CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Commissie advies RU3a Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen

Gemeenteraad 6 februari 2025, gemeente RoermondBij agendapunt: Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen2.671 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissie-advies

Naam commissie:

Commissie Ruimte

Datum commissievergadering:

22 januari 2025

Fracties afwezig bij commissiebehandeling: LVR GL CDA DS SPR Onderwerp:

VVD

D66

PvdA

SP

Gebiedsprofiel niet-stedelijke Maasplassen

Advies commissie: Is dit onderwerp rijp voor behandeling in de gemeenteraad? Wijze van agendering voor de raad: hamerstuk bespreekstuk

Ja

Nee

n.v.t.

Woordvoering vindt plaats door de vertegenwoordiger van LVR, GL, CDA, DS, SPR, VVD, D66, PvdA en SP. Enkele door de fracties gemaakte opmerkingen zijn: LVR ziet dit gebiedsprofiel als een belangrijke stap richting de duurzame ontwikkeling en behoud van dit waardevolle gebied. Mede op basis van de input uit de brede participatie heeft de LVR vertrouwen in de gemaakte keuzes. LVR informeert op welke wijze de prioriteiten worden geborgd in de uitvoering, welke stappen al zijn genomen en of er aanvullende middelen nodig zijn. GL is blij dat er een beleidskader ligt, maar dit moet consistent zijn met eerder beleid en helder in de uitvoering. GL stelt enige vragen over de omschrijving van enkele zones en herziening van een zone. GL deelt mede te overwegen om (in overleg met andere fracties) advies in te winnen bij Hekkelman over de formulering. Tevens verzoekt GL om een snelle aanpak van praktische problemen op het gebied van bijvoorbeeld verkeersveiligheid, parkeren, afval en overlast, liefst voor de start van het nieuwe seizoen. GL merkt op dat natuur niet hetzelfde blijft, ook daar moet geld naartoe. PvdA hecht waarde aan de toegankelijkheid van dit gebied voor onder andere de bezoekers en inwoners van de gebieden, de toegankelijkheid van en tot de natuur en de bijbehorende voorzieningen. PvdA merkt op dat er uitgebreid participatie heeft plaatsgevonden.

PvdA deelt mede bij het hoofdstuk over mobiliteit het onderwerp ‘openbaar vervoer’ te missen en informeert naar de verdeling van de middelen nu er een gebiedsprofiel is bijgekomen. VVD is blij met dit voorstel. Het is een stip op de horizon, waarbij gezocht is naar een balans tussen wonen, recreëren en ondernemen. VVD informeert naar de termijn van uitvoering en of het bestaande budget voldoende is om de uitvoering ter hand te nemen. VVD vraagt aandacht voor het onderwerp veiligheid en handhaving. D66 vindt het een mooi plan waarin goede accenten zijn gelegd en waarbij een uitgebreid participatietraject is doorlopen. D66 informeert op welke wijze de weging van de prioriteiten heeft plaatsgevonden, de betekenis van het samenwerkingsverband en naar de reactie op de brief van Landgoed Hillenraad. DS merkt op dat het van belang is om de infrastructurele knelpunten en de overlast door verkeersonveiligheid, parkeren, zwerfvuil, geluid etc. te kunnen aanpakken zodat met name de eigen inwoners van de niet-stedelijke Maasplannen kunnen genieten. Is de huidige infrastructuur geschikt om een balans in de toekomst te bereiken? DS informeert of er voldoende budgettaire middelen zijn door het vaststellen van een derde gebiedsprofiel. CDA vraagt om een toelichting op de huidige balans tussen omwonenden, gebruikers en ondernemers in het gebied.

DS informeert of er reeds een schatting is gemaakt van mogelijk extra benodigd budget ten behoeve van dit gebiedsprofiel zodat ook kansrijke ontwikkelingen in de andere gebiedsprofielen niet verloren gaan.

SPR merkt op dat het verkeer en het parkeren in de afgelopen periode aanmerkelijk is toegenomen. Daardoor ontstaat ook strijdigheid tussen verschillende verkeersgebruikers. SPR deelt mede dat het van belang is om een balans te vinden tussen levendigheid en leefbaarheid. SPR vraagt tevens aandacht voor veiligheid en handhaving. SP merkt op dat vermeld staat dat het gebruik met name bedoeld is voor de lokale gebruiker en informeert op welke wijze dat wordt vormgegeven. SP is er geen voorstander van dat er middelen voor de binnenstad of Swalmen worden ingezet voor de niet-stedelijke Maasplassen. Wethouder Franssen gaat in op de gestelde vragen en opmerkingen. Hij gaat onder andere in op de brief van Landgoed Hillenraad, de zoektocht naar balans, vergunning voor de aanleg van een steigerplan voor een jachthaven in 2007 en openbaar vervoer. Tevens gaat hij in op de vragen over de benodigde financiële middelen. Daartoe is een investeringsplanning opgesteld voor de jaarschijven 2024, 2025 en 2026 met betrekking tot de drie gebiedsvisies (deze bijlage wordt ter informatie bij de besluitenlijst gevoegd). In reactie op vragen over de omschrijving van de zones 3 en 4 merkt wethouder Franssen op dat de woorden op de kaart betreffende de verschillende zones niet voor verwarring mogen zorgen en zal de titulatuur aanpassen. GL en PvdA gaan in op de zonering rondom de Asseltse plas.

GL verzoekt om de oranje oever (aangemerkt als recreatiezone) rondom de Asseltse plas aan te merken als zone 3, dit om zekerheid te verkrijgen bij een mogelijke rechtsgang. Verder merken GL en PvdA op dat parkeren binnen een natuurgebied ook elders geen probleem vormt (bijvoorbeeld bij de Meinweg of het terrein bij Oolderplas). Wethouder Franssen merkt onder andere op dat het oranje stukje beter aansluit bij de bestemming die er nu op ligt (bestendigen van wat er is). Hij deelt mede dit punt in de breedte terug te nemen en via de groene flap een reactie te verzorgen op de vraag over de zonering rondom de Asseltse Plas. Wethouder Franssen merkt op dat prioriteit 2 zowel voor Asselt als voor Ool geldt. Hij zegt toe de tekst van de prioriteit aan te passen om daarmee de verwarring weg te nemen. Wethouder Franssen deelt mede dat de brief van buurtvereniging St. Johannes Nepomucenus Ool van 28 juni 2024 ambtelijk in ontvangst is genomen en aan de voorzijde van het proces is meegenomen als input. Hij zal nagaan waar de brief verder is geweest en indien gewenst een reactie verzorgen. De griffie gaat na of de brief aan de raad is aangeboden. Wethouder Franssen merkt op dat er veel partijen actief zijn in beide gebieden en dat het van belang is om de dialoog met de ondernemers, bewoners, stakeholders en georganiseerde gesprekspartners voort te zetten.

Hij zegt toe de formulering van prioriteit 6 te verbreden. In reactie op vragen van CDA deelt wethouder Franssen mede dat in de prioritering in bijlage 3 per abuis WML wordt genoemd. Dit dient te worden gewijzigd in Waterschap Limburg. Wethouder Franssen gaat in op de vraag over het investeren in recreatieve doelen en op het behoud van de natuur. Hij zegt toe in het vervolg in gesprekken met de andere partners onderscheid te maken tussen ‘investeren in natuur’ en ‘investeren in natuurbeleving’. Wethouder Franssen merkt op dat het kaartje op pagina 19 veelvuldig verandert. Om misverstanden te voorkomen gaat hij na of het misschien duidelijker is om het kaartje weg te halen en te verwijzen naar het landelijke beleid. Commissie acht het voorstel rijp voor behandeling in de raad, agendering als bespreekstuk.

Standpunt college: Vooropgesteld wordt dat wijzigingen die voortkomen uit de commissiebehandeling uiterlijk vrijdag 31 januari 2025 zullen worden verwerkt in de bij het gebiedsprofiel behorende documenten en tijdig vóór de raadsvergadering van 6 februari 2025 aan de gemeenteraad ter beschikking zullen worden gesteld. Ten aanzien van prioriteit 2 (verkeersveiligheid) geldt dat deze zowel voor Asselt als voor Ool. De tekst van de prioriteit wordt conform toezegging aangepast om daarmee de verwarring weg te nemen: Bijlage 3 Lijst met prioritering wordt aangevuld bij punt 2 “Verkeersveiligheid” als volgt: In Ool is eveneens een knelpunt omdat er geen gescheiden weggedeelte is voor fietsers en voor auto’s, binnen het toch al krappe wegprofiel dat kenmerkend is bij historische lintbebouwing. De voetgangerszone in de berm is tevens smal. De verkeersveiligheid vergt in beide gebieden, Asselt én Ool, nader onderzoek. Ten aanzien van de brief van buurtvereniging St. Johannes Nepomucenus Ool van 28 juni 2024 geldt dat deze ambtelijk in ontvangst is genomen en aan de voorzijde van het proces is meegenomen als input: De inhoud van de brief is door de buurtvereniging toegelicht in het gesprek op 28 juni, en na afloop fysiek overhandigd aan de vertegenwoordigers van de gemeente.

Op verzoek heeft de gemeente naderhand tevens een digitale versie van de documenten ontvangen per e-mail, ter verwerking van de input. Vervolgens is op 4 november een vervolggesprek gevoerd met de buurtvereniging. Van beide gesprekken zijn verslagen toegezonden en aangegeven dat hun toelichting telkens als input zou worden meegenomen bij het opstellen van het gebiedsprofiel. De documenten van de buurtvereniging zijn beschouwd als input voor het lopende proces. Er is vanuit de gemeente geen aparte reactiebrief op alle input opgesteld, dit is ook niet bij andere stakeholders gebeurd die hun input tevens op schrift hebben gesteld. Het gebiedsprofiel moet worden beschouwd als eindresultaat van de input die door álle stakeholders samen is ingebracht, en vormt in zekere zin dus ook een antwoord aan de buurtvereniging hoe is omgegaan met hun input. Specifieke inbreng kan worden nagelezen in bijlage 6 helemaal onderaan, waar een opsomming staat van hetgeen is ingebracht. Daarnaast is bij mail van 13 januari 2025 aan de stakeholders de datum van behandeling kenbaar gemaakt, waarin nogmaals staat dat mede dankzij eenieders input het gebiedsprofiel tot stand is gekomen.

Volledigheidshalve zal aan de buurtvereniging een brief worden verstuurd met een dankwoord voor de uitgebreide input, een verwijzing naar het verantwoordingsdocument in bijlage 6 en de aankondiging dat de gemeente graag gebruik wenst te maken van hun gebiedskennis en hen actief zal betrekken bij de verdere uitwerking van de relevante actiepunten. Ten aanzien van prioriteit 6 is toegezegd de formulering te verbreden, omdat er veel partijen actief zijn in beide gebieden en het van belang is om de dialoog met de ondernemers, bewoners, stakeholders en georganiseerde gesprekspartners voort te zetten: De tekst van prioritering 6 was: De nieuwe tekst van prioritering 6 wordt: Er is een aantal wensen en doelen Er is een aantal wensen en doelen geformuleerd door geformuleerd door diverse diverse samenwerkende stakeholders, waarvoor het samenwerkende stakeholders, waarvoor goed zou zijn een verband op te richten. Dit vergt het goed zou zijn een verband op te voorbereidingstijd, en afstemming met richten. Dit vergt voorbereidingstijd, en natuurorganisaties zoals Stichting Limburgs afstemming met natuurorganisaties zoals Landschap, Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en Stichting Limburgs Landschap, Waterschap Limburg. Na oprichting kunnen de Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en betreffende actiepunten worden opgepakt, samen WML.

Na oprichting op middellange ook met de buurtvereniging, ondernemers en termijn kunnen de betreffende actiepunten anderen die graag onderdeel willen zijn van deze worden opgepakt samenwerking Ten aanzien van vragen van CDA omtrent de vermelding van WML in de prioritering van bijlage 3 zal deze worden gewijzigd in Waterschap Limburg: De benaming WML wordt in bijlage 3 en in alle andere relevante documenten vervangen door: Waterschap Limburg

Ten aanzien van de vraag over het investeren in recreatieve doelen en op het behoud van de natuur zal in het vervolg in gesprekken met de andere partners onderscheid worden gemaakt tussen ‘investeren in natuur’ en ‘investeren in natuurbeleving’: De bescherming en het behoud van natuur(waarden) wordt niet alleen in de rapportage beschreven, maar zal ook bij de nadere uitwerking van de verschillende actiepunten worden gecommuniceerd met de samenwerkende partijen (los van het actiepunt “versterken natuurbeleving”) Ten aanzien van het kaartje op pagina 19 van het gebiedsprofiel is geconstateerd dat dit veelvuldig verandert en daarom het kaartje wordt weggehaald en zal worden verwezen naar het landelijke beleid: Het kaartje op pagina 19 van de rapportage wordt verwijderd en tekstueel zodanig geherformuleerd dat verwezen wordt naar het gangbare landelijke beleid Ten aanzien van de omschrijving van de zones 3 en 4 is opgemerkt dat de woorden op de kaart betreffende de verschillende zones niet voor verwarring mogen zorgen en wordt de titulatuur gewijzigd: Was: Wordt (zowel in de rapportage als op kaart): Zone 3: Recreatief medegebruik natuur Zone 3: Natuur recreatief medegebruik Zone 4: Recreatief medegebruik water Zone 4: Water recreatief medegebruik Ten aanzien van de vragen en opmerkingen van GroenLinks en de Partij van de Arbeid over de zonering die is aangebracht op de oever

rondom de jachthavenlocatie te Asselt ten slotte het volgende: In de eerste plaats is het ter verduidelijking goed om op te merken, dat het gebiedsprofiel geen regels of toestemmingen bevat die burgers of andere partijen kunnen binden, of waar zij rechten aan kunnen ontlenen. Dergelijke regels zijn opgenomen in het Omgevingsplan (voorheen de bestemmingsplannen en beheersverordeningen) en/of andere gemeentelijke verordeningen zoals de APV. Het gebiedsprofiel is daarentegen een beleidsdocument. Het zet aan de ene kant de lijnen uit voor de inzet van de gemeentelijke capaciteit (in brede zin) ten aanzien van de Niet Stedelijke Maasplassen, en aan de andere kant dient het als toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke initiatieven in het gebied. Het is dus niet zo, dat bijvoorbeeld voor de initiatiefnemer van het plan in Asselt met de aanduiding ‘Zone 8: Recreatiezone’ nieuwe ontwikkelruimte wordt gecreëerd. Dan voor wat betreft de gebruiksmogelijkheden die kunnen gelden binnen de zones. In de commissievergadering is de vraag aan de orde gekomen of het niet beter is om de zonering ‘Recreatief medegebruik natuur’ (of ‘Natuur recreatief medegebruik’) toe te kennen aan de oevers van de jachthaven.

De gedachte daarachter was onder andere dat ook op andere plekken in natuurbestemmingen parkeerplaatsen zijn aangelegd (als voorbeelden zijn de parkeervoorziening aan het einde van de Broekstraat te Ool, en de parkeerplaats bij de Meinweg genoemd). Om daar mee te beginnen: de huidige parkeerplaats op de jachthavenlocatie te Asselt, de parkeervoorziening aan de Broekstraat te Ool en de parkeervoorziening bij de Meinweg, liggen niet in een natuurbestemming. Deze locaties kennen respectievelijk de bestemmingen ‘Recreatieve doeleinden’ (met dus de aanduiding ‘jachthaven’), ‘Recreatieve doeleinden extensief’, en ‘Cultuur en ontspanning - Bezoekerscentrum’. Hier ligt dus al een belangrijke reden om aan de oever van de jachthavenlocatie de zonering ‘Recreatiezone’ toe te kennen. Dit is in lijn met de planologische titel (bestemming ‘Recreatie’) die er ligt. Maar belangrijker: indien de zonering ‘Recreatief medegebruik natuur’ (of Natuur recreatief medegebruik’) zou worden toegekend in plaats van de zonering ‘Recreatiezone’, dan devalueert dat de waarde van natuurzones in de overige aangewezen gebieden in het gebiedsprofiel. Immers: indien zich dan een initiatief aandient waarbij een grootschalige parkeervoorziening in een ‘natuurzone’ moet worden aangelegd, dan verwatert het argument dat het primaat binnen die natuurzone ligt bij natuurherstel en natuurontwikkeling.

Op andere plekken binnen die natuurzone ligt dan namelijk wel een parkeerterrein, waardoor de argumentatie om geen nieuw parkeerterrein te willen steviger moet zijn. Juist door het onderscheid te maken tussen een recreatiezone en een natuurzone, kan de waarde van de natuurzones dus beter worden beschermd.

Voor wat betreft de begrenzing van de oeverzone bij de jachthavenlocatie het volgende: in onderstaande afbeelding is een uitsnede opgenomen van de plankaart uit de beheersverordening Maas- en Maasplassen (tegenwoordig onderdeel van het omgevingsplan):

Op bovenstaande afbeelding is duidelijk te zien dat het bestemmingsvlak zich zowel over het water, als over de oever uitstrekt. Op de volgende afbeelding is een uitsnede uit de zoneringskaart behorende bij het gebiedsprofiel opgenomen:

Uit de afbeeldingen blijkt duidelijk, dat de zonering Recreatiezone kleiner is dan het bestemmingsvlak ‘Recreatie’. Het oranje vlak is namelijk gebaseerd op de vergunningstekening uit 2007, en de terreininrichting die daarop is aangegeven. Ook hieruit volgt, dat er met het gebiedsprofiel in zijn voorstelde vorm niet meer ‘rechten’ worden gecreëerd. Ten slotte is de vraag aan de orde gekomen, of de motivering van de weigering van de VVGB voor het steigerplan uit 2022 met dit alles voldoende wordt versterkt. Uiteraard geldt hierbij altijd de kanttekening dat dit uiteindelijk aan de (hoogste) bestuursrechter is. Wel is het zo dat de externe juridisch adviseur kennis heeft genomen van het concept-gebiedsprofiel, en dit heeft meegewogen bij het opstellen van de reactie op de zienswijze tegen het ontwerp-weigeringsbesluit. De inhoud van het concept-gebiedsprofiel is in lijn met de argumentatie die raad heeft gebruikt om de VVGB in ontwerp te weigeren. Zoals beschreven in het gebiedsprofiel wordt op deze locatie geen ruimte geboden aan

grootschalige pleziervaart. Dit is het type gebruik waar het in 2022 aangevraagde bouwplan zich op richt, en waarvan in de motivering van de ontwerp-VVGB al is aangegeven dat hier geen ruimte voor wordt geboden.

Standpunt griffie: De griffie heeft de brief van buurtvereniging St. Johannes Nepomucenus Ool van 28 juni 2024 pas recent ontvangen. Deze brief is nu op de lijst van ingekomen stukken voor de raadsvergadering van 6 februari a.s. geplaatst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=d3cf4d47-ae54-4aea-945a-b58ad3c3f5a1