CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering besluit - concept 2024-05-17

Gemeenteraad 6 juni 2024, gemeente RoermondBij agendapunt: Ontwerp-verklaring van geen bedenkingen Jachthaven Asselt4.528 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Motivering besluit weigeren verklaring van geen bedenkingen (VVGB)

1. Voorgesteld besluit Aan de gemeenteraad van Roermond (Raad) is door het College van B&W voorgesteld een ontwerpverklaring van geen bedenkingen (hierna: VVGB) af te geven ten aanzien van de aanvraag omgevingsvergunning, ingediend op 9 januari 2022. Deze aanvraag ziet op het realiseren van een jachthaven, bestaande uit aanlegsteigers met bijbehorende bouwwerken en faciliteiten, op en nabij het perceel sectie E, nummer3053 van de kadastrale gemeente Swalmen, gelegen aan het Eind tegenover Eind 20 te Asselt. Dit staat in het desbetreffende raadsvoorstel van 26 maart 2024 (zaaknummer 10719-2022).

2. Juridische grondslag De aanvraag van 9 januari 2022 betreft een nieuwe situatie die afwijkt van de vergunde situatie van 15 oktober 2007. De vergunning is aangevraagd voor het volgende in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) omschreven omgevingsaspect: “activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening”. Het betreft de activiteit als genoemd in artikel 2.1, lid 1, onder c, van de Wabo. De grondslag voor de aangevraagde omgevingsvergunning betreft artikel 2.12, lid 1 onder a, sub 3 van de Wabo. Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met een bestemmingsplan/beheersverordening. Voor de aangevraagde omgevingsvergunning dient de uitgebreide Wabo procedure te worden doorlopen. De aangevraagde jachthaven bestaat uit aanlegsteigers, aanleg-/aanmeerpalen, een drijvende sanitair-unit en golfbrekers. Steigerbruggen zorgen voor de verbinding naar het land. Op land zullen alle service- en technisch gerelateerde faciliteiten worden ontwikkeld: (erf)afscheidingen in de vorm van leunhekken, vlaggenmasten, lichtmasten/ lantaarnpalen en een technische ruimte Het steigerplan bestaat uit 5 aanlegsteigers met 147 boxen voor maximaal 287 ligplaatsen. De ligplaatsen bieden ruimte aan pleziervaartuigen met een lengte tussen de 12 en 30 meter. De aanlegsteigers zijn met de wal verbonden door in totaal 6 steigerbruggen.

De specifieke Maasplas waarin de jachthaven geprojecteerd is, is ontstaan als gevolg van grindwinning in 1997. De aanvraag is ingediend voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow) op 1 januari 2024, en moet daarom volgens het wettelijk kader van de oude Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden behandeld. Het College van B&W is het bevoegd gezag om een besluit over de omgevingsvergunning te nemen.

3. Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) Op grond van artikel 2.27 Wabo wijst het Besluit omgevingsrecht (Bor) categorieën van gevallen aan waarvoor geldt dat een omgevingsvergunning niet wordt verleend dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Omdat het hier een geval betreft als vermeld in artikel 6.5 Bor, wordt de omgevingsvergunning niet verleend dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan (lees de Raad) heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Op 13 juli 2017 heeft de Raad categorieën van gevallen vastgesteld (2017/053/2) waarbij géén VVGB vereist is.

1

Door het College van B&W is aangegeven dat voor onderhavig project initiatief een VVGB benodigd is. Zie hiervoor het voornoemde raadsvoorstel d.d. 26 maart 2024 met zaaknummer 101719-2022. De Raad onderschrijft het standpunt van het college van B&W dat een VVGB benodigd is. In de afweging van de Raad om een VVGB te verlenen of te weigeren heeft de Raad een onafhankelijke positie, ook ten opzichte van het College van B&W. Het besluit van de Raad dient in overeenstemming met de regels van het recht te zijn genomen, maar de Raad heeft bij het wel of niet verlenen van een VVGB beleidsruimte. De (ontwerp-)VVGB mag alleen maar geweigerd worden in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Dit volgt uit artikel 6.5 lid 2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De Raad moet daarvoor een ruimtelijk relevante motivering aanreiken, waarom naar de mening van de Raad er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening, wanneer zo gunstig mogelijke voorwaarden worden gecreëerd voor het gebruik en de ontwikkeling van een bepaald gebied. De Raad dient een belangenafweging te maken tussen alle betrokken ruimtelijk relevante belangen en dient aan de hand van die belangenafweging vast te stellen wat de Raad een goede ruimtelijke ordening vindt.

4. Historie Het dossier Jachthaven Asselt kent een lange voorgeschiedenis. De huidige eigenaar heeft de locatie in september 2019 aangekocht, met het doel hier een jachthaven te ontwikkelen. In de loop van 2020 en 2021 heeft de initiatiefnemer zijn plannen verder geconcretiseerd. Dat heeft geresulteerd in een aanvraag omgevingsvergunning met bijbehorende stukken (waaronder een ruimtelijke onderbouwing), die is ingediend op 9 januari 2022. •

• • •

• • • • • •

•

Op 15 oktober 2007 is een bouwvergunning verleend voor de bouw van steigerplan op de projectlocatie Eind 6071 PC met 387 ligplaatsen. De vergunning uit 2007 voorziet in de bouw van 6 aanlegsteigers en biedt plaats aan 365 boxen voor boten met een minimale een lengte van 9 meter. De vergunning heeft van rechtswege nog rechtskracht. In de verleende vergunning ligt dan ook het recht besloten om de vergunning overeenkomstig het doel waarvoor deze verleend is te gebruiken (zie hiervoor bijlage 2 – notitie Hekkelman). In september 2019 heeft de huidige eigenaar (= initiatiefnemer) de locatie aangekocht, met het doel hier een jachthaven te ontwikkelen. In de loop van 2020-2021 heeft de initiatiefnemer zijn plannen nader uitgewerkt/geconcretiseerd. Op 3 december 2021 is de commissie Ruimte met een commissie-informatiebrief geïnformeerd over het initiatief van projectontwikkelaar MaasParc Asselt Onroerend Goed BV om nabij het Eind in Asselt een Jachthaven te ontwikkelen. Op 9 januari 2022 is een aanvraag omgevingsvergunning voor het projectinitiatief ingediend inclusief een ruimtelijke onderbouwing met bijlagen. Op 24 februari 2022 heeft de Raad het College van B&W opgeroepen om proactief in gesprek te gaan met de bewoners, omwonenden en stakeholders. Op 10 mei 2022 heeft de gemeente een informatieavond georganiseerd.

Op 20 juni 2022 is de commissie Ruimte geïnformeerd, over de stand van zaken op dat moment. Op 18 juli 2022 is een aanvraag voor een natuurvergunning ingediend bij Gedeputeerde Staten. Op 18 oktober 2022 heeft het College van B&W door middel van een raadsinformatiebrief de Raad geïnformeerd over de stand van zaken op dat moment in het proces, en een bestuurlijke 'reset' aangekondigd. De raadsinformatiebrief is besproken tijdens de commissie Ruimte van 30 november 2022. Op 2 februari 2023 heeft de wethouder voor economie, stedelijke ontwikkeling en financiën de vragen die tijdens de commissiebehandeling zijn gesteld schriftelijk beantwoord door middel van een commissie-informatiebrief.

2

• • • • •

Op 1 maart 2023 is de beantwoording verduidelijkt door middel van een aanvullende e-mail. Op 28 maart 2023 heeft de gemeente een informatieavond georganiseerd, waarbij de stand van zaken in het dossier op dat moment aan belanghebbenden en andere belangstellenden is toegelicht. Op 5 maart 2024 is de Commissie ruimte geïnformeerd over de het feit dat aan de Raad een voorstel over het al dan niet verlenen van een VVGB zal worden voorgelegd. Op 12 maart 2024 heeft de gemeente een informatieavond georganiseerd, waarbij de contouren van het door het College van B&W te nemen besluit zijn toegelicht. Op 10 april 2024 is het dossier – inclusief het raadsvoorstel van het college van B&W over de ontwerpverklaring van geen bedenkingen - besproken in de Commissie Ruimte.

5. Planologische situatie De planologische titel voor een jachthaven ligt al sinds 1990 op het perceel, en is door middel van raadsbesluiten van de (voormalige) gemeenten Swalmen en Roermond sindsdien steeds bekrachtigd. Dat is meest recent gebeurd op 22 februari 2018, bij de vaststelling van de ‘Beheersverordening Maas en Maasplassen’. Via deze beheersverordening is het ‘oude’ bestemmingsplan ‘Buitengebied Swalmen’ uit 2006 op de locatie van toepassing. Op de bedoelde locatie voor de jachthaven ligt de bestemming ‘Recreatieve doeleinden’. Ook ligt op het bestemmingsvlak de aanduiding ‘jh’ (jachthaven). Volgens artikel 7 van de planregels is er uitsluitend een jachthaven toegestaan, waardoor er geen andere functies dan een jachthaven zijn toegelaten. Op grond van de planregels zijn binnen het aanduidingsvlak ‘jachthaven’ in totaal maximaal 600 ligplaatsen toegestaan. De aanduiding jachthaven is ook toegekend aan de haven van Ascloa. Deze jachthaven biedt plaats aan ca. 200 ligplaatsen. Dat betekent dat er planologisch gezien nog ca. 400 ligplaatsen te ‘vergeven’ zijn op voornoemde projectlocatie aan het Eind. In het bestemmingsvlak ligt een zeer bescheiden bouwvlak. Dit bouwvlak ligt op een klein deel van het ‘landgedeelte’ van het perceel. Op grond van de bouwregels mag bebouwing alleen binnen het aangegeven bouwvlak worden opgericht.

Voor het realiseren van bouwwerken op of in het water is geen bouwvlak opgenomen. Op de projectlocatie is een jachthaven toegestaan, maar functionele bouwwerken, zoals aanlegsteigers/ligplaatsen die nodig zijn om een jachthaven te exploiteren, mogen alleen binnen het bouwvlak mogen worden opgericht en dat ligt slechts op een klein deel van het perceel. Uit de ruimtelijke onderbouwing behorende bij de aanvraag bouwvergunning wordt dit ook geconstateerd door de initiatiefnemer. De strijdigheid met de beheersverordening staat dan ook niet ter discussie. Daarom heeft initiatiefnemer op 9 januari 2022 een nieuwe aanvraag omgevingsvergunning ingediend, om het steigerplan ondanks strijdigheid met de beheersverordening te mogen realiseren.

5. Motivering – belangenafweging door de Raad 5.1 Beleidsmatige overweging Op de locatie waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd geldt de beheersverordening ‘Maas en Maasplassen’ (vastgesteld in 2018). De beheersverordening is feitelijk een doorvertaling van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Swalmen’ van de voormalige gemeente Swalmen. Dat bestemmingsplan is vastgesteld op 26 oktober 2006 door de raad van de toenmalige gemeente Swalmen. Daarin is destijds een jachthaven toegestaan op de locatie Eindweg ong. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Swalmen’ is geen motivatie opgenomen over aard en omvang van de in het plangebied toegelaten jachthavens aan het Eind (ong.) en de Eindweg (ong.).

3

De planfiguur beheersverordening staat qua juridische status gelijk aan een bestemmingsplan. Het instrument is bedoeld om bestaande situaties vast te leggen en kan in de plaats van een bestemmingsplan worden vastgesteld. Het moet daarbij gaan om gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien. De beheersverordening kan zowel het bestaande gebruik vastleggen als het planologisch bestaande gebruik. Van een bestaand gebied met een feitelijk aanwezige jachthaven was in 2018 op deze locatie geen sprake. Wel was er sprake van een bouwvergunning van 15 oktober 2007 (onherroepelijk) voor het aanleggen van een steiger ten behoeve van een jachthaven op het adres Eind 6071 PC. De afgelopen jaren is veel beleid vastgesteld voor de Maasplassen (waaronder de Asseltse Plassen vallen) en de oevers en gebieden eromheen. Daarin wordt duidelijk aangegeven dat het wenselijk wordt geacht een andere invulling aan de Asseltse Plassen te geven dan de invulling waarin het projectinitiatief nu voorziet. Ander beleid is goed verdedigbaar omdat de gemeenteraad anno 2024 een ander standpunt kan innemen ten aanzien van de invulling van het gebied dan de gemeenteraad van Swalmen destijds in 2006. Sinds 2006 is de fysieke leefomgeving en het gebruik van de Maasplassen flink veranderd, hetgeen pleit voor verandering.

De relevante passages zijn hieronder opgenomen: Het opstellen van nieuw beleid is goed verdedigbaar omdat de gemeenteraad anno 2024 een ander standpunt kan innemen ten aanzien van de invulling van het gebied dan de gemeenteraad van Swalmen destijds in 2006. Dit onder andere vanwege het tijdsverloop, veranderde inzichten, gewijzigde omstandigheden en een andere samenstelling van de gemeenteraad. Masterplan Maasplassen (2011) – Gebiedsontwikkeling Midden-Limburg (GOML) In het GOML worden de Asseltse Plassen als “natuurplas’ aangeduid in figuur 6.9. Ook wordt op pagina 78 benoemd dat: “Voor de Asseltse plassen en de oevers er om heen ligt het primaat bij de verdere ontwikkeling van de natuurfunctie. Aan zowel de zuidwest- als zuidoostzijde van de Asseltse plassen wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van ooibos”. Het Masterplan beschrijft ook de kernkwaliteiten, de zwakke punten, de bedreigingen en de ontwikkelingspotenties. Hieruit blijkt dat enige waterrecreatie zeker niet uitgesloten hoeft te zijn maar dat juist de kleinschaligheid een sterk punt is en dat voorkomen moet worden dat er een verstoorde balans optreedt door toename van die verblijfsrecreatie. Dit Masterplan benadrukt de kleinschaligheid en de natuurwaarden. De aangevraagde jachthaven is daarmee in strijd.

Intergemeentelijke Structructuurvisie Maasplassen 2030 (uit 2014) De zuidelijke Asseltse Plassen zijn hierin benoemd als natuur- en agrarisch gebied met natuurambitie. De noordzijde van de Asseltse Plassen –waarop de aanvraag voor de jachthaven betrekking heeft– is aangegeven als jachthaven omgeven door agrarisch gebied met landschapsambitie. De aanduiding jachthaven is verklaarbaar, omdat het bestemmingsplan uit 2006 diezelfde bestemming kent. Dit staat echter haaks op de letterlijk benoemde natuur- en landschapsambitie die in bredere zin voor de Asselts Plassen is benoemd en voorzien. Zo staat op pagina 15: “De hiervoor besproken ontwerpprincipes leiden tot de kwalitatieve ontwikkeling van een natuurrijk rivierenlandschap in het Maasdal. Voor de ontwikkeling van een volwaardige natuur is echter niet alleen de kwalitatieve kant van belang maar speelt ook de schaal een rol. In dat kader is de ontwikkeling van drie grotere kerngebieden noodzakelijk. Deze kerngebieden kunnen worden gerealiseerd rond Stevensweert, rond Linnen/Osen en rond Asselt/Beesel. In deze gebieden moeten de bestaande natuurterreinen door ontwikkeling van nieuwe natuur uitgroeien tot robuuste, samenhangende en als zodanig duidelijk herkenbare natuurkerngebieden.” Ook is te lezen:

4

“Voor de Asseltse plassen en de oevers er om heen ligt het primaat bij de verdere ontwikkeling van de natuurfunctie.” De omgeving van Asselt/Beesel wordt uitdrukkelijk benoemd als gebied om nieuwe natuur te ontwikkelen in het kader van een natuurrijk rivierenlandschap. Het toestaan van de aangevraagde jachthaven is strijdig met deze al in 2014 vastgelegde ambitie. Actieplan bevordering waterrecreatie Noord- en Midden Limburg (2016) - Provincie Limburg De provincie constateert dat de bezettingsgraad van havens in en rond Roermond erg hoog is. Er moet aandacht besteed worden aan de effecten van uitbreiding in het gebied, ter voorkoming van overlast en onveiligheid. “De plas Asselt-Eind is de meest noordelijke plas binnen de gemeente Roermond. Voor de plas is een vergunning afgegeven voor een jachthaven. De huidige markt en analyse vraagt echter om een ander soort gebruik, waarbij de eigenaar op een andere manier zijn bezit rendabel kan maken”. “Met de betrokken stakeholders en eigenaar wordt in de komende periode uitgewerkt welke mogelijkheden er zijn voor herinrichting van de plas in relatie tot haar draagkracht, ligging en mogelijk verdienmodel”. De provincie Limburg stuurt aan op een ander gebruik van de plas Asselt-Eind.

Ontwikkelingskader Stedelijke Maasplassen (2019) De gemeenteraad maakt duidelijk onderscheid in de “Stedelijke Maasplassen” en de “Niet-Stedelijke Maasplassen”. De verschillende plassen rondom de stad Roermond kennen elk hun eigen karakter. Verschillen zit onder meer in de mate van recreatiemogelijkheden en natuurontwikkeling. De Asseltse Plassen en omgeving maken deel uit van de “Niet-Stedelijke Maasplassen” waarvoor het ontwikkelingskader nog opgesteld moet worden. De opdracht voor het opstellen van een nieuw ontwikkelkader voor de Niet-Stedelijk Maasplassen is door het College van B&W zit in de afrondende fase. Met de uitvoering van de opdracht wordt voor de zomer van 2024 gestart. In Q4 van 2024 moet meer duidelijkheid zijn over dit ontwikkelkader. Het onderscheid en het toekomstige ontwikkelkader is van belang omdat er beleidsmatig andere doelen worden nagestreefd voor de Asseltse plassen. Er moet sprake zijn van een onderscheid met het gebiedsprofiel voor de ‘Stedelijk Plassen’, waarbij de natuurwaarden van het gebied bepalend zijn voor de identiteit van dit deel van de ‘Niet-Stedelijke plassen’. De Raad mag erop vertrouwen dat hiermee rekening wordt gehouden bij het opstellen van het ontwikkelingskader voor de ‘Niet-Stedelijke plassen’. Omgevingsvisie Roermond (2023) – Gemeente Roermond Op 12 oktober 2023 is de Omgevingsvisie Roermond door de gemeenteraad vastgesteld.

Over de Asseltse Plassen is op pagina 53 het volgende opgenomen: “Rondom de Lus van Linne (Gerelingsplas en Spoorplas) en Asseltse Plassen is er veel ruimte voor natuur. Deze plassen zijn een belangrijke bovenregionale schakelfunctie op het gebied van flora en fauna. De natuur rond de Maas bestaat uit oevers en plassen, oude meanders en extensief beheerde graslanden. De gevarieerde natuur is bij uitstek een plek voor vogels en insecten. Op sommige plekken worden de oevers begraasd door Konikpaarden en runderen, hetgeen zorgt voor extra beleving. Langs de natuurlijke oevers lopen voetpaden om door de natuur te struinen.” De bestaande natuurwaarden worden uitdrukkelijk als sterkte van het gebied benoemd. De realisatie van de jachthaven is in strijd met de genoemde ‘bovenregionale schakelfunctie op het gebied van flora en fauna’. Verder wordt er in de Omgevingsvisie het volgende over de Maasplassen in bredere context gezegd: “Daarnaast willen we dat de Maasplassen beter gebruikt worden voor recreatie, sport, cultuur en evenementen, die bij voorkeur aansluiten op het profiel van Roermond. Deze functies kunnen het beste in samenhang met elkaar en in samenhang met een goede verbinding richting de stad worden gerealiseerd.

Hiervoor hebben we voor De Weerd (Noorderplas) en Hatenboer (Zuidplas) het Ontwikkelingskader Stedelijke Maasplassen opgesteld.” Hiermee wordt impliciet duidelijk gemaakt dat de ontwikkeling van de Stedelijke Maasplassen anders dient te zijn dan die van de Niet-Stedelijke Maasplassen, waartoe de projectlocatie behoort.

5

Consistente en samenhangende beleidslijn De Raad constateert dat er sprake is van een consistente en samenhangende beleidslijn, waaruit blijkt dat voor de ontwikkelrichting van de Asseltse Plassen natuur en kleinschaligheid de belangrijkste elementen vormen en er sprake moet zijn van een ander en te onderscheiden ontwikkelprofiel voor de ‘Niet-Stedelijk plassen, waaronder begrepen de Asselte plassen’ ten opzichte van de Stedelijke Plassen. De realisatie van een jachthaven voor grotere boten op de projectlocatie past niet binnen deze consistente beleidslijn. 5.2

Toets aan wet- en regelgeving a. Ruimtelijke overwegingen - natuur

Wet natuurbescherming De Asseltse Plassen worden aangemerkt als een natuurplas. De nadruk ligt op bescherming, versterking en verdere ontwikkeling van de natuurwaarden in het gebied. Recreatie wordt daarbij beschouwd als nevenfunctie die qua aard en omvang passend moet zijn c.q. niet strijdig met de doelstelling van bescherming en versterking van de natuur ter plaatse. Het aangevraagde initiatief moet getoetst worden aan bestaande wet- en regelgeving, waaronder de Wet natuurbescherming. Dit betreft zowel het aspect “gebiedsbescherming”(directe en indirecte effecten, waaronder begrepen de uitstoot van stikstofemissie op Natura2000-gebieden) als de “soortenbescherming” (directe en indirecte effecten op beschermde flora en fauna). De initiatiefnemer heeft voor de uitvoering van het project een aanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming ingediend. De besluitvorming hierover ligt nog bij Gedeputeerde Staten van Limburg. De Raad moet erop kunnen vertrouwen dat de aannames die gedaan zijn in deze aanvraag juist en volledig zijn, zowel voor wat betreft gebiedsbescherming als soortenbescherming. Dit is op voorhand nog niet duidelijk omdat het college van Gedeputeerde Staten bevoegd gezag is. Een eventuele ontheffing voor flora- en fauna en/of een vergunning vanwege invloed op een Natura 2000-gebied zijn niet verleend.

De Raad constateert dat er op dit moment geen duidelijkheid bestaat of de aanvraag voldoet aan bestaande wet- en regelgeving ten aanzien van het aspect natuurbescherming en is dienovereenkomstig van mening dat er geen sprake is van een zorgvuldige voorbereiding die kan bijdragen aan een afgewogen beslissing. b. Ruimtelijke overweging – waterveiligheid Beleidsregels Grote Rivieren Deze beleidsregels vormen het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen in het rivierbed en bestaan inmiddels al vele jaren. Op de meest recente kaart (1 april 2024) bij de ‘Beleidsregels Grote Rivieren’ van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (kaartblad 012 Maas 12) is de locatie waarop het projectinitiatief (aanvraag) betrekking heeft aangemerkt als ‘stroomvoerend regime’. Dit geldt zowel voor het water als voor de oevers op deze plek. In de aangevraagde omgevingsvergunning zijn er ook diverse voorzieningen op de oevers voorzien die ook als stroomvoerend deel van het rivierbed zijn aangemerkt. In artikel 5 van de Beleidsregels staan de regels voor riviergebonden activiteiten in het stroomvoerende regime. Er staat dat toestemming van Rijkswaterstaat nodig is voor: “de realisatie van voorzieningen die onlosmakelijk met de waterrecreatie of extensieve uiterwaardrecreatie zijn verbonden”. Die toestemming wordt op grond van artikel 7 van de Beleidsregels Grote Rivieren alleen gegeven als:

6

“a. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft; b. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit, en c. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is.” Onduidelijk is of aanvrager deze toestemming formeel heeft aangevraagd en of deze verkregen kan worden van Rijkswaterstaat.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Juridisch zijn over het stroomvoerend regime regels opgenomen in artikel 2.4.4 van het Barro waarbij 2.4.4 onderdeel h ook spreekt over: “de verwezenlijking van voorzieningen die onlosmakelijk met de waterrecreatie zijn verbonden.” Omdat in dit geval sprake is van ligging in het stroomvoerend deel van het rivierbed geldt verder nog artikel 2.4.5 van het Barro waarin staat dat bij niet riviergebonden activiteiten (zoals bijvoorbeeld voorzieningen op de oevers) alleen toestemming wordt verleend aan: ”activiteiten die per saldo meer ruimte voor de rivier opleveren op een vanuit rivierkundig oogpunt bezien zo gunstig mogelijke locatie.” Onduidelijk is of aanvrager formeel om toestemming heeft gevraagd bij Rijkswaterstaat en of de inrichting en het ontwerp van de aangevraagde jachthaven op deze wijze wel bijdraagt aan meer ruimte voor de rivier. De Raad moet erop kunnen vertrouwen dat de aanvraag op de juiste wijze getoetst is aan wet- en regelgeving.

De bestaande regelgeving heeft als doel: de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed van de grote rivieren te behouden en ontwikkelingen tegen te gaan die de mogelijkheid tot rivierverruiming door verbreding en verlaging feitelijk onmogelijk maken. Daarmee is de regelgeving erop gericht de veiligheid tegen overstromingen te waarborgen en de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Deze schrijft voor in welke gevallen je wel en niet mag bouwen in het rivierbed. Dit is op voorhand niet duidelijk. De Raad constateert dat er op dit moment geen duidelijkheid bestaat of de aanvraag voldoet aan bestaande wet- en regelgeving ten aanzien van het aspect waterveiligheid en is dienovereenkomstig van mening dat er geen sprake is van een zorgvuldige voorbereiding die kan bijdragen aan een afgewogen beslissing. c. Ruimtelijke overweging - Landschapsbeleving Het projectgebied ligt direct naast de begrenzing van het beschermd dorpsgezicht Asselt (start procedure 18 januari 2006 en aanwijzing op 24 oktober 2008). Het betreft een door de Rijksoverheid beschermd dorpsgezicht. Het beschermd dorpsgezicht Asselt is van algemeen belang vanwege het historisch-ruimtelijk karakter. De oeverzone van de Asseltse Plassen valt binnen de werkingssfeer van het beschermde gezicht.

Deze ruime begrenzing is van belang om de vrije ligging en het zicht op de nederzetting en oeverwal voor de toekomst te waarborgen. De aanwijzing beoogt een basis te bieden voor een ruimtelijke ontwikkeling die inspeelt op de aanwezige kwaliteiten, daarvan gebruikmaakt en daarop voortbouwt. In de motivering van de aanwijzing wordt het belang van het zicht op de Maas vanuit het beschermd Dorpsgezicht gewaardeerd als belangrijk. Dit mede gezien de pijlen met zichtrelaties

7

op de Maas (zie kaart 9 – waarderingskaart II) behorende bij de toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Asselt. Onduidelijk is of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (onderdeel van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) als bevoegd gezag bij de planvorming en de aanvraag om omgevingsvergunning betrokken is. Daarnaast is de Raad van oordeel, dat het aangevraagde initiatief een dusdanig ‘grootschaligheid’ vertoont qua aard dat daarmee een forse inbreuk wordt gepleegd op de landschapsbeleving en de daarmee gepaard gaande landschappelijke en natuurlijke kwaliteit op en rondom de Maas en Affeltse Plassen. Er is met voorliggend initiatief onvoldoende rekening gehouden met de gebruikswaarde (veilig gebruik voor verschillende functies), de belevingswaarde (versterking cultureel besef , menselijke maat, diversiteit en schoonheid) en de toekomstwaarde (duurzaam, biodivers, robuust, aanpasbaar en flexibel voor wat betreft geschiktheid voor nieuwe gebruiksvormen die ontvankelijkheid zijn voor nieuwe economische betekenissen zoals natuurbescherming en natuurversterking). d. Ruimtelijke overweging – vereiste afstemming en motivering behoefte Het geldende planologisch regime (de beheersverordening) voorziet niet in de aangevraagde bouwmogelijkheden voor de jachthaven.

De aangevraagde omgevingsvergunning dient daarom getoetst te worden aan de provinciale Omgevingsverordening die oorspronkelijk in 2014 is vastgesteld door Provinciale Staten en in 2021 geactualiseerd is. Daarin staan onder andere regels over de vrijetijdseconomie waaronder ook jachthavens vallen. Artikel 2.4.6 lid 2 van de Omgevingsverordening stelt over vrijetijdseconomie het volgende: “Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen voor vrijetijdseconomie aan de bestaande voorraad vrijetijdseconomie alsmede aan de bestaande planvoorraad vrijetijdseconomie anders dan in overeenstemming met de opgaven en algemene principes van het POL2014 en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden Limburg, zoals verwoord in de bij deze paragraaf behorende bijlage 2.” Omdat er geen invulling is gegeven aan de hieruit voortvloeiende motiveringsplicht voor onderhavig projectinitiatief, staat op dit moment niet vast dat het nieuwe (bouw)plan aan de Omgevingsverordening voldoet. De provincie Limburg stuurt via haar Omgevingsverordening en een systeem van regionale overleggen op een overaanbod in bepaalde sectoren. In Midden-Limburg zijn er de afgelopen jaren een groot aantal ligplaatsen voor recreatievaartuigen bijgekomen, dan wel zijn jachthavens gewijzigd.

Het is onduidelijk hoe het aangevraagde initiatief zich daartoe verhoudt en of hierover de vereiste regionaal afstemming heeft plaatsgevonden. De Raad constateert dat er op dit moment geen duidelijkheid bestaat of de aanvraag voldoet aan bestaande wet- en regelgeving ten aanzien van het aspect motiveringsplicht volgens de provinciale omgevingsverordening en is dienovereenkomstig van mening dat er geen sprake is van een zorgvuldige voorbereiding die kan bijdragen aan een afgewogen beslissing. 6. Maatschappelijk overwegingen Volgens de Raad moet op een juiste en zorgvuldige wijze rekening worden gehouden bij de belangenafweging met het maatschappelijk draagvlak om te kunnen bepalen of er sprake is van een goede ruimtelijk ordening met maatschappelijk draagvlak. De Raad constateert dat vanuit verschillende stakeholders er geen maatschappelijk draagvlak blijkt te bestaan voor het aangevraagde projectinitiatief.

8

1. Er is geen draagvlak bij zeer betrokken omwonenden en organisaties die zich verenigd hebben. Dit blijkt uit de brief van bewoners van Asselt, betrokken organisaties en verenigingen van 21 oktober 2022 mede gericht aan de Raad. Zie ook de website www.maasparcasselt-nee.nl 2. Er is geen draagvlak bij Watersportverbond regio Limburg. Dit blijkt uit de brief gericht aan het College van B&W, maar met een duidelijk inhoudelijk appel gericht aan de gemeente (dus ook de Raad) om bij haar besluit rekening te houden met de belangen van de watersporters en de bewoners aan de oevers van Asselt en de plannen af te wijzen. 3. Er is geen draagvlak bij het Roermonds Natuur en Milieu Overleg (RNMO). Formeel adviesorgaan van het College B&W. Dit blijkt uit de desbetreffende brief mede gericht aan de Raad.

Conclusie De Raad is van oordeel dat zij aan de belangen van: 1. de natuur (waarborging, versterking en verdere ontwikkeling); en, 2. de openheid van het water en het omliggende landschap (landschapsbeleving en beschermd dorpsgezicht Asselt); en, 3. een verantwoord en veilig woon- en verblijfsklimaat en waterveiligheid, in samenhang met het ontbreken van maatschappelijk draagvlak meer gewicht toekennen in het kader van een goede ruimtelijke ordening dan aan het belang van de aangevraagde ontwikkeling van een jachthaven door initiatiefnemer waarbij geen sprake is van kleinschaligheid en natuurinclusiviteit. Dienovereenkomstig is de Raad niet bereid medewerking te verlenen aan de afgifte van een VVGB. De (ontwerp) verklaring van geen bedenkingen wordt geweigerd.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=1724c79f-f404-45b3-bbed-e4ee834e8e77