Roermond Excerpt cie Bestuur en Middelen 31 januari 2022.docx
Tekst van het document
Commissie Bestuur en Middelen 31 januari 2022 Voorzitter: mevrouw M. van Beers.
9.
Veiligheid.
De voorzitter: Dames en heren. Dit agendapunt staat structureel op de agenda voor deze commissie: in één termijn actuele zaken op het gebied van veiligheid. Ik start bij de heer Achten van de LVR. De heer Achten: Dank u. Ik had wat vragen over jeugd en jongerenoverlast willen stellen, maar die zal ik bewaren tot het agendapunt dat straks aan de orde komt. Coffeeshops komen ook nog apart aan bod en daarom heb ik eigenlijk maar één vraag te stellen, en die betreft het statement van de burgemeester twee weken geleden over de horeca in Roermond. Mijn vraag is: is die dag door de burgemeester, dan wel vertegenwoordigers van de burgemeester, overleg gevoerd met de horecaondernemers zelf? Later heb ik in ‘Berichten over horecaaangelegenheden’ gelezen dat er constructieve afspraken zijn gemaakt. Kunt u een tipje van de sluier oplichten over de inhoud van die constructieve afspraken? Een derde vraag in dit kader is de volgende. De week daarop is het in een en dezelfde Veiligheidsregio in Roermond gesloten en in een andere, noordelijker gelegen gemeente, Horst aan de Maas, geopend.
Mijn vraag is: wordt zoiets tussen de burgemeesters na die zondag ook besproken in een burgemeestersoverleg, of een Veiligheidsregio-overleg? We hebben 26 Limburgse gemeenten en hoe is het nou mogelijk dat het bij de één wel en bij de ander niet geopend is? Zou u ons nog eens willen meenemen in het verhaal van de horeca van toen naar de (vooral bestuurlijke) afspraken naar de toekomst toe? De voorzitter: Dank u wel, meneer Achten. De heer Maassen, GroenLinks. De heer Maassen: Ook ik had een vraag willen stellen over de achtergrond en de voortgang als het gaat over de actie van naar ik geloof een 17-tal horecaondernemers. De burgemeester heeft daar al wat van uit de doeken gedaan ten overstaan van de fractievoorzitters en ik zou eigenlijk willen vragen of u die achtergrond en datgene wat u afgesproken en gehoord heeft, en ook de verdere acties, hier wellicht nog een keer kunt toelichten, want ik denk dat het hoe en waarom wellicht een ander licht kan doen schijnen op het hele gebeuren. De voorzitter: Dank u wel. De heer Breugelmans, CDA. De heer Breugelmans: Voorzitter. Eerst twee nieuwe vragen. Ik vraag aandacht voor nachtvissers, met name nachtvissers die met bootjes het water opgaan in de nacht. Vooral rondom de Oolderplas krijg ik daar meldingen over en ik hoor ook van mensen dat dat soms tot overlastsituaties leidt.
Een tweede punt dat ik graag wil inbrengen betreft de veiligheid van mensen in de avonduren op straat. In coronatijd zien we steeds meer mensen sporten, ook in de avonduren en in het dan ook donker. Veel mensen lopen dan op straat zonder verlichting. We zien ook dat er steeds meer apparatuur beschikbaar komt die mensen die in het donker op straat sporten kan verlichten. Wellicht zou een mooie, preventieve actie kunnen worden bedacht, waarin mensen erop wordt gewezen dat het van belang is dat ze ook zichtbaar zijn in het donker. Kort wil ik vervolgens nog even stilstaan bij het oud ijzer en de aanhangwagentjes. Ik zag dat onderwerp ineens opduiken op de agenda voor de commissie Ruimte. Misschien hoort het daar ook wel meer thuis dan hier, want hier blijven we toch een beetje hangen in een eindeloze
2 discussie. Inmiddels is het in ieder geval niet alleen maar meer het CDA dat hiervoor aandacht vraagt. Wij doen dat al jaren, maar nu zetten andere partijen het ineens op de agenda, en in breder verband. We hebben een APV die daarin voorziet, en daarover hebben we ook in het verleden al met elkaar gesproken, maar toch krijgen we op een of andere manier het fenomeen niet de kop ingedrukt, nog even los van het feit dat, als de omgeving er aandacht voor vraagt bij betrokkenen om er zelf iets aan te doen, dat soms ook wel leidt tot burengerucht, of tot problemen tussen buren. Ik vraag er toch iedere keer opnieuw aandacht voor. Ook op Kitskensberg speelde het onlangs weer, en ook op andere plekken. Het is een zeer weerbarstig probleem en het lijkt op de een of andere manier niet te lukken om het gedrag van onze inwoners hierin veranderd te krijgen. Dat betreuren wij en wij willen er in het kader van de afspraken in de APV graag meer aandacht voor zien. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kalthoff, D66. De heer Kalthoff: Dank u wel, voorzitter. Ook vanuit D66 wil ik een aantal punten aandragen. Het eerste gaat over de gebeurtenis met betrekking tot de horeca, waarvoor de heer Maassen al aandacht vroeg. Wij willen daarop graag een nadere toelichting hebben. Daarbij willen we opmerken dat het wel belangrijk is dat we de rechtsstaat beschermen en het gezag van de overheid bewaken.
Wij begrijpen heel goed dat het voor bepaalde beroepsgroepen en sectoren in de coronacrisis heel moeilijk is, maar we moeten voorkomen dat beroepsgroepen en sectoren die zich netjes aan de regels houden door bepaalde ondernemers of groeperingen die dat niet doen benadeeld worden. Wij vinden het belangrijk dat de burgemeester in haar beantwoording aangeeft hoe zij dat ziet en hoe zij dat op een goede manier probeert te bewaken. Uiteraard vinden wij het heel belangrijk, zeker in deze moeilijke tijden, dat de burgemeester, maar ook de rest van het college, blijft praten met alle groeperingen, want dat vinden wij nog altijd het beste middel, in plaats van gebruik te maken van de stok, bij wijze van spreken. Het tweede punt waarvoor wij aandacht vragen is het probleem van desinformatie en polarisatie van de samenleving. Helaas zien wij dat op allerlei niveaus en dat is natuurlijk een heel vervelende ontwikkeling. Al sinds het begin van de coronacrisis vragen wij hier aandacht voor. Op welke manier besteedt de gemeente binnen haar mogelijkheden aandacht aan dit fenomeen? Hoe wilt u in de komende periode desinformatie zoveel mogelijk voorkomen, polarisatie laten afnemen en vooral inzetten op betrouwbare informatie, bijvoorbeeld over het vaccineren, et cetera? Het volgende punt gaat meer over het vaccineren. Er zijn misschien bepaalde gebieden waarin dat minder dan gemiddeld is.
Het is meer een vraag op het gebied van gezondheid, maar in verband met de coronacrisis denk ik dat het ook wel met veiligheid te maken heeft. Zijn er nog aparte maatregelen die het college samen met de GGD treft om de vaccinatie in gebieden waarin de vaccinatiegraad laag is op een laagdrempelige manier omhoog te brengen? De voorzitter: Dank u wel. De heer Coenen, Stadspartij Roermond. De heer Coenen: Dank u wel. Ik probeer het kort te houden, of het nu vlak voor de verkiezingen is, of niet. De aanhangwagentjes is een weerbarstig probleem genoemd. Dat klopt. De oude Coenen en de nieuwe Coenen hebben dat al meegemaakt vóór 2010, toen we nog wijkrondgangen hadden. Het was destijds bijvoorbeeld het geval in bepaalde gebieden, die ik nu niet ga noemen, en toen waren de woningcorporaties aangewezen, en de buren, om daar iets mee te doen. Dus bekijk eens goed hoe we dat na zoveel jaar misschien wel kunnen oplossen. Ik ben er zeer benieuwd naar. Voor het punt van de horeca is op verschillende manieren aandacht gevraagd. Ik vraag dat in het licht van de komende carnaval. Het is fijn dat een aantal burgemeesters / Veiligheidsregio’s
3 namens zuidelijk Nederland, die graag carnaval willen vieren, daar op een verantwoorde manier – let goed op wat ik zeg – afspraken over willen maken. Gebruik je de stok of de wortel? Ik ben benieuwd wat er na vanavond is afgesproken tussen de minister van Justitie en Veiligheid en de burgemeesters, want niet alleen de horeca, maar ook carnavalsvierders snakken naar activiteiten die wel kunnen plaatsvinden. Nogmaals: als er initiatieven komen, zijn wij benieuwd hoe daarmee wordt omgegaan. Is het glas halfvol, of is het halfleeg? Daar willen we toch ook voor heel veel organisaties en horecaondernemers duidelijke richtlijnen of achtergronden voor krijgen, zodat hopelijk zoveel mogelijk mensen zich daaraan kunnen houden en weten waar ze aan toe zijn. De voorzitter: Ik zie nog een handje bij de heer Achten. Zegt u het maar. De heer Achten: Ik was het een beetje vergeten, maar dank aan de heer Breugelmans dat hij hiep mij daaraan te herinneren. Hij had het over nachtvissen op de Oolderplas. Ik zou het wat breder willen trekken: veiligheidsbeleving in de avonduren, en niet alleen het nachtvissen op de Oolderplas. De LVR heeft er vragen over gesteld na het opheffen van de Stichting Naturisme Isabellagriend, of hoe ze ook moge heten, die daar toch een verbindende schakel was en nu ook is uitgevallen.
Maar überhaupt: Stadstoezicht is na elf uur niet meer bereikbaar en dan ben je aangewezen op de politie en die heeft een enorm tekort aan capaciteit. De LVR maakt zich zorgen over de totale handhaving in de nachtelijke uren. We wachten ook nog steeds op het uitvoeringsplan integrale veiligheid, et cetera. Daarvoor zou ik nog eens extra aandacht willen vragen, in relatie tot wat Marc Breugelmans zei. Ik ben ook zeer benieuwd hoe carnavalsburgemeester Donders heeft geadviseerd aan de VVD-minister hedenavond. De voorzitter: Voor de beantwoording van de vragen is het woord aan de burgemeester. De burgemeester: Dank u wel. Laat ik beginnen met het onderwerp dat mij deze avond heeft verrast: nachtvissers, door de heer Achten aangevuld met recreatie op de late avond. Ik moet u zeggen dat ik op mijn netvlies geen enkele klacht heb over nachtvissers. Als u daar een melding over heeft, adviseer ik u die te melden via de reguliere weg. Dat is de snelste weg als we er zicht op willen krijgen. U heeft het nu gezegd, dus ik zal het ook nog een keertje melden, maar het is echt beter, als u dit soort zorgen heeft, om die meteen weg te leggen bij Stadstoezicht, of bij onze klachtenlijn. Ik heb het dus gewoon niet nu. Misschien komt het, maar vanavond heb ik het niet.
In algemene zin is er het afgelopen jaar meer aandacht geweest voor de toename van recreatie en de negatieve effecten daarvan, zowel overdag als ’s avonds laat, in het gebied. Dat is ook een onderwerp dat intussen op de agenda staat, zoals u weet. Er zijn ook vragen over de handhaving: hoe gaan we dat goed oplossen? Dat is onderwerp van gesprek tussen mij en wethouder Evers, maar het is ook onderwerp van gesprek met andere partijen. We hopen dat we dat in de toekomst beter kunnen reguleren; laat ik het daar maar eventjes op houden. Dat voor wat betreft de Oolderplas en nachtvissers. Het uitvoeringsplan integrale veiligheid is naar u onderweg, niet in deze commissie helaas, maar het komt er wel aan, dus het zal er meteen voor de nieuwe raad zijn. Dat betekent ook dat we aan de slag zijn met de uitgangspunten voor handhaving en u weet dat daar uiteindelijk het oud ijzer ook in moet landen, in een heel systeem van aanpak. Het is dus niet vergeten en het is goed om er aandacht voor te blijven vragen, maar we zijn het niet vergeten en we zijn er ook mee bezig in de uitwerking van de verdere veiligheidsagenda. De voorzitter: Meneer Coenen, heeft u een aanvullende vraag over dit onderwerp? De heer Coenen: Over het vorige. Voor mijn deur, over de Maas, zie ik die nachtvissers en via de buurtapp lees ik inderdaad dat er ‘tig’ vuilniszakken zijn. Dan vraag ik me af of de wethouder
4 die daarover gaat, Evers, samen met de portefeuillehouder, daarover geen duidelijke regels naar buiten kan brengen, of kan laten weten aan zo’n buurt – want de boa’s zijn erbij gehaald – hoe ze daarmee omgaan, zodat niet raadsleden, maar burgers zich daarvoor kunnen melden en dat ze weten waar de oplossing zit. Dat zou ik dan graag van het college willen weten. De burgemeester: U veronderstelt dat ik hier iets van weet, maar ik weet niet specifiek iets van nachtvissers en achtergelaten zakken zwerfvuil. Wethouder Evers kan het misschien wel weten, omdat het meer direct tot zijn portefeuille behoort, maar ik weet het nu niet. Dus misschien moet het ook met wethouder Evers besproken worden. Voor alles geldt: achterlaten van afval mag niet. Daar zijn gewoon hele simpele regels voor: je neemt het mee naar huis, of je gooit het weg in de daarvoor bestemde bakken. Veel ingewikkelder is het niet. Het is niet alleen mogelijk dat iedereen dat onthoudt [0:14:07], leert de tijd ons, en we leren elkaar hier en daar ook verkeerd gedrag aan. Voor vanavond heb ik geen ander antwoord op dit punt dan dit.
U heeft het gemeld en ik blijf benadrukken: als mensen het melden, zeg het niet tegen elkaar, maar meld het ons, of meld het bij de politie, dan zorgen we dat we er ook een aanpak op kunnen maken, want als we het niet weten – vooropgesteld dat niemand het weet, en misschien is dat niet zo –, dan blijft het hangen. De voorzitter: Meneer Achten, een aanvullende vraag volgens mij. De heer Achten: Ja, precies. Ik had het iets breder getrokken, niet alleen het nachtvissen, vuilniszakken, alcohol, het naroepen van sommige personen, maar een bredere aandacht, al snap ik dat we de burgemeester daarmee overvallen. Ik had in het verlengde daarvan ook gevraagd naar de Stichting Isabellagriend. Wij hebben er al vragen over gesteld, maar nog geen antwoord gekregen, en dat was wel de schakel om het naturisme en de randverschijnselen die daar ook allemaal gebeuren, waarvoor zij ook niet verantwoordelijk zijn, maar wel oog en oor waren richting gemeente-, ik vraag daar nogmaals aandacht voor, voor beantwoording van die vragen, burgemeester. De voorzitter: De burgemeester. De burgemeester: Die beantwoording zal in de maak zijn, als u doelt op de stichting die is opgehouden te bestaan, die daar naaktrecreatie toestond, en dat levert een nieuw vraagstuk op. Nou, we zullen uw vragen beantwoorden en ons ook over het vraagstuk buigen. Dus dat loopt wel, denk ik.
Even terug naar de vraag van de heer Breugelmans over veiligheid van mensen op straat: of we daar geen campagne op zouden kunnen voeren. In theorie zeker wel, maar op dit moment is er geen ruimte voor campagne. Het is heel simpel: we hebben alle handen van mensen die bezig zijn met veiligheid heel hard nodig. Dat geldt voor de politie, maar ook voor onze eigen mensen van Stadstoezicht en ook voor alle omringende medewerkers die iets met veiligheid doen, omdat we gewoon de maximale capaciteit nodig hebben, en dat zal, vrees ik, nog even zo blijven als het gaat over het handhaven en het uitvoeren van de reguliere taken. We hebben gewoon geen ruimte. Maar het punt is natuurlijk belangrijk. Mensen zouden zichzelf en andere weggebruikers een groot plezier doen als ze zelf beter zichtbaar waren. Ik weet dat er bij verenigingen waarbij mensen zijn aangesloten ook aandacht voor is, dat ze worden geattendeerd op de goede hesjes, de goede bandjes, de reflecterende schoenen. Als mensen dat individueel niet doen, wordt het lastiger. In groepsverband word je ook meer aangesproken. En laat ik dan in ieder geval zeggen dat ik hoop dat met het weer op gang komen van het groepsgebeuren van verenigingen, ook vanuit verenigingen hiervoor meer aandacht is. Het is geen ..[0:19:58].. als ik tegen u zeg dat we daar nu geen ruimte voor hebben.
Er zijn meer onderwerpen waarvan ik denk dat het fantastisch zou zijn als we daar een campagne op konden voeren, of het nu gaat over de veiligheid van mensen in het donker, of over
5 signaleringen van overtreders van de Damocles-wet. Daar kun je ook nog heel goed campagnes op voeren, dus de omgeving meer bewust maken van risico’s, maar we hebben nu gewoon de capaciteit niet. De voorzitter: De heer Breugelmans. De heer Breugelmans: De burgemeester doet eigenlijk al hele goede suggesties, misschien zonder dat ze het zelf in de gaten heeft, en die hoeven ook helemaal niet veel inspanning of capaciteit te kosten. Er zijn bestaande platforms, zoals de Sportraad in Roermond, maar ook binnen de Veiligheidsregio. Roermond hoeft dit ook niet alleen te doen, want dit probleem speelt breder. Wellicht kan ook een Veiligheidsregio, die ook veel campagnes doet vanuit allerlei invalshoeken, hierin een rol spelen. Dus laten we vooral collectief zoeken en kijken of we de platforms waarmee sporters bereikt kunnen worden kunnen inzetten. Via een briefje aandacht vragen voor het thema, wat we vandaag ook in deze vergadering doen, kan al een eerste aanzet zijn. Ik heb alle begrip voor de opmerking van de burgemeester dat er ook andere prioriteiten zijn en dat het ook bij de sporters zelf een stukje ligt, maar laten we vooral elkaar blijven aanspreken en laat dit dan een extra signaal zijn. De burgemeester: Dat signaal is ook helder; dank u wel.
Via een bochtje brengt mij dit ook bij de situatie die zich heeft voorgedaan bij de kroegentocht die was georganiseerd door onze lokale horeca. Wij hebben van tevoren zelf het initiatief genomen om contact te leggen met de horeca toen we het bericht op Facebook zagen. Daarbij zijn de uitgangspunten voor wat er kon onder coronavlag heel helder gecommuniceerd, waaronder ook het verbod op alcohol. Desondanks heeft het overgrote deel van de deelnemende horecagelegenheden dat verbond geschonden, wat hier en daar heeft geleid tot grimmige sferen richting handhavers, of het nu Stadstoezicht was of politie. Er zijn allerlei filmpjes over in omloop geweest die u ondertussen vast allemaal wel gezien zult hebben. In ieder geval is het voor mij reden geweest om de horeca bijeen te roepen. Intussen heeft er twee keer een gesprek over plaatsgevonden, waarbij mijn uitgangspunt is geweest: ik ben persoonlijk helemaal niet zo geïnteresseerd in repressie, ik ben altijd meer geïnteresseerd in preventie en het voorkomen van uitwassen, maar wat nu hersteld moet worden is vertrouwen. Dat is belangrijker dan een boete, wat niet wil zeggen dat wij niet strenger gaan handhaven. Wij hebben ruimte gegeven die niet hanteerbaar is gebleken en dat vind ik heel erg, vooral omdat in een samenleving die zich heropent en waar spanning op zit iedereen een verantwoordelijkheid heeft, ook de horeca.
Ik heb tegen de mensen ook gezegd: mij is al heel jong geleerd hoe je een goede kastelein van een slechte kunt onderscheiden, en dat is niet zozeer door wát hij schenkt of wanneer hij schenkt, als wel doordat hij weet wanneer hij niét meer moet schenken. Dat is in deze tijd ook heel erg aan de orde. De geest gaat heel makkelijk uit de fles. We verkeren nog steeds in een fase waarin we oog en oor moeten hebben voor de kwetsbaren in de samenleving en de ondertussen weer sterk oplopende cijfers in de gezondheidszorg. We zijn niet maximaal ongerust, want er zijn versoepelingen denkbaar, maar we moeten wel voor ogen houden dat we die ruimte niet kunnen verspelen. Dat geldt op twee manieren. Aan de ene kant gaat het om de besmettingscijfers. Ik zou er niet aan moeten denken dat we terug moeten naar strengere maatregelen. Ik hoop echt dat dat niet gebeurt, maar dan moeten we elkaar helpen. De andere kant van de zaak is: als je de suggestie gaat wekken dat hier meer kan dan op een andere plek, trek je ook iets los, en dat hebben we echt zien gebeuren: mensen met tassen met alcohol, vastbesloten die kroegentocht tot een succes te maken. Ik heb de foto’s gezien van bladen bier die uit horecagelegenheden naar buiten zijn gedragen, en dat is iets heel anders dan “er waren mensen die alcohol bij zich hadden”.
Die optelsom maakte dat we met een vaatje buskruit kwamen te zitten, waarbij we niet anders meer konden doen dan te proberen het om 5 uur te stoppen, wat hier en daar overigens heel lastig bleek. Waar het mij vooral om gaat, is dat
6 we richting carnaval, vastelaovend, of welke vorm het dan ook mag krijgen, elkaar hier helpen. Het wordt al ingewikkeld genoeg. Natuurlijk zat ik vanavond niet bij de minister aan tafel, want ik zei tegen haar: “Ik moet naar de raad van Roermond”. Maar nee, dat is een grapje. Ik ben natuurlijk helemaal niet aan die tafel genodigd. Dat hoeft ook niet, want daar zitten alle voorzitters van Veiligheidsregio’s van die provincies waarin carnaval een serieuze traditie is, ook omvangrijk is, en waar ook zeker alcohol bij komt kijken, maar ook een bepaald gedrag en gezelligheid, wat nog niet helemaal past in de regels zoals we die nu kennen. Dus om 10 uur naar huis is buitengewoon ingewikkeld, denk ik, evenals anderhalve meter afstand houden en binnen mondkapjes dragen. Als u weet hoe je dat zou moeten handhaven, moet u het mij maar vertellen. Voor een briljant idee valt misschien ergens nog wel een prijs te verdienen, maar ik weet het niet en ik heb ook nog niemand gesproken die het wel weet. De regels zoals ze nu zijn gelden tot 14 maart, dat heb ik de minister van Justitie daarstraks nog op de radio horen zeggen. Dat blijft zo, dus dat zou betekenen dat daar geen versoepeling in komt.
Dan denk ik dat de eerste conclusie is dat vastelaovend zoals wij het kennen eigenlijk niet kan, dat Sjtasiefestasie-achtige grote evenementen sowieso niet mogen, optochten niet mogen, alles wat vergund moet worden niet mag, en dan kom je in het grijze gebied terecht van: wat kan er dan wel en wat niet? Ik moet zeggen dat het gesprek met de horeca vrij pittig is geweest, omdat het vooral ging om de manier waarop zij naar hun rol kijken. Als zij ervoor kiezen om tegenover wat dan nog nageleefd moet worden te gaan staan, gaan we elkaar zeker niet helpen, maar ook de vastelaovendvierder niet. Dus we zullen met elkaar een vorm van carnaval moeten zien te vinden. Daar gaat het overleg van vanavond ook over en ik ben heel erg benieuwd wat eruit komt. Er zal ongetwijfeld vanavond iets over bekend worden, maar sowieso praten wij er woensdag weer over in het collectief van de Veiligheidsregio. Dat zal ook in Zuid het geval zijn, zoals in alle Veiligheidsregio’s. Er wordt een terugkoppeling gegeven en daar moeten we dan ook met elkaar een soort eenduidigheid in vinden. Dat is niet altijd makkelijk en daar heeft u ook een voorbeeld van gezien in de afgelopen week. Ik weet niet precies hoeveel horecagelegenheden wij hebben, maar ergens tussen 125 en 175 geloof ik. Dat is iets heel anders dan wanneer je één kern hebt met vijf cafés aan het dorpsplein.
Wij hebben ook nog het vraagstuk van: wat als we niks doen en mensen komen toch? Ook dan moet je met de menskracht die er is wijzigingen doen, dus het is niet zo ingewikkeld [0:24:28]. We hadden overigens, om daar nog even op terug te komen, ook afspraken gemaakt over de opening van de horeca. In Horst aan de Maas is gehandhaafd, daar zijn ook boetes uitgedeeld. Dat hebben wij tot nu toe niet gedaan, wel hebben we waarschuwingen uitgedeeld voor het gedrag van de kroegentocht. Afgelopen weekend is er wel bekeurd en dat zou komend weekend weer kunnen gebeuren, want ik wil geen verdere excessen voor vastelaovend, voordat we weten wat we met elkaar gaan doen. De voorzitter: Meneer Maassen wil een aanvullende vraag stellen. De heer Maassen: Ik hoor het verhaal van de burgemeester goed en ik moet ook zeggen dat ik het zeer waardeer dat u geprobeerd heeft een goede middenweg te vinden tussen begrip voor ondernemers, of het nou een week eerder over de cultuursector ging, of de horeca, waar we de nood natuurlijk niet moeten onderschatten, en ook van alle mensen die een enorme behoefte hebben om weer een keer naar buiten te gaan, iets leuks te doen en iets lekkers te nuttigen; daar reken ik mezelf ook toe.
Maar, en dat heeft ook de heer Kalthoff al aangegeven: er zijn ontzettend veel inwoners van Roermond die er niet naartoe zijn gegaan en zich groen en geel hebben geërgerd aan dit gedrag. Ik heb van u begrepen dat er duidelijke afspraken gemaakt zijn van tevoren: A. geen alcohol schenken en B. ook geen muziek, en dat aantoonbaar deze afspraken geschonden zijn. Waar ik nou heel benieuwd naar ben, los even van sancties e.d., is precies wat u zegt: vertrouwen. U bent daarna nog in gesprek gegaan met de horecaondernemers. Heeft u daar nou gemerkt dat men zei “dat hadden we niet moeten doen
7 en we doen het niet meer”, juist in het kader van ons vertrouwen, of heeft u ook andere geluiden gehoord? Ik ben heel nieuwsgierig welk gevoel u na afloop van dat gebeuren heeft aangetroffen bij deze ondernemers, die een verantwoordelijkheid hebben in dezen. De voorzitter: Het woord is aan de burgemeester. Ik heb u gezien, meneer Achten, maar ik ga eerst de burgemeester even ruimte geven om de vraag te beantwoorden. De burgemeester: Ik probeer even aan te haken bij wat de heer Maassen zei. We hebben ook klachten gehad, ook daarna nog, van mensen die in de buurt wonen, of die zich onveilig hebben gevoeld op de fiets, te voet, of met de auto, die zich lastig hebben kunnen voortbewegen, ongemakkelijke opmerkingen hebben gehad, enz. Dat is allemaal gebeurd. De andere kant is dat de horecaondernemer die geloof had in het op deze manier kunnen opereren – laat ik het zo maar even zeggen – in eerste instantie voor zichzelf, op een enkeling na, heel tevreden was. Afhankelijk van waar je zit met je horecagelegenheid, heb je ook meer of minder last gehad van de toenemende drukte. Die naïviteit: daar heb ik hen wel stevig op bevraagd. Ik heb gezegd: op het moment dat je denkt dat je iets organiseert voor duizend personen en je ziet dat je binnen anderhalf uur twee-, drieduizend mensen hebt, dan heb je ook een keus.
Dan kun je ook zeggen: beste mensen, we gaan het langzaam uitdoven, we houden eens op met alcohol schenken, als je al niet had begrepen dat je dat niet moest doen. Dus het gesprek is juist heel erg gegaan over die verantwoordelijkheid. Want als je de verantwoordelijkheid alleen maar aan de handhavende kant laat liggen, dan gaat er al iets scheef. Wij leven in een land waarin handhaving een verlengstuk is van hoe je met elkaar samen leeft. Het is geen doel op zichzelf. Dus die handhaving is er om mensen eraan te herinneren: je hebt gedrag dat niet kan en daarvoor straffen we je, of we voorkomen dat je dat gedrag nog voortzet en geven je een kans daarmee te stoppen. Maar het is nooit een instrument op zichzelf. Het is altijd gekoppeld aan handelingen of aan gedrag. Dat gesprek hebben we met elkaar gevoerd en dat is ook niet meteen vanzelf heel gemakkelijk natuurlijk. Want horecaondernemers die zo op slot hebben gezeten in een voor hen zo belangrijke tijd van het leven, na al een heel moeilijke anderhalf jaar daarvóór, hebben ook de neiging om zich heel vrij te voelen na eerst een weekend waarin we ruimte hadden gegeven om een vorm van demonstratie te hebben, eenmalig, één dag, en vervolgens denken: het weekend daarop doen we er een tandje bij.
Vanuit hun denkproces snap ik wel hoe dat werkt, maar ik kan het er niet mee eens zijn, want als je op deze manier met regels omgaat, kom je niet verder in waar nog meer ruimte voor nodig is. Want we zijn er nog lang niet, we zijn er echt nog niet en we hebben elkaar hard nodig. De heer Maassen: Mag ik, voorzitter? De voorzitter: U mag mogelijk zo meteen nog, maar u heeft een antwoord gekregen op uw vraag en ik ga eerst ruimte geven aan de heer Achten. De heer Achten: Heb ik nu goed gehoord van mevrouw Donders dat wie van de horeca in de komende tijd niet doet wat de regels zijn beboet zal worden? En geldt dan niet meer een vorm van overleg, c.q. eerst waarschuwen en dan beboeten, maar is het meteen beboeten? Ik was even nieuwsgierig wat u precies zei, want het ging mij te snel. De voorzitter: De portefeuillehouder. De burgemeester: We hebben gezegd dat we strikter zijn. Kijk, wij hebben ruimte gegeven en die ruimte is misbruikt. Zo simpel is het. Er zijn grenzen overschreden die niet overschreden hadden mogen worden. Er is ook nog een andere groep horecaeigenaren die niét hebben meegedaan, om heel heldere, duidelijke en wat mij betreft ook verstandige afwegingen, en daar moeten we ook een balans in houden. Het kan niet zo zijn dat de groep die de ruimte pakt dat
8 doet ten koste van anderen die zich aan de regels houden. In die balans heb ik tegen de horeca gezegd: in algemene zin zal ik in de komende tijd strenger zijn. Ik moet de ruimte kleiner maken, totdat ik zeker weet dat wij elkaar weer genoeg kunnen vertrouwen op de ruimte die we kunnen geven, binnen de regels. Dat is het gesprek waarmee wij verder gaan, zodra duidelijk wordt wat de uitkomst is van het overleg met de minister, wat dat gaat betekenen voor carnaval, terwijl we nog steeds in dezelfde regels zitten die voor ons, denk ik, niet zomaar exclusief veranderen, en als dat wel zo is, moeten we kijken wat dat betekent. Dan gaan we weer opnieuw aan tafel, om daar afspraken over te maken. En dan heb ik het natuurlijk in eerste instantie vooral over degenen die de regels te ver hebben opgerekt en inbreuk hebben gemaakt op de gevoelens van veiligheid van anderen. De heer Achten; En dat ‘strikter zijn’ is dan beboeten en niet meer met elkaar praten, of eerst waarschuwen? Hoe moet ik dat ‘strikter’ uitleggen? De voorzitter: Meneer Achten, ik geloof dat u nog niet aan de beurt was. De burgemeester: We hebben steeds de lijn gehad: we waarschuwen, we waarschuwen nog een keer en de derde keer heb je een sanctie. We hebben ook mensen dwangsommen aangezegd en die gelukkig maar zelden hoeven te verzilveren in de achterliggende tijd. In die zin worden de lijnen korter.
Of dat zo blijft, hangt weer af van de vraag waar we met elkaar op uit komen. Maar de overheid moet handhaven, kan niet niét handhaven, en de situatie bepaalt voor een deel hoe effectief, snel en hard dat moet. De voorzitter: Meneer Maassen. De heer Maassen: De burgemeester geeft uitvoerig aan wat zij vindt. Dat begrijp ik en ondersteun ik ook, maar juist in het kader van in gesprek blijven ben ik zo nieuwsgierig wat de reactie was van de partijen die flagrant duidelijke afspraken hebben geschonden, en waarmee u daarna in gesprek bent geweest. Was dat “hadden we niet moeten doen in het kader van vertrouwen”, of was dat “dit is gewoon wat wij willen en bij wijze van spreken een volgende keer weer zouden willen doen”? Ik ben zo nieuwsgierig naar wat de reactie van dié kant is geweest. Want als dat is “sorry, het spijt ons echt”, dan is het natuurlijk een heel andere manier waarop je met elkaar weer afspraken kunt gaan maken dan met een aantal mensen die zeggen “dit is gewoon onze keus geweest’ – en ik zal maar niet zeggen welke vinger in de hand daarbij past, maar u snapt wat ik bedoel. Ik ben zo benieuwd naar wat zij nu gezegd hebben. De burgemeester: Zij hebben daar ook wel iets over op Facebook gezet en ik heb meteen gezegd: ik vind dat Facebook een gevaarlijk platform is als het gaat over communicatie met elkaar.
Je kunt er hele leuke dingen mee doen, maar je kunt elkaar ook heel erg vernielen. Maar er is een bericht op Facebook verschenen en daarin staat: we hebben het geweldig gehad, maar achteraf was die alcoholverkoop niet zo slim. Ik vond dat persoonlijk een wat mager inzicht. Ik zou hebben gezegd: die alcohol hadden we nooit moeten verkopen. Dat is een andere formulering, als je echt inzicht wilt. Het tweede gesprek dat wij hierover hebben gehad was pittiger dan het eerste, omdat het inzicht voor mij belangrijk is. Dat bepaalt wat we kunnen gaan toestaan aan degenen die nu de regels hebben overtreden, en we weten precies wie dat zijn. Je moet als handhaver ook altijd zorgen, vind ik, dat je niet de goeden met de kwaden meeneemt. Wat ik wel heb gezien, want dat is natuurlijk de andere kant van hún verhaal, en dat begrijp ik ook: ze zijn te uitbundig geweest, te euforisch, hebben gedacht “dit kan het wel hebben”. Het werd in de aanvang ook heel gezellig en heel druk, dat voelt voor die horeca heel goed, want daarmee komt er natuurlijk én inkomen binnen én het is zoals we het graag hebben: gezellig en levendig en buiten op straat en mensen. Dus in die euforie zijn ze niet kritisch geweest, maar ze hebben wel begrepen, ook omdat het natuurlijk uit de hand is gelopen, dat
9 het niet de beste methode was, en daar gaat het mij om. Dus een herhaling kan nooit aan de orde zijn. Ook in de komende dagen hebben ze de kans om te laten zien dat 10 uur 10 uur is, en voor wie dat moeilijk vindt: ja, daar zullen we een andere weg op bewandelen. Dat wil niet zeggen dat we voortdurend alle kroegen in de gaten hebben, want dat kan natuurlijk helemaal nooit, maar we zijn er wel en we zijn er stevig, en dat moet, om de balans te bewaken. Waar ik blij om ben, is dat we in gesprek zijn. Waar ik ook blij om ben, is dat uiteindelijk iedereen begrijpt dat het niet een goed idee was, dat het zo niet had gemoeten en dat het zeker niet nog een keer zo moet worden gedaan, want dat gaat ons niet helpen. Ik denk dat daarbij ook meespeelt dat, behalve dat het gezellig was, er ook iets anders in de samenleving aan de gang is, en dat is het heropenen van die samenleving. Het ventiel had niet alleen in de horeca even open gemoeten, maar ook in de cultuurinstellingen, want we hebben het moeilijk. Dat ventiel zit op alle plaatsen en we moeten zorgen dat we ook dat heropenen op de goede manier doen met elkaar, en ik denk ook dat dat kan. Ik denk dat we op die geleidelijke weg terug best heel veel al kunnen en dat dat ook al heel goed voelt.
Ik weet niet of u alweer op een terras heeft gezeten, of ergens een hapje bent gaan eten, maar ik hoop dat u dat dan alsnog binnenkort heel snel weer kunt, want dat is gewoon heel fijn, en dat vinden we ook heel fijn. Ik wil ook heel graag dat dat zo blijft. Dus over vastelaovend: die zorgen zijn er nog, en die zijn voorlopig ook nog niet weg. Het betekent ook dat we hebben afgezien van de voorjaarskermis, juist ook om de ruimte te houden voor de dingen die misschien wel kunnen, of wel moeten, of waar we rekening mee moeten houden. Ik kan me voorstellen dat we elkaar, of in ieder geval de fractievoorzitters, daar nog een keer over spreken, als we weten wat dat gaat betekenen, ook al hebben we daar geen commissievergadering meer over, maar misschien nog wel in de raadsvergadering van de 17de. Voorzitter. Ik denk dat ik zo ongeveer alles wel heb benoemd. Zo niet, dan hoor ik dat direct graag. De voorzitter: Ik kijk even rond of alle vragen zijn beantwoord. Ik zie geen commissieleden die zich melden, dus dat lijkt het geval. Daarmee sluit ik deze beraadslagingen en dank ik u hartelijk.