CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Vaststelling Algemene plaatselijke verordening

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente RoermondBij agendapunt: Vaststelling Algemene plaatselijke verordening3.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

·· e 4

$$

gemeente Roermond

eP VOORSTEL AAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE ROERMOND

Onderwerp: Vaststelling Algemene plaatselijke verordening Zaaknummer: 17388-2024 Datum: 27-02-2024

Inleiding De basis van de Algemene plaatselijke verordening (APV) van de gemeente Roermond wordt gevormd door de model-APV van de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG). Bepalingen die afwijken van dat model worden gemakshalve gemarkeerd met een asterisk (*). Om in voorkomende gevallen slagvaardig te kunnen optreden is het wenselijk over een geactualiseerde versie van de APV te beschikken. Tijdens een digitale tuinzaalsessie op 25 maart 2021 is het belang van een actuele APV nogmaals benadrukt en is er (onder andere) stilgestaan bij de diverse manieren van regelgeven. Concreet is de afspraak gemaakt dat (aanpassing van) vastgesteld beleid leidend is voor wijzigingen in de APV. Daarnaast is het streven uitgesproken om jaarlijks in ieder geval de noodzakelijke technische wijzigingen van de APV aan de raad voor te leggen. De laatste integrale herziening van de APV dateert van 17 februari 2022. In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet sinds 1 januari 2024 is de APV in 2023 juridisch-technisch aangepast. Dit voorstel betreft vooral een actualisatie van de APV vanwege ontwikkelingen in de rechtspraak, wetswijzigingen en tips die de VNG de afgelopen twee jaar heeft ontvangen van gemeenten. Gelet op het feit dat een aantal artikelen dient te worden gewijzigd is besloten aan de raad een integrale herziening van de APV voor te leggen.

Voorstel Aan de raad wordt voorgesteld, door middel van bijgevoegd concept raadsbesluit, de Algemene plaatselijke verordening vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de Algemene plaatselijke verordening zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2020, laatstelijk gewijzigd bij besluit van de raad van 9 november 2023. Argumenten 1.1 VNG mode/verordening is gevolgd Uitgangspunt voor de vormgeving van verordeningen zijn de door de VNG aangereikte modelverordeningen. Dit betekent dat een modelverordening wordt overgenomen, tenzij specifieke beleidswensen afwijking wenselijk maken. De VNG brengt jaarlijks een geactualiseerde model-APV uit. In het bijgaande voorstel tot vaststelling van de APV is de zomeraanpassing van 2022 en de aanpassing najaar 2023 uit VNG-ledenbrief (Lbr) verwerkt met kenmerk Lbr. 23/041. Deze ledenbrief treft u als bijlage bij dit voorstel aan. De zomeraanpassing van 2022 van de model-APV is beperkt. Behoudens enkele redactionele aanpassingen gaat het om de volgende bepaling: Bedelarij (artikel 2:65) Op grond van artikel 2:65 APV is het verboden te bedelen op openbare plaatsen in een door het college aangewezen gebied. Hier wordt het motief 'voorkoming of beëindiging van overlast' aan

Pagina 2

Onderwerp: Vaststelling Algemene plaatselijke verordening

toegevoegd. Aanleiding is een uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens, waarin het Hof oordeelt dat de menselijke waardigheid wordt aangetast als iemand niet beschikt over voldoende bestaansmiddelen en dat deze beschermd wordt door artikel 8 EVRM (het recht op de eerbiediging van het privéleven). Dit recht kan op grond van artikel 8, tweede lid, EVRM beperkt worden, mits deze beperking een legitiem doel dient, een wettelijke basis heeft en noodzakelijk is voor de democratische samenleving. De laatste voorwaarde vereist een afweging van de belangen van het individu en die van de maatschappij. Veiligheidshalve wordt daarom het motief 'voorkomen of beëindiging van overlast' opgenomen in artikel 2:65 APV. De wijziging model-APV najaar 2023 betreft de volgende artikelen: Messen en andere voorwerpen als steekwapen (artikel 2:50a) Het wapenbezit in het algemeen en gebruik van steekwapens in het bijzonder is fors toegenomen. Het doel van het artikel is bescherming te bieden tegen mogelijke aantasting van de openbare orde en veiligheid door het bij zich hebben (dragen) van messen en andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt te verbieden.

Het artikel is een aanvulling op de Wet wapens en munitie (Wwm ) en verbiedt het bij zich hebben van andere dan in de Wwm aangeduide messen of van voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, maar waarbij nog geen sprake is van een situatie waarin, gelet op hun aard of de omstandigheden waaronder deze voorwerpen worden aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij zijn bestemd om letsel aan personen toe te brengen of te dreigen. Hierdoor kan aantasting van de openbare orde preventief worden voorkomen en wordt de veiligheid bevorderd. De Wwm verbiedt het dragen (= bij zich hebben) van wapens, waaronder nader aangeduide messen of voorwerpen die als wapen kunnen dienen als wel sprake is van bovengenoemde situatie. Voor de toepassing van de Wwm bepaalt de context dus of een voorwerp een wapen is of niet.

Definitie consumentenvuurwerk (artikel 2:71) Bij ministeriële regeling op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit wordt bepaald welk vuurwerk aan particulieren beschikbaar mag worden gesteld. De toevoeging van de categorieaanduidingen F1, F2 of F3 in de definitie is overbodig. De vuurwerkcategorieën worden derhalve uit de definitie geschrapt. Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf (artikel 2:80) Het artikel geeft de burgemeester de mogelijkheid over te gaan tot sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of daarbij behorend erf als overlast, verstoring van de openbare orde of aantasting van het woon- en leefklimaat dreigt. De burgemeester kan met behulp van artikel 2:80 optreden als in of vanuit een voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf strafbare feiten plaatsvinden waardoor de openbare orde of het woon- of leefklimaat nadelig wordt beinvloed of als ondernemers van (dienstverlenende) bedrijven zoals garages, autoverhuurbedrijven, uitzendbureaus of winkels, overlast (blijven) veroorzaken of ter plaatse strafbare feiten plegen, deze faciliteren, gedogen of op andere wijze toestaan. Ook geeft het artikel de burgemeester de mogelijkheid om op te treden als er in of vanuit een pand (niet zijnde een woning) wordt gegokt, waarvoor geen toestemming is gegeven op grond van de Wet op de Kansspelen.

Als sprake is van een illegaal gokpand is zonder meer sprake van een aantasting van de openbare orde (in ruime zin te verstaan). Gokpanden die tevens als woning in gebruik zijn,

Pagina 3

Onderwerp: Vaststelling Algemene plaatselijke verordening

kunnen niet op basis van dit artikel uit de APV worden gesloten, maar op grond van artikel 174a Gemeentewet. 'Ondermijningsvergunning' (artikel 2:81) Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen waarvoor een verbod geldt om deze zonder vergunning uit te oefenen. Deze bevoegdheid kan worden ingezet als dat nodig is om verstoring van de openbare orde of nadelige beïnvloeding van de leefbaarheid

tegen

te

gaan,

als

die

wordt

veroorzaakt

door

een

onveilig

en

malafide

ondernemersklimaat vanuit een gebouw, een branche of in een gebied. Daarom wordt het ook wel de 'ondermijningsvergunning' genoemd. Uit de jurisprudentie volgt dat het juridisch-technisch mogelijk is om de vergunningplicht bij een onveilig en malafide ondernemersklimaat in te zetten, maar dat de inzet van deze bevoegdheid wel goed moet worden gemotiveerd. Daarbij is van belang dat de uitoefening van een bedrijf in de regel kwalificeert als

het verrichten van

een

dienst in de

zin

van

de

Dienstenrichtlijn.

Op een

vergunningstelsel dat de uitoefening van dienstenactiviteiten reguleert, heeft artikel 9 van de Dienstenrichtlijn betrekking. Dit betekent dat de burgemeester dient te onderbouwen dat een aanwijzingsbesluit tot het onderwerpen van dienstverrichters aan een vergunningstelsel een gerechtvaardigde beperking van het vrij verrichten van diensten inhoudt (de openbare orde en veiligheid zijn een dwingende reden van algemeen belang), niet discriminatoir en doelmatig is en het nagestreefde doel niet door een minder beperkende maatregel kan worden bereikt (de maatregel is geschikt, noodzakelijk en evenredig). Het is gebleken dat er behoefte bestaat binnen Roermond aan dit artikel. Het is echter wel zo dat er niet zonder meer sprake kan zijn van het opleggen van een vergunningsplicht. Er dient uitgebreid onderbouwd te worden waarom een dergelijke vergunning nodig is. Door het invoeren van een vergunningsplicht is het mogelijk om de wet Bibob in te zetten bij de aanvraag van een dergelijke vergunning.

Hiermee

heeft de

gemeente een

goed

instrument

in

handen

om

ongewenste

ontwikkelingen in een bepaalde branche of gebied tegen te gaan.

1.2 De aanpassing van de APV betreft verbeteringen als gevolg van wijzigingen in andere regelgeving, actuele juridische inzichten en tekstuele aanpassingen. Behoudens enkele noodzakelijke tekstuele aanpassingen in verband met de juridische juistheid, gaat het om de volgende bepalingen: Gebiedsontzeggingen vuurwerk (bijlage bij artikel 2.1 b(*)) In de gemeente Roermond zijn al een aantal jaren problemen met personen die vuurwerk afsteken buiten de toegestane periode tijdens de jaarwisseling en hiermee veel overlast voor de omwonenden veroorzaken en de leefbaarheid in de wijken aantasten. In samenhang met de aanpak overlast vuurwerk is niet alleen het afsteken maar ook het voorhanden hebben en het vervoeren van vuurwerk relevant. Het afsteken is namelijk een snelle handeling die veelal in het donker moeilijk is te constateren. Daarnaast is het mogelijk dat overlast gaat plaatsvinden in die gebieden waar tijdens de jaarwisseling geen vuurwerk mag worden afgestoken als die in toekomst worden aangewezen (art. 2:73 APV). Het is dan ook wenselijk om artikel 2:73 APV en de betreffende artikelen uit het Vuurwerkbesluit toe te voegen aan de bijlage bij artikel 2.1 b APV. Door deze toevoeging heeft de gemeente een extra instrument om de overlast aan te pakken.

Pagina 4

Onderwerp: Vaststelling Algemene plaatselijke verordening

Maximering vergunningen deelmobiliteit (artikel 2:8(*)) In februari 2022 is in de APV een vergunningplicht voor deelmobiliteit opgenomen. Dit om te voorkomen dat aanbieders allerlei systemen op straat kunnen zetten zonder dat we als gemeente daar aan de voorkant grip op hebben. Concreet staat het in artikel 2:8 als volgt geformuleerd: 'Het is

verboden om zonder vergunning van het college bedrijfsmatig fietsen of bromfietsen e.d. ten behoeve van gebruik door derden op de weg te plaatsen'. Tevens is in artikel 2:8 een maximum gesteld aan het aantal bedrijven of aan het aantal voertuigen dat vergunning kan aanvragen. 'Het college kan ter bescherming van de belangen in het tweede lid een maximum stellen aan het totaal aantal bedrijven waaraan een vergunning kan worden verleend of aan het totaal aantal fietsen of bromfietsen e.d. als bedoeld in het eerste lid dat op of aan de weg kan worden geplaatst.' Per abuis is niet opgenomen dat ook een maximum wordt gesteld aan het aantal vergunningen. We willen immers deelmobiliteit faciliteren in Roermond, maar wel passend bij de schaal en omvang van de gemeente. Wildgroei moet worden voorkomen en we willen voorkomen dat we worden overspoeld door een groot aantal verschillende bedrijven, systemen en voertuigen. Vandaar dat wordt voorgesteld artikel 2:8, derde lid als volgt aan te passen: 'Het college kan ter bescherming van de belangen in het tweede lid een maximum stellen aan het aantal te verstrekken vergunningen, het totaal aantal bedrijven waaraan een vergunning kan worden verleend of aan het totaal aantal fietsen of bromfietsen e.d.

als bedoeld in het eerste lid dat op of aan de weg kan worden geplaatst.' In combinatie met een nog op te stellen beleidsregel waaraan vergunningaanvragen worden getoetst (verwachte vaststelling door college medio 2024) hebben we daarmee voldoende instrumentarium in handen om aan de voorkant grip te hebben op de uitrol van deelmobiliteit in de openbare ruimte. Sluitingstijden horeca station (artikel 2:29(*}} Artikel 2:29 van de APV regelt de sluitingstijden van de horeca. Op 26 juni 2023 is, in afwijking van de vastgestelde openingstijden in dit artikel, een nachtvergunning verleend aan de Stationshuiskamer gelegen aan het Stationsplein 8b te Roermond. Door middel van deze vergunning kan de Stationshuiskamer dagelijks open vanaf 05.45 uur, hetgeen beter aansluit bij de vertrektijden van de treinen vanaf station Roermond. Op deze manier kan aan reizigers een betere service worden geboden. Vanwege de bijzondere positie van horeca op een station is het wenselijk om een bepaling op te nemen in de APV die ruimere openingstijden toelaat aan horecaondernemingen op het station. Het is handig dat ook de reizigers die de eerste trein vanaf station Roermond nemen van deze service gebruik kunnen maken. De eerste treinen vertrekken rond 06.00 uur. Een openingstijd van 06.00 uur, zoals de huidige APV regelt, is dan te laat om de reizigers van de eerste treinen tot dienst te kunnen zijn.

Voor deze nieuwe bepaling wordt aangesloten bij de vrijstelling voor winkels. op stations, zoals geregeld in het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet. Zowel horecaondernemingen als winkels op stations hebben een functie voor het verkeer en vervoer. Met deze wijziging van de APV wordt het verschil tussen de openingstijden van winkels en horeca op een station rechtgetrokken. Weigeringsgronden nachtvergunning (artikel 2:29(*)) In het huidige artikel 2:29 APV (nachtvergunning) wordt niet verwezen naar de weigeringsgronden van artikel 2:28 APV (exploitatievergunning). Het is echter wenselijk dat een nachtvergunning op dezelfde gronden kan worden geweigerd als een exploitatievergunning. Om deze reden wordt voorgesteld de betreffende weigeringsgronden op te nemen in artikel 2:29 APV.

Pagina 5

Onderwerp: Vaststelling Algemene plaatselijke verordening

Colorverbod onverbindend verklaard (vervallen artikel 2:26, tweede en derde lid en 2:50a) Bij arrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad het in de APV opgenomen 'colorverbod' onverbindend verklaard, omdat dit in strijd is met het in artikel 7, derde lid, van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting (ECLl:NL:HR:2021 :1946). Dit betekent dat artikel 2:26, tweede en derde lid en artikel 2:50a van de APV vervallen. Kamperen en gebruik openbaar water bij evenementen (artikel 4:18 en 5:25) Artikel 4:18 (recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen) en artikel 5:25 (gebruik van openbaar water) van de APV kennen momenteel geen uitzondering voor evenementen. In het kader van deregulering wordt voorgesteld in beide artikelen een lid toe te voegen waarbij het verbod niet van toepassing is op evenementen als bedoeld in artikel 2:24 APV. Dit betekent dat bij evenementen waarbij gebruik wordt gemaakt van openbaar water en/of wordt gekampeerd, geen aparte vergunning is vereist. Het wordt dan meegenomen in de evenementenvergunning. Overlast op openbaar water (artikel 5:31f(*)) Zowel voor jong en oud is het aantrekkelijk om op de openbare wateren van de gemeente Roermond te recreëren en te ontspannen. De wateren worden dan ook intensief bevaren door tal van vaartuigen. Het intensieve gebruik gaat helaas gepaard met vormen van overlast.

In toenemende mate worden meldingen ontvangen door de gemeente over vaartuigen die overlast bezorgen aan andere vaarrecreanten en omwonenden door zich niet aan de normale verkeers- en gedragsregels te houden. De klachten hebben voor het overgrote deel betrekking op de harde muziek die via luidsprekers ten gehore wordt gebracht. Deze vorm van (geluids-)overlast komt zowel overdag als in de nachtelijke uren voor. Met dit artikel wordt de mogelijkheid gecreëerd om te kunnen acteren en handhaven op overlast op de

openbare

wateren

van

de

gemeente

Roermond.

Daarbij

is

een

balans

tussen

recreatie/ontspanning en het tegengaan van overlast het uitgangspunt. Om deze reden geldt er geen algeheel verbod op het ten gehore brengen van elektronisch versterkte muziek, maar is in artikel 5:31f, vierde lid, de bevoegdheid opgenomen voor het college om gebieden aan te wijzen waar een verbod mogelijk is.

1.3 De wensen van de raad zijn integraal afgewogen Voorafgaand aan het nemen van het raadsbesluit van 17 december 2020 tot vaststelling van de APV, heeft de raad besloten middels amendement om de APV vast te stellen met uitzondering van artikel 2:47a, 'overlast door skaters'. Daarnaast is besloten om in het eerste halfjaar van 2021 een nadere discussie te voeren over APV door middel van een tuinzaalsessie. Ter voorbereiding op de digitale tuinzaalsessie van 25 maart 2021 is afgesproken dat partijen zaken kunnen aangeven die ze graag in relatie tot de APV besproken w.illen zien. In de voorbereiding van dit voorstel is gebleken dat een aantal onderwerpen reeds is opgenomen in de APV dan wel niet meer actueel is. Ook is er een aantal onderwerpen waarbij het onwenselijk is om dit op te nemen in de APV, bijvoorbeeld een artikel ten aanzien van overlast door .skaters. Hoewel het mogelijk is om een artikel in de APV op te nemen ter regulering van eventuele overlast, achten we een opname van een dergelijk artikel onwenselijk. Niet gebleken is dat er sprake is van dusdanige overlast dat opname van een dergelijk artikel rechtvaardigt. Het resterende artikel is meegenomen in dit voorstel. Het betreft het volgende artikel:

Pagina 6

Onderw erp: Vaststelling Algemene plaatselijke verordening

Oplaten van ballonnen (artikel 4:9a(*)) Het oplaten van ballonnen kan schade toebrengen aan het milieu en de natuur. Er kunnen resten van ballonnen achterblijven in de buitenruimte, wat bijvoorbeeld door dieren voor voedsel kan worden aangezien of waardoor ze verstrikt raken in linten. Een overgrote meerderheid van gemeenten heeft het oplaten van ballonnen verboden of heeft een ontmoedigingsbeleid. Vanuit een preventieve werking wordt het wenselijk geacht om milieuvervuiling door zwerfafval tegen te gaan en dierenleed te voorkomen. Er is geen sprake van een totaalverbod op ballonnen. Zo valt het vasthouden van bijvoorbeeld een met helium gevulde ballon met een touwtje, lintje, stokje of iets dergelijks niet onder het verbod. Deze is immers nog op enige wijze met het aardoppervlak verbonden, dat wil zeggen via degene die de ballon vasthoudt. Uiteraard is het verbod ook niet van toepassing als de ballon aan een balkon of reling of iets dergelijks is vastgemaakt zodat deze niet verder kan 'opstijgen en wegvliegen'. Met aardoppervlak wordt ook wateroppervlak bedoeld. Lege of met water gevulde ballonnen vallen niet onder het verbod; deze stijgen immers niet uit zichzelf op. Voor een verdere toelichting wordt verw ezen naar bijlage 5 'Aangedragen onderw erpen door de raad'.

Kanttekeningen en risico's Niet van toepassing. Historisch overzicht 17 december 2020

17 februari 2022 9 november 2023

Raadsbesluit vaststelling Algemene plaatselijke verordening onder gelijktijdige intrekking van de Algemene plaatselijke verordening zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 28 september 2017; Raadsbesluit eerste wijziging Algemene plaatselijke verordening zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2020; Raadsbesluit tweede wijziging Algemene plaatselijke verordening zoals vastgesteld bij raadbesluit van 17 december 2020 (juridisch-technische aanpassing in verband met inwerkingtreding Omgevingswet).

Financiële gevolgen Niet van toepassing. Communicatie en participatie Na besluitvorming wordt het raadsbesluit tot vaststelling van de APV formeel bekendgemaakt in het Gemeenteblad. Na inwerkingtreding is de geconsolideerde versie van de APV te vinden op https://lokaleregelgeving.overheid.nl. Uitvoering en evaluatie Raadsvoorstellen met betrekking tot wijzigingen van de APV worden regulier behandeld in de raadscommissie Bestuur en Middelen.

Pagina 7

Onderw erp: Vaststelling Algemene plaatselijke verordening

Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wet de se

Y.F.W. Hoogtanders

Bijlagen: 1.

Concept raadsbesluit Vaststelling Algemene plaatselijke verordening;

2.

Doorlopende tekst APV met wijzigingen bijhouden;

3. Integrale tekst APV; 4a. Kaart de 'Driehoek' behorende bij artikel 2:73b; 4.

Ledenbrief (Lbr) Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), kenmerk Lbr. 23/041;

5.

Aangedragen onderw erpen door de raad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=8cc1f92c-b7b3-458c-a716-0b1c6610f95a