RAAD 2024.036 Zienswijze initiatiefvoorstel VVD Beeldkwaliteit
Tekst van het document
gemeente Roermond
uw nummer
AAN de leden van de gemeenteraad
uw datum ons nummer onze datum verzonden
62109-2024 18juni2024
t 9 JUN! 2024
inlichtingen bij cluster doorkiesnr. bijlage(n) betreffende
Zienswijze initiatiefvoorstel VVD Beeldkwaliteit
Geachte leden, Wij hebben het initiatiefvoorstel van de VVD met interesse ontvangen. Wij verwelkomen elke positieve betrokkenheid bij de gemeente Roermond en haar beschermde stadsgezicht. Wij sluiten ons van harte aan bij het uitgangspunt dat ontwikkelingen in de beschermde binnenstad van Roermond recht moeten doen aan de historische context waarbinnen deze ontwikkeling plaatsvindt. Een bouwwerk krijgt immers zijn visuele en tactiele kracht door middel van de gebruikte materialen, kleuren en textuur (oppervlaktebehandeling).1 Een bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand als materiaal, kleur en textuur het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de passen in de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan.2 Binnen het beschermde stadgezicht is de overeenkomst tussen de panden in bouwtype, massaopbouw, architectonische schaal, maat en karakter, materiaal- en kleurgebruik veelal kenmerkend, en zorgen voor een grote mate van samenhang in het straatbeeld.3 De welstandsadvisering is gericht op het handhaven, herstellen en versterken van de karakteristiek en de samenhang van het gebied.4 Voor nieuwe ontwikkelingen dient ruimte geboden te worden, zolang het een zorgvuldig ontwerp betreft dat integer is naar zijn tijd doordat het op grond van zijn uiterlijk in de tijd kan worden geplaatst waarin het werd ge- of verbouwd.
Bij nieuw- of verbouw in de bestaande (monumentale) omgeving betekent dit dat duidelijk moet zijn wat authentiek is en wat nieuw is toegevoegd. Een ontwerp kan worden geïnspireerd door een bepaalde tijdsperiode, maar dat is iets anders dan het imiteren van stijlen, vormen en detailleringen uit het verleden. Associatieve betekenissen zijn van groot belang een omgeving te 'begrijpen' als beeld van de tijd waarin zij is ontstaan, als verhaal van de geschiedenis, als representant van een stijl. Daarom is het zo belangrijk ook bij nieuwe bouwplannen zorgvuldig met stijlvormen om te gaan, zij vormen immers de geschiedenis van de toekomst.5 Geldend beleidskader in relatie tot het initiatiefvoorstel Zoals in het initiatiefvoorstel reeds wordt geschetst, omvat de thans geldende Nota Beeldkwaliteit
1
Nota Beeldkwaliteit, art. 5.4. Idem, art. 5.4. 3 Idem, art. 6. 4 Idem. 5 Nota Beeldkwaliteit, p. 7-8. 2
Stadhuis I Markt 31 6041 EM I Postbus 900 6040 AX Roermond
I T 14 0475 I IBAN NL65 BNGH 0285 0072 03
www.roermond.nl
• Ons nummer 43579 -2024
•• ,Asa 2
$
gemeente Roermond
~st de algemene criteria- aanvullende criteria met betrekking tot bijzondere welstandsgebieden, waaronder ook het beschermd stadsgezicht van Roermond valt. Het initiatiefvoorstel vat het probleem als volgt samen: "Het toetsingskader zoals omschreven in de Nota Beeldkwaliteit biedt (...) onvoldoende houvast bij het beoordelen van nieuwe bouwwerken in de binnenstad die, volgens het coalitieakkoord, bij voorkeur een karakteriserende architectuur zouden moeten krijgen die qua uitstraling aansluit bij het monumentale karakter van de binnenstad." Wij onderschrijven de oproep dat "architectuur moet aansluiten bij het monumentale karakter van de binnenstad" en dat architectuur zich moet "voegen in het coherente en tegelijkertijd afwisselende beeld". Wij vinden dat het gros van de voorgestelde wijzigingen welke vanuit welstandsoogpunt gereguleerd reeds in de huidige Nota Beeldkwaliteit zijn vastgelegd. Een voorbeeld hiervan is het behoud van de gesloten staatwanden.6 Eveneens wordt aandacht besteed aan de dialoog met de historische context van de omgeving, waarbij gestreefd wordt naar een kwalitatief hoogwaardige architectuur waarbij plaats kan worden ingeruimd voor vernieuwende elementen.
De welstandsadvisering is immers gericht op het handhaven, herstellen en versterken van de karakteristiek en de samenhang van het gebied.7 De artikelen 6.1 en 6.2 van de Nota zien op het gebruik van passende, hoogwaardige materialen en dito architectuur. Daarnaast is het voorstel dat een ontwerp in gebieden met hoge cultuurhistorische waarden zich aan haar historische context aan dient te passen eveneens vervat in niet alleen de hierboven genoemde regel, maar ook dat in geval van renovatie de kenmerken van de bestaande architectuur gehandhaafd dienen te blijven: "de bebouwing in de binnenstad wordt gekenmerkt door het gebruik van hoogwaardige maar ingetogen en op ambachtelijk hoogstaande wijze verwerkte bouwmaterialen. In het verleden werden de gebouwen veelal opgetrokken uit warmrode baksteen, versierd met blauwe natuursteen. De daken werden gedekt met leisteen of gesmoorde blauwe pannen. Later werden de gevels gepleisterd en voorzien van uitbundige stucdecoraties. Deze kwaliteit van de materialen en de verwerkingswijzen dient in het moderne materiaalgebruik te worden behouden. Een historische binnenstad kenmerkt zich uit de aard der zaak door duurzaamheid van de aan te treffen gebouwen en objecten. Ook hierin dient het eigentijdse materiaalgebruik te voorzien. Het kleurgebruik in de historische binnenstad is vanouds ingetogen maar geenszins somber.
Door het gebruik van natuurlijke bouwmaterialen overheersen natuurlijke kleuren. Felle detonerende kleuren dienen alleen in beperkte accenten te worden toegepast. Gebouwen die onder (baksteen)architectuur zijn gebouwd, ontlenen hun karakter aan de kleur en de textuur van het materiaal van het bouwwerk. Dit kan niet zonder meer worden gewijzigd door bijvoorbeeld het schilderen van de gevels. Bij verbouw of renovatie (herstel, interpretatie of reactie) dient de kenmerkende ornamentiek te worden gerespecteerd. Detaillering van oorspronkelijke bebouwing is richtinggevend. "8 Met betrekking tot het behoud van de gesloten kappen en de voor de binnenstad typische leistenen of gesmoorde keramische bedekking, voorziet de Nota in het voorschrift dat "voor de grote gesloten kappen van gebouwen, vooral die in het beschermde stadsgezicht van Roermond geldt dat gestreefd dient te worden naar het behoud van het gesloten dakvlak uitgevoerd in de voor de stad typische
6 Nota Beeldkwaliteit, p.4. 7
Nota Beeldkwaliteit, art. 6.
8 Idem, art. 6.1.
Stadhuis I Markt 31 6041 EM
I Postbus 900 6040 AX Roermond I T 14 0475 I IBAN NL65 BNGH 0285 0072 03 www.roermond.nl
·°
ama
• Ons nummer 43579 -2024
$$
3
gemeente Roermond
... , natuurstenen of gesmoord gebakken ceramische bedekking" en dat "kappen dienen aan te net bestaande kapenbeet@.°
4Ene,Z„
Tenslotte merkt het college op dat de '10 Gouden Regels' reeds in de praktijk worden gebruikt. Plannen binnen de reikwijdte van de 'Gouden Regels' worden door de gemeentelijke stedenbouwkundige aan deze regels getoetst. Indien akkoord, worden de plannen vervolgens voorzien van het stedenbouwkundig toetsingsadvies- aan de AOK voorgelegd Het initiatiefvoorstel stuurt te veel op het type architectuur, en minder op kwaliteit De huidige welstandsnota maakt uitdrukkelijk geen keuze in moderne/minimalistische of historiserende architectuur. Niet de architectuur wordt voorgeschreven, maar er wordt getracht te beoordelen of de gekozen architectuur of vormgeving kwaliteit heeft. Niet subjectieve smaakoordelen prevaleren maar objectieve kwaliteitseisen. Een (impliciet of expliciet) verbod van een bepaalde architectuurstijl hoort niet thuis in de welstandsnota. Waar het om dient te gaan is of een ontwerp passend is binnen de context en logica van de binnenstad en de hoge kwaliteit bezit die van nieuwbouw binnen een beschermd stadsgezicht verwacht mag worden. Maat, schaal, ritmiek, textuur, materiaal en kleur spelen daarin een belangrijke rol. De voor de binnenstad geldende welstandscriteria geven de bandbreedte aan waarbinnen de kwaliteit van nieuwbouw wordt beoordeeld.
De gewenste karakteriserende architectuur dient te liggen in de keuze voor hoogwaardige ontwerpen, uitgevoerd in hoogwaardige materialen, opdat de hoge kwaliteit van de binnenstad versterkt wordt. Daarnaast zal het in geval van grootschalige sloop in het verleden in de praktijk lastig zijn strikt vast te houden aan de voorwaarde dat de detaillering van de oorspronkelijke bebouwing leidinggevend dient te zijn. In dergelijke gevallen is de huidige bebouwing het uitgangspunt voor de welstandsbeoordeling en kan er niet gerefereerd worden aan kleinschaligere bebouwing die er begin vorige eeuw heeft gestaan. In dergelijke gevallen is er immers al snel sprake van een kwaliteitsverbetering, hetgeen zal leiden tot een positieve welstandsbeoordeling. Het initiatiefvoorstel leidt tot vertroebeling in de beoordeling van plannen Wij hebben onze twijfels bij de uitvoerbaarheid van de uitgewerkte nadere uitgangspunten vanuit de optiek van de Nota Beeldkwaliteit. De zaken onder de kopjes 'landschappelijke elementen' en 'stedenbouwkundige elementen' worden in de regel niet via het welstandsbeleid geregeld. Door deze onderwerpen op deze manier in het initiatiefvoorstel te benoemen ontstaat onduidelijkheid en vertroebelt de rolverdeling tussen enerzijds de ambtelijk deskundigen die het college en de raad adviseren, en de AOK als adviesorgaan van het college.
Dat is zowel vanuit bestuurlijk oogpunt, als vanuit het perspectief van initiatiefnemers onwenselijk. Daarnaast zijn bijvoorbeeld het versterken van de relatie tussen de Maas en het watersportgebied zaken met een economische achtergrond, en dienen vanuit die invalshoek aangevlogen te worden. Monumentencommissie Wij herkennen ons geenszins in het beeld dat in de tweede alinea onder het kopje 'kanttekeningen en risico's' wordt geschetst. De vaak principiële en starre houding van de 'monumentleden' bij de behandeling van regulier (niet-monumentale) aanvragen heeft tot het weloverwogen besluit geleid de twee 'monumentleden' gescheiden van de 'grote commissie' te laten vergaderen, opdat het proces van reguliere (niet-monumentale aanvragen) efficiënter en sneller zou verlopen. In de praktijk is deze 9 Idem, art. 6.2.
Stadhuis I Markt 31 6041 EM
I Postbus 900 6040 AX Roermond I T 14 0475 I IBAN NL65 BNGH 0285 0072 03 www.roermond.nl
• Ons nummer 43579 -2024
·°a 4
$5
gemeente Roermond
~ëntieslag ook duidelijk merkbaar en krijgen de monumenten juist in een eigen vergadering alle aandacht. De aanname dat er van een integrale beoordeling in de praktijk geen sprake is, gaat eveneens aan de werkelijkheid voorbij. Bij de monumentencommissie sluiten immers altijd de voorzitter en een architect aan. Daarnaast hebben alle zittende commissieleden ruime ervaring met het restaureren van monumenten, waardoor plannen altijd met een integrale blik kunnen worden beoordeeld. In het theoretische geval dat de voorzitter en/of de grote commissie van mening zijn dat hun expertise niet toereikend is, kan er nog altijd geschakeld worden met de monumentleden. Onduidelijk is hoe het initiatiefvoorstel zich verhoudt tot de lnvoeringswet Omgevingswet De regels voor een welstandstoets bij omgevingsvergunningen voor ruimtelijke bouwactiviteiten zijn via de bruidsschat opgenomen in artikel 22.7 en 22.29 van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Roermond. Met de welstandstoets wordt beoordeeld of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand.
Artikel 4.19 van de Omgevingswet bepaalt het volgende: 'Als in het omgevingsplan regels worden opgenomen over het uiterlijk van bouwwerken en de toepassing daarvan uitleg behoeft, stelt de gemeenteraad beleidsregels vast voor de beoordeling of een bouwwerk aan die regels voldoet.' Dit betekent dat sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet het welstandsbeleid inhoudelijk vorm moet krijgen door middel van beleidsregels. Voor de huidige Nota beeldkwaliteit geldt overgangsrecht. Dat staat in artikel 4.114, lid 1 van de lnvoeringswet Omgevingswet. Dat artikel luidt als volgt: 1. Een welstandsnota als bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet die van kracht is, geldt als een beleidsregel als bedoeld in artikel 4. 19 van de Omgevingswet. 2. Als een ontwerp van een welstandsnota voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd, blijft het oude recht daarop van toepassing tot de welstandsnota is vastgesteld. Nu de Omgevingswet in werking is getreden, is de welstandsnota dus een beleidsregel, als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Wij begrijpen het betreffende artikel uit de invoeringswet zo, dat nieuw welstandsbeleid voor onze historische binnenstad niet in een addendum op de huidige Nota beeldkwaliteit kan worden opgenomen, maar als beleidsregel in de zin van artikel 4.19 Omgevingswet door uw raad moet worden vastgesteld.
Omdat praktijkvoorbeelden of rechterlijke uitspraken over dit onderwerp ontbreken, is vorenstaande niet met 100% zekerheid te zeggen, maar dus wel onze inschatting. Conclusie Wij ontraden het initiatiefvoorstel omdat: Voor wat betreft welstand inhoudelijk weinig nieuwe criteria worden geïntroduceerd waarin het huidige beleid nog niet voorziet, vele punten uit het initiatiefvoorstel staan reeds, zij het in andere bewoordingen, beschreven in de huidige nota; Er een vertroebeling in de bevoegdhedenverdeling kan ontstaan bij de beoordeling van ruimtelijke plannen, omdat de AOK met de toevoegingen over landschap en stedenbouw nadrukkelijk wordt geacht ook over deze aspecten te adviseren; Er is wel degelijk sprake van integrale toetsing van initiatieven, aansluiting van de monumentenleden van de AOK is in de huidige werkwijze voldoende geborgd;
Stadhuis I Markt 31 6041 EM I Postbus 900 6040 AX Roermond
I T 14 0475 I IBAN NL65 BNGH 0285 0072 03
www.roermond.nl
Ons nummer 43579 -2024 Pagina 5
Onduidelijk is hoe het initiatiefvoorstel zich verhoudt tot de lnvoeringswet Omgevingswet. Beide stukken zullen tezamen ook niet volledig kunnen voorkomen dat er op percelen of gebieden waar in het verleden grootschalige sloop heeft plaatsgevonden een moderne architectonische verschijningsvorm wordt toegestaan. Dit omdat de karakteristiek van het gebied hier al dusdanig verloren is dat er in de meeste gevallen een kwaliteitsverbetering plaatsvindt. Vanuit juridisch oogpunt is het dan vaak niet haalbaar om terug te grijpen naar de oorspronkelijke bebouwing of bebouwing uit het begin van de twintigste eeuw. Tot slot: Wij hebben grote waardering voor het initiatiefvoorstel en zijn zeker bereid de waardevolle elementen uit het initiatiefvoorstel over te nemen en mee te nemen in het in voorbereiding zijnde beleidskader. Twee elementen, de landschaps- en de stedenbouwkundige elementen kunnen echter niet als zodanig worden meegenomen. In dat kader ontraden wij de initiatiefnemer dan ook het initiatiefvoorstel in stemming te brengen. Het beleidskader zal naar verwachting voor het einde van dit jaar gereed zijn. Wij hopen u hiermede voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Roermond, taris, de burgemeester
Stadhuis I Markt 31 6041 EM I Postbus 900 6040 AX Roermond
I T 14 0475 I IBAN NL65 BNGH 0285 0072 03