Roermond Excerpt cie Ruimte 7 februari 2022
Tekst van het document
Dan heeft u dus wel al rekening gehouden met de inrichting van fase 3. Ik snap dat niet. Wij doen een dringend beroep op de collega’s om de wethouder te dwingen die berekeningen, die zij ook in haar bezit heeft, op tafel te brengen. Als u de verslagen van het planteam en het projectteam ter inzage had gelegd – vertrouwelijk, daar heb ik alle begrip voor –, had u een hele hoop vragen en misverstanden kunnen voorkomen, maar u bent stiekem, u doet dat niet, u wilt alles voor uzelf houden, en dan loopt u tegen een muur aan. De opdracht aan KCAP voor fase 3 wordt voorbereid, is gezegd. Mag ik weten: is dat gelijk met de opdracht van Roerdelta BV aan KCAP, of hebt u dat nu gedaan omdat wij ernaar vragen? Ik wil daar bewijs van zien, want ik geloof u niet meer op uw woord. Dat is heel slecht, maar het is niet anders. Voorzitter. Er wordt gezegd dat de gelden die nu weer besteed worden in de begroting zitten. Ik wil weten in welke begrotingspost ik dat kan terugvinden. In het verleden was er iedere keer een apart raadsvoorstel voor nodig. In eerste termijn heb ik de wethouder gevraagd een reactie te geven op hetgeen is ingebracht door Roerdelta in de vragenronde: geeft u daar vanuit het collegeperspectief eens een reactie op. De wethouder doet dat niet. Zij zegt dat wij het later van haar krijgen, omdat ze eerst het verslag wil zien. Ik dacht dat u aanwezig was geweest.
Dan had u toch wel een eerste indruk kunnen geven? Ik heb dat met name ook gevraagd om daarmee de positie van Helenawerf en Nautilus te stipuleren. De exploitant en de haven moeten onderhand gek zijn geworden van alles wat er gebeurt. In ieder geval kan ik u zeggen dat de exploitant en de haven iedere keer aan de laatste mem hangen: altijd, overal achteraan. Voor Helenawerf is er nu misschien perspectief, omdat meneer Langenhuizen heeft gezegd: we zijn in overleg en we regelen dat. Ik wil de wethouder concreet vragen erop toe te zien dat dat ook gebeurt, en op heel korte termijn, en dan heb ik het over een week. Over Nautilus – en dat geldt ook voor Helenawerf – hebben wij allemaal brieven gekregen. Ik zou graag willen dat u daar in uw antwoord ook een reactie op geeft. En, voorzitter, ik moet u zeggen dat ik wederom geschrokken ben van de brief van Nautilus van 4 februari. Dan wordt er een afspraak gemaakt met de portefeuillehouder, en die is er gewoon niet! Dat is niet de eerste keer. En dan maar overal roepen “ik sta aan uw zijde!” Het tegenovergestelde is het geval. Laat me één voorbeeld noemen. In 2016 wordt door Nautilus al gesproken over het aanbrengen van een elektriciteitskabel vanwege de vraag van degenen die daar een boot hebben liggen. Ze moeten dat dan formeel aanvragen en dat gebeurt op 27 maart 2019.
En twee jaar later krijgt men een negatief antwoord! Twee jaar later! Verklaart u eens waarom dat allemaal zo is gebeurd. Zo kun je niet omgaan met ondernemers of verenigingen. In het raadsvoorstel zie ik dat met name de exploitanten later wel een mededeling krijgen over wat er gaat gebeuren. Dat kan
16 toch niet! Er zal toch eerst met de exploitanten gepraat moeten worden. Als de heer Mom dan vanavond, namens u neem ik aan, triomfantelijk zegt dat het minder plaatsen worden in de haven, wil ik concreet van de wethouder weten of dat zo is. Is het niet triest te moeten constateren dat dat vanavond eventjes tussen neus en lippen door wordt medegedeeld? Heeft u dat in het verleden aan de exploitanten ook medegedeeld? Voorzitter. Over de burgerparticipatie hebben collega’s voldoende gezegd. Ik vraag u concreet het voorstel terug te nemen, temeer omdat u hebt laten blijken dat er in de afgelopen jaren bijna niets is gebeurd. En, voorzitter, ik persisteer erbij dat wij de budgetten, die u kent, willen hebben, want we kunnen hierover geen goede besluitvorming doen. De wethouder zei dat er fracties zijn die vragen om een 10. Laten we reëel blijven. Wij hebben bij het programma van eisen en het Leidend Kader gezegd dat wij het geweldig vinden, en een 10 ook respecteren, maar dat het onhaalbaar is. U hebt geen euro gereserveerd voor fase 3 en waar moet het geld voor fase 2 vandaan komen? Normaal is dat van de grondverkoop, maar u hebt de grond veel te goedkoop verkocht. Ik mag er niet over praten, het ligt bij de rechtbank, die er een besluit over moet nemen of het openbaar mag worden. Voorzitter.
Hier zal de koers totaal anders gelegd moeten worden en wij hebben er geen vertrouwen in dat het u in de komende paar weken nog zal lukken. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Oké. We gaan naar GroenLinks, mevrouw Dolmans. Mevrouw Dolmans: Dank u wel, voorzitter. Het moet mij toch nog even van het hart dat we met het raadsvoorstel zoals het nu voorligt te maken hebben met een Excelsheet met drie kolommen, en dat is echt wat anders dan drie stedenbouwkundige varianten. Met de lijn zoals we bezig waren, met een programma van eisen, Leidend Kader en de motie die we hebben aangenomen om met stedenbouwkundige schetsen te komen, verstaan we daar iets anders onder dan een Exceltabel zoals die nu voorligt, namelijk studies met de massa’s, met het groen, met de openbare ruimte, met de zichtlijnen: hoe komt die skyline eruit te zien, hoe gaan wij de stad ervaren op dat stuk? En om dan aan de voorkant te zeggen “het blijft zoals het was en als we de koppelkansen missen, gaan we de muur gewoon ophogen”, vind ik echt zonde. Van de wethouder zou ik graag willen weten of zij zelf achter het programma van eisen en achter het Leidend Kader staat die destijds zijn vastgesteld. Ik vind het echt jammer dat, als we nu geen ‘ja’ zeggen – zo voelt het een beetje –, de koppelkans voor die subsidie wordt misgelopen en het gewoon een muurtje omhoog wordt.
Gewoon een muurtje omhoog is alles behalve wat wij ons hebben voorgesteld met onze skyline voor Roermond voor dat stukje. Ambitieniveau hoog voor een team: ja, maar zoals ik zojuist al heb uitgelegd gaan we niet voor de 2 of 3 en met badslippers, sokken en hemd weer naar buiten. Dit moet gewoon van een goed ambitieniveau zijn, en ja, dat kost geld. Daar heeft de heer Van Rey natuurlijk gelijk in en daar waren we ons allemaal bewust van. Maar om al aan de voorkant de besparingen te doen is zonde van de tijd en zonde van het plan. Daarmee doen we ook onze stad tekort, want wat krijgen we dan straks: een kale, steense muur met een lappendeken van 450 of 500 woningen, ieder met z’n eigen tuintje, allemaal heel mooi afgezet met een eigen schuttinkje, en dat noemen we dan het visitekaartje van Roermond! Het was toch die verbinding tussen het water en de binnenstad? Wat we nu krijgen is gewoon een slap aftreksel daarvan. Het komt niet eens in de buurt. En dan is volgens mij alle moeite voor niks geweest. In de eerste twee jaar dat ik in deze raad mocht zitten hebben we een fantastisch programma van eisen en een fantastisch Leidend Kader vastgesteld. Wat zonde van de tijd dan dat we nu in plaats van deze Excelsheet niet drie stedenbouwkundige ontwerpen hebben mogen zien en niet die massastudies waarover we dan onze gedachten hadden kunnen laten gaan.
En als het dan wellicht te hoog gegrepen was voor de stad, hadden we ook kunnen besluiten het uit te smeren over de tijd. We hoeven het niet nu allemaal te investeren, want we weten allemaal dat het geld niet tegen de plinten op klotst. Wat is er mis mee om dat gefaseerd te doen, zo gefaseerd dat het wel haalbaar is? Ik
17 zou graag van het college willen weten of daar wel eens aan is gedacht, aan een scenario D: gefaseerd het mooie Leidend Kader vormgeven. Al met al zal ik het voorstel nu terugnemen naar de fractie, waarin wij ons nader zullen beraden. Want er is zoveel informatie binnen gekomen dat wij niet zomaar kunnen zeggen dat dit helemaal rijp is voor de raad. De voorzitter: Dank u wel. Het CDA, meneer Niessen. De heer Niessen: Dank u wel, voorzitter. Zojuist werd aan alle collega’s de vraag gesteld of we bereid zijn het voorstel terug te nemen. Wij zijn dat helemaal niet, want wij zijn juist blij dat de raad met dit voorstel in positie wordt gebracht om straks een afweging te kunnen maken tussen alle aspecten die eerder genoemd zijn: het kostenplaatje, duurzaamheid, technische maakbaarheid, het water, de jachthaven en de waterkering. Natuurlijk, ook wij staan voor kwaliteit en ook wij willen dat dit gebied een visitekaartje wordt, maar het moet wel ergens van betaald worden. We kunnen nu allemaal zeggen dat het wel op de een of andere manier opgelost zal worden, maar dat geld moet ergens vandaan komen. Het voorstel dat nu voorligt, een procesvoorstel waarom we als raad zelf gevraagd hebben, biedt in onze optiek straks juist de mogelijkheid om een afweging te maken tussen de zojuist genoemde aspecten. Het is een procesvoorstel om straks die keuze te kunnen maken.
Het is nog altijd mogelijk om straks te kiezen voor scenario 3, het scenario met de meeste kwaliteit, waarom ook gevraagd wordt door onder anderen de ontwikkelaar, maar wel na een goede afweging van wat allemaal voorligt, wat op ons afkomt en wat dat kost. Voorzitter. Wij vinden dit voorstel dus absoluut rijp voor behandeling in de raad, maar ik neem het wel mee naar de fractie en het zal geen verrassing zijn dat het wat ons betreft een bespreekstuk zal moeten zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Demokraten Swalmen, meneer Tobben. De heer Tobben: Dank u wel, voorzitter. Wij gaan alle informatie die nu door iedereen opgehaald wordt straks nog een keer bespreken in de fractie. Daarbij wil ik het voor nu laten. Dank u wel De voorzitter: Dank u wel. De VVD, meneer Zwijnenberg. De heer Zwijnenberg: Dank u wel, voorzitter. Op de vraag van de LVR hoe wij staan tegenover het al dan niet terugnemen van dit voorstel kan ik meteen antwoorden dat ik er behoefte aan heb terug te koppelen met mijn fractie. Maar ik heb nog wel wat opmerkingen te maken naar aanleiding van de beantwoording van het college. Laat ik starten met een zegswijze: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Die zegswijze is van toepassing op de brief die u vandaag aan de Raad van Bestuur van VolkerWessels heeft gezonden.
Kijkt u maar gewoon op de website, dan ziet u dat de heer Dick Boers lid is van de Raad van Bestuur. Wat u doet is: u slaat een aantal lagen binnen het VolkerWessels-concern over en vervolgens verwijt u een van de dochtervennootschappen dat zij de verkeerde weg bewandelt. Het is misschien de vraag of u hier wel op de juiste wijze hebt gehandeld, maar dat laat ik graag aan de Raad van Bestuur van VolkerWessels over. Wat voor mij wel een belangrijk punt is, is de wijze waarop u werkt met onze omgeving. Hoe gaat u om met de burger, hoe gaat u om met de ondernemers? Voorzitter, dat moet gewoon anders. De VVD staat voor een open en transparante overheid. Dat betekent dat wij het bestuur weer in de samenleving willen, of de samenleving weer dichter bij het bestuur. De handelwijze die hieraan ten grondslag ligt leidt alleen maar tot een verdergaande verwijdering en inefficiënte besluitvorming en uitvoering.
18 Voorzitter. Het lijkt erop alsof ik verblijf in een tweetal werelden: de wereld van de ontwikkelaar en de wereld van de gemeente. Ik citeer de wethouder: ach, de ontwikkelaar heeft maar te accepteren dat er een raad aan het stuur zit, en ja, de ontwikkelaar kan haalbaarheidsstudies maken, maar daar heb ik allemaal niks mee te maken, want die haalbaarheidsstudies zijn van de ontwikkelaar. De ontwikkelaar op zijn beurt zegt: er kan een programma van eisen zijn en de gemeenteraad kan dat vaststellen, maar ik richt mij op het Leidend Kader. Zo begin je je langzamerhand af te vragen: wie werkt er nou eigenlijk met wie? Als er zulke verschillende beelden en opvattingen zijn over die samenwerkingsrelatie, wie heeft dan met wie gesproken? In die zin vind ik de gang van zaken buitengewoon vreemd. Maar er zijn nog twee andere werelden, namelijk de wereld van de raad en de wereld van het college. Het college spreekt over een tussenvoorstel, maar kijk ik naar het Leidend Kader en naar de procesomschrijving, dan kom ik daarin geen tussenvoorstel tegen, en bij het programma van eisen is dat idem. De wethouder zegt dat ze handelt in lijn met de opdracht van de raad en dat die lijn in het programma van eisen staat. Maar u werkt niet binnen onze kaders. Dat kunt u wel vinden, maar dat doet u niet. Feitelijk worden wij straks gedwongen tot een keuze voor scenario B.
Maar eerst terug naar de rol en betekenis van het stedenbouwkundig beeldkwaliteitsplan. Dat heeft mevrouw Dolmans volgens mij zojuist bedoeld. Ik herinner mij nog heel goed de debatten die wij met u gevoerd hebben in april, mei en juni 2019 in commissieverband en in raadsverband. Telkenmale hebben wij nadrukkelijk een beroep op u gedaan om voor dit belangrijke gebied – ik heb het regelmatig het DNA van onze stad Roermond genoemd – kwaliteit te presenteren. Tegen die achtergrond volg ik de benadering van mevrouw Dolmans volkomen, dat die kwaliteit niet langer is geborgd doordat u dat stedenbouwkundig beeldkwaliteitsplan naar achteren heeft geschoven. Sterker nog: in het programma van eisen hebt u het stedenbouwkundig beeldkwaliteitsplan juist gepresenteerd als passend antwoord op het grote beroep dat op het college is gedaan vanuit de raad om die kwaliteit aan de voorkant gerealiseerd te krijgen. U hebt in dat programma van eisen het Q-team gelanceerd. Dat Q-team zou vanuit zijn samengestelde deskundigheid die kwaliteit voor u verscherpt moeten borgen. En dan komt u nu met een raadsvoorstel waarbij u als risicofactor lanceert: ja, het is nog maar de vraag of het Q-team het eens zal zijn met de handelwijze van ons college. Voorzitter, kom me dan niet aan met de opmerking “ik handel in lijn met uw opdracht”, want dat is beslist niet het geval.
Als u in de eerste termijn zegt dat voor het college beide documenten – het programma van eisen en het Leidend Kader – de basis zijn om aan te werken, en dat hebben we inderdaad zo met elkaar afgesproken, dan zou u het u sieren om afwijkingen toe te lichten. U licht in het raadsvoorstel niet toe waarom u het stedenbouwkundig beeldkwaliteitsplan naar achteren schuift, u licht in het raadsvoorstel niet toe op welke manier u eigenlijk het Q-team buitenspel gaat zetten en zo zijn er legio afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke proceslijn die niet nader worden toegelicht. En als het college dan zegt dat burgerparticipatie hetzelfde is als het ophalen van wensen en bedenkingen, dan wil ik de wethouder toch uitnodigen om opnieuw kennis te nemen van het programma van eisen. Daarin is op een fatsoenlijke manier geformuleerd hoe wij burgers serieus nemen, hoe wij opvattingen van burgers meenemen en kwalitatief laten bijdragen aan het verbeteren van het voorliggende stuk en van de stedenbouwkundige schetsen. Dat is wat mij betreft wat diepgaander dan het ophalen van wensen en bedenkingen. Ik vind dat eigenlijk ook gewoon het miskennen van fatsoenlijke burgerparticipatie. Voorzitter. Terug naar de drie scenario’s.
Ik heb al aangegeven dat scenario 1 onhaalbaar is, omdat daardoor het hele plan op losse schroeven komt te staan en voor scenario C zou ik bijna de woordkeuze van mevrouw Dolmans willen volgen. Alleen, omdat wij die drie scenario’s als harde pakketten hebben gelanceerd – ‘in beton gegoten’ heb ik het in mijn eerste termijn genoemd –, betekent het eenvoudigweg dat, wanneer in scenario C Rijkswaterstaat dwars gaat liggen als het gaat over de brug over de haven naar de landtong, scenario C daarmee van tafel is. Ook de VVD staat voor veel groen in de wijk, voor recreatie en voor sportdoeleinden, maar dat zou dan achterwege blijven. In zoverre zeg ik: benader de stedenbouwkundige keuzes als
19 de variabelen hier, stel uit die zes stedenbouwkundige keuzes het ideale scenario vast en dan komen we, denk ik, met elkaar een stapje verder. Maar ik zeg er gelijktijdig bij: mijn voorkeur gaat uit naar het handhaven van de afspraken die we met u hebben gemaakt via het programma van eisen. Ik denk dat het de enige methodiek is waarmee de kwaliteit aan de voorkant kan worden vereist. U mag dan zeggen dat de mate van detaillering in de wereld van de stedenbouwers een andere is dan klaarblijkelijk in de Roermondse politiek, het zij zo. Dit is een heel bijzonder project, zo’n project maken we eenmalig met elkaar, daar zadelen we Roermond de komende eeuw mee op en het kan niet zo zijn dat toekomstige generaties Roermondenaren zich blijven ergeren aan datgene wat wij hebben gerealiseerd in Roerdelta. Voorzitter. Ik eindig met datgene waarmee ik begonnen ben. Ik heb behoefte aan terugkoppeling met mijn fractie. Voor het overige zie ik wel of het al dan niet door het college wordt geagendeerd voor de raadsvergadering. Ik dank u vriendelijk. De voorzitter: Dank u wel. D66, de heer Arts. De heer Arts: Dank u wel, voorzitter. Het Leidend Kader ging inderdaad uit van een 10 en was heel ambitieus. Zoals net al werd gezegd: we gaan samen iets maken voor Roermond voor de komende eeuw.
Waarom gaat u dan nu in de scenario’s al voor een 6’je of een onvoldoende? Een 6’je of een onvoldoende is volgens D66 zeker niet, en dan citeer ik u: volledig in lijn van de opdracht. Dat is gewoon een afwijking van de kaders. Een aantal specifieke vragen nog, aanvullend op wat hiervoor allemaal al gevraagd is. U zegt dat er geen middelen zijn gereserveerd voor fase 3. Waarom is daar de afgelopen jaren niet alvast op voorgesorteerd? Ik snap dat de exacte hoogte daarvan niet vast te stellen was, maar 0 wordt het zeker niet, dus iéts had toch alvast voorgesorteerd kunnen worden? Het feit dat nu nog gerekend moet worden aan de haalbaarheid van de brug door Rijkswaterstaat vinden wij op z’n minst vreemd. Die stond al in het Leidend Kader en wij gaan ervan uit dat, voordat die brug daarin komt, die zo’n cruciale rol speelt in het hele beeld en de openheid naar het water, de haalbaarheid ervan al besproken is met Rijkswaterstaat, en dan vanuit het perspectief van de gemeente, maar vooral ook vanuit de projectontwikkelaar, want die staat ook achter het Leidend Kader en wat daarin staat. Als daar iets in staat wat überhaupt niet kan, had de ontwikkelaar dat volgens mij al eerder kunnen en moeten weten.
In antwoord op onze vraag zojuist naar het aantal ligplaatsen waarmee gerekend wordt, is toegegeven, en dat heeft ons verrast, zoals de heer Van Rey ook al zei, dat het aantal ligplaatsen minder wordt. Maar het aantal zelf is nog niet bepaald, en dat lijkt ons vreemd, want de financiële impact voor zowel de gemeente als de projectontwikkelaar bij bijvoorbeeld – het zijn willekeurige getallen – 200, 400 of 600 plaatsen, maakt nogal wat uit. Dus het doorrekenen van deze scenario’s hangt wel degelijk heel erg af van dat aantal ligplaatsen. Er zijn heel veel andere vragen gesteld, die ik voor nu even zal laten passeren. Wat ons betreft kan dit voorstel naar de raad, maar we wachten de nieuwe informatie af en bepalen dan verder ons standpunt. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. SP, meneer Hölsgens. De heer Hölsgens: Dank u. Ik heb geen verdere vragen of opmerkingen. Eén ding was ik in eerste termijn vergeten. Ook ons was, als het gaat over het programma van eisen, die formulering opgevallen over het informeren van exploitanten van de haven en de burgers. ‘Informeren’ is ook niet wat de SP zich voorstelt bij burgerparticipatie. Dat wilde ik nog wel even kwijt. Voor de rest moet ik deze hele bulk aan informatie en nieuwe ontwikkelingen nog meenemen naar de fractie.
20 De voorzitter: Dank u wel. SPR, mevrouw Beeren. Mevrouw Beeren: Dank u wel, voorzitter. Daarstraks heb ik al gezegd dat wij de hele bulk meenemen naar de fractie, maar ondertussen heb ik goed geluisterd naar de wethouder en daarbij zijn een aantal dingen mij wat duidelijker geworden. Interpreteer ik het goed dat de wethouder alvast een winstwaarschuwing heeft willen afgeven met haar opmerking dat de gemeente zo krap bij kas zit dat de mooie scenario’s die we voor ogen hadden niet haalbaar zijn? Wat blijft er dan over van ons mooie, groene plan? Dank je wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan is nu het woord aan de portefeuillehouder. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Dank u wel, voorzitter, en dank ook aan alle fracties voor de aanvullende vragen en beschouwingen. Ik ga\ de sprekers maar even van achter naar voren af. Mevrouw Beeren vroeg of ik een winstwaarschuwing heb willen afgeven. Dat is niet het geval, maar het is wel enig realisme. Het is natuurlijk altijd aan uw raad om te besluiten waaraan middelen besteed behoren te worden. Wij leggen u drie scenario’s voor: een sobere variant, een middenvariant en de optimale variant, en het is aan u af te wegen in hoeverre u het verantwoord vindt om daarvoor in de begroting middelen vrij te maken. Zo moet u mijn opmerking plaatsen.
Over het aantal ligplaatsen zou ik willen zeggen dat wij al een jaar of twee geleden – ik doe het even uit mijn hoofd – zowel met Helenawerf als met Nautilus gesproken hebben over een realistisch aantal ligplaatsen – er zijn zelfs diverse workshops geweest –, dat te verdelen is op basis van nieuwe berekeningen van deskundigen op nieuwe maten van boten, want die worden ook groter en mensen hebben andere eisen voor een haven dan tien, twintig, dertig jaar geleden. Daarover lopen al langere tijd gesprekken en dit kan voor de exploitant dus niet uit de lucht zijn komen vallen. Aan het adres van de heer Arts merk ik op dat wij het antwoord van Rijkswaterstaat zo interpreteren, dat Rijkswaterstaat pas iets zinvols kan zeggen als zij exact weet hoe groot en hoe breed, welk materiaal, hoe dik en hoe dun, enz., en dat weten we nu gewoon nog niet. Zodra er iets meer over bekend is, zet ik dat graag voor u in de groene flap. De heer Van Rey: Wij zijn niet voor die brug over de haven, dat weet u, maar waarom hebt u naar aanleiding van het programma van eisen en het Leidend Kader die vraag niet uitgezet en begint u er nu pas aan te denken? Dat is één. Verder had u het zojuist over ‘enig realisme’.
Kunt u zich nog herinneren dat wij die woorden hebben uitgesproken bij de behandeling van het PvE en het Leidend Kader? En bent u het mij eens dat u doelbewust scenario’s hebt uitgewerkt die onhaalbaar zijn> Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Er zijn niet doelbewust scenario’s uitgewerkt die onhaalbaar zijn. Niet aan de orde, meneer Van Rey. Ik ga graag door met de beantwoording… De heer Van Rey: Nee, ik had ook nog een vraag over Rijkswaterstaat gesteld. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Dat is ook niet aan de orde. Wij hebben de vraag zeker aan Rijkswaterstaat voorgelegd… De heer Van Rey: Wanneer? Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Dat weet ik zo niet uit mijn hoofd.
21 De heer Van Rey: Dan wil ik dat antwoord hebben, want ik kreeg de indruk dat het nu pas is voorgelegd in plaats van tweeënhalf jaar geleden. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Meneer Van Rey, u heeft heel veel indrukken van mij, van het college en van deze coalitie… De heer Van Rey: Dat klopt. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Ik ga graag verder met de beantwoording. De heer Van Rey: Ik wil een antwoord! De voorzitter: Mevrouw Waajen gaat nu verder met de beantwoording. De heer Van Rey: Ik maak hier bezwaar tegen, voorzitter! Ik stel een vraag en als de wethouder het antwoord daarop niet weet, kan zij het uitzoeken en later in de groene flap zetten. Moet de LVR-fractie weer een WOB-verzoek indienen, of de contacten bij Rijkswaterstaat aanwenden? Waar zijn we mee bezig? De voorzitter: Volgens mij komt het bij de beantwoording nog voorbij. Mevrouw Waajen was bezig met de beantwoording van alle vragen die er nog liggen. Als er straks nog vragen overblijven… De heer Van Rey: Neemt u het maar weer voor haar op! De voorzitter: Het woord is aan mevrouw Waajen. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Dank u wel. Wat betreft het afwijken van de kaders zou ik tot de heer Arts en de commissie willen opmerken dat het programma van eisen en het Leidend Kader helder zijn, maar het financiële kader voor fase 3 niet. Dat is de zoektocht die we hier nu samen hebben.
Bij het verder brengen van deze drie scenario’s willen we steeds scherper krijgen wat er nog ligt aan keuzes en welke knopen aan de raadskant, ook in het financiële kader, nog moeten worden doorgehakt. Dat is waar wij graag wat voorwerk in doen, vandaar deze proces-tussenstap. Aan de burgerparticipatie zal ik graag nog een woord wijden in de groene flap. Ook later in het proces komen de burgers nog uitvoerig aan bod. Mijn woorden zijn wat anders herhaald dan ik ze bedoeld heb, daarom zal ik ze graag nader toelichten in de groene flap. De heer Zwijnenberg: Ik versimpel niks, dat vind ik een niet terecht verwijt. Wat ik vaststel in het programma van eisen, is dat er twee momenten zijn waarop burgerparticipatie plaatsvindt. In de tweede plaats heb ik gesteld dat burgerparticipatie meer is dan – en dan citeer ik u – ‘het ophalen van wensen en bedenkingen’. Wat de inhoud van de burgerparticipatie betreft, verwijs ik u graag naar de randvoorwaarden die wij met u hebben vastgesteld in het programma van eisen. Dat is één. En twee: ik zou hierover toch wel opheldering willen hebben, want nu zegt u weer dat de burgerparticipatie naar achteren gaat in het traject. Nee, voorzitter! We hebben in het programma van eisen twee momenten aangegeven waarop wij in dialoog treden met inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden.
Mijn vraag aan de wethouder is nu: borgt u dat die twee momenten in de procesgang gewaarborgd blijven? Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Ik zeg u toe dat wij handelen conform de afspraken die wij eerder met u hebben gemaakt en dat zal ik nader uitsplitsen in de groene flap.
22 Mevrouw Dolmans vroeg of ik achter het Leidend Kader en het programma van eisen sta. Ja, daar sta ik zeker achter. Alle kaders die ik u heb voorgelegd en die u hebt geaccordeerd heb ik namens het college voorgelegd. Dus daar staan wij achter. Ik heb nu alleen toegevoegd dat in het totaalplaatje van uw afweging nog een financiële component ontbreekt en dié gaan we nu nader zoeken, zodat u als raad in Q3 of Q4 een weloverwogen keuze kunt maken, waarna we op basis van die keuze het stedenbouwkundig plan helemaal kunnen verfijnen zoals u dat graag wilt. Ik dacht er goed aan te doen nu, in februari, deze keuze nog aan u voor te leggen, zodat er doorgewerkt kan worden. Maar het is uiteraard aan de raad om deze knoop door te hakken. Met de ambtelijke organisatie en het college heb ik hier naartoe gewerkt en dit is het voorstel dat aan u voorligt, maar het is uiteraard aan u om daarover een besluit te nemen. De heer Van Rey heeft nog een vraag gesteld over KCAP. De offerte is opgevraagd. Welke begrotingspost het precies betreft zal ik in de groene flap beantwoorden. Vorig jaar hebt u in de begroting 250.000 euro opzij gezet aan procesmiddelen voor Roerdelta, want eerder lag er geen procesgeld. Natuurlijk zal ik erop toezien dat Helenawerf geholpen zal worden. Ik ben dat al aan het doen, zoals ik eerder al heb aangegeven. Wij voeren gesprekken met Helenawerf en Nautilus.
Zij weten dat wij aan het uitzoeken zijn hoe we ze meerjarig duidelijkheid zouden kunnen verschaffen. Dat wordt op dit moment allemaal juridisch getoetst en onderzocht. Volgens mij heb ik hiermee de technische vragen over dit voorstel beantwoord. De heer Mom wil nog een toelichting geven op de brief aan VolkerWessels en de positie daarvan. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Mom. De heer Mom: Dank u wel. Gevraagd is hoe het nou organisatorisch zit bij VolkerWessels. Roerdelta BV is een dochter van VolkerWessels Bouw & Vastgoedontwikkeling BV. Zij is er 50% eigenaar van. De andere 50% zit bij SDK. Ook SDK is een volle dochter van VolkerWessels Bouw & en Vastgoedontwikkeling BV, en déze directeur hebben wij aangeschreven, omdat hij namelijk, als je die twee optelt, voor 100% eigenaar is van Roerdelta BV. De voorzitter: Dank u wel, meneer Mom. Zou u ook nog antwoord geven op de vraag over de voortgang, of komt dat in de groene flap? De heer Mom: Ja, dat laatste zou ik willen voorstellen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een woordmelding van mevrouw Dolmans. Mevrouw Dolmans: Dank u, voorzitter. Ik had nog gevraagd of ook een scenario D denkbaar is, namelijk het meest optimale volgens het Leidend Kader en dan over een langer tijdpad. Zou dat als mogelijk scenario toegevoegd kunnen worden? De voorzitter: Mevrouw Waajen.
Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Die vraag geef ik graag door aan de heer Mom, want ik kan dat niet overzien. Wij hebben weloverwogen drie scenario’s samengesteld, om u een sobere, midden- en optimale variant voor te leggen. Ik denk, maar ik antwoord nu even uit de onderbuik, dat we met z’n allen nog honderd scenario’s kunnen verzinnen. Waar het om gaat, is dat wij bouwstenen krijgen waarop de raad in Q3 of Q4 een besluit kan nemen. We kunnen nog scenario’s D, E, F tot en met Z maken, maar het college is van mening dat we u hiermee een brede mogelijkheid geven om een integrale afweging te maken in het najaar. De voorzitter: Heeft de heer Mom daar nog iets aan toe te voegen?
23 De heer Mom: Nee, ik heb er verder niets aan toe te voegen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een woordmelding van de heer Zwijnenberg. Derde termijn? De heer Zwijnenberg: Nee, voorzitter, geen derde termijn. Mijn vraag over de drie betonnen bakken die ik nu zie is niet beantwoord: bak 1 is scenario A, bak 2 scenario B en bak 3 scenario C. De wethouder sprak zojuist over een integrale afweging. Waarom legt dan de wethouder de afweging niet bij de stedenbouwkundige keuzes? Waarom kan de raad hier niet, laten we zeggen, horizontaal afwegen, kijkend naar deze matrix, dus op het niveau van alle individuele bestuurlijke keuzes een keuze maken uit A, B en C, en waarom moet het per definitie pakket scenario A, B of C zijn, waardoor – ik herhaal het maar –, als Rijkswaterstaat niet akkoord gaat met de brug over de haven, scenario C van de tafel is? Dat is niet het kwaliteitsdenken dat mijn fractie voor ogen had bij de samenstelling van het programma van eisen. De voorzitter: Mevrouw Waajen. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Dank u wel. Meneer Zwijnenberg, ik acht uw raad heel goed in staat om, wellicht ook in het najaar, als de keuze voorligt, iets te vinden van de diverse bouwstenen, horizontaal. Waar het nu om gaat is dat wij, onze ambtelijke organisatie en het college, geen energie en tijd willen verspillen en verliezen in doorberekeningen.
We kunnen honderd scenario’s maken, maar we willen doorwerken en u juist die drie scenario’s, met alle berekeningen eronder, voorleggen. Het is geen Wet van Meden en Perzen, u moet dan in Q3 of Q4 een integrale afweging kunnen maken. Die scenario’s scoren wij langs het Leidend Kader en het PvE, en dan willen wij al die zaken, als (technische) haalbaarheid, betaalbaarheid, wat betekent het sociaal en hoe verhouden ze zich tot elkaar, nader voor u uitwerken. We hebben een manier moeten vinden om door te werken en dit is het door ons voorgestelde proces. De voorzitter: Mevrouw Dolmans meldt zich ook nog. Mevrouw Dolmans: Ja, nog een kleine, verhelderende vraag. Zijn de stedenbouwkundige schetsen, het beeld met de massastudies, de zichtlijn en het waar en hoe van de openbare ruimtes, ook de keuzes die vanuit die scenario’s volgen waaruit nog iets te kiezen valt? Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Dat vind ik een hele technische vraag. Ik kijk even of meneer Mom hem meteen kan beantwoorden en anders nemen we die ook mee in de groene flap. De voorzitter: Meneer Mom? De heer Mom: Die zou ik gewoon meenemen in de groene flap.
De voorzitter: Goed, dan krijgen we een heleboel voor de groene flap, behalve dit antwoord ook nog de reactie op het vooroverleg, het aantal gesprekken met de ontwikkelaar, alles wat bekend is over de brug, de afspraken met Rijkswaterstaat, het verloop van het burgerparticipatieproces, een bericht over de voortgang van het project en de begrotingspost. Verder heb ik begrepen dat er ook behoefte aan bestaat om deze behandeling in een woordelijk verslag te laten uitwerken. Ik zou zeggen: neem een extra avond vrij, want dat wordt heel wat leeswerk, en dat moet allemaal nog gebeuren vóór de raadsvergadering van 17 februari. Daarnaast stel ik vast dat er nog enkele agendapunten ter behandeling voorliggen, weliswaar slechts in één termijn, maar ik schat toch in dat we dat niet redden voor 11 uur. Daarom stel ik voor een derde avond te plannen voor de commissie Ruimte – dat is uniek – op woensdag 9 februari, en dan beginnen we om 7 uur. De heer Franssen wil reageren?
24
De heer Franssen: Ja, voorzitter. Eerst even een verheldering. Ik neem aan dat u de commissie direct ook nog vraagt of ze dit stuk überhaupt rijp acht voor behandeling in de raad, want misschien zijn we dan wel heel snel klaar. En een derde commissie-avond…, tja, als het moet, moet het, maar het is niet echt wenselijk. De voorzitter: Dat ben ik helemaal met u eens, maar vanavond gaan we in ieder geval om 11 uur stoppen. Wat betreft de behandeling van dit stuk in de raad: ik heb alleen van de LVR begrepen dat ze dit stuk daarvoor niet rijp acht. Alle andere sprekers hebben aangegeven het mee terug te willen nemen naar de fractie en eerst alle informatie willen doornemen alvorens hierover een besluit te nemen. De heer Franssen: Het reglement voor commissievergaderingen zit volgens mij toch iets anders in elkaar. De commissie bepaalt of een stuk rijp is voor behandeling in de raad, of niet. Dus dat moet vanavond bepaald worden, heel eenvoudig. De voorzitter: De commissie geeft een advies en ik heb maar van één fractie gehoord dat ze het voorstel niet rijp acht voor behandeling in de raad. Het presidium besluit dan straks of het wel of niet geagendeerd wordt voor de raad. Dat bent u toch met me eens, meneer Franssen? De heer Franssen: Ja, dat klopt, maar ik dacht: misschien haal ik nog een paar fracties over om dit helemaal niet te agenderen voor de raad.
De voorzitter: Dit is wat ik heb opgehaald en ik zie verder geen woordmeldingen, dus we gaan het zo noteren in het verslag van deze commissievergadering.