CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Commissie advies BS5.2 Participatie- en inspraakverordening gemeente Roermond 2024 versie 2

Gemeenteraad 22 februari 2024, gemeente RoermondBij agendapunt: Participatie- en inspraakverordening gemeente Roermond 20241.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissie-advies Naam commissie:

Commissie Burgers en Samenleving

Datum commissievergadering:

30 januari 2024

Fracties afwezig bij commissiebehandeling: LVR GL CDA DS SPR Onderwerp:

VVD

D66

PvdA

SP

Participatie- en inspraakverordening gemeente Roermond 2024

Advies commissie: Is dit onderwerp rijp voor behandeling in de gemeenteraad? Wijze van agendering voor de raad: hamerstuk bespreekstuk

Ja

Nee

n.v.t.

n.v.t.

Woordvoering (m.b.t. beide raadsvoorstellen: wijk- en kernen beleid en de Participatie- en inspraakverordening) vindt plaats door de fracties van DS, D66, SPR, CDA, GL, LVR, PvdA en VVD. Er worden diverse opmerkingen geplaatst bij beide raadsvoorstellen en vragen gesteld. M.b.t. het raadsvoorstel wijk- en kernenbeleid gaan fracties-los van de inhoudelijke vragen en opmerkingen- met name in op het gevolgde proces en het noodzakelijke draagvlak bij de betrokken partijen. Wethouder van Ballegooij gaat in op de gestelde vragen en gemaakte opmerkingen. Onder meer: Met betrekking tot het participatie-traject m.b.t. het wijk- en kernenbeleid is er sprake geweest van een zorgvuldig proces. Vele actoren (niet alleen de wijkcomités) zijn erbij betrokken. Er zijn sessies geweest met de betrokkenen in de wijken (daarnaast ook 2 raadsbijeenkomsten). Op 14 maart komt men weer bij elkaar met de betrokkenen uit de wijken. De wethouder doet de toezegging om vóór de a.s. raad nog actief in gesprek te gaan met de wijkorganisaties namens wie de brief is gestuurd. Daar kan ingegaan worden op de opmerkingen en vragen in de brief. Ook andere wijkorganisaties kunnen daarbij aansluiten. Er zal verslag van worden gemaakt en dit zal nog vóór de a.s. raadsvergadering naar de raad worden teruggekoppeld. De cultuuromslag verloopt via een groeimodel.

Ook de ambtelijke organisatie zal anders dienen te gaan werken. Ook integraal werken met andere actoren in de wijk staat centraal. M.b.t. de capaciteit van wijkregisseurs is intern met name om meer beleidsondersteuning gevraagd zodat de regisseurs meer actief kunnen zijn in de wijken zelf. Met de bestaande formatie kan volgens de wethouder -gegeven het tijdpad- uitvoering gegeven worden aan de plannen. De participatieverordening beoogt dat beleidsmakers aan de voorkant mogelijkheid tot sturing te geven. Er is sprake van een toolbox (art.5) en raden kunnen ook een opdracht geven.

Op de vraag op er tussen wijken geprioriteerd kan worden geeft de wethouder aan dat in de wijken overal wordt gewerkt met een basis-agenda. Wijkraden kunnen een rol krijgen bij de wijk-agenda maar er kunnen ook andere actoren zijn. Dat verschilt van wijk tot wijk. De colleges stellen de wijkagenda's uiteindelijk vast. De raden krijgen dit in ieder geval ter kennisname. Op de vraag of er voor de dorpsraad Swalmen (eigen burger begroting nu) iets veranderd geeft de wethouder aan dat als wijk-agenda's worden vastgesteld de budgethouders met de wijk aan de slag kunnen: er zal sprake zijn van meer slagkracht en flexibiliteit. Of de verdeelsleutel toereikend is (is er genoeg budget voor de initiatieven?) geeft de wethouder aan dat dit moet blijken uit de (tussen-)evaluaties. Flexibiliteit van de organisatie en de begroting is nodig. Soms is budgettair bijstellen nodig: als dat buiten de bestaande kaders is komt de raad vanzelfsprekend in beeld. Reeds aan de voorkant dient goed nagedacht worden over welke vorm van participatie van toepassing is en dat gevolgde traject dien je dan ook goed uit te kunnen leggen. De wethouder doet naar aanleiding van vragen over evaluaties de toezegging dat na de bijeenkomst op14 maart met betrokkenen een proces-voorstel ook naar de raad-commissie gaat hoe om te gaan met evaluaties.

Met betrekking tot "een burgerberaad" geeft de wethouder aan dat het college daar geen standpunt in heeft en dat dit ook meer aan de raad is of dat een instrument is. De wethouder legt bij de fracties ook neer of er behoefte c.q. draagvlak is voor wijkbezoeken. Diverse fracties geven aan dat dit zou worden verwelkomd. De wethouder zegt toe dit op te zullen pakken en ambtelijk te laten faciliteren. De wethouder zegt toe eventuele nog niet beantwoorde (meer) technische vragen van de zijde van DS m.b.t. Inspraakverordening via de "groene flap" te beantwoorden. Het voorstel (5.2.) Inspraakverordening is rijp voor behandeling in de raad. Voor PvdA, VVD en CDA als hamerstuk, voor overige fracties als bespreekstuk. ________________________________________________________________________________

Standpunt college: Conform toezegging van de wethouder in de commissievergadering zijn de vragen van Democraten Swalmen beantwoord in de bijbehorende bijlage.

Bijlage 1: Beantwoording vragen Democraten Swalmen.

Bij de inleiding staat een zinsnede dat inwoners nog meer betrokken worden bij de ontwikkeling van beleid en de uitvoering. Hoe is dat bij deze verordening gebeurd? In de voorbereiding tot de totstandkoming van deze verordening is gebruik gemaakt van ervaringen met de diverse participatietrajecten zowel in-als extern. Zo is o.a. ook gesproken met Initiatiefgroep Burgerberaad Roermond.

De verordening beoogd kwaliteit van de lokale democratische processen te vergroten. Hoe moet ik dat lezen? Hoe moeten wij dat duiden? Naast de representatieve democratie zoals deze in de Grondwet en Gemeentewet is vastgelegd (Raad, college van burgemeester en wethouders en commissies) is er maatschappelijk gezien steeds meer behoefte aan een bepaalde vorm van participatieve democratie. Het lokale primaat ligt bij de Gemeenteraad. In de voorbereiding van besluiten kan de raad en college van burgemeester en wethouders gebruik maken van de geleverde input die voortvloeit uit een participatief proces. De betrokkenheid van inwoners bij de lokale democratie blijft zo niet beperkt tot gemeenteraadsverkiezingen.

Participatie en inspraak wordt uitsluitend verleend aan inwoners, belanghebbende bedrijven of organisaties die lokaal van belang zijn of een lokaal belang hebben. Is de zinsnede van ‘lokaal belang’ concreet genoeg en hoe laat dat speelruimte ook in het verlengde van wat bijvoorbeeld burgerberaad schrijft?. Participatieprocessen spelen zich af op lokaal niveau. Per situatie zal beoordeeld moeten worden in hoeverre er sprake is van een lokaal belang. Het is niet wenselijk dit op voorhand in een verordening zodanig juridisch in te kaderen zodat de maatwerk en de menselijke maat niet meer mogelijk is. Voorkomen moet worden dat derden die geen lokale belangen hebben de besluitvorming zodanig beïnvloeden waardoor de inwoners geconfronteerd worden met situaties en uitkomsten die geen lokaal belang dienen.

Publieksparticipatie wordt in beginsel toegepast wanneer verwacht is dat belanghebbenden in aanzienlijke mate geraakt zullen worden. Wat verstaan onder in aanzienlijke mate? Zoals reeds aangegeven is het niet wenselijk op voorhand in deze verordening alles zodanig juridisch in te kaderen zodat de maatwerk en de menselijke maat niet meer mogelijk is. De verordening biedt thans de mogelijkheid om maatwerk te leveren.

Geen publieksparticipatie wordt verleend op het moment dat er tijdens participatie inspraak het beleidsvoornemen redelijkerwijze te voorzien was. Dat vinden wij een bijzondere zinsnede en wij zouden graag de duiding van de wethouder over willen horen of dat wel op die manier moet blijven staan dan. Voorkomen moet worden dat binnen een proces van beleidsvorming telkenmale nieuwe participatieprocessen opgestart moeten worden. Een effectief beleidsvormingsproces en besluitvorming daaromtrent is hiermee niet gediend. Het moet duidelijk zijn wanneer wel en wanneer niet participatie plaatsvindt.

Bij publieksparticipatie voor raadsvoorstellen dat is artikel vijf, lid vijf, staat dat het college de keuze maakt op welke wijze en hoe publieksparticipatie wordt toegepast. Zou daar niet dan ook een stukje terugkoppeling moeten zijn met de raad, een stukje sparren met de raad dat onduidelijke participatie, zodat een opdracht bijvoorbeeld aan de voorkant, meegegeven kan worden aan het college. Binnen het proces tot opstellen van raadsvoorstellen wordt de raad op verschillende momenten meegenomen. Binnen dat proces kan de raad aandacht vragen voor participatie. Door het procesbesluit ter kennis van de raad te sturen kan de raad toetsen in hoeverre rekening is gehouden met hetgeen de raad in de voorbereidingen het college heeft meegegeven.

Overheidsparticipatie wordt verleend indien vlg. burgemeesters en wethouders het inwonersinitiatief past binnen de kaders van het gemeentelijk beleid. Is er dan wel ruimte om daar een stuk afweging in te maken? In voorkomende gevallen kunnen er initiatieven zijn die weliswaar niet passen binnen het bestaande gemeentelijk beleid. Het kan evenwel zo zijn, na afweging, dat het wenselijk is of het gemeentelijk beleid aan te passen, danwel af te wijken van gemeentelijk beleid aangezien een bepaald initiatief zo bijzonder is dat het in het kader van het gemeentelijk belang opgepakt zou moeten worden. Deze afweging zal per initiatief gemaakt moeten worden. Er is dus ruimte voor maatwerk.

Wanneer heeft iets onvoldoende draagvlak? Een juridische definitie van draagvlak is moeilijk te geven. Dit afhankelijk van de individuele omstandigheden. Per initiatief zal beoordeeld moeten worden of er sprake is van onvoldoende draagvlak. Dit is ook afhankelijk van bv. de aard van het initiatief in relatie tot de ingebrachte bezwaren en het gemeentelijke beleid. Middels deze verordening willen we voorkomen om door het stellen van juridische kaders het de menselijke maat uit het oog wordt verloren.

Praktische gronden is ook zo’n containerbegrip: graag nadere duiding daarover. Ook hier geldt dat juridisering van dergelijke begrippen leidt tot een volledig juridisch dichtgetimmerde verordening die mooie en breed gedragen initiatieven in de weg kunnen staan. Zoals gesteld: maatwerk staat voorop.

Geen burger- of geen overheidsparticipatie wordt verleend op een moment dat de gemeente korter dan twee jaar daarvoor over een indiening van initiatief besluit heeft genomen. In bijna twee jaar kan een hele hoop veranderen. Dat vinden wij absoluut onwenselijke zinsnede om dat zo standaard op te nemen. Het klopt dat in twee jaar tijd veel kan veranderen. Anderszins moet voorkomen worden dat continue dezelfde initiatieven worden ingediend. Het is evenwel de vraag initiatieven altijd hetzelfde zijn. Ze kunnen ogenschijnlijk gelijk aan elkaar zijn, doch ten aanzien van doel en middelen toch verschillend zijn. Elk initiatief zal afzonderlijk beoordeeld worden. Dan kunnen we ook per geval bezien in hoeverre er sprake is van eenzelfde initiatief.

Hoe gaan wij om met het uitdaagrecht? Binnen de uitgangspunten zoals die gehanteerd worden is het “in de markt zetten” van Rightto-challenge “ niet aan de orde. De gedachte achter Right-to-challenge gaat uit van een proactieve houding van de samenleving en niet van een actieve overheidssturing. Het is van belang dat de samenleving het initiatief neemt om overheidstaken over te nemen. Als er gebruik wordt gemaakt van het uitdaagrecht zullen wij vanuit een positieve grondhouding tegemoet treden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=fbe98642-f6d5-4822-8073-628b71b5e0da