Commissie advies RU5a Verordening afvoer hemel- en grondwater gemeente Roermond
Tekst van het document
Naam commissie:
Commissie Ruimte
Datum commissievergadering:
6 december 2023
Fracties afwezig bij commissiebehandeling: LVR GL CDA DS SPR Onderwerp:
VVD
D66
PvdA
SP
Verordening afvoer hemel- en grondwater gemeente Roermond
Advies commissie: Is dit onderwerp rijp voor behandeling in de gemeenteraad? Wijze van agendering voor de raad: hamerstuk bespreekstuk
Ja
Nee
n.v.t.
n.v.t.
Woordvoering vindt plaats door de vertegenwoordiger van LVR, GL, SPR, D66 en PvdA. Wethouder Van Ballegooij deelt mede dat bij artikel 5 van de verordening afvoer hemel- en grondwater gemeente Roermond een kleine aanvulling nodig is. Er dient te worden vermeld dat de uitvoering van een geohydrologisch onderzoek verplicht is in het geval de casus omgevingsvergunning-plichtig is. Wethouder Van Ballegooij gaat in op de gestelde vragen en gemaakte opmerkingen. Hij gaat onder andere in op de bijdrage aan duurzaamheid, de afkoppelingsregeling en handhaving. Wethouder Van Ballegooij merkt op dat het evalueren van beleid altijd van belang is. Hij zegt toe op de groene flap in te gaan op het moment van de evaluatie. Commissie acht het voorstel rijp voor behandeling in de raad, agendering als hamerstuk. _______________________________________________________________________________ Standpunt college: Naar aanleiding van een vraag van de Commissie Ruimte is tijdens de commissievergadering door wethouder van Ballegooij een toevoeging voorgesteld op artikel 5 over geohydrologisch onderzoek. Een geohydrologisch onderzoek richt zich onder andere op de grondwaterstand en de doorlatendheid van de bodem. Met de toevoeging is een geohydrologisch onderzoek alleen verplicht bij initiatieven die omgevingsvergunningplichtig zijn of waarvoor het omgevingsplan wordt gewijzigd.
Het college heeft de toevoeging overgenomen in het voorgestelde raadsbesluit. De commissie Ruimte heeft een evaluatiemoment gevraagd van het voorgestelde beleid. Het college stelt voor om het beleid na drie jaar te evalueren. Dit een passende termijn om vast te kunnen stellen of de het effect van de verordening naar verwachting is.