CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Initiatiefvoorstel raadslid J. Felix (VVD)

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente RoermondBij agendapunt: Initiatiefvoorstel raadslid J. Felix inzake Wijziging Nota Beeldkwaliteit met criteria voor karakteriserende architectuur4.363 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INITIATIEFVOORSTEL VAN HET LID FELIX (VVD) AAN DE GEMEENTERAAD VAN ROERMOND

Onderwerp: Wijziging Nota Beeldkwaliteit met criteria voor karakteriserende architectuur Zaaknummer: n.v.t. Datum: 3 mei 2024

Voorstel De Nota Beeldkwaliteit, uitdaging voor kwaliteit gewijzigd vaststellen als beleidsregel onder de Omgevingswet, inhoudend dat de in de toelichting uitgewerkte nadere uitgangspunten en aanvullende criteria voor nieuwbouw hierin worden opgenomen. Dit in afwachting van een integrale herijking van welstandsbeleid op zijn vroegst begin 2025. Toelichting Inleiding Roermond heeft een prachtige historische binnenstad die is aangewezen tot van rijkswege beschermd stadsgezicht (verder te noemen binnenstad). Behalve dat de binnenstad van grote waarde is voor de verblijfskwaliteit van het centrum en voor de hele gemeente geeft ze een enorme impuls aan de economie. Een vitale binnenstad is daarom gebaat bij goed welstandsbeleid. Dit welstandsbeleid is vastgelegd in de Nota Beeldkwaliteit, uitdaging voor kwaliteit. De gang van zaken rond recente nieuwbouwplannen laat zien dat de Nota Beeldkwaliteit met betrekking tot bouwen in de het beschermde stads- en dorpsgezichten en met name dat van de binnenstad onvoldoende houvast biedt voor het realiseren van genoemde ambitie. Weliswaar is nieuw beleid in de maak, maar dit zal niet eerder dan eind 2024 voor besluitvorming aan de raad worden voorgelegd.

Om deze reden heb ik de griffier verzocht om te voorzien in ambtelijke bijstand om een gedegen vertaalslag te kunnen maken van ambities uit het coalitieakkoord en de/het door de gemeenteraad vastgestelde Erfgoedvisie en Gebiedsprofiel Binnenstad naar concrete en relevante uitgangspunten voor nieuwbouw in de binnenstad. Deze vraagstelling is beantwoord met inhoudelijke ondersteuning door de Erfgoedcoördinator van de gemeente Roermond. Een dankwoord is daarom allereerst op zijn plaats. Samenhang met toezegging van het college Bij de behandeling van de Kadernota 2024 heeft het college toegezegd uiterlijk in het eerste kwartaal van 2024 te komen met een discussiedocument over beeldkwaliteit. Gelet op de samenhang van dit aangekondigde document met voorliggend initiatiefvoorstel, verdient het aanbeveling om – ervan uitgaande dat het college de toezegging tijdig gestand doet – beiden gelijktijdig te behandelen. Op basis van het discussiedocument zal de gemeenteraad naar verwachting richtinggevende keuzes moeten kunnen maken met het oog op de integrale herijking van de nota beeldkwaliteit (onder de Omgevingswet is dit een door de gemeenteraad vast te stellen beleidsregel). Voordat er echter een herijkte nota beeldkwaliteit ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt aangeboden, zijn we wederom maanden verder (op zijn vroegst begin 2025).

Met voorliggend initiatiefvoorstel wil ik voorkomen dat er tussen de behandeling van het discussiedocument en de uiteindelijke herijking van de integrale nota beeldkwaliteit te lang een vacuüm blijft waarin er ruimte is voor ongewenste 1

Pagina 2

Onderwerp: Wijziging Nota Beeldkwaliteit met criteria voor karakteriserende architectuur

ontwikkelingen in de binnenstad. Met dit initiatiefvoorstel wordt dan ook beoogd om te voorzien in een tijdelijke aanvulling op de beleidsregel om te kunnen sturen op nieuwe ontwikkelingen. Uitgangspunten zijn daarbij het recentelijk door de gemeenteraad vastgestelde Gebiedsprofiel Binnenstad en de Erfgoedvisie. Het geldende beleidskader In het coalitieakkoord ’De stad van ambitie, daadkracht en verbinding’ is de ambitie neergelegd om de kwaliteiten van onze monumentale binnenstad tot bloei te brengen zonder andere kwaliteiten en waarden aan te tasten. Deze ambitie is verder geconcretiseerd door in het akkoord onder andere op te nemen dat bij het realiseren van nieuwe bouwwerken bij voorkeur wordt uitgegaan van een historiserende architectuur die qua uitstraling aansluit bij het monumentale karakter van de binnenstad (pag. 19). Uit de dialogen tussen gemeenteraad en college is gebleken dat het college liever spreekt van ‘karakteriserende architectuur’. Uitgangspunt voor mij, ongeacht hoe we deze ambitie precies kwalificeren, is dat er met architectuur recht wordt gedaan aan de historische context van de Roermondse binnenstad: ofwel door gebruik te maken van historiserende architectuur, ofwel door met hoogwaardige materialen moderne nieuwbouw te realiseren. Randvoorwaardelijk is in ieder geval dat een gebouw dienstig is aan de monumentale omgeving.

Op 18 december 2014 is de Nota Beeldkwaliteit, uitdaging voor kwaliteit door de raad vastgesteld. Deze nota biedt voor de Adviescommissie Omgevingskwaliteit – de (in principe) geïntegreerde welstands- en monumentencommissie – een kader om plannen in de binnenstad te beoordelen. Voor initiatiefnemers biedt de nota een kader om ontwerpen succesvol vorm te geven. Op 21 december 2023 is het Gebiedsprofiel Binnenstad Roermond door de raad vastgesteld. Dit gebiedsprofiel biedt een ruimtelijk perspectief op de ontwikkeling van de binnenstad. Een van de perspectieven die in het Gebiedsprofiel worden beschreven is het herstel van de oorspronkelijke en unieke kwaliteit van de gevels. In het gebiedsprofiel wordt uitgegaan van een restauratieve aanpak om de beleving van de binnenstad te versterken én daarmee de ondernemers te ondersteunen. Voor het vormgeven van de restauratieve aanpak zijn 10 gouden regels gedefinieerd als houvast voor de integrale opwaardering van bestaande (winkel)gevels. Deze 10 gouden regels zijn opgenomen in de hieronder genoemde verder uitgewerkte nadere uitgangspunten en aanvullende criteria. Op 21 december 2023 is tevens de Erfgoedvisie ‘Ambitieus aan de slag met het verleden’ vastgesteld.

De visie met betrekking tot de beschermde gezichten is dat men deze enerzijds moet beschermen tegen al te veel verandering maar ook dat, anderzijds, de eigentijdse ontwikkelingen een plek dienen te krijgen. Het doel is om het karakter en de eigenheid van de beschermde gezichten, waaronder dat van de binnenstad, te behouden zonder deze gebieden op slot te zetten. Er moet passend gebouwd worden. Dat wil zeggen: dat nieuwbouw zich moet voegen naar zijn omgeving in (korrel) grootte, rooilijn, kapvorm, kleur- en materiaalgebruik, enzovoorts. Nota Beeldkwaliteit, bestaande algemene welstandscritera De binnenstad van Roermond, i.c. het van rijkswege beschermde stadsgezicht van Roermond, heeft in de Nota Beeldkwaliteit de status van een bijzonder welstandsgebied. In een dergelijk gebied worden, in aanvulling op de ‘normale’ welstandstoets, nadere uitgangspunten en aanvullende criteria gesteld voor bouwplannen waarvoor een omgevingsvergunning noodzakelijk is. Voor de normale welstandstoets zijn algemene criteria beschreven die betrekking hebben op - Schaal en maatverhoudingen; - Relatie tussen gebruik, vorm en constructie; - Evenwicht tussen helderheid en complexiteit;

2

Pagina 3

-

Onderwerp: Wijziging Nota Beeldkwaliteit met criteria voor karakteriserende architectuur

Materiaal, textuur en kleur; Relatie tussen bouwwerk en omgeving (redelijke eisen van welstand).

De bestaande uitgangspunten voor de normale welstandstoets zijn: - Behoud van een samenhangend straatbeeld door afstemming van bouwplannen op de belendende bebouwing. De accenten liggen op het behoud van samenhang in de afzonderlijke bouwblokken en de wijken als geheel. - Bij bouwblokken die één stedenbouwkundig geheel vormen zijn toevoegingen per woning ondergeschikt aan de hoofdstructuur en de ritmiek van het geheel. Hierbij geldt een eenmaal gerealiseerde toevoeging als de standaard voor uitvoering voor de overige panden. Nota Beeldkwaliteit, bestaande nadere uitgangspunten en aanvullende criteria De normale welstandstoets is gericht op het handhaven, herstellen en versterken van de karakteristiek en de samenhang van het gebied. De nadere uitgangspunten en aanvullende criteria zoals die gelden voor het bijzonder welstandsgebied binnenstad zijn de volgende: - een bouwplan dient in eerste instantie te voldoen aan de algemene welstandscriteria. Bij (vervangende) nieuwbouw dient de samenhangende en, indien van toepassing, gesloten karakteristiek van de gevelwand te worden gerespecteerd. - bij bouwblokken die één stedenbouwkundig geheel vormen, zijn toevoegingen per woning ondergeschikt aan de hoofdstructuur en de ritmiek van het geheel. Hierbij is een eenmaal gerealiseerde toevoeging de standaard uitvoering voor de overige panden.

- de kapvorm en kaprichting sluiten aan bij die van de omgeving. De vormgeving van het dak dient afgestemd te worden op het karakter van het betreffende pand. Eigentijdse interpretaties van kapvormen dienen aan te sluiten bij het bestaande kappenbeeld. Voor de grote gesloten kappen van gebouwen, vooral die in het beschermde stadsgezicht van Roermond, geldt dat gestreefd dient te worden naar het behoud van het gesloten dakvlak uitgevoerd in de voor de stad typische blauw natuurstenen of gesmoord gebakken ceramische bedekking. - bij aanpassingen aan vrijstaande gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar blijven. - bij samenvoeging dient de individualiteit van de panden te worden gerespecteerd. - bij splitsing van een pand dient de architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand te worden gehandhaafd. - gevelbrede puien, het achterwege laten van borstweringen en grote luifels zijn in principe niet toegestaan. Het behoud of herstel van de architectonische relatie tussen begane grond en bovenliggende bouwlagen is uitgangspunt bij wijzigingen in het gevelbeeld. - luifels dienen in maat en vormgeving te worden afgestemd op de pui waar zij onderdeel van zijn. Bouwmaterialen en kleuren van stucwerk of geschilderde gevels dienen te worden afgestemd op het bouwmateriaal- en kleurgebruik in de omgeving.

- in het bijzonder geldt voor de binnenstad van Roermond: ▪ de bebouwing in de binnenstad wordt gekenmerkt door het gebruik van hoogwaardige maar ingetogen en op ambachtelijk hoogstaande wijze verwerkte bouwmaterialen. In het verleden werden de gebouwen veelal opgetrokken uit warmrode baksteen, versierd met blauwe natuursteen. De daken werden gedekt met leisteen of gesmoorde blauwe pannen. Later werden de gevels gepleisterd en voorzien van uitbundige stucdecoraties. Deze kwaliteit van de materialen en de verwerkingswijzen dient in het moderne materiaalgebruik te worden behouden. Een historische binnenstad kenmerkt zich uit de aard der zaak door duurzaamheid van de aan te treffen

3

Pagina 4

-

Onderwerp: Wijziging Nota Beeldkwaliteit met criteria voor karakteriserende architectuur

gebouwen en objecten. Ook hierin dient het eigentijdse materiaalgebruik te voorzien. ▪ het kleurgebruik in de historische binnenstad is vanouds ingetogen maar geenszins somber. Door het gebruik van natuurlijke bouwmaterialen overheersen natuurlijke kleuren. Felle detonerende kleuren dienen alleen in beperkte accenten te worden toegepast. ▪ gebouwen die onder (baksteen)architectuur zijn gebouwd, ontlenen hun karakter aan de kleur en de textuur van het materiaal van het bouwwerk. Dit kan niet zonder meer worden gewijzigd door bijvoorbeeld het schilderen van de gevels. bij verbouw of renovatie (herstel, interpretatie of reactie) dient de kenmerkende ornamentiek te worden gerespecteerd. Detaillering van oorspronkelijke bebouwing is richtinggevend.

Het probleem Het toetsingskader zoals omschreven in de Nota Beeldkwaliteit biedt mijns inziens, ondanks het op het eerste oog omvangrijke karakter van criteria, onvoldoende houvast bij het beoordelen van nieuwe bouwwerken in de binnenstad die, volgens het coalitieakkoord, bij voorkeur een karakteriserende architectuur zouden moeten krijgen die qua uitstraling aansluit bij het monumentale karakter van de binnenstad. Karakteriserende architectuur In het coalitieakkoord wordt gesproken over ‘historiserende’ architectuur. Daarmee wordt, zoals hiervoor beschreven, bedoeld dat architectuur moet aansluiten bij het monumentale karakter van de binnenstad. Er is niet bedoeld, zoals de term misschien laat vermoeden, dat getracht dient te worden om nieuwbouw per se oud te doen lijken. Architectuur moet zich voegen in het coherente en tegelijkertijd afwisselende beeld van de beschermde stads- en dorpsgezichten van Roermond en dat vraagt om een zorgvuldige en genuanceerde aanpak. De beschermde gezichten stellen op de ene plek heel andere eisen aan de architectuur dan op de andere. Zo stelt de Markt bijvoorbeeld heel andere eisen dan het Kloosterwandplein.

Terwijl aan de Markt, waar de bebouwing vrijwel geheel ‘historisch’ is, zeer terughoudend met moderne vormen en materialen zal moeten worden omgegaan, kan men daar aan het Kloosterwandplein, dat overwegend in de jaren ’90 is vormgegeven, veel vrijer mee experimenteren. Waar op de ene plaats ‘behouden’ het devies is, is dat ‘ontwikkeling’ op de andere. Verder uitgewerkte nadere uitgangspunten en aanvullende criteria Om het toetsingskader voor ontwikkelingen in de binnenstad voldoende houvast te geven worden de volgende (verdere) uitgangspunten benoemd: Algemeen uitgangspunt We zetten in op ruimtelijke kwaliteit. Nieuwbouw in de binnenstad moet zich voegen in het bestaande weefsel, met respect voor de omgeving. Nieuwe elementen dienen met het historisch karakter te harmoniëren. Het contrast geldt niet per se als een kwaliteit. Landschappelijke elementen 1. De ligging van de stad boven het Maasdal en onder het plateau van de Maasnielder Beek brengt met zich mee dat er vanuit een aantal invalswegen een fraai uitzicht op de stad geboden wordt. Belangrijk onderdeel van dit schouwspel vormt de ‘skyline’ van de stad. Deze wordt gevormd door een afwisseling van hoge torens met lage gebouwen in een grote verscheidenheid van karakteristieke vormen in het centrum. Gewaakt dient te worden voor

4

Pagina 5

Onderwerp: Wijziging Nota Beeldkwaliteit met criteria voor karakteriserende architectuur

een aantasting van dit gezicht door hoge invullingen in het centrum en daarbuiten welke de compositie van de skyline verstoren door belangrijke componenten van die skyline te verdekken. Nieuwe hoge elementen zijn in principe mogelijk maar deze mogen de skyline niet verstoren en dienen deze kwalitatief te versterken. 2. Vanouds heeft de stad zich gericht op de rivier de Roer. De Maas heeft steeds afstand gehouden. De relatie met de Maas en met het watersportgebied aan de overzijde dient versterkt te worden, mits de oude noordelijke stadsbegrenzing herkenbaar en voelbaar blijft. 3. De werking van rivieren heeft gezorgd voor een glooiend landschap. Het voor de binnenstad kenmerkende hellende of scheluwe verloop van straten en pleinen versterkt de eigenheid van die straten en pleinen. Het behoud van deze karakteristiek dient daarom uitgangspunt te zijn. Stedenbouwkundige elementen 1. De binnenstad dient als samenhangend geheel gezien en bewaard te blijven. De singelring op de plaats van de oude verdedigingswerken vormt hierin een harde historische grens. 2. Het historische stratenpatroon en de daarmee samenhangende rooilijnen zijn in de binnenstad nagenoeg geheel behouden gebleven. Het patroon speelt een belangrijke rol in de herkenbaarheid van de stad.

Speciale aandacht dient hierbij uit te gaan naar de vaak subtiel aanwezige straatkrommingen en afwijkingen in het patroon van elkaar haaks kruisende straten. Daar waar incidentele aantastingen van het patroon hebben plaatsgevonden moet naar herstel gestreefd worden. Waar aantasting structureel is geworden, zoals in het kloosterwandgebied, kan de nieuwe situatie als een moderne kwaliteit verder ontwikkeld worden. 3. Overhoekse oriëntatie van gebouwen en panden is een historisch kenmerk van de Roermondse binnenstad. Dat wil zeggen: er is een duidelijke hiërarchie tussen hoofd- en zijstraten. Dergelijke oriëntatie dient versterkt te worden (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 3). Hoekpanden krijgen een overhoekse oriëntatie. De pleinen die door hun openheid ruimtelijke accenten in de binnenstad plaatsen moeten als zodanig behouden en ontwikkeld worden. Stegen dienen behouden te blijven en, indien ze aan de openbaarheid zijn onttrokken, bij voorkeur opnieuw geopend te worden. 4. In de binnenstad is een breed scala van perceelgrootten en perceelvormen te vinden. Over het algemeen kan gesteld worden dat hoe later het areaal werd ingevuld hoe groter het perceel is. Van bijzonder belang is de parcellering in de noordwesthoek van de binnenstad. In dit oudste deel van de stad is de oorspronkelijke, kleinschalige parcellering bewaard gebleven.

Hier dient naar behoud gestreefd te worden. 5. Een speciale plaats in het stratenpatroon wordt ingenomen door de singelring die de binnenstad omsluit. Deze ring met een belangrijke verkeersfunctie is als vestingstructuur al sinds de 14e eeuw aanwezig. De functie van de ring is echter in de 19e eeuw ingrijpend gewijzigd toen de vestingwerken ter plekke werden geslecht. Door zijn verkeersfunctie vervullen de kruisingen in de ring een sterke poortfunctie voor de binnenstad. Deze functie als entree is echter niet op alle punten voldoende sterk vormgegeven. De relatie met de binnenstad is niet voldoende duidelijk. De invulling van de singelwanden verschilt sterk van plaats tot plaats. 6. Een aantal oriëntatiepunten, zoals de Kathedraal, het Stadhuis, het Huis met de Stenen Trappen, de Minderbroederskerk, de Munsterkerk, en het Prinsenhof, vormt samen met de omgevende bebouwing en ruimte een karakteristiek stadsbeeld. Er dient voor gewaakt te worden dat de zichtlijnen op dit soort oriëntatiepunten verstoord worden (zie ook Gebiedsprofiel Binnenstad, overweging bij vergroenen kansrijke ontwikkelingen). 7. De stad wordt van oudsher gekenmerkt door een deels grootschalige bebouwing (kloosters, scholen, bestuursgebouwen etc.) Deze historische grootschalige bebouwing kent over het

5

Pagina 6

Onderwerp: Wijziging Nota Beeldkwaliteit met criteria voor karakteriserende architectuur

algemeen een hoge architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit. Deze hoge kwaliteit dient ook bij nieuwe grootschalige invullingen gerealiseerd te worden. Ook bestond er in de binnenstad een evenwicht tussen klein- en grootschaligheid waarbij zelfs de meest enorme gebouwen en complexen werden gekenmerkt door de menselijke maat. Het aanwezige evenwicht tussen de grote en de kleine schaal dient bewaakt te worden. Eveneens mag van toekomstige grootschalige invullingen verwacht worden dat zij zich in hun vormgeving naar de menselijke maat richten. 8. De van oorsprong deels agrarische ontwikkeling van de stad heeft met zich meegebracht dat binnen de stad grote binnenterreinen voorhanden zijn. In een aantal gevallen zijn deze terreinen, al dan niet openbaar, op een hoogwaardige wijze ingericht. Veelal zijn deze terreinen echter dichtgeslibd. Er moet naar gestreefd worden om de kwaliteit van deze terreinen te verbeteren. Architectuur 1. De binnenstad kent een grote en waardevolle variëteit aan bouwstijlen. Deze variëteit maakt deel uit van de bijzondere rijkdom van de stad. In een moderne ontwikkeling dient plaats ingeruimd te worden voor nieuwe stijlelementen. Hierbij dient in dialoog met het historische idioom van de omgeving gestreefd te worden naar een kwalitatief hoogwaardige architectuur waarbij plaats kan worden ingeruimd voor vernieuwende elementen. 2.

Veel historische panden hebben elementen die de gevel ‘aankleden’. Ornamenten, bijzondere metselverbanden en plastische details zijn waardevol. Dit soort architectonische details dienen behouden te blijven en waar deze verborgen zijn opnieuw in het zicht gebracht te worden (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 2). Bij nieuwbouw resulteert dit in gebruik van hoogwaardige materialen. 3. De bebouwing van de binnenstad wordt grotendeels gekenmerkt door gesloten straatwanden en hoeken van rechthoekige bouwvolumes van twee tot vier lagen met een kap met de nok evenwijdig of haaks op de straat en een afwisselende goothoogte. Ondanks deze afwisseling is er een harmonieus straatbeeld ontstaan. Naar het behoud hiervan dient in beginsel gestreefd te worden. 4. Wanneer een pand op de begane grond is opgedeeld in meerdere winkels, dienen deze winkels hun puien met elkaar af te stemmen. De uitstraling van het gehele pand moet het uitgangspunt zijn. De onderlinge verschillen in expressie van de winkels moeten ingekaderd zijn en ondergeschikt zijn aan de eenheid van het pand (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 1). 5. Gevels zijn binnen het beschermde stadsgezicht traditioneel als één geheel ontworpen. Sinds de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw hebben er echter veel aanpassingen in de plinten en vervanging van de originele puien plaatsgevonden.

De gevels zijn vaak gesplitst in boven en beneden. Voorzetgevelelementen verstoren het totale gevelbeeld. Hierdoor zijn de gevels niet meer goed in de openbare ruimte verankerd. De puien dienen in vormgeving en materialisatie weer één te gaan vormen. Door het toepassen van een plint aan de gevelvoet (minimaal 30 centimeter) dient een duidelijke beëindiging van de gevel aan de onderzijde te ontstaan (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 4). Bij nieuwbouw resulteert dit in gebruik van hoogwaardige materialen en architectuur. In gebieden met hoge cultuurhistorische waarden zal het ontwerp zich meer aan de historische context moeten aanpassen dan in gebieden met een lage historische context. 6. De splitsing van gevels in beneden en boven wordt vaak benadrukt door luifels. Deze hebben een zeer negatieve impact op het straatbeeld. Gestreefd wordt naar het verwijderen van bestaande luifels, tenzij deze deel uitmaken van de oorspronkelijke gevel. Als alternatief gelden markiezen en zonneschermen ter breedte van de gevelopeningen. Deze moeten

6

Pagina 7

Onderwerp: Wijziging Nota Beeldkwaliteit met criteria voor karakteriserende architectuur

passend gemaakt worden op de breedte van de gevelopeningen. De bevestiging op of boven het kozijn vraagt om aandacht in de uitwerking (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 6). 7. Een relatief nieuw element binnen het beschermde stadsgezicht zijn de winterterrassen. De diversiteit in het uiterlijk van de winterterrassen in grootte, in hoogte, in constructiewijze en in materiaaltoepassing resulteert in een rommelig straatbeeld en verhult de kwaliteit van de achterliggende gevels. Winterterrassen dienen specifiek voor hun beoogde plek ontworpen te worden waarbij recht wordt gedaan aan de kwaliteit van het pand en het straatbeeld. De winterterrassen moeten daarbij zo luchtig en transparant mogelijk ontworpen worden. De daken dienen van glas te zijn. De stijlen van de glaspuien moeten het gevelritme van het pand overnemen en de gevel moet altijd goed zichtbaar blijven. De puien van een winterterras moeten verticaal worden opgebouwd in een oneven verdeling waardoor de pui zelf altijd symmetrisch is en een centrale entree heeft. Winterterrassen moeten passen bij de karakteristiek van het pand (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 8). 8. Typisch voor de binnenstad zijn panden met de nok evenwijdig aan de straat in een gesloten straatwand. Deze grote stadspanden zijn als regel voorzien van een grote koetspoort links of rechts in de gevel.

Deze koetspoorten verrijken het stadsbeeld niet alleen met hun vaak fraaie architectuur maar ook met vele interessante doorkijkjes naar de binnenterreinen. 9. Typerend voor de panden in het beschermd stadsgezicht zijn de grote gesloten kappen, slechts geopend door ondergeschikte dakkapellen tussen de spanten. Gestreefd dient te worden naar het behoud van deze kappen met hun eveneens voor de stad typische leistenen of gesmoord ceramische bedekking. 10. De grote variatie en type reclame-uitingen en naamborden resulteren in een vertroebeld straatbeeld. Aan reclame dient in samenhang met de architectuur, op een terughoudende wijze vorm te worden gegeven. Gestreefd wordt naar standaardafmetingen van borden en losse letters op de gevel (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 7). 11. De bebouwing in de binnenstad wordt gekenmerkt door het gebruik van hoogwaardige maar ingetogen en op ambachtelijk hoogstaande wijze verwerkte bouwmaterialen. In het verleden werden de gebouwen veelal opgetrokken uit warmrode baksteen, met raam- en deuromlijstingen en andere tectonische details uit blauwe natuursteen. Later werden de gevels geslempt of bepleisterd en voorzien van uitbundige stucdecoraties in nabootsing van natuurstenen details. Deze kwaliteit van de materialen en de ambachtelijke verwerkingswijze dient in het moderne materiaalgebruik te worden behouden. 12.

Een historische binnenstad kenmerkt zich uit de aard van de zaak door duurzaamheid van de gebouwen en objecten. Eigentijdse toevoegingen moeten bij het historische materiaalgebruik en de verwerking ervan passen. 13. Het kleurgebruik in de historische binnenstad is vanouds ingetogen, maar niet somber. Door het gebruik van natuurlijke bouwmaterialen overheersen natuurlijke kleuren. Verfkleuren zijn vaak in dezelfde tint als de natuursteendetails gekozen of in dezelfde kleur als het metselwerk uitgevoerd. Felle detonerende kleuren (waaronder helder wit) dienen alleen in beperkte accenten te worden toegepast. Alvorens wijzigingen aan de gevels worden aangebracht dient stratigrafisch historisch kleurenonderzoek plaats te vinden waarna de nieuwe gevelafwerking hierop wordt afgestemd (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 10). 14. Om de kwaliteit en eigenheid van het beschermde stadsgezicht ook in de avond en tijdens donkere dagen tot zijn recht te laten komen kan gekozen worden voor het aanlichten van speciale elementen. Gestreefd moet worden naar een goede afstemming van de verlichting van de openbare ruimte en die van de winkeletalages en de winkelgevels (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 9).

7

Pagina 8

Onderwerp: Wijziging Nota Beeldkwaliteit met criteria voor karakteriserende architectuur

De bovengenoemde uitgangspunten gelden voor het gehele beschermde stadsgezicht. Binnen het beschermde stadsgezicht zijn echter niet overal evenveel en even belangrijke cultuurhistorische waarden voorhanden. Desalniettemin is het binnen het gehele beschermde stadsgezicht waardevol om ontwikkelingen te stimuleren, die rechtdoen aan de kwaliteit van de gehele historische binnenstad. Het beschermde stadsgezicht van de binnenstad kan weliswaar, conform bijlage 2, onderverdeeld worden in gebieden met hoogste, hoge en lage cultuurhistorische waarden. Dit wil echter niet zeggen dat er zonder meer concessies aan kwaliteit gedaan moeten worden in gebieden met een lage historische waardering. Door juist hier ook kwaliteit te stimuleren, kan de waarde van het gehele beschermde stadsgezicht opgewaardeerd worden. Hier zal gestreefd worden naar het in gang zetten van een ontwikkeling waarin een vitale vormgeving ontstaat die in kwaliteit aansluiting zoekt bij de historische waarden elders in de stad. Conserveren wordt het beleid in de gebieden met een hoogste historische waardering. Gestreefd wordt hier naar het behoud van het bestaande gezicht. Juridisch kader onder de Omgevingswet De regels voor een welstandstoets zijn via de bruidsschat 1 opgenomen in artikel 22.7 en 22.29 van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Roermond.

Met de welstandstoets wordt beoordeeld of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Artikel 4.19 van de Omgevingswet bepaalt het volgende: ‘Als in het omgevingsplan regels worden opgenomen over het uiterlijk van bouwwerken en de toepassing daarvan uitleg behoeft, stelt de gemeenteraad beleidsregels vast voor de beoordeling of een bouwwerk aan die regels voldoet.’ Daarnaast geldt specifiek voor de Nota beeldkwaliteit overgangsrecht. Dit staat in artikel 4.114, lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet. Nu de Omgevingswet in werking is getreden, is de welstandsnota een beleidsregel, als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Dit artikel regelt dat als regels over het uiterlijk van bouwwerken uitleg behoeven, de gemeenteraad beleidsregels vaststelt. Dit betekent niet dat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet de beleidsregels over de plaatsing van het bouwwerk in de welstandsnota vervallen. Ook deze onderdelen van de welstandsnota worden meegenomen bij de behandeling van de bouwaanvraag (artikel 22.29 van het tijdelijk deel van het omgevingsplan). Een en ander betekent, dat nieuw welstandsbeleid voor onze historische binnenstad dus als beleidsregel in de zin van artikel 4.19 Omgevingswet door de raad moet worden vastgesteld.

Kanttekeningen en risico’s Op het ogenblik wordt al gewerkt aan een integrale actualisering van het ruimtelijke beleid voor het beschermde stadsgezicht binnenstad. Besluitvorming hierover wordt eind 2024 verwacht en kan plaatsvinden op basis van een veel breder dan hier gevolgd participatietraject. Met voorliggend voorstel wordt in ieder geval voorkomen dat er, in afwachting van nieuw beleid, een vacuüm ontstaat waarbinnen niet op nieuwe ontwikkelingen gestuurd kan worden. Vanuit de Adviescommissie Omgevingskwaliteit is verder benoemd dat de commissie weliswaar in naam een integrale welstands- en monumentencommissie is maar dat de ‘monumentleden’ van de commissie apart vergaderen waardoor van een integrale beoordeling in de praktijk geen sprake is. 1 Onder de Omgevingswet zijn veel regels van het rijk naar gemeenten verhuisd. Het rijk heeft er met

het Invoeringsbesluit voor gezorgd dat deze regels automatisch in het omgevingsplan zijn gekomen. Dit heet ook wel de 'bruidsschat' en deze is voor iedere gemeente gelijk. 8

Pagina 9

Onderwerp: Wijziging Nota Beeldkwaliteit met criteria voor karakteriserende architectuur

Ook krijgen de ‘monumentleden’ niet alle bouwplannen binnen de beschermde gezichten ter advisering voorgelegd. Dit wordt door de ‘monumentleden’ gezien als een deel van de oorzaak van het hier behandelde probleem. Mijns inziens valt deze opmerking niet binnen de reikwijdte van dit initiatiefvoorstel, maar is het relevant om dit signaal van de monumentleden te bespreken bij de behandeling van het discussiedocument Beeldkwaliteit. Uitvoering en evaluatie Het besluit zal aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit ter kennis worden gebracht waarna zij de Nota Beeldkwaliteit in samenhang met het addendum ter beoordeling van plannen kan gebruiken.

De indiener / initiatiefnemer,

J. Felix Raadslid (VVD)

Bijlage(n): 1. Concept-raadsbesluit 2. Kaart met onderverdeling binnenstad in gebieden met hoogste, hoge en lage cultuurhistorische waarden

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=28834255-ccf3-4eb9-8f8b-2157d9869eee