CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Actualisering Erfgoedverordening

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente RoermondBij agendapunt: Actualisering Erfgoedverordening 20182.757 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

,· e e g

~

u

gemeente Roermond

VOORSTEL AAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE ROERMOND

Onderwerp: Actualisering Erfgoedverordening 2018 Zaaknummer: 54293-2023 Datum: 6 juni 2023

Inleiding Op 25 oktober 2018 werd de Erfgoedverordening 2018 door uw raad vastgesteld. Hierin werden de meeste gemeentelijke regels met betrekking tot monumenten, archeologie en beschermde stads- en dorpsgezichten (erfgoed) vastgelegd. Bij de vaststelling van de Erfgoedverordening 2018 is aangekondigd dat deze na twee jaar zou worden geëvalueerd. Bovendien heeft uw raad, in de motie M05 (20M37) verzocht om evaluatie van de verordening. In relatie daarmee verzocht de raad in de motie M10 (20M42) het college, op basis van deze evaluatie een beleidsvisie 'Zorg voor Erfgoed' voor te bereiden en in het vervolg daarop een nieuwe Erfgoedverordening 2021 op te stellen. Naar aanleiding hiervan heeft ons college op 6 juni 2023 besloten 1. 2.

uw raad voor te stellen de Erfgoedverordening 2023 vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de Erfgoedverordening 2018; uw raad voor te stellen een jaarlijks budget van€ 100.000 beschikbaar te stellen voor het verlenen van subsidies in de kosten van het onderhoud aan bijzondere categorieën van gemeentelijke monumenten.

Argumenten

De moties M05 (20M37) en M10 (20M42) Tijdens de begrotingsbehandeling op 12 november 2020 zijn de moties M05 (20M37) 'onderzoek Erfgoedverordening 2018' en M10 (20M42) 'Zorg voor erfgoed' door uw raad aangenomen. Dit met name naar aanleiding van berichten dat de subsidieregeling voor grote onderhoudsprojecten aan monumenten zoals deze in de verordening is opgenomen, niet goed zou functioneren en dat een samenhangend erfgoedbeleid ontbreekt. In de motie M05 werd ons college o.a. verzocht 1. 2. 3.

in het kader van de evaluatie met monumenteigenaren in overleg te gaan hoe zij de werking van de Erfgoedverordening de afgelopen jaren hebben ervaren; te onderzoeken op welke wijze aansluiting kan worden gevonden op de regelgeving en werkwijze van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed en de provincie Limburg; voor het zomerreces 2021 de raad te informeren en zo mogelijk een voorstel tot aanpassing van de verordening voor te leggen.

Pagina 1 van 8

Pagina 2

Onderwerp: Actualisering Erfgoedverordening 2018

Motie M10 constateert, kort samengevat, dat de Roermondse monumenten mede het kapitaal vormen van de stad maar dat de gemeente niet beschikt over een samenhangend erfgoedbeleid. De motie droeg ons college o.a. op om 1.

op basis van de evaluatie van de Erfgoedverordening 2018 een beleidsvisie 'Zorg voor erfgoed' voor te bereiden en aan te bieden aan de gemeenteraad.

2.

in het vervolg daarop een nieuwe Erfgoedverordening 2021 op te stellen welke door uw raad kan worden vastgesteld in het vierde kwartaal 2021.

Door een tekort aan ambtelijke capaciteit, in combinatie met Corona (weinig mogelijkheden om te overleggen) heeft de uitvoering van de beide moties vertraging opgelopen. Ook is niet in brede zin voldaan aan punt 1 uit de motie M05. Wel is aan eigenaren van monumentale gebouwen voor de eredienst, in het kader van het opstellen van de Kerkenvisie, de vraag gesteld hoe zij de werking van de Erfgoedverordening in de afgelopen jaren hebben ervaren. Ook heeft overleg plaatsgevonden met een daartoe ingestelde werkgroep met vertegenwoordigers van het Monumentenoverleg. Naar aanleiding van deze beide moties is de nu voorliggende evaluatie van de Erfgoedverordening 2018 opgesteld. Op basis hiervan kan een voorstel aan uw raad worden gedaan om de verordening aan te passen. De regelgeving met betrekking tot de erfgoedsubsidies is verplaatst naar een door ons college op 6 juni 2023 vastgestelde beleidsregel. Aan de gevraagde beleidsvisie wordt nog gewerkt. Naar verwachting kan deze in het vierde kwartaal van dit jaar aan uw raad worden voorgelegd.

Evaluatie van de Erfgoedverordening 2018 In de Erfgoedverordening 2018 is onder andere regelgeving met betrekking tot behoud van het erfgoed opgenomen: 1. 2. 3. 4.

de procedure tot aanwijzing van gemeentelijke monumenten (hoofdstuk 2, paragraaf 1); regels met betrekking tot aantasting van een gemeentelijk monument (hoofdstuk 2, paragraaf 2); de procedure tot aanwijzing van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten (hoofdstuk 3); de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek (hoofdstuk 5 en de archeologische beleidskaart).

Verder zijn in de verordening subsidieregels opgenomen voor: a. b. c. d. e.

kleine onderhoudsprojecten aan gemeentelijke of niet-rendabele rijksmonumenten (hoofdstuk 6, paragraaf 2); archeologische onderzoeken (hoofdstuk 6, paragraaf 3); restauraties van kleine religieuze monumenten (hoofdstuk 6, paragraaf 4); overige activiteiten (hoofdstuk 6, paragraaf 5); grote onderhoudsprojecten (hoofdstuk 7).

Pagina 3

Onderwerp: Actualisering Erfgoedverordening 2018

De model-erfgoedverordening van de VNG De voorgestelde nieuwe erfgoedverordening is getoetst aan de model-erfgoedverordening van de VNG. De modelverordening sorteert voor op inwerkingtreding van de Omgevingswet (zie daarover later meer). Deze toets heeft niet geleid tot wezenlijke veranderingen ten opzichte van de oude verordening. Hierbij wordt aangetekend dat in de model-erfgoedverordening van de VNG geen subsidieregelingen zijn opgenomen.

Bevindingen uit de evaluatie met betrekking tot de regelgeving met betrekking tot behoud van het erfgoed De invoering van de Omgevingswet heeft voor de inhoud van de verordening inhoudelijk nauwelijks gevolgen. Daar waar nodig dienen formuleringen aan de tekst van de nieuwe wet te worden aangepast. Ad 1. Aanwijzing gemeentelijke monumenten De procedure voor het aanwijzen van gemeentelijke monumenten kan nagenoeg ongewijzigd gehandhaafd blijven. Ad 2. Regels met betrekking tot aantasting van een gemeentelijk monument De regels met betrekking tot aantasting van een gemeentelijk monument kunnen ongewijzigd blijven. Ad 3. procedure tot aanwijzing van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten. De procedure tot aanwijzing van beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten kan ongewijzigd gehandhaafd blijven. Ad 4. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek De regels met betrekking tot de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek kunnen ongewijzigd gehandhaafd blijven. De bij de verordening behorende archeologische beleidskaart is nog voldoende actueel. Wel maken ontwikkelingen in de archeologische wetenschap en mogelijk ook de uitkomsten van de aanstaande synthese van archeologische onderzoeken uit de laatste decennia het wenselijk om deze kaart over een aantal jaren te herzien.

Dit kan gebeuren in het kader van de voor over een aantal jaren geplande actualisering van het archeologiebeleid.

Bevindingen met betrekking tot de subsidieregelingen Ad a. subsidieregeling voor kleine onderhoudsprojecten aan gemeentelijke of niet-rendabele rijksmonumenten. Uit ervaring blijkt dat de op basis van deze regeling verstrekte subsidies (25% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5.500) nauwelijks bijdragen aan een verbetering van het onderhoud van monumenten. De subsidies zijn voor het plegen van onderhoud niet van doorslaggevend belang. Sinds 2020 worden dit soort subsidies al niet meer verleend (het subsidieplafond werd op€ 0 gesteld). Dit heeft niet geleid tot waarneembare problemen. Besloten is daarom deze subsidieregeling niet in de nieuwe Beleidsregel op te nemen.

Pagina 4

Onderwerp: Actualisering Erfgoedverordening 2018

Ad b. subsidieregeling voor archeologische onderzoeken. Van de subsidiemogelijkheid voor archeologische onderzoeken (archeologisch bureau- en booronderzoek) werd zelden tot nooit gebruik gemaakt. Ook voor deze regeling is het subsidieplafond sinds 2020 op€ 0 gesteld. Dit heeft niet tot problemen geleid. Besloten is daarom ook deze subsidieregeling niet in de nieuwe Beleidsregel op te nemen. Ad c. subsidieregeling voor restauraties van kleine religieuze monumenten. De subsidieregeling voor restauraties van kleine religieuze monumenten is bedoeld voor vrijwilligers die het onderhoud c.q. de restauratie van kleine wegkapelletjes o.i.d. op zich nemen. Van deze regeling wordt goed en zonder problemen gebruik gemaakt. Besloten is daarom om deze regeling in stand te laten en in de nieuwe Beleidsregel op te nemen. Ad d. subsidieregeling voor overige activiteiten. De subsidieregeling voor overige activiteiten voorziet in subsidiemogelijkheden voor beleidsondersteunende activiteiten en voor het opstellen van cultuurhistorische analyses. Van de laatste mogelijkheid wordt niet of nauwelijks gebruik gemaakt. Besloten is daarom deze mogelijkheid niet meer in de beleidsregel op te nemen. De subsidiemogelijkheid voor beleidsondersteunende activiteiten (b.v. Open Monumentendag, Archeologiedagen, stadsprocessie) wordt echter goed aangesproken.

Besloten is om deze in stand te laten en in de nieuwe beleidsregel op te nemen. Ade. subsidies voor grote onderhoudsprojecten. De subsidieregeling voor grote onderhoudsprojecten is bedoeld voor onderhoud aan bijzondere categorieën van gemeentelijke- en rijksmonumenten (o.a. gebouwen voor de eredienst, monumentale schoolgebouwen en verdedigingswerken) waarvan de financiering van het onderhoud door particuliere eigenaren of organisaties problematisch is. Sterk vereenvoudigd en in theorie ziet de financieringsstructuur van het groot onderhoud (bij restauratie zijn er andere mogelijkheden) van monumenten er bij toepassing van de oude gemeentelijke regeling als volgt uit:

Rijksmonumenten

-

-

rijkssubsidie provinciale subsidie gemeentelijke subsidie eigen bijdrage eigenaar

Gemeentelijke monumenten

60% 15% 15% 10%

-

-

rijkssubsidie provinciale subsidie gemeentelijke subsidie eigen bijdrage eigenaar

0% 15% 75% 10%

Gebleken is dat de subsidies op basis van deze regeling in een grote behoefte voorzien. De uitvoering van de regeling laat echter veel te wensen over. Dit heeft de volgende hoofdoorzaken: •

Onvoldoende beschikbaar budget De regeling gaat er van uit dat elk jaar bij de begrotingsbehandeling, naar aanleiding van de aanvragen voor het volgende jaar, door uw raad een budget beschikbaar wordt gesteld. De afgelopen jaren was er voor dit doel geen aanvullende financiële ruimte binnen de begroting beschikbaar. In de praktijk wordt echter steeds geoordeeld dat het daarbij om nieuw beleid

Pagina 5

Onderwerp: Actualisering Erfgoedverordening 2018

gaat waardoor er geen voorstel voor het beschikbaar stellen van budget aan de raad kan worden voorgelegd. Tot nu toe werd dit 'opgelost' door gebruik te maken van het reguliere budget voor Erfgoed. Dit budget is daar echter niet voor bestemd en ook niet toereikend. Dit betekent dat aanvragers van subsidies in de praktijk een veel groter deel van de kosten zelf moeten financieren dan voorzien en ook dat erfgoedprojecten met een tekort aan budget kampen. Een en ander is niet in overeenstemming met de constatering in motie M10 dat de monumenten het kapitaal vormen van de stad. •

Onzekerheid van beschikbaarheid van budget De regeling gaat uit van 6-jarige onderhoudsplannen. Dit in aansluiting op de rijkssystematiek. Omdat in de oude systematiek slechts voor één jaar subsidie kon worden verleend bleef de financiering van het onderhoudsproject als geheel zeer lang onzeker.

•

Aansluiting aan rijks- en provinciale regelingen Een van de doelstellingen van de regeling is dat deze aansluit bij de rijks- en provinciale subsidieregelingen. De hoogte van de subsidie is mede afhankelijk van de hoogte van de door rijk en provincie verleende subsidies. Het proces dat in de regeling is vastgelegd gaat er van uit dat voorstellen m.b.t. het beschikbaar stelen van budget worden 'meegenomen' in de gemeentelijke begrotingscyclus. Om dit te kunnen realiseren is een termijn van 1 april tot 31 mei gesteld waarbinnen aanvragen kunnen worden ingediend voor werkzaamheden in het jaar daarna. Omdat het rijk (voor rijksmonumenten) pas tegen 1 september (in de praktijk vaak pas veel later) een besluit neemt komt deze informatie vaak te laat om in de voorbereiding van het raadsvoorstel meegenomen te worden. Dit geldt nog in versterkte mate voor de provinciale subsidie die pas kan worden aangevraagd nadat het rijk een besluit heeft genomen. Ook kan de hoogte van de subsidie niet worden vastgesteld zolang de rijks- en provinciale subsidies niet bekend zijn. Dit proces werkt sterk vertragend op de onderhoudswerkzaamheden waarbij de aanvragers zeer lang (tot anderhalf jaar) in onzekerheid blijven over de hoogte van de totale subsidie.

•

Aanleveren van de juiste gegevens De aanvraag bij de gemeente is vormvrij. Wel worden in de verordening de gegevens opgesomd die bij een aanvraag dienen te worden aangeleverd. Uitgegaan wordt daarbij van het idee dat informatie die bij rijk en provincie is ingediend (met name het 6-jarig onderhoudsplan) kan dienen voor beoordeling van de aanvraag bij de gemeente. In de praktijk blijkt dit toch vaak nog problemen te geven doordat niet de juiste of onvolledige informatie wordt aangeleverd. Hiervoor zal een standaard aanvraagformulier worden vastgesteld.

•

Berekening en uitbetaling van de subsidie De rijkssubsidie wordt uitbetaald in zes gelijke termijnen, onafhankelijk van de in het betreffende jaar uitgevoerde werkzaamheden. De provinciale subsidie wordt als voorschot voor zes jaar in eens uitbetaald bij verlening van de subsidie. Het gemeentelijke systeem voorziet echter in subsidieverlening per jaar waarbij bovendien rekening gehouden dient te worden met de hoogte van de rijks- en provinciale subsidie. Dit systeem is niet in overeenstemming te brengen met de werkelijke subsidiebehoefte van een project in het betreffende jaar.

Pagina 6

Onderwerp: Actualisering Erfgoedverordening 2018

Gezien het bovenstaande is besloten de subsidieregeling voor grote onderhoudsprojecten als volgt te wijzigen: o

In plaats van een jaarlijks wisselend budget een vast budget per jaar (aan uw raad wordt

o

Subsidie op basis van deze regeling uitsluitend voor gemeentelijke monumenten beschikbaar

voorgesteld hiervoor een budget van€ 100.000 per jaar beschikbaar te stellen); te stellen; o

Een vast subsidiebedrag van 60% van de subsidiabele kosten beschikbaar te stellen;

o

De subsidie voor zes jaren in plaats van voor één jaar te verlenen;

o

Subsidies in principe te bevoorschotten in plaats van achteraf uit te betalen.

Daarnaast is besloten om de subsidieregelingen - conform VNG modelverordening - niet langer in de Erfgoedverordening op te nemen maar hiervoor een aparte beleidsregel op te stellen. Dit verhoogt de bestuurlijke flexibiliteit.

De juridische vertaling van de voorgestelde wijzigingen in de verordening is in detail weergegeven in het bijgevoegde Was - Wordt overzicht.

Relatie met omgevingsplan Veel van de onderwerpen die tot nu toe in de Erfgoedverordening geregeld zijn moeten in de toekomst, in het kader van de nieuwe Omgevingswet, in het Omgevingsplan geregeld worden. Het gaat daarbij om regels over de fysieke leefomgeving. Deze onderwerpen, zoals de aanwijzing tot gemeentelijk monument, vergunningverlening, beschermde stads- en dorpsgezichten, rijksmonumenten en archeologie zullen dan uit de Erfgoedverordening verdwijnen. De gemeenteraad is bevoegd tot vaststellen van het omgevingsplan (artikel 2.4 Omgevingswet). De gemeenteraad is dus ook bevoegd voor het aanwijzen van gemeentelijke monumenten in het omgevingsplan. Delegatie aan B&W is mogelijk op basis van artikel 2.8 van de Omgevingswet. In de bruidsschat is een overgangsbepaling opgenomen voor de huidige gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten. Tot het moment dat het tijdelijke omgevingsplan wordt omgezet in een omgevingsplan (uiterlijk 2029 maar dat kan ook eerder) kunnen nieuwe gemeentelijke monumenten nog worden aangewezen op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening. De wijziging van artikel 3.16 Erfgoedwet door de lnvoeringswet Omgevingswet wordt daartoe uitgesteld, zodat de verordening ook in deze overgangsfase nog van kracht blijft.

Gemeenten kunnen er echter ook meteen voor kiezen om nieuwe gemeentelijke monumenten te beschermen in het omgevingsplan. Ook de andere genoemde onderwerpen blijven nog onderdeel uit maken van de Erfgoedverordening. Wel zullen deze onderwerpen nu al zodanig geformuleerd worden dat zij straks zonder veel wijzigingen naar het Omgevingsplan omgezet kunnen worden. In het kader van het opstellen van de nieuwe erfgoedvisie (wordt aan gewerkt) zal bezien worden wanneer nieuwe thema's met betrekking tot het erfgoed die straks in het Omgevingsplan zullen moeten worden behandeld, zoals cultuurlandschappen en roerend of immaterieel erfgoed, zullen worden uitgewerkt. Naar verwachting zal een voorstel in hoofdlijnen voor deze erfgoedvisie eind 2023 aan de raad worden voorgelegd.

Pagina 8

Onderwerp: Actualisering Erfgoedverordening 2018

Bijlage(n): Bijlage 1.

Collegebesluit 6 juni 2023

Bijlage 2.

collegebesluit Beleidsregel Erfgoedsubsidies Roermond 2023

Bijlage 3.

Was-Wordt overzicht

Bijlage 4.

verslag werkgroep Monumentenoverleg

Bijlage 5.

Concept Erfgoedverordening Roermond 2023

bijlage 6.

Concept beleidskaart archeologie

bijlage 7.

Concept raadsbesluit Erfgoedverordening Roermond 2023

bijlage 8.

Motie M10 20M42 Zorg voor erfgoed

bijlage 9.

Motie M05 20M37 Onderzoek Erfgoedverordening 2018

Pagina 7

Onderwerp: Actualisering Erfgoedverordening 2018

Financiële gevolgen Het voorgestelde jaarlijkse bedrag van€ 100.000 voor subsidies in de kosten van onderhoud aan bijzondere categorieën van gemeentelijke monumenten is gebaseerd op een schatting van de jaarlijkse subsidiebehoefte op basis van de voorgestelde regeling. De werkelijke subsidiebehoefte hangt sterk af van het aantal ingediende aanvragen en van de omvang van de geplande werkzaamheden. De meerkosten van de aangepaste erfgoedverordening zijn structureel€ 100.000 per jaar. Per abuis is deze ontwikkeling niet meegenomen in de kadernota 2024. Aangezien het niet wenselijk is om separaat een begrotingswijziging in te dienen voor losse raadsvoorstellen, zullen deze kosten onderdeel moeten zijn van het begrotingsproces 2024.

Communicatie en participatie Het voorstel is besproken met een werkgroep met vertegenwoordigers van het Monumentenoverleg (Stichting Ruimte en Bond Heemschut). Binnen de werkgroep bestond positieve consensus over de grote lijnen van de uitgangspunten van dit voorstel (voor een conceptverslag van de werkgroepvergadering zie bijlage 2). Met monumenteigenaren heeft geen overleg plaatsgevonden. Wel zijn de subsidieregelingen, in het kader van het opstellen van de Kerkenvisie, besproken met eigenaren van monumenten bestemd voor de eredienst. De nieuwe subsidiebeleidsregel en de nieuwe erfgoedverordening zullen op de gebruikelijke wijze formeel worden bekendgemaakt (elektronisch gemeenteblad). Verder zullen de besluiten ter kennis worden gebracht van het Monumentenoverleg.

Uitvoering en evaluatie De nieuwe erfgoedverordening en de beleidsregel erfgoedsubsidies zullen na twee jaar geëvalueerd worden.

Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouder de (wnd) secretaris,

-

de

d)burgemeester,

• (s2 S.C.J. Scheepers Ter inzage:

0. Hoes

\

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=2f2dd7c6-a6b5-4aa6-8375-f9bf44fbbf04