Commissie advies BM2a Wijziging gemeenschappelijke regelingen
Tekst van het document
Naam commissie:
Commissie Bestuur en Middelen
Datum commissievergadering:
8 april 2024
Fracties afwezig bij commissiebehandeling: LVR GL CDA DS SPR Onderwerp:
VVD
D66
PvdA
SP
Ja
Nee
n.v.t.
Wijziging gemeenschappelijke regelingen
Advies commissie: Is dit onderwerp rijp voor behandeling in de gemeenteraad? Wijze van agendering voor de raad: hamerstuk bespreekstuk
n.v.t.
Toelichting: Jonathan Felix, Michael Kalthoff en Aschwin Verheijden verlaten de zaal. Zij nemen niet deel aan discussie en besluitvorming als gevolg van beroepsmatige betrokkenheid bij gemeenschappelijke regelingen. Woordvoering vindt plaats door LVR, VVD en D66. LVR stelt enkele specifieke vragen: hoe gaan we dit met zijn allen organiseren, is de agenda van de gemeente leidend of die van de GR, stemming in GR per gemeente of gewogen naar inwoneraantal, wat is de rol van de raad bij de verdere uitwerking, is het niet vreemd dat het DB van een GR in bepaalde gevallen beslissingen kan nemen zónder voorafgaande zienswijzeprocedure van de raden, evaluatie van GR, situatie met betrekking tot de RUD? VVD stemt in met het voorstel, de gemeenteraden zijn in het voortraject goed meegenomen en de voorgestelde wijzigingen sluiten goed aan bij de door Roermond ingediende zienswijze. D66 spreekt tevredenheid uit over de voorgelegde stukken en sluit aan bij de door LVR gestelde vraag over de wijze waarop de gemeenteraden verder betrokken zullen worden. Naar aanleiding van de gestelde vragen wordt vanuit het college medegedeeld: 1. diverse taken worden in gemeenschappelijkheid uitgevoerd omdat afzonderlijke gemeenten hiervoor te klein zijn; 2. de nu voorgestelde wijzigingen in de regelingen zijn juist bedoeld om de positie van de gemeenteraden (democratische legitimatie) te versterken; 3.
of het voorgaande echt gaat lukken moet natuurlijk worden afgewacht. Het is mede een taak van de portefeuillehouders om oog te houden voor het betrokken houden van de raden; 4. hoe dit vanuit Roermond verder wordt vormgegeven is primair aan de raad zelf. Hierover is in het Presidium al gesproken. Zodra het zover is, zal er een procedurevoorstel worden voorgelegd; 5. de regelgeving is bij alle GR'en min of meer gelijk, de uitwerking die eraan gegeven wordt kan per GR verschillen; 6. gewogen stemming in bijv. de Veiligheidsregio, zoals gevraagd door de gemeente Venlo, is op dit moment nog niet aan de orde maar er kan natuurlijk discussie over plaatsvinden, bijv. bij welke vraagstukken dit dan mogelijk toegepast zou moeten worden;
7. het kan zijn dat er in de dagelijkse praktijk -bijv. bij calamiteiten- beslissingen met een spoedeisend karakter genomen moeten worden door het DB van een gemeenschappelijke regeling, die niet kunnen wachten op een zienswijzeprodedure via de raden. Uiteraard dient daarover dan wel achteraf verantwoording te worden afgelegd; 8. wettelijk is bepaald dat besluitvorming over de aangepaste gemeenschappelijke regelingen dient plaats te vinden vóór 1 juli 2024. Daartoe strekt het voorliggende voorstel; 9. de RUD Limburg-Noord is de enige RUD in Nederland die nog geen fysieke organisatie vormt maar een netwerkorganisatie waarbij de de medewerkers van de RUD nog steeds in dienst zijn van de eigen gemeenten. Zowel de RUD Limburg-Noord als Limburg-Zuid voldoen niet aan de robuustheidscriteria (omzet 16,5 mln.), waardoor op termijn wellicht één RUD voor geheel Limburg zal ontstaan. Wethouder Zwijnenberg heeft bij herhaling aan de RUD gevraagd om beter te communiceren met de raden. Dat is nog niet gebeurd. Er komt op korte termijn een commissieinformatiebrief van wethouder Zwijnenberg over de RUD. Het college zal op de groene flap nog nadere toelichting geven op de bevoegdheidsverdeling tussen AB en DB in relatie tot de zienswijzeprocedure. De commissie acht het onderwerp rijp voor behandeling in de raad. Agendering vooralsnog als hamerstuk.
Mocht één van de fracties van mening zijn dat bespreking in de raad alsnog gewenst is, kan daarom tot de dag vóór de raadsvergadering om worden gevraagd. (Na afloop van de commissievergadering is vanuit de LVR aangegeven dat zaken duidelijk zijn en dat geen nadere toelichting op de groene flap meer nodig is). ________________________________________________________________________________ Standpunt college: De vraag over de bevoegdheidsverdeling tussen AB en DB is gesteld naar aanleiding van de nieuw ingevoegde (uniforme) bepaling dat een AB niet beslist over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, in het geval ten minste een vijfde van die raden hierom vraagt, zij het dat het DB in spoedeisende gevallen van het vragen van zienswijzen kan afzien. Bij de vraagstelling in de commissie werd als voorbeeld gerefereerd aan het nieuwe artikel 12a, tweede lid in de GR BsGW. De voorstellen aan het AB waarover in de bepaling wordt gesproken zijn voorstellen van het DB aan het AB (vergelijk het feit dat de raad besluiten pleegt te nemen op voorstel van het college). Het DB is immers wettelijk belast met het voorbereiden van beslissingen van het AB (zoals het college als wettelijke taak heeft het voorbereiden van beslissingen van de raad).
Het vragen van zienswijzen aan de raden - ter voorbereiding van besluitvorming door het AB over het voorstel - gebeurt dan ook feitelijk door het DB, hetgeen verklaart waarom in de bewuste bepaling is opgenomen dat dát orgaan in spoedeisende gevallen van het vragen van zienswijzen kan afzien. De bestaande bevoegdheidsverdeling tussen een AB en DB wordt hiermee niet doorkruist. De bevoegdheid om op voorstel van het DB de inhoudelijke beslissing te nemen is een AB-bevoegdheid en blijft dat.