Bijlage 6 - Concept nota van zienswijzen en wijzigingen
Tekst van het document
22 Bestemmingsplan Roertoren – Nota van zienswijzen en wijzigingen
afwijkingsmogelijkheid alsnog gebruik wordt gemaakt, zal deze bepaling uit de planregels worden geschrapt.
2.
Onderzocht moet worden of hetgeen in het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Dat het vorige bestemmingsplan in vergelijkbare bouw- en gebruiksmogelijkheden voorzag, doet daar niet aan af.
Reactie: In het kader van de bestemmingsplanprocedure voor de Roertoren is uitgebreid onderzocht of de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Het resultaat daarvan is in de toelichting inclusief de bijlagen opgenomen. Daaruit volgt dat er geen sprake is van nieuwe inzichten of gewijzigd beleid of anderszins gewijzigde omstandigheden waaruit zou moeten worden geconcludeerd dat de bouwmogelijkheden die worden mogelijk gemaakt – anders dan in het vorige bestemmingsplan – nu niet (meer) in overeenstemming zouden zijn met een goede ruimtelijke ordening. Het is juist dat de bouwmogelijkheden uit het vorige bestemmingsplan niet zijn benut. En dat daarom niet valt uit te sluiten dat de bouwmogelijkheden in het voorliggende plan feitelijk zullen leiden tot vermindering van zonlichttoetreding, beperking van de privacy en aantasting van het uitzicht. Uit de door reclamant aangehaalde uitspraak (ECLI:NL:RVS:2019:3191) volgt echter geenszins dat dit op zichzelf zou betekenen dat dit onaanvaardbaar is. In het voorliggende plan is de footprint van de Roertoren kleiner dan in het vorige bestemmingsplan. Er is daarmee sprake van een slankere toren, en als gevolg daarvan een verbetering voor wat betreft de aspecten zonlichttoetreding en aantasting van uitzicht ten opzichte van de huidige planologische situatie. 3.
De voorwaardelijke verplichting van artikel 3.2.4 van de planregels ten aanzien van windhinder is niet uitvoerbaar. In het windhinderonderzoek wordt verwezen naar een rapport van 7 oktober 2022 dat niet als bijlage bij het bestemmingsplan is opgenomen. In het onderzoek van bijlage 12 wordt verwezen naar te nemen maatregelen die verder niet beschreven worden waardoor niet nagegaan kan worden welke maatregelen uitgevoerd moeten worden en of deze planologisch geborgd zijn, hetgeen wel noodzakelijk is. In het windhinderonderzoek is niet uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden (binnenplanse afwijkingsmogelijkheden).
Reactie: Het rapport van 7 oktober 2022 is aan reclamant toegezonden. Ter verduidelijking is het windhinderonderzoek geactualiseerd. In deze geactualiseerde versie zijn de resultaten uit het onderzoek van 7 oktober 2022 en uit het onderzoek van 4 april 2023 meegenomen. Het geactualiseerde onderzoek is als bijlage 12 bij de toelichting gevoegd. Vooropgesteld wordt dat er geen formele landelijke norm is voor windhinder en windgevaar. Uit het uitgevoerde onderzoek naar windhinder volgt dat er geen sprake zal zijn van windgevaar en dat er voor de bewoners/gebruikers van de toren, maar ook voor bijvoorbeeld voetgangers, sprake is van een acceptabel windklimaat. De maatregelen die zijn opgenomen in het onderzoek zijn verduidelijkt in bijlage 19. De voorwaardelijke verplichting is zodanig aangepast dat de maatregelen hiermee geborgd zijn. 4.
Er is sprake van strijd met de provinciale omgevingsverordening Limburg omdat in de toelichting niet is ingegaan op de voorwaarden in sub b, d en e van artikel 2.4.2. Een behoefteonderzoek ontbreekt en de locatie-analyse maakt geen deel uit van de bij het bestemmingsplan behorende stukken. In de toelichting is niet aangegeven hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van de woningen komt te vervallen als binnen vijf jaar na vaststelling van het plan de woningen niet zijn gerealiseerd, en dit is ook niet geborgd in een voorwaardelijke verplichting. 23
Bestemmingsplan Roertoren – Nota van zienswijzen en wijzigingen
Reactie: Door reclamant is aangegeven dat in de toelichting op het bestemmingsplan niet ingegaan is op artikel 2.4.2. sub b, d en e van de provinciale Omgevingsverordening Limburg. In artikel 2.4.2. sub b is vermeld dat in de toelichting wordt beschreven dat er sprake is van behoefte in kwantiteit en kwaliteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek. In de toelichting van het bestemmingsplan is in het regionaal beleid en de ladder voor duurzame verstedelijking uitgebreid ingegaan op de kwantitatieve en kwalitatieve onderbouwing van het plan. De kwantitatieve onderbouwing is gebaseerd op de provinciale huishoudenprognose van Etil van september 2021. De kwalitatieve onderbouwing is gebaseerd op het woningmarktonderzoek van Etil/Companen uit 2018. Recenter onderzoek geeft in kwantitatieve als kwalitatieve zin bevestiging. In november 2023 zijn de provinciale huishoudenprognoses geactualiseerd door Etil, welke laten zien dat er ten opzichte van de huishoudenprognose uit september 2021 nog een iets grotere kwantitatieve behoefte bestaat. In het in opdracht van de provincie door STEC uitgevoerde “Woningbehoefteonderzoek provincie Limburg” van oktober 2022 wordt aangegeven dat er een aanzienlijke regionale behoefte bestaat aan appartementen in het middenhuursegment voor de periode 2022 tot en met 2030. In artikel 2.4.2.
sub d van de verordening is daarnaast vermeld dat in de toelichting is beschreven dat het plan moet zijn opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring. Het plan is opgenomen in de Provinciale Capaciteitsmonitor Limburg, de monitor voor woningbouwplannen van de Provincie Limburg. In artikel 2.4.2. sub e van de verordening is tevens vermeld dat in de toelichting wordt beschreven dat de realisatie van de woningen beoogd dient te zijn binnen vijf jaar na vaststelling van het bestemmingsplan en dat als deze termijn niet wordt gehaald, een heroverweging plaatsvindt. In de toelichting op het bestemmingsplan wordt ingegaan op de voorziene realisatie, waarbij wordt verwezen naar de met de initiatiefnemer gesloten overeenkomst. Mocht realisatie niet binnen vijf jaar plaats hebben gevonden, dan zal de gemeente conform de vastgestelde Structuurvisie wonen MiddenLimburg 2022-2025 de functie heroverwegen op basis van de dan geldende actuele kwalitatieve en kwantitatieve behoefte en de dan geldende regionale afspraken en samenwerking. Het voorgaande is in paragraaf 4.1.2.1, 4.2.3.1 en 4.3.1.1 van de toelichting aangevuld. Reclamant verwijst overigens naar een uitspraak van de Raad van State van 28 november 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3904) over een bestemmingsplanzaak van de gemeente Eijsden Margraten. Deze uitspraak ziet op een besluit van de Gedeputeerde Staten van 3 maart 2015.
Dit is ruim voordat onderhavige instructieregel in de verordening is opgenomen. De genoemde uitspraak is derhalve hier niet van toepassing. 5.
Er wordt betwijfeld of deze grootschalige ontwikkeling niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op het Natura 2000 gebied Roerdal. Verzocht wordt om dit nogmaals goed te onderzoeken.
Reactie: Verwezen wordt naar de reactie op zienswijze-onderdeel 12 van reclamante 2. 6.
Er is onvoldoende rekening gehouden met de belangen van reclamante, omdat het plan voorziet in de bouw van appartementen grotendeels in het segment waar reclamante zich op richt. Er is niet deugdelijk onderzocht en aannemelijk gemaakt dat er in kwantitatief en kwalitatief opzicht behoefte is aan 110 extra woningen in het middensegment naast de al aanwezige 194 huurwoningen van reclamante. Actueel behoefte onderzoek ontbreekt. Een alternatieve oplossing zou volgens reclamante zijn dat het beoogde woonprogramma gerealiseerd wordt in een ander segment en dat in het bestemmingsplan vast te leggen. 24
Bestemmingsplan Roertoren – Nota van zienswijzen en wijzigingen
Reactie: Reclamant stelt dat de realisatie van appartementen in het middenhuursegment in onderhavig plan een negatief effect kan hebben op de vraag naar de woningen van reclamant. Het al dan niet ontstaan van concurrentie tussen woningaanbieders speelt geen rol in de overwegingen met betrekking tot het bestemmingsplan. Er wordt nogmaals ingegaan op de actuele regionale behoefte, zoals aangegeven onder zienswijzeonderdeel 4 van reclamant. Hierbij wordt dan ook verwezen zienswijze-onderdeel 4 van reclamant 51. 51.a Ontvangen op 12 januari 2024(zaaknummer 117693-2023) Reclamant heeft een aanvullende zienswijze ingediend. Reclamant stelt dat de uitvoering en instandhouding van de maatregelen die zijn meegenomen in het windhinderonderzoek (een lamellen wand met bladvast groen en blijvende bomen en struiken met bladvast groen), in de planregels hadden moeten worden verzekerd via een voorwaardelijke verplichting. Uit het windhinderonderzoek van 7 oktober 2022 volgt dat op de balkons van de appartementen die zich bevinden aan de zuidzijde van De en uitkijken op de nieuwe ontwikkeling sprake is van kwaliteitsklasse C en D. Dit is een slecht windklimaat voor de activiteit Langdurig zitten. Reclamant vreest dat het woon- en leefklimaat van de bewoners van deze appartementen onaanvaardbaar verslechtert als gevolg van dit slechte windklimaat.
Mogelijk dat er aanvullende maatregelen genomen moeten worden. De aanvullende maatregelen kunnen planologisch of civielrechtelijk middels een vaststellingsovereenkomst worden geborgd. Reclamant is graag bereid om daarover met de ontwikkelaar en/of de gemeente van gedachten te wisselen. Reactie: Het windhinderonderzoek is geactualiseerd (d.d. 22 maart 2024) en als bijlage 12 bij de toelichting gevoegd. De specifieke maatregelen die voortvloeien uit het windhinderonderzoek van 22 maart 2024 zijn als bijlage 19 toegevoegd. Daarnaast is de voorwaardelijke verplichting in artikel 3.2.4 hierop aangepast en zijn de maatregelen hiermee geborgd. De betreffende balkons van de zijn meegenomen in het onderzoek. Hierbij verwijzen we naar figuur 16 en 17 van dit onderzoek. Hieruit blijkt dat bij de betreffende balkons overal kwaliteitsklasse A van toepassing is, wat een goed windklimaat is voor de activiteit langdurig zitten. Er zijn dan ook geen aanvullende maatregelen ten aanzien van de balkons van de vereist. Door de ontwikkelaar is contact opgenomen met de reclamant om de uitkomsten van het geactualiseerde onderzoek te delen. 52.
ontvangen op 2 november 2023 (zaaknummer 117456-2023) Reclamant meent dat de gemeente – door de eis te stellen dat gebruikers van het bouwwerk zelfredzaam moeten zijn – in tegenspraak handelt met het belang dat de gemeente hecht aan volledige inclusie en deelname van mensen met een beperking op alle terreinen van het maatschappelijk leven. Er moet volgens reclamant gekozen worden voor een andere bouwmassa of andere bouwwijze zodat niet gehandeld wordt in strijd met het VN-verdrag voor mensen met een beperking en met de Grondwet die discriminatie op grond van een handicap uitsluit. Reactie: Verwezen wordt naar de reactie op zienswijze-onderdeel 14 van reclamante 2. 53. Ontvangen op 30 oktober 2023 (zaaknummer 115548-2023)
25 Bestemmingsplan Roertoren – Nota van zienswijzen en wijzigingen
1.
Reclamanten maken bezwaar tegen de hoogte van het bouwwerk. Nu het een woongebouw wordt hoeft aan de oorspronkelijke hoogte niet vastgehouden te worden. Slagschaduw van de toren zal in de avond de tuin van reclamanten bereiken.
Reactie: De maximale bouwhoogte die in bestemmingsplan Roertoren is opgenomen, is gelijk aan de maximale bouwhoogte die is opgenomen in bestemmingsplan Vrijveld Lommerveld. Verwezen wordt naar de reactie op zienswijze-onderdeel 1 van reclamant 51. Voor het aspect slagschaduw wordt verwezen naar de reactie op zienswijze-onderdeel 15 van reclamante 2. 2.
Reclamanten verzoeken een toren te ontwerpen zonder balkons, omdat de balkons in het huidige ontwerp rechtstreeks van bovenaf in de tuin en de serre van reclamanten uitzicht hebben. Het achteruitzicht van reclamanten wordt volledig gedomineerd door de Roertoren. Er wordt ook gevreesd voor geluidhinder vanaf de balkons, behorende bij de appartementen in het segment sociale huur.
Reactie: Op grond van het Bouwbesluit is een balkon bij appartementen groter dan 50 m 2 verplicht. Gelet op de afstand van de woontoren tot de woning van reclamant (circa 60 meter), zijn wij van oordeel dat er geen sprake is van onaanvaarde hinder of inbreuk op de privacy. Eventueel stemgeluid of overige woongeluiden is normaal en te verwachten in een stedelijke woonomgeving. 3.
Reclamanten verzoeken dat een onafhankelijke instantie het ontwerp stormbestendigheid tot en met orkaankracht, gelet op de klimaatverandering.
toetst
op
Reactie: Dit betreft een aspect dat geen ruimtelijke relevantie kent en in een bestemmingsplan geen relevant onderzoeksaspect betreft. Dit heeft betrekking op de constructieve veiligheid van het gebouw, dit aspect komt aan de orde bij de bouwkundige toetsing van een omgevingsvergunningaanvraag. 4.
Reclamanten verzoeken dat de AERIUS calculatie opnieuw wordt uitgevoerd door een onafhankelijk bureau en op basis van de calculator die sinds 5 oktober 2023 van kracht is.
Reactie: Verwezen wordt naar de reactie op zienswijze-onderdeel 12 van reclamante 2. 54. Ontvangen op 17 oktober 2023 (zaaknummer112750-2023) Reclamante verzoekt zodanig te bouwen dat aan de eisen van de Veiligheidsregio voldaan kan worden zonder discriminerend op te treden, want het weren van mensen met een beperking uit dit complex vindt reclamante discriminerend. Moeten huurders vertrekken als tijdens de huurperiode een beperking ontstaat, en mogen bewoners wel bezoekers ontvangen met een beperking? Reactie: Verwezen wordt naar de reactie op zienswijze-onderdeel 14 van reclamante 2. 55. Ontvangen op 16 oktober 2023 (zaaknummer 111340-2023)
26 Bestemmingsplan Roertoren – Nota van zienswijzen en wijzigingen
1.
Reclamant stelt zich op het standpunt dat het bouwplan op deze locatie niet passend is omdat het een negatieve invloed zal hebben op zijn woongenot voor de aspecten privacy, leefbaarheid en lichtval. Ten opzichte van het oorspronkelijke plan zal er sprake zijn van meer geluidoverlast. De bovenetages hebben volgens reclamant inkijk op het balkon van reclamant. Daarnaast zal de wijziging van gebruik naar wonen zorgen voor een grotere intensiteitsverhoging van de wijk dan bij de kantoorfunctie het geval zou zijn.
Reactie: Vast staat dat het plan zal leiden tot enig verlies van het vrije uitzicht voor aangrenzende percelen. Er bestaat evenwel volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen blijvend recht op vrij uitzicht. De omstandigheid dat appellant thans uitzicht heeft op groen, betekent dan ook niet dat daar thans geen bebouwing zou mogen komen. In het geldende bestemmingsplan (inmiddels omgevingsplan) is daarnaast al reeds woningbouw met een bouwhoogte van 68 meter mogelijk. Gelet hierop kan gesteld worden dat het mogelijk maken van een appartementencomplex met een bouwhoogte van 68 meter niet leidt tot een onevenredige aantasting van het uitzicht van indiener. Wij achten het alleszins redelijk een groter gewicht toe te kennen aan de belangen bij realisering van de voorziene woningbouw dan aan het belang van indiener bij het ongewijzigd blijven van de bestaande situatie. Ten aanzien van gevreesde geluidsoverlast en verkeersintensiteit wordt verwezen naar de reactie op zienswijze-onderdeel 16 van reclamante 2. 2.
Reclamant maakt zich zorgen over de verkeersveiligheid omdat de verkeersintensiteit zal toenemen en de impact van het plan qua verkeer is volgens reclamant onvoldoende onderzocht. Reclamant vermoedt dat er sprake zal zijn van toename van verkeerslawaai ter plaatse van zijn woning. Reactie: Verwezen wordt naar de reactie op zienswijze-onderdeel 16 van reclamante 2. 3.
Reclamant is niet tevreden over de manier van communicatie door de gemeente en hij had graag eerder betrokken willen worden bij de plannen.
Reactie: Een uitgebreid omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden. Hiervan is het verslag opgenomen in bijlage 15 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Naast de verschillende overleggen die hebben plaatsgevonden met de buurtvereniging in de periode vanaf 2010, hebben er tevens meerdere informatieavonden plaatsgevonden. Daarnaast wordt verwezen naar de reactie op zienswijze-onderdeel 1 van reclamant 1. 56. Ontvangen op 16 oktober 2023 (zaaknummer 110766-2023) Reclamant spreekt zijn steun uit voor het project Roertoren. Reactie: Deze zienswijze wordt ter kennisgeving aangenomen. 57. Ontvangen op 13 oktober 2023 (zaaknummer 110411-2023) Reclamanten vinden de AERIUS berekening zoals opgenomen in bijlage 4 bij het ontwerpbestemmingsplan niet deugdelijk, omdat de opgenomen uren die per materieel inzichtelijk worden gemaakt, niet toereikend en niet realistisch zouden zijn om de Roertoren te realiseren. Reactie: 27 Bestemmingsplan Roertoren – Nota van zienswijzen en wijzigingen
Verwezen wordt naar de reactie op zienswijze-onderdeel 12 van reclamante 2. 58. B. Ontvangen op 13 oktober 2023 (zaaknummer 109792-2023) 1. Reclamant vraagt zich af of – nu een bestemmingsplan in principe elke tien jaar moet worden geactualiseerd – het plan Roertoren het gevolg is van een actualisatie, en of – nu er ophef is rond de huidige plannen – een nieuw bestemmingsplan wordt overwogen. Reactie: Als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet actualiseringsplicht bestemmingsplannen en beheersverordeningen per 1 juli 2018, zijn gemeenten niet langer verplicht om bestemmingsplannen binnen de periode van 10 jaar opnieuw vast te stellen. Het plan Roertoren is aldus geen gevolg van een actualisatie, maar een gevolg van een concrete aanvraag. 2.
Voor zover er een vraag is naar (huur-) woningen, is de vraag of die juist op deze plek gerealiseerd moeten worden. In de Planvoorraadlijst Roermond en in de ontwerp structuurvisie Wonen Midden-Limburg komt de locatie niet voor. Er is een andere locatie aan de Spoorlaan Noord waar eenzelfde aantal woningen gerealiseerd kan worden.
Reactie: Op de vastgestelde planlijst van de structuurvisie wonen Midden-Limburg 2022-2025 is de Roertoren opgenomen. Deze lijst is door de gemeenteraad vastgesteld. Daarnaast is het plan regionaal afgestemd. Verwezen wordt naar de reactie op zienswijze onderdeel 4 van reclamante 51. 3.
Volgens reclamant is de locatie niet geschikt: deze ligt te dicht bij het beschermd stadsgezicht.
Reactie: Er is al sinds 2011 een rechtstreekse planologische bouwtitel voor een bouwwerk van deze bouwhoogte. Destijds is de aanvaardbaarheid van deze locatie voor een bouwwerk van deze omvang al getoetst en akkoord bevonden. Tot op heden zijn er geen gewijzigde inzichten geweest die ertoe hebben geleid dat de planologische mogelijkheden – voor zover het gaat om stedenbouwkundige uitgangspunten - niet meer wenselijk zijn. 4.
Het plan voor de Roertoren houdt geen rekening met de oostelijke verbinding naar het station en de binnenstad.
Reactie: Verwezen wordt naar de reactie op zienswijze onderdeel 7 van reclamante 2. 5.
Er is volgens reclamant voor het ontwerp van de Roertoren niet gezocht naar een opmerkelijke vorm, bijzondere kleurstelling, bijzonder materiaalgebruik of aantrekkelijke onderscheiding van de woonlagen.
Reactie: Het ontwerp is beoordeeld op stedenbouwkundige kwaliteit en is positief beoordeeld door de commissie Beeldkwaliteit. Dat neemt niet weg dat niet iedereen de uiterlijke verschijningsvorm zal kunnen waarderen. Dat is een gegeven bij praktisch elk bouwwerk, maar op zichzelf geen reden om geen medewerking te verlenen aan het initiatief. 59. Ontvangen op 9 oktober 2023 (zaaknummer 106932-2023)
28 Bestemmingsplan Roertoren – Nota van zienswijzen en wijzigingen
1.
Reclamanten vinden dat de Roertoren niet op de beoogde locatie hoort en denken dat het rooskleuriger ingetekend is dan dat in de praktijk mogelijk is. Reclamanten doen suggesties voor alternatieven.
Reactie: Een animatie is uiteraard geen foto van de werkelijkheid, deze is er immers nog niet, maar voor zover reclamante met deze stelling meent dat een onjuist beeld wordt geschetst, is dat niet het geval. Er bestaat sinds december 2011 een rechtstreekse planologische titel voor de realisatie van een bouwwerk van maximaal 68 meter hoog. Deze mogelijkheid is als bestaande situatie in het bestemmingsplan Vrijveld Lommerveld opgenomen omdat de vrijstelling die in 2010 was verleend voor de toren, onherroepelijk was geworden. Het nu voorliggende plan voorziet in een vergelijkbare bouwhoogte maar heeft een kleinere footprint en oogt daardoor ranker. Door het verkleinen van de footprint van de toren ten opzichte van de planologisch al mogelijke situatie, is er meer ruimte aanwezig voor een groene inrichting van de gronden rondom de toren. 2.
Volgens reclamanten willen bedrijven zich niet vestigen op zo’n druk verkeerspunt met weinig parkeergelegenheid. Bovendien liggen diverse bedrijfspanden in de nabijheid en in Roermond leeg.
Reactie: De mogelijke invulling van de onderste 3 bouwlagen is flexibel, daarmee kan flexibel worden ingespeeld op de toekomstige behoefte aan ruimte voor dienstverlening, kantoren of – met binnenplanse afwijkingsvergunning – bepaalde vormen van maatschappelijke voorzieningen. Juist deze combinatie met ook wonen, maakt het een integraal concept. De locatie is juist praktisch vanwege de nabijheid van openbaar vervoer en ook parkeergelegenheid. 3.
De naastgelegen parkeergarage is voor een groot deel al verhuurd aan bewoners van bovenliggende appartementen.
Reactie: De parkeergarage Stationspark heeft – naast de verhuurde plaatsen aan bewoners van de – nog ruim voldoende parkeerplaatsen beschikbaar om te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte vanwege de Roertoren. Destijds is in de parkeergarage rekening gehouden met de parkeerbehoefte van het te realiseren kantorencomplex, welke behoefte veel groter is dan de behoefte nu vanwege de woontoren. Daarnaast wordt nog verwezen naar de reactie op zienswijze onderdeel 10 van reclamante2.
29 Bestemmingsplan Roertoren – Nota van zienswijzen en wijzigingen
Overzicht wijzigingen bestemmingsplan Roertoren: Regels: - De definitie ‘Maatschappelijke voorzieningen’ in artikel 1.37 wordt gewijzigd: ‘(Voorzieningen ten behoeve van) begeleid en/of beschermd wonen, of opvang, vallen niet onder deze definitie, evenals voorzieningen die gebruik mogelijk maken voor functies die beschreven zijn in de definitie van een ‘zeer kwetsbaar gebouw’. - In artikel 1.54 is het begrip ‘zeer kwetsbaar gebouw’ gewijzigd naar: “Basisscholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, verzorgingstehuizen en andere functies waar groepen verminderd zelfredzame personen verblijven, die zichzelf in geval van een calamiteit met gevaarlijke stoffen niet of minder goed in veiligheid kunnen brengen.”. - In artikel 3.3 Nadere eisen is lid i geschrapt en zijn de leden j tot en met k vernummerd; - Artikel 3.2.4 is als volgt gewijzigd: “3.2.4 Voorwaardelijke verplichting windklimaat Het bouwen en het in gebruik nemen van een woongebouw is slechts toegestaan wanneer de windhinderreducerende maatregelen zoals opgenomen in bijlage 19 zijn gerealiseerd en duurzaam in stand worden gehouden. Dit met als doel om voor de entree van zowel het woongebouw zelf als de (hoofd)entree van de parkeergarage aan de Maria Theresialaan 12, 6042 AL Roermond, te zorgen voor minimaal een 'goed' (zoals gekwalificeerd in NEN 8100:2006) windklimaat bij de activiteit 'slenteren'.
a Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.4 wanneer: a. alternatieve maatregelen gerealiseerd worden waarvan middels onderzoek aangetoond is dat hiermee aan de gestelde eisen uit artikel 3.2.4 voldaan wordt, of; b. sprake is van een 'matig' (zoals gekwalificeerd in NEN 8100:2006) windklimaat bij de activiteit 'slenteren', voor de (hoofd)entree van de parkeergarage aan de Maria Theresialaan 12, 6042 AL Roermond, mits uit nader onderzoek blijkt dat de noodzakelijke maatregelen bezwaren met zich meebrengen met het oog op verkeerskundige, stedenbouwkundige of andere zwaarwegende belangen.”. - In artikel 8.1 is sub a geschrapt en zijn de leden a tot en met g vernummerd. - In artikel 9 is aan sub a het volgende toegevoegd: “, met uitzondering van de bouwhoogte”. - In artikel 11.2.1 is ‘of het veranderen van gebruik’ geschrapt. - In artikel 11.2.2 is ‘functiewijziging of’ geschrapt. Toelichting: - In paragraaf 3.2 is de toelichting aangevuld op basis van de reactie op zienswijze nummer 2 onderdeel 5 inzake de beoogde vergroening. - In paragraaf 4.1.2.1 4.2.3.1 en 4.3.1.1 is de toelichting aangevuld op basis van de reactie op zienswijze nummer 51 onderdeel 4 inzake de actuele regionale behoefte.
- In paragraaf 5.12 is de toelichting aangepast op basis van de reactie op zienswijze nummer 51 onderdeel 3 inzake windhinder. - In paragraaf 6.3.2 is de tekst aangepast aan de planregels. Binnen ‘woongebied’ zijn maatschappelijke functies niet rechtstreeks toegestaan op de begane grond, eerste en tweede verdieping. Verbeelding: - Geen wijzigingen.
30 Bestemmingsplan Roertoren – Nota van zienswijzen en wijzigingen
Bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing: - De geactualiseerde stikstofrapportage is toegevoegd als bijlage 4. - Het geactualiseerde windhinderonderzoek van 22 maart 2024 is als bijlage 12 toegevoegd. - Het geactualiseerde verantwoordingsdocument is als bijlage 17 toegevoegd. - De specifieke maatregelen die voortvloeien uit het windhinderonderzoek van 22 maart 2024 zijn als bijlage 19 toegevoegd. - Het ambitiedocument ten aanzien van de vergroening is toegevoegd als bijlage 21.
31 Bestemmingsplan Roertoren – Nota van zienswijzen en wijzigingen