Excerpt commissievergadering RU Roermond 8 december 2020 (digitaal ter inzage)
Tekst van het document
Excerpt commissievergadering RU 8 december 2020. Voorzitter: mevrouw Marij Cox-Sevenich.
13. Brief 211 inzake voortbestaan RWV Nautilus. De voorzitter: Ik geef als eerste het woord aan de heer Nizet. De heer Nizet: Dank u wel, collega’s. Ik heb in het verleden al veel gezegd over de geschiedenis van Nautilus, dus daar ga ik niet meer op in. Ik vind dat je een vereniging niet zo lang in onzekerheid kunt laten. De woordvoeringen van zowel de vereniging als de wethouder hebben mij tot nu toe steeds verbaasd: de een zei ‘dit’, de ander ‘dat’, en dat blijft voor mij een groot probleem. De argumenten van het Watersportverbond kan ik onderschrijven; die vind ik heel logisch. De landtong waarop steeds geduid wordt is volgens mij, als geograaf, een zeer kwetsbaar gebied, waar je geen concentratie van verkeer vanuit de stad mag hebben. Dus dat hele idee om hierin de landtong te betrekken lijkt me heel gevaarlijk. Parkeren is natuurlijk een groot probleem, maar ik heb wat dat betreft wel het idee dat een paar honderd meter lopen ook geen kwaad kan. Ik kan me voorstellen dat leden van een vereniging met zoveel leden, die dat al jaren gewend zijn, niet direct de landtong kwetsbaarder zullen maken, want dat gebied staat ongeveer twee keer per jaar onder water en ik zie aan de overkant nooit concentraties op verkeerde momenten.
Een vereniging die zeer intensief 65 jaar lang, een groot deel daarvan in het Roerdeltagebied, zoveel geïnvesteerd heeft, die bekabeld heeft, die aanlegsteigers heeft aangelegd, die eigenlijk ook, en dat vind ik nog wel het allerbelangrijkste, opkomt voor de kleine watersportliefhebber en niet per definitie alleen maar voor hele grote grootschaligheid heeft geopteerd, dreigt kapot te gaan. De SP draagt deze vereniging een warm hart toe en we zouden het zeer jammer vinden als hier uiteindelijk een plan uit zou kunnen komen waarin de vereniging het moet afleggen tegen een ander, een commercieel bedrijf, waar ik ook van vind dat het belangrijk is dat het kansen heeft, want uiteindelijk ben ik niet tegen een verbetering van de situatie van het watersportgebied hier, maar deze voorstelling van zaken zou uiteindelijk leiden tot het verdwijnen van Nautilus en dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Dat had ik willen zeggen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nizet. De VVD, de heer Zwijnenberg. De heer Zwijnenberg: Voorzitter, dank u wel. Ik deel het geweten van collega Nizet, laat ik daarmee beginnen. Het zal niet vaak uit de mond van een VVD’er klinken, maar wij kunnen ook het betoog van de SP in hoofdlijnen onderschrijven.
Ik denk dat dat de lokale politiek soms heel praktisch kan maken en ook kan zorgen voor een stukje draagvlak, vooral als de inbrengen ook heel erg lokaal georiënteerd zijn. Voorzitter. Ik worstel met de rol die wij als commissie Ruimte in dit dossier innemen, om maar te zwijgen over de rol die wij als gemeenteraad in dit dossier zouden moeten hebben. Ik constateer in de eerste plaats dat er een brief ligt van het Watersportverbond. Door de LVRfractie en door de VVD-fractie is deze brief geagendeerd en weldra volgt daarop ook een reactie van Nautilus, die per kerende post, zou ik bijna willen zeggen, voorzien wordt van een commissie-informatiebrief. Wanneer deze volgtijdelijke ontwikkeling zich niet zou hebben voltrokken, vraag ik aan het college: zou dan ook de commissie Ruimte met een commissieinformatiebrief zijn geconfronteerd? Ik ben er toch een beetje bang voor. En dan breng ik toch graag ook de raadsvergadering van december 2019 onder de aandacht, waarin de VVD-fractie,
2 ondersteund door de overige fracties vanuit de oppositie, de motie ‘Samenhang Roerdelta fase 2 en Roerdelta fase 3’ heeft ingediend. Toen zei het college volmondig: volstrekt overbodig, vanzelfsprekend houden wij de commissie Ruimte en de gemeenteraad op de hoogte van de samenhang tussen Roerdelta fase 2 en Roerdelta fase 3. En voilà: we zijn een jaar verder en zie wat er van deze toezegging terechtgekomen is! Ja, voorzitter, en ik hoef u niet te vertellen hoe het dan vervolgens met een motie gaat die door het college als overbodig wordt bestempeld: die wordt natuurlijk verworpen door de coalitiepartijen. Zo zie je maar wat er uiteindelijk van een toezegging, zonder dat je die verankert in een motie, of omgekeerd: een motie iets verankeren en een overbodige toezegging, terechtkomt. Voorzitter. Als ik het dan over het speelveld heb, en onze betrokkenheid daarbij, dan concludeer ik in het document van Nautilus dat Nautilus daarin aangeeft dat in het najaar van dit jaar workshops zijn gestart om te komen tot een herinrichting. Maar ja, ze willen eigenlijk op basis van vertrouwelijkheid niet ingaan op de bevindingen en de belevenissen die in die workshops hebben plaatsgevonden.
En als ik dan de brief van het Watersportverbond lees – ik weet niet of het Watersportverbond betrokken is geweest op die workshops –, dan lijkt het wel alsof in die brief van het Watersportverbond een boekje wordt opengedaan over het verhandelde tijdens de workshops. Ik weet niet of de wethouder daar iets meer over kan zeggen, maar wat ik in ieder geval wel constateer is dat in de commissie-informatiebrief het college in alle haast de mededeling doet dat er geen enkele afspraak is gemaakt, noch met Nautilus, noch met Helenawerf, en dat – en zo is het eigenlijk natuurlijk wel – het maken van keuzes uiteindelijk voorbehouden is aan de raad. Maar, zeg ik tegen de wethouder: wilt u de raad inderdaad een volwaardige keuze voorhouden, dan is het volgens mij wel zaak dat u de raad, respectievelijk deze commissie als voorportaal, wat intensiever meeneemt in het besluitvormingstraject. Voorzitter. Ter afronding van mijn bijdrage wil ik nog twee opmerkingen maken. Laat ik vooropstellen dat de VVD-fractie geen openbare aanbesteding wenst. Waarop het proces ook moge uitkomen, een openbare aanbesteding zou een zeer verkeerd signaal zijn en het is ook maar zeer de vraag of watersport-minded Roermond hiermee gebaat is. Mijn tweede opmerking is, via u voorzitter, in de richting van Nautilus en Helenawerf.
De VVDfractie gaat ervan uit, en wij willen u graag daartoe oproepen, dat u zich maximaal inspant om in samenspraak met het college uit deze lastige kwestie te komen. Voorzitter. Dat was de inbreng van de VVD-fractie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, Mijnheer Van Rey, LVR. De heer Van Rey: Ja, voorzitter, ik wil allereerst een groot compliment maken aan het bestuur van Nautilus voor het feit dat men nog steeds in overleg gaat en naar alle bijeenkomsten gaat, en niet al een advocaat in de arm heeft genomen om dit college te betichten van onbehoorlijk bestuur, want dat wordt hier natuurlijk wel al enige tijd gedaan. De onzekerheid voor Nautilus is ondraaglijk en de onzekerheid voor Helenawerf is ondraaglijk; er had al veel eerder een beslissing moeten komen. Voorzitter. Laat ik beginnen met de huurovereenkomst; dat is pagina 10 van de brief van Nautilus. Ik wil klip-en-klaar van de wethouder weten of zij kennis heeft gehad van de concepthuurovereenkomst. Als zij daar kennis van heeft gehad, verdient zij een motie van wantrouwen aan haar broek, want wat daarin stond raakt kant noch wal: een huuropzegging per 1 juli 2021, geen vergoeding voor de investeringen. En als zij daar geen kennis van heeft gehad, dan is de ambtelijke puinhoop nog groter dan ik dacht. Maar zij is verantwoordelijk voor die ambtelijke puinhoop.
En dat komt omdat er al de derde of de vierde projectleider op is ingevlogen, die de ballen verstand heeft van watersport, die de ballen verstand heeft van Roermond, maar daar is deze wethouder voor verantwoordelijk. In de raadsinformatiebrief – en niét in de commissie-informatiebrief aan de commissie Ruimte, want, zeg ik via u ook aan de heer Zwijnenberg, er is ook nog een raadsinformatiebrief gekomen over de stand van zaken
3 van het project Roerdelta, ook heel vreemd, want op pagina 2 staat een hele paragraaf over Nautilus; die is van 2 december en de commissie-informatie brief is van 1 december, bizar!, maar dat geeft de puinhoop aan – staat, en ik citeer: “Het Watersportverbond pleit alleen voor Nautilus en niet voor Helenawerf. Dit bevreemdt ons” – ondertekend door de burgemeester en de gemeentesecretaris. Bizar! Gelukkig heeft het Watersportverbond daarop vandaag gereageerd, het staat op de agenda: dat gaat alleen over verenigingen en stichtingen. Het geeft aan: de ballen verstand en kennis van zaken. Wij vragen ons af waar het college van burgemeester en wethouders het lef vandaan haalt om een opmerking te maken over een belangenorganisatie voor Nautilus. Raadsinformatiebrieven en commissie-informatiebrieven worden door het college gestuurd, en in deze brief wordt een keer gesproken over het college, maar ook over “het bestuur”. Wie is dat bestuur? Is dat het bestuur van Nautilus? Dus er wordt ook met betrekking tot de brieven die aan de raad worden gezonden in ieder geval geen zorgvuldigheid toegepast. Voorzitter. De huurovereenkomst is een geweldig bewijs, dat schrijft Nautilus ook, dat zij niet serieus worden genomen. Door deze wethouder wordt de LVR nooit serieus genomen, maar zelfs verenigingen die aan tafel zitten om iets goeds voor de stad te regelen worden niet serieus genomen.
Ze praten over een salamitactiek. Ik heb in het verleden al vele malen over Nautilus gesproken en er zijn toezeggingen gedaan. De heer Zwijnenberg had het over geen openbare aanbesteding. Wij hebben de toezegging gekregen dat dat niet zou gebeuren. Er is een juridisch document ter inzage gelegd waar we allemaal kennis van hebben kunnen nemen, zij het onder dit college natuurlijk weer onder geheimhouding. Er is vele malen naar Nautilus gecorrespondeerd dat ze zich geen zorgen hoefde te maken. Ik wil dan ook van de wethouder weten of het klopt dat zij privé, individueel, of als wethouder, een persoonlijke brief heeft gekregen van Nautilus, want dit is natuurlijk een kwestie die riekt naar onbehoorlijk bestuur. Je kunt een vereniging niet zo lang in het ongewisse laten. Als er één zaak was, zeg ik via u tot de heer Zwijnenberg, om een hoorzitting over te houden, dan was het wel over deze, die al meer dan drie, vier jaar loopt. Ik ga vanavond niet zeggen hoeveel ligplaatsen Nautilus of Helenawerf moet hebben, maar wat ik wel wil zeggen is dat het veel te lang duurt. En dan zal dadelijk wel om de hoek komen kijken : ja, die avonturier uit Amsterdam heeft te veel tijd nodig en door corona kan dat allemaal niet, maar het kan niet wat hier gebeurt. Ik hoop dan ook dat, als er niet op heel korte termijn een duidelijk besluit komt, Nautilus naar de bestuursrechter zal gaan.
Dus, voorzitter, hier herhaalt zich de geschiedenis. Het is een puinhoop geworden. De wethouder is zo eigenwijs dat ze uitspraken van de raad naast zich neer legt. Het is een…, laat ik dat ook maar zeggen: ik denk dat er kwade opzet in het spel is richting Nautilus, want je kunt zo niet omgaan met een vereniging, dat kan gewoon niet. Ik wens dan ook dat met name de wethouder antwoord geeft op de vraag waarom in de commissie-informatiebrief aan de commissie Ruimte niet alles wordt vermeld, maar dat het versluierd, en een dag later, in een raadsinformatiebrief van Nautilus moet komen. Ik hoop dat ik duidelijk ben geweest, voorzitter, en ik wil nog zeggen dat met name in de commissie-informatiebrief over Roerdelta iets staat, wat de LVR-fractie twee winters geleden heeft gevraagd over Steelhaven: dat kon niet, het mocht niet en nu wordt nog steeds, gelukkig, zeg ik, gebruikgemaakt van die ruimte aldaar. Ook daar is deze wethouder in ieder geval, zoals de heer Zwijnenberg zei, dat de motie overbodig was, daar zei zij bij: “dat is helemaal niet im Frage”. Het gebeurt dus wel. Dus al met al het grootste broddelwerk wat deze wethouder tot nu toe gepresteerd heeft, volgende week gaan we dan over de Minister Bongaertsstraat verder praten, is La Bonne Aventure. Het is een avontuur geworden dat een hele hoop mensen ziek maakt.
En, voorzitter, daar moet snel een einde aan komen en als dat niet op hele korte termijn gebeurt, dan zal de LVR-fractie daarover een raadsdebat gaan eisen. Ik hoop dat deze keer wel de vragen die ik heb gesteld beantwoord worden, anders komen we daar volgende week in de raadsvergadering op terug. Dank u wel, voorzitter.
4 De voorzitter: Dan is nu het woord aan GroenLinks, mevrouw Danker. Mevrouw Dolmans: Mevrouw Dolmans in dit geval, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Prima. Mevrouw Dolmans: Wij hebben ook kennisgenomen als fractie van de brief inzake Nautilus en wij hebben er zeker begrip voor dat daar enige emoties bij komen kijken. Zekerheid zal daarin zeker helpen, maar voor zover wij begrepen hebben, staat Nautilus ook niet ter discussie in dit project en wij gaan er dan ook vanuit dat zij een toekomst gaat krijgen binnen dat nieuwe project. Ook hebben we natuurlijk kennisgenomen van het bericht van de portefeuillehouder… De heer Van Rey: Interruptie Jos van Rey. De voorzitter: Mijnheer Van Rey. De heer Van Rey: Even via u, mevrouw de voorzitter, aan mevrouw Dolmans. Heeft u kennisgenomen van de notitie van Nautilus? Mevrouw Dolmans: Ja. De heer Van Rey: Heeft u kennisgenomen van de opzegging van de huur per 1 juli 2021? Mevrouw Dolmans: Ik ben nog niet klaar, mijnheer Van Rey, met mijn woordvoering. De heer Van Rey: Maar u zei wel dat Nautilus zich geen zorgen hoeft te maken. Mevrouw Dolmans: Over de toekomst in het nieuwe plan. De heer Van Rey: Maar het nieuwe plan is toch op deze locatie en als de huurovereenkomst is opgezegd hoef je toch geen plannen meer te maken? Mevrouw Dolmans: Mijnheer Van Rey, nogmaals: ik ben nog niet klaar met mijn woordvoering.
De heer Van Rey: Ik wacht met spanning af. Mevrouw Dolmans: Helemaal goed. Nogmaals: wij hebben begrepen dat de toekomst van Nautilus en ook van Helenawerf in principe niet ter discussie zou staan. Wat ons wel bevreemdt – en als u mij had laten uitspreken, had u uw interruptie denk ik niet nodig gehad – is dat het tijdelijk huurcontract tot 1 juli 2022 zou lopen, dus daar willen we wel graag wat verdere uitleg over. We hebben als raad ingestemd met het programma van eisen, ook met het leidend kader. Voor GroenLinks is het iets te vroeg om al conclusies te trekken over het stedenbouwkundig plan of de inpassing die er gaat komen, dus we wachten in die zin graag de ontwerpen af zodra ze ter tafel komen. Dus we willen graag zeker weten hoe dat met elkaar strookt, het tijdelijk huurcontract dat loopt tot 1 juli 2021 en de zekerheid die geboden wordt voor Nautilus op deze locatie. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we als laatste de SPR, de heer Coenen.
5 De heer Coenen: Ik heb het verhaal aangehoord. De noodzaak om die vereniging duidelijkheid te bieden is aangehaald door een paar woordvoerders, en terecht. Je kunt niet met deze vereniging en met het bedrijf blijven soebatten. Iets van rechtszekerheid moeten ze toch wel gaan krijgen. De nood neemt steeds meer toe. Het is een herhaling van woorden die ik ga zeggen, dus ik houd het bij de woorden die door de heren Zwijnenberg, Van Rey en Nizet zijn gezegd. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Waajen, de portefeuillehouder. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Dank u wel, voorzitter. Het is een lastige puzzel in die haven en volgens mij ben ik hier volledig aan het werk binnen de kaders die uw raad mij hiervoor heeft meegegeven. Zou ik zelf willen dat het sneller kon? Natuurlijk. Gaat dat? Nee. U ziet ook in de commissie-informatiebrief die er ligt: het gaat over parkeren. En dan ga ik ook even naar de motie waar de heer Zwijnenberg het even over had. U heeft destijds als raad gezegd: let op, Roerdelta fase 2 en 3 grijpen dusdanig in elkaar dat u dat vanuit één eenduidige visie moet gaan aanvliegen. Dat klopt, dus daar zijn we het over eens. Zo ben ik ook gestart, samen met de projectleider. We hebben vanaf het begin gezegd: we gaan die aanbesteding eens even in de ijskast zetten en we gaan kijken of dat juridisch mag.
Daar heeft u uitsluitsel over gehad, dus we gaan kijken of we de twee partijen die daar nu zitten positie kunnen laten houden in de haven. Dat is Helenawerf en dat is Nautilus. En juist omdat het ook over de ontwikkeling op het land gaat, met parkeeroplossingen, en daar zitten weer onderhandelingen aan vast met SDK, dat grijpt allemaal in elkaar. Dus ik kan en wil pas met een plan naar u toe komen, of met twee scenario’s voor die haven, op het moment dat wij ook met die ontwikkelaar daar de haalbaarheid en betaalbaarheid van een aantal zaken op het land, Roerdelta 2, goed vastgeklonken hebben. Want anders kom ik naar u met een verhaal van “ja, dit zou kunnen in de haven en dat zou kunnen, maar daar zitten nog heel veel variabelen op het land en misschien gaat het daar nog schuiven”, en dat wil ik niet. Ik kom met één verhaal, twee scenario’s, naar u toe, beste raad, zodat u een keuze kunt maken. De kaders die hieraan ten grondslag liggen zijn de toekomstvisie ‘Maak Roermond beter toegankelijk, verbind het water beter met de stad’. U heeft een leidend kader vastgesteld voor Roerdelta waar ook zaken in staan over die landtong. Het is jammer dat de heer Nizet heeft afgehaakt, maar volgens mij stelde hij zojuist weer uw eigen kader ter discussie. Zo komen we niet verder. We zijn in workshops met Helenawerf, met Nautilus en met KCAP als bureau dat dit verder begeleidt.
We hebben wel deskundigheid, ook van mensen die op meerdere plekken havens mee inrichten, die ook die nautische kennis hebben. En ja, dit is spannend voor Nautilus. Dat snap ik wel. Er is ook meerdere keren wel eens een moment geweest dat misschien bestuurders van Nautilus hebben gezegd “ja, maar waarom moeten wij eigenlijk veranderen, kan het niet gewoon blijven zoals het is?” Nee, er ligt een leidend kader. We hebben met z’n allen afgesproken dat er een kwaliteitsslag moet komen en die kwaliteitsslag in die haven heeft consequenties. Daar zullen zaken voor moeten veranderen. We zitten iedere keer in een workshop en nogmaals: als we er eenmaal uit zijn en knopen doorgehakt, wil ik daar graag in alle openheid, en u nodigt daar Nautilus en Helenawerf maar voor uit en KCAP, dat kan allemaal, vertellen hoe dat is gegaan. Maar dat zijn soms best wel lastige besprekingen. Als iemand bepaalde beelden heeft van “zo zou het moeten blijven” en anderen zeggen “ja, maar zo gaan we er samen niet uit komen”, dan heb je daar keer op keer opnieuw het gesprek over, en dan probeer je toch iedere keer dat optimum te zoeken voor Roermond. U ziet ook in de commissie-informatiebrief dat daarbij het uitgangspunt altijd is: Nautilus moet kunnen blijven en moet voldoende positie houden om daar levensvatbaar te kunnen zijn.
Maar zal dat betekenen dat mensen die nu gratis kunnen parkeren op de landtong…, blijft dat gratis voor de leden van Nautilus? Waarschijnlijk niet. Is dat spannend? Ja, dat is spannend. Zijn we bijna op het punt waarop al die puzzelstukjes in elkaar vallen? Ja, daar zijn we bijna. Daarom hebben
6 we ook die huurovereenkomst nog maar met een halfjaar verlengd, omdat wij hopen in het eerste kwartaal van 2021 hier met uw raad een knoop over te kunnen doorhakken, en dan kunnen we ook zien hoe de nieuwe huurovereenkomst eruit zou moeten gaan zien op termijn. Dus het is allemaal binnen de kaders die u zelf heeft gesteld. Het is ingewikkeld, daar heeft u zelf ook al voor gewaarschuwd destijds met die motie, waarvan wij zeiden “die is overbodig, want wij snappen dat 2 en 3 in elkaar vallen en dat we u goed moeten meenemen”. En we zijn bijna bij het leggen van een voorstel en hoe dichter we dat naderen, hoe spannender dat misschien ook wel wordt voor het bestuur van Nautilus. En wat ik ze zelf gezegd heb, is dat ik het niet handig vind dat, als wij in het volste vertrouwen met elkaar die workshops hebben en met elkaar spreken om tot die oplossing te komen, met een levensvatbare positie voor Nautilus, iedere keer toch brieven worden gestuurd naar de politiek, waardoor het beeld weggezet wordt dat we er niet uit gaan komen.
Ik heb ze eerlijk gezegd de vorige keer ook gevraagd: maar hebt u er dan geen vertrouwen in dat wij hier toch samen, met z’n drieën, zoals we hier zitten, tot een oplossing komen? Jawel! Ik zeg: nou fijn, dan zou het ook fijn zijn als u geen brieven meer stuurt naar de raad… De heer Van Rey: Voorzitter, voorzitter, voorzitter! De voorzitter: Ja, mijnheer Van Rey, ik wilde u zo het woord geven, maar ik wilde even de wethouder haar zin laten afmaken. De heer Zwijnenberg heeft ondertussen ook gevraagd om een interruptie. Mijnheer Van Rey. De heer Van Rey: Dat handje was al honderd zinnen geleden, want de wethouder doet net alsof ze zichzelf aan het interviewen is. Ze zegt nogal wat. Zij wil dat verenigingen – dat zal ook voor bedrijven zo zijn – die in overleg zijn tijdens geheime bijeenkomsten, en het loopt niet zoals de mensen verwachten en ze worden voor de gek gehouden, dat ze dan niet de politiek mogen benaderen. Dat is de nieuwe koers van het CDA, van deze coalitie. Te gek voor woorden. Ik maak ook bezwaar tegen de opvatting over het leidend kader, over de landtong. De heer Nizet heeft erover gesproken en, wij, als LVR, hebben gezegd: dat leidend kader is voor de landtong onuitvoerbaar. U blijft daarop doorgaan. Dat is die koppigheid, die eigenzinnigheid, niet alleen van mij, maar kijk ook naar de brief van Nautilus. Het is onmogelijk wat u wilt.
U loopt naar het ravijn, nee; u bent er al overheen. Ik vind het van arrogantie getuigen dat u gespreksdeelnemers verbiedt om de politiek te informeren. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Voorzitter, mag ik antwoorden? De voorzitter: Ja, u mag antwoorden, maar de heer Zwijnenberg wil ook nog een interruptie doen. Misschien kunnen we die eerst… Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Nou, het lijkt me goed dat ik meteen… De voorzitter: U wilt meteen antwoorden? Oké. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Dank u. Ik verbied niemand iets, mijnheer Van Rey, natuurlijk niet. We leven in een vrij land en iedereen mag brieven schrijven zoveel hij wil. Maar helpt het het proces vooruit? Nee, het kost heel veel extra tijd en heel veel extra energie. Dat merkt u nu alweer vanavond. Uw raad mag mij alle vragen stellen over het proces en als u zegt “wij willen graag eens een uur met u extra uittrekken om te spreken over waar we ons nu bevinden in het proces, dan zal ik dat vertrouwelijk heel graag doen, want ik wil het vertrouwen van die onderhandelingen ook niet beschamen, niet aan Nautilus, niet aan Helenawerf en ook niet aan SDK. Ik heb daar geen geheimen over. Als u zegt “die landtong en dat leidend kader,
7 die moeten onderuit”, ja, dan kan ik u zeggen: ik kan niet zomaar onder een raadsbesluit uit. Ik werk door op de kaders die uw raad mij meegegeven heeft. De heer Van Rey: Ja, in meerderheid zijn die vastgesteld en wij zeggen: u loopt vast en u blijft koppig volhouden daarin. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Voorzitter, volgens mij wilde mijnheer Zwijnenberg nog interrumperen. De voorzitter: Ja, ik wil het woord geven aan de heer Zwijnenberg. De heer Zwijnenberg: Voorzitter, dank u wel. Wat ik een beetje jammer vind, is dat de wethouder op zichzelf juiste constateringen doet, maar niet de passende gevolgtrekking maakt. Het kan zo zijn dat zij binnen de kaders opereert die de raad heeft meegegeven, en ja, ik denk ook dat we met haar kunnen delen dat het geen eenvoudig traject is. Gelijktijdig constateert zij voor Nautilus dat het bijzonder spannend is. Ja, voorzitter, als ik dat alles verbind aan een stukje actieve informatieplicht, dan maak ik toch weer de kritische noot dat de wethouder kennelijk verzuimt niet alleen deze commissie, niet alleen deze raad, maar ook Nautilus en Helenawerf en andere belangrijke betrokkenen op de juiste wijze mee te nemen in dat kader dat de raad gesteld heeft, in het ingewikkelde proces dat klaarblijkelijk plaatsvindt, want dan ontstaat er telkens, zeg maar, commotie.
En de oplossing die de wethouder aangeeft van “ja, wij gaan u in het eerste kwartaal informeren, en dat is de reden waarom wij de huurovereenkomst slechts verlengen tot 1 juli”, ja: midden in het watersportseizoen moet de watersportvereniging de haven gaan leegvegen, en wat gebeurt er dan in juli en augustus? Meent u nou werkelijk dat er dan vanuit nieuwe overeenkomsten weer watersporters zijn die de haven kunnen gebruiken? Voorzitter, ik vind het een heel verkeerd moment en u doet het, denk ik, nu ten onrechte voorkomen dat per 1 juli alles geregeld is en dat de nieuwe watersporters dan in feite La Bonne Aventure al kunnen betreden. Dus, voorzitter, ik zou met de kennis van, zeg maar, het watersportgebeuren in ieder geval willen bepleiten om de huurovereenkomst te laten eindigen, om u een maximaal speelveld te gunnen, aan het einde van het watersportseizoen. Ten aanzien van de raadsinformatiebrief wil ik nog opgemerkt hebben dat het mijn collega Oele is geweest die gevraagd heeft naar de stand van zaken. Met andere woorden: de raadsinformatiebrief is niet op basis van actieve informatieplicht tot stand gekomen, maar op verzoek van een raadslid. De commissie-informatiebrief is tot stand gekomen omdat Nautilus de politiek heeft benaderd.
Ik ben het met iedereen eens die aangeeft dat de wethouder hier een wat actievere rol moet vervullen en de belangrijkste stakeholders moet meenemen in het proces. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Het woord is aan de wethouder. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: De stakeholders neem ik vol mee in het proces. We hebben echt diverse werksessies, dus naar die stakeholders toe heb ik geen zorgen of zij continu actief geïnformeerd zijn en betrokken zijn. Als u zegt als raad: wij hebben lang niets van u gehoord, dan klopt dat. Wij hebben lang niet meer over Nautilus, Helenawerf en de haven en Roerdelta 2 gesproken, dat klopt. Dat wil ik niet ontkennen, dat kan ik niet ontkennen, en dat komt omdat ik denk: we zijn er nou bijna dat ik u iets kan gaan voorleggen, dus laten we nou asjeblieft in het laatste staartje…, en ja, dat is spannend, laten we elkaar daarin vertrouwen. Ik heb nog steeds het vertrouwen dat wij er samen uit komen en dat vertrouwen hebben de partijen ook in de laatste werksessie weer naar mij uitgesproken.
8 Er zijn nog wat vragen. U heeft een voorstel gedaan over de huurovereenkomst, daar wil ik graag met de projectleider nog over gaan spreken, dus daar kom ik bij u op terug. Ik ga even kijken of er nog andere vragen zijn gesteld… De heer Van Rey: Mevrouw de voorzitter… De voorzitter: De heer Van Rey. De heer Van Rey: De belangrijkste vraag die ik heb gesteld over die concepthuurovereenkomst, is of de wethouder het heeft geweten, de inhoud ervan. Dat wil ik weten. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: En naar welke inhoud verwijst u, mijnheer Van Rey? Want ik heb de huurovereenkomst niet letterlijk helemaal zelf doorgenomen. De heer Van Rey: Op 28 oktober 2020 is de concepthuurovereenkomst aangeboden aan Nautilus. Mijn vraag is: heeft u van de inhoud geweten? Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Ik heb die conceptovereenkomst inhoudelijk niet zelf gelezen. Die is ambtelijk voorgelegd. De heer Van Rey: Oké, dus dan is mijn conclusie terecht dat het een grote ambtelijke zooi is, in zo’n dossier zo’n overeenkomst niet aan u voorleggen. Maar u bent er wel voor verantwoordelijk. Dat is de aanleiding geweest om die brief te sturen. Het dossier komt met blunder op blunder. Verander dat! Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Ik deel uw mening daarin niet. Ik werk daarin ook best wel veel in vertrouwen richting ambtelijk apparaat. Ik vind dat ambtenaren daar ook ruimte in moeten kunnen hebben.
Zij kennen de kaders en zij weten hoe ik in het dossier zit. Ik ga even kijken of er nog wat feitelijke vragen over zijn. De voorzitter: Mijnheer Van Rey? De heer Van Rey: Mevrouw Waajen viel weg, dus wij hebben niet meegekregen wat ze zei. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Dat vind ik heel lastig, want ik weet natuurlijk niet vanaf welk moment ik ben weggevallen. De heer Van Rey: U had het over vertrouwen in de ambtelijke organisatie. Zo ver was het en ik neem aan dat u daarna hebt gezegd dat u spijt hebt dat u die concepthuurovereenkomst niet hebt ingekeken, dat dat bestuurlijk not done is. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Nee, meneer Van Rey, daar heb ik geen spijt van. De heer Van Rey: Dan is het nog veel erger! Bent u het eens met de inhoud die gestuurd is? Wethouder mevrouw Waajen-Crins: We hebben het nu over een brief die door u geagendeerd is, die door de VVD geagendeerd is. U legt nou een techniek en details van een huurovereenkomst op tafel, ik zou me daar graag beter op willen voorbereiden, dus als u daar nog een keer over wilt spreken, stel ik voor dat we dat naar de volgende commissievergadering tillen.
9 De heer Van Rey: Nee, dat vind ik niet. Ik vind dat ik daar vóór Kerstmis een antwoord op moet hebben. De brief van Nautilus waar het in staat is van 30 november, u stuurt er wel een commissie-informatiebrief over, maar zegt niets over de huurovereenkomst. Die huurovereenkomst in onbehoorlijk bestuur. Zo ga je als overheid niet om met een vereniging. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Ik ben dat niet met u eens. In diverse overleggen met Nautilus is gesproken over de huurovereenkomst en Nautilus was hiervan op de hoogte. De heer Van Rey: Voordat u weer als leugenaar wordt beticht, zou ik dat maar eens heel gauw nakijken! Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Ik heb er niet zoveel zorgen over dat ik als leugenaar word beticht, want ik weet wat er in de overeenkomst is besproken, ik was er zelf bij. De heer Van Rey: Voorzitter, dit luistert heel nauw. Dus de wethouder zegt dat de inhoud van de huurovereenkomst, het concept, is besproken van tevoren met Nautilus voordat ‘ie is verzonden. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Nee, dat zeg ik niet. De heer Van Rey: Wat zegt u dan? Wethouder mevrouw Waajen-Crins: U stelt mij een aantal vragen over de huurovereenkomst. Ik zeg dat ik daarop nu niet gedetailleerd ben voorbereid.
U heeft een brief van Nautilus geagendeerd en ik spreek graag op een ander moment, als ik me daarop heel goed heb kunnen voorbereiden, over die huurovereenkomst en het precieze hoe en wat. Ik doe daar nu verder geen uitspraak over. De heer Van Rey: Oké, dan vraag ik de griffier om dit onderdeel te laten uittypen. U heeft zojuist gezegd dat Nautilus van die concepthuurovereenkomst op de hoogte was. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Nee. De heer Van Rey: Dat hebt u gezegd. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Nee, ik heb bedoeld en gezegd dat wij in de werksessies en in de bestuurlijke overleggen met Nautilus hebben gesproken over een huurovereenkomst. De heer Van Rey: Ja, maar ik neem aan ook over de onderdelen van die huurovereenkomst, de parafen…. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Mijnheer Van Rey, beste commissieleden en voorzitter, er is contact geweest, ook tussen de projectleider en de advocaat van Nautilus, over huurovereenkomsten, en of dat nu het eerste concept was, of het tweede, of het uiteindelijke: als u daar technische vragen over heeft, dan wil ik heel graag de projectleider erbij hebben en dan kunnen we het erover hebben. De heer Van Rey: Ik ben zeer ontevreden, voorzitter. De wethouder, want het gebeurt vaker, heeft zich gisteren ook twee keer op de marge versproken.
Ze zegt eerst dat Nautilus ervan wist, nu zegt ze dat de projectleider erover heeft gesproken in de sessie. Nee, voorzitter, zo is het niet gegaan. Dan kan die brief van Nautilus er niet liggen. Dus ik verzoek de wethouder om vóór Kerstmis een feitenrelaas daarover naar de commissie Ruimte te zenden.
10
De voorzitter: Mijnheer Zwijnenberg had ook nog een woordmelding. De heer Zwijnenberg: Ja, voorzitter, hartelijk dank. Ik leid uit de correspondentie van Nautilus af dat Nautilus van de gemeente Roermond op 28 oktober jl. al de concepthuurovereenkomst heeft ontvangen. Hoewel ik het vertrouwen dat de wethouder in de ambtelijke organisatie heeft op zichzelf kan respecteren, vind ik wel dat zij in ieder geval op de hoogte gebracht had moeten worden, of op de hoogte had moeten zijn, van de einddatum van deze huurovereenkomst. Maar ik neem voor dit moment genoegen met de toezegging dat zij de einddatum van deze huurovereenkomst nogmaals gaat bezien in overleg met de projectleider. Voorzitter. Waar het mij even om te doen is, is wie nou het initiatief heeft bij de onderhandelingen. De wethouder spreekt over het laatste staartje van het proces en gelijktijdig zegt ze “ja, eigenlijk heeft u wel een punt, ik had wellicht iets actiever moeten informeren”, maar ik heb het gevoel dat dat laatste staartje van het proces een steeds langere staart is geworden en ook dat de lengte van de staart niet bekend is. Dus wellicht kan de wethouder ons vandaag meenemen in dat staartje.
Heeft de gemeente het initiatief bij het bijeenbrengen van de partijen, wat moet voor het bijeenbrengen van de partijen nog plaatsvinden, wanneer zijn de volgende workshops gepland en wanneer denkt zij dat er witte rook is uit de schoorsteen, het moment om de commissie en de raad over het bereikte resultaat te informeren? De voorzitter: Mevrouw Waajen. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: U stelt een aantal vragen die ik hier niet ter plekke kan beantwoorden. Ik heb de data van die vervolgworkshops niet in mijn hoofd en ook niet voorbereid, dus ik blijf bij het aanbod dat ik gedaan heb. Ik zal de vragen die nu nog openliggen schriftelijk beantwoorden. De voorzitter: De heer Van Rey had ook nog een vraag. De heer Van Rey: Mijn vraag gaat verder: een feitenrelaas wil ik hebben, want ze heeft nu zoveel keren iets verteld dat ik een feitenrelaas wil hebben met betrekking tot de huurovereenkomst. Ik beperk me tot de huurovereenkomst: een volledig feitenrelaas over wat er wel en niet gebeurd is. De voorzitter: Mevrouw Waajen. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Ik zal u graag een feitenrelaas verstrekken, maar of dat nog voor de Kerst lukt weet ik niet. Ik moet even tellen. Ik heb u ook aangeboden om in de eerstvolgende commissievergadering uitvoeriger over een huurovereenkomst te spreken. Hopelijk heb ik dan meer nieuws en kunnen we in de volle breedte spreken over een aantal vorderingen.
Dus ik zeg u toe dat dat feitenrelaas er komt, maar ik zeg u hier niet tot toe dat dat voor de Kerst kan. De heer Van Rey: Oké. Dank voor die toezegging. Dan hoop ik dat het in ieder geval wel voor de volgende commissievergadering is. Dat kunnen we dan, denk ik, toch wel afspreken. De voorzitter: Ja, is dat de afspraak? Dank u wel, dan hebben we een goede afspraak en u hebt een toezegging gedaan ten aanzien van de einddatum, heb ik begrepen, op de vraag van de heer Zwijnenberg. Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Nou, voorzitter, excuus. Ik denk dat het goed is om in de volle breedte…Kijk, een einddatum kan ik u niet noemen, want dat hangt ook af van een aantal
11 onderhandelingen, maar ook van Nautilus en ook van Helenawerf zelf. We zijn daar met meerdere partijen in. Dus ik vat de vraag van de heer Zwijnenberg op als: neemt u ons dan ook even verder meer in het verdere proces? Want dit hangt ook samen met het stedenbouwkundig concept, afspraken over parkeren in Roerdelta 2, et cetera. Het grijpt allemaal in elkaar. Uw signaal op dit moment is voor mij helder, u zegt: neem ons wat uitvoeriger mee en geef ons ook een procesdoorkijk. Ik mag hopen dat ik u in januari/februari meer kan geven, proces, maar ook inhoud. De voorzitter: De heer Zwijnenberg wil hierop reageren. De heer Zwijnenberg: Ja, voorzitter, dank u wel. In het verlengde van de woorden van de wethouder: dat staartje was al onzichtbaar en werd steeds langer. De lengte van de staart is mij op dit moment wederom niet duidelijk. Omdat de staart steeds, zeg maar, het hoofdthema is geweest, zegt de wethouder zojuist: heb ik de commissie niet geïnformeerd, want ik hikte steeds tegen het einde aan van die staart. Voorzitter, die staart kan zomaar tot de zomermaanden duren en dat is, denk ik, als het gaat om actieve informatieplicht veel te langdurig. Ik zou de wethouder dan graag willen meegeven om deze commissie onder geheimhouding gewoon mee te nemen in het proces, opdat dit soort discussies, zoals vanavond, niet opnieuw gaan ontstaan.
Wethouder mevrouw Waajen-Crins: Heel graag! De voorzitter: Mijnheer Van Rey. De heer Van Rey: Als dit agendapunt is afgerond, voorzitter, heb ik nog een punt van orde. De voorzitter: Goed. De toezegging van mevrouw Waajen op de vraag van de heer Zwijnenberg staat ook, dat de commissie bijgepraat wordt onder geheimhouding. Dan gaan we dit agendapunt toch echt verlaten, maar het wordt zeker vervolgd.