CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Roermond Excerpt cie Ruimte 7 februari 2022

Gemeenteraad 17 februari 2022, gemeente RoermondBij agendapunt: Roerdelta fase 2 en 316.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Excerpt Commissie Ruimte 7 februari 2022 Voorzitter: mevrouw Marij Cox.

11. Raadsvoorstel Roerdelta fase 2 en 3 De voorzitter: Dames en heren. Er zijn een aantal woordmeldingen die ik gewoon even langs zal lopen. Als eerste de heer Van Rey namens de LVR. De heer Van Rey: Mevrouw de voorzitter, hartelijk dank. Allereerst zou ik aan u en de griffier willen vragen om de idiote brief van het college aan VolkerWessels van heden aan de agenda toe te voegen, zodat iedereen in Roermond van die brief kennis kan nemen. Ik heb de brief rond 6 uur gezien en ik moet zeggen dat ik zelden in mijn leven zo’n onbeleefde brief heb gelezen. Ik citeer uit de brief: “Daarmee passeert zij – dat is Roerdelta BV – de concerndirectie en ons college van B&W”. Typisch dat eerst de concerndirectie wordt genoemd en dan het college, maar hierin komt precies naar voren wat de bestuursstijl van dit college is geworden. Het is een arrogantie die ik zelden heb gezien, maar die wel overeenkomt met ervaringen van ondernemers in Roermond die bang zijn om raadsleden te benaderen en/of op het Sprekersplein te komen, want dan krijgen ze straf. En nu moet ook de grote baas van VolkerWessels, meneer Langenhuizen, gestraft worden. In wat voor tijd leven wij hier? Gelukkig, zeg ik erbij, wenden vele instanties zich rechtstreeks tot de raad. De Stichting Ruimte, die zich vaker tot de raad wendt, heeft nog nooit een brief gekregen dat ze daarmee het college passeert.

Ik zou daarom allereerst een reactie willen hebben van de wethouder. Is er een collegevoorstel over geweest, of hoe is dat gegaan? Ik weet niet of de wethouder het overleg met Roerdelta heeft bijgewoond, maar daarin hebben we daar ook vragen over gesteld. Wij vinden het jammer, want dit is een beschadiging van ondernemend Roermond. Nautilus heeft ook al zo’n kwaaie brief gekregen. Ze hadden het jubileumboek aangeboden en dat hebben ze retour gekregen, omdat de brief die Nautilus had gestuurd het college niet aanstond. Het is een Calimerogedrag dat z’n weerga niet kent. Ik hou er nu maar over op. Het is heel goed dat er verkiezingen komen, waar dit arrogante bestuur de rekening gepresenteerd zal krijgen. Voor ons liggen het raadsvoorstel en de raadsinformatiebrief. Ik heb de wethouder voor economische zaken en volkshuisvesting nog nooit zo actief gezien met foto’s op Facebook. Van zaken waar negen jaar aan gewerkt is wordt nu ineens een plaatje geschoten. Het gebeurt vaker dat bestuurders aan het einde van hun bestuursperiode nog een sprintje trekken, terwijl in vele dossiers sprake was van een surplace, ook in dit dossier. De raadsinformatiebrief en het raadsvoorstel zijn, om de woorden van het college zelf te gebruiken, ‘hatseflats’ in elkaar gezet. Kijk maar naar de brief van Roerdelta BV over wat zojuist is besproken.

Dat heeft gezorgd voor een boemerangeffect bij de ontwikkelaar. Kijk naar de reactie van Nautilus en kijk naar de reactie van Helenawerf. Kunt u zich nog herinneren wat wij hebben gezegd? “Als deze wethouder doorgaat op de wijze zoals ze in het verleden heeft geopereerd, komt er niets van terecht in deze bestuursperiode.” En kunt u zich nog herinneren wat wethouder Waajen zei bij haar aantreden in 2018? Ik citeer haar letterlijk: “Ik ga het anders doen. Ik ga het anders doen dan voormalig wethouder Fick-Moussaoui.” En, voorzitter, dat is gebleken, want we zijn geen stap vooruit gekomen. Vorige week zei ze in de commissievergadering, bij het agendapunt ‘orde van de vergadering’: u als raad zit achter het stuur. Dat zei meneer Langenhuizen ook. Wat een kolder! We zitten niet achter het stuur, de wethouder zit achter het stuur. De raad vraagt meestal om extra gas te geven, maar dat wordt zelden gehonoreerd. De wethouder staat vaak op de rem met nota’s, procesvoorstellen, visies, vergezichten et cetera. Natuurlijk bepalen wij de route dan in de raad met voorstellen en kunnen we op de inhoud bijsturen, en dat is gebeurd – althans getracht – met amendementen en wijzigingsvoorstellen. Ik kan het ook nog anders vertellen: de

2 laatste vier jaar zijn als verloren te beschouwen op het dossier van Roerdelta. De belastingbetalers, de inwoners van Roermond, zijn een miljoen armer geworden aan inhuur van externe projectleiders op dit project, terwijl er dringend behoefte is aan wonen op en nabij het water, zoals iedereen met ons eens zal zijn. Er is veel te veel geld uitgegeven aan bureaus, totaal zonder resultaat. Tot nu toe hebben we alleen maar te maken gehad met nota’s, praten, inhuren, uitstel, in de la laten liggen. Het raadsvoorstel is een brevet van onvermogen van het huidige stadsbestuur en ook de coalitiepartijen, want steeds hebben de coalitiefracties als lammetjes voorstellen van B&W bij Roerdelta gevolgd. De LVR-fractie heeft gevochten als een leeuw om met andere voorstellen te komen. Eventjes ter opfrissing van het geheugen: het programma van eisen in maart 2019 werd in de commissie afgeschoten. Dat was een unicum. Er kwam een nieuw voorstel, dat in 2019 is behandeld. De LVR heeft toen voorstellen gedaan die door de coalitie niet zijn overgenomen. Wij hebben toen ook tegen het voorstel voor het programma van eisen gestemd. Dan de grondexploitatie, in hetzelfde jaar: op 19 september aangenomen met 16 tegen 14 stemmen. En dan, voorzitter, het Leidend Kader. De LVR-fractie heeft daartegen gestemd. Onuitvoerbaar, dat is wel gebleken uit de brief van Roerdelta.

Brug over de haven, onuitvoerbaar. Een wijk zonder auto’s, onuitvoerbaar. Wij hebben vóór het Leidend Kader heel veel schriftelijke vragen gesteld, voor de mondelinge behandeling voorstellen gedaan, niets van overgenomen. Toen kwam de motie van de VVD om drie stedenbouwkundige bureaus uit te nodigen om plannen te maken. De LVR-fractie heeft tegen de motie gestemd. Wij zijn niet tegen drie stedenbouwkundige plannen, nee: we zijn tegen drie verschillende bureaus. Dat is ook wel gebleken, want het is natuurlijk ook niet opgevolgd. Er is één bureau met verschillende scenario’s. Wij hebben als LVR gevraagd: geef duidelijkheid aan Nautilus en Helenawerf voor hun voortbestaan. We werden weggehoond, maar het college kwam wel met miljoenen voor de Steelhaven. Zo zit het in elkaar in Roermond. Voorzitter. Ik zei zojuist al dat wij tegen drie verschillende stedenbouwkundige bureaus waren. Wij gingen ervan uit, en dat staat ook in het programma van eisen, ik heb het hier voor me liggen, van 2019- Ik zal het schemaatje even laten zien: dit is niet het schemaatje van nu, maar het schemaatje uit 2019. Daar staat ook ‘stedenbouwkundige schetsen’. Ik kom daar dadelijk nog wel eventjes op terug. Wij hebben in de brief gelezen dat KCAP die opdracht verstrekt heeft. Wij willen weten of de gemeente daarmee heeft ingestemd.

Heeft de gemeente toegezegd dat dat bureau ook fase 3 zou doen? Ik vraag dan ook, wat we ook aan Roerdelta hebben gevraagd, om een historisch overzicht van alle besluitvormingsmomenten voor de raadsvergadering. De wethouder heeft het tot nu toe altijd afgewimpeld als wij vroegen om een overzichtje te maken, maar aangezien mevrouw Dolmans al heeft gevraagd om alles wat gezegd is letterlijk uit te werken, willen wij goed voorbereid zijn voor de raadsvergadering en ook dat hebben. Even terzijde: Roerdelta BV was totaal verrast dat het college met 40 tijdelijke woningen is gekomen. Wij hebben, toen we dat hoorden, in de commissie gezegd: dat zal nooit lukken. Inmiddels weten we beter: het gaat niet door. En dat Roerdelta het niet wist, zegt genoeg over de verhoudingen tussen het stadsbestuur en Roerdelta BV. Misschien moeten we over dit stadsbestuur, zoals het college vandaag heeft gedaan, een kwaaie brief naar de nieuwe commissaris van de Koning gaan sturen! In Dagblad De Limburger van 26 januari lazen wij, en ik citeer: “Blijkbaar heeft de politiek in sessies achter gesloten deuren al geoordeeld dat de ideeën van de Amsterdamse landschapsarchitect Steven Delva te hoog gegrepen zijn.” Mijn vraag aan de coalitiefracties is of zij onderling, of in samenhang met BOW al goedkeuring hebben gegeven aan dit raadsvoorstel. Zo ja, dan zitten wij er voor Piet Snot bij.

Maar omdat dat in ieder geval gesuggereerd werd, wil ik dat wel vragen. Hoe kan het tot dit raadsvoorstel hebben geleid, maar vooral ook tot een vertrouwensbreuk? Want zo kun je het toch wel zien. Dat is nog nooit vertoond. Begin ’21 werd door de wethouder verteld dat er geen externe projectleider meer zou komen, maar een interne projectleider. Dat heeft ze triomfantelijk verteld. Wederom is die toezegging door het college van B&W niet nagekomen? Er is weer een nieuwe externe projectleider en het

3 resultaat is blijkbaar dat er nu een voorstel ligt dat kant noch wal raakt. Kan de wethouder toelichten waarom de toezegging niet is nagekomen en waar u het geld vandaan haalt, want in het verleden moesten er altijd aparte budgetten voor komen. En dan komt er iets wat daarstraks ook aan de orde is geweest. Je vraagt je af wat er na vaststelling van het Leidend Kader in 2020 in ‘20-‘21 op dit dossier is gebeurd. Volgens ons niet al te veel. In de brief van Roerdelta staat, en ik citeer uit de laatste alinea op pagina 2: “Het lijkt alsof na het op 14 mei 2020 vastgestelde Leidend Kader niets meer is gebeurd.” Laat me daar een voorbeeld van noemen. Ik liet u al het voorstel zien op pagina 8 van het programma van eisen in 2019. Ik pak dan nu het schema van het raadsvoorstel dat vandaag voorligt. Daarin staat exact hetzelfde, behalve dat er de woordjes stadium 1, stadium 2, stadium 3 en stadium 4 bij staan én het verschuiven van het vaststellen van het stedenbouwkundig beeldkwaliteitsplan naar stadium 3. En dan staat er een toevoeging: 3 scenario’s bij stedenbouwkundige schetsen. Maar schetsen (meervoud), dat stond er al, dus dat wisten we. Dat is nu gewoon een gezocht argument. Tweeënhalf jaar geleden is dat programma van eisen vastgesteld en wat nu voorligt is identiek.

Wie kan mij dat uitleggen? Als de wethouder heeft meegeluisterd met het gesprek met Roerdelta en zij zou nu eventjes hoffelijk ‘ja’ kunnen knikken, dan kan ik mijn vragen daaromtrent achterwege laten en één vraag stellen. De voorzitter: De wethouder was inderdaad aanwezig bij dat overleg. De heer Van Rey: Oké, dan laat ik die twaalf vragen nu achterwege en vraag ik haar of zij in algemene termen een reactie wil geven op wat daar is gezegd en met name wil ingaan op de opmerkingen die gemaakt zijn over de laatste vergaderingen van het planteam en de projectgroep. Dan kom ik bij de risicoparagraaf in het raadsvoorstel. Het is eigenlijk geweldig als je die paragraaf leest: iedereen is een risico, behalve het college. De waterkering, de projectontwikkelaar, zelfs het Q-team en de raad worden genoemd. Het grootste risico is echter dit college van burgemeester en wethouders. Daarom hoop ik dat dat over zes weken anders zal zijn. Het raadsvoorstel is zeer onduidelijk, het geeft precies aan wat we in juni 2019 hebben besproken en ik wacht de beantwoording in eerste termijn met belangstelling af. De voorzitter: Dank u wel. GroenLinks, mevrouw Dolmans. Mevrouw Dolmans: Dank u wel, voorzitter. Ik ben er gewoon een beetje stil van, kan ik u zeggen. Ik weet bijna niet eens meer waar ik moet beginnen met mijn woordvoering over dit dossier.

Laat ik maar starten met de laatste vraag die door de heer Van Rey aan onze coalitiefracties is gesteld: of wij mogelijk achter gesloten deuren een overleg hebben gehad. Nee, dat hebben we niet. Onze fractie is net zo verrast over het raadsvoorstel dat nu voorligt als overige fracties. Ik moet zeggen dat de brieven die wij als raad vanaf 1 februari hebben ontvangen het er niet gemakkelijker op maken. We krijgen de stukken anderhalve week voor aanvang van de commissievergadering, op 1 februari volgt de brief van de projectontwikkelaar, op 2 februari ’s middags krijgen we een brief van Helenawerf, vandaag nog een brief van Nautilus en eveneens vandaag, om half zes vanmiddag, de reactie van het college op de brief van de projectontwikkelaar. Voor een raadslid dat ook nog ergens anders werkt is het bijna niet meer bij te benen hoe je dit allemaal moet interpreteren. Zojuist is er ook nog de woordvoering van de projectleider bij gekomen naar aanleiding van de brief en dan zouden wij nu stante pede alle bagage moeten kunnen samenvatten! Dat maakt het erg ingewikkeld om dit dossier te kunnen volgen. Laat ik beginnen bij wat we wel weten, en dat is het raadsvoorstel dat voorligt. Dat is het enige waarop we nu wellicht met goed fatsoen kunnen reageren. GroenLinks heeft daar één woord voor, en dat is: teleurstelling.

Want het is natuurlijk niet mogelijk om scenario’s te kiezen die überhaupt niet vallen onder dat Leidend Kader. En dan ga ik eens helemaal terug naar boven,

4 naar pagina 1 van het raadsvoorstel. Al bij de inleiding staat: “Het doorlopen van deze stappen betekent dat u in de tweede helft van dit jaar een stedenbouwkundige variant kunt vaststellen”, met daarbij tussen haakjes onderstreept: “vanaf nu noemen we dit scenario”. En dan volgen drie scenario’s. Laat ik proberen in beeldspraak iets uit te leggen. Stel dat je gaat trouwen en je gaat voor je huwelijkspak naar een kledingmaker met de vraag: ik wil een mooi maatpak voor mijn trouwdag, en daar heb ik toch wel wat randvoorwaarden bij. En dan kom je daar en dan zegt hij: ik heb drie verschillende pakken voor u klaar liggen. Dan is het toch heel vreemd als je op je sokken en alleen je ondergoed naar buiten loopt! Dat is niet een van de scenario’s die je voor je hebt als je denkt in een maatpak te gaan. Zo kijken we ook tegen deze drie scenario’s aan. Er zitten gewoon twee scenario’s bij die al niet voldoen aan het Leidend Kader, dus niet aan de afspraak die we gemaakt hebben om naar die kledingmaker te gaan: dit is mijn maatpak. Je kunt zeggen dat je gouden knopen wilt, of zilveren, maar toch geen blik aan mijn pak! Je wilt toch niet zeggen: ik ga op sokken naar buiten en ik doe daar mooie Adidas-slippers bij. Ze zijn trouwens mooi voor degenen die ze dragen, maar toch niet onder het maatpak zoals iemand dat bedacht heeft.

Nee, dan ga je toch voor de mooie gelakte schoenen en dan kun je kijken of daar nog figuratie op staat of zo, maar je gaat niet op blote voeten of slippers naar buiten. Met deze scenario’s lijkt het een beetje zo te zijn. Scenario A: stedelijke gebiedsuitstraling met nauwelijks groen in de wijk. Als er iéts in dat Leidend Kader staat, dan is het toch wel: groen in de wijk. Dan is het eigenlijk al een niet-scenario. Bij scenario B is sprake van beperkter groen in de wijk dan bij scenario C. Bij C is het veel groen in de wijk. Dan kun je eigenlijk alleen nog maar C kiezen, want groen valt al af. En dan parkeren op de landtong. Wij zijn absoluut tegen parkeren op de landtong. In het Leidend Kader werd een beeld geschetst waar wij allemaal als raad, op de partijen na die tegengestemd hebben, enthousiast over waren. Wij vonden dat een mooi plaatje voor de stad, voor het visitekaartje aan de Maas, en dat wordt nu uitgekleed. We voelen ons dan eigenlijk een beetje bekocht, of laat ik het zo zeggen: teleurgesteld. Wij hebben ooit een motie vastgesteld om ..[0:23:06].. varianten, c.q. schetsen te kiezen. In ons ideaalplaatje waren dat drie stedenbouwkundigen. Dat was niet te betalen, niet haalbaar en dat zijn drie varianten geworden. Vooruit, daar hebben we dan in meegestemd.

Maar als het dan is: twee kleden we uit, dan wordt dat in ieder geval niet gekozen, en die derde schuurt richting dat Leidend Kader, dan is wat dat overblijft, ja, gewoon een teleurstelling. Nu wil ik nog eventjes teruggrijpen op de eerste drie kwartier, althans voor zover ik het kon bijhouden, want die hele woordenstroom maakte het onmogelijk om alles op te schrijven, vandaar dat ik ook het verzoek heb gedaan om het te laten uittikken. Er zijn haalbaarheidsstudies gedaan en die hebben aangetoond dat het Leidend Kader, drie varianten, drie haalbaarheidsstudies, financieel haalbaar is. Wanneer krijgen wij die drie haalbaarheidsstudies te zien en waarom liggen die niet ten grondslag aan het raadsvoorstel dat hier ter discussie staat? Hier wil ik het voor de eerste termijn even bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Het CDA, meneer Niessen. De heer Niessen: Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen met de vraag van de heer Van Rey of in de coalitie achter een deur een afspraak is gemaakt om het raadsvoorstel te steunen. Nee, heel zeker niet. Ik kan er wel bij zeggen dat het raadsvoorstel niets meer is dan een uitwerking van het beleid, van de kaders die de raad zelf heeft meegegeven. De raad heeft meegegeven drie varianten uit te werken, en dat ligt hier voor. Het is ook een procesvoorstel, dus ik vind het niet chic om er nu verder op in te gaan.

De hamvraag is wel, en dat is in deze eerste termijn de enige vraag die ik wil stellen: wat is de specifieke reden dat de drie scenario’s niet, geheel of gedeeltelijk, passen binnen de kaders van het Leidend Kader? De voorzitter: Dank u wel. Demokraten Swalmen, meneer Tobben.

5 De heer Tobben: Dank u wel , voorzitter. Goh, wat een dynamische avond al vanaf 7 uur! Roerdelta, de schakel tussen stad en de Maas. Laat ik beginnen met in ieder geval één centrale vraag aan de portefeuillehouder. Wat is de visie van de wethouder op de vraag hoe het zo ver heeft kunnen komen? De heer Niessen zei zich alleen te willen beperken tot het raadsvoorstel met scenario’s, omdat alleen dat nu eenmaal voorligt. Ik begrijp dat wel, maar gezien de situatie die is ontstaan willen we ook graag antwoord op vragen over een aantal onderliggende zaken. De vraag met betrekking tot KCAP bijvoorbeeld. Ik weet niet of het al eerder is gevraagd, maar klopt het dat die opdracht niet verstrekt is en wat is daar de reden van? De heer Van Rey: U bedoelt voor fase 3 hè? De heer Niessen: Ja. De heer Van Rey: Oké, want er ging ook nog een belangrijke vraag aan vooraf, namelijk of het voor fase 2 wel het geval was. Ik wil u niet graag corrigeren, maar ik vraag het voor de duidelijkheid, anders haken de kijkers af. De heer Niessen: Fijn dat u er dan nog bent! Maar stel nu dat er geen keuze gemaakt wordt voor deze scenario’s, oftewel voor het raadsbesluit dat nu voorligt, wat betekent dat dan voor de voortgang van fase 2, maar ook van fase 3? We hebben gezegd dat we het aan elkaar willen koppelen, dat er integraliteit moet zijn tussen fase 2 en fase 3.

Stel dat we nu niet kiezen voor deze drie scenario’s, wat gebeurt er dan? De volgende vraag ligt in dezelfde lijn: stel, we kiezen er wel voor, wat is dan het verschil? Iedereen heeft het hier over het Leidend Kader en het al dan niet passen van de scenario’s binnen dat Leidend Kader. De vraag is: hoe kijkt u daartegen aan? Wat zijn voor u de voorgestelde scenario’s ten opzichte van het Leidend Kader dat we met de raad bepaald hebben? Over Helenawerf heeft volgens mij ook collega Zwijnenberg iets gevraagd. Wij hadden in ieder geval de vraag wat nu de huidige status is. In het voorstel hebben we gezien dat de huur automatisch verlengd wordt en afloopt per 1 mei 2022. Als er dan nog geen schop in de grond is, ontstaat er weer een nieuwe situatie. Afsluitend nog een belangrijke vraag: hoe gaat u ervoor zorgen dat alles weer op één lijn terechtkomt? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Zwijnenberg, VVD. De heer Zwijnenberg: Voorzitter, hartelijk dank. Laat ik in navolging van collega Van Rey ook starten met de brief aan de Raad van Bestuur van VolkerWessels van vandaag. Als je die stap zet, moet de frustratie wel erg groot zijn, want je weet dat dan de koers heel ver uit elkaar komt te liggen en dat je er heel veel energie in zult moeten steken om ook weer de verbinding te gaan zoeken.

Ik denk dat de brief ook iets zegt over onze bestuurscultuur – dat begrip valt wel vaker in commissie- of raadsvergaderingen – en de wijze waarop we de verbinding wensen te maken met onze omgeving. Kennelijk moet het zo zijn dat je eerst met ambtelijke medewerkers spreekt, maar ambtelijke medewerkers spreken namens of voor het college en als je uitgesproken bent met ambtelijke medewerkers, word je verwezen naar de concerndirectie, maar ook de concerndirectie spreekt namens of voor het college. Zelfs als je naar de individuele wethouder gaat, zeg ik tegen mevrouw Waajen, spreekt die wethouder volgens mij namens of voor het college. Maar hier wordt in ieder geval de aanbeveling gedaan om eerst richting het college te gaan, voordat je in de richting van de raad gaat. Alsof het een dossier uit duizenden is! Ik hoef, denk ik, niet toe te lichten wat het bijzondere karakter is van dit dossier. Juist vanwege het bij-

6 zondere karakter van dit dossier is het natuurlijk aangewezen dat de portefeuillehouder er bovenop zit, want je zult er ook bestuurlijke sturing aan moeten geven. Dat roept bij mij de vraag op – en die heb ik ook gesteld in de richting van Roerdelta BV – hoe vaak de portefeuillehouder in de voorbije anderhalf jaar heeft gesproken met Roerdelta en wat exact de laatste keer is geweest dat zij met Roerdelta heeft gesproken. Voorzitter, dan kom ik bij de commissievergadering. Laat ik beginnen bij de raadsinformatiebrief, de vragen die de VVD-fractie hierover heeft gesteld en de antwoorden die wij recent van het college hebben ontvangen. De verzuchting van mevrouw Dolmans – laat ik dat ook meteen maar zeggen – kan ik heel goed begrijpen, want het is wel ontzettend veel informatie die op je af komt, ook al heb ik tegen het college gezegd, omdat ik de vragen al stelde vlak voor de kerst: u mag er wat langer over doen dan de gebruikelijke veertien dagen. Maar als je dan uiteindelijk vaststelt dat je kortelings voor deze commissievergadering de gevraagde informatie krijgt, dan heb je inderdaad wel het een en ander te lezen. In het collegevoorstel van 4 oktober 2021 is al sprake van een nagenoeg afgerond stedenbouwkundig plan.

Ook de ontwikkelaar geeft in zijn brief aan dat er sprake is van een nagenoeg gereed definitief stedenbouwkundig plan, dat zelfs besproken is met de leden van het Q-team. De ontwikkelaar gaf in het informeel overleg op een vraag van collega Van Rey zelfs aan dat dit definitieve stedenbouwkundig plan er al voor de zomer van 2021 lag. In de beantwoording van de vragen van mijn fractie hierover naar aanleiding van de raadsinformatiebrief merkt u op dat de eerdere opmerking in het collegevoorstel voorbarig is. Ja, en dan vraag je je natuurlijk af: wie spreekt hier nou niet de waarheid? En wat betekent dit voor de scenario’s die u thans voorlegt? Het lijkt nu eerder op een soort verplichte oefening voor de bühne, want u hebt kennelijk met de ontwikkelaar en het Q-team al de keuze gemaakt, en de raad heeft het nakijken, en niet alleen de raad, maar ook onze inwoners. Zo dadelijk komt er ook weinig terecht van de toegezegde burgerparticipatie. Ik kom daarop straks nog terug. Op het punt van de haven- en steigerveiligheid spreken zowel Nautilus als Helenawerf hun bezorgdheid uit. Mijn fractie vindt het wat te gemakkelijk om de verantwoordelijkheid hiervoor volledig bij hen neer te leggen.

Als er dringend noodzakelijke investeringen nodig zijn, met een verdientermijn die uitstijgt boven de exploitatieduur, zal er naar mijn mening in goed overleg naar een compensatie moeten worden gezocht. Naar de mening van de VVD-fractie moet er een model te ontwerpen zijn waarin de compensatie afneemt naar mate de exploitatieduur langer wordt. De vraag is uiteraard: is het college hiertoe bereid? In de raadsinformatiebrief wordt ook aangegeven dat bij de ontwikkelaar sprake zou moeten zijn van verandering van rolopvatting. In de beantwoording van onze vragen geeft u aan dat de rolopvattingen niet altijd duidelijk zijn. ‘Veranderen’ en ‘niet duidelijk zijn’ zijn voor mij echter twee verschillende zaken. Wat zou er dan aan de rolopvatting van de ontwikkelaar volgens het college moeten veranderen? Voorzitter. Burgerparticipatie. Het programma van eisen, vastgesteld door de gemeenteraad, is hierover klip-en-klaar. Stedenbouwkundige varianten worden onderworpen aan burgerparticipatie, het opstellen van het stedenbouwkundig plan wordt onderworpen aan burgerparticipatie, en nu moeten we lezen in de brief van de ontwikkelaar dat zelfs al het definitieve stedenbouwkundige plan nagenoeg gereed is! Het lijkt er dus op dat alle toezeggingen ten spijt van heuse burgerparticipatie weinig terechtkomt.

Welke betekenis komen de stedenbouwkundige varianten dan nog toe, of het traject van burgerparticipatie dat hiervoor apart moet worden ingeregeld, als het definitieve stedenbouwkundige plan al nagenoeg gereed is – zelfs al vóór de zomer van 2021, hoorden we zojuist? De omstandigheid dat er al een nagenoeg definitief stedenbouwkundig plan op tafel ligt spreekt, denk ik, al boekdelen, zonder dat er enige vorm van burgerparticipatie of betrokkenheid van de raad is geweest. Voorzitter. Dan het stedenbouwkundig beeldkwaliteitsplan. U doet het plotseling voorkomen alsof het Leidend Kader hetzelfde is als een beeldkwaliteitsplan. Het stedenbouwkundig beeldkwaliteitsplan vormt voor de gemeenteraad juist de garantie om de kwaliteitseisen en het ambi-

7 tieniveau aan de voorkant van het proces te waarborgen. Er zijn in het eerdere besluitvormingstraject van de raad voldoende zwaarwichtige redenen de revue gepasseerd – ik verwijs naar de commissie- en raadsvergaderingen in april/mei 2019 – om de mate van detail groot te laten zijn. En nu geeft u in feite aan: niet nodig voor de besluitvorming, terwijl de raad anders heeft besloten. Het lijkt erop alsof u de spelregels tijdens de wedstrijd wilt wijzigen. Het programma van eisen heet volgens mij niet voor niets zo, u heeft zich eenvoudigweg aan dit programma te houden, zolang goede argumenten ontbreken om hiervan af te wijken. U geeft ook aan dat er ondanks de complexiteit van het dossier voortgang is geboekt. Nautilus ziet dit anders, Helenawerf ziet dit anders en ook de ontwikkelaar ziet dit anders. Welke voortgang heeft u dan volgens u gerealiseerd? Of spreken we hier over, en dan citeer ik u “niet-inhoudelijke feitelijkheden of gevoelens en beelden bij belanghebbenden”, zoals u dat zo mooi omschrijft in de beantwoording? Ja, voorzitter, en dan kom ik bij het raadsvoorstel. Plotseling, bijna uit het niets, wordt de raad op vijf A4’tjes voorgesteld in te stemmen met drie voorgelegde scenario’s, omdat het zo zou zijn bepaald in het programma van eisen.

De raadsinformatiebrief van 21 december zou in de eerstvolgende commissievergadering besproken worden, zo spraken we tijdens de laatste raadsvergadering af. En u gaat er kennelijk al direct van uit dat er via het informeren van de raad ook bestuurlijk draagvlak is voor een koersverandering. Ik denk niet dat het in de omgang tussen college en raad zo functioneert. Ik begrijp ook de plotselinge haast niet, want voor het bestrijden van verkiezingskoorts bestaan andere medicijnen. Voorzitter. De VVD- fractie leest het programma van eisen heel anders en wij hebben begrepen dat ook de ontwikkelaar het nóg weer heel anders ziet dan het college en de raad, want de ontwikkelaar heeft eigenlijk het Leidend Kader als uitgangspunt genomen. Ik heb u in diverse bijeenkomsten gevraagd naar de relatie tussen het programma van eisen en het Leidend Kader en u hebt altijd geantwoord dat beide documenten complementair aan elkaar functioneren. Ik zie u ‘ja’ knikken. Dat is ook zoals het geantwoord is. Alleen, het verbaast mij dat de ontwikkelaar zojuist in ieder geval deed alsof het programma van eisen voor hem niet meer bestaat. Voorzitter.

Het stedenbouwkundig beeldkwaliteitsplan wordt nu verder opgeschoven in het proces, alsof de raad niet meer dan uitvoerig met u gesproken heeft over de gewenste kwaliteit, alsof u de raad niet in het programma van eisen het belang van concrete kwaliteitseisen en goede formulering van ambitieniveau aan de voorkant van het proces hebt meegegeven. Die ommezwaai onder verantwoordelijkheid van hetzelfde college en dezelfde portefeuillehouder wordt in het voorliggende raadsvoorstel nog niet eens toegelicht. Voorzitter. Het college geeft aan dat we aan het begin zitten van stadium 2, en dat is een heel interessante constatering, want stadium 1 is afgerond met de vaststelling van het programma van eisen op 6 juni 2019. Je vraagt je werkelijk af wat er dan in de tussenliggende tijd is gebeurd. Waar is het tijdsverloop aan te wijten? De ontwikkelaar geeft aan dat we ons bevinden aan het einde van fase 3. Het definitieve stedenbouwkundige plan is nagenoeg gereed en moet alleen nog door de gemeenteraad worden vastgesteld. Je zou bijna denken dat het college en de ontwikkelaar elkaar na de vaststelling van het programma van eisen door de raad in de voorbije drie jaar niet meer hebben gesproken.

Het programma van eisen geeft ook aan dat de varianten/schetsen in ten minste twee participatiebijeenkomsten worden voorgelegd aan onze inwoners, om na te gaan hoe de vertaling van de kwaliteitsbeleving wordt ervaren en om na te gaan waar de voorkeuren liggen. Pas daarna worden deze aan college en raad voorgelegd in opnieuw ten minste twee participatiebijeenkomsten. Waarom negeert het college de voorgeschreven burgerparticipatie volgens het programma van eisen? En waarom is er opeens sprake van slechts één stedenbouwkundige variant met drie scenario’s, inclusief bijbehorende schetsen? In het programma van eisen wordt aangegeven dat de gemeente Roermond streeft naar een zo hoog mogelijke kwaliteit, en dat klinkt natuurlijk als muziek in de oren. In paragraaf 2.4 wordt aangegeven dat kwaliteit en ambitie aan de voorkant van het ontwerpproces vorm moeten worden gegeven. Dat vereiste wordt in feite nu dus losgelaten. Ook de belangrijke rol van het Q-

8 team wordt in deze paragraaf vastgelegd. En nu lezen we in het raadsvoorstel dat het goed mogelijk is dat het Q-team er zich niet in kan vinden om scenario’s te toetsen die niet voor honderd procent voldoen aan het Leidend Kader. Misschien wordt het ook tijd dat de commissie Ruimte met het Q-team gaat praten, voordat het Q-team wellicht z’n opdracht teruggeeft. Het programma van eisen stelt ook eisen aan de burgerparticipatie. Hoe realiseren wij de verdiepingsslag die wij zo graag via burgerparticipatie willen bereiken? Voorzitter, ik kom bij de drie scenario’s. Hoe reëel is de door het college voorgelegde keuze tussen drie scenario’s, wanneer je je realiseert dat ze niet voldoen aan het Leidend Kader, of de uitgangspunten van het programma van eisen? In feite is het een schijnkeuze. Hoe reëel is de voorgelegde keuze, nu de ontwikkelaar de drie scenario’s als een stap terug aanmerkt? Scenario A zou volgens de ontwikkelaar bovendien in strijd zijn met het Leidend Kader en de haalbaarheid van het plan Roerdelta in z’n geheel in gevaar brengen. Hoe reëel is scenario C? Heeft het college al met Rijkswaterstaat gesproken? Als Rijkswaterstaat een ‘no go’ uitspreekt over de voetgangersbrug, is dit scenario ook meteen van tafel. En als je scenario C als een combinatie van ideaal en financieel onhaalbaar zou aanmerken, lijkt het erop alsof het college de raad in scenario B wil duwen.

Voorzitter. De VVD-fractie vindt de voorgelegde scenariokeuze onjuist. De belangrijkste stedenbouwkundige keuzes – wel of geen voetgangersbrug, de ligging van de boten in de haven, de parkeeroplossing, de invulling van de Steelhaven, de invulling van de waterkering en ruimte voor groen, sport en recreatie – worden als pakket gebundeld in drie scenario’s, scenario’s die in beton zijn gegoten. En als één stedenbouwkundig aspect niet realiseerbaar is, valt het hele scenario af. Het is veel beter om niet de afweging per scenario te maken, maar per stedenbouwkundige keuze. Die aanpak vraagt naar mijn mening om een ander raadsvoorstel. Voorzitter. Kijk ik in het raadsvoorstel naar de stedenbouwkundige schetsen, dan stel ik teleurgesteld vast dat hieruit niet de stedenbouwkundige kwaliteit blijkt die de VVD-fractie voor ogen had bij de vaststelling van het programma van eisen en het Leidend Kader. Het moge zo zijn dat de mate van detail past bij stadium 2 van het college, maar de mate van detail past niet bij de procesbeschrijving uit het programma van eisen. Voorzitter. Ik herinner me nog de motie van mijn fractie, mede ingediend door de SP, om de samenhang te borgen tussen Roerdelta fase 2 en Roerdelta fase 3. De portefeuillehouder verklaarde deze motie overbodig, en de stemverhouding: de volledige oppositie voor de motie, alle coalitiepartijen tegen de motie.

Ja, voorzitter, dan ligt op dit moment, denk ik, de vraag voor de hand: waar is nu de samenhang gebleven tussen Roerdelta fase 2 en Roerdelta fase 3? Dat brengt mij ook tot de vraag of wij de drie scenario’s van Roerdelta Projectontwikkelingsmaatschappij BV, zoals die zijn uitgewisseld in het decemberoverleg van vorig jaar, al of niet onder geheimhouding kunnen ontvangen. Voorzitter. Ik rond af. Na de vaststelling van het programma van eisen door de raad op 6 juni 2019 is veel tijd verloren. Het beeld van de regisserende gemeente is mijn fractie voorlopig kwijt. De eerste bouwactiviteiten op basis van een onherroepelijk bestemmingsplan zullen in Roerdelta op z’n vroegst pas in 2025/2026 kunnen plaatsvinden. Hierop kunnen de contractuele relaties met Nautilus en Helenawerf alvast aangepast worden. Er zal gewerkt moeten worden aan een nieuwe vertrouwensrelatie tussen college en ontwikkelaar, want het blijft nog altijd onbegrijpelijk dat de ontwikkelaar zich al op het einde van stadium 3 bevindt, terwijl het college pas wil starten met stadium 2. Voorzitter, dank u wel. Tot zover in eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel. D66, meneer Arts. De heer Arts: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met de vraag die aan ons werd gesteld. Er is in achterkamertjes zeker geen akkoord gesloten. Ook wij werden verrast door scenario’s die niet in lijn liggen met het Leidend Kader.

Om de analogie van Anouk Dolmans te handhaven: ook wij denken dat bij een maatpak minimaal mouwen aan het jasje horen te zitten.

9 Op het proces en de communicatie in dit dossier is al heel veel aangemerkt en ook vanavond is er weer veel over gezegd. Wij hebben nog een aantal specifieke vragen. Volgens de projectontwikkelaar eerder vanavond zijn de alternatieve scenario’s bekend bij het college. Ook de kosten en implicaties ervan schijnen al bekend te zijn. Kunt u die met ons delen? Wat is op hoofdlijnen de invulling van deze voorgestelde scenario’s? Verder de vraag of de regels uit de tabel van de drie scenario’s, zoals die in het raadsvoorstel staan, gelijk zijn aan de bouwstenen waarvan de projectontwikkelaar gebruikmaakt in zijn scenario’s. Met andere woorden: zijn de keuzemogelijkheden en de knoppen waaraan straks gedraaid wordt hetzelfde? Volgens de projectontwikkelaar werden ze de afgelopen tijd regelmatig verrast door het college en door de voortgang. Kunt u in het algemeen reageren op die toelichting van de projectontwikkelaar? Een commissievergadering als deze is volgens mij ook bedoeld om de inhoud te bespreken. Daarom nog een aantal echt inhoudelijke vragen over het raadsvoorstel. Er worden vier betrokkenen genoemd met wie de scenario’s gedeeld gaan worden. Wij vragen ons af – de VVD gaf het zojuist ook al aan – of Rijkswaterstaat daar niet bij hoort als beheerder van de Maas en het stroomgebied. Over de tabel zelf hebben we ook nog een aantal specifieke vragen.

Mag van Rijkswaterstaat überhaupt iets gebouwd worden op de landtong? Dat is volgens mij een feitelijke constatering die we zouden moeten maken, omdat anders scenario C al af zou vallen. Kan de landtong die brug bijvoorbeeld dragen, of mag er in dat stroomgebied iets staan? Regel twee: met welk aantal ligplaatsen wordt in totaal gerekend? Ik weet dat het een knop is waar in de drie scenario’s geen verschil wordt gemaakt, maar het maakt voor het totaalplaatje natuurlijk nogal wat uit voor de havens zoals die nu zijn en wat er straks van overblijft, maar vooral ook het aantal parkeerplaatsen dat nog gerealiseerd moet worden. Dus gewoon de feitelijke vraag: van welk aantal ligplaatsen gaan alle drie scenario’s uit? Regel 6, en daarover is al veel gezegd vandaag: waarom is groen bouwen alleen een optie bij scenario 3 en niet bij 1 of 2? Volgens mij wijkt dat zoveel af van het Leidend Kader dat het Leidend Kader helemaal wordt losgelaten. Dat zeggen we ook, omdat hoe langer het project duurt en de doorlooptijd loopt, hoe strenger ook de regels worden qua duurzaamheid, energie en dat soort zaken die landelijk worden opgelegd. Dus hoe realistisch is het minder groen bouwen dan nog, los van het wenselijke? Tot slot.

Bij een groot project als dit is het evident dat de regiefunctie steviger ingevuld moet worden – dat is iedereen wel duidelijk, zeker na vanavond –, en dat de participatie van alle betrokken partijen verbeterd moet worden, zodat de voortgang geborgd kan worden. Want zoals de heer Van Rey in het begin al zei: er is dringend behoefte aan wonen, en iedere verdere vertraging op dit traject is volgens ons onwenselijk. Hierbij willen wij het laten in eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel, meneer Arts. Meneer Hölsgens van de SP. De heer Hölsgens: Dank u wel, voorzitter. Bij de vele zinnige vragen en opmerkingen die naar voren zijn gebracht door collega’s kan ik mij het meest vinden in de woordvoering van mevrouw Dolmans. Na alle inbreng van vandaag, alle stukken die nog zijn binnengekomen en alle informatie die ongetwijfeld nog gaat komen lijkt het mij als burger-commissielid niet verstandig om in mijn eentje nog eventuele standpunten te gaan herzien of bepalen. Door omstandigheden kan ik dat nu ook niet zo heel erg snel terugkoppelen, dus ik neem al deze informatie graag mee terug naar mijn fractie, en dan moet het in de raad maar uitgevochten worden. Ik laat het voor nu even passeren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Er komt ook nog een tweede termijn natuurlijk. Mevrouw Beeren, SPR.

10

Mevrouw Beeren: Dank u wel, voorzitter. We zijn hiermee nu al bijna een uur bezig en daarvoor hebben we drie kwartier vooroverleg gehad. Op een gegeven moment kun je er geen touw meer aan vastknopen wat er allemaal gevraagd is. Wij wachten met spanning het uitgetikte verhaal af waarom mevrouw Dolmans heeft gevraagd. Verder heb ik er op dit moment niets aan toe te voegen. In de fractie wil ik nog een keer goed bespreken wat allemaal de revue is gepasseerd en dan hoort u het wel in de raadsvergadering. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de portefeuillehouder, mevrouw Waajen. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Dank u wel, voorzitter. Hartstikke goed dat iedereen zo betrokken is bij dit grote project voor onze stad. Bij de raadsbehandelingen van het Leidend Kader en het programma van eisen hebben we dat ook gemerkt. Het is een grote wijk die we gaan bouwen en er is een kans om het weer open te maken naar het water. In het burgerparticipatietraject in de eerste lijn is dat ook nadrukkelijk als een van de grote wensen van het publiek meegegeven. Wat vanavond voorligt is een raadsvoorstel namens het college om een belangrijke tussenstap te laten zetten in het verder brengen van dit dossier. Dit voorstel ligt volledig in de lijn van de opdracht die u mij als portefeuillehouder hebt gegeven. Die opdracht was: kom nu met drie scenario’s.

Dat is ook in het PvE aangegeven. Dus alles wat hier gezegd is over de ontwikkelaar die al een stedenbouwkundig scenario klaar heeft liggen: dat mag allemaal zo zijn, maar wij niet. Ik heb de ontwikkelaar ook keer op keer gezegd dat wij met de raad hadden afgesproken dat wij zouden komen met drie scenario’s. De drie scenario’s die nu voorliggen zijn zó opgesteld, dat we aan de knoppen draaien waar we aan kunnen draaien. Er zit een aantal variabelen in. Vorige week heb ik ook in de commissie gezegd dat ik wil voorkomen dat we zaken gaan uitrekenen en doorrekenen, want daar gaat ook tijd en energie in zitten waar u als raad verder geen behoefte aan heeft. U zult het raadsvoorstel ongetwijfeld goed hebben gelezen, daar ken ik u voor, en daar staat ook in dat bijvoorbeeld voor Roerdelta fase 3 nog geen middelen zijn gevoteerd. Natuurlijk, het Leidend Kader geeft de ontwikkeling voor een 10. Zo hebben we er ook bij de behandeling van het Leidend Kader met uw raad over gesproken. Het ambitieniveau ligt heel erg hoog, voor een 10, en het is ook heel goed om zo een project te starten, maar er zijn veel fracties die destijds al bij het Leidend Kader hebben aangegeven: best college, we moeten nog zien of het allemaal haalbaar en betaalbaar is. Wat nu aan u voorligt is een procesvoorstel, waarin wij voorstellen 1.

het allersoberste scenario uit te werken – stel dat er geen middelen zijn en komen voor Roerdelta 3 –; 2. een middenscenario en 3. het optimale scenario C, het Leidend Kader. Als ik mevrouw Dolmans goed begrijp, zegt zij: ik wil het optimale maatpak, ik wil er tóp uitzien en ik realiseer me dat dat geld gaat kosten. Maar wellicht zijn er ook een aantal fracties die zeggen: nou, ik vind het fijn om te weten wat dat top-pak kost, maar ik wil ook graag weten wat een iets soberder variant kost en wat de állersoberste variant kost. Dat is waarom deze drie scenario’s aan u voorliggen en dat is ook het enige wat het college nu aan u voorstelt. Wij gaan graag aan de slag om dit project verder te brengen en die doorrekeningen te maken, zodat u, of uw opvolgers, in Q3 of in Q4 van dit jaar een definitieve keuze kunt maken en daar ook de benodigde middelen bij kunt leggen. Dat is de aard van dit collegevoorstel. Dit wilde ik even vooraf toelichten. De heer Van Rey heeft gevraagd om een reactie op onze brief. De brief van het college spreekt voor zich. Ik heb dat ook woensdag al aan u aangegeven. U als raad zit aan het stuur. Een ontwikkelaar kan zelf scenario’s en een stedenbouwkundig plan hebben, maar ik ben aan het werk namens het college voor u, binnen uw kaders.

Als een partner met wie wij al een hele tijd in gesprek zijn die gesprekken eigenlijk openbreekt en zelf rechtstreeks naar de raad gaat, is dat niet

11 chic en ik vind dat wij als college ook het signaal mogen neerleggen dat het alleen maar moeilijker wordt op het moment dat wij dit gaan tolereren en accepteren. Uw raad zit aan het stuur, u heeft de regie en ik voer namens u uit. Dat is volgens mij de volgorde en zo hebben we die ook verwoord in de brief – aan de directeur overigens en niet aan de Raad van Bestuur. Heeft de gemeente een toezegging gedaan om KCAP ook opdracht te geven? Wij hebben inderdaad gezegd dat wij ook voor fase 3 graag de opdracht aan KCAP verlenen, en die opdrachtverlening wordt nog steeds voorbereid. Maar daartoe zullen eerst door uw raad nog specifiekere keuzes gemaakt moeten worden. Daarom ligt ook dit voorstel voor. Vervolgens vroeg de heer Van Rey hoe het mogelijk is dat dit voorstel er ligt zonder toestemming van de ontwikkelaar. Volgens mij heb ik dat zojuist al toegelicht. U zit aan het stuur, u bepaalt dat en het is niet aan de orde dat wij toestemming zouden moeten hebben van de ontwikkelaar. We moeten samenwerken met die ontwikkelaar, dat doen we, maar dat ik de ontwikkelaar zou moeten vragen of hij het goed vindt dat ik de raad, mijn baas, iets ga voorleggen, is niet aan de orde en ook niet de gewenste volgorde. Ik heb niét aan derden toegezegd dat er geen externe projectleider meer zou komen.

Bij het vertrek van de heer Nouwen heb ik gezegd dat het de bedoeling was voortaan met interne projectleiders te werken. Dat is anders gelopen op dit project. Door de heer Van Rey is de technische vraag gesteld waar dat geld vandaan is gekomen. Dat geldt zat in de begroting die u heeft goedgekeurd. Het stedenbouwkundig beeldkwaliteitsplan is van fase 2 naar 3 geschoven. Ik zou dadelijk graag de projectleider het woord willen geven om dit rustig aan u toe te lichten. In z’n algemeenheid zou ik nog willen meegeven dat, om het stedenbouwkundig plan voor Roerdelta fase 2 af te ronden, eerst een onderzoek dient te worden gedaan naar de scenario’s, zoals door uw raad benoemd in het programma van eisen. Het scenario dat de raad dan in het najaar van dit jaar kiest verwerken we volledig in het definitief stedenbouwkundig plan. Ik zeg dit ook even in de richting van de heer Zwijnenberg: het is wat ons betreft echt niet zo dat er al een stedenbouwkundig plan ligt. U zit volledig aan het stuur en met dit voorstel wordt u volledig in positie gebracht. In onze raadsinformatiebrief is dat proces ook al eerder beschreven. Bij iedere procesovergang zullen we uw raad informeren. De heer Van Rey vroeg ook nog om een reactie op wat de ontwikkelaar heeft gezegd in het voorgesprek.

Ik hecht eraan u te melden dat ook ik wacht op de schriftelijke weergave van het gevoerde gesprek tussen 7 uur en kwart voor 8. Daarna zal ik op eventuele technische vragen van u graag schriftelijk reageren. Mevrouw Dolmans heeft blijk gegeven van teleurstelling. Daarop ben ik eerder al kort ingegaan. U gaat vol voor scenario 3, dat begrijp ik, maar met dit procesvoorstel dragen wij voor de raad bouwstenen aan om te bezien of de lat die we zo hoog hebben gelegd ook haalbaar en betaalbaar is. Maar u blijft in positie om daarin uiteindelijk een keuze te maken. U vroeg waarom de raad de drie financiële haalbaarheidsstudies niet krijgt. Nou, dat zijn haalbaarheidsstudies van de ontwikkelaar en niet van ons. De ontwikkelaar heeft ooit bepaalde budgetten vastgesteld voor bepaalde onderdelen van het plan en geeft aan dat het binnen zijn budgetten kan. De vraag, beste raad, ligt echter niet bij de budgetten van de ontwikkelaar, maar bij uw eigen budgetten en bij de middelen die u wilt voteren voor de ontwikkeling van fase 3. Om daar een goede keuze in te kunnen maken, is het belangrijk dat u ons nu de ruimte geeft om die doorrekeningen te maken. De heer Niessen: wat is de specifieke reden dat de drie scenario’s niet binnen het Leidend Kader zitten? Dat heb ik zojuist uitvoerig toegelicht. Eén scenario zit volledig binnen het Leidend Kader, scenario A niet en B gedeeltelijk.

Dat is om realisme aan te brengen, haalbaarheid en betaalbaarheid ook een plek te geven, maar ook een heleboel andere aspecten mee te nemen in die doorrekening, zodat u in Q3 of Q4 een besluit kunt nemen waarin ook een heleboel andere zaken goed meegewogen zullen zijn, zoals de kosten voor investering, exploitatie en beheer, de sociale coherentie en duurzaamheid, de technische maakbaarheid en haalbaarheid, de waterveiligheid, de exploiteerbaarheid van de jachthaven en de impact van het ene onderdeel

12 op het andere. Daarop komen we echt uitvoerig bij u terug. De scenario’s worden aan de hand van het programma van eisen met de spelregelkaart aan het Leidend Kader en het staand beleid getoetst. Uw raad krijgt hiermee juist volledig inzicht in de afwijkingen. Er zitten misschien wat discrepanties tussen en daar krijgt u in het najaar volledig inzicht in. De heer Tobben vroeg hoe het zo ver heeft kunnen komen. U stelt het heel breed. Ik blijf in alle rust het proces dat we hebben afgesproken met uw raad volgen, ik blijf de kaders van uw raad volgen, en als een externe partij waarmee wij samenwerken zegt dat het misschien niet helemaal gaat zoals zij graag zou willen, vind ik dat heel erg jammer, maar ik blijf mijn best doen om daarmee goed samen te werken. Ik zou het niet meteen zo heel groot willen maken als het nu soms gemaakt wordt. De opdracht aan KCAP wordt voorbereid, heb ik zojuist al gezegd. U vroeg welke consequenties verbonden zijn aan het ontbreken van een besluit. Die risico’s zijn in het stuk benoemd. Met het waterschap is afgesproken dat het dit in deze ronde van het HWBP kan meenemen en optimaal kan zoeken naar meekoppelkansen. Op het moment dat wij niet tijdig genoeg een keuze hebben gemaakt voor een scenario als gemeente, sluiten wij in die HWBP-race voor middelen in Den Haag weer helemaal achter aan.

Het kan dan gebeuren dat wij voor die meekoppelkansen echt grote kansen missen en dat ook dat heel erg vertraagd wordt, of dat we moeten gaan voor de meest sobere en doelmatige variant, en dat is het ophogen van een kademuur, en volgens mij is dat wat we met z’n allen zeker niet wilden in Roerdelta 2 en 3, omdat we het juist open wilden breken naar het water. De status voor Helenawerf. We zijn met Helenawerf goed in overleg. Ik vind het ook heel erg vervelend voor alle partijen, zowel voor de ontwikkelaar als voor Nautilus en Helenawerf, maar ook voor u als raad, ons college en de omwonenden, dat dit niet sneller heeft plaatsgevonden. Maar we zijn met Helenawerf en Nautilus in goed overleg om toch de periode te overbruggen totdat de eerste schop in de grond gaat, want we snappen echt dat die partijen duidelijkheid moeten krijgen. Hoe gaan we ervoor zorgen dat alles weer op één lijn komt? We hebben nu gezegd, en volgens mij is dat volkomen normaal als er frictie of onenigheid ontstaat, dat in ieder geval beide directies eens goed met elkaar moeten spreken, om te kijken hoe we dit weer vlot kunnen trekken. Die uitnodiging ziet u ook staan in onze brief aan de directie. Ik heb er eerlijk gezegd alle vertrouwen in dat we dit uiteindelijk samen weer goed verder kunnen brengen, maar nogmaals: binnen úw kaders en niet binnen de kaders van de ontwikkelaar.

De heer Zwijnenberg vroeg hoe vaak de portefeuillehouder de laatste tijd heeft gesproken met de ontwikkelaar en wanneer het de laatste keer was. Ik weet dat echt niet uit mijn hoofd, maar ik zal die vraag graag schriftelijk beantwoorden. Over het nagenoeg gereed zijnde definitief stedenbouwkundig plan heb ik inmiddels al het nodige gezegd. Wat ons betreft is dit niet aan de orde. U zit nog vol in positie. Ik vind het jammer dat u het kwalificeerde als een verplichte oefening voor de bühne, want dat is juist niét aan de hand. Het tegenovergestelde is waar, zou ik willen zeggen. U vraagt nu een uitspraak te doen over investeringen in de steigers. Volgens mij heb ik duidelijk gemaakt dat juist voor Roerdelta 3 nog een aantal andere keuzes gemaakt moeten worden alvorens wij welke euro dan ook kunnen gaan uitgeven, want die zijn nu nergens begroot. De uitspraak die u vraagt kan ik dan ook niet doen. Wat zou er volgens het college aan de rolopvatting van de ontwikkelaar moeten veranderen? Volgens mij heb ik die vraag impliciet al beantwoord. De raad zit aan het stuur, het college voert uit binnen die kaders en dat heeft ook de ontwikkelaar te accepteren. Burgerparticipatie heeft ook in het vervolg van het proces nadrukkelijk een positie. In het raadsvoorstel hebt u kunnen lezen dat wij in de uitwerking van de scenario’s ook de belangen van de bewoners en de organisaties meenemen.

Wij zullen hun wensen en bedenkingen bij de diverse scenario’s ophalen. Zo is het ook beschreven in het door u vastgestelde PvE. De opgehaalde informatie zullen wij ook weer met uw raad delen. Burgerparticipatie is dus zeker geen wassen neus, verre van. Het heeft ook in de volgende fase een volwaardige plek.

13 Welke voortgang hebben wij gerealiseerd? Het verheugde mij in ieder geval te horen dat de ontwikkelaar ook aangaf dat er achter de schermen heel hard doorgewerkt is. Er zijn echt diverse belangrijke stappen gezet. U zei verbaasd te zijn dat het PvE voor de ontwikkelaar blijkbaar niet meer bestaat. Dat is uw verbazing. Ik blijf consequent. Voor het college zijn beide documenten nog zeker de basis waarop we aan het werken zijn. Heeft het college al met Rijkswaterstaat gesproken over de voetgangersbrug? Die vraag is twee keer gesteld en geef ik graag even door aan onze projectleider, de heer Mom. Waar is de samenhang tussen fase 2 en fase 3? Nou, die is vol aanwezig. Als de raad een scenario kiest waarin helder is wat een en ander kost, wat een en ander impliceert en waarvan u in het najaar zegt “dat is het beste integrale scenario, daarmee halen we integraal de hoogste score”, dan moeten we dat doen. Dat is de samenhang tussen fase 2 en 3, juist die integraliteit die we willen bewerkstelligen. De alternatieve scenario’s zijn de scenario’s van de ontwikkelaar en niet de scenario’s die binnen uw Leidend Kader, het PvE en de motie zitten die uw raad heeft aangenomen. De bouwstenen en de knoppen zijn niet dezelfde; dat ligt in de budgettaire basis, die anders is. De ontwikkelaar heeft bepaalde budgetten, maar wij zullen er als gemeente ook geld bij moeten leggen.

De ontwikkelaar rekent anders en wat overblijft moet door u, door ons als gemeente, worden opgehoest. Daar zit de discrepantie. De vraag met welk aantal ligplaatsen wordt gerekend speel ik ook graag door naar de projectleider. In de loop van het jaar heb ik een aantal cijfers voorbij zien komen, maar daar wil ik geen fouten in maken. Waarom groen alleen in C en niet in A en B? Dat geldt voor meer onderdelen uit het Leidend Kader. Die variabelen zitten in de scenario’s, zodat u in het najaar in staat bent te beoordelen wat de onderdelen uit bepaalde scenario’s kosten en een gewogen besluit te nemen. Met de oproep om meer regie te nemen kan ik het alleen maar eens zijn. Daarom leg ik u in die regierol ook deze tussenstap voor. Voorzitter. Hiermee meen ik op hoofdlijnen de meeste vragen te hebben beantwoord. Een drietal vragen heb ik doorgegeven aan de projectleider. De voorzitter: Voor de nog openstaande vragen geef ik graag het woord aan de heer Mom. De heer Mom: Dank u wel. Eerst de vraag over het beeldkwaliteitsplan. Dat is inderdaad een fase verschoven. Waarom is dat gedaan? Wij hebben daarover overleg gehad met onze stedenbouwkundige, en die heeft aangegeven dat het beeldkwaliteitsplan een kwaliteitseisendocument moet zijn. Daarvoor is de uitwerking in het Leidend Kader gedaan, dat door uw raad is vastgesteld.

Wij hebben daarvan gezegd dat het beeldkwaliteitsplan zoals dat in de stedenbouwkundige wereld wordt gebruikt vaak een nadere uitwerking is van het stedenbouwkundig plan, vandaar dat wij het een fase verschoven hebben in de terminologie en dus in fase 3 zit. Het Leidend Kader is indertijd vastgesteld in de eerste fase met het programma van eisen. De tweede vraag ging over Rijkswaterstaat en de voetgangersbrug. Er is contact geweest met Rijkswaterstaat over die voetgangersbrug en wat daar gedaan moet worden. Zij hebben daarbij twee dingen aangegeven. In eerste instantie moet het technisch berekend worden, dat zal door een ingenieursbureau moeten worden gedaan, want dat doen zij niet voor ons. Vervolgens zal door Rijkswaterstaat worden beoordeeld of die uitkomst zou kunnen passen. Daarmee geven ze nog geen vergunning af, maar alleen een intentie, of het wel of niet haalbaar is. Daarna zal gewoon een vergunning moeten worden aangevraagd, die door Rijkswaterstaat nog een keer op haar eigen wijze zal worden berekend. Wij proberen die berekeningswijzen zo dicht mogelijk bij elkaar te houden. De laatste vraag betrof het aantal ligplaatsen. Dat aantal zal in ieder geval minder worden, maar de hoeveelheid is nog niet bepaald. Het zal ook te maken hebben met de inrichting van de haven zelf. Ook daar gaan we kijken of dat überhaupt verschillen met zich brengt, of niet.

14

De voorzitter: Dank u wel, meneer Mom. Over de voortgang van het project was ook een vraag gesteld, maar ik heb begrepen dat die in de groene flap zal worden beantwoord, tenzij de heer Mom dat nu zou kunnen doen? De heer Mom: Moet ik even weten wat de vraag was. Kunt u me daarin helpen? De voorzitter: De voortgang van het project in het algemeen: welke voortgang is geboekt in de afgelopen anderhalf jaar. De heer Mom: Da’s een goeie vraag, maar die Q&A heb ik niet direct paraat, dus zal ik er in tweede termijn op terugkomen, als dat kan, of schriftelijk, wat u wilt. De voorzitter: Prima; als het lukt in tweede termijn en anders in de groene flap. Dank voor uw beantwoording. Aan de orde is de tweede termijn. Ik wijs erop dat het intussen half 10 is en dat hierna nog enkele commissievoorstellen geagendeerd zijn. Het woord is aan de heer Van Rey. De heer Van Rey: Voorzitter, even vooraf. In navolging van mevrouw Dolmans wil ik vragen ook van de eerste en de tweede termijn van deze behandeling een stenografisch verslag te laten maken, want wie hier nog chocola van kan maken krijgt van mij de ereprijs! Ik moet zeggen dat ik heel veel opmerkingen heb na hetgeen ik heb gehoord van de collega’s en ook van de wethouder. Ik zou dan ook willen vragen om dit voorstel terug te nemen en te laten liggen voor uw opvolger, want hier komt niemand verder mee, niemand.

Met het aannemen van dit voorstel zijn we van de regen in de drup gekomen. Dit is ook een concrete vraag aan mijn collega’s, met het verzoek die in tweede termijn te beantwoorden. Ik begin even met de brief van het college van vandaag aan het lid van de Raad van Bestuur van VolkerWessels Bouw & Vastgoedontwikkeling, de heer Boers. De wethouder deed er erg laconiek over en dat is in bestuurlijk Nederland niet snel vertoond. De heer Zwijnenberg en ik hebben het ook over een bestuurscultuur gehad. Daarop bent u helemaal niet ingegaan. Zal ik u eens wat vertellen, via de voorzitter aan de collega’s? Dit is symptomatisch voor het optreden richting alle ondernemers in Roermond. Er zijn ondernemers die hebben ingesproken op het Sprekersplein, waarna ze door de gemeente zijn gestraft. Ondernemers die zich wenden tot fracties, of raadsleden, krijgen geen medewerking, of tegenwerking. Er is een angstcultuur en daarvan is deze brief een geweldig bewijs. De heer Langenhuizen moet gestraft worden voor het feit dat hij een vingertje heeft opgestoken naar dit college. Laat mij tegen de collega’s zeggen, via de voorzitter: hoogmoed komt voor de val. U moet zich diep en diep schamen voor wat hier is gebeurd. Dit tast het imago van Roermond als economische stad dramatisch aan.

Ik heb ook gevraagd, en daar bent u helemaal niet op ingegaan: wat is dit voor Calimerogedrag? Als raadslid kan ik zo’n brief toch niet accepteren? Verder spreekt u uzelf ook nog tegen. U zegt de hele tijd dat de raad achter het stuur zit, nu krijgt die chauffeur een brief van een belangrijke partij en zegt u ineens: nee, die had eerst naar ons gemoeten! Dus, voorzitter: bezint voor u begint met dergelijke onzin. Dat was de brief. Voorzitter. Het irriteert mij in hoge mate dat de wethouder iedere keer zegt dat we nu de kans hebben om een en ander open te maken naar het water. Daarbij doet zij het voorkomen alsof dat bij Roerdelta fase 1, Jazz City, Rosslag en Oolderveste niet is gebeurd. Voorzitter. Deze wethouder heeft altijd afgegeven op haar voorgangers. Als haar eindrapport na 16 maart een keer zal verschijnen, zal ze in de schaduw staan van haar voorgangers. Laat ik u dat vertellen. Een van de belangrijkste zaken die een aantal collega’s naar voren hebben gebracht – ik heb het schema erbij gehaald van 2019 en de heer Mom heeft er zojuist ook iets over gezegd – betrof het feit dat het stedenbouwkundig beeldkwaliteitsplan is opgeschoven naar aanleiding van een advies van een stedenbouwkundige van Roermond. Ook een externe?, mag ik vragen. Als

15 dat al zo zou zijn, waarom is dat dan niet tweeënhalf of bijna drie jaar geleden al gebeurd? Waarom is dat nú gebeurd? Ik denk dat het een gezocht argument is, om te verbloemen dat er niets is gebeurd. Voorzitter. Een aantal collega’s heeft gevraagd naar de berekeningen. Het antwoord van deze wethouder was: die berekeningen hebben wij niet, die heeft de ontwikkelaar. Voorzitter, die berekeningen heeft de gemeente ook; die zijn natuurlijk in het planteam en het projectteam besproken. En voorzitter, nu wreekt zich voor die collega’s die hebben ingestemd met het programma van eisen en het Leidend Kader, wat de LVR-fractie niet heeft gedaan, ook het volgende: een brug over de haven is not done, zal er nooit komen. Dat blijkt ook wel uit wat de heer Mom zei over wat nu aan Rijkswaterstaat is gevraagd: er moeten berekeningen voor gemaakt worden, maar het is nog niet zeker dat het gebeurt. Wij hebben indertijd al gezegd, maar daar wordt niet naar geluisterd, dat het ondenkbaar is en onbetaalbaar en dat die er dus nooit zal komen. Het parkeren op de landtong is nodig. Waarom? Anders krijg je de exploitatie van de haven niet rond. Als je het parkeren elders wilt doen, is dat onbetaalbaar. Ook dat hebben wij in het verleden gebracht. Als de ontwikkelaar vanavond zegt dat er berekeningen over zijn gemaakt die uitwijzen dat het wel zou kunnen, dan wil ik die berekeningen zien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=0521c50a-0c7a-47fc-bf8a-c102c2f50491