Excerpt commissievergadering BS 16 maart 2021 (ter inzage)
Tekst van het document
Excerpt commissievergadering BM, BS, RU 16 maart 2021 Voorzitter: de heer A.C.P. Peters. 8. Coronafonds vierde kwartaal 2020. De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Ik zie dat Wim Maassen inmiddels ook aangesloten is, en in beeld. Dirk Franssen, Marc Breugelmans en Jos van Rey heb ik gezien, die net niét in de vergadering zaten. Wij starten met agendapunt 8 en spreken het volgende af. Er komen een hele hoop vragen en niet op elke vraag kan een antwoord gegeven worden, denk ik. Als het voor de raads- en commissieleden niet helemaal duidelijk is, is het helemaal niet zo’n probleem om een vraag nog een keer schriftelijk te stellen via de griffie aan het college. We zullen proberen vandaag zoveel mogelijk over de bühne te krijgen, andere mogelijke vragen zullen worden genoteerd en via de griffie doorgegeven. Dat kunt u ook morgen nog doen, als u vindt dat u niet voldoende antwoord hebt gekregen. Ik kan u niet beloven dat het allemaal zal lukken zoals u graag zou willen, maar we willen in ieder geval wel zoveel mogelijk duidelijkheid hebben over corona. Aanvankelijk had ik gevraagd of de burgemeester ook zou aansluiten, en eventueel ook een andere portefeuillehouder, mevrouw Waajen, maar die hebben via een brief laten weten dat dat niet de bedoeling is en dat mevrouw Smitsmans ‘coronawethouder’ is. Dat is hun goed recht en daar hebben we het maar mee te doen.
Dus mevrouw Smitsmans is in dezen de trekkende portefeuillehouder en zal dat als zodanig ook, zoals we gewend zijn, met verve doen. Ik ga het rijtje af zoals het bij mij binnengekomen is en begin nu niet met de heer Oele, maar met de heer Van Rey. Wethouder mevrouw Smitsmans-Burhenne: Voorzitter! De voorzitter: Ja? Wethouder mevrouw Smitsmans-Burhenne: Twee dingen. Een: ik ben de trekker van het coronafonds en niet van corona. En als het goed is, zijn er in overleg met u ook twee ambtenaren ingelogd, Rob Maassen en Joep Ewals, die eventueel ook vragen zouden kunnen beantwoorden die heel technisch zijn met betrekking tot het coronafonds. De voorzitter: Ik heb de namen genoteerd. Als dat nodig zou zijn, is dat heel prettig, als er maar antwoorden komen; daar gaat het om. Dank u wel, portefeuillehouder. En we wisten dat u van het coronafonds de trekkende portefeuillehouder bent. Voor mij is ‘corona’ en ‘coronafonds’ allemaal hetzelfde, maar ik begrijp wat u bedoelt te zeggen. Het woord is aan de heer Van Rey. In zijn nabijheid zit de heer Franssen, die gezamenlijk met de heer Van Rey wat vragen heeft. Ik geef ook even de andere namen door, zoals die op mijn lijstje staan: de heer Breugelmans hierna, de heer Maassen, de heer Coenen, de heer Nizet, de heer Oele, mevrouw Sanders en de heer Kalthoff. In die volgorde zal ik hen het woord geven. Ga uw gang, mijnheer Van Rey.
De heer Van Rey: Voorzitter. Ik vind het bijzonder jammer dat alleen de coördinerend portefeuillehouder coronafonds aanwezig is. De LVR-fractie had een brief naar u gestuurd met het verzoek hierover coronabreed te praten, maar ik kan niet anders dan tot de conclusie komen dat de burgemeester en wethouder Waajen wegduiken voor hun verantwoordelijkheid. Ondernemend Roermond, maar ook vele burgers zullen dat niet begrijpen.
2 Over het coronafonds valt nu al heel veel te zeggen, maar dit is natuurlijk nog te vroeg. In de raadsinformatiebrief staan cijfers waarop collega Franssen dadelijk uitvoerig terug zal komen en over een aantal weken verwachten wij weer de rapportage over het eerste kwartaal van dit jaar. Laat ik beginnen met het volgende. Ik heb het al een keer gezegd, maar ik wil het wederom herhalen, temeer omdat de LVR-fractie nu in de raadsinformatiebrief gelijk krijgt. Na het instellen van het coronafonds heeft het college van B&W nagelaten om er bekendheid aan te geven. Terecht wordt in de raadsinformatiebrief van 2 maart dan ook opgemerkt dat, en ik citeer: “steunmaatregelen ondernemers nog onvoldoende bekend zijn”. Er zal dus, staat er, ingezet gaan worden op aanvullende communicatie. Hoé, wil ik graag weten, en welke steunmaatregelen zijn hier bedoeld? Zijn er ook vragen bij de gemeente binnengekomen van ondernemers en zijn die gewezen op andere regelingen? Ik heb het dan niet alleen over de rijksregelingen, maar bijvoorbeeld ook over provinciale regelingen. De provincie heeft ook initiatieven ondersteund en volgens mij heeft Roermond niet één ondernemer daarheen doorverwezen. Klopt dat? Ik heb het eens even nagekeken. De horeca Venray ontving 7.500 euro voor een horeca-app. Daar had de horecacluster Roerkade denk ik ook wel aan kunnen mee werken.
Dan was er een platform Inspirerend Limburg, daar hebben ze 50.000 euro aan betaald. Dat is meestal voor Zuid-Limburg, Midden-Limburg komt daar nooit mee aan bod. Dus graag wat duidelijkheid, omdat de provincie de laatste dagen ook weer een grote broek aantrekt. Ik wil weten hoe dat vanuit Roermond is gebeurd. Voorzitter. Dit was de inleiding. Tweede punt is de openheid. Het eerste besluit uit het coronafonds was het B&W-besluit met bijlagen openbaar. Daarna moet de LVR-fractie iedere keer alle bescheiden opvragen. De LVR-fractie blijft vechten voor openheid. De geheimhoudingscultuur van GroenLinks, CDA, D66 en Demokraten Swalmen moet doorbroken worden. Als we nu verkiezingen zouden hebben voor het lokaal bestuur, dan neem ik aan dat iedereen zich schaamt dat het de afgelopen jaren zo is gegaan, maar ik wijs erop dat het onbegrijpelijk is dat het gebeurt. Voorzitter. Of iedere uitkering uit het coronafonds ook daadwerkelijk zo bedoeld was, zal later wel duidelijk worden. Wij stellen dan ook voor, er zijn andere problemen, maar wij willen het toch even noemen: hopelijk ligt deze crisis in de loop van dit jaar achter ons, en dan willen wij een evaluatie. Ik vraag dan ook de collega’s om na te denken over het houden van een hoorzitting zodra we dit allemaal achter de rug hebben. Dan kunnen we met die ervaringen in ieder geval in de toekomst weer wat leren.
Als we kijken naar de uitgaven vanuit het coronafonds, met name het collegebesluit van 22 december 2020, daar zal collega Franssen dadelijk uitvoerig op ingaan, dan beperk ik me eventjes tot de constatering dat de BIZ Binnenstad en Citymanagement goed aanwezig zijn bij de uitkeringen. De BIZ haalde alleen al zelf meer dan 600.000 euro op in de binnenstad. U weet: de LVR geeft meer de voorkeur aan individuele ondernemers dan organisaties. Ook hebben we gezien dat Citymanagement, of gelieerd daaraan, meer dan één aanvrage heeft ingediend, terwijl dat eigenlijk niet zou kunnen. Wij vragen ons ook af: wat brengen die uitkeringen aan de BIZ en Citymanagement voor de individuele ondernemers? Voorzitter We hebben ook gezien dat de Straatvereniging ..[00:08:11].. Roermond een online fashionevenement gesubsidieerd krijgt, een uitkering krijgt van 11.590 euro, ook weer gelieerd aan Citymanagement. Mijn vraag is dan ook: zijn de individuele ondernemers daarbij gebaat, of gaat dat geld alleen maar op aan een ICT-bedrijf? Wij hebben over vele uitkeringen als LVR-fractie vragen, en die stellen wij dan ook aan het college van B&W, maar antwoorden krijgen we zelden. Dus ik roep nogmaals op: als wij vragen stellen, ook buiten deze vergaderingen, dan verwachten wij daar antwoord op. Doet u dat niet, dan komen er WOB-verzoeken en dan is het nog veel erger, denk ik.
Het tweede punt dat ik zou willen noemen, is dat in de toekenningsbrieven de volgende zin is opgenomen, en ik citeer: “Om de lokale economie te ondersteunen, vragen wij u deze ondersteuning zoveel als mogelijk lokaal te besteden.” Prima, geweldig, maar bij vele ondernemers, en ook bij de LVR, heeft dat toch de wenkbrauwen doen fronsen, want het
3 college van B&W hanteert dat uitgangspunt niet, helemaal niet, zelfs niet in coronatijd. Want de LVR weet dat bij vele aanschaffingen het tegendeel gebeurt. Ook daarover zijn artikel 43vragen in voorbereiding, want dan hebben we het over een containerwagen, tractors en pickupbussen waar Roermondse bedrijven allemaal op hebben ingeschreven en niets hebben gekregen. We hebben vorige week als LVR-fractie vragen gesteld over de betalingen door de gemeente. De vraag over de snelheid van betalingen in de coronacrisis hebben we er buiten gelaten, om die vanavond te stellen, anders krijgen we het verwijt dat we die de vorige keer hebben gehad. Dus we willen weten of de leidraad zo is, zoals de provincie ook heeft geschreven – maar ja, die hebben meer dan een miljard in kas, dat is dan vrij makkelijk altijd –: zo snel mogelijk nota’s betalen. Ik ben benieuwd. Voorzitter, het derde punt. De LVR heeft meerdere mails en brieven gezonden over de gevolgen van corona, en dan blijft het gewoon stil. We krijgen geen antwoord. Ik heb net al gezegd dat we over individuele zaken vragen stellen en dan ook geen antwoord krijgen. Op 25 mei heeft de fractievoorzitter van de LVR een vraag gesteld over een pilot van de terrassen – ik zal daar dadelijk meer over zeggen –, geen antwoord op gekregen.
Collega Loganathan heeft over de uitvoering van de motie ‘Startende ondernemers’ op 22 februari, 18 dagen na het aannemen van die motie, vragen gesteld. Geen antwoord. Ook daarop kom ik dadelijk terug. Als dat ook de werkwijze is bij vragen van ondernemers en burgers over corona, dan is dat bijzonder treurig. Vierde punt, voorzitter. Het kabinet heeft vrijdag jl., op 12 maart, enkele dagen geleden, een brief gestuurd naar de Kamer – ik heb hem hier voor me –, ‘Aanvullingen op het economisch steun- en herstelpakket’. In die brief wordt uitvoerig ingegaan op de TONK, de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten, een regeling die wij in ieder geval van harte toejuichen. Niet afgelopen week, maar de week daarvoor, hebben de wethouders in Nederland een brief van het kabinet over de doelstelling van de TONK ontvangen. Ook is gevraagd om de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten, de TONK, ruimhartig toe te passen. In de brief van het kabinet staat op pagina 5, voor degenen die die brief voor zich hebben liggen bij de voorbereiding, dat steeds meer gemeenten inmiddels duidelijk wordt hoe zij de TONK gaan invullen. In de raadsinformatiebrief van de gemeente van 2 februari jl. staan een aantal paragrafen over de TONK. Ik was er blij mee toen ik dat las. En natuurlijk had ik verwacht dat er in de raadsinformatiebrief van 2 maart iets over zou staan. Maar niets, nada.
In de raadsinformatiebrief van 2 maart staat: “Uit gesprekken met stakeholders blijkt dat de steunmaatregelen voor ondernemers nog onvoldoende bekend zijn.” Ik heb dat citaat straks al genoemd. Verder niets, nul komma nul. Voorzitter, waarom is er niets vermeld in de laatste raadsinformatiebrief? Is er niets gebeurd? Wat is de stand van zaken? Kunnen de starters, met name bijvoorbeeld de starters waarover we toentertijd spraken in Swalmen, die financieel in de knel zijn geraakt, met deze regeling geholpen worden? In de brief van het kabinet staan voorbeelden genoemd van iemand die een caféonderneming heeft en iemand die een kledingzaak heeft. Mijn vraag is: heeft de wethouder ook al voorbeelden in Roermond? Kent de wethouder die? Zijn er al aanvragen binnengekomen? Is er overleg geweest met de brancheorganisaties hierover? Dus, voorzitter, ik zou daar graag wat nadere informatie over ontvangen. Voorzitter, dan kom ik bij iets wat eigenlijk een schande is: de geamendeerde motie voor startende ondernemers. Op 4 februari is de motie aangenomen en op 22 februari is door collega Loganathan een tussenbericht gezonden met de vraag “hoe staat het ermee?”. Geen reactie. De ernst van de situatie wordt totaal onderschat. Dit is ook een minachting van de raad.
Waarom is er in de raadsinformatiebrief van 2 maart niets vermeld, waarom is voor deze commissievergadering niets vermeld? Het enige wat we hebben van die raadsvergadering is het stenogram, en dat heb ik nog eens nagelezen. Ik moest er werkelijk bij grijnzen dat er twee argumenten werden gebruikt. Ja, de provincie zegt tegen ons “je moet er niet aan beginnen”. Nou, de provincie zegt wel meer wat niet deugt. En: we hebben 800 starters gehad, daar is geen beginnen aan. Voorzitter, wij hebben ook eens een keer een steekproefje gedaan. Van die
4 800 starters die ingeschreven staan zijn er honderden die vanuit een herstructurering en een fiscale uitdaging een inschrijving hebben gedaan. Ik denk dat er, à la de twee startende ondernemers in Swalmen, hooguit 20 grote, ernstige financiële problemen zijn bij starters. Maar dan moet je het wel weten. Ik wil weten welke inspanningen het college van B&W heeft gedaan om te weten te komen hoeveel mensen dat zijn. Hebben zich nog mensen spontaan gemeld? Wat is er gebeurd? Is er contact geweest met de banken? Die weten er het eerste van. Wat Roermond wel weet, is dat we 148 bedrijven in Midden-Limburg de komende drie jaar zullen helpen. Ik haal dat uit de Corona-aanpak van Midden-Limburg, pagina 14, voor degene die die nota voor zich heeft liggen. Bij speerpunt 6 staan in ieder geval voor ondernemers, en zeker voor startende ondernemers, behartigenswaardige woorden. Waarom wordt dat dan niet in praktijk gebracht? Op pagina 17 staat dat de steunmaatregelen voor ondernemers, het speerpunt 6 van die Corona-aanpak van Midden-Limburg, gaan over advisering van de ondernemers. De dekking voor speerpunt 6 zit vooral op de middelen van het Rijk voor de ondersteuning aan zelfstandige ondernemers vanuit de TOZO. Mijn concrete vraag aan u is: is dat de TONK? Want daar is de TONK niet voor bedoeld.
De TONK is juist bedoeld voor die noodzakelijke kosten voor mensen die in de knel zijn gekomen, en dan kom je met name natuurlijk ook bij degenen die starters zijn. Ik mag toch aannemen dat hier niet bedoeld is, in het stuk op pagina 17, dat de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten opgaat aan adviseurs en communicatiebureaus? Laat ons daar in godsnaam niet aan beginnen, want daar hebben de burgers niets, nul komma niets, aan en de ondernemers ook niet. Ik wil dit even afsluiten met de vraag, en ik vraag mijn collega’s daar ook op te reageren, wat men ervan vindt dat de raad zes weken na een aangenomen motie nog niets heeft vernomen, terwijl het, en dat hebben de ondernemers ook nog in de media gezet, kantje boord is, erop of eronder. Het dringt niet door. We hebben 220 horecabedrijven in Roermond en wie zijn levenswerk als zand door zijn vingers voelt glippen, gaat daar aan onderdoor. Maar dat is bij dit stadsbestuur nog niet doorgedrongen. Geen enkele raadsinformatiebrief, een beetje empathie voor degenen in de retail, in de horeca, in de evenementen, in de kermis die in de verdrukking zijn gekomen. Ik kan daar niet tegen, voorzitter. De horecabranche heeft nog steeds geen perspectief, maar ook, helaas, geen aandacht van de stad Roermond, althans van dit college en de coalitiepartijen, minus Demokraten Swalmen, die in ieder geval de aanjager van de motie waren.
In de raadsinformatiebrief van 2 februari waren aan de horecabranche zes regels gewijd. Een geweldige empathie spreekt daaruit! In de raadsinformatiebrief van 2 maart waren het er meer: zestien regels. Daar is besloten om geen aanslagen precariobelasting terrassen in 2021 op te leggen. Chapeau! Men moet zich schamen! Voorzitter ik kom daar dadelijk eventjes op terug. Volgende week dinsdag is er een nieuwe persconferentie en hopelijk komt er dan perspectief voor de horeca. Stel dat de terrassen op 31 maart a.s. opengaan, dan wil ik vragen of het college daar ook op voorbereid is. Ik wil ook vragen of, wanneer volgende week dinsdag bekend wordt gemaakt dat we, zoals ook met evenementen, met pilots gaan werken voor de terrassen, Roermond daarvoor klaar is. De horecaondernemers zijn klaar. Als dan in de raadsinformatiebrief van 2 maart staat dat terrasoverkappingen toegestaan zijn, dan vraag ik me werkelijk af of de wethouders en de burgemeester weten wat dat betekent, ‘toegestaan zijn’. Weet men welke regels daar allemaal voor zijn? Je moet aanleveren: een situatietekening, een bouwtekening, constructieve gegevens, een berekening en een certificaat, de technische omschrijving, de wijze van verankering, de ventilatiecapaciteit, de blusmiddelen, de nooduitgangen, de vluchtrouteaanduiding op de tekening. Hoogst uitzonderlijk heb ik daar rechtstreeks met ambtenaren over gesproken.
Dit kan toch niet waar zijn! Voorzitter, daar zijn meer kosten mee gemoeid dan zo’n terras ooit zal opleveren. Voorzitter. Ik heb daarstraks al gezegd dat de fractievoorzitter van de LVR, de heer Peters, een vraag heeft gesteld over die pilot. Geen antwoord op gekomen. Wij denken mee, we komen met voorstellen, maar het college blijft stil. Stelt u zich eens voor: de horeca is bijna 229 dagen in het laatste jaar dicht, geen inkomsten. De wethouders en de burgemeester krijgen iedere
5 maand 8000 euro bruto overgemaakt en die kunnen zich blijkbaar niet voorstellen wat het betekent dat mensen al acht manden geen inkomen hebben. Geen enkele empathie, heb ik gezegd. Roermond denkt gul te zijn door de precariobelasting in 2021 kwijt te schelden en in 2020 voor de maanden dat het dicht was, waar de BsGW een geweldige opgave mee heeft; daar komen ze ook niet uit. Voorzitter, andere gemeenten doen veel meer voor de getroffen ondernemers. Ik heb hier een brief bij me van een wethouder van Venlo van 4 maart 2021. Wat doen ze? Geen BIZ-bijdrage, natuurlijk ook geen precario voor de terrassen, en uitstel van betaling van de gemeentelijke belastingen. Wij hebben dat vorig jaar voorgesteld, maar deze coalitie van GroenLinks, CDA, Demokraten Swalmen en D66 heeft geen hart voor de horeca. Ze staan het wel in de sociale media te roepen, maar als puntje bij paaltje komt, zegt men ‘nee’. Wij komen op 8 april weer met moties daaromtrent. Wij zijn roependen in de woestijn geweest. De horecaondernemers die nu de aanslag hebben gekregen, hebben het niet van de precario gekregen, helemaal niet. Maar die gaan dan de BsGW bellen en hebben het dan over: ik kan geen gebruikmaken van mijn exploitatieruimte, moet ik toch gebruik betalen? De BIZ: ik heb acht maanden niet kunnen functioneren.
En weet u wat het antwoord is? Het zal wel ingestudeerd zijn, zeg ik via u, voorzitter, tegen de heer Schreurs: als je al iemand te pakken krijgt bij de BsGW, dan word je verwezen naar de gemeente Roermond. Dus alle ondernemers die daarmee vechten gaan nu gespecialiseerde bureaus inschakelen om de BIZ- en de gebruiksaanslagen aan te vechten. Het is toch logisch, zoals andere gemeenten dat ook doen, om in die sector, waarvan sommigen nog een ‘to go’ hebben, maar bij anderen helemaal niets is binnengekomen, die bijdrages niet te vragen! Waarom heeft niemand op het stadhuis daarover nagedacht, een beetje empathie getoond? Nul! Ik denk dan ook dat we verder moeten gaan dan hetgeen is vermeld in de raadsinformatiebrief van 2 maart jl. Voorzitter, over de evenementenbranche. Ik moet u eerlijk zeggen: ik heb nooit geweten hoeveel werkgelegenheid gemoeid is met die evenementenbranche in ons land. Gigantisch! Daar zijn mensen bij die sinds vorig jaar 14, 15 maanden geen enkele euro hebben binnen gekregen, nul. En als de partner nog werkte, zijn ze helemaal de sigaar. Daar heb ik mee te doen. Ik ben heel blij dat er experimenten zijn met fieldlabs van meneer Lubbers, maar die experimenten zijn allemaal in de Randstad. Ook daar is in de raadsinformatiebrief van 2 maart iets over gezegd: 20 regels over evenementen. Nul empathie. En van die 20 regels gaan er nog 10 over The Passion.
Ik heb ook begrepen dat, als de terrassen opengaan op 31 maart, de terrassen op het Munsterplein niet open mogen vanwege The Passion. Iedereen verheugt zich erover, niet alleen de burger, de consument, de bezoeker van onze stad, maar vooral ook de horecaondernemers, en dan zou dit niet mogen! Ik heb gelezen dat er een landelijke subsidieregeling is voor extra kosten die gemeenten moeten maken voor dranghekken, handhavers e.d. Dat staat ook in een brief van het kabinet aan de Tweede Kamer. Op de website van de gemeente Roermond wordt nu groots de evenementenkalender aangekondigd, een grote dode mus, maar degenen die over die evenementen willen nadenken en ontwikkelen weten helemaal niets over die subsidieregeling. Dus mijn concrete vraag, en die moet niet doorgeschoven worden, want op het stadhuis werken honderden mensen en wij zitten maar in ons eentje met negen mensen in de fractie, en commissieleden, daarover te werken: ik wil weten of dat ook aangevraagd is geworden en, als dat niet gebeurd is, waarom niet. En als dat wel gebeurd is, dan wil ik die aanvraag zien. Evenementenondernemers kunnen dat niet aanvragen, alleen de gemeente. Voorzitter, het volgende punt dat ik wil noemen is de kermis. Roermond was vroeger een kermisstad. Daar is weinig van te merken. Ja, we hebben op het Oude Kerkhof een zogenaamde rondleiding van de kermisfamilies.
Weet u dat er kermisondernemers zijn die vanaf oktober 2019 geen enkele kermis hebben gedraaid, geen inkomen hebben gehad? Gelukkig zijn vorig jaar in Nederland 150 kermissen wel doorgegaan en dat heeft, zo is ons ook door het RIVM bericht, tot geen extra besmettingen geleid. Maar het lokaal bestuur moet zich wel eventjes inspannen. Over de kermis is in de raadsinformatiebrief van 2 februari geschreven dat de carnavalskermis niet doorgaat en dat in het laatste weekend van mei traditioneel de
6 voorjaarskermis staat gepland, maar dat het nog onduidelijk is of deze door kan gaan. Laat ons daar ook, zoals bij de evenementen, een experiment van maken. Ik heb begrepen dat Roermondse kermisondernemers het stadsbestuur hebben voorgesteld om de kermis te houden op het Solarterrein. Je kunt dat prachtig afbakenen. Bij de kermissen in Tilburg, Zevenaar, Oss en andere steden in dit land hebben we gezien dat dat heel eenvoudig kan, ook met beperking van het aantal mensen. Ook daarvoor is die subsidieregeling die ik net noemde. Is er wel een positieve grondhouding bij het college? Nee, die is er niet. Als een kermisexploitant in Swalmen op z’n eigen terrein een aantal food to go-producten wil doen, dan zegt de gemeente: mag niet! Ik heb die kermisondernemer gezegd: gewoon doen, ze kunnen je echt niks maken, en als ze je iets maken, dan komen wij je wel helpen. Is dat de positieve grondhouding, is dat hetgeen vanuit het stadhuis wordt uitgedragen naar buiten? Men moet zich schamen. Het is een woordje dat de laatste dagen veel door het CDA gebruikt is in de verkiezingscampagne: ‘schamen’. Vier jaar niks zeggen en één dag voor de verkiezingen zeggen ‘schamen’. Voorzitter, ik kom op nummertje negen: de Corona-aanpak Midden-Limburg. Ik heb het boekwerk tot mij genomen. Prachtige p.r.
allemaal met aankondigingen op de website, gemaakt door Public Result, begeleid door ambtenaren en bobo’s, maar het gaat volledig voorbij aan het kernpunt. Ondernemers hebben behoefte aan liquiditeit, ruimte en tijd voor het inhalen van financiële schade en aan overheden die niet tegenwerken. Daar hebben ondernemers behoefte aan. Wat heeft die studie gekost? En Public Result heeft dat voor vele gemeenten gedaan. Die studie heeft misschien meer gekost dan de kwijtschelding van de precariobelasting. Ik pak de nota er even bij. Achter mij, maar dat kunt u, denk ik, niet zien, heb ik al zes ordners staan betreffende de coronaproblematiek, opdat later die evaluatie goed zal kunnen plaatsvinden. En dan wordt in een ronkend persbericht gezegd: we gaan 10 miljoen uitgeven! 10 miljoen, en dan staat erbij: steun voor ondernemers van die 10 miljoen 337.170 euro. Ik heb daarstraks al eventjes iets gezegd over de TONK. Wij gaan weer de verkeerde weg op. Ondernemers hebben niks aan adviseurs die nooit een eigen bedrijf hebben gehad en nu komen vertellen hoe het gaat. Ik heb het eerder gehad over dat speerpunt 6, over die 148 bedrijven in drie jaar, ZuidLimburg spreekt over een Herstelplan corona, dat vind ik al wat beter dan de corona-aanpak, en met veerkracht uit de crisis. Met die nota komen we niet uit de crisis. Die nota is werkverschaffing voor adviesbureaus, en dat vind ik jammer.
Voorzitter. Vandaag heeft de CDA-fractie in Provinciale Staten gevraagd om de gemeenten te ondersteunen. Daarbij hadden ze het over het Herstelplan van Zuid-Limburg, maar ze hadden ook een opmerking over Midden-Limburg. Concreet is mijn vraag: wat gaat de gemeente nu doen? Want als we doornemen wat op pagina 16 van die nota staat, 10 miljoen uitgeven: ondernemers zijn nu geholpen met andere zaken dan mobiele arbeidsmarkt. Natuurlijk, dat komt wel een keer aan de orde, maar dat is nu niet het belangrijkste punt. Voorzitter. Ik sluit af met het tiende punt dat ik wilde bespreken, en dat is het inschakelen van het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf. Er is een B&W-besluit genomen op 23 februari 2021 en daarmee gaan wij als onderdeel van de corona-aanpak zorgen voor een aanspreekpunt voor zelfstandigen met een hulpvraag. Berekend is dat dat voor Roermond over 55 ondernemers zou gaan. Voorzitter, laat me niet lachen. Waarom zijn er nog geen faillissementen? Omdat de Belastingdienst nu optreedt als bankier en de banken nog niet de duimschroeven hebben aangedraaid. Dat is de reden. Was dat wel gebeurd-, en ik voorspel u: in het derde kwartaal van dit jaar komt er een ramp over Nederland met betrekking tot faillissementen, omdat overheden het verkeerd aanpakken: 10 miljoen uitgeven waar de ondernemers weinig tot niets aan hebben.
Ondernemers hebben nu in ieder geval iets aan hulp, financiële hulp, of daarover na te denken, of kwijtschelding op de lange termijn. Voorzitter. Ondernemers hebben behoefte aan een lastenverlichting en niet aan een Roermondse overheid die de lasten alleen maar heeft verhoogd. Ondernemers hebben behoefte aan een lastenverlichting in plaats van gesubsidieerde adviseurs die het beter weten. Voorzitter. De
7 problemen bij en van de ondernemers zijn niet direct op te lossen met een adviseur erbij, daar moeten financiële oplossingen voor komen. Voorzitter. Ik hoop een positieve bijdrage te hebben gegeven en ik ben benieuwd naar het antwoord. Inmiddels heb ik begrepen dat alleen de wethouder antwoord gaat geven. Dat vind ik bijzonder jammer. Maar mochten daar toezeggingen uitkomen, dan hoop ik dat die toezeggingen worden nagekomen, want daar schort het ook nog wel eens een keer aan. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: In navolging van u: de heer Franssen. De heer Franssen: Ja, dank u, voorzitter. Het is een lijdensweg. Op 1 april krijgen wij ’s avonds een lijdensweg door de stad Roermond die niks oplevert voor de horeca, voor de ondernemers en de hotelleriebranche, en ook de aanpak van het coronafonds is een lijdensweg. Ik zal mijn collega’s beloven dat ik in elk geval qua tijd minder tijd kwijt ben dan collega Van Rey, want wij hebben daarin de zaken verdeeld. Maar het is een lijdensweg en u hoorde aan de stevige en emotionele bijdrage van collega Van Rey dat wij als LVR-fractie zeer treurig zijn. Ik kom meteen to the point waarom wij zo treurig zijn, en dan ga ik natuurlijk naar de raadsinformatiebrief inzake rapportage coronafonds vierde kwartaal. Ik reken het de collega’s even voor. Ad 1. De bijdrage voor de 1,5-metersamenleving. 1.950.000 euro werd er aangekondigd.
In kwartaal drie zat er nog 1.929.000 euro in het potje. Kortom, nog geen 30.000 euro was eruit. Nu zit er nog 1.836.000 euro in het potje. Met andere woorden: er is in drie maanden tijd 100.000 euro uitgekeerd. Ad 2. De Verordening Coronafonds. Ook daar zat 1.950.000 euro in het potje. In het derde kwartaal resteerde nog 1,8 miljoen euro en nu een dikke 1,6 miljoen euro. Er is 119.000 euro in drie maanden uitgekeerd. Voorzitter. Steun aan ondernemingen, in welke branche dan ook, en steun voor de aanpak van de 1,5-metersamenleving, het is alleemaal steun die nodig is, maar in dit tempo hebben we met Sint Juttemis die potjes nog niet opgemaakt. Wat is eigenlijk de bijdrage van dit coronafonds aan de Roermondse samenleving en aan de Roermondse ondernemingen? Dat brengt mij op één dubbel punt ten opzichte van de bijdrage van collega Van Rey, en dat zal ook gelijk het enige zijn: de geamendeerde motie. De LVRfractie was vanaf 20 mei 2020, toen dit coronafonds werd ingesteld, een van de eerste met concrete voorstellen. Andere fracties hadden ook concrete voorstellen. Toen is er een oproep gedaan: dien die in bij het college, of het nu met een motie is, of met een memo, of met een notitie, dien het allemaal in! De LVR-fractie heeft meerdere keren zaken ingediend, ofwel met een motie, ofwel op een andere manier, maar daar zit hetzelfde tempo in.
Het duurt tot Sint Juttemis voor je antwoord krijgt, of voordat je een concrete reactie krijgt dat er iets mee gaat gebeuren. Als je concrete situaties indient, als je voorstellen indient, gebeurt er niks mee, en dat is die lijdensweg, diezelfde lijdensweg die ons 1 april boven het hoofd hangt en waar geen enkele ondernemer in de binnenstad iets aan heeft. Voorzitter. Ad 3: Gederfde inkomsten & extra kosten. In de vorige raadsinformatiebrief stond er nog een mooie uitsplitsing. Waar wij van het Rijk tegemoetkomingen kregen, dat stond helemaal netjes uitgesplitst en vervolgens werd aangegeven wat we al binnen hadden gekregen. Ik vind de ‘ad 3’ in deze raadsinformatiebrief een beetje mager en ik begrijp ook niet goed wat er staat. Er staat dat wij bij de septembercirculaire hebben besloten om de tegemoetkoming van het Rijk van bijna zevenhalve ton te storten in het fonds, dat de begrote uitgaven bijna 1,2 miljoen bedragen en dat er nog een restantbedrag zou zijn van 650.000 euro. Voorzitter. Mij hebben ze vroeger hoofdrekenen geleerd en zevenhalve ton en zesenhalve ton is in elk geval meer dan 1,2 miljoen. En vervolgens snap ik ook niet wat er staat: wij hebben iets gekregen, dat komt in het fonds, wij hebben meer uitgaven en dan resteert er toch nog iets in het fonds.
Kunt u even uitleggen hoe ik dit ‘ad 3’ moet lezen? Het is in ieder geval wat mij betreft minder duidelijk dan de vorige raadsinformatiebrief.
8 De heer Van Rey heeft ook al gerefereerd aan de raadsinformatiebrief van 2 maart. Ik zou daar nog één citaat uit willen voorlezen. Dat betreft de lobby van meerdere grensgemeenten en de provincie over de verlaging van btw. In de laatste alinea staat: “Waar mogelijk en indien aan de orde, blijven wij samen optrekken.” Kan de portefeuillehouder uitleggen wat “waar mogelijk en indien aan de orde” betekent? Wat de LVR-fractie betreft moet dat zijn: continu vooroplopen en hard aan het werk zijn, en niet “waar mogelijk en indien aan de orde”. Nee, actie, actie, actie! Waar wel actie is, voorzitter, en daar heb ik in het debat omtrent afval ook al met collega ..[0:40:27].. over gedebatteerd, maar ik ben blij dat vanavond in elk geval wel de wethouder voor financiën aanwezig is – overigens heb ik ook nog wel een puntje voor wethouder Evers, maar die hoort dat dan wel via het collegiaal bestuur, of misschien kan daar dadelijk nog een andere wethouder op reageren, wellicht de coördinerend wethouder coronafonds –, is het volgende. Ik ga even naar de specificatie van een aantal uitkeringen van het coronafonds die met name collega Van Rey heel specifiek onderzoekt. Eén daarvan is toch wel zeer bijzonder.
Op 22 december 2020 – dat valt dus in het vierde kwartaal en daarom neem ik hem hier mee – heeft het college besloten om onder de streep 120.000 euro van additionele afvalkosten die de gemeente maakt uit het coronafonds te betalen. Met andere woorden: van de 190.000 euro is 120.000 euro een kat in de zak voor de gemeente zelf. Tijdens het afvaldebat kreeg ik daar geen antwoord op, maar dit is de verantwoording over het vierde kwartaal corona en daarom nogmaals de vraag: waarom moet er uit het coronafonds 120.000 euro aan additionele afvalkosten worden gedekt? Waar is dat voor? Leg dat alstublieft uit en leg dat ook uit aan de Roermondse inwoner en de Roermondse ondernemer. Datzelfde geldt bij de post overhead, dat er in totaal voor 23.000 euro aan huur ten behoeve van inrichting van thuiswerkplekken uitgegeven is. Graag hoor ik waar dat specifiek voor is, waarom dat zo duur moet zijn en of – en dat is nog veel belangrijker – dat ook geld is dat besteed wordt, zoals collega Van Rey al gezegd heeft, waar wij veel meer aandacht voor vragen, bij lokale, of in het ergste geval regionale ondernemingen. Dus dingen die wij doen als gemeente uit dat coronafonds, wordt daar ook echt als prioriteit 1 gekeken naar lokale en regionale ondernemingen, om daar die middelen te besteden? Voorzitter, ik ga afronden, want ik had u beloofd dat ik het in mijn bijdrage wat korter zou houden.
De heer Van Rey heeft ook gesproken over de brief van Venlo. Daar wil ik één item uit lichten. Er staat dat in de gemeente Venlo al op 16 maart 2020, vrij kort dus na het ontstaan van de problematiek, een ondernemersloket is ingericht. De LVR-fractie heeft bij de begrotingsbehandeling en de jaarrekening vragen gesteld over de bedrijfscontactfunctionaris. Niet over alles wat de gemeente doet horen wij positieve geluiden, maar over de bedrijfsfunctionaris waren de ondernemers in ieder geval zeer content. Het komt niet vaak voor, maar het is toen ook door mij gezegd: daar waren ze zeer content over. Op die functionaris is bezuinigd. Hij is er niet meer, waar hij naartoe is weet ik niet, maar hij is weg, en dat is nu juist iets wat wij in deze tijd nodig hebben. Dus, voorzitter, hoe is de gemeente bezig met dat ondernemersloket en op welke manier is de laagdrempelige benadering mogelijk vanuit ondernemers richting de gemeente, nu die bedrijfscontactfunctionaris er naar onze informatie er al gewoon een tijd niet meer is en er ook geen opvolging is? Dat is één heel bijzonder aspect uit de brief, en een ander…. De voorzitter: Ik hoor geen geluid meer, meneer Franssen. De heer Franssen: O, ik had per ongeluk op het knopje geduwd. Ik ga ervan uit dat u gehoord hebt dat ik naar het toetje ging.
Dat toetje ligt deels op het vlak van portefeuillehouder Evers, maar zeker in crisistijd moeten wij niet-, en de heer Van Rey heeft al gezegd: in plaats van lasten te verlagen – daarom heeft de LVR-fractie ook tegen de begroting gestemd –, worden hier in Roermond alleen maar lasten verhoogd voor te veel verkeerde hobby’s. Voorzitter. Parkeren. De LVR-fractie is in het bezit van informatie en een brief van BIZ Binnenstad-ondernemers Roermond – die gericht is aan het college van burgemeester en
9 wethouders en niet aan de raad, maar wij hebben die evengoed –, dat er een discussie is in crisistijd over de hoogte van de tarieven van de parkeerkaarten, u weet wel: die ondernemers kunnen afnemen tegen een gereduceerd tarief en die vervolgens weg kunnen worden gegeven. Voorzitter. Dat was eerder drie euro, drie euro voor die parkeerkaart, en dat lag gelijk ook met het tarief voor het parkeren bij het DOC. Nou heeft het DOC ervoor gekozen om dat tarief te verhogen naar vier euro. Dat is natuurlijk al niet zo heel chic. Wat de LVR-fractie betreft is dat te veel, of daar moet een euro per direct in het kader van flankerend beleid naar de gemeente gaan, dan vinden wij dat prima. Maar nu komt het. De gemeente heeft ervoor gekozen om het niet gelijk te trekken naar die vier euro, wat je zou mogen verwachten, nee. wat heeft wethouder Evers besloten: wij moeten daar 4,40 euro van maken. Dus de gemeente gaat nog hoger zitten met de tarieven van de parkeerkaarten dan het parkeerterrein van het DOC. Voorzitter, het kan toch niet zo zijn dat tijdens deze crisis door mensen die naar de stad komen om ten tijde van de gedeeltelijke opening op afspraak iets te komen afhalen 4,40 euro voor zo’n kaart moet worden betaald, terwijl je bij het DOC voor vier euro kunt parkeren en er in het verleden altijd een gelijk tarief was.
Voorzitter, ik wil exact weten waarom het college van B&W niet heeft ingegrepen en deze parkeerwethouder zijn gang laat gaan om dit onaanvaardbaar hoge bedrag te hanteren. Voorzitter. Volgens mij is dit een stuk met maar één termijn, dus daar laat ik het voor nu bij. Ik ben heel benieuwd naar de positieve bijdragen van de collega-raads- en commissieleden vanavond. De voorzitter: De volgende spreker in dit gezelschap is de heer Breugelmans. Ga uw gang, meneer Breugelmans. De heer Breugelmans: Dank u wel, voorzitter. Het is altijd een voorrecht als we met elkaar iets opzetten wat eigenlijk niet zo heel politiek van aard is, maar in een crisistijd gewoon noodzakelijk, dat je met elkaar van tijd tot tijd even de thermometer erin steekt en met elkaar kijkt: waar sta je in deze rit? We hebben aan de ene kant het coronafonds, waar we hier vanavond eigenlijk over zouden praten, maar je hebt natuurlijk ook de verleiding en de uitdaging om ook wat breder te kijken en met elkaar de onderwerpen de revue te laten passeren zoals de voorgaande sprekers dat hebben gedaan. Dat zet ook nog eens extra kracht bij waarom het zo belangrijk is dat we oog, oor en hart houden voor datgene wat in onze samenleving niet alleen bij ondernemers en in de horeca of bij de kermisexploitanten gebeurt, maar ook met onze eigen inwoners, de jeugd, de ouderen, de verenigingen.
Dus ik vraag in de breedte natuurlijk die alertheid. Maar we hebben met elkaar ook afspraken gemaakt in een overeenkomst, waarbij we hebben gezegd: hé, wat zijn nou de uitgangspunten waaraan je een fonds moet laten voldoen? Aan de ene kant hebben we het fonds, aan de andere kant zijn er rijksmaatregelen, ik hoor net ook dat de provincie nog een aantal flankerende maatregelen kent, en hoe zorgen we nou dat al die maatregelen, landelijk, provinciaal en ook lokaal, op een zodanige manier bijdragen dat al die doelgroepen die ik net noemde, van ondernemers tot verenigingen, en ook de individuele burgers die het mentaal heel moeilijk hebben, hoe die maatregelen goed kunnen landen? Daar ligt een uitdaging. Het coronafonds is slechts een schakeltje in dat hele grote geheel. Dat wil ik toch vooraf gezegd hebben. Als het de verwachting wekt dat het alle problemen zou oplossen, dan zou dat een illusie zijn natuurlijk. Het is een bijdrage in een groter geheel en we moeten kijken hoe we dat voor de Roermondse situatie zo goed en zo kwaad als het kan kunnen doen.
Als het coronafonds daarin niet voldoende is, moeten we met elkaar ook op gezette momenten, en dat doen we tijdens raadsvergaderingen, tijdens de begrotingsbehandeling, in december, ik hoor dat er ook weer moties aankomen in april, dat doen we op gezette momenten ook in onze raadsvergaderingen, dat we met elkaar daarover van gedachten wisselen en kijken waar grenzen liggen, of waar we grenzen ook met elkaar in deze moeilijke situatie kunnen oprekken. In dat opzicht wil ik wijzen op het voorbeeld dat de heer Van Rey net ook aandroeg: het herstelfonds dat de gemeenten in Zuid-Limburg gezamenlijk hebben opgesteld, en dat nu ook
10 op provinciale bijval kan rekenen. Vanuit de CDA- fractie is daar vraag naar gedaan in Provinciale Staten, waarbij ook aangegeven is: stimuleer nou ook die Noord- en MiddenLimburgse gemeenten om samen die weg naar herstel in te zetten en met een gezamenlijk herstelfonds te komen. Daar is dat boost-programma dat we gekregen hebben voor de arbeidsmarktontwikkeling natuurlijk te beperkt voor. Dat herstelprogramma vraagt een bredere kijk. Maar er ligt wel een uitdaging natuurlijk, om te kijken wat je met Noord- en Midden-Limburg kunt doen, waarmee je ook een vuist naar de provincie weer kunt maken, om ook daar aanspraak te maken op die flankerende maatregelen die misschien extra kracht bij kunnen zetten, om daar te laten landen waar ze ook horen te landen, en dat is bij onze ondernemers, bij onze horeca, bij onze kermisexploitanten, maar ook bij onze inwoners die het mentaal moeilijk hebben en onze verenigingen en ook onze evenementenorganisaties niet te vergeten. Dus in dat opzicht ligt er ook een uitdaging, niet alleen voor de gemeente Roermond, maar voor alle Noord- en Midden-Limburgse gemeenten.
Ik vraag de wethouder dan ook: u hebt met het boost-programma al een samenwerking binnen de arbeidsmarktregio opgezet, maar in hoeverre kijkt u ook over die eigen grenzen heen, ook van die arbeidsmarktregio, in hoeverre kijkt u hoe er breder gekeken kan worden dan alleen die arbeidsmarkt en economie en in hoeverre zorgen we ook dat datgene wat we doen ook daadwerkelijk bijdraagt aan de grote noden die er leven, en in hoeverre sluit dat ook aan bij de grote noden die wij met elkaar hier delen, ook in deze vergadering, maar ook in eerdere vergaderingen, en wellicht ook nog in toekomstige vergaderingen? Want alle 31 raadsleden die in deze vergadering zitten signaleren, geven ook door, komen ook met initiatieven en ideeën, maar de vraag is ook: hoe zorgen we dat er uiteindelijk ook resultaten geboekt worden en dat we klaar zijn, als we dadelijk deels of geheel open mogen, maar ook hoe we dan gaan zorgen, als we open mogen, dat we op de lange termijn een bijdrage kunnen leveren aan dat noodzakelijke herstel dat onze lokale economie, maar ook onze lokale gemeenschap, nodig heeft. Want er is echt wel meer dan een boost voor de arbeidsmarkt nodig om dat voor elkaar te krijgen. Na deze inleiding wil ik terugpakken naar de uitdaging die er ligt in de verstrekkingen vanuit het coronafonds en de wijze waarop we daarmee omgaan.
De constatering van de LVR dat de maatregelen van de 1,5-metersamenleving en innovaties in dit terrein op zich op weinig initiatief en ook weinig individueel initiatief in de honorering kunnen rekenen, is natuurlijk feitelijk juist. Inmiddels is er overigens al wat meer uitgegeven dan de heer Franssen aangeeft. Ik heb een staatje opgevraagd vanuit het CDA, dat we ook hebben toegezonden gekregen, en inmiddels is daar 113.000 euro uitgegeven, maar dat is nog altijd van die 2 miljoen die er uitgegeven wordt natuurlijk een schijntje. De vraag is ook van: in hoeverre voorziet dat deel van ons coronafonds dan nog in een noodzakelijke behoefte en liggen die behoeften dan niet op een ander niveau, en zouden we met elkaar dan misschien ook in de komende raadsvergadering al niet moeten kijken of daar wellicht de verordening op aangepast zou kunnen worden? Zouden we niet in ons coronafonds mee kunnen bewegen met daar waar de noodzaak ligt? Als we zien dat op deze maatregelen weinig te honoreren initiatieven komen, dan ben ik wel benieuwd wat de portefeuillehouder ons hier te melden heeft over: wat voor aanvragen komen er nu die niet gehonoreerd kunnen worden en in hoeverre zouden we de verordening daarop kunnen aanpassen, om die daar dan in in te kunnen passen? Als we naar de Verordening Coronafonds gaan kijken, dan zien we dat daar inmiddels ongeveer een half miljoen is uitgegeven – dat
is ook iets hoger dan de heer Franssen net aangaf –, en dat daar wel nog altijd ook een miljoen openstaat. Daar hebben overigens inmiddels al 87 ondernemingen, verenigingen en stichtingen een beroep op gedaan. Dat ligt iets hoger dan in die kwartaalrapportage die u ons hebt toegestuurd, maar goed, we moeten binnenkort natuurlijk een recente kwartaalrapportage krijgen. Maar het valt ook op dat er meer aanvragen zijn dan honoreringen, en ook daar speelt dan van: in hoeverre zijn er ook aanvragen bij die nu niet binnen de regelgeving passen en in hoeverre kunnen we – of moéten we misschien zelfs – regelgeving aan gaan passen in onze verordening, om te kijken dat we daar toch iets meer tegemoetkomingen kunnen doen, waarmee we de hoogste noden, die niet door andere
11 initiatieven, dus vanuit Rijk of provincie, gedekt worden, kunnen opvangen? Dat is een vraag aan de wethouder bij dezen. De voorzitter: Er is een vraag van de heer Franssen. Ga uw gang, meneer Franssen. De heer Franssen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan collega Breugelmans. Hij zegt op een hele mooie manier eigenlijk: laten we nog eens naar die verordening kijken, of we die kunnen, of moeten, verbreden, om de inzet ook breder te laten plaatsvinden. Mijn vraag aan de heer Breugelmans is dan: waarom heeft het CDA dan tegen de geamendeerde motie gestemd in de vergadering van februari? Want daar staat precies in wat u zegt, namelijk: de verordening dusdanig aanpassen dat die middelen breder kunnen worden ingezet. De voorzitter: Meneer Breugelmans, ga uw gang. De heer Breugelmans: Het gaat over die motie van de starters toch? De heer Franssen: Nee, de geamendeerde motie, het amendement 2, dat aangenomen is. De heer Breugelmans: Maar amendement 2 staat niet los van de motie. U hebt mijn bijdrage in die raadsvergadering gehoord en die ga ik nu niet over doen. Wij zijn van mening dat we dat in een groter geheel moeten bekijken en niet ‘sec’ op de vraag die toen voorlag, die was gekoppeld aan starters. Wij hebben daarover onze mening gegeven, dus dat hoef ik hier niet te herhalen. Ik verwijs u naar de uitgetypte versie, die de heer Van Rey ook al goed gelezen heeft.
De heer Franssen: Ik constateer inconsistentie, maar dat is niet erg. De heer Breugelmans: Ik denk dat we over twee verschillende grootheden praten, meneer Franssen. Het was toen heel erg gericht op de startende ondernemer en ik heb het hier echt over een veel breder verband. Ik heb het ook over verenigingen en stichtingen, ik heb het over onze jeugd en ouderen, ik heb het over het mentale stuk, dus ik bekijk verbreding naar de noden die in onze samenleving echt het hardst schreeuwen om een ondersteuning, bijdrage of faciliteit, of een stukje structurering en regie. Daar moeten we het met elkaar over hebben en niet iedere keer alleen op een klein onderdeeltje. Laat ons dan ook het geheel met elkaar bespreken en bekijken. Het CDA staat daar meer dan open voor, maar wij vragen nu in eerste instantie aan de portefeuillehouder wat haar zicht is op die grootste noden en hoe die eventueel passen in een eventuele aanpassing. Dat was de vraag van ons aan de wethouder in dit verband, ook gerelateerd aan het feit dat we nu bijna een jaar verder zijn en zien dat er ook een aantal middelen blijven liggen. Blijft overigens overeind staan dat we het fonds natuurlijk niet opgericht hebben om het ook op te gaan maken. Als er geen behoefte aan bepaalde dingen is, moeten we met elkaar ook zeggen: dan hebben we in ieder geval de faciliteit geboden, maar dat is niet nodig gebleken.
Want het is een noodfonds, een noodvoorziening. Er zijn een aantal technische vragen gesteld over uitgaven met betrekking tot gederfde inkomsten. Daar sluiten we ons graag bij aan. Daar horen we de antwoorden dadelijk wel op. Het is toch wel interessant om te zien wat overhead en wat afval daar nu precies ook gerelateerd mee te maken heeft. Ik zou nog wat posten kunnen zeggen. In dat opzicht sluit ik ook aan bij de heer Van Rey, die zegt “investeer nou in dat wat nodig is en doe dat vooral niet in adviseurs en doe dat ook niet in overdreven communicatietrajecten of zo, maar kijk met name hoe direct geland een bijdrage vanuit deze maatregelen die we met elkaar hebben bedacht, ook zo kunnen landen dat ze renderen op de plek waar ze moeten renderen en niet op de plek waar het niet terecht moet komen”. Dus dat vind ik wel een interessante vraag die de wethouder wellicht ook nog kan beantwoorden.
12 Dan wil ik daarnaast nog aandacht vragen voor het feit dat er vanuit december nog vragen open lagen met betrekking tot de Vincentiusvereniging en de voedselbank, waar ik onze collega’s van de LVR, die dat toen ingebracht hebben, niet over gehoord heb. Maar ik denk dat het goed is dat de wethouder even aangeeft wat ze op dat terrein met de sociaalmaatschappelijke organisaties, die toch een belangrijke bijdrage in deze crisis ook leveren in het opvangen van toch wat toenemende problemen die er ontstaan links en rechts, wat zij daar gehoord heeft en wat dat betekent voor de wijze waarop we daar wel of niet mee om zullen gaan. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Maassen. De heer Maassen: Dank u wel. Ook ik wil nog even wat hoger gaan vliegen dan alleen de details van het coronafonds. Als we de eerste twee sprekers hebben gehoord, is het een en al klaagzang. Als die klaagzang er is vanuit de motivatie om voor de ondernemers en alle partijen die genoemd zijn aan te geven de noden en de zorgen, dan onderstrepen wij dat natuurlijk van harte. Wat ook voor degene die toehoort en niet dagelijks in deze politiek zit, is dat de gemeente zich natuurlijk al uit de naad werkt met de uitvoering van de landelijke regeling.
Dat is niet geld dat rechtstreeks ergens heen gaat, daar zitten heel veel medewerkers van onze organisatie, maar ook van het UWV e.d., om te zorgen dat die geholpen worden. Dit college, deze raad, heeft het initiatief genomen om een coronafonds in te stellen. Daar hebben we een inschatting gemaakt en ruimhartig, met bezuinigingen, met pijn, geld ingelegd, 2 miljoen voor onderdeel 1. En dan wil ik even herhalen wat ik in alle bijdragen heb gezegd: het woord 1,5 meter–samenleving klinkt heel fysiek en ik heb tot twee, drie keer toe gevraagd, zowel bij de start als bij de eerste evaluaties: kan dat ruim geïnterpreteerd worden? Het antwoord is: ja. Dan zijn we wel benieuwd waarom dat slechts tot zeven vragen heeft geleid. Daar kom ik dadelijk op terug. Het coronafonds in de kern, de Verordening Coronafonds, daar zit ook die 2 miljoen in, waar intussen meer dan 50 organisaties gebruik van hebben gemaakt, met een gemiddelde van 10.000 euro. In die zin voorziet het in een behoefte. Er wordt ook duidelijk aangegeven dat een flink aantal afwijzingen plaats hebben gevonden omdat men niet aan de eisen voldoet, omdat we niet aan inkomensondersteuning doen of andere zaken, waar de landelijke regelingen voor bedoeld zijn.
Mocht het zo zijn, en dat is een oproep aan de wethouder, als u zegt “met bloedend hart was het eigenlijk misschien wel op z’n plaats geweest”, maar dat de regelgeving of de afspraken die we hebben gemaakt niet tot ondersteuning hebben geleid van de acute nood, want daar is dit coronafonds voor bedoeld, dan horen we dat graag en kunnen we misschien kijken of we dat wat ruimer moeten gaan interpreteren. En dan komen we op onderdeel 3 uit. Iedere keer wordt gezegd, ook in eerdere bijdragen: dat is voor de gemeente zelf en daar wordt dan het meeste geld aan gegeven. Nee. Het is zo dat ook van tevoren, en dat is een kwestie van goed beleid, ruim 1 miljoen euro apart is gezet uit eigen geld van de organisatie om tegenvallers die samenhangen met de coronaproblematiek, op te vangen. Dus het zou flauw zijn om te zeggen dat daar bijvoorbeeld weer geld aan de gemeente zelf wordt gegeven. Of die onderdelen ook daadwerkelijk met corona te maken hebben, overigens: ook de inkomsten komen in dat onderdeel er weer bij, dat maakt het voor de raad en voor ons alleen maar overzichtelijker. Dan terug op de evaluatie. Wij zijn tevreden dat we in ieder geval ruim 50-, en de heer Breugelmans heeft aangegeven dat het met de cijfers van 2021 in die zin op gang is gekomen, dat we meerdere organisaties hebben kunnen helpen.
Eigenlijk is dat geen goed nieuws natuurlijk, want dat betekent dat een heleboel organisaties die noden hebben en dat er problematieken zijn. Het liefst hadden we natuurlijk helemaal geen geld uitgegeven, niet voor de begroting van de gemeente, maar dat dan misschien uit andere voorzieningen ….[1:02:22].. Roermond is een van de weinige gemeenten in Nederland, en dat hebben wij gedaan, die in
13 ieder geval deze 70 organisaties hebben geholpen, en dat zullen er wellicht nog veel meer worden. Wat ik wel mis in de evaluatie, is dat we hier een duidelijk kwantitatief overzicht hebben gehad, maar ik ben eigenlijk wel benieuwd: welke soort hulp is dan gegeven? En dan kom ik op hetgeen misschien aansluit ook op de vorige verhalen, en wij daar steeds voor gepleit hebben. Een heleboel partijen, met name georganiseerde partijen, hebben de aanvrage ingediend. GroenLinks heeft steeds aandacht gevraagd voor de verborgen problematiek en landelijk wordt steeds duidelijker aangegeven waar die verborgen problematiek zit. Dat is de mentale problematiek in algemene zin, met name bij de jongeren en de eenzame ouderen. We hebben het over de schoolachterstanden – daar hebben wij ook in de eerste golf al aandacht voor gevraagd –, het huiselijk geweld, de toename van schulden, bij ondernemers, maar ook bij een heleboel anderen, eenzaamheid en andere psychische problematiek, het probleem van daklozen, als we dat meekrijgen. Mijn vraag is wederom aan de wethouder, want die heeft toen gezegd “wij hebben in de eerdere evaluaties nog niet de harde signalen dat dat in Roermond ook een probleem is”, mijn vraag is nu: is dat een probleem? Want intussen zijn er ook vragen gesteld, onder andere door D66 en CDA, over de problematiek bij jongeren die daaronder hangt.
Is dat nu op dit moment ook in Roermond aan de orde? En zo ja, is met de reguliere gelden en met de reguliere middelen, of misschien de reserves die er regulier staan, zijn we in staat om die extra psychische hulp, om die extra schuldhulpverlening, om het bestrijden van huiselijk geweld, om die schoolachterstanden, om die eenzaamheid en eventueel de daklozen die na negen uur wel rond mogen lopen, is dat toegenomen? En daar wil GroenLinks aandacht voor vragen. En wat mij betreft, en daar hebben we geen motie voor nodig, zeker geen overbodige motie, want ik heb ook in die bijdrage gezegd dat die motie en dat amendement, vooral dat amendement, meer van hetzelfde is. In dat amendement wordt gevraagd dat startende ondernemers in aanmerking komen voor het coronafonds, en ik zeg nogmaals, maar de heer Franssen begreep dat toen op die avond, midden in de nacht, niet: dat stond er al lang in. Wethouder, is die verborgen problematiek van mensen die niet zelf aan kunnen kloppen toegenomen? Wordt dat in de problematiek al verholpen? Zo ja, dan is het fantastisch dat we daar het coronafonds niet voor nodig hebben, maar misschien kunt u wel een keer aangeven wat in Roermond de omvang van die problematiek is en welke extra inspanning, misschien ook buiten de gemeente om, daaraan wordt gedaan.
En mocht dat nodig zijn, dan zou ook GroenLinks zeggen: laten we kijken of we daar middelen hieruit beschikbaar kunnen stellen. De heer Franssen: VoorzitterDe voorzitter: Ja, ga uw gang. De heer Franssen: Dank u voorzitter. Blijkbaar heeft de heer Maassen de verkiezingscampagne voor de gemeenteraadsverkiezingen ook al gestart, in plaats van de landelijke campagne, want hij valt mij persoonlijk aan. Dat vind ik niet erg, kan ik prima hebben. Tegen de heer Maassen zeg ik het volgende. Zo lang in Roermond de gemeentelijke lasten worden verhoogd onder het beleid van dit GroenLinks-college, zo lang in Roermond het geld naar de verkeerde dingen gaat, te veel naar duurzaamheid en te weinig naar economie, moet de heer Maassen eens even aan zijn eigen verkiezingsprogramma van GroenLinks werken en niet wijzen naar de LVR. Daar laat ik het bij, voorzitter. De heer Maassen: Ik dacht dat interrupties bedoeld waren voor vragen, maar er was geen vraag. De heer Franssen: Dat hoeft niet. Interrupties zijn er ook om een debat te voeren. De voorzitter: Even aan de heer Maassen: laat u het voorzitterschap maar aan mij over.
14
De heer Van Rey: VoorzitterDe voorzitter: Ja, meneer Van Rey, ga uw gang. De heer Van Rey: Ik heb een korte vraag aan de heer Maassen. Wat vindt u ervan dat de raad nog geen reactie heeft gekregen op de aangenomen motie? De heer Maassen: In mijn betoog heb ik dezelfde vraag staan, meneer Van Rey. De heer Van Rey: O, dus daar komt u nog op? De heer Maassen: Nee, u heeft die vraag al gesteld. Ik zeg u dat het in mijn betoog staat, dat ik dezelfde vraag heb. De heer Van Rey: Maar u hebt het nog niet uitgesproken. Ik herinner u er nu blijkbaar aan. De heer Maassen: Meneer Van Rey, ik was niet klaar met mijn betoog. Ik zeg u dat deze vraag ook in mijn notities staat. U vraagt mij daarnaar, ik zeg dat ik dezelfde vraag heb. Ik hoef die vraag in mijn betoog niet nog een keer te stellen, want dat heb ik bij dezen gedaan. Ik hoop dat ik nu verder kan met het verhaal. De voorzitter: Ga uw gang, meneer Maassen. De heer Maassen: Was er nog iets, meneer van Rey? De voorzitter: Nee, u gaat het nou weer vragen, maar meneer Maassen: ga uw gang. De heer Maassen: Dank u wel. Maar we zien ook duidelijk vooruitgang in de vragen die ik gesteld heb.
Want de eerste twee sprekers hebben natuurlijk aangegeven wat er allemaal nog niet in orde is, overigens hoort dat ook bij de rol, en ik vind ook dat daar een aantal goede en terechte en kritische vragen worden gesteld, daar ben ik ook heel benieuwd naar de antwoorden. Maar er is bijvoorbeeld ook een aparte commissie-informatiebrief verschenen over wat er allemaal voor de jongeren wordt gedaan. En ook daar zie je dan drie bladzijden lang aan initiatieven die genomen gaan worden. Het verhaal van de arbeidsmarkt is ook al uitgebreid benoemd en in dat kader zou ik zeggen: laten we die andere groepen, die psychische problematieken-, ik ga het rijtje niet allemaal na, als u ook daarover aan kunt geven wat er allemaal gebeurt, dan denk ik dat Roermond landelijk de overheid en misschien straks ook de provinciale overheid, zijn wij er trots op, ook als wij geen deel uitmaken van de coalitie, dat die dat allemaal voor elkaar hebben gekregen. Voorzitter. Dat is de bijdrage van onze kant. Eén ding wil ik nog even zeggen.
Ook wat GroenLinks betreft moet natuurlijk nagedacht gaan worden, want er is gelukkig licht aan het einde van de tunnel, hoe we na deze acute problematiek, waarvan we eigenlijk gehoopt hadden dat het misschien na de eerste golf daarbij zou blijven, ook in de begroting waren de horrorscenario’s over acht, negen miljoen wat het de gemeente zou gaan kosten, en natuurlijk worden we er extra door aangetikt, problematiek genoeg. Ik denk dat er naar vermogen geanticipeerd is, gereageerd wordt en dat het ook tijd is om nu inderdaad, en daar verwacht ik ook van het college initiatieven, voor het herstelplan op alle fronten hoe we de maatschappij weer uit het moeras kunnen trekken. Maar laten we dat niet alleen economisch bekijken, laten we dat ook naar de verborgen problematiek op individueel niveau doortrekken. Daar zou ik graag mee af willen sluiten en denk ik ook, en dat hoop ik ook, dat ondanks gekissebis we met elkaar ons allemaal sterk willen maken voor de noden van onze burgers en onze ondernemers.
15 Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb nog geen gekissebis gehoord. Af en toe hebben we wel eens een keer een andere mening, maar dat hoort erbij en dat blijven we ook lekker zo doen. De heer Maassen: Het zou anders ook ongezellig worden, hè? De voorzitter: Precies, helemaal met u eens. De heer Coenen, SPR. De heer Coenen: Ja, dank je wel. De aandachtige luisteraar zal er zelf zijn oordeel over opmaken, of dit nu gekissebis is of niet, en hoe de verhoudingen in deze raad liggen. Ik ben misschien een beetje verblind en zou het op een bepaalde manier kunnen lezen, maar ik denk dat heel veel mensen er weinig behoefte aan hebben om gekissebis te horen. Het gaat er wel om dat de ernst en noodzaak voor iedereen duidelijk is, voor alle 31 en het college, om de mensen die het treft, en ik ga ze niet allemaal herhalen, het zijn de ondernemers in allerlei vlakken, het zijn ouderen, het zijn jongeren, daar mag van worden nagegaan, zoals GroenLinks stelt, of daar nog veel te gebeuren is, of dat er al veel gebeurd is. Het is voor mij een feit dat er hele grote mentale problemen zijn. Natuurlijk zijn er organisaties en mensen die buiten de gemeente om zich daar zeer sterk voor willen maken, en dat al heel lang doen.
Ik mag hopen dat de gemeente daar iets van heeft doorgekregen; of je dat nou realiteitszin, empathie of compassie noemt, maar ik mag toch wel hopen dat dat doorgedrongen is. En natuurlijk, of je nou in de coalitie of in de oppositie zit, ieder gebruikt zo z’n eigen toon, maar dit gaat boven alle partijen uit, wat hier aan de orde is. Ik mag ook graag herinneren aan zaken zoals wij die naar voren hebben gebracht, en dat is vanaf het begin, bij het opstarten van dat coronafonds, bij die driedeling. Ook wij hebben de vraag: hoe kan het dat wij in eerste instantie heel hoog hebben opgespeeld over “we hebben zoveel ruimte vrijgemaakt”, en dat er zo weinig op die eerste twee, op de 1,5 meter en de Verordening Coronafonds, is besteed. Die vragen zijn gesteld en het ligt voor de hand dat je die vragen in de zoveelste herhaling gaat opsommen. Is er dan veel te veel aanname geweest van “het Rijk zal dat wellicht niet oplossen, juist wel of niet?”. Want het is zo dat het alleen in de plaats komt van datgene wat het Rijk niet doet en waar wij hopelijk van zien en ervaren dat waar het verenigingen, ondernemers, burgers treft, we daarin proberen mee te denken.