Commissie advies RU8 Bestemmingsplan Herontwikkeling Borneostraat eo (Project De Kemp)
Tekst van het document
Naam commissie:
Commissie Ruimte
Datum commissievergadering:
30 augustus 2023
Fracties afwezig bij commissiebehandeling: LVR GL CDA DS SPR Onderwerp:
VVD
D66
PvdA
SP
Bestemmingsplan Herontwikkeling Borneostraat eo (Project De Kemp)
Advies commissie: Is dit onderwerp rijp voor behandeling in de gemeenteraad? Wijze van agendering voor de raad: hamerstuk bespreekstuk
Ja
Nee
n.v.t.
n.v.t.
Standpunt raad: Woordvoering vindt plaats door de vertegenwoordiger van LVR, GL, CDA, DS, SPR, VVD, D66 en PvdA. De diverse fracties delen mede in te kunnen stemmen met de plannen voor sloop en nieuwbouw, maar begrijpen de emoties van de bewoners hierover. Wethouder Franssen gaat in op de gestelde vragen en gemaakte opmerkingen. Hij gaat onder andere in op de vragen over participatie, de rol voor consulenten van Wonen Zuid, de maatwerkoplossingen en de inrichting openbaar gebied. Wethouder Franssen deelt mede dat de inzet van de woningbouwcorporatie en het college is, dat alles betaalbaar blijft en het circulair bouwen mee te nemen in de dialoog met de woningbouwcorporatie. Wethouder Van Rey deelt onder andere mede dat ieder participatietraject anders is maar er op toe te zien dat de partners evenwichtig met elkaar kunnen omgaan. Verder merkt hij op te letten op hetgeen door Wonen Zuid is gezegd, namelijk dat de verhoging van de huurkosten en verlaging van de energiekosten in balans zijn. Wethouder Van Rey zegt toe de vraag van de PvdA over de inzet van gelden voor het sociale cohesievraagstuk in te brengen in het gesprek met de woningbouwcorporaties. De heer Scheres merkt op dat nu gewerkt wordt aan het inrichtingsplan voor de openbare ruimte. Hij deelt mede de optie voor de aanleg van een eenrichtingsweg in te brengen in de projectgroep.
Commissie acht het voorstel rijp voor behandeling in de raad, agendering als hamerstuk. ________________________________________________________________________________
Standpunt college: Uit bovenstaande blijkt dat de door de raadsleden gestelde vragen afdoende zijn beantwoord en dat er geen aanvullende beantwoording of standpuntbepaling door het college aan de orde is.