Onderzoek afvalbeleid_rekenkamer Roermond_FINAL
Tekst van het document
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond November 2024
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
1
Rekenkamer Roermond
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond September 2024
Onderzoek naar de vraag in hoeverre de oorspronkelijke inhoudelijke beleidsdoelstellingen conform planning geconcretiseerd zijn binnen de gestelde (financiële) kaders.
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
2
Rekenkamer Roermond
Samenstelling Voorzitter Melhat Kurt Leden Nico Op de Laak Paul Janssen Mariska Knapen
Contact Secretaris Arno Vestjens arnovestjens@roermond.nl Postbus 900 6040 AX Roermond 0475-359460 www.roermond.nl/rekenkamer
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
3
Rekenkamer Roermond
Inhoudsopgave
Bestuurlijke samenvatting 5 1.
Inleiding 6
2.
Doelstelling en vraagstelling van het onderzoek
3.
Scope 9
4.
Normenkader
10
5.
Aanpak
11
6.
Bevindingen
12
7
6.1. Algemeen
12
6.2. Beleid
12
6.3. Data en analyses
13
6.4. Wijziging inzamelsysteem huishoudelijk restafval en GFT
13
6.5. Realisatie wijziging inzamelingssysteem
14
6.6. Realisatie inhoudelijke doelstellingen
14
6.7. Realisatie financiële doelstellingen
16
6.8. Raadsinformatie
17
6.9. Benchmarks
18
7.
Conclusies
19
8.
Voorstellen
22
Bestuurlijke reactie & nawoord rekenkamer
24
A. Bestuurlijke reactie van het college van B&W
25
B. Nawoord rekenkamer
27
Bijlagen Bijlage 1 Geïnterviewde personen
28
Bijlage 2 Samenvatting beoordeelde documenten
29
Bijlage 3 Diverse tabellen
31
Bijlage 4 Overzicht presentatie 2020
34
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
4
Rekenkamer Roermond
Bestuurlijke samenvatting De gemeenteraad heeft in 2017 in de Duurzaamheidsvisie een aantal doelstellingen geformuleerd met betrekking tot de afvalstoffeninzameling. Daarbij ging het om het sterk reduceren van de hoeveelheid huishoudelijk restafval per persoon en het nog meer scheiden van afval. In 2020 zijn de doelstellingen nogmaals bevestigd waarbij eind 2020 tevens een aantal financiële doelstellingen aan de raad zijn gepresenteerd. Daarbij ging het om onder meer het verlagen van de kosten en het op termijn verlagen van de afvalstoffenheffing. In 2020 werd uitgegaan van het realiseren van die doelstellingen eind 2025. De rekenkamer gaat er van uit dat in 2025 gewerkt gaat worden aan het formuleren van de doelstellingen voor het afvalstoffenbeleid voor de volgende planperiode. Uitgaande van deze aanname is de rekenkamer van mening dat het nu een goed moment is om onderzoek te doen naar de voortgang van het ingang gezette beleid. De resultaten van dat onderzoek kunnen dan dienen als richtingen voor de uitwerking van het nieuwe afvalstoffenbeleid als onderdeel van het in voorbereiding zijnde grondstoffenbeleidsplan.
Sinds 2020 heeft de gemeente hard gewerkt om de door de raad vastgestelde inhoudelijke en financiële doelstellingen te realiseren waarbij het overgaan naar een nieuw inzamelsysteem voor huishoudelijk restafval alsmede groente-, fruit en tuinafval een belangrijke stap was. In het onderzoek is naar voren gekomen dat zowel de inhoudelijke doelstellingen als de financiële doelstellingen niet gerealiseerd zijn. En het is niet de verwachting dat deze binnen de indertijd aangegeven planperiode gerealiseerd gaan worden, ook niet als rekening wordt gehouden met het jaar uitstel van invoering van het nieuwe inzamelsysteem. Er zijn verschillende verklaringen waarom de beoogde resultaten uit blijven/zijn gebleven. Voor een deel liggen die buiten de invloedsfeer van de gemeente (bijvoorbeeld energieprijzen, inflatie). Afvalstoffeninzameling is primair een taak van het college (uitvoering). Maar dat betekent niet dat de raad geen of slechts beperkt informatie dient te krijgen over de realisatie van het vastgestelde beleid. Essentieel is de bestuurlijk informatie waarmee de raad haar kaderstellende en controlerende rol goed kan uitvoeren. Daarbij is relevante informatie in het kader van het budgetrecht ook van belang. In het onderzoek is naar voren gekomen dat de raad na november 2020 via de reguliere P&C-cyclus is geïnformeerd waarbij met name daar het accent op de financiële aspecten ligt.
Eind 2024 loopt de huidige planperiode uit het in 2020 vastgestelde Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid af. Gezien landelijke ontwikkelingen met betrekking tot grondstoffen en afvalstoffen ligt het voor de hand dat er een nieuw afvalstoffenbeleid wordt uitgewerkt. De voorstellen van de rekenkamer in hoofdstuk 8 gaan hierop in en kunnen onder meer gebruikt worden als richtingen voor het nieuwe beleid.
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
5
Rekenkamer Roermond
1. Inleiding
Op 9 juli 2020 heeft de gemeenteraad van Roermond een besluit genomen het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid1. Eerder op 30 maart 2017 is de Duurzaamheidsvisie al vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin staat de doelstelling om het aantal kilogram restafval terug te dringen naar maximaal 100 kg per persoon per jaar voor 2025. Daarnaast gold de doelstelling om te komen tot een scheidingspercentage van 75% voor al het huishoudelijk afval. Deze doelstellingen sluiten aan op onder meer de gezamenlijke doelstellingen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de VNG, de Koninklijke Nederlandse vereniging voor afval- en reinigingsdiensten (NVRD) en Rijkswaterstaat die samen de landelijke ambitie hebben uitgesproken. Deze doelstellingen waren tevens onderdeel van het Programma “Van Afval Naar Grondstof” kortweg VANG2. In november 2020 is het voorstel voor de nieuwe inzamelmethode als uitvoering van het afvalbeleid gepresenteerd aan de raad in een werkbijeenkomst. De belangrijkste doelstellingen in 20203 waren tijdens die bijeenkomst: •
Inhoudelijk - Reductie huishoudelijk restafval: De gemeente wenst al in 2021 zichtbaar resultaat te boeken. In 20254 dient de hoeveelheid huishoudelijk restafval in Roermond nog maar maximaal 100 kg per persoon per jaar te bedragen. - Toename hergebruik huishoudelijk afval: De gemeente wenst al in 2021 zichtbaar resultaat te boeken. In 2025 dient minimaal 75% van het huishoudelijk afval gescheiden ingezameld en hergebruikt te worden.
•
Financieel - Verlagen van de gemeentelijke kosten voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval met 10% in 2022. - Verlagen van de gemeentelijke afvalstoffenheffing op termijn.
Daarnaast was aangegeven dat zo mogelijk in 2024 een onderzoek naar het eventueel invoeren van gedifferentieerde tarieven (DIFTAR) wordt uitgevoerd waarmee de gemeentelijke doelstelling nog beter gehaald zou kunnen worden.
Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2020 – 2024 Zaaknummer 22658-2020 VANG = Van Afval Naar Grondstof: de gemeente dient zich aan die richtlijnen te houden maar er zijn geen sancties als de gemeente die doelen niet haalt. ³ Presentatie werkbijeenkomst november 2020 inclusief ambtelijke verslaglegging 4 Voor de opeenvolgende jaren 2021 tot en met 2024 zijn SMART omschreven tussendoelen met betrekking tot de beoogde reductie van de hoeveelheid huishoudelijk restafval concreet geformuleerd. ¹ ²
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
6
Rekenkamer Roermond
2. Doelstelling en vraagstelling van het onderzoek
Op dit moment, zomer 2024, zijn er 3,5 jaar van de planperiode van 5 jaar verstreken. In die periode is op uitvoeringsniveau een aantal stappen door de gemeentelijke organisatie gezet samen5 met de Afval Samenwerking Limburg (ASL)6 en contractpartners7. Het betreft in belangrijke mate uitvoeringsactiviteiten die aan het college zijn. Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat die uitvoeringsactiviteiten gebaseerd (dienen te) zijn op de door de raad vastgestelde kaders. De rekenkamer wil onderzoeken in hoeverre uitvoering wordt gegeven aan het vastgestelde en daarna nogmaals gepresenteerde beleid en tevens in hoeverre de vastgestelde tussendoelen8 gehaald zijn en in hoeverre de oorspronkelijke doelstellingen gehaald (zullen gaan) worden. Centrale vraag in het onderzoek is: In hoeverre worden de oorspronkelijke inhoudelijke beleidsdoelstellingen conform planning geconcretiseerd binnen de gestelde (financiële) kaders. Deelvragen die in het onderzoek naar voren komen zijn: 1. In hoeverre zijn de inhoudelijke doelstellingen realistisch m.b.t. de reductie van de huishoudelijke afvalstromen (vermindering én hergebruik)? Het gaat om de afvalstromen benoemd in hoofdstuk 3. Scope. 2. Kan worden aangegeven waar de indertijd gepresenteerde planning op gebaseerd was en is er inzicht te geven in de concrete voortgang? 3.
Wat is het beeld van de doeltreffendheid én de doelmatigheid van de genomen maatregelen in relatie tot de uitgangspunten alsmede de planning? 4. Zijn er vergelijkingscijfers beschikbaar met andere gemeente en welke conclusies kunnen daaruit getrokken worden?
Uiteraard met in acht name van de onderscheiden rollen van de betrokken organisaties ASL is de vereniging van Limburgse gemeenten die ervoor zorgt dat ingezameld huishoudelijk afval efficiënt en zo verantwoord mogelijk voor het milieu verwerkt wordt. De gemeente zorgt voor de inzameling. 7 Onder meer de vorige inzamelaar Renewi en de huidige inzamelaar Van Kaathoven. 8 Soms wordt gesproken over prognoses die gepresenteerd zijn bij de verschillende interventies. In bijlage 4 is voor de duidelijkheid de tabel opgenomen uit de presentatie voor de raad november 2020 5 6
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
7
Rekenkamer Roermond
5. De inzameling van huishoudelijke afvalstoffen is uitvoering. Toch is de vraag in hoeverre de raad geïnformeerd wordt over de realisatie van de uitgangspunten van het milieubeleid, grondstoffenbeleid en dienstverlening in het kader van genoemde inzameling. Welke uitgangspunten waren er en hoe is de realisatie daarvan? 6. Heeft de raad voldoende inzicht in alle financiële consequenties in het kader van het budgetrecht? 7. Wordt de raad tijdig en volledig in beeld gebracht bij onvoorziene afwijkingen?
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
8
Rekenkamer Roermond
3. Scope
De focus ligt op het huishoudelijk restafval (hierna HHA), groente, fruit en tuinafval (hierna GFT) en plastic, metaal en drankkartons (hierna PMD) en de onderzoeksperiode is 2018 tot en met 2024. In aanvang was de gedachte om de onderzoeksperiode gelijk te laten lopen met de planperiode zoals die in de werkbijeenkomst was gepresenteerd. De jaren 2018 en 2019 zijn aan het begin van het onderzoek toegevoegd om de juiste vergelijkingen te kunnen maken en de behaalde resultaten met de wijzigingen van de afvalinzameling in de juiste context te kunnen plaatsen. De wijze waarop door de gemeente gecommuniceerd is bij de overgang naar de nieuwe inzamelmethode is buiten beschouwing gelaten en evenals de aanbestedingen in het kader van die overgang. Het onderzoek is er ook niet op gericht om een diepgaande vergelijking met andere (vergelijkbare) (Limburgse) gemeenten te maken. Dat vraagt een ander type onderzoek Afvalstoffeninzameling is primair uitvoering waarbij de verantwoordelijkheid bij het college ligt. Toch zijn er voldoende beleidsmatige aspecten waarvoor de gemeenteraad de kaders dient te stellen: milieubeleid, grondstoffenbeleid, dienstverlening. Daarnaast geldt uiteraard het budgetrecht van de raad (exploitatie, investeringen, hoogte afvalstoffenheffing etc.).
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
9
Rekenkamer Roermond
4. Normenkader
In dit onderzoek worden door de rekenkamer normen gehanteerd, die de meetlat vormen bij de oordeelsvorming. Het normenkader ziet er als volgt uit: 1. Er zijn concrete doelstellingen door de raad geformuleerd voorafgaand aan de wijziging van de inzamelmethodiek voor huishoudelijk afval; 2. De oorspronkelijke doelstellingen worden uiterlijk eind 2025 daadwerkelijk gerealiseerd: huishoudelijk restafval per inwoner maximaal 100 kg/jaar, scheidingpercentage tenminste 75%, verlaging kosten inzameling met 10% in 2022 en op termijn verlaging van de afvalstoffenheffing; 3. Er is een duidelijke en eenduidige systematiek om de afvalstromen in beeld te brengen; 4. Er zijn concrete budgettaire kaders per jaarschijf waarbinnen het vastgestelde beleid uitgevoerd wordt; 5. De uitvoeringsagenda voor de inzameling van huishoudelijk afval is in overeenstemming met de in 2020 gepresenteerde planning; 6. De raad wordt eens per jaar tenminste schriftelijk geïnformeerd inzake de voortgang van de uitvoeringsagenda waarbij het accent ligt op de strategische en beleidsmatige aspecten; 7. Indien aan de hand van de voortgangsrapportages wordt geconcludeerd dat het beleid dient te worden bijgesteld (inhoudelijk en/of financieel) dan wordt de raad daar tijdig én actief bij betrokken.
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
10
Rekenkamer Roermond
5. Aanpak
Het onderzoek is in eigen beheer uitgevoerd door de rekenkamer. Er is sprake van een reguliere aanpak hetgeen inhoudt dat er documenten zijn opgevraagd en dat er interviews zijn gehouden. Waar nodig zijn aanvullende vragen gesteld en is aanvullende documentatie opgevraagd. De verkregen informatie is geanalyseerd. In het volgende hoofdstuk (Bevindingen) wordt hierop teruggekomen. Onderdeel van de reguliere aanpak is het voorleggen van de feitelijke bevindingen voor ambtelijke wederhoor. Naar aanleiding daarvan is de bevindingenrapportage op een aantal aspecten aangepast. Aansluitend is de rapportage met conclusies en de voorstellen van de rekenkamer aangeboden voor bestuurlijk wederhoor. De bestuurlijke reactie van het college van B&W treft u aan in hoofdstuk 9 evenals het nawoord van de rekenkamer daarop. De aanpak bestond dus onder meer uit documentenanalyse en een aantal interviews. De samenwerking met de organisatie was goed. Wel plaatst de rekenkamer daarbij een tweetal opmerkingen: 1. De afgelopen tijd heeft een aantal personeelswisselingen plaatsgevonden zowel in de organisatie als in het college. Dat betekent dat niet altijd met die personen gesproken kon worden die alle fasen van de beleidsvoorbereiding inclusief het concretiseren van de wijzigingen in de afvalstoffeninzameling hebben meegemaakt; 2.
Wellicht in samenhang met het vorige punt is het de vraag in hoeverre alle juiste documenten gevonden konden worden en ter beschikking van de rekenkamer zijn gesteld. De rekenkamer heeft echter geconcludeerd dat er voldoende informatie beschikbaar is gekomen om het onderzoek goed te kunnen laten verlopen en tot conclusies en voorstellen te komen. Het onderzoek richt zich op de realisatie van de in 2017 en 2020 vastgelegde doelstellingen voor de afvalinzameling. Dat houdt ook in dat er iets gezegd moet worden over de ingezamelde hoeveelheden. De gebruikte getallen op zich zijn echter geen onderwerp van onderzoek. Aangenomen wordt dat de gemeentelijke gegevens, die ook aan het CBS worden doorgegeven, accuraat zijn.
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
11
Rekenkamer Roermond
6. Bevindingen
6.1. Algemeen In het onderzoek wordt in hoofdstuk 7. Conclusies een antwoord gegeven op de onderzoeksvragen. Daarbij is het onvermijdelijk dat in een aantal gevallen op meer operationeel niveau geconstateerde feiten worden opgenomen. Uiteindelijk leiden die feiten tot conclusies en voorstellen op beleidsmatig en dus bestuurlijk niveau. Tevens is het van belang om aan te geven dat de omvang van de bevolking van de totale gemeente Roermond in de onderzoeksperiode is toegenomen met circa 1% per jaar. Dat betekent dat bij de beoordeling van de verschillende getallen (hoeveelheden afval, hoogte inzamelkosten etc.) rekening gehouden kan worden met een stijging los van de geformuleerde doelstellingen om juist tot verlagingen te komen. In de periode die onderzocht wordt zijn er verschillende veranderingen doorgevoerd die van invloed zijn op onder meer de inzameling van het HHA en PMD. Genoemd kunnen worden de (tijdelijke) verandering van de inzameling van luiers, het heffen van statiegeld op kleine PETflessen etc.
6.2. Beleid Er is in de gemeente Roermond geen expliciet vastgesteld afvalbeleid. Wel zijn er onder meer in de Duurzaamheidsvisie 2017 doelstellingen geformuleerd maar die worden nadien niet verder uitgewerkt in specifieke beleidsdocumenten die ter besluitvorming aan de raad worden aangeboden. Dat wil overigens niet zeggen dat er niet planmatig en niet gestructureerd bij de uitvoering wordt gewerkt. In de interviews komt naar voren dat er wel behoefte is aan een specifiek afvalbeleid. Tegelijkertijd komt naar voren dat er eerst aan een nieuw Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2025 – 2028 gewerkt gaat worden. Dat kan tot gevolg hebben dat een specifiek afvalbeleid pas in een later stadium wordt uitgewerkt.
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
12
Rekenkamer Roermond
6.3. Data en analyses Er zijn veel documenten aangeleverd. Vastgesteld moet worden dat veruit de meeste documenten betrekking hebben op gedetailleerde uitvoeringsinformatie. Tevens moet worden vastgesteld dat die data op zich goed zijn uitgewerkt. Zo is ter onderbouwing van de verschillende tonnages informatie beschikbaar per inzameldag en per inzamelvoertuig. In concreto is er veel monitoring op uitvoeringsniveau terwijl het beeld ontstaat dat op beleidsmatig en bestuurlijk niveau de monitoring niet aanwezig is. Er zijn geen managementrapportages dan wel specifieke voortgangsdocumenten voor het college van B&W overlegd. In paragraaf 6.7. wordt nader ingegaan op de informatie die aan de raad wordt verstrekt. Er wordt over de concrete data (hoeveelheden, kosten etc.) overleg gevoerd met de betrokken financiële functionarissen en Beheer Openbare Ruimte (BOR). De financieel functionaris richt zich hierbij op begroting/realisatie. Het betreft verschillende overleggen in verschillende samenstellingen/frequenties. Dat overleg heeft vaak betrekking op de korte termijn (afgelopen weken, afgelopen half jaar) waarbij bovendien ook verder vooruitgekeken wordt richting ontwikkelingen of activiteiten die van belang kunnen zijn om in de P&C-cyclus mee te nemen. Bij de verschillende documenten zijn geen analyses van de verzamelde data aangetroffen.
De kern van de overleggen is het beoordelen van de gang van zaken met als vraag: moet er bijgestuurd worden. In het onderzoek is niet naar voren gekomen welke concrete bijsturing aan de orde zou kunnen zijn. De belangrijkste variabelen zijn de hoeveelheden huishoudelijk afval, GFT en PMD en beïnvloeding daarvan is afhankelijk van de bewustwording bij met name de burgers en vervolgens het wijzigen van het gedrag waardoor meer op hergebruik, beperken van afval etc. wordt ingezet.
6.4. Wijziging inzamelsysteem huishoudelijk restafval en GFT In de interviews en uit de documenten komt naar voren dat de belangrijkste reden om in 2020 te besluiten over te gaan naar een ander inzamelsysteem lag bij het verouderde systeem van duobakken. Roermond was nog één van de laatste gemeente die dat systeem nog hanteerde. De inzamelvoertuigen waren te kostbaar om te vervangen9 en uitwisseling met andere gemeenten met een vergelijkbaar systeem was niet mogelijk10. Er werd gevreesd voor (zeer) hoge kosten te komen te staan bij continuering van de oude werkwijze. Daarnaast werd aangenomen dat de doelstellingen uit 2017, die in het
De gemeente heeft zelf geen inzamelvoertuigen. De kosten (van vervanging) van de inzamelvoertuigen zitten uiteraard wel in de aanneemsom 10 Er is/was maar een klein aantal gemeenten overigens niet in de onmiddellijke nabijheid van de gemeente Roermond met een vergelijkbaar systeem van duo-bakken. 9
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
13
Rekenkamer Roermond
Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2020-2024 nogmaals herhaald zijn, niet gehaald zouden gaan worden. In 2020 zijn die doelstellingen niet opnieuw beoordeeld op haalbaarheid binnen een periode van 5 jaar. Eén van de redenen was dat de gemeente de doelstellingen en uitgangspunten van het Programma “Van Afval Naar Grondstof” had overgenomen.
6.5. Realisatie wijziging inzamelingssysteem De oorspronkelijke planning zoals die onder meer op de werkbijeenkomst van de raad op 20 november 2020 is gepresenteerd was het uitgangspunt dat medio 2021 de transitie van duobakken naar tweemaal een monocontainer zou worden gerealiseerd. In werkelijkheid werd dat in de periode juli 2022 – september 2022. Hoofdoorzaak was het alsnog inlassen van een aanbestedingsprocedure voor de aanschaf van de containers11+12. Het effect is wel dat er afgerond (ruim) één jaar later pas met de nieuwe inzamelmethode gewerkt kon gaan worden. Pas in 2023 was het eerste volledige jaar. In figuur 1 is één en ander schematisch weergegeven: 2020
Figuur 1
Q1
Q2
Q3
2021
Q4
Q1
Q2
Q3
2022
Q4
Q1
Q2
Q3
2023
Q4
Q1
Q2
Q3
Q4
beoogde transitie werkelijke transitie 1e volledig jaar effectief
6.6. Realisatie inhoudelijke doelstellingen Algemeen De gemeente volgt in principe de doelstellingen en uitgangspunten van het landelijke Programma “Van Afval Naar Grondstof” (VANG). Deze doelstellingen zijn al in 2017 door de gemeente bij raadsbesluit over de Duurzaamheidsvisie onderschreven. Inmiddels is in de interviews naar voren gekomen dat er voor de gemeente Roermond behoefte is aan een actualisatie. Reden is dat landelijk blijkt13 dat de oorspronkelijke doelstellingen niet goed realiseerbaar zijn.
Buiten de scope van het nu voorliggende onderzoek valt of er terecht een keuze is gemaakt voor het inzetten van het instrument aanbesteding 12 Covid-19 is ook als oorzaak genoemd maar dit was niet doorslaggevend 13 Verwezen wordt naar de VANG-website 11
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
14
Rekenkamer Roermond
Hoeveelheden Vanaf 2017 is de doelstelling in de gemeente Roermond om de ingezamelde hoeveelheden huishoudelijk restafval in 2025 terug te brengen tot maximaal 100 kg/inwoner. In 2020 is dit verder onderbouwd met hoeveelheden per inwoner voor de jaarschijven tussen 2020 en 2025. Het einddoel, maximaal 100 kg/inwoner, zou eind 2024 behaald moeten worden. In bijlage 3 zijn enkele tabellen opgenomen waarin de werkelijk opgehaalde hoeveelheden HHA, PMD en GFT zijn opgenomen. De gegevens zijn afkomstig de gemeente en deze totalen zijn door de gemeente ook gebruikt om aan het CBS door te geven14. Kijkend naar de werkelijke resultaten kan worden vastgesteld dat de beoogde doelen voor het huishoudelijk restafval niet gehaald zijn. Voor het jaar 2023 was de doelstelling15 om te komen tot circa 100 tot 115 kg huishoudelijk restafval per inwoner. In bijlage 3 is door de rekenkamer berekend dat de werkelijk hoeveelheid per inwoner in 2023 circa 144 kg bedroeg. Dit getal moet als indicatie worden gezien en niet als uitkomst van een uitgebreide analyse. (zie ook paragraaf 6.3. Data en Analyses) Tijdens het onderzoek is naar voren gekomen dat er nieuwe richtlijnen van VANG zijn. De gemeente is voornemens om die richtlijnen te implementeren. Uit de documenten noch uit de interviews komt naar voren op welke wijze dat gaat plaatsvinden.
Het beeld ontstaat dat dit pas duidelijk wordt nadat het volgende Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid voor de periode 2025 – 2028 is vastgesteld. Wel is aangegeven dat er een groter accent gelegd zal gaan worden op het scheiden van afval en het schoner worden van de gescheiden fracties16. Er wordt wellicht minder accent gelegd op het beperken van de hoeveelheden restafval per inwoner. Scheidingspercentage In de Duurzaamheidsvisie van 2017 is aangegeven dat naast de vermindering van de totale hoeveelheden huishoudelijk afval doel is te komen tot een scheidingspercentage van 75%. In de documenten en tijdens de verschillende interviews is naar voren gekomen dat dit scheidingsdoel niet gehaald wordt. In bijlage 3 is een tabel opgenomen waaruit blijkt dat het scheidingpercentage wel sterk gestegen is van circa 57% in 2018 naar circa 65% in 2023 maar dat blijft achter bij de doelstellingen. Wel is aangegeven dat er op dit moment wordt nagedacht over het actualiseren van de uitgangspunten en dat ligt in lijn met de landelijke ontwikkelingen.
De rekenkamer heeft geen nader onderzoek uitgevoerd naar de juistheid van die gegevens Zoals opgenomen in de presentatie van november 2020 16 Met name bij PMD en GFT speelt dit. Door een te hoge vervuilingsgraad worden soms partijen afgekeurd die dan alsnog bij het restafval belanden. 14 15
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
15
Rekenkamer Roermond
Diftar In 2020 is aangegeven dat in 2022 onderzocht gaat worden in hoeverre de introductie van DIFTAR17 in 2024 mogelijk is. Dit is met name een wijziging in de wijze waarop de kosten per huishouden in rekening gebracht worden. Genoemd onderzoek heeft (nog) niet plaatsgevonden. In de interviews komt naar voren dat het uitstel van de invoering van de nieuwe inzamelmethode van 2021 naar 2022 hier in belangrijke mate debet aan is. Daarnaast zijn er medio 2024 zijn nog onvoldoende gegevens om een gericht onderzoek uit te kunnen voeren. In de interviews is niet naar voren gekomen wanneer het onderzoek wel gaat plaatsvinden.
6.7 Realisatie financiële doelstellingen In deze paragraaf wordt naar twee aspecten gekeken: 1. Kostenbesparing Figuur 1
2020
2021
2022
2023
De beoogde kostenbesparing: inQ12020 2022 Q2 was Q3 aangegeven Q4 Q1 Q2 dat Q3 inQ4 Q1 10% Q2 lagere Q3 Q4inzamelkosten Q1 Q2 Q3 Q4 transitie afval (alle afvalstromen) gehaald zouden worden waarbij wordt voor hetbeoogde huishoudelijk werkelijke transitie opgemerkt dat het onduidelijk is ten opzichte van welk jaar dat dan plaats zou vinden. In 1e volledig jaar effectief
onderstaande tabel 1 is aangegeven hoe de ontwikkeling was van de inzamelkosten in de periode 2018 – 202418 (afgeronde bedragen x €1.000). Tabel 1
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Totalen werkelijke inzamelkosten
7.062
7.234
9.383
9.846
9.579
9.032
nvt
Tabel 2
2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Vastgesteld kan worden dat de beoogde kostenbesparing volgens de verkregen informatie niet
gerealiseerd is. Eén van(€) de oorzaken zijn dat de nieuwe250,28 inzamelmethodiek een jaar later is Hoogte afvalstoffenheffing 209,75kan 212,69 235,00 312,87 305,28 295,97 ingevoerd en dat gedurende een overgangsperiode aanvullende maatregelen dienden te worden getroffen. Wordt vervolgens het eerste jaar van de volledige nieuwe systematiek vergeleken met
Tabel 3.1. Inwoneraantal gemeente Roermond¹
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Per 1 januari Per 31 december Per jaar afvalstoffenheffing (afgerond) 2. medio Hoogte
57761 58209 58000
58209 58260 58200
58260 58763 58500
58763 59184 59000
59184 59981 59500
59981 60746 60300
2020 dan is er weliswaar sprake van een verlaging maar die is geen 10%19.
Het streven om op termijn de afvalstoffenheffing te verlagen, waarbij meteen wordt opgemerkt dat bij die door de raad geformuleerde doelstelling geen omvang van de beoogde verlaging is Tabel 3.2.
2018 2019 2020 2021 2022 benoemd noch dat er is aangegeven op welke termijn een en ander gerealiseerd moet2023 worden.
Ingezameld Huishoudelijk restafval (x1000 kg)¹ Aantal inwoners per medio jaar² Indicatie hoeveelheid restafval per inwoner³ in kg
11375 58000 196
11283 58200 194
11943 58500 204
8995 59000 152
8671 59500 146
8704 60300 144
DIFTAR = een systeem van gedifferentieerde tarieven. Dit houdt in dat de afvalstoffenheffing voor huishoudens 2019¹ 2020 2021 2022 2023 2018¹ afhangt van de hoeveelheid huishoudelijk restafval die zij aanbieden 18 Gegevens afkomstigenvan de afdeling Financiën van de gemeente Roermond ² 57% 56% 56% ??³ 64% 65% Scheidingspercentage¹ 19 Er zijn uiteraard meer invloeden op de totale inzamelkosten zoals bijvoorbeeld hogere energiekosten, inflatie etc. die tot uiting kunnen komen in een indexatie. De exacte effecten van deze invloeden zijn niet apart bijgehouden dus ook niet goed te duiden. 17
Tabel 3.3.
Tabel 3.4. Ingezameld P(MD) (x1000 kg)² Indicatie hoeveelheid PMD per inwoner³ in kg
2018¹
2019¹
2020
2021
2022
2023
626 11
665 11
1735 30
1720 29
1655 28
1503 25
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond Tabel 3.5.
16 2018
Rekenkamer Roermond 2019
2020
2021
2022
2023
beoogde transitie werkelijke transitie 1e volledig jaar effectief
Tabel 1
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
7.062
7.234
9.383
9.846
9.579
9.032
nvt
Tabel 2
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Hoogte afvalstoffenheffing (€)
209,75
212,69
235,00
250,28
312,87
305,28
295,97
In onderstaande tabel 2 is aangegeven hoe de ontwikkeling was van de afvalstoffenheffing in de Totalen werkelijke inzamelkosten periode 2018 – 202420.
Tabel 3.1.het Inwoneraantal gemeente Roermond¹ 2018 2021 2022 2023 Vanaf hoogtepunt van de afvalstoffenheffing in2019 2022 is2020 er sprake van een daling van
5,5% in 2024. Daar staat tegenover dat ten opzichte van 2020, het jaar waarin de doelstelling Per 1 januari 57761 58209 58260 58763 59184 59981 Per 31 december 58209 58260 58763 59184 59981 60746 geformuleerd is er sprake is van een verhoging met circa 25% in 2024. Per medio jaar (afgerond) 58000 58200 58500 59000 59500 60300
6.8 Raadsinformatie
Tabel 3.2.
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Ingezameld Huishoudelijk restafval (x1000 kg)¹ 11375 11283 11943 8995 8671 8704 De afvalstoffeninzameling is in hoofdzaak58000 uitvoering en daarmee meteen onderwerp Aantal inwoners per medio jaar² 58200 58500 niet 59000 59500 60300 Indicatie hoeveelheid per inwoner³ kg meer strategisch 196 194en beleidsmatig 204 152niveau146 van gesprek op restafval raadsniveau. Op in een dient de144
afvalstoffeninzameling gebaseerd te zijn op onder meer financiële uitgangspunten (investeringen, Tabel 3.3. 2019¹ 2020 2021 milieubeleid 2022 2023 2018¹ exploitatie, afvalstoffenheffing), inhoudelijke kaders (grondstoffenbeleid, etc.)
alsmede uitgangspunten met betrekking tot dienstverlening (serviceniveau, communicatie etc.) en ² 57% 56% 56% ??³ 64% 65% Scheidingspercentage¹ De raad krijgt informatie over afval en afvalstoffeninzameling via onder meer:
Tabel 3.4.
•
2018¹
2019¹
2020
2021
2022
.
21
2023
Programmabegroting: In zijn algemeenheid zijn de teksten op een hoog abstractieniveau
Ingezameld (x1000 kg)² 665 1735 1720 Inhoudelijk 1655 1503 en de P(MD) programmabegroting bestrijkt alle626 gemeentelijke beleidsvelden. op Indicatie hoeveelheid PMD per inwoner³ in kg 11 11 30 29 28 25 22
het thema afval zijn de teksten kort . Bij de programmabegroting ligt vaak het accent op de financiële vooruitzichten en mogelijk nieuw beleid. Beheersmatige aspecten zoals de
worden niet expliciet In het onderzoek is naar voren Tabelafvalstoffeninzameling 3.5. 2018 benoemd. 2019 2020 2021 2022 2023 gekomen dat de hoogte van de afvalstoffenheffing wel een vaak terugkerend thema is;
Ingezameld GFT (x1000 kg)¹ 3327 3298 3682 3909 3775 4946 • Jaarrekening: Hetper beeld vaninde algemeenheid is66dat de jaarrekening Indicatie hoeveelheid GFT inwoner³ kg rekenkamer 57 in zijn57 63 63 82 naar
verhouding weinig aandacht krijgt. Vervolgens wordt in de jaarrekening met name aandacht besteed aan de financiële aspecten. In het onderzoek valt op dat de afvalstoffenheffing FaseveelPeriode Wijzigingen Reductie restafval Bevoegdheid aandacht krijgt terwijl het realiserenInzamelmiddel van de inhoudelijke beleidsdoelen m.b.t. afval en
afvalstoffeninzameling minder breed wordt uitgemeten; 2021 1.•
Diverse documenten in het kader van deDuo-containers P&C-cyclus: deze rapportages zijnCollege: veelalwijziging gericht op Per 1-1-2021 • Frequentie wijziging 198-185 tot 1-7-2021 vantegenvallers. GFT en restafvalSpecifiek voor de begroting van de kosten frequentie het sturen op mee- en van laagbouw van 1x per
inzameling geldt datweek die bewust naar 1x perdoor het jaar heen niet wordt bijgesteld. Volgens weken verkregen informatie2 zou dit namelijk tot gevolg kunnen hebben dat ook de hoogte •
2.
Emmers: 1x per week
van de afvalstoffenheffing door het jaar heen fluctueert en dat is onwenselijk omdat de Per 1-5-2021 of 1-7-2021
Overstap van duoMono-containers 185-185 College: wijziging container naar monoinzamelmiddel Gegevens afkomstig van de afdeling Financiën van de gemeente Roermond container gft en rest 21 In de Programmabegroting 2024 wordt dit aangeduid als de afvaldriehoek: kosten, dienstverlening en milieu • Emmers gft en rest Raad : (vrijmaken 22 Als voorbeeld: De gemeente streeft naar een circulaire wereld. Hergebruik van materialen en afval gebruiken als 1x per week kredieten aanschaf grondstof, wordt de standaard. In de programmabegroting wordt verder niet toegelicht wat er exact bedoeld wordt • Frequentie blijft 1x containers) en op welke termijn de resultaten behaald dienen te zijn. 2 weken, alternerend 20
•
2023 3.
Per 1-1-2023
Verlagen van de inzamelfrequentie naar 1x 4 weken gft Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond en rest 2024
•
Mono-containers
17
185-115
College
Rekenkamer Roermond
afvalstoffenheffing voor een heel jaar wordt vastgesteld; •
Specifieke documenten: In het kader van onder meer het Uitvoeringprogramma Duurzaamheid is op 12 juni 2024 een commissie-informatiebrief uitgebracht waarin wordt aangegeven op welke termijn het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2025 – 2028 aan de raad wordt aangeboden. Daarin wordt overigens afval niet expliciet benoemd. Wel wordt daarin veel aandacht aan circulaire economie besteed. Impliciet gaat het dan ook over afvalstoffen.
Vastgesteld kan worden dat afvalstoffeninzameling niet hoog op de politieke/bestuurlijke agenda staat. Dit wordt onder meer veroorzaakt door het feit dat er volgens de opgehaalde informatie in de interviews en uit de documenten er weinig klachten vanuit de burgerij zijn. Voor de volledigheid kan worden aangegeven dat vanuit commissie en raad geen vragen worden gesteld over de afvalstoffeninzameling. In de periode 2022 – medio 2024 zijn geen informatieavonden23 voor de raad gehouden en zijn er geen raadsinformatiebrieven aan de raad gestuurd die tot doel hadden om de raad te informeren over de feitelijke voortgang van de realisatie van de oorspronkelijke doelstellingen. Ook is er aan de raad nog geen informatie verstrekt inzake de mogelijke aanpassing van de doelstellingen op grond van de veranderde VANG-richtlijnen. Uit de interviews komt naar voren dat een nieuw afvalstoffenbeleid pas wordt opgesteld nadat het nieuwe Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid is vastgesteld. Dat wordt volgens de recente commissie-informatiebrief van 12 juni 2024 verwacht in maart 2025.
6.9 Benchmarks In de interviews is een aantal malen naar voren gekomen dat een vergelijking met andere gemeenten zinvol zou zijn om te bepalen “waar Roermond staat”. Daarmee zou ook een antwoord op deelvraag 4 verkregen kunnen worden. Natuurlijk is het zinvol om vergelijkingen te maken om daar van te leren maar dan dienen de uitgangspunten voor de onderling te vergelijken gemeenten wel (globaal) hetzelfde te zijn. Omdat in Roermond medio 2022 een wijziging in het inzamelsysteem is ingevoerd in combinatie met een aantal overgangsmaatregelen24 is het lastig om goede vergelijkingen te maken. Bij een eerste vergelijking van gegevens van de grote gemeenten in de provincie Limburg bleek de onvergelijkbaarheid. Daarom is verder afgezien van het opzetten van benchmarks.
23 24
Zogeheten Gele Avonden Bijvoorbeeld voor de luierinzameling
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
18
Rekenkamer Roermond
7. Conclusies
In het voorgaande hoofdstuk zijn de bevindingen omschreven. Indien de bevindingen aan de centrale onderzoeksvraag In hoeverre worden de oorspronkelijke inhoudelijke beleidsdoelstellingen conform planning geconcretiseerd binnen de gestelde (financiële) kaders gekoppeld wordt dan ontstaat het volgende beeld: 1. Centrale onderzoeksvraag De inhoudelijke beleidsdoelstellingen zijn niet geconcretiseerd. Naast de inhoudelijke afwijkingen is de planning niet gehaald en zijn de financiële kaders niet gehaald. Dat laatste geldt zowel voor de doelen om tot een kostenreductie te komen als voor het verlagen van de afvalstoffenheffing. 2. Conclusies in relatie tot de deelvragen 2.1 In hoeverre zijn de inhoudelijke doelstellingen realistisch m.b.t. de reductie van de huishoudelijke afvalstromen (vermindering én hergebruik)? De gemeente Roermond heeft sinds 2017 de VANG-doelstellingen gevolgd. Deze landelijke doelstellingen waren toen zeker realistisch te noemen. Inmiddels is de ambtelijke organisatie van mening, in navolging van wijzigingen op landelijk niveau, dat met name de doelstelling voor de vermindering van de hoeveelheden niet goed haalbaar is en dat het accent op het scheidingspercentage gelegd dient te worden. De conclusie is dat de gemeentelijke doelen niet gehaald zijn.
2.2 Kan worden aangegeven waar de indertijd gepresenteerde planning op gebaseerd was en is er inzicht te geven in de concrete voortgang? De planning was primair gebaseerd op de mogelijkheden om de nieuwe inzamelmethode uitgerold te krijgen. Die planning is gehaald, zij het met een jaar vertraging. 2.3 Wat is het beeld van de doeltreffendheid én de doelmatigheid van de genomen maatregelen in relatie tot de uitgangspunten alsmede de planning? Met betrekking tot de wijziging van de inzamelmethodiek kan gesteld worden dat dit doeltreffend heeft plaatsgevonden. Wel waren er extra kosten in verband met aanvullende maatregelen. Met betrekking tot het realiseren van de doelstellingen als resultaat van de nieuwe inzamelmethodiek geldt dat dit niet of onvoldoende doeltreffend is. Immers de beoogde doelen zijn (nog) niet gehaald. Indien de ontwikkeling van de kosten in ogenschouw wordt genomen dan kan geconcludeerd worden dat de doelmatigheid ook beter had gekund.
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
19
Rekenkamer Roermond
2.4 Zijn er vergelijkingscijfers beschikbaar met andere gemeenten en welke conclusies kunnen daaruit getrokken worden? Er is gekeken naar onder meer de grote Limburgse gemeenten. De eerste conclusie is dat het lastig is om goede vergelijkingen te maken aangezien de gemeenten redelijk verschillen in inzamelmethodes maar ook de verschillend in geografische kenmerken en bebouwing maken het lastig. Een tweede conclusies uit die informatie is dat in veel gemeenten geworsteld wordt met het terugdringen van de hoeveelheden. De ontvangen gegevens geven een beeld van grote verschillen op onder meer scheidingspercentage zowel als ingezamelde hoeveelheden HHA per inwoner. 2.5 De inzameling van huishoudelijke afvalstoffen is uitvoering. Toch is de vraag in hoeverre de raad geïnformeerd wordt over de realisatie van de uitgangspunten van het milieubeleid, grondstoffenbeleid en dienstverlening in het kader van genoemde inzameling. Welke uitgangspunten waren er en hoe is de realisatie daarvan? De raad is niet specifiek geïnformeerd over de in deze deelvraag opgesomde punten. Maar ook moet worden vastgesteld dat er in de ontvangen en onderzochte documenten geen initiatieven zijn aangetroffen vanuit de raad dan wel commissie om nader geïnformeerd te worden.
2.6 Heeft de raad voldoende inzicht in alle financiële consequenties in het kader van het budgetrecht? Technisch gesproken heeft de raad alle informatie op hoofdlijnen middels programmabegroting en middels verschillende andere documenten uit de P&C-cyclus. Maar de raad is niet concreet geïnformeerd over de realisatie (voortgang planning, besteding budget, realisatie inhoudelijke doelstellingen) gezien de afwijkingen die zijn opgetreden. 2.7 Wordt de raad tijdig en volledig in beeld gebracht bij onvoorziene afwijkingen? Dit had in de ogen van de rekenkamer wel gemoeten maar het beeld is dat pas heel recent de raad weer concreet betrokken wordt. Ook hier geldt dat de raad dan wel commissie zelf het initiatief genomen heeft om aanvullende informatie te vragen. Met de beantwoording van de centrale vraag en de deelvragen ligt de conclusie voor de hand dat de indertijd gepresenteerde doelstellingen niet gehaald zijn. Daar is een aantal verklaringen voor. Zo is het uitstellen van de invoering van de nieuwe inzamelmethode een belangrijke factor voor zowel het achterblijven van de realisatie van de inhoudelijke doelstellingen als ook de financiële doelstelling. In de planperiode speelde ook COVID-19 en moet worden vastgesteld dat de inflatie een rol heeft gespeeld.
Daarnaast is een belangrijke conclusie dat de raad wel geïnformeerd wordt maar dat dit hoofdzakelijk via de documenten uit de P&C-cyclus gebeurt. Deels laat zich dat verklaren door het feit dat afvalstoffeninzameling een taak van het college op uitvoeringsniveau is. Toch had de raad vaker, tijdiger en uitgebreider in beeld gebracht mogen worden uitgaande van de Duurzaamheidsvisie uit 2017 en het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid uit 2020. Immers
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
20
Rekenkamer Roermond
het niet halen van inhoudelijke, plannings- en financiële doelstellingen raakt de kaderstellende én de controlerende rol van de raad. De rekenkamer begrijpt dat niet altijd alle doelstellingen gehaald worden. De rekenkamer verwacht dan wel dat op het moment dat dat inzicht gaat ontstaan de raad op zijn minst via commissie- en/of raadinformatiebrieven geïnformeerd wordt. Tegelijkertijd kan de raad ook actiever reageren op de informatie die wel door het college verstrekt is.
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
21
Rekenkamer Roermond
8. Voorstellen
Uitgaande van de belangrijkste conclusies in het vorige hoofdstuk komt de rekenkamer tot enkele voorstellen rekening houdend met het feit dat de inzameling van afvalstoffen primair een taak is van het college. De voorstellen van de rekenkamer moeten duidelijk in dat perspectief geplaatst worden. Daarnaast wordt opgemerkt dat de rekenkamer geen voorstander is van uitgebreide en complexe rapportages. 1. Voorstellen specifiek voor de gemeenteraad De doelstellingen waar de huidige uitvoering van de afvalstoffeninzameling op is gebaseerd zijn overgenomen van de VANG-doelstellingen. En bij de besluitvorming omtrent de nieuwe inzamelmethodiek waren financiële overwegingen zeer bepalend terwijl de doelstelling toen niet opnieuw geformuleerd zijn. De gemeente is van plan een nieuw grondstoffenbeleid te formuleren waar het afvalstoffenbeleid onderdeel van uit maakt.
Voor de rekenkamer is dit aanleiding voor de volgende voorstellen: 1.1 Draag het college op om op korte termijn, bijvoorbeeld het eerste kwartaal 2025, een werkbijeenkomst voor de gemeenteraad te organiseren waar opiniërend gesproken wordt over de mogelijke inhoudelijke én financiële kaders voor het nieuwe afvalstoffenbeleid; 1.2 Draag het college op om bij de voorbereiding van die werkbijeenkomst de meest recente landelijke ontwikkelingen met betrekking tot grondstoffenbeleid, afvalstoffenbeleid en inzamelmethodieken te betrekken waarmee de richtingen voor het nieuwe beleid vorm gegeven kunnen worden; 1.3 Draag het college op voor eind 2025 uitwerking te geven aan de (mogelijke) inhoudelijke en financiële kaders in de vorm van het (nieuwe) afvalstoffenbeleid. 2. Voorstellen voor het college via de gemeenteraad Er was sprake van een onvoldoende informatie-uitwisseling tussen college en raad. De rekenkamer is van mening dat dit verbeterd dient te worden. Daarnaast bleek dat er niet altijd gegevens zijn van de andere organisaties die actief zijn bij de inzameling van afvalstoffen. Voor een goede beleidsvoorbereiding en daarna monitoring van de uitvoering dienen ook de gegevens van die organisaties bekend te zijn. Dat leidt tot de volgende voorstellen:
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
22
Rekenkamer Roermond
2.1 Rapporteer schriftelijk in de vorm van een commissie-informatiebrief elk halfjaar te beginnen in december 2024 over de voortgang van de afvalstoffeninzameling en alle aspecten die daarbij voor de gemeenteraad relevant zijn; 2.2 Betrek bij de voorbereiding van het nieuwe beleid de andere organisaties actief in de afvalstoffeninzameling en -verwerking zodat er een compleet beeld opgemaakt kan worden van alle afvalstromen en het formuleren van keuzes bij de voorbereiding van het nieuwe gemeentelijk beleid; 2.3 Neem in die rapportage in ieder geval informatie op over de nu vigerende inhoudelijke en financiële doelstellingen waaronder informatie over scheidingspercentage en financiële aspecten van de totale afvalstoffeninzameling; 2.4 Draag zorg voor uitgebreidere informatie over de afvalstoffeninzameling in de programmabegrotingen en de jaarrekeningen waarbij naast de gebruikelijke financiële informatie ook inhoudelijke informatie wordt opgenomen.
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
23
Rekenkamer Roermond
Bestuurlijke reactie & nawoord rekenkamer
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
24
Rekenkamer Roermond
A. Bestuurlijke reactie van het college B&W
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
25
Rekenkamer Roermond
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
26
Rekenkamer Roermond
B. Nawoord rekenkamer Op 13 november is de reactie op de concept rapportage “Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond” ontvangen in het kader van het gebruikelijke bestuurlijke wederhoor. De rekenkamer stelt met tevredenheid vast dat het college zich kan vinden in de conclusies zoals ver-woord in hoofdstuk 7. Tevens stelt de rekenkamer vast dat het college zich kan vinden in alle gedane voorstellen zoals opgenomen in hoofdstuk 8 met uitzondering van voorstel 1.3. op bladzijde 22. Daarin wordt de raad voorgesteld om aan college op te dragen om voor het eind van 2025 uitwerking te geven aan de (mogelijke) inhoudelijke en financiële kaders in de vorm van het (nieuwe) afval-stoffenbeleid. Het college acht die termijn onhaalbaar. Het college geeft daarvoor geen concrete ar-gumenten noch geeft het college aan welke termijn dan wel realistisch zou zijn. De rekenkamer blijft desondanks bij het oorspronkelijk voorstel. Temeer daar het college aangeeft in het 1e kwartaal van 2025 het nieuwe Programma Duurzaamheid door de raad te laten vaststellen waarin de kaders voor het nieuwe afvalbeleid zijn opgenomen. Uit de bestuurlijke reactie kan worden afgeleid dat de gesprekken met de raad hierover op korte termijn gaan plaatsvinden, maar in ieder geval voordat het aangekondigde Programma Duurzaamheid wordt vastgesteld.
De rekenkamer con-cludeert aan de hand van deze informatie dat het college dan circa 9 maanden heeft om het nieuwe beleid verder uit te werken. In de optiek van de rekenkamer is dit toereikend. In de bestuurlijke reactie stelt het college dat de (oorspronkelijke) VANG-doelstellingen niet gebracht hebben wat daarvan verwacht werd. Het college geeft aan dat die doelstellingen inmiddels zijn bijge-steld. De rekenkamer heeft dit tijdens het onderzoek ook geconcludeerd, waarbij met name opvallend was dat dit zonder overleg met de gemeenteraad is gebeurd. De rekenkamer is ook benieuwd naar de wijze waarop het college invulling gaat geven aan voorstel 2.1: Rapporteer schriftelijk in de vorm van een commissie-informatiebrief elk halfjaar te beginnen in december 2024 over de voortgang van de afvalstoffeninzameling en alle aspecten die daarbij voor de gemeenteraad relevant zijn. De rekenkamer vertrouwt erop dat bij de behandeling van het onder-zoeksrapport in de raad hieromtrent duidelijkheid wordt gegeven. Aansluitend geeft het college aan dat voor de actualisatie van het beleid veel data van belang zijn en dat daarvoor een dashboard vereist is en dat daarmee inzicht ontstaat in het behalen van de VANG-doelstellingen. De rekenkamer gaat er van uit dat het college doelt op de geactualiseerde c.q. ver-nieuwde VANG-doelstellingen.
Een dashboard kan ongetwijfeld een nuttig hulpmiddel zijn maar de rekenkamer stelt vast dat gedurende het onderzoek de
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
27
Rekenkamer Roermond
meeste relevante gegevens rechtstreeks be-schikbaar waren. De rekenkamer geeft de raad in overweging het gesprek met het college aan te gaan over nut en noodzaak van een dashboard. Indien toch gekozen wordt voor het ontwikkelen van een dashboard dan moet dat niet er toe leiden dat het ontwikkelen van een nieuw afvalstoffenbeleid daardoor vertraagd wordt. Tot slot ziet de rekenkamer uit naar het implementatieplan dat conform de gebruikelijke afspraken wordt opgesteld. En dat geldt ook voor de (nieuwe) wettelijke verplichting waarin is vastgelegd dat het college elk jaar rapporteert over de concrete uitvoering van de door de rekenkamer gedane voor-stellen. Namens Rekenkamer Roermond, Melhat Kurt Voorzitter
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
28
Rekenkamer Roermond
Bijlage 1 Geïnterviewde personen Startgesprek op 22 april 2024 met aanwezig Jack Mestrom, Daniëlle Paulissen-Paas, Wen van Diepe en Lucia van den Bongard namens de organisatie en Arno Vestjens en Nico op de Laak namens de rekenkamer. •
Interviews a) Jos van Rey, portefeuillehouder, bestuurlijke aspecten vanaf juli 2022 b) Jack Westrom, beleidsmatige aspecten c) Daniëlle Paulissen-Paas en Wen van Diepe, operationele aspecten d) Lia Schouten-van Summeren en Roel Knibbeler, financiële aspecten
•
Overige contacten a) Diverse e-mails en telefoongesprekken b) Griffie in verband met raadsinformatie en raadsbesluiten c) Rens Evers, verantwoordelijk portefeuillehouder tot en met juni 2022
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
29
Rekenkamer Roermond
Bijlage 2 Samenvatting beoordeelde documenten Gemeentelijke informatie Er zijn veel documenten ontvangen. Het voert te ver om deze alle te noemen aangezien veel documenten hoofdzakelijk op operationeel niveau waren. •
Excell-bestanden begrotingen afvalstoffen 2018 tot en met 2024 inclusief de meerjarenramingen
•
Excell-bestanden jaarrekeningen 2018 tot en met 2022
•
Programmabegrotingen 2020 – 2024
•
Jaarrekeningen 2020 - 2023
•
Diverse B&W-voorstellen en besluiten
•
Diverse raadsdocumenten waaronder de presentatie werkbijeenkomst raad november 2020
Overige informatiebronnen a) Website “Van Afval Naar Grondstof” van de RIVM (https://www.rivm.nl/circulaire-economie/afval-wordt-grondstof) b) Website Koninklijke Nederlandse vereniging voor afval- en reinigingsdiensten, oftewel de NVRD (https://www.nvrd.nl/) c) Website Afval Samenwerking Limburg (https://www.afvalsamenwerkinglimburg.nl/) d) Website Afvalmonitor (https://afvalmonitor.databank.nl/)
Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond
30
Rekenkamer Roermond
Bijlage 3 Diverse tabellen 2020
Figuur 1
2021
2022
2023
Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q3 meer Q4 door Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 In deze bijlage is een aantal gegevens opgenomen die Q2 onder de ambtelijke beoogde transitie organisatie zijn verstrekt. De gegevens en de bewerking daarvan hebben enkel tot doel om een werkelijke transitie
beeld van de hoofdlijnen te krijgen. 1e volledig jaar effectief
2020 2021 1 De door deFiguur ambtelijke organisatie aangeleverde gegevens zijn niet nader2022 geverifieerd. Dit 2023 omdat
Q1
Q2
Q3
Q4
Q1
Q2
Q3
Q4
Q1
Q2
Q3
Q4
Q1
Q2
Q3
die gegevens ook door de gemeente aan het CBS worden verstrekt. De rekenkamer neemt om Tabel 1 beoogde transitie
2018 die reden aan dat de gegevens correct zijn. 2019 werkelijke transitie Totalen werkelijke 1e vollediginzamelkosten jaar effectief
7.062
7.234
2020
2021
2022
2023
2024
9.383
9.846
9.579
9.032
nvt
Q4
Opgemerkt wordt dat onderstaande tabellen wellicht beter onderdeel dienen uit te maken van ambtelijke analyses om vervolgens in managementrapportages een plaats te krijgen. Tabel 2
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Tabel 1
2018
2019 212,69
2020 235,00
2021 250,28
2022 312,87
2023 305,28
2024 295,97
Totalen werkelijke inzamelkosten
7.062
7.234
9.383
9.846
9.579
9.032
nvt
Tabel 3.1. Inwoneraantal gemeente Roermond¹
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2 PerTabel 1 januari Per 31 december (€) PerHoogte medio afvalstoffenheffing jaar (afgerond)
2019 57761 58209 212,69 58000
2020 58209 58260 235,00 58200
2021 58260 58763 250,28 58500
2022 58763 59184 312,87 59000
2023 59184 59981 305,28 59500
2024 59981 60746 295,97 60300
In het kader van het nu voorliggende onderzoek zijn onderstaande tabellen en bewerkingen Hoogte afvalstoffenheffing 209,75 opgenomen als illustratie(€) c.q. indicatie.
1
2018 209,75
Gegevens CBS tevens te vinden op de website Alle Cijfers (https://allecijfers.nl/) Tabel 3.1. Inwoneraantal gemeente Roermond¹ Tabel 3.2.
2018 2019 2020 2021 2022 2023 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Uit 3.1. kan worden afgeleid dat bij ongewijzigd beleid er een toename van afgerond Pertabel 1 januari 57761 58209 58260 58763 59184 599814% Ingezameld Huishoudelijkhuishoudelijk restafval (x1000 restafval kg)¹ 11375 11283zou 58763 11943 8995 8671 op 8704 Per 31 december 58209 58260 59981 60746 van de hoeveelheid verklaarbaar zijn. Er is59184 echter ingezet een Aantal inwoners per medio jaar² 59500 60300 Per medio jaar (afgerond) 58000 58200 58500 59000 59500 60300 daling in absolute hoeveelheden is benoemd Indicatiedie hoeveelheid restafval per inwoner³ in kg 196 per inwoner. 194 204 152 146 144
Tabel Tabel 3.3. 3.2.
2018¹ 2018
2019¹ 2019
2020 2020
2021 2021
2022 2022
2023 2023
en ² Scheidingspercentage¹ Ingezameld Huishoudelijk restafval (x1000 kg)¹ Aantal inwoners per medio jaar² Indicatie hoeveelheid restafval per inwoner³ in kg
57% 11375 58000 196
56% 11283 58200 194
56% 11943 58500 204
??³ 8995 59000 152
64% 8671 59500 146
65% 8704 60300 144
Tabel 3.4.
2018¹
2019¹
2020
2021
2022
2023
Gegevens afkomstig van de gemeente, afdeling BOR 2 Tabel 3.3. 2019¹ 2020 2021 2022 2023 Gemiddeld 1-1 en 31-12, zie tabel 3.1.2018¹ Ingezameldaantal P(MD)inwoners (x1000 kg)² 626 665 1735 1720 1655 1503 3 Berekend door de rekenkamer. Getal dient als indicatie gehanteerd te worden. Het zou voor de hand liggen dat25de Indicatie hoeveelheid PMD per inwoner³ in kg 11 11 30 29 28 en Scheidingspercentage¹ 57% 56% deze56% ??³berekent. 64% 65% gemeente zelf in de vorm²van monitoring en managementrapportages uitkomsten 1
Uit tabel 3.2. kan worden afgeleid dat de beoogde verlaging van het huishoudelijk restafval naar Tabel 3.5.
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Tabel 3.4. 2019¹ 2021 2022 2023 115-100 kg/inwoner in 2023 niet gehaald is.2018¹ Het verschil met2020 de doelstelling, maximaal 100 kg/ Ingezameld GFT (x1000 kg)¹ 3327 3298 3682 3909 3775 4946 inwoner eind 2024, is dusdanig groot dat mag worden aangenomen dat Ingezameld P(MD) (x1000 kg)² 626 665 1735 1720deze doelstelling 1655 1503niet Indicatie hoeveelheid GFT per inwoner³ in kg Indicatie hoeveelheid PMD per inwoner³ in kg
gerealiseerd wordt. Tabel 3.5.Periode Fase
Wijzigingen
2021 Ingezameld GFT (x1000 kg)¹ Indicatie hoeveelheid GFT per inwoner³ in kg 1. Pergemeente 1-1-2021 Roermond • Frequentie wijziging Onderzoek afvalbeleid tot 1-7-2021 van GFT en restafval laagbouw van 1x per week naar 1x per
57 11
57 11
63 30
66 29
63 28
82 25
2018 2019 Inzamelmiddel
2020 2021 Reductie restafval
2022 2023 Bevoegdheid
3327 3298 57 57 Duo-containers 31
3682 63 198-185
3775 4946 63 82 College: Rekenkamer wijziging Roermond frequentie
3909 66
1e volledig jaar effectief
Tabel 1
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Totalen werkelijke inzamelkosten
7.062
7.234
9.383
9.846
9.579
9.032
nvt
Wel is nog een opmerking op zijn plaats: in het onderzoek is gesproken waar de daling van het ingezamelde huishoudelijk restafval in 2021 ten opzichte van 2020 vandaan komt. Een Tabel 2
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
door de gemeente gegeven verklaring gaat uit van de invloed van COVID. In 2020 zouden
Hoogte afvalstoffenheffing (€) 209,75 212,69 235,00 305,28 295,97 de maatregelen om de verspreiding van COVID tegen te gaan250,28 hebben312,87 geleid tot het meer 2020
Figuur 1
2021
2022
2023
thuisblijven van mensen. Vervolgens zijn opgeruimd. Q1 zouden Q2 Q3 erQ4veel Q1meer Q2 zolders Q3 Q4 en Q1schuurtjes Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 InTabel 2021 zou dit niet meer aan Roermond¹ de orde zijn. Op zich is2019 dit een logische verklaring maar dan beoogde transitie 3.1. Inwoneraantal gemeente 2018 2020 2021 2022 2023blijft werkelijke transitie de vraag hoe de hoge hoeveelheden huishoudelijk restafval in 2018 en 2019 te verklaren zijn. Per 1 januari 1e volledig jaar effectief Per 31 december Per medio jaar (afgerond)
57761 58209 58000
58209 58260 58200
58260 58763 58500
58763 59184 59000
59184 59981 59500
59981 60746 60300
Tevens is het lastig vast te stellen welke invloed de intensivering van de inzameling van PMD heeft op de totalen restafval. Dat geldt ook voor het effect van minder “vervuiling” van het Tabel 1 huishoudelijk restafval met groenafval de oude duo containers per fractie en GFT) 2018omdat 2019 2020 2021 2022 2023(HHA2024 Tabel 3.2.
2018
2019
2020
2021
2022
2023
in sommige situaties onvoldoende capaciteit hadden. Dat kon er toe leiden dat als de “goede
Totalen werkelijke inzamelkosten 7.062 7.234 9.383 9.846 9.579 9.032 nvt 11375 Ingezameld restafval (x1000 kg)¹ door de 11943 8995 8671 8704 te helft vol is Huishoudelijk met de juiste afvalstoffen” burger11283 gekozen werd om de “verkeerde” helft 58000 Aantal inwoners per medio jaar² 58200 58500 59000 59500 60300 gebruiken. Dit betekent het oude systeem196 een (grote) Indicatie hoeveelheid restafvaldat per inwoner³ in kg 194 foutgevoeligheid 204 152 had.146 144 Tabel 2 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Hoogte Tabel 3.3. afvalstoffenheffing (€)
209,75
212,69 2018¹
235,00 2019¹
250,28 2020
312,87 2021
305,28 2022
295,97 2023
Scheidingspercentage¹ en ²
57%
56%
56%
??³
64%
65%
Tabel 3.1. Inwoneraantal gemeente Roermond¹
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Gegevens afkomstig van de gemeente, afdeling BOR 2 Per 1 januari 58763 59184 59981 In de aangeleverde informatie wordt een onderscheid57761 gemaakt 58209 tussen huishoudelijk afval, grof huishoudelijk Tabel 3.4. 2018¹ 2019¹ fijn 58260 2020 2021 2022 2023 Per 31 58260 58763 aangezien 59184 in de 59981 60746 afval endecember totaal. Voor de tabel is gebruik gemaakt van 58209 het overzicht van de totalen oorspronkelijke Per medio jaardoelstellingen (afgerond) ook geen onderscheid is 58000 58200 58500 59000 59500 60300 gemeentelijke tussen grof huishoudelijk afval Ingezameld P(MD) (x1000 kg)² 626 fijn en 665 1735 1720 1655 1503 3 Over 2021 zijn geen gegevens beschikbaar volgens de gemeente Indicatie hoeveelheid PMD per inwoner³ in kg 11 11 30 29 28 25 1
Tabel 3.2.3.3. kan worden afgeleid dat het beoogde 2018 2019 2020 2021 in 2025 2022 -kijkend 2023naar Uit tabel scheidingspercentage Tabel 3.5.
2018
2019
2020
2021
2022
2023
de cijfers (tot en met restafval eind 2023) niet gehaald gaat 11283 worden. 11943 Aangenomen dat de8704 laatste 11375 Ingezameld Huishoudelijk (x1000- kg)¹ 8995 wordt 8671 Ingezameld GFTper (x1000 kg)¹ 3327 3298 3682 3909 3775 4946 58000 Aantal inwoners medio jaar² 58500 59000 59500 60300 twee jaar van de planperiode (2024 en 2025) niet tot58200 de gewenste verhoging tot 75% leidt. Dit Indicatie hoeveelheidrestafval GFT perper inwoner³ in kg Indicatie hoeveelheid inwoner³ in kg
57 196
57 194
63 204
66 152
63 146
82 144
komt overigens overeen met de wijzigingen in de VANG-richtlijnen. Die wijziging is opgenomen omdat landelijk de ervaring is dat 75% in feite te hoog is onder meer door vervuiling van de Tabel 3.3.
2019¹
2020
2021
2022
2023
56% Scheidingspercentage¹ ² het reguliere huishoudelijk restafval gerekend57% worden.
56%
??³
64%
65%
2018¹
ingezamelde fractie GFT en PMD. Door die vervuiling moetenReductie partijen afgekeurd worden en tot Fase Periode Wijzigingen Inzamelmiddel restafval Bevoegdheid en
2021
1.
Per 1-1-2021
•
Frequentie wijziging van GFT en restafval laagbouw van 1x per Ingezameld P(MD) (x1000 kg)²week naar 1x per weken in kg Indicatie hoeveelheid PMD per 2inwoner³ • Emmers: 1x per week Tabel 3.4.tot 1-7-2021
Duo-containers
198-185
2018¹
2019¹
2020
2021
College: wijziging frequentie 2023 2022
626 11
665 11
1735 30
1720 29
1655 28
1503 25
In 2019 werd alleen• Plastic aanvan huis opgehaald. Voor drankenkartons (D) en blik (M) waren er ondergrondse 2. 2018 enPer 1-5-2021 Overstap duoMono-containers 185-185 College: wijziging containers wijkniveau. Vanaf 2020 is naar dit PMD aan huis container monoinzamelmiddel Tabel 3.5.ofop1-7-2021 2018geworden. 2019 2020 2021 2022 2023 2 Gegevens afkomstig van de gemeente, BOR container afdeling gft en rest 1
Raad : (vrijmaken Ingezameld GFT (x1000 kg)¹• Emmers gft en rest 3327 3298 3682 3909 3775 4946 1x per week kredieten aanschaf Indicatie hoeveelheid GFT per inwoner³ in kg 57 57 63 66 63 82 Opgemerkt wordt dat de in inzamelmethodiek specifiek voor PMD heeft geleid tot • wijziging Frequentie blijft 1x containers) weken, alternerend hoeveelheden. Vervolgens is er een dalende trend een sterke verhoging van 2de ingezamelde
te zien waarbij 2023 het invoeren van statiegeld voor plastic flesjes (1 juli 2021) en blikjes (1 april Fase
Periode
Wijzigingen
Inzamelmiddel
Reductie restafval
Bevoegdheid
3.
Per 1-1-2023 2021
•
Mono-containers
185-115
College
Duo-containers
198-185
College: wijziging frequentie
Verlagen van de inzamelfrequentie naar 1x 4 weken gft 1. Per 1-1-2021 • Frequentie wijziging en tot 1-7-2021 vanrest GFT en restafval laagbouw van 1x per Onderzoek afvalbeleid gemeente Roermond 2024 week naar 1x per 2 weken 4. Per 1-1-2024 • Invoeren DIFTAR Emmers: van 1x per week
32 Mono-containers
Rekenkamer Roermond 115-100
College en raad (wijziging tarifering
Aantal inwoners per medio jaar² Indicatie hoeveelheid restafval per inwoner³ in kg
58000 196
58200 194
58500 204