 30
0
Nee
005
0-50
Zand, zwak beton, sporen aardewerk, sporen grind
30 x 30
Ca. 5
Nee
007
0-50
Zand
30 x 30
0
Nee
008
0-50
Zand, sporen aardewerk, sporen baksteen, sporen 30 x 30
<3
Nee
ASB2
009
0-50
Zand, sporen baksteen, sporen grind
30 x 30
<1
Nee
ASB3
010
0-50
Zand, sporen grind, brokken asfalt, sporen baksteen
30 x 30
<2
Nee
ASB1
011
0-50
Zand, sporen baksteen, zwak beton
30 x 30
Ca. 5
Nee
ASB3
012
0-50
Zand
30 x 30
0
Nee
013
0-50
Zand, sporen baksteen, sporen beton
30 x 30
<2
Nee
ASB3
014
0-50
Zand, sporen baksteen, sporen aardewerk, sporen 30 x 30
<4
Nee
ASB2
015
0-50
<3
Nee
ASB2
ASB2
beton, sporen grind
beton, sporen plastic Zand, sporen baksteen, sporen beton, sporen grind, 30 x 30 sporen aardewerk
Tijdens de visuele inspectie zijn enkele foto’s gemaakt, die zijn toegevoegd in bijlage 2. De uit de proefgaten vrijgekomen grond is voor inspectie gezeefd (maaswijdte zeef 20 mm). De grove fractie van de uitgekomen grond is visueel beoordeeld op asbestverdachte materialen. In het opgegraven materiaal van alle proefgaten is in de grove fractie géén asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. Vervolgens zijn van de grond 3 mengmonsters samengesteld ten behoeve van de microscopische analyse van de fijne fractie conform NEN 5898.
MA211000.R01.V1,0
11 van 15
4 Analyseresultaten 4.1 Toetsingskader 4.1.1 Wet bodembescherming De analyseresultaten zijn getoetst aan de streefwaarden (S) voor grondwater, de interventiewaarden (I) voor grond en grondwater uit de Circulaire bodemsanering 2013 en de achtergrondwaarden (AW) voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (behorende bij het Besluit bodemkwaliteit). De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. De streefwaarden voor grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. De “tussenwaarde” (in onderhavig rapport aangeduid als T) betreft het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde/streefwaarde en de interventiewaarde, maar maakt geen onderdeel meer uit van de toetsing die noodzakelijk is vanuit de Circulaire bodemsanering en Besluit bodemkwaliteit, maar fungeert in onderhavig rapport als triggerwaarde waarboven het vermoeden van een geval van ernstige verontreiniging bestaat en nader onderzoek wordt aanbevolen.
In de navolgende paragrafen wordt de aangetroffen verontreinigingssituatie aangeduid met de termen licht, matig en/of sterk waaraan de volgende definities zijn gegeven: •
Licht verontreinigd: betreft gehalten tussen de achtergrondwaarde en de “tussenwaarde” (gemiddelde
•
Matig verontreinigd: betreft gehalten tussen de “tussen”- en interventiewaarde.
•
Sterk verontreinigd: betreft gehalten die de interventiewaarden overschrijden.
van achtergrond- en interventiewaarde).
4.1.2 Tijdelijk handelingskader De analyseresultaten van de stofgroep PFAS zijn getoetst aan de toepassingsnormen (voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem) uit het aangepast Tijdelijk handelingskader.
4.1.3 Besluit en Regeling bodemkwaliteit De analyseresultaten zijn (indicatief) getoetst aan de maximale waarden behorende bij de diverse functieklassen zoals vermeld in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit.
4.1.4 Asbest in bodem De resultaten van het asbestonderzoek zijn getoetst aan de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013 (versie 1 juli 2013). In de Circulaire wordt als interventiewaarde een gehalte van 100 mg/kgds gehanteerd. Het gehalte asbest wordt berekend uit het gewogen serpentijnasbestgehalte vermeerderd met 10 maal het amfiboolgehalte.
MA211000.R01.V1,0
12 van 15
4.2 Toetsing van de analyseresultaten 4.2.1 Bodem Voor zware metalen en organische verbindingen dient een correctie plaats te vinden op basis van het gemeten lutum- en/of organisch stofgehalte in de bodem. Op basis van de gemeten gehalten aan lutum en organische stof worden de gerapporteerde gehalten omgerekende naar standaard bodem (10% organisch stof en 25% lutum). In Tabel 4.1 (grondmonsters) en Tabel 4.2 (watermonsters) zijn alleen de onderzochte parameters vermeld waarvan de gehalten dan wel concentraties de achtergrondwaarden (grondmonsters) c.q. streefwaarden (grondwater) overschrijden. De toetsing van alle parameters is opgenomen als bijlage 5. In Tabel 4.1 staat, voor zover van toepassing, per (meng)monster de indicatieve kwaliteitsklasse vermeld met betrekking tot de stofgroep PFAS. Tabel 4.1: getoetste analyseresultaten grond(meng)monsters in mg/kgds Analyse-
Boring
monster M01
Traject
Textuur
Visuele waarneming
Analyse
(m -mv)
> AW
GSSD
pakket
Toets
Toets Bbk
Wbb
010
0,00 - 0,50
Zand
sp. grind, br. asfalt, sp. baksteen
St.pakket
Kobalt
15,5
*
MWI
001
0,00 - 0,50
Zand
sp. grind, sp. baksteen, sp.
+PFAS
PAK-10
12,99
*
PFAS: AW
PCB-7
143,5
*
asfalt, sp. beton 002
0,00 - 0,50
Zand
008
0,00 - 0,50
Zand
sp.
asfalt,
sp.
beton,
sp.
baksteen M02
014
0,00 - 0,50
Zand
015
0,00 - 0,50
Zand
sp. aardewerk, sp. baksteen, sp.
St.pakket
AW
beton, sp. grind
+PFAS
PFAS: AW
sp. baksteen, sp. aardewerk, sp. beton, sp. plastic sp. baksteen, sp. beton, sp. grind, sp. aardewerk
005
0,00 - 0,50
Zand
zw. betonh., sp. aardewerk, sp.
013
0,00 - 0,50
Zand
sp. baksteen, sp. beton
011
0,00 - 0,50
Zand
sp. baksteen, zw. betonh.
009
0,00 - 0,50
Zand
sp. baksteen, sp. grind
004
0,50 - 1,00
grind M03
M04
St.pakket
PAK-10
5,07
*
MWW
Zand
St.pakket
Kobalt
16,1
*
AW
1,00 - 1,50
Zand
+PFAS
1,30 - 1,80
Zand
1,80 - 2,00
Zand
004
1,50 - 2,00
Klei
sp. roest
014
1,00 - 1,50
Klei
sp. roest
008 M05
St.pakket
PFAS: AW
Kobalt
16
*
Nikkel
38
*
AW
Tabel 4.2: getoetste analyseresultaten grondwatermonsters in µg/l Nr. 008-1-1
Waterstand
Zuurgraad
Geleidbaarheid
Turbiditeit
(cm-mv)
(pH)
(µS/cm)
(NTU)
380
7,66
593
25,25
MA211000.R01.V1,0
13 van 15
Analyseparameter
Parameters
Conc.
Toets Wbb
-
-
>S St. pakket
-
Verklaring gebruikte afkortingen Wbb : Wet bodembescherming AW : achtergrondwaarde 2000 S : streefwaarde T : “tussenwaarde” I : interventiewaarde GSSD : gestandaardiseerde meetwaarde (gehalte) Bbk : Besluit bodemkwaliteit (indicatief) NVB : niet-vormgegeven bouwstof AW : voldoet indicatief aan klasse “achtergrondwaarde” MWW : voldoet indicatief aan klasse “wonen” MWI : voldoet indicatief aan klasse “industrie” NT : indicatief “niet toepasbaar” Verklaring der tekens * : groter dan AW/S en kleiner of gelijk aan T ** : groter dan T en kleiner of gelijk aan I *** : groter dan I : geen waarde vastgesteld
st. pakket sp. zw. ma. st. uit. vol. re. br. lg. -h. asbv. mat
: standaard pakket : sporen : zwak : matig : sterk : uiterst : volledig : resten : brokken : laagjes : -houdend : asbestverdacht materiaal
Gehalte Conc.
: gemeten gehalten in mg/kgds PCB in µg/kg : gemeten concentratie in µg/l
4.2.2 Asbest De (meng)monsters van de fijne fractie zijn onderzocht op de aanwezigheid van asbest conform NEN 5898. In Tabel 4.4 is een overzicht gegeven van het totale gehalte aan asbest per proefgat/mengmonster. Het gewogen gehalte aan asbest in de fijne fractie is gecorrigeerd in relatie tot het totale monstergehalte. Het totale gehalte asbest per proefgat/mengmonster bestaat uit het totale gewogen gehalte aan asbest in de grove fractie opgeteld met het gecorrigeerde gehalte gewogen asbest in de fijne fractie. Opgemerkt wordt dat geen correctie heeft plaatsgevonden indien de detectiegrens niet wordt overschreden, of wanneer geen sprake is van een grove fractie. In bijlage 4 ook de analyseresultaten weergegeven. Tabel 4.3: overzicht totaal gehalte asbest per proefgat of RE in mg/kgds (Meng)monster
Proefgat
fijne fractie ASB1
ASB2
ASB3
Traject
Gewogen gehalte