Bijlage 9 bij de toelichting - Advies veiligheidsregio (digitaal ter inzage)
Tekst van het document
College van B&W Gemeente Roermond Markt 31 6041 EM Roermond
datum
16 maart 2021
uw kenmerk
behandeld door
Bram van den Ende
telefefoonnummer
+31881190653
bijlage(n)
0
ons kenmerk
2021-001586
onderwerp
Realisatie woon-zorgcomplex - bestemmingsplan “Buurtzorghuis Donderhof”
Geachte heer/mevrouw, Op 9 maart 2021 heeft u Veiligheidsregio Limburg Noord verzocht advies uit te brengen over het ruimtelijk initiatief: Realisatie woon-zorgcomplex - bestemmingsplan “Buurtzorghuis Donderhof”. Het initiatief ligt binnen het invloedgebied van een incident met gevaarlijke stoffen, doordat dit zich bevindt op een afstand van respectievelijk circa 770 meter (Rijksweg A73) en ruim 1.200 meter (spoorlijn Roermond-Sittard) van een transportas met gevaarlijke stoffen. De aanwezige hogedruk aangasleiding (afstand 330 meter) heeft geen invloed op het plangebied. De grondslag voor ons advies komt voort vanuit artikel 9 van het Besluit externe veiligheid transportroutes. Het groepsrisico neemt slechts beperkt toe waardoor onze advisering zich richt op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid van het initiatief. Doordat de afstand ten opzichte van transportas groter is dan 200 meter en de toename van het groepsrisico zeer beperkt is valt de ontwikkeling binnen het toepassingsgebied van standaard advisering (raadpleegbaar via www.vrln.nl). De bestrijdbaarheid van de nieuwe ontwikkeling is in orde. Er zijn voldoende bluswatervoorzieningen aanwezig en het initiatief is voldoende bereikbaar zodat incidenten zijn te bestrijden ter bescherming van de gebruikers van het plangebied.
Advies Wij adviseren rekening te houden met onderstaande beheersmaatregelen ter verbetering van de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid voor zowel de initiatiefnemer, gebruiker van het gebouw en de gemeente:
Initiatiefnemer • Wanneer voor ventilatie een installatie nodig is, plaats dan op een makkelijk te bereiken plaats, een noodknop waarmee de installatie uitgezet kan worden zodat er geen ventilatielucht meer van buitenaf wordt ingebracht. De noodknop kan bijvoorbeeld in de meterkast of bij een brandmeldinstallatie worden geplaatst. Gebruiker van het gebouw: • Zorg dat de gebruikers en BHV-organisatie (indien aanwezig) op de hoogte zijn van de risico’s van een toxisch incident met gevaarlijke stoffen, het handelingsperspectief: "binnenblijven, ramen en deuren sluiten en mechanische ventilatie uitzetten" en hiernaar wordt gehandeld. • Indien gebouwen geheel of gedeeltelijk zijn voorzien van natuurlijke ventilatie is het advies om naar een ruimte te gaan waar ramen en deuren gesloten kunnen worden en de mechanische ventilatie uitgezet kan worden. • Indien sprake is van een BHV-organisatie dan dient het toxisch scenario en handelwijze te worden opgenomen in het bedrijfsnoodplan. Gemeente: • Informeer de initiatiefnemer en de gebruikers van het plan over de risico’s van de risicobron en het daarbij horende handelingsperspectief en borg dit in overeenkomsten, voorschriften etc. voor zover dit (juridisch) mogelijk is. Tot slot Heeft u nog vragen? Neem dan gerust contact op met de heer Bram van den Ende via telefoonnummer +31881190653.
Met vriendelijke groet,
H. Baarends Afdelingshoofd
Memo datum onderwerp
01-07-2020 Standaardadvisering externe veiligheid bij toxische scenario’s in Limburg Noord
Inleiding In deze memo beschrijft Veiligheidsregio Limburg-Noord wanneer bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen volstaan kan worden met het toepassen van het standaardadvies bij toxisch scenario’s en wanneer het uitwerken van een maatwerkadvies noodzakelijk is. Werken met standaardadvisering levert naast veiligheid en uniformiteit tevens tijdwinst op. Hierdoor kunnen de gemeenten en de veiligheidsregio meer aandacht besteden aan ruimtelijke ontwikkelingen bij risicobronnen waar voor de risicoafweging maatwerk gevraagd wordt. Standaardadvisering beperkt zich vooralsnog tot gebieden waar zich uitsluitend een toxisch scenario kan voordoen. In geval van meerdere scenario’s, wordt het advies voor het toxisch scenario meegenomen in het maatwerkadvies. Brand- en explosiescenario’s vallen onder maatwerkadvisering. Wanneer na evaluatie blijkt dat standaardadvisering vanuit het toxisch scenario goed werkt, wordt nader bezien of standaardadvisering uitgebreid kan worden. Advisering omtrent bluswatervoorziening en bereikbaarheid rondom de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling maakt geen deel uit van de standaardadvisering externe veiligheid bij toxische scenario’s en vindt separaat plaats, in samenhang met de beoordeling van het bestemmingsplan en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Ook bij standaardadvisering past de veiligheidsregio de kernwaarden toe: 1.
De kwaliteit van de leefomgeving wordt mede bepaald door (fysieke) veiligheid 2. Samen werken aan een veilige fysieke leefomgeving 3. De leefomgeving wordt mede vormgegeven volgens de ontwerpprincipes voor veiligheid: a. Voorkomen of beperken van risico’s vergroot de veiligheid b. Afstand nemen tot de risico’s vergroot de veiligheid c. Bouwwerken en omgeving bieden bescherming d. Bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten e. De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk 4. Mensen krijgen bij crisis passende medische zorg 5. Mensen zijn bekend met risico’s en weten hoe te handelen
Het scenario: Binnen 1.500 m afstand van de te beschouwen ruimtelijke ontwikkeling bevindt zich een bestaande milieubelastende activiteit: de risicobron. Deze risicobron kan een bedrijf of een transportas (weg, spoor, water) zijn.(Er zijn op dit moment geen buisleidingen met toxische stoffen in de regio.) Bij deze risicobron kan een incident optreden waardoor giftige stoffen vrijkomen. Deze giftige stoffen verspreiden zich in de omgeving. Mensen in de omgeving die aan de giftige stoffen blootgesteld worden, zijn onvoldoende beschermd tegen de gevaren van de gifwolk. De bestrijding bij de bron is gericht op het voorkomen en beperken van verspreiding van de gifwolk. De te beschouwen ruimtelijke ontwikkeling heeft geen invloed op de bestrijdbaarheid van het scenario bij de risicobron. Het handelingsperspectief bij dit scenario is: binnenblijven, ramen en deuren sluiten, mechanische ventilatie uitschakelen en volg de aanwijzingen van de overheid op. De te beschouwen ruimtelijke ontwikkeling heeft geen invloed op de bestrijdbaarheid van het scenario bij de risicobron.
1
Wanneer standaard- of maatwerkadvies? Uitgangspunten voor standaardadvisering: -
-
-
De ruimtelijke ontwikkeling betreft de realisatie van een gebouw. Bij de ontwikkeling van een locatie geldt het handelingsperspectief uit voornoemd scenario niet en is maatwerk nodig. Het standaardadvies voor een ruimtelijke ontwikkeling in het gifwolkaandachtsgebied is vanuit elke risicobron gelijk. Het standaardadvies in het gifwolkaandachtsgebied is op elke afstand van de risicobron tot de ruimtelijke ontwikkeling gelijk. De ruimtelijke ontwikkeling waar advies over gevraagd wordt, ligt in het aandachtsgebied van de risicobron tot maximaal 1.500 m afstand van deze risicobron. Onderbouwing: Deze afstand sluit aan bij het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) artikel 5.12 lid 4: Bij het besluit over een ruimtelijke ontwikkeling in de omgeving van de milieubelastende activiteit, is het gebied waar rekening moet worden gehouden met het groepsrisico beleidsmatig afgekapt op 1,5 km. In het geval dat ook het scenario brand of BLEVE van toepassing is vanuit de risicobron, is bij een ruimtelijke ontwikkeling op een afstand tot 200 m van de risicobron maatwerkadvisering van toepassing. Onderbouwing: Deze afstand sluit aan bij het Bkl artikel 5.13 lid 1:begrenzing brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied is maximaal 200 m.
Voor ruimtelijke ontwikkelingen rondom Seveso-inrichtingen vallende onder Bkl artikel 5.13 lid 2 moeten de brand- en/of explosieaandachtsgebieden berekend worden. Het standaardadvies is alleen van toepassing buiten de berekende brand- en/of explosieaandachtsgebieden.
Wat is het standaardadvies? Het standaardadvies is uniform toepasbaar op alle situaties die binnen de criteria van het standaardadvies toxisch liggen. Door het advies als basis te gebruiken bij de wettelijk verplichte verantwoording van het groepsrisico, is de weging van de zelfredzaamheid van de aanwezige personen bij de ontwikkeling geborgd. Het doel van de te nemen maatregelen is het bieden van voldoende bescherming aan mensen binnenshuis. Het advies voor de initiatiefnemer is: • Wanneer voor ventilatie een installatie nodig is, plaats dan op een makkelijk te bereiken plaats, een noodknop waarmee de installatie uitgezet kan worden zodat er geen ventilatielucht meer van buitenaf wordt ingebracht. De noodknop kan bijvoorbeeld in de meterkast of bij een brandmeldinstallatie worden geplaatst. Het advies naar de gebruiker van het gebouw is: • Maak de gebruikers bewust van de risico’s en het handelingsperspectief: binnenblijven, ramen en deuren sluiten en mechanische ventilatie uitzetten. • Indien gebouwen geheel of gedeeltelijk zijn voorzien van natuurlijke ventilatie is het advies om naar een ruimte te gaan waar ramen en deuren gesloten kunnen worden en de mechanische ventilatie uitgezet kan worden. • Neem het toxisch scenario en handelwijze op in het bedrijfsnoodplan.
Het advies voor de gemeente is: • Informeer de initiatiefnemer en de gebruikers van het plan over de risico’s van de risicobron en het daarbij horende handelingsperspectief en borg dit in overeenkomsten, voorschriften etc. voor zover dit (juridisch) mogelijk is.
2
Wettelijke grondslag voor de advisering VRLN De wettelijke grondslag van advisering door de Veiligheidsregio bij ruimtelijke plannen waarin externe veiligheid relevant is, is artikel 9 van het Besluit externe veiligheid transportroutes, of artikel 13 lid 3 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. De gemeente kan het standaardadvies toepassen, of vraagt advies aan de Veiligheidsregio met de opmerking dat het naar het oordeel van het college een standaardsituatie betreft. De Veiligheidsregio kan vervolgens het standaardadvies uitbrengen. De Veiligheidsregio kan ook zelf concluderen dat een adviesaanvraag beantwoord kan worden met een standaardadvies. De Veiligheidsregio monitort de inhoud van het standaardadvies en kan afhankelijk van gewijzigde inzichten het standaardadvies aanpassen indien daar aanleiding toe is.
Totstandkoming van het standaardadvies Het advies is tot stand gekomen via een projectgroep waar een afvaardiging van Veiligheidsregio Limburg Noord en Noord- en Midden-Limburgse gemeenten aan deelnamen. Daarbij zijn de werkprocessen en wettelijke kaders uitvoerig bekeken.
3
Standaard Verantwoording Het plangebied ligt op meer dan 300 meter van de A73. Op deze afstand dient alleen rekening gehouden te worden met de effecten van een toxische gaswolk. Ontwikkeling groepsrisico Indien een ruimtelijk plan in dit gebied tot toename van de personendichtheid leidt, betekent dat het groepsrisico niet significant zal toenemen, vanwege: • de afstand tot de plaats van het mogelijke incident; • de aard van incident (blootstelling aan toxisch gas); • de reeds hoge personendichtheden binnen de gemeente Roermond nabij de grote risicobronnen. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico door maatregelen bij de risicobron zijn beschreven in de beleidsvisie externe veiligheid. De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is binnen het plangebied geen item, vanwege het gegeven dat de: • toename van de personendichtheid geen significant effect op het groepsrisico heeft; • kans op overlijden ten gevolge van een incident met gevaarlijke stoffen in deze gebieden bijzonder klein1 is. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Op deze afstand van de risicobron speelt het bestrijdbaarheidsvraagstuk niet of nauwelijks. De bestrijding vindt plaats bij de bron, op ruime afstand van het plangebied.
Ten aanzien van de algemene mogelijkheden van de bestrijdbaarheid wordt verwezen naar desbetreffende onderdelen van de visie. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt ‘schuilen’ de beste wijze van zelfredzaamheid. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Het plangebied wordt veelal alleen blootgesteld aan de gevolgen van een toxische gaswolk bij ‘optimale’ weersomstandigheden (bijvoorbeeld Pasquill-klasse F1.5: weinig vermenging met schone lucht), die gedurende het jaar procentueel weinig voorkomen. Bij bestaande bouwwerken worden geen aanvullende maatregelen getroffen om mogelijke indringing van toxisch gas te verminderen. Aanpassing van bijvoorbeeld oude woningen op dit punt is ingrijpend en kostbaar. Bij nieuwe bouwwerken is sprake van een steeds betere isolatie, welke zorgt voor een goede bescherming tegen het binnendringen van het toxische gas. Gebouwen die voorzien zijn van een luchtbehandelinginstallatie, waardoor het toxisch gas naar binnen kan worden gezogen dienen voorzien te zijn van mogelijkheden om dit systeem met één druk op de knop uit te schakelen. Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden.
Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwing- en AlarmeringSysteem) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding of via Cell-Broadcast
1
De kans is aanzienlijk kleiner dan de norm voor het plaatsgebonden risico.