Bijlage 6 - bijlagen bij de bestemmingsplantoelichting
Tekst van het document
015
0,15 - 0,50
Zand
sp. beton, sp. grind, sp. baksteen, sp. glas
011
0,05 - 0,50
Zand
ma. betonh., zw. grindh.
012
0,00 - 0,50
Zand
zw. betonh., zw. grindh., sp. baksteen, re. wortels
0,00 - 0,50
Zand
sp. beton, sp. baksteen, zw. grindh., re. wortels, sp. glas
024
0,05 - 0,50
Zand
sp. baksteen, sp. grind
025
0,00 - 0,50
Zand
zw. baksteenh., zw. betonh., zw. grindh.
027
0,40 - 0,50
Zand
zw. betonh., sp. baksteen, zw. grindh.
014
0,06 - 0,50
Zand
ma. baksteenh., sp. beton, sp. slakken, sp. leisteen
028
0,05 - 0,55
Zand
zw. baksteenh., sp. beton, sp. grind
032
0,05 - 0,50
Zand
sp. grind, sp. baksteen, sp. beton, re. wortels
035
0,00 - 0,50
Zand
sp. grind, sp. beton, sp. baksteen
16 van 24
Toets
Wbb
Bbk MWI
0,87
*
Kobalt
16,9
*
Kwik
0,29
*
Lood
88
*
Zink
331
*
PCB-7
34,1
*
Cadmium
0,67
*
Lood
51
*
Zink
142
*
St.pakket
Kobalt
16,5
*
AW
St.pakket
Barium
3.410
***
NT
Cadmium
1,32
*
Kobalt
17,2
*
Koper
56
*
Kwik
0,23
*
Lood
139
*
Zink
370
*
PAK-10
9,53
*
Cadmium
0,83
*
Kobalt
15,1
*
Kwik
0,17
*
Lood
82
*
Zink
237
*
Cadmium
1,05
*
Kobalt
16,3
*
Kwik
0,20
*
Lood
72
*
Zink
211
*
St.pakket
St.pakket
013
Toets
Cadmium
St.pakket
005
MA210730.R01.V2.1
> AW
St.pakket
St.pakket
St.pakket
MWW
MWI
MWI
AW
Lood
50
*
Zink
161
*
Lood
60
*
Zink
150
*
AW
AW
Analyse-
Boring
monster M10
M11
M12
M13
Traject
Textuur
Visuele waarneming
Analyse
(m -mv) 0,14 - 0,55
Zand
sp. baksteen, sp. grind
030
0,00 - 0,50
Zand
031
0,00 - 0,50
Zand
038
0,15 - 0,50
Zand
Wbb
Bbk MWI
*
sp. baksteen, sp. grind, re. wortels, sp. plastic
Kobalt
15,7
*
sp. baksteen, zw. grindh.
Kwik
1,6
*
sp. baksteen
Lood
74
*
Zink
210
*
PAK-10
2,24
*
PCB-7
35
*
Lood
52
*
Zink
193
*
Cadmium
0,77
*
Kwik
0,21
*
Lood
83
*
Minerale
300
*
Zand
zw. betonh., zw. grindh.
034
0,10 - 0,50
Zand
zw. betonh., sp. grind
038
0,15 - 0,50
Zand
sp. baksteen
Zand
Toets
0,82
0,10 - 0,50
St.pakket
Toets
Cadmium
033
0,05 - 0,50
GSSD
pakket
029
040
> AW
St.pakket
St.pakket
sp. beton, sp. baksteen, sp. asfalt, sp. grind
St.pakket
AW
MWW
MWI
olie M14
M15
M16
M17
M18
002
0,50 - 1,00
Zand
1,50 - 1,80
Zand
004
1,00 - 1,50
Zand
008
0,50 - 1,00
Zand
1,00 - 1,50
Zand
014
0,50 - 1,00
Zand
026
1,30 - 1,50
Zand
1,50 - 2,00
Zand
031
1,00 - 1,50
Zand
040
0,50 - 1,00
Zand
1,00 - 1,50
Zand
016
0,05 - 0,55
Zand
zw. grindh., sp. beton
020
0,00 - 0,50
Zand
zw. grindh., sp. beton
021
0,05 - 0,55
Zand
zw. betonh., sp. grind
017
0,15 - 0,55
Zand
sp. baksteen, ma. betonh., sp. kolen
018
022
0,90 - 1,40
Zand
1,40 - 1,70
Zand
1,70 - 2,00
Zand
0,70 - 1,20
Zand
1,20 - 1,60
Zand
1,60 - 2,00
Zand
AW
St.pakket
AW
zw. roesth.
St.pakket
PCB-7
41,5
*
MWI
St.pakket
Kwik
0,18
*
MWW
Lood
75
*
Molybdeen
1,6
*
St.pakket
sp. roest
Verklaring gebruikte afkortingen Wbb : Wet bodembescherming AW : achtergrondwaarde 2000 T : “tussenwaarde” I : interventiewaarde GSSD : gestandaardiseerde meetwaarde (gehalte) Bbk : Besluit bodemkwaliteit (indicatief) NVB : niet-vormgegeven bouwstof AW : voldoet indicatief aan klasse “achtergrondwaarde”
MA210730.R01.V2.1
St.pakket
st. pakket sp. zw. ma. st. uit. vol. re.
17 van 24
: standaardpakket : sporen : zwak : matig : sterk : uiterst : volledig : resten
AW
MWW MWI NT
: voldoet indicatief aan klasse “wonen” : voldoet indicatief aan klasse “industrie” : indicatief “niet toepasbaar”
Verklaring der tekens * : groter dan AW en kleiner of gelijk aan T ** : groter dan T en kleiner of gelijk aan I *** : groter dan I : geen waarde vastgesteld
br. lg. -h. asbv. mat
: brokken : laagjes : -houdend : asbestverdacht materiaal
Gehalte
: gemeten gehalten in mg/kgds PCB in µg/kg
Naar aanleiding van het gehalte barium in mengmonster M04 (boring 007) is aanvullend onderzoek verricht naar de omvang, zie hoofdstuk 5.
4.2.2 Asbest Het monster van de grove fractie is onderzocht op de aanwezigheid van asbest conform de NEN 5896. In Tabel 4.2 zijn de resultaten van de analysemonsters van de grove fractie (>20 mm) weergegeven. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten en een overzicht van de toegepaste analysemethoden weergegeven. Tabel 4.2: overzicht resultaten voor de monsters van de grove fractie (>20mm) in mg Verzamel-
Monster-
Massa
Massa
monster
omschrijving
aangetroffen
aangeleverd
gewichtspercentage
asbest (>20 mm,
op locatie
aan lab
(% m/m)
gram)
(gram) 217
(gram) 18,2429
PG001-plaat
Vlakke plaat
Soort asbest
Chrysotiel Serpentijn
Schatting
10-15
Hechtgebonden
Ja
Gewogen gehalte
17,1
De (meng)monster(s) van de fijne fractiezijn onderzocht op de aanwezigheid van asbest conform NEN 5898. In Tabel 4.3 is een overzicht gegeven van het totale gehalte aan asbest per proefgat/mengmonster Het gewogen gehalte aan asbest in de fijne fractie is gecorrigeerd in relatie tot het totale monstergehalte. Het totale gehalte asbest per proefgat/mengmonster bestaat uit het totale gewogen gehalte aan asbest in de grove fractie opgeteld met het gecorrigeerde gehalte gewogen asbest in de fijne fractie. Voor een berekening van de correctie van het gewogen gehalte van de fijne fractie wordt verwezen naar bijlage 4. Opgemerkt wordt dat geen correctie heeft plaatsgevonden indien de detectiegrens niet wordt overschreden, of wanneer geen sprake is van een grove fractie. In bijlage 4 zijn ook de analyseresultaten weergegeven. Tabel 4.3: overzicht totaal gehalte asbest per proefgat of mengmonster in mg/kgds (Meng)monster
Proefgat
fijne fractie
Traject
Gewogen gehalte grove
Gecorrigeerd gewogen gehalte
Totaal gehalte gewogen
(cm mv)
fractie (mg/kgds)
fijne fractie (mg/kgds)
asbest (mg/kgds)
ASB1
001
10-50
384,5
<2
384,5
ASB2
002
0-50
-
18
18
003
0-50
-
005
5-55
-
006
15-58
-
007
15-50
-
<2
<2
009
5-50
-
011
5-50
-
012
0-50
-
014
6-50
-
008
5-50
-
<2
<2
ASB3
ASB4
MA210730.R01.V2.1
18 van 24
(Meng)monster
Proefgat
Traject
Gewogen gehalte grove
Gecorrigeerd gewogen gehalte
Totaal gehalte gewogen
(cm mv)
fractie (mg/kgds)
fijne fractie (mg/kgds)
asbest (mg/kgds)
010
5-55
-
013
0-50
-
015
15-50
-
016
5-55
-
018
40-90
-
<2
<2
020
0-50
-
021
5-55
-
025
0-50
-
027
40-50
-
024
5-50
-
<2
<2
028
5-55
-
029
14-55
-
030
0-50
-
031
0-50
-
<2
<2
032
5-55
-
033
10-50
-
034
10-50
-
035
0-50
-
<2
<2
038
15-50
-
040
5-50
-
fijne fractie
ASB5
ASB6
ASB7
ASB8
Het verkregen asbestgehalte tijdens het verkennend bodemonderzoek geeft een indicatie van de verdenking met betrekking tot asbest in bodem in gehalten boven of onder de interventiewaarde. Indien het (maximale) asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. In onderhavige geval is aanvullend onderzoek noodzakelijk als gevolg van het indicatie asbestgehalte in proefgat 001, zie hoofdstuk 5.
MA210730.R01.V2.1
19 van 24
5 Aanvullend bodemonderzoek 5.1 Barium
Om de omvang van de bariumverontreiniging in zowel horizontale als verticale zin vast te stellen zijn 7 extra boringen geplaatst en zijn 7 analyses op barium uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 6 oktober 2022 conform BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) en het daarbij behorend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, versie 6.0, 1 februari 2018). De veldmedewerker die de werkzaamheden heeft uitgevoerd, de heer M.J.W. Damen, is in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Tijdens de veldwerkzaamheden is assistentie verleend door de heer R. Florentinus. Een tekening met de ligging van de uitgevoerde boringen is toegevoegd als bijlage 8. Er hebben geen kritieke afwijkingen op de beoordelingsrichtlijn plaatsgevonden. In tabel 5.1 zijn de analyseresultaten opgenomen. Tabel 5.1: getoetste analyseresultaten grond(meng)monsters in mg/kgds Analyse-
Boring
monster
Traject
Textuur
Visuele waarneming
Analyse
(m -mv)
pakket
007A-3
007A
0,62 - 0,75
Zand
sp. baksteen, sp. grind
007B-2
007B
0,30 - 0,50
Zand
007C-1
007C
0,08 - 0,50
Zand
sp. grind
007D-2
007D
0,50 - 1,00
Zand
sp.
kolen,
sp.
beton,
sp.
> AW
GSSD
Toets
Toets
Wbb
Bbk
Barium
MWI*
Barium
MWI*
Barium
MWI*
Barium
MWI*
Barium
MWI*
Barium
MWI*
Barium
MWI*
baksteen 007E-1
007E
0,00 - 0,50
Zand
007F-3
007F
0,50 - 1,00
Zand
007G-1
007G
0,02 - 0,50
Zand
sp. grind, sp. beton
sp. grind
* Conclusie o.b.v. mengmonster M04
Op basis van het nader bodemonderzoek blijkt dat barium voorkomt direct onder de klinkerverharding tot een diepte van ca. 0,75 m- maaiveld. De laagdikte bedraag ca. 67 cm. De oppervlakte waarover de bariumverontreiniging voorkomt wordt geschat op ca. 36 m². De omvang wordt geschat op ca. 25 m³. Naar verwachting betreft het een historische verontreiniging die is ontstaan voor 1987. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
5.2 Asbest Als gevolg van het indicatieve asbestgehalte in proefgat 001 is nader onderzoek verricht volgens de NEN 5707. Het nader onderzoek asbest kan worden uitgevoerd met behulp van de volgende methoden: 1. Het vaststellen van het gemiddelde gehalte van de verontreiniging per RE (Ruimtelijke eenheid van 1000 m2).
MA210730.R01.V2.1
20 van 24
2.
Het vaststellen van het gehalte van de verontreiniging per homogeen vak van 50 m² tot 200 m² voor het meer in detail vaststellen van de omvang van de verontreiniging.
In dit geval kan worden volstaan met het vaststellen van het gemiddeld gehalte. De gehele achtertuin van Kempweg 18 is als één RE beschouwd. De oppervlakte bedraagt ca. 134 m². Aangezien de tuin niet bereikbaar is voor een graafmachine en bovendien relatief klein is, is gebruik gemaakt van de mogelijkheid om proefgaten te graven in plaats van proefsleuven. Verwijzend naar tabel 6 in de NEN 5707 zijn in totaal 6 proefgaten gegraven tot onderzijde verdachte laag. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 6 oktober 2022 conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorende protocol 2018 (Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem, versie 6.0, 1 februari 2018). De coördinerend veldmedewerker, de heer M.J.W. Damen, is in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van IenW. Tijdens de veldwerkzaamheden is assistentie verleend door de heer R. Florentinus. In Tabel 5.2 zijn de resultaten van de veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 5.2: overzicht totaal gehalte asbest per proefgat of RE in mg/kgds Proefgat Onderzocht
Bodemomschrijving
traject (cm-mv)
Afmetingen
Bodemvreemd
Asbest
Mengmonster
(cm) (l x b)
materiaal (%)
aangetroffen
fijne fractie
001A
10-60
Zand, zwak grind, sporen baksteen, sporen beton
30 x 30
<5
Nee
ASB9
001B
25-75
Zand, zwak baksteen, zwak beton, zwak grind
30 x 30
<5
Nee
ASB9
001C
20-70
Zand, zwak baksteen, zwak grind, sporen beton, 30 x 30
ca. 5
Nee
ASB9
<5
Nee
ASB9
ca. 5
Nee
ASB9
ca. 5
Nee
ASB9
sporen leisteen, sporen slakken 001D
10-60
Zand, sporen grind, sporen beton, sporen baksteen, 30 x 30 resten wortels
001E
10-60
Zand, zwak baksteen, sporen beton, sporen leisteen, 30 x 30 zwak grind
001F
0-50
Zand, zwak baksteen, sporen beton, sporen glas, 30 x 30 sporen ijzer
Tijdens de veldwerkzaamheden van het nader onderzoek is in de grove fractie geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Vervolgens is een mengmonster samengesteld van de fijne fractie van de proefgaten conform NEN 5898. In Tabel 5.3 is een overzicht gegeven van het totale gehalte aan asbest per proefgat/mengmonster. Het gewogen gehalte aan asbest in de fijne fractie is gecorrigeerd in relatie tot het totale monstergehalte. Het totale gehalte asbest bestaat uit het totale gewogen gehalte aan asbest in de grove fractie opgeteld met het gecorrigeerde gehalte gewogen asbest in de fijne fractie. Opgemerkt wordt dat geen correctie heeft plaatsgevonden indien geen sprake is van een overschrijding van de detectielimiet of geen sprake is van een grove fractie.
MA210730.R01.V2.1
21 van 24
Tabel 5.3: overzicht totaalgehalte asbest per proefgat/mengmonster in mg/kgds (Meng)monster
Proefgat
fijne fractie
ASB9
Traject
Gewogen gehalte
Gecorrigeerd gewogen
Totaal gehalte gewogen
(cm mv)
grove fractie
gehalte fijne fractie
asbest (mg/kgds)
(mg/kgds)
(mg/kgds) <2
001A
10-60
-
001B
25-75
-
001C
20-70
-
001D
10-60
-
001E
10-60
-
001F
0-50
-
<2
Op basis van de resultaten van het nader onderzoek wordt geconcludeerd dat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. Het eerder aangetroffen gehalte tijdens het verkennend onderzoek is niet representatief voor het gemiddeld gehalte aan asbest in de bodem. Mogelijk is sprake van een zeer lokale verontreiniging die waarschijnlijk al is verwijderd door de bemonstering van de asbestplaatjes.
MA210730.R01.V2.1
22 van 24
6 Conclusies en aanbevelingen Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van Stichting Wonen Zuid een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Borneostraat e.o. te Roermond. Aanleiding voor dit verkennend en aanvullend bodemonderzoek vormt de bestemmingswijziging en herontwikkeling van de onderzoekslocatie.
6.1 Conclusies Na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende. • De geroerde zandige bovengrond (0-0,5 m- maaiveld) binnen het plangebied is over het algemeen licht verontreinigd met zware metalen en/of sporadisch met PAK, PCB en/of minerale olie. Indicatief getoetst aan de maximale waarden uit de Regeling bodemkwaliteit varieert de bodemkwaliteitsklasse tussen achtergrondwaarde en industrie. • De ongeroerde zandige ondergrond (0,5-2,0 m- maaiveld) is niet verontreinigd met de onderzochte componenten en voldoet indicatief aan bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde. • Op basis van nader onderzoek blijkt dat plaatselijk (in boring 007) barium voorkomt boven de interventiewaarde. Voor barium is de interventiewaarde alleen van toepassing, zodra sprake is van een antropogene bren, hetgeen in dit geval aan de orde is. Het is namelijk een geroerde bodemlaag met bijmengingen aan baksteen en beton. De omvang bedraagt ca. 25 m². Het betreft vermoedelijk een historische verontreiniging, ontstaan voor 1987. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging • In de bovengrond ter plaatse van proefgat 001 is asbest aangetroffen in gehalten boven de interventiewaarde. Naar aanleiding hiervan is nader onderzoek verricht, waaruit blijkt dat geen gehalten meer zijn aangetroffen boven de detectielimiet.
Het eerder aangetroffen gehalte tijdens het verkennend onderzoek is niet representatief voor het gemiddeld gehalte aan asbest in de bodem. Mogelijk is sprake van een zeer lokale verontreiniging die waarschijnlijk al is verwijderd door de bemonstering van de asbestplaatjes. • In de overig onderzochte bodem is geen asbest aangetroffen in gehalten die aanleiding geven tot nader onderzoek. • Met uitzondering van het geval van ernstige bodemverontreiniging met barium is de locatie geschikt voor toekomstige woningbouw. De bodem met indicatieve kwaliteit industrie geven geen aanleiding tot herstel van de bodem naar de gewenste bodemfunctieklasse, namelijk wonen.
6.2 Aanbevelingen Geadviseerd wordt om, in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden en eindsituatie, een procedure te doorlopen binnen het kader van het Besluit uniforme saneringen (BUS). Opgemerkt wordt dat, hoewel het onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen, niet alle tuinen zijn geïnspecteerd en onderzocht. Indien tijdens graafwerkzaamheden visuele verontreinigingen worden waargenomen dient contact te worden opgenomen met bevoegd gezag.
MA210730.R01.V2.1
23 van 24
Bijlagen
MA210730.R01.V2.1
24 van 24
Bijlage 1 Topografische overzichtskaart
MA210730.R01.V2.1