CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 bij de toelichting - Quickscan flora & fauna (Tritium Advies) (digitaal ter inzage)

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente RoermondBij agendapunt: Bestemmingsplan Buurtzorghuis Donderhof4.817 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna Donderbergweg ong. te Roermond (2006/145/TA-01, versie 0)

documentkenmerk: 2006/145/TA-01, versie 0

Quickscan flora en fauna

in opdracht van Wonen Limburg T.a.v. de heer B. Schmitz Willem II Singel 25 6041 HP ROERMOND betreffende locatie Donderbergweg ongenummerd Roermond documentkenmerk 2006/145/TA-01 versie 0 vestiging Nuenen datum 21 december 2020

opgesteld door: ing. L. Bouwmans

gecontroleerd door: ing. A. Paulusse

Projectleider ecologie

Projectleider ecologie

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies.

Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Prinsenbeek >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 2006/145/TA-01, versie 0

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

2

Bronnenonderzoek

3

2.1

Gebieden

3

2.2

Soorten

5

3

Veldbezoek

7

4

Resultaten

8

4.1

Flora

8

4.2

Vogels

8

4.3

Grondgebonden zoogdieren

9

4.4

Vleermuizen

10

4.5

Amfibieën, reptielen en vissen

10

4.6

Ongewervelden/ overige soorten

11

5

Conclusies

12

5.1

Beschermde gebieden

12

5.2

Soorten

12

5.3

Zorgplicht

13

5.4

Eindconclusie

14

5.5

Advies

14

6

Literatuurlijst

15

Bijlagen aantal pagina's (excl. voorblad) 1.

situatietekening plangebied

1

2.

fotobijlage veldbezoek van 27 november 2020

9

documentkenmerk: 2006/145/TA-01, versie 0

1 Inleiding In opdracht van Wonen Limburg is een quickscan flora en fauna uitgevoerd op de locatie Donderbergweg ong. te Roermond. Het voornemen bestaat om 16 appartementen en 30 kamers ten behoeve van woonzorg te realiseren. Het plangebied betreft een gedeelte van het kadastrale perceel gemeente Roermond, sectie F, nummer 5561. Het terrein is nu bestemd als “groen” en is in gebruik als parkeerterrein.

Figuur 1: huidige situatie plangebied (blauw omlijnd) (bron: www.perceelloep.nl)

Doel van het onderhavige onderzoek is om te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb). Het is noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. Op basis van de ecologische waarden van een planlocatie zal uit een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) blijken of er een overtreding te verwachten is van de Wnb. Tevens wordt vastgesteld of er meer soortgegevens nodig zijn door middel van inventarisatie en of er een uitgebreide studie noodzakelijk is naar de effecten van een ruimtelijke ingreep. In veel situaties zal het uitvoeren van een verkennend onderzoek echter reeds voldoende zijn om aan te tonen of een plan uitgevoerd kan worden met of zonder enkele eenvoudige maatregelen of aanpassingen om een overtreding van de Wnb te voorkomen.

pagina 1 van 15

documentkenmerk: 2006/145/TA-01, versie 0

Uit onderstaande luchtfoto (figuur 2) kan worden opgemaakt dat het plangebied in de bebouwde kom van Roermond is gelegen. In bijlage 1 is een situatietekening van het plangebied opgenomen.

Figuur 2: luchtfoto van de omgeving van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Google Earth)

pagina 2 van 15

documentkenmerk: 2006/145/TA-01, versie 0

2 Bronnenonderzoek Onderhavig onderzoek richt zich met name op soortenbescherming en in beperktere mate op het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb (Natura 2000). In het uitgevoerde bronnenonderzoek is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Onder andere is hierbij gebruik gemaakt van de zoogdierenatlas (Broekhuizen et al., 2016) en enkele digitale verspreidingsatlassen. De bevindingen van dit literatuuronderzoek zijn weergegeven in de navolgende twee paragrafen.

2.1 Gebieden In navolgende figuren 3 en 4 is het plangebied met haar ecologisch waardevolle gebieden in highlights weergegeven. In figuur 3 zijn de Natura 2000-gebieden met de gele en limegroene kleuren aangeduid. In figuur 4 (op de volgende pagina) wordt het Natuurnetwerk Nederland (verder: NNN) weergegeven in groene highlights en wordt in Limburg de Goudgroene natuurzone genoemd. Daarnaast zijn er nog andere provinciale natuur- en landschapszones (Geconsileerde versie Omgevingsvisie Limburg 2014). Deze zijn aangegeven in de beige en blauwgrijze highlights. De Natura 2000-gebieden liggen grotendeels binnen het NNN. De Natura 2000-gebieden die geen onderdeel zijn van het NNN betreffen vooral agrarische gebieden en hebben een beperkter beschermingsregime. Van de gebieden die wel binnen NNN zijn gelegen worden, naast de specifieke soorten en habitattypen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), ook de wezenlijke kenmerken en waarden beschermd.

Figuur 3: plangebied en omgeving (rood omcirkeld) met relevante natuurgebieden (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten)

pagina 3 van 15

documentkenmerk: 2006/145/TA-01, versie 0

Uit figuur 3 kan worden afgeleid dat het plangebied niet in Natura 2000-gebied is gelegen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op een afstand van circa 1,3 kilometer ten zuidwesten van het plangebied gelegen en betreft het “Roerdal”. Het “Roerdal” ligt in een slenk die ontstaan is door opheffing van de omliggende gebieden (de horsten) langs aardbreuken. Het Nederlandse deel van Roer ligt daardoor in een vrij vlak gebied en heeft grote meanders. Langs de oevers bevinden zich plaatselijk grindbanken en zijn er steile oeverwallen aanwezig. Het gebied bestaat uit de Roer, waarin de gemeenschap van vlottende waterranonkel aanwezig is, met de omliggende gronden, bestaande uit landbouwgronden en natuurterreinen met bossen, inunderende graslanden, afgesloten meanders, plassen en poelen en floristisch waardevolle wegbermen. Een groot deel van de oevers bestaat uit voedselrijke ruigten. De doelsoorten in het Natura 2000-gebied “Roerdal” betreffen onder andere de gaffellibel, het donker pimpernelblauwtje, de beekprik, de kamsalamander en de bever. Daarnaast zijn de habitattypen die in het gebied voorkomen zoals beken en rivieren met waterplanten en glanshaveren vossenstaarthooilanden onderdeel van de instandhoudingsdoelstellingen.

In figuur 4, op de volgende pagina, overgenomen uit de kaart van de provinciale natuur- en landschapszones (Geconsolideerde versie Omgevingsvisie Limburg 2014) van de Provincie Limburg is wederom het plangebied omlijnd. Ook uit deze figuur blijkt dat het plangebied niet in een beschermd gebied ligt. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot de Bronsgroene landschapszone is op een afstand van 810 meter ten zuidoosten van het plangebied gelegen.

pagina 4 van 15

documentkenmerk: 2006/145/TA-01, versie 0

Figuur 4:

kaart NNB. Het plangebied en omgeving is rood omcirkeld (bron: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan)

Effecten beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van de Goudgroene, Bronsgroene en Zilvergroene landschapszones. De provincie Limburg hanteert geen externe werking als het gaat om NNN. In dit geval is het plangebied op dusdanige afstand gelegen dat er van een negatief effect geen sprake is. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is met circa 1,3 kilometer op korte afstand gelegen (bij Natura 2000-gebieden moet verspreiding van stoffen in lucht of water wel worden beschouwd). Gezien deze afstand is een stikstofdepositie berekening noodzakelijk om eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan te tonen of uit te sluiten.

2.2 Soorten Aan de hand van literatuuronderzoek is informatie verzameld over het voorkomen van soorten in de directe omgeving van het plangebied. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van voornoemde zoogdierenatlas. In werkatlassen wordt het voorkomen van soorten doorgaans per kilometerhok aangeduid. In de zoogdierenatlas wordt dit aangegeven per atlasblok, met afmetingen van 5 bij 5 kilometer. Het plangebied is gelegen in kilometerhok X:198 / Y:355.

pagina 5 van 15

documentkenmerk: 2006/145/TA-01, versie 0

Aangezien het plangebied slechts een klein gedeelte van het kilometerhok c.q. het atlasblok beslaat is het niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het plangebied. Uit gegevens van de zoogdieren verspreidingsatlas en de NDFF blijkt dat de volgende zoogdieren of sporen van deze soorten (o.a. in braakballen) in de periode van 1989 tot 2020 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: bosmuis, woelrat, ree, bever, huisspitsmuis, damhert, laatvlieger, egel, haas, steenmarter, das, dwergmuis, aardmuis, veldmuis, ondergrondse woelmuis, huismuis, hermelijn, wezel, bunzing, beverrat, rosse woelmuis, meervleermuis, watervleermuis, ingekorven vleermuis, waterspitsmuis, rosse vleermuis, konijn, ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, bruine rat, eekhoorn, tweekleurige bosspitsmuis, dwergspitsmuis, wild zwijn, mol en vos. In de periode 2000-2020 blijkt uit de gegevens van de NDFF en Ravon dat de volgende soorten zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: gewone pad, rugstreeppad, alpenwatersalamander, kleine watersalamander, bastaardkikker, meerkikker, bruine kikker, kamsalamander, hazelworm en levendbarende hagedis.

pagina 6 van 15

documentkenmerk: 2006/145/TA-01, versie 0

3 Veldbezoek Het plangebied is op 27 november in de ochtend bezocht. Er was sprake van bewolkt weer met windkracht 1 Bft en een temperatuur van circa 7 graden Celsius. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid of afwezigheid van beschermde soorten. De te verzamelen informatie bestaat onder andere uit zicht- en geluidwaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Op basis van terreinkenmerken is voorts beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek aangezien een quickscan een momentopname betreft. Hierdoor kan slechts in beperkte mate uitsluitsel worden gegeven over de aan- of afwezigheid van soorten. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal derhalve een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een parkeerplaats en groenstrook.

De in bijlage 2 opgenomen foto’s geven een duidelijk beeld van de huidige situatie van het plangebied.

pagina 7 van 15

documentkenmerk: 2006/145/TA-01, versie 0

4 Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde veldbezoek in relatie tot het planvoornemen.

4.1 Flora het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Vanwege de voedselrijke omstandigheden en de bestrating waaruit het plangebied bestaat zijn ook geen beschermde soorten te verwachten. Beschermde soorten komen namelijk vooral voor op voedselarme, kalkhoudende grond. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

4.2 Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het plangebied slechts voor een aantal soorten vogels geschikt is als onderdeel van het leefgebied. Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig zodat het verloren gaan van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vogels is uitgesloten. De aanwezige bomen en struiken kunnen wel dienen als broedgelegenheid. Daarnaast is het gebied geschikt als foerageergebied, echter zullen niet alle vogelsoorten van het gebied gebruik maken. Met name voor vogels die in het “stedelijk gebied” voorkomen zijn binnen en rond het plangebied gunstige biotopen aanwezig. Voor weide-, bos-, struweel- en watervogels zijn geen geschikte biotopen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn een ekster (Pica pica), een zwarte kraai (Corvus corone), een houtduif (Columba palumbus) en circa twintig kokmeeuwen (Chroicocephalus ridibundus) waargenomen. Tevens is in de verte een huismus (Passer domesticus) gehoord. In de bomen binnen het plangebied zijn drie oude nesten van een houtduif waargenomen. Bij het realiseren van het planvoornemen dient rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van broedende vogels. In gebruik zijnde nesten van vogelsoorten zonder jaarrond beschermd nest zijn beschermd volgens de Wet natuurbescherming.

Het heeft daarom de voorkeur om de werkzaamheden buiten het broedseizoen (begin oktober – half februari) plaats te laten vinden. Indien dit niet het geval is, is het zaak ervoor te zorgen dat het plangebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor deze soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Indien er tijdens de werkzaamheden broedende vogels worden aangetroffen dient er contact opgenomen te worden met een ecoloog. Onder de onderste rij dakpannen en de dakgoten van de woningen aan de Donderbergweg 67, 69 en 71 is voldoende ruimte aanwezig om te dienen als jaarrond beschermde vaste verblijfplaats van de huismus. Tevens is er in deze omgeving een huismus gehoord. Deze mogelijke verblijfplaatsen zullen echter beschikbaar blijven voor de huismus, aangezien de nieuwbouw op een dusdanige afstand zal worden gerealiseerd. Een negatief effect wordt hierdoor niet verwacht.

pagina 8 van 15

documentkenmerk: 2006/145/TA-01, versie 0

Conclusie: een aantal vogelsoorten zal het plangebied met name benutten als foerageergebied. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen. Het plangebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soorten en het gebied kan bovendien als foerageergebied in gebruik blijven. Wel wordt bij de voorgenomen bouwwerkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 5 omschreven werkwijze.

4.3 Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen exemplaren of voortplantings- en/of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd volgens de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Voor minder algemene soorten (nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld in de Wnb), zoals de das (Meles meles), is het plangebied ongeschikt, vanwege de aanwezige bestrating en de stedelijke ligging. Ook zijn er geen burchten en geen sporen aangetroffen van de das zoals pootafdrukken, vraatsporen of uitwerpselen. Het plangebied is eveneens ongeschikt om als foerageergebied voor deze soort te dienen. In de omgeving van het plangebied komt de steenmarter (Martes foina) voor. De steenmarter komt voornamelijk voor in parklandschap en heeft een voorkeur voor steenachtige biotopen, zoals steengroeven, rotsige hellingen en gebouwen. Op het terrein zijn enkele containers en bouwmaterialen, zoals buizen, aanwezig die kunnen dienen als mogelijke verblijfplaats van de steenmarter. Deze voorwerpen zijn echter in gebruik. Daarnaast zijn er geen sporen aangetroffen in de vorm van prooiresten, pootafdrukken, vraatsporen of uitwerpselen (in de vorm van latrines). Wel is er aan de rand van het plangebied een dode houtduif aangetroffen zonder vraatsporen. Een negatief effect op de steenmarter wordt niet verwacht.

Daarnaast geldt er in de provincie Limburg voor deze soort een vrijstelling in de periode van 15 augustus tot en met februari als het ruimtelijke ingrepen betreft. Ook de waterspitsmuis (Neomys fodiens) komt voor in de omgeving van het plangebied. Deze soort is te vinden in schoon, niet al te voedselrijk en snelstromend water met een goed ontwikkelde watervegetatie waarin voldoende schuilmogelijkheden aanwezig zijn. Vanwege het ontbreken van geschikt leefgebied en de aanwezigheid van bestrating is het plangebied ongeschikt voor de waterspitsmuis. Naast eerdergenoemde soorten komt ook de bever (Castor fiber) voor in de omgeving van het plangebied. Bevers leven voornamelijk in overgangsgebieden tussen land en water zoals moerassen, langs beken, rivieren en meren. De bever heeft een voorkeur voor rustige rivieren en meren omzoomd door broekbossen met bomen zoals wilgen en es. Aangezien het plangebied voornamelijk uit bestrating bestaat en er in de directe omgeving geen geschikt oppervlaktewater aanwezig is, is het terrein ongeschikt als leefgebied voor deze soort. Daarnaast komt ook het damhert (Dama dama) voor in de omgeving van het plangebied. Deze soort heeft een voorkeur voor bosgebied met voldoende schuilmogelijkheden. Vanwege de aanwezige bestrating en het ontbreken van voldoende schuilmogelijkheden is het plangebied ongeschikt als leefgebied voor deze soort.

In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieven aanwezig in de vorm van bos om als foerageergebied te dienen voor algemeen voorkomende soorten. Ook zal het plangebied beschikbaar blijven als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren.

pagina 9 van 15

documentkenmerk: 2006/145/TA-01, versie 0

Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

4.4 Vleermuizen Er is geen bebouwing aanwezig binnen het plangebied zodat de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen valt uit te sluiten. In de bomen, aanwezig binnen en op de grens van het plangebied, zijn geen geschikte holtes of scheuren aanwezig die dienst kunnen doen als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. Ook zijn er geen sporen zoals ontlasting of vraatsporen in de vorm van vlindervleugels gevonden. Ten westen van het plangebied, aan de Kasteel Hillenraedtstraat 121, bevindt zich een uit baksteen opgetrokken woning. In de oostelijke gevel van de woning zijn open stootvoegen aanwezig die kunnen leiden naar de achterliggende spouw. De spouw kan als jaarrond beschermde vaste verblijfplaats van gebouwbewonende vleermuizen, zoals de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) dienen. De nieuwbouw zal echter lager worden gerealiseerd dan de hoogte waarop de open stootvoegen zich bevinden. Hierdoor blijft de invliegroute tot deze mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen in de spouw beschikbaar en worden er geen belemmeringen verwacht. Wel wordt er geadviseerd om geen bouwlampen op deze gevel te richten. Mogelijk zal het plangebied gebruikt worden als foerageergebied door vleermuizen.

Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn zoals de tuinen van omliggende woningen, plantsoenen en de met bomen omringde “Maasnielderbeek”. Vleermuizen maken gebruik van vliegroutes om zich te verplaatsen van verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Hiervoor worden lange, aaneengesloten bomenrijen en andere lijnvormige landschapsstructuren zoals heggen en houtwallen gebruikt. De bomen binnen het plangebied zullen niet als essentiële vliegroute dienen, aangezien het voornamelijk jonge aanplant betreft. Daarnaast zullen deze bomen grotendeels behouden blijven. Tevens zijn er in de directe omgeving van het plangebied geschikte lijnvormige structuren aanwezig die als vliegroute kunnen dienen, zoals de met bomen omringde “Maasnielderbeek” en de bomenrij en watergang aan de Koninginnelaan. Een negatief effect op essentiële vliegroutes wordt hierdoor niet verwacht. Conclusie: er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk wordt er door vleermuizen gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden.

Indien de bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Gezien het vorenstaande zijn er geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot vleermuizen. Een nader onderzoek naar vleermuizen is derhalve niet aan de orde.

4.5 Amfibieën, reptielen en vissen Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën en reptielen aangetroffen en zijn er geen sporen van deze soortgroepen aangetroffen binnen het plangebied.

pagina 10 van 15

documentkenmerk: 2006/145/TA-01, versie 0

Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig, waardoor de aanwezigheid van beschermde vissoorten kan worden uitgesloten. In de directe omgeving is echter wel oppervlaktewater aanwezig in de vorm van de “Maasnielderbeek”, waardoor de aanwezigheid van beschermde amfibieën niet op voorhand kan worden uitgesloten. De rugstreeppad (Epidalea calamita), kamsalamander (Triturus cristatus) en alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris) komen voor in de omgeving van het plangebied. De rugstreeppad heeft een voorkeur voor duinen en ruderale terreinen met een pionier karakter. Ze geven de voorkeur aan gebieden met veel dynamiek, zoals braakliggende bouwterreinen, groeven en zand- en kleiafgravingen, (rivier)duinen en uiterwaarden. Voortplantingswater is ondiep en bevat plaatsen die snel opwarmen. De kamsalamander komt voor op zandgronden en in beekdalen en geeft de voorkeur aan een bosrijk landschap met houtwallen en struwelen. Deze soort komt vooral voor in poelen, vijvers, vennen en leemputten. De alpenwatersalamander is minder kieskeurig, zolang het water niet snelstromend of rijk aan vis is. De “Maasnielderbeek” is op circa 500 meter ten westen van het plangebied gelegen. Deze beek is mogelijk geschikt voor de alpenwatersalamander.

Het plangebied zelf is echter ongeschikt als landhabitat voor eerdergenoemde soorten, vanwege de aanwezige bestrating en het gebrek aan natuurlijke schuilmogelijkheden. Een negatief effect op beschermde amfibieën wordt hierdoor niet verwacht. Naast eerdergenoemde beschermde amfibieën komen ook de levendbarende hagedis (Zootoca vivipara) en hazelworm (Anguis fragilis) voor in de omgeving van het plangebied. Zowel de levendbarende hagedis als de hazelworm geven de voorkeur aan bos- en heidegebieden met voldoende schuilmogelijkheden. Vanwege het ontbreken van deze voorkeursgebieden en de aanwezige bestrating is het plangebied ongeschikt als leefgebied voor deze soorten. Conclusie: er komen noch vissen noch beschermde soorten reptielen en amfibieën voor in het plangebied. De eventuele aanwezigheid van algemeen voorkomende soorten reptielen en amfibieën zoals bijvoorbeeld de gewone pad en bruine kikker vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.6 Ongewervelden/ overige soorten Beschermde soorten ongewervelden en overige soorten zijn niet waargenomen en ook niet te verwachten binnen het plangebied. Beschermde soorten stellen specifieke eisen aan een biotoop en gezien de afwezigheid van oppervlaktewater en de aanwezige bestrating is het plangebied voor veel soorten niet geschikt. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

pagina 11 van 15

documentkenmerk: 2006/145/TA-01, versie 0

5 Conclusies Doel van het onderhavige onderzoek is te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving.

5.1 Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van de Goudgroene, Bronsgroene en Zilvergroene landschapszones. De provincie Limburg hanteert geen externe werking als het gaat om NNN. In dit geval is het plangebied op dusdanige afstand gelegen dat er van een negatief effect geen sprake is. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is met circa 1,3 kilometer op korte afstand gelegen (bij Natura 2000-gebieden moet verspreiding van stoffen in lucht of water wel worden beschouwd). Gezien deze afstand is een stikstofdepositie berekening noodzakelijk om eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan te tonen of uit te sluiten.

5.2 Soorten Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde plantensoorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen. Vogels Er zijn geen vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied. Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken.

Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels.

pagina 12 van 15

documentkenmerk: 2006/145/TA-01, versie 0

Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen aanwezig binnen het plangebied. De oostelijke gevel van de woning aan de Kasteel Hillenraedtstraat 121 is geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Er wordt geadviseerd om tijdens de bouw geen bouwlampen op deze gevel te richten. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van de tuinen van omliggende woningen, plantsoenen en de met bomen omringde “Maasnielderbeek”. Ook is het verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten indien de bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden.

Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Gezien het vorenstaande zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot vleermuizen. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

5.3 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten.

pagina 13 van 15

documentkenmerk: 2006/145/TA-01, versie 0

Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden. Bij het inrichten van het bouwterrein dient te worden gezorgd dat het gebied niet aantrekkelijk wordt voor de vestiging van de rugstreeppad. Het ontstaan van poeltjes of plassen op het bouwterrein in het zomerhalfjaar (vanaf april) dient derhalve te wordt voorkomen, zodat er geen geschikt voortplantingswater voor de rugstreeppad aanwezig is. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).

5.4 Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: •

de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;

•

om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd. Daarnaast wordt er geadviseerd om geen bouwlampen op de oostelijke gevel van de woning aan de Kasteel Hillenraedtstraat 121 te richten;

•

nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk;

•

een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk;

•

voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft;

•

om eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan te tonen of uit te sluiten dient een stikstofberekening te worden gemaakt.

5.5 Advies Checklist natuurvriendelijke maatregelen Bij het ontwerp van de nieuwbouw wordt geadviseerd gebruik te maken van de checklist natuurvriendelijke maatregelen aan gebouwen van de Vogelbescherming. Diverse natuurbeschermingsinstanties en bedrijven geven hier meer informatie over. Erfbeplanting Indien er een erfbeplanting is gepland of wordt vernieuwd, adviseren wij deze met inheemse en streekeigen soorten bomen en struiken te realiseren. Informeer hiervoor bij uw provincie of gemeente.

pagina 14 van 15

documentkenmerk: 2006/145/TA-01, versie 0

6 Literatuurlijst Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016) Atlas van de Nederlandse zoogdieren - deel 12 serie Nederlandse fauna. Knnv Uitgeverij Natura 2000-gebieden in Nederland (2020) Geraadpleegd op 14 december 2020 via www.natura2000.nl NDFF (2020) Geraadpleegd op 14 december 2020 via https://www.verspreidingsatlas.nl/ Ravon (2020) Geraadpleegd op 14 december 2020 via http://www.ravon.nl/ Zoogdiervereniging (2020) Geraadpleegd op 14 december 2020 via http://www.zoogdiervereniging.nl/

pagina 15 van 15

Situatietekening : 2006/145/TA-01, Donderbergweg ong. te Roermond

Geplande situatie

pagina 1

Fotobijlage: 2006/145/TA-01, Donderbergweg ong. te Roermond

Foto 1

Foto 2

Foto 3

pagina 1

Fotobijlage: 2006/145/TA-01, Donderbergweg ong. te Roermond

Foto 4

Foto 5

Foto 6

pagina 2

Fotobijlage: 2006/145/TA-01, Donderbergweg ong. te Roermond

Foto 7

Foto 8

Foto 9

pagina 3

Fotobijlage: 2006/145/TA-01, Donderbergweg ong. te Roermond

Foto 10

Foto 11

Foto 12

pagina 4

Fotobijlage: 2006/145/TA-01, Donderbergweg ong. te Roermond

Foto 13

Foto 14

Foto 15

pagina 5

Fotobijlage: 2006/145/TA-01, Donderbergweg ong. te Roermond

Foto 16

Foto 17

Foto 18

pagina 6

Fotobijlage: 2006/145/TA-01, Donderbergweg ong. te Roermond

Foto 19

Foto 20

Foto 21

pagina 7

Fotobijlage: 2006/145/TA-01, Donderbergweg ong. te Roermond

Foto 22

Foto 23

Foto 24

pagina 8

Fotobijlage: 2006/145/TA-01, Donderbergweg ong. te Roermond

Foto 25

Foto 26

Foto 27

pagina 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=e1fa5445-60b7-4ed6-b338-5d54441dad74