Motie Klaar voor de Herstart
Tekst van het document
Motie Klaar voor de herstart/Kadernota 2022 De raad van de gemeente Roermond, in vergadering bijeen op 8 juli 2021; gezien het raadsvoorstel Klaar voor de herstart van 6 mei 2021 met zaaknummer 55571-2021 en gezien het raadsvoorstel Kadernota 2022 van 1 juni 2021 met zaaknummer 62688-2021; overwegende: a) dat op 10 november 2021 een meerjarig sluitende begroting moet worden vastgesteld; b) dat op 16 maart 2022 een nieuwe raad wordt gekozen die op zijn beurt een college kiest op basis van een nieuw college- of raadsakkoord met nieuwe beleidsdoelstellingen; c) dat het gebruikelijk is dat het verkiezingsjaar politiek-bestuurlijk als een ‘beleidsarm’ jaar wordt beschouwd; van mening zijnde dat: d) de raad in zijn huidige samenstelling de wil heeft de inwoners en ondernemers te ondersteunen in de herstelfase na de Coronacrisis en niet wil wachten verdere stappen te zetten op het vlak van bedrijfsvoering (waaronder personeel en organisatie en resultaat- en gegevensgerichte sturing) en financiële regels alsmede met een juiste balans tussenambities en middelen de basis op orde te brengen: e) deze stappen en de aangegeven kaders in aanloop naar de begroting in open dialoog met het college verder uitgewerkt moeten worden; roept het college op: bij de totstandkoming van de concept-begroting 2022 voor het begrotingsjaar 2022 rekening te houden met de volgende actuele ontwikkelingen (in
willekeurige volgorde): a)
b) c) d) e)
dat er een nadere uitwerking van (prioritering binnen) de aanpak Herstart post Corona gemaakt moet worden, waaronder een nadere aanduiding van de beleidsterreinen waar herstel dient plaats te vinden, respectievelijk onderzoek te doen of er sprake is van Corona gerelateerde problematiek op de door de raadsfracties in de commissie van 24 juni 2021 genoemde beleidsterreinen en deze te voorzien van een aangepast stappenplan in de tijd; dat binnen het plan Herstart post Corona investeringen extra kosten of inkomstenderving bij gemeente (conform deel 3 Coronafonds) kunnen worden bekostigd als deze gerelateerd zijn aan herstel van de Coronacrisis; dat in het kader van Herstart Post Corona een extra impuls plaatsvindt in het terugdringen van zwerfafval, afvaldumpingen of vervuiling van de openbare ruimte of openbaar gebied anderszins, waarbij de suggesties van de werkgroep zwerfafval moeten worden meegenomen; dat het beschikbare budget voor evenementen wordt verhoogd als tussenstap naar het bedrag dat in 2020 voor evenementen beschikbaar werd gesteld; dat er geen heffing voor eerste uur parkeren plaatsvindt in de blauwe zone en de inkomstenderving hierdoor gedekt wordt overeenkomstig de geamendeerde eerste wijziging van de Begroting 2021;
f)
dat er geen tarief in rekening wordt gebracht bij de gebruikers van de rijwielstalling en de inkomstenderving hierdoor gedekt wordt overeenkomstig de geamendeerde eerste wijziging van de Begroting 2021; g) dat onverminderd en zonder onderbreking verdere stappen worden gezet om ‘de basis op orde’ te krijgen, waaronder tenminste wordt begrepen dat de kwadranten ‘lastenbeperking’, ‘bedrijfsvoering’ en ‘financiële regels’ aan een verdere kritische beschouwing worden onderworpen, een inventarisatie wordt gemaakt van de wettelijke en niet-wettelijke (binnen/buiten begroting) taken en aandacht wordt geschonken aan het gewenste opleidingsbudget, de toegepaste afschrijvingstermijnen van de investeringen en Bijlage 3 van het raadsvoorstel, mede met als doel om (structurele) financiële ruimte te vinden binnen de begrotingen van 2022 en verder (‘bedrijfsvoering’ en ‘financiële regels’) en 2023 e.v. (‘lastenbeperking’ ) h) dat van de toepassing van de kwadrant ‘inkomstenverhoging’, anders dan de jaarlijkse indexeringen, pas sprake kan zijn nadat ‘de basis op orde’ is; i) dat er dientengevolge, anders dan de jaarlijkse indexering, geen verhoging van de OZB in 2022 plaatsvindt en de financiële gevolgen gedekt worden binnen de mogelijkheden die gezocht moeten worden in a. de kwadranten ‘financiële regels’ en/of ‘bedrijfsvoering’ en/of b. nieuwe ontwikkelingen en/of c.
de gunstige ontwikkeling van het saldo van de jaarrekening 2020 en/of d. Coronafonds / Herstart Post Corona; j) dat het realisme van de taakstelling en de hoogte van de investering in personeel en organisatie, waaronder bedrijfsvoering en opleidingsbudget, pas kan worden bepaald wanneer dit via een plan (van aanpak) voldoende is onderbouwd; k) dat nieuwe ontwikkelingen en eventueel daaruit voortvloeiende ruimte voor de meerjarenbegroting 2022 e.v. wordt meegenomen richting de begroting voor het begrotingsjaar 2022; l) dat nieuwe (beleids-)wensen die niet Corona gerelateerd zijn nu niet worden gehonoreerd en vervroegde realisering van bestaande (beleids-)wensen alleen kan plaatsvinden als daar dekking voor wordt gevonden richting Begroting 2022 conform hetgeen onder i) is genoemd; m) dat er een start wordt gemaakt om een (financiële) basis te leggen voor een wijk- en kernenbeleid en de herijking van het subsidiebeleid vanaf 2023; n) dat er een start wordt gemaakt met een analyse van de OZB in de belasting(-verhouding) voor woningen en niet-woningen vanaf 2023; o) dat er een start wordt gemaakt om in de lijn van de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie (maatregelen voor) het leegstandsbeleid verder uit te werken ; p) dat de inzet van een ambtelijk projectleider met het oog op de totstandkoming van bestemmingsplan Area-X nader wordt bezien; q) dat in verder overleg met RHC
Concordia de financiële noden nader worden bezien en een voorstel wordt voorgelegd bij de behandeling van het sportaccommodatiebeleid in de tweede helft van 2021;
en verzoekt het college: de raad of een vertegenwoordiging uit zijn midden de komende periode bij het realiseren van deze ontwikkelingen in de conceptbegroting 2022 voor het begrotingsjaar 2022 zoveel mogelijk te betrekken; en gaat over tot de orde van de dag. Aldus vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 8 juli 2021, de griffier,
de voorzitter,
Ingediend door: Dirk Franssen (LVR), Wim Maassen (GL), Marc Breugelmans (CDA), Ger Julicher (DS), Vincent Zwijnenberg (VVD), Michael Kalthoff (D66) en Gerard Nizet (SP)