Brief Rekenkamer antwoorden op vragen van raadslid Celebi nav rapport inhuur
Tekst van het document
rekenkamer roermond Roermond, 18 november 2025. Betreft: Antwoorden op vragen van raadslid Celebi naar aanleiding van het rapport Inhuur. Geachte heer Celebi (en overige raadsleden), Op 6 november heeft de rekenkamer een aantal vragen ontvangen van u ontvangen. Middels deze brief beantwoorden wij deze vragen, voor zover het aan de rekenkamer is om op bepaalde onderdelen in te gaan. Voorafgaand daaraan wil de rekenkamer nog reageren op de informatiebijeenkomst van 23 september. Daar is onder andere de vraag gesteld in hoeverre er al rekening gehouden was in het onderzoek met doorgevoerde verbeteringen in het inhuurproces. Tijdens de informatiebijeenkomst is geantwoord dat die eventuele verbeteringen ná de onderzoeksperiode aan de orde zijn geweest. In aanvulling daarop is nog aan te geven dat die veranderingen per 1 januari 2025 enkel betrekking hebben op interne procedures. De rol van het directieteam in het IDU-proces is versterkt en de gemeentesecretaris wil meer grip op het totale proces. Er zijn geen veranderingen doorgevoerd die betrekking hebben op de voorstellen zoals de rekenkamer die gedaan heeft waar het gaat over de bestuurlijke aspecten. Voor de volledigheid: Extern adviseur Peeters Finance heeft in maart voor de gemeentesecretaris een intern plan van aanpak opgesteld om de grip op inhuur te verbeteren. Dit plan van aanpak gaat enkel over de interne procedures.
Tijdens de informatiebijeenkomst is ook gevraagd of er elders voorbeelden zijn waar de raad een grotere betrokkenheid heeft bij het inhuur proces. Er zijn toen geen voorbeelden genoemd. Aanvullend onderzoek levert op dat er bij verschillende overheidsorganisaties spelregels zijn omtrent inhuur. Die spelregels hebben betrekking op onder andere de lengte van inhuurperiode, draaideurconstructies en tariefstellingen. Tijdens de commissiebehandeling op 1 december kan e.e.a. toegelicht worden. Tot slot is op de informatiebijeenkomst geïnformeerd naar gebruikte benchmarks. Er is geantwoord dat het lastig is om de situatie in Roermond te vergelijken met andere gemeenten. De rekenkamer hecht er aan om dit nogmaals te benadrukken. De lokale bestuurlijke vraagstukken, de lokale arbeidsmarktsituatie en lokale politieke prioritering zijn te verschillend om realistische vergelijkingen te produceren. De enige benchmark die een vergelijking mogelijk maakt zijn de kentallen die de gemeente conform de
BBV verplicht is op te nemen in de jaarrekening. En daarover is in het rapport Inhuur juist gezegd dat die informatie "abstract" is en voor veel raadsleden niet altijd even duidelijk en te begrijpen. Vragen aan Rekenkamer van Celebi Turgut, raadslid LVR 1. Waarom heeft de Rekenkamer pas nu onderzoek gedaan naar inhuur, terwijl de omvang daarvan volgens uw eigen bevindingen al langere tijd "toeneemt zonder duidelijke toelichting"? Een aantal jaren geleden heeft de toenmalige reken kamercommissie overwogen om een onderzoek in te stellen naar het strategisch personeelsbeleid. Aanleiding waren toen de vergrijzing en de daarmee verband houdende krapte op de arbeidsmarkt. De corona-periode alsmede de indertijd aangekondigde organisatieverandering leidde tot het besluit om op dat moment geen onderzoek te doen waar onder meer inhuur als onderdeel van strategische personeelsbeleid. Nadien bleek bij het uitvoeren van andere onderzoeken dat regelmatig met ingehuurde medewerkers contact gezocht moest worden. Dat was de aanleiding begin 2025 om een onderzoek te starten naar inhuur. De bevindingen van de rekenkamer zijn dan ook uit 2025 en hebben betrekking op de periode 20212024. Eén van de bevindingen uit het onderzoek is dat er al langere tijd een toename is zonder duidelijke toelichting. Eerder had die constatering zonder onderzoek niet gedaan kunnen worden .. 2.
Heeft de Rekenkamer de mogelijkheid overwogen om tussentijdse signaleringen of waarschuwingen te geven aan de raad toen bleek dat de grip op inhuur ontbrak? De rekenkamer kan alleen tussentijdse signaleringen of waarschuwingen aan de raad sturen op basis van onderzoek waarbij hoor- en wederhoor heeft plaatsgevonden. Weliswaar was er een indruk dat er een toename was van inhuur maar dat diende toch eerst onderzocht te worden. Nu het onderzoek heeft plaatsgevonden inclusief ambtelijk en bestuurlijk wederhoor kan met recht geconcludeerd worden dat de grip op inhuur ontbrak. Zodra het rapport was afgerond heeft de rekenkamer de eerste mogelijkheid aangegrepen om de raad te informeren rekening houdend met de vastgestelde raadsprocedures en termijnen. Voor de volledigheid: de conclusies van de rekenkamer kwamen min of meer overeen met de eigen conclusies in de ambtelijke organisatie in februari van dit jaar. 3.
Rekenkamer stelt dat er "geen eenduidig inzicht in de bestede middelen" is
is de Rekenkamer van
mening dat dit via de accountant eerder aan het licht had moeten komen? De accountant beoordeeld met name de rechtmatigheid. Inhuur vindt plaats door de hele organisatie heen. Het dient een onderdeel van de opdracht aan de accountant te zijn om het specifieke inzicht te vergroten en de beoordelen. 4.
Waarom is er geen kwantitatieve analyse gemaakt van de financiële omvang van de inhuur (euro's, fte's, duur, tariefniveaus per bureau)? De rekenkamer heeft bewust gekozen voor een onderzoek met een nadruk op bestuurlijke aspecten op het niveau van de raad en niet op een heel uitvoerig en tijdrovend onderzoek naar details op het niveau van het college zouden moeten zijn. In het onderzoek is naar voren gekomen dat er geen kwantitatieve analyses zijn.
5.
In hoeverre heeft de Rekenkamer zich verdiept in mogelijke belangenverstrengeling of structurele afhankelijkheid van bepaalde externe bureaus? Het vaststellen van belangenverstrengeling en/of structurele afhankelijkheid is geen object van onderzoek geweest.
6.
Hoe beoordeelt u het feit dat het college weigert beleidskaders te formuleren bestuurlijk aanvaardbaar binnen het wettelijk stelsel van dualisme?
is dat in uw ogen
Het is aan het college om de keuze te maken op bepaalde thema's wel of juist geen beleidskaders aan de raad voor te leggen. Het is vervolgens aan de raad om de beoordelen of dat juiste keuzes zijn. Weliswaar is binnen het dualisme een aantal thema's aangewezen waar het college primair verantwoordelijk is maar dat betekent niet dat de raad daar helemaal niets over mag zeggen. De rekenkamer gaat er van uit dat er goede afspraken tussen raad en college gemaakt gaan worden om het thema inhuur verder uit te werken. 7.
Waarom heeft de Rekenkamer geen concrete aanbeveling opgenomen over versterking van de raad zelf {bijv. via periodieke rapportages of themadebatten)? Het is primair aan de raad om met het college afspraken te maken over de wijze waarop de raad goed in haar rol kan komen. De genoemde instrumenten kunnen daarbij aan de orde zijn. De rekenkamer richt zich primair op het WAT (versterking) en niet op het HOE.
8.
Zijn er volgens de Rekenkamer aanwijzingen dat de raad buiten spel is gehouden bij inhuurvraagstukken? Nee, de rekenkamer heeft geen specifieke aanwijzingen. Het onderzoek was daar ook niet op gericht.
9.
Hoe verklaart de Rekenkamer dat de bestuurlijke informatie over inhuur "alleen via abstracte getallen" loopt - is dit een vorm van bestuurlijke onwil of organisatorisch onvermogen? Het college voldoet aan de bepalingen van het BBV. Er is dus geen sprake van onwil of onvermogen. De rekenkamer heeft het begrip "abstract" gebuikt om duidelijk te maken dat de gegevens die nu worden opgenomen voor de meest raadsleden onbegrijpelijk zijn. En in de ogen van de rekenkamer zijn die gegevens onvoldoende om mee sturen ook omdat die gegevens in de jaarrekening worden opgenomen. Het is dus ook nog eens informatie achteraf.
10. Heeft de Rekenkamer onderzocht in welke mate ingehuurde krachten strategische of beleidsmatige taken uitvoeren die feitelijk onder politieke verantwoordelijkheid vallen? Alle taken in de gemeentelijke organisatie vallen onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het college en daarbinnen de portefeuillehouders. Dat is de reden waarom de rekenkamer voorstellen doet om een beleid op te stellen daarover duidelijk te rapporteren. 11. Welke vervolgstappen acht de Rekenkamer nodig als het college blijft weigeren aanbevelingen uit te voeren? Het is volledig aan de raad om te beoordelen in hoeverre de voorstellen van de rekenkamer de juiste voorstellen zijn. En vervolgens is het aan de raad om de juiste voorstellen tot opdrachten aan het college te verheffen al dan niet geamendeerd. Indien daarna er geen uitvoering wordt gegevens door het college dan is de raad aan zet om de bestuurlijke en politieke consequenties te beoordelen. 12. Hoe gaat de Rekenkamer zelf opvolging bewaken
blijft het bij dit rapport, of volgt een heronder-
zoek in 2026? Indiende de raad de, al dan niet geamendeerde, voorstellen overneemt dan dient het college overeenkomstig de standaardprocedure op korte termijn een plan van aanpak aan de raad voor te leggen 13. Heeft de Rekenkamer overwogen om het gebrek aan doelmatigheid en doeltreffendheid als signaalrapportage aan de provincie of de accountant te melden? De rekenkamer heeft dit niet overwogen aangezien er geen feiten geconstateerd zijn die de controlerende rol van de provincie raken. 14. Is de Rekenkamer bereid om samen met de raad een set indicatoren te ontwikkelen waarmee grip op inhuur structureel kan worden verankerd?
De Rekenkamer staat welwillend tegenover een eventueel verzoek van de raad voor een dergelijk adviestraject indien dit in te passen is in het Rekenkamer-jaarprogramma. Namens de Rekenkamer Roermond, met vriendelijke groet,
Nico op de Laak Lid Rekenkamer Roermond