geanonimiseerd A003 Brief Rekenkamer inz Energiebesparingsplicht
Tekst van het document
rekenkamer roermond uw nummer uw datum Rekenkamer/2024/32 ons nummer onze datum 19 december 2024 verzonden 19 december 2024 inlichtingen bij A. Vestjens sector/afdeling (0475) 35 94 60 doorkies nr. bijlage(n) betreffende:
AAN Gemeenteraad Roermond CC College van B&W.
Energiebesparingsplicht.
Geachte raadsleden, De Rijksoverheid heeft wetten en regels opgesteld over energiebesparing door bedrijven en instellingen. Energiebesparing levert een belangrijke bijdrage aan vermindering van de CO2uitstoot, een van de doelen in het Klimaatakkoord. De Omgevingswet bevat instrumenten en regels voor energiebesparing1. Elke gemeente in Nederland moet taken (laten) uitvoeren in verband met de Energiebesparingsplicht. De omgevingsdiensten2 zijn belast met de concrete uitvoering van taken aangaande toezicht en handhaving. De kern van de huidige energiebesparingsplicht is dat bedrijven en instellingen die meer dan de bij wet vastgelegde hoeveelheden gas en stroom gebruiken3 eens per 4 jaar informatie moeten verstrekken over de maatregelen die zij hebben getroffen om het energieverbruik terug te dringen. De laatste keer was dit per 31 december 2023. Op basis van die rapportages is dan door de gemeente in samenwerking met de omgevingsdienst een {globale) inschatting te maken van de mogelijke energiebesparing. Op 21 november jl. heeft de Vereniging van Rekenkamers een DOEMEE-onderzoek gepubliceerd waarin met name op de procedurele aspecten rondom de Energiebesparingsplicht is ingegaan. De uitkomsten van dat landelijke onderzoek zijn gedeeld met de Algemene Rekenkamer.
Eveneens op 21 november 2024 heeft de Algemene Rekenkamer het onderzoek Energiebesparingsplicht 2008-2023 gepubliceerd. De belangrijkste conclusies van de Algemene Rekenkamer zijn dat de energiebesparingsplicht
1 Die plicht bestaat al sinds 1993 en is recent verankerd in de Omgevingswet middels het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Omgevingsbesluit. 2 Voor de bedrijven en instellingen waar de gemeente Roermond bevoegd gezag is, is dat de RUD Limburg Noord De verplichting geldt als bedrijven en instellingen per jaar minstens 50.000 kWh stroom of 25.000 m3 gas verbruiken.
Ons nummer Rekenkamer/2024/32
minder oplevert dan verwacht en dat de energiebesparingsplicht mogelijk minder kosteneffectief is dan gedacht. Ook wordt gesteld dat de ambitie van de minister ten aanzien van toezicht op de energiebesparingsplicht niet gehaald wordt omdat zij onvoldoende middelen biedt voor een dekkende controle buiten het VTH-stelsel om en omdat zij onvoldoende zicht heeft op de doelgroep. Dit gebeurt binnen de context van het VTH-stelsel dat niet naar behoren functioneert. De Rekenkamer Roermond was voornemens om een onderzoek uit te voeren naar de energiebesparingsplicht en met name naar het rendement van de plicht (de concrete besparing) en de vraag in hoeverre er sprake is van een doelmatige en doeltreffende uitvoering. Gezien de andere recent gepubliceerde onderzoeken acht de Rekenkamer Roermond het op dit moment niet opportuun om zelf ook nog een onderzoek uit te voeren. De Rekenkamer ziet echter wel de noodzaak om concreet en effectief aan energiebesparing te doen. Naast het feit dat de afgelopen jaren te weinig bespaard is spelen ook complexe vraagstukken zoals netcongestie en het naleven van het Klimaatakkoord. De conclusie van de Algemene Rekenkamer dat de huidige systematiek niet voldoet mag dan ook geen reden zijn om de inspanningen te verminderen. Eerder zou een intensivering van de inspanningen voor de hand liggen.
De Rekenkamer heeft kennisgenomen van het voornemen van het college om in het eerste kwartaal van 2025 het nieuwe programma Duurzaamheid 2025-2028 op te stellen en aan de raad ter besluitvorming aan te bieden. Uit ambtelijke informatie is naar voren gekomen dat daarin ook aandacht wordt besteed aan de energiebesparing. In het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2020-2024 is een groot aantal doelen opgenomen. Deze doelen zijn veelal op een redelijk hoog abstractieniveau omschreven. De gemeenteraad heeft die doelen in haar kaderstellende rol onderschreven. Alhoewel de Rekenkamer geen onderzoek heeft uitgevoerd naar de concrete effecten van de getroffen maatregelen en uitgevoerde werkzaamheden is de ervaring van de Rekenkamer dat de controlerende rol van de raad met (te) abstract omschreven doelen onvoldoende uit de verf komt. Daarnaast is het voor externe organisaties dan ook niet altijd helder wat er van hen verwacht wordt. De hiervoor aangegeven constateringen zijn aanleiding voor deze rekenkamerbrief. De Rekenkamer wil de raad meegeven dat bij een zogeheten "gele avond" over het komende programma Duurzaamheid 2025-2028 alsmede bij de behandeling in commissie en raad in het voorjaar van 2025 van de "definitieve concepten" er extra aandacht wordt besteed aan het concreet maken van de (nieuwe) doelen.
Met name gaat het dan om het zo smart mogelijk omschrijven van de 3-W-vragen: Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Wat mag het kosten? Uiteraard aangevuld met het aangeven van de periode waarbinnen het resultaat en het effect verwacht wordt. De Rekenkamer vraagt specifiek aandacht voor de Energiebesparingsplicht. De twee aangehaalde landelijke rapporten bieden al veel houvast voor het college voor de uitwerking van dat onderdeel van het programma Duurzaamheid 2025-2028. Daarnaast is een komende wetswijziging een extra mogelijkheid voor elke gemeente om de doelen veel concreter te stellen.
Ons nummer Rekenkamer/2024/32
De Rekenkamer is -desgewenst- bereid om op een van de "gele avonden" een toelichting te geven op de twee eerder genoemde landelijke rapporten waarbij met name het rapport van de Algemene Rekenkamer essentieel is. De Rekenkamer stuurt een afschrift van deze rekenkamerbrief aan het college en vertrouwt erop dat de inhoud betrokken wordt bij de verdere beleidsvoorbereiding. Mocht deze rekenkamerbrief aanleiding zijn voor leden van de raad om nadere informatie te willen krijgen dan kan dat via de secretaris van de Rekenkamer, de heer A. Vestjens geregeld worden. Een afschrift van deze rekenkamerbrief is aan het college gezonden, Met vriendelijke groet,
A.H.C. Vestjens