Bijlage 8 bij de toelichting - Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling (Plan ROS) (digitaal ter inzage)
Tekst van het document
Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Buurtzorghuis Donderhof’
05-03-2021 (versie 1)
1
Inhoudsopgave
1.
INLEIDING
3
2.
PLANVOORNEMEN
4
3.
INHOUD
7
4.
TOETSING
8
5.
CONCLUSIE
14
2
1. Inleiding Zoals uit artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voortvloeit, dient in de toelichting bij het bestemmingsplan (of ruimtelijke onderbouwing bij een omgevingsvergunning) gemotiveerd te worden in welke mate rekening is gehouden met diverse ruimtelijke belangen. In artikel 3.1.6, lid 5 van het Bro wordt verwezen naar enkele milieuaspecten die in de toelichting terug dienen te komen. Daarbij wordt eveneens verwezen naar de milieueffectrapportage (m.e.r.). Dit is een wettelijk instrument dat als doel heeft milieuaspecten volwaardig te betrekken in de ruimtelijke afweging die gemaakt wordt ten behoeve van ruimtelijke plannen en besluiten. Er zijn in beginsel drie afzonderlijke situaties die kunnen leiden tot een m.e.r.plicht: 1. Er is een passende beoordeling nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; 2. Het project is genoemd in kolom 3 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportrage; 3. Het project is genoemd in kolom 4 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage.
Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D valt, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen, moet dan ook een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
3
2. Planvoornemen Het plan omvat de realisatie van een woonzorgcomplex. Er zijn 15 kamers voorzien voor cliënten met psychogeriatrische verpleeghuiszorg, 15 kamers voor cliënten met somatische zorg en 16 appartementen voor reguliere huurders van Wonen Limburg met een mogelijke zorgvraag, danwel partners van een van de zorgcliënten. De verschillende zorg- en wooncomponenten worden voorzien in één multifunctioneel gebouw. Het gebouw zal bestaan uit drie bouwlagen, waarbij het grootste gedeelte van het gebouw slechts is voorzien van één bouwlaag. Het hoogteaccent is voorzien nabij de kruising Donderbergweg-Kasteel Hornstraat (3 bouwlagen).
Stedenbouwkundig plan
In de huidige situatie is een groot gedeelte van het perceel verhard in de vorm van een tijdelijk parkeerterrein. Het parkeerterrein is in 2019 aangelegd omdat het parkeerterrein en de omliggende wegen rondom het winkelcentrum werden vernieuwd. Ook dient het perceel als opslagplaats van bouwmaterialen t.b.v. wegenbouw. Het noordelijke en oostelijke gedeelte van het perceel is onverhard en voorzien van gras. Rondom zijn laanbomen aanwezig.
4
Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, in het oosten van Roermond. Conform het bestemmingsplan “Donderberg Hoogvonderen” heeft de locatie de bestemming ‘Groen’ en dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ zonder een bouwvlak.
Plangebied blauw omlijnd
Huidige planologische situatie
5
Deze voorgenomen activiteit is opgenomen in de D-lijst onder categorie D 11.2 als ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Dit woningbouwproject bestaat uit de bouw van 16 woningen en 30 zorgwoningen met bijbehorende maatschappelijke voorzieningen. De plandrempel is betreft de gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Daarmee ligt het plan ruim onder de plandrempel zoals genoemd bij de activiteit D11.2. De (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. worden daardoor niet overschreden, zodat op basis daarvan geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde “vormvrije m.e.r.- beoordeling”. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig.
Het doel van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee de gemeenteraad een m.e.r.beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over het bijbehorende bestemmingsplan.
6
3. Inhoud Met betrekking tot de inhoud moet aandacht worden besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Dit volgt uit artikel 7.17, derde lid Wm. Het gaat om de volgende criteria: o de kenmerken van het project; o de plaats van het project; o de kenmerken van de potentiële effecten. Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, en de risico van ongevallen (met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën).
Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: het bestaande grondgebruik, de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn), gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen over milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid en landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de twee voornoemde punten in het bijzonder in overweging worden genomen: het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking), het grensoverschrijdende karakter van het effect, de waarschijnlijkheid van het effect, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.
7
4. Toetsing Kenmerken van het project Criteria Omvang van het project
Beschrijving Het initiatief van Wonen Limburg betreft de realisatie van een woonzorgcomplex aan de Kasteel Hornstraat te Roermond, in bestaand stedelijk gebied. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3.870 m² (kadastraal perceelnummer 5561, sectie F). In de huidige situatie is er sprake van een grasveld en een tijdelijk parkeerterrein.
Cumulatie met andere projecten
Ter plaatse of in de directe nabijheid van het project spelen momenteel geen andere projecten waarmee cumulatie van effecten te verwachten is.
Gebruik natuurlijke hulpbronnen
De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Standaardmaterialen worden gebruikt en toegepast bij de bouw.
Productie afvalstoffen
Door de activiteit komen geen relevante afvalstoffen vrij. In de bouwfase worden er fossiele brandstoffen gebruikt t.a.v. aandrijving van de machines.
Verontreiniging en hinder
Tijdens de bouwfase zal er enige hinder ontstaan voor omwonenden. Er wordt uitsluitend tijdens de dagperiode gewerkt, waardoor de hinder niet onevenredig zal zijn. Zowel tijdens de bouw als daarna zijn de aspecten waterhuishouding, bodem, geluid, ecologie en luchtkwaliteit van belang. Deze aspecten komen verder aan bod bij de beschrijving van milieueffecten.
Risico voor ongevallen
Er wordt geen toename van het risico op ongevallen verwacht. In het plangebied en directe omgeving wordt niet gewerkt met gevaarlijke stoffen. De activiteit zelf levert in de aanlegfase en gebruiksfase geen extra risico op milieukundige ongevallen. Uit een verkennend bodemonderzoek is gebleken dat de locatie vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt is
8
voor het voorgenomen gebruik/functie. De aangetroffen concentraties leveren geen milieuhygiënische risico's op voor de gebruikers of voor het milieu. Het terrein(deel) is daarmee vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt voor het voorgenomen gebruik/functie.
9
Locatiekenmerken van het project Criteria Bestaand grondgebruik
Beschrijving Het plangebied is op dit moment voorzien van gras en een gedeelte bestaat uit tijdelijk parkeerterrein. Het terrein is tevens (tijdelijk) in gebruik geweest bij werkzaamheden aan de infrastructuur in de wijk.
Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied Opnamevermogen milieu met aandacht voor beschermde gebieden.
De locatie heeft geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Het betreft een locatie binnen bestaand stedelijk gebied. Cultuurhistorie Binnen het plangebied liggen geen van gemeente- of rijkswege beschermde monumenten. Uit de provinciale Cultuurhistorische kaart blijkt dat in het plangebied geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig zijn. Archeologie Uit de Beleidskaart archeologie Roermond volgt dat er sprake is van een terrein met hoge archeologische verwachting. Om deze reden is een archeologisch bureauen veldonderzoek uitgevoerd. Het advies luidt het terrein vrij te geven voor dit bouwplan. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Beschermde gebieden Dichtstbijzijnd Natura 2000-gebied - Het Roerdal - is gelegen op 1,2 km ten zuidwesten van het plangebied. Dichtstbijzijnd Bronsgroene landschapszone is gesitueerd op circa 810 meter ten zuidoosten van het plangebied.
Door de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en andere Natura 2000-gebieden, de tussenliggende stedelijke bebouwing en het fijnmazig wegenpatroon kan uitgesloten worden dat storingsfactoren tijdens de sloop en nieuwbouw reiken tot Het Roerdal of andere Natura 2000gebieden. Uit een Aerius-berekening is gebleken dat door het bouwplan geen sprake is van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebied(en).
10
Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN) de Goudgroene natuurzone en andere beschermde zones. Er vindt geen aantasting plaats van wezenlijke kenmerken en waarden of van kernkwaliteiten van deze zones. Andere gevoelige gebieden liggen niet in of op korte afstand van het projectgebied. Het plangebied kent geen bijzondere aardkundige waarden. Het plangebied is niet gelegen binnen weidevogelgebied, ganzenfoerageergebied, stiltegebied of grondwaterbeschermingsgebied. Het plangebied is gelegen in een boringsvrije zone. Hier wordt rekening mee gehouden. Water Binnen het plangebied is geen sprake van oppervlakte water. Ook de directe omgeving van het plangebied bevat geen oppervlaktewaterlichamen. Het toekomstige hemelwater wordt binnen het plangebied geïnfiltreerd en/of vertraagd afgevoerd. Hiervoor is een infiltratieadvies opgesteld. Soorten Uit een quickscan flora & fauna is gebleken dat het plangebied zeer weinig mogelijkheden beidt voor vestiging van beschermde soorten. Tijdens een veldbezoek zijn geen sporen van (beschermde) soorten aangetroffen. De omschreven werkwijzen in de quickscan met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen.
Om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, wordt aanbevolen de voorgenomen bouwwerkzaamheden overdag uit te voeren. Daarnaast wordt er geadviseerd geen bouwlampen op de oostelijke gevel van de woning aan de Kasteel Hillenraedtstraat 121 te richten. Deze aanbevelingen worden betrokken bij het bouwproces.
11
Kenmerken van de potentiële effecten Criteria Bereik en aard van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking)
Beschrijving Het betreft de aanleg van een woonzorgcomplex. De activiteit is zeer lokaal, de aard en omvang zijn beperkt. De meest verstrekkende effecten zijn te verwachten op het gebied van geluid (tijdens de aanlegfase) en lucht (eveneens tijdens de aanlegfase). Voor deze aspecten worden echter geen belangrijk nadelige effecten verwacht. Er wordt een parkeerterrein voorzien met een inrit aan de Donderbergweg. Daarnaast worden langsparkeerplaatsen voorzien aan de Kasteel Hornstraat. In de gebruiksfase zal daardoor sprake zijn van wegverkeerslawaai. Uit onderzoek is gebleken dat het woon- en leefklimaat van omwonenden niet wordt geschaad. Uit de uitgevoerde onderzoeken (bodem, archeologie, stikstof, beschermde soorten en wegverkeerslawaai) is gebleken dat het realiseren van het beoogde bouwplan op deze locatie voldoet aan de wettelijke eisen vanuit milieuoogpunt. De verrichte onderzoeken onderstrepen de conclusie dat geen sprake is van negatieve milieueffecten.
Grensoverschrijdend karakter
De effecten hebben geen landsgrensoverschrijdende effecten. Er is sprake van een lokale stadsontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Een dergelijke stadsontwikkeling past daardoor goed in het aanwezige stedelijke woon- en werkmilieu.
Orde van grootte en complexiteit Er is geen sprake van onevenredige hinder. Hinder effect door bouw wordt zo veel mogelijk voorkomen door tijdens de dagperiode te werken. Het bouwplan geeft invulling aan de duurzaamheidsvisie van de stad Roermond. Zo wordt invulling gegeven aan het principe inbreiding gaat voor uitbreiding en is sprake van een gebouw zonder aansluiting op het gasnet en zal het gebouw voldoen aan de eisen voor BENG (2021).
12
Waarschijnlijkheid effect
Hindereffecten in de aanlegfase zijn te verwachten in verband met uitvoeringswerkzaamheden. In de gebruiksfase zijn geen belangrijke nadelige effecten te verwachten.
Duur, frequentie en omkeerbaarheid De aanlegfase levert tijdelijk effecten op in verband effect met de uitvoeringswerkzaamheden, circa 14 tot 16 maanden. Na planrealisatie verdwijnen deze effecten. Tijdens de gebruiksfase zijn er geen aanzienlijke negatieve effecten te verwachten.
13
5. Conclusie Uit de toetsing blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Nadere analyse in een m.e.r.-(beoordeling) is niet noodzakelijk.
14