Commissie advies RU6a Actualisering Erfgoedverordening 2018
Tekst van het document
Naam commissie:
Commissie Ruimte
Datum commissievergadering:
21 juni 2023
Fracties afwezig bij commissiebehandeling: LVR GL CDA DS SPR Onderwerp:
VVD
D66
PvdA
SP
Ja
Nee
n.v.t.
Actualisering Erfgoedverordening 2018
Advies commissie: Is dit onderwerp rijp voor behandeling in de gemeenteraad? Wijze van agendering voor de raad: hamerstuk bespreekstuk
n.v.t.
Standpunt raad: Woordvoering vindt plaats door de vertegenwoordiger van LVR, CDA, DS, VVD, D66 en PvdA. Enkele door de fracties gemaakte opmerkingen zijn: PvdA vindt het structureel vrijmaken van middelen een prima stap en vraagt of ook actief bij kleinere partijen is geïnformeerd. VVD benadrukt het belang om goed voor het erfgoed te zorgen en is dan ook blij met het voorstel om jaarlijks budget vrij te maken. VVD informeert naar de keuzes voor de verdeling van de beperkte middelen, de wijze waarop de samenhang tussen de verschillende kaders geborgd wordt en de output van het gesprek met de commissie beeldkwaliteit. D66 is verheugd met de aandacht voor het erfgoed en dat een evaluatie heeft plaatsgevonden. D66 informeert waarom de erfgoedverordening niet tezamen met de nieuwe erfgoedvisie (die gepland staat voor eind van dit jaar) wordt voorgelegd, dan heeft ook de stichting Ruimte meer tijd voor het monumentenoverleg. DS informeert naar de reden waarom nu de erfgoedverordening wordt voorgelegd en op een later tijdstip de erfgoedvisie. CDA verzoekt om een nadere toelichting op artikel 20, wat voor bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven dat het college gemotiveerd kan afwijken van het in de verordening bepaalde. LVR informeert of na het accorderen van de erfgoedvisie op een later tijdstip de erfgoedverordening alsnog moet worden aangepast.
LVR informeert waarom voor een bedrag van €100.00 is gekozen en wil graag een toelichting op de bestuurlijke flexibiliteit. Wethouder Van Rey gaat in op de gestelde vragen en gemaakte opmerkingen. Hij geeft onder andere een toelichting op de planning van de erfgoedvisie en erfgoedverordening, de wijze waarop tot nu toe informatie is opgehaald, bestuurlijke flexibiliteit en de integraliteit. Wethouder Van Rey deelt mede dat er daags na de commissievergadering het monumentenoverleg plaatsvindt. Mochten daar nog op- of aanmerkingen naar voren worden gebracht betreffende het voorstel, dan zal de raad hierover worden geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief. Tevens
merkt hij op dat voor de raadsvergadering van 6 juli a.s. een informatiebrief wordt verzonden over het gesprek dat heeft plaatsgevonden met de commissie beeldkwaliteit. Commissie acht het voorstel rijp voor behandeling in de raad, agendering als bespreekstuk op verzoek van D66, DS en CDA. VVD deelt mede de informatiebrief inzake de commissie beeldkwaliteit af te willen wachten. ________________________________________________________________________________ Standpunt college: Het ligt voor de hand om alvorens de erfgoedverordening te actualiseren de erfgoedvisie vast te stellen. Omdat de erfgoedvisie echter in eerste instantie beperkt zal blijven tot ‘slechts’ een visie op hoofdlijnen en er een dringende behoefte bestaat aan het actualiseren van de verordening is er voor gekozen om de verordening zo snel mogelijk te actualiseren en niet te wachten op de erfgoedvisie. Uiteraard is er wel intensief contact tussen de bij beide projecten betrokken partijen om de integraliteit te waarborgen. In principe is het mogelijk dat de erfgoedverordening naar aanleiding van het gestelde in de erfgoedvisie moet worden aangepast. Omdat een groot deel van de oude verordening nu echter in een beleidsregel is vastgelegd is de kans daarop klein.
Het conform motie M10 20M42 verhogen van het jaarlijkse budget voor erfgoed met € 100.000 voor subsidiëring van het onderhoud van bijzondere categorieën van gemeentelijke monumenten draagt substantieel bij aan het behoud van dit erfgoed. Er is gekozen voor een bedrag van € 100.000 en niet, zoals in de motie gesteld, voor € 125.000 omdat een deel de subsidies voor klein religieus erfgoed en voor beleidsondersteunende projecten uit het al bestaande reguliere budget verleend kunnen worden. De keuze om vanuit de beperkte middelen uitsluitend nog subsidies voor klein religieus erfgoed, beleidsondersteunende activiteiten en het onderhoud van bijzondere categorieën van gemeentelijke monumenten te verlenen (gebouwen voor de eredienst, scholen, kloosters, industriële monumenten en verdedigingswerken) is ingegeven vanuit effectiviteit. De beide eerst genoemde subsidiemogelijkheden zijn al een succes en worden daarom voortgezet. Het subsidiëren van beleidsondersteunende projecten geeft bovendien de noodzakelijke flexibiliteit om het erfgoedbeleid te integreren in de transitie van de binnenstad. De keuze om uitsluitend nog het onderhoud aan gemeentelijke monumenten en niet aan rijksmonumenten te subsidiëren is ingegeven vanuit het feit dat met het beperkte budget niet aan de subsidiebehoefte van alle monumenten voldaan kan worden.
De keuze is daarom gemaakt om uitsluitend nog de monumenten met de grootste financieringsproblematiek te subsidiëren. Van het eerder gehanteerde uitgangspunt om het beschikbare budget naar rato te verdelen is afgestapt omdat bleek dat hierdoor onvoldoende werd bijgedragen aan projecten om deze haalbaar te maken. De in de conceptverordening opgenomen hardheidsclausule (artikel 20) is er voor bedoeld om in onvoorziene omstandigheden een van de verordening afwijkend besluit te kunnen nemen. Omdat het gaat om onvoorziene omstandigheden kan nu niet aangegeven worden om welke omstandigheden het zal gaan. In het algemeen kan gesteld worden dat deze regel is opgenomen omdat de zorg voor erfgoed vaak maatwerk vergt en niet volledig in regelgeving kan worden ‘gevangen’. Tijdens het monumentenoverleg op 22 juni is de wens kenbaar gemaakt om het raadsvoorstel nog te bespreken. Dit overleg is gepland voor 28 juni. Van eventuele op- of aanmerkingen bij het voorstel vanuit het overleg zal de raad via een raadsinformatiebrief op de hoogte worden gesteld.