CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit - Concept controleprotocol 2021

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente RoermondBij agendapunt: Controleprotocol 20213.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Controleprotocol voor de accountantscontrole op de jaarstukken 2021 van de gemeente Roermond

1. Inleiding In artikel 213 van de Gemeentewet is opgenomen dat de raad een controleverordening dient vast te stellen. Een geactualiseerde verordening is door de gemeenteraad vastgesteld op 19 december 2019. Dit protocol is een uitwerking van deze verordening en regelt een aantal zaken ten aanzien van de controle van de jaarrekening en daarmee tevens van het financiële beheer zoals uitgeoefend door of namens het college van burgemeester en wethouders van Roermond. 1.1 Doelstelling Het controleprotocol heeft als doel nadere aanwijzingen te geven aan de accountant over de reikwijdte van de accountantscontrole, de daarvoor gelden normstellingen en de daarbij te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties voor de controle van de jaarrekening van de gemeente Roermond. 1.2 Wettelijk kader Artikel 213 van de Gemeentewet schrijft voor dat de gemeenteraad een of meer accountants aanwijst als bedoeld in artikel 393 eerste lid Boek 2 Burgerlijk Wetboek voor de controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening en jaarverslag en het daarbij verstrekken van een controleverklaring en het uitbrengen van een verslag van bevindingen.

In het kader van de opdrachtverstrekking aan de accountant kan de gemeenteraad, gehoord de auditcommissie, nadere aanwijzingen geven voor te hanteren regelgeving die in het kader van het financieel beheer onderwerp van rechtmatigheidscontrole zal zijn. In bijlage 1 bij dit controleprotocol is het bij de controle te hanteren normenkader vastgelegd. Dit normenkader wordt in de administratieve processen uitgewerkt in een toetsingskader. Het toetsingskader sluit deels aan op de werkprogramma’s van de (verbijzonderde) interne controle (visa versa) en hierop wordt getoetst in de vorm van de (verbijzonderde) interne controle. Het controleprotocol wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld. Het normenkader (set van regelgeving waar in het kader van de rechtmatigheid aan moet worden voldaan) werd voorgaande jaren (2019 en 2020) door het college vastgesteld en ter kennisname gebracht aan de raad. In de kadernota rechtmatigheid 2022 van de commissie BBV, die in augustus 2021 is verschenen, is expliciet opgenomen dat de gemeenteraad het normenkader moet vaststellen. Het normenkader 2021 (bijlage 1) wordt u daarom eveneens ter vaststelling aangeboden. 1.3 Accountant Bij besluit van 6 juni 2019 heeft de gemeenteraad aan Deloitte Accountants BV de opdracht verstrekt voor de jaren 2019 t/m/ 2022 de accountantscontrole uit te voeren.

In de overeenkomst is een optie tot verlenging opgenomen. 1.4 Communicatie en overleg In de met de accountant gesloten overeenkomst is overeengekomen dat de accountant minimaal de volgende momenten overleg voert met de genoemde gemeentelijke partners: 1. Bevindingen/stand van zaken controle: (audit)commissie /raad en college 2. Managementletter: toelichting aan college van burgemeester en wethouders 3. Boardletter: toelichting aan de auditcommissie / raad 4. Accountantsverslag: toelichting aan college van burgemeester en wethouders en de (audit)commissie / raad

5. Controleverklaring: toelichting aan college van burgemeester en wethouders en de (audit)commissie / raad. 2. Algemene uitgangspunten voor controle (getrouwheid en rechtmatigheid) De accountantscontrole richt zich op het afgeven van een oordeel over: • de getrouwe weergave van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en lasten en de activa en passiva; • het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten en de balansmutaties in overeenstemming met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder gemeentelijke verordeningen; • het in overeenstemming zijn van de door het college opgestelde jaarrekening met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels bedoeld in artikel 186 Gemeentewet (Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten); • de verenigbaarheid van het jaarverslag met de jaarrekening; • De bijlage bij de jaarrekening met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 58a BBV (SiSa). Bij de controle zullen de nadere regels die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden gesteld op grond van artikel 213, lid 6 Gemeentewet, het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO), de Kadernota Rechtmatigheid en de stellige uitspraken van de commissie BBV bepalend zijn voor de uit te voeren werkzaamheden.

Onder rechtmatigheid wordt begrepen de definitie volgens het BADO dat de in de rekening verantwoorde lasten, baten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen, dat wil zeggen “in overeenstemming zijn met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder de gemeentelijke verordeningen”. De commissie BBV geeft via de kadernota rechtmatigheid haar visie over de invulling van het begrip rechtmatigheid in de controleverklaring voor de decentrale overheden conform artikel 75, lid 2 BBV. Voor de jaarrekening 2021 is hier aanleiding toe omdat het wetstraject, waarin het afgeven van een verantwoording over de rechtmatigheid bij het college van burgemeester en wethouders wordt gelegd in plaats van bij de accountant, nog lopende is. De verwachting is nu, dat deze wijziging met ingang van het begrotingsjaar 2022 wordt doorgevoerd. Met het oog daarop het de commissie BBV een addendum kadernota rechtmatigheid 2021 en een kadernota rechtmatigheid 2022 uitgebracht. De kadernota 2021 vormt de brug tussen de kadernota rechtmatigheid 2018 en de kadernota rechtmatigheid 2022. De richtlijnen van de commissie BBV zijn onder te verdelen in stellige uitspraken en aanbevelingen. Met stellige uitspraken geeft de commissie BBV een interpretatie van de regelgeving die leidend is.

Een afwijkende interpretatie door een gemeente dient expliciet gemotiveerd te worden en kenbaar worden gemaakt in de begroting en de jaarstukken. Bij aanbevelingen gaat het om uitspraken die ‘steun en richting geven aan de praktijk’. De commissie BBV spoort de gemeente aan deze aanbevelingen te volgen, omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie (transparantie). In het addendum Kadernota rechtmatigheid 2021 zijn de volgende stellige uitspraken en aanbevelingen opgenomen:

Stellige uitspraken: • Niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) moeten in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen en toegelicht; Aanbevelingen: • De commissie BBV adviseert om geconstateerde fraude door eigen medewerkers toe te lichten in de paragraaf bedrijfsvoering; • De commissie BBV adviseert om afspraken tussen college en raad over verschuivingen van uitgaven tussen jaarschijven in een investeringsbudget vast te leggen in de financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet; • De commissie BBV adviseert om kaders op te nemen in de financiële verordening, ex artikel 212 Gemeentewet, indien specifieke budgetten bij onderuitputting op jaareinde in bestemmingsreserves worden opgenomen. 3. Te hanteren goedkeurings- en rapporteringstoleranties De accountant accepteert in de controle bepaalde toleranties en richt de controle daarop in. De accountant controleert niet ieder document of iedere financiële handeling, maar richt de controle zodanig in dat voldoende zekerheid wordt verkregen over het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de verantwoorde baten en lasten en balansmutaties en de financiële beheershandelingen met een belang groter dan de vastgestelde goedkeuringstolerantie.

De accountant richt de controle in op het ontdekken van belangrijke fouten en baseert zich daarbij op risicoanalyse, vastgestelde toleranties en statische deelwaarnemingen en extrapolaties. Het uitvoeren van werkzaamheden met inachtneming van toleranties impliceert dat de controle zodanig wordt uitgevoerd dat voldoende zekerheid wordt verkregen over het getrouwe en rechtmatige beeld van de jaarrekening. 3.1. Goedkeuringstoleranties De goedkeuringstolerantie kan als volgt worden gedefinieerd: De goedkeuringstolerantie is het bedrag dat de som van fouten in de jaarrekening of onzekerheden in de controle aangeeft, die in een jaarrekening maximaal mogen voorkomen, zonder dat de bruikbaarheid van de jaarrekening voor de oordeelsvorming door de gebruikers kan worden beïnvloed. De goedkeuringstolerantie is bepalend voor de oordeelsvorming en bepaalt de strekking van de af te geven controleverklaring. De minimumeisen zoals opgenomen in het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) zijn:

Goedkeuringstolerantie Fouten in de jaarrekening (% lasten) Onzekerheden in de controle (% lasten)

Strekking controleverklaring: Goedkeurend Beperking ≤ 1% ≤ 3%

>1%<3% >3%<10%

Oordeelonthouding ≥ 10%

Afkeurend ≥ 3% -

Gemeenteraden mogen de goedkeuringstoleranties scherper vaststellen dan deze minimumeisen. In de praktijk wordt nauwelijks afgeweken van deze toleranties. Voorgesteld wordt om bovenstaande minimumeisen te hanteren (conform de gehanteerde toleranties in de afgelopen jaren).

3.2 Rapporteringtoleranties Naast de goedkeuringstoleranties wordt een rapporteringstolerantie onderkend. Deze kan als volgt worden gedefinieerd: De rapporteringstolerantie(s) is een bedrag dat gelijk is aan of lager is dan de bedragen voortvloeiend uit de goedkeuringstolerantie. Bij overschrijding van dit bedrag vindt rapportering plaats in het verslag van bevindingen. Een lagere rapporteringstolerantie leidt daarom in beginsel niet tot aanvullende controlewerkzaamheden, maar wel tot een uitgebreidere rapportage van bevindingen. Op deze manier kunnen ook constateringen, welke voor het goedkeuringsoordeel van de accountant niet van belang zijn, wel onder de aandacht van de raad worden gebracht. De rapporteringstoleranties kunnen zich verder toespitsen op die elementen die de raad specifiek nader terug wil zien. Voorheen werd de rapporteringstolerantie bepaald op 10% van de goedkeuringstolerantie. De goedkeuringstolerantie bedraagt 1% van € 202 miljoen (geschatte omvangbasis), dit is € 2,0 miljoen. Op basis hiervan zal de externe accountant enkel afwijkingen groter dan € 200.000,- (10% van € 2,0 miljoen) in zijn rapportage opnemen. De Auditcommissie adviseert dan ook de rapportagetolerantie, evenals voorgaande jaren, te bepalen op € 200.000,-.

Dit betekent dat de externe accountant afwijkingen groter dan € 200.000,-, ook al zijn deze niet relevant voor haar controleoordeel, zal rapporteren. Overigens staat het de accountant, indien hij dit noodzakelijk acht, vrij daarnaast nog te rapporteren over afwijkingen waarvan het bedrag kleiner is dan de grens voor de goedkeuringstolerantie. De rapportagetoleranties wordt door de gemeenteraad vastgesteld, met inachtneming van hierna genoemde minimumeisen. De accountant richt de controle in rekening houdend met de rapportagetolerantie om te kunnen waarborgen dat alle gesignaleerde onrechtmatigheden die dit bedrag overschrijden ook daadwerkelijk in het verslag van bevindingen worden opgenomen. In de Nota verwachtingen accountantscontrole zijn afzonderlijke richtlijnen opgenomen aangaande de rapporteringstoleranties zoals deze voor SiSa regelgeving van toepassing zijn. De uitwerking hiervan is opgenomen in hoofdstuk 5. 4. Reikwijdte accountantscontrole, toetsing rechtmatigheid Voor een toelichting op het begrip rechtmatigheid in relatie tot de accountantscontrole bij gemeenten en provincies wordt onder meer verwezen naar het besluit accountantscontrole decentrale overheid en de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV. In het kader van de rechtmatigheidscontrole kunnen negen rechtmatigheidscriteria worden onderkend: • • • • • • • • •

begrotingscriterium voorwaardencriterium misbruik en oneigenlijk gebruikerscriterium calculatiecriterium valuteringscriterium adresseringscriterium volledigheidscriterium aanvaardbaarheidscriterium leveringscriterium

In het kader van getrouwheidsonderzoek wordt aandacht besteed aan de meeste van deze criteria. Voor de oordeelsvorming over de rechtmatigheid van het financieel beheer zal extra aandacht besteed moeten worden aan het begrotingscriterium, het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium en het voorwaardencriterium.

4.1 Het begrotingscriterium Bij de rechtmatigheidscontrole is het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. In de toelichting op het BBV wordt de begrotingsrechtmatigheid omschreven als: “Financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de baten en lasten, alsmede de balansposten, dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s. In de begroting zijn de maxima voor de lasten vermeld die door de raad zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, de toereikendheid van het begrotingsbedrag, alsmede het begrotingsjaar van belang zijn”. Overschrijden van een begroting is onrechtmatig, maar niet in alle gevallen hoeft een overschrijding te worden meegewogen in het accountantsoordeel. Voor de afsluitende oordeelsvorming is het van belang in hoeverre de begrotingsoverschrijding past binnen het door de gemeenteraad geformuleerde beleid en/of wordt gecompenseerd door aan de lasten gerelateerde hogere inkomsten. Het bepalen of begrotingsoverschrijdingen al dan niet verwijtbaar zijn, is voorbehouden aan de gemeenteraad.

4.2 Het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Onder misbruik wordt verstaan: Het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of –uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel met een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Onder oneigenlijk gebruik wordt verstaan: Het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot en laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking daarvan. De gemeente dient effectieve maatregelen te nemen om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Het M&O beleid is niet samengevat in een overkoepelende nota. In veel processen (zoals bijstandverlening en subsidieverstrekkingen) zijn maatregelen genomen die misbruik of oneigenlijk gebruik moeten tegengaan. De accountant richt zich in zijn controle op: -toetsing in hoeverre in bestaande procedures deugdelijke maatregelen ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik worden genomen alsmede de werking van de getroffen maatregelen; - de accountant zal in zijn onderzoek vooral moeten toezien dat het M&O-beleid, gelet op de mogelijkheden die er zijn, voldoende actueel is.

4.3 Het voorwaardencriterium Besteding en inning van gelden door een gemeente zijn aan bepaalde voorwaarden verbonden waarop door de accountant moet worden getoetst. Deze voorwaarden liggen vast in wetten en regels van hogere overheden en de (eigen) gemeentelijke regelgeving. De gestelde voorwaarden hebben in het algemeen betrekking op: • Algemeen: dit zijn over het algemeen de begripsbepalingen en slotbepalingen; • Termijnbepalingen. Dit zijn bepalingen, waarin termijnen zijn gesteld voor betaling, indienen van stukken etc.; • Administratieve bepalingen. Dit zijn veelal procedurele bepalingen over bijvoorbeeld een incassoprocedure en het voeren van een administratie; • Bevoegdheden: o.a. delegatie- en mandaatbesluiten; • Bewijsstukken: Dit kunnen aanvraagformulieren of bewijsstukken die derden moeten kunnen overleggen in het kader van de verordening; • Recht: In deze bepalingen is aangegeven wie, onder bepaalde voorwaarden recht heeft op

•

• •

bijvoorbeeld een subsidie of vergoeding van de gemeente. Het gaat te allen tijde om hardebepalingen waarbij de ‘sanctie’ bestaat dat het recht wordt ontnomen; Hoogte: hoogte heeft betrekking op tarieven, formules en andere criteria die aangeven welke voorwaarden over de hoogte zijn opgenomen. Het gaat hier om de spelregels van de berekening; Duur: bij duur gaat het om termijnen van verstrekking, toekenning of werkingsperiode; Hardheidsclausule: veel verordeningen en besluiten geven het college de bevoegdheid om te besluiten over een aanvraag of toekenning indien de verordening hierin niet voorziet.

Door de raad zijn in verschillende verordeningen en besluiten voorwaarden opgenomen. Met het vaststellen van de reikwijdte van de rechtsmatigheidstoets door de accountant in dit controleprotocol wordt het voorwaardencriterium nader uitgewerkt. De precieze invulling verschilt per wet of verordening. Voor alle geldstromen dient ondubbelzinnig vast te staan welke voorwaarden erop van toepassing zijn. De door de hogere overheden gestelde voorwaarden liggen volledig vast. In het Normenkader rechtmatigheid (bijlage 1), zijn de externe en de interne regels opgenomen, die de accountant in zijn controle van het voorwaardencriterium moet betrekken. Mocht evenwel blijken dat afwijking van formele voorschriften toch financiële consequenties heeft, dan dient het college dit te melden aan de raad en aan de accountant. Een dergelijke aanpak kan slechts tijdelijk zijn, letter en praktijk moeten zo snel als mogelijk is met elkaar in overeenstemming worden gebracht. 4.4. Consequenties voor accountantscontrole Ten aanzien van het voorwaardencriterium vindt voor de interne regelgeving uitsluitend een toets plaats naar de hoogte, duur en doelgroep/object van de financiële beheershandelingen, tenzij jegens derden (bijvoorbeeld toekenningsbeschikkingen) aanvullende voorwaarden met directe financiële consequenties zijn opgenomen.

Indien en voor zover bij de accountantscontrole materiële financiële onrechtmatige handelingen worden geconstateerd, worden deze in de rapportage en oordeelsweging uitsluitend betrokken indien en voor zover het door de raad of hogere overheden vastgestelde regels betreft. Met andere woorden: interne regels van college naar ambtelijke organisatie en collegebesluiten vallen daarbuiten. Ten aanzien van de interne regelgeving (alle verordeningen) toetst de accountant uitsluitend de aspecten gerelateerd aan recht, duur en hoogte. Dit omdat aan de administratieve- en termijnbepalingen geen financiële consequenties zijn verbonden. In de kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV is opgenomen dat de algemene lijn is dat begrotingsoverschrijdingen die binnen de beleidskaders van de raad passen, niet meegewogen worden in het accountantsoordeel. 5. Reikwijdte accountantscontrole, controleverklaring op de rechtmatigheid De controleverklaring op de rechtmatigheid is gericht op: 5.1 De naleving van wettelijke kaders: De wetgeving welke van toepassing is voor de gemeente Roermond is opgenomen in bijlage 1, “Normenkader rechtmatigheid”

Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om een volledig overzicht van de relevante wet- en regelgeving op te leveren aan de accountant. Het normenkader betreft een inventarisatie van de voor de accountantscontrole relevante regelgeving van hogere overheden en van de gemeente zelf (bijvoorbeeld verordeningen). Voor de goede uitvoering van de rechtmatigheidscontrole is het belangrijk dat de geldende regelgeving duidelijk vastligt. Het college is primair verantwoordelijk voor de naleving van de wet- en regelgeving en moet dus permanent inzicht hebben in de van toepassing zijnde relevante wet- en regelgeving. Er is gekozen voor een normenkader met als insteek alle wet- en regelgeving met betrekking tot de processen voor 2021 die voor de interne controle relevant zijn. Om het normenkader te kunnen gebruiken voor de interne beheersing moet het normenkader geoperationaliseerd worden. Ten behoeve van de uitwerking is het van belang dat bekend is welke bepalingen van de regelgeving relevant zijn voor het rechtmatigheidsbeheer. In het kader van de accountantscontrole gaat het daarbij om de bepalingen waar voor de gemeente financiële consequenties uit kunnen voorkomen.

5.2 De naleving van de volgende kaders: Deze kaders zijn een nadere verplichte invulling van wettelijke bepalingen: • de programmabegroting 2021 zoals vastgesteld door de raad op 12 november 2020 ; • de financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet (raadsbesluit 28 september 2017); • de controleverordening ex artikel 213 Gemeentewet (raadsbesluit 19 december 2019); • de verordening periodiek onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid ex art 213a Gemeentewet (raadsbesluit 26 maart 2009). 5.3 Bepalingen zonder financiële gevolgen Op basis van een inventarisatie is onderzocht aan welke specifieke bepalingen per regelgeving de raad geen financiële gevolgen wil verbinden. In het Controleprotocol 2021 wordt, conform voorstel van de auditcommissie, voorgesteld het gemeentelijke inkoop- en aanbestedingsbeleid, evenals voorgaande jaren (2018 tot en met 2020), uit te sluiten van accountantscontrole. Daarnaast wordt voor het boekjaar 2021 voorgesteld geen toetsing te laten plaatsvinden aan de eis, dat het recht op zorg bij de Jeugdhulp gebaseerd moet zijn op van een verwijzing van een arts (artikel 4.1 Verordening Maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Roermond 2020). Voor de aanlevering van deze gegevens zijn wij afhankelijk van de betreffende artsen.

In de praktijk blijkt het verkrijgen van de vereiste onderbouwing lastig te zijn en stuit dat bij de verwijzers op (een groeiend) verzet. Met name aspecten als privacy en medisch geheim spelen daarbij een rol. Tenslotte wordt in dit controleprotocol aandacht besteed aan de Wet Normering Topinkomens (WNT). De WNT schrijft voor dat gemeentelijke topinkomens, voor zover dit hoger is dan het inkomen van de Minister, opgenomen moeten worden in de jaarrekening. Roermond kent normaliter dergelijke inkomens niet. 5.4 Toleranties en Single-Information De doelstelling van Single Audit en Single Information is het verminderen van verantwoordings- en controlelasten voor gemeenten en provincies. De in hoofdstuk 3.1 genoemde goedkeuringstoleranties zijn eveneens van toepassing op de SiSa-bijlage bij de jaarrekening. De controleverklaring is gericht op de jaarrekening inclusief de SiSa- bijlage. Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, artikel 5 lid 4, rapporteert de accountant in het rapport van bevindingen ook over de fouten en onzekerheden betreffende de specifieke uitkeringen die onder SiSa vallen. Voor specifieke uitkeringen gelden twee aanvullingen op

de bovenstaande rapporteringstolerantie: 1. Specifieke uitkeringen die in het verantwoordingsjaar omvangrijker zijn dan € 125.000 vindt het rijk dermate materieel dat de accountant hierbij altijd een deelwaarneming uit dient te voeren. 2. Er gelden afwijkende rapporteringstoleranties. Deze rapporteringstoleranties zijn: - € 12.500 indien de lasten kleiner dan of gelijk aan € 125.000 zijn; - 10% indien de lasten groter dan € 125.000 en kleiner dan of gelijk aan € 1.000.000; - € 125.000 indien de lasten groter dan € 1.000.000 zijn. 6. Rapportering accountant Tijdens en na afronding van de controlewerkzaamheden rapporteert de accountant als volgt: 6.1 Interimcontrole In de tweede helft van het jaar wordt door de accountant een zogenaamde interim-controle uitgevoerd. Over de uitkomsten van die tussentijdse controle wordt ten behoeve van het college van burgemeester en wethouders een managementletter uitgebracht. In de rapportage worden de bevindingen opgenomen over de opzet en werking van de administratieve organisatie, de rechtmatigheid van het financieel beheer, aanwezige risico’s en het risicobeheer en de besturing en beheersing van de organisatie. De boardletter is te zien als een bestuurlijke samenvatting van de managementletter en is primair bestemd voor de auditcommissie/raad.

6.2 Verslag van bevindingen Overeenkomstig de Gemeentewet wordt over de controle een verslag van bevindingen uitgebracht aan de raad en in afschrift aan het college van burgemeester en wethouders. Indien nodig worden hierin ook essentiële ontwikkelingen en aanbevelingen opgenomen die tijdens de tussentijdse controle naar voren zijn gekomen. Het verslag van bevindingen wordt eveneens besproken in de Auditcommissie. 6.3 Uitgangspunten voor de rapportagevorm Gesignaleerde onrechtmatigheden worden gespecificeerd toegelicht naar de aard van het criterium (begrotingscriterium, voorwaardencriterium, etc.). Fouten of onzekerheden die de rapporteringstolerantie als bedoeld in dit controleprotocol overschrijden, worden weergegeven in een apart overzicht bij het verslag van bevindingen. 6.4 Controleverklaring In de controleverklaring wordt op een gestandaardiseerde wijze, zoals wettelijk voorgeschreven, de uitkomst van de accountantscontrole weergegeven, zowel ten aanzien van de getrouwheid als de rechtmatigheid. Deze controleverklaring is bestemd voor de gemeenteraad, zodat deze de door het college van Burgemeester en wethouders opgestelde jaarrekening kan vaststellen. 7. Inwerkingtreding Dit protocol treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2021 en is van toepassing op de accountantscontrole van de jaarrekening (en deelverantwoordingen) van het verslagjaar 2021.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Roermond in zijn openbare vergadering van 16 december 2021, De griffier,

De voorzitter,

J. Vervuurt.

M.J.D. Donders – de Leest.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=76fcb0e1-f644-44ae-8d21-e5d13a93c6d2