CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - concept nota van zienswijzen

Commissie Ruimte (RU) 22 juni 2022, gemeente RoermondBij agendapunt: Bestemmingsplan Groeneweg Maasstraat6.668 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan ‘Groeneweg Maasstraat’

Mei 2022 Cluster Vergunning Toezicht en Handhaving Gemeente Roermond

Bestemmingsplan Groeneweg Maasstraat - Nota van zienswijzen en wijzigingen

p.1

Procedure ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan ‘Groeneweg Maasstraat’ heeft van woensdag 2 februari 2022 tot en met dinsdag 15 maart 2022 ter inzage gelegen, na voorafgaande publicatie op 1 februari 2022 in het Elektronisch Gemeenteblad. Gedurende de periode van terinzagelegging was het ontwerpbestemmingsplan tevens digitaal raadpleegbaar op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Een ieder heeft de mogelijkheid gehad zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Daarvan is gebruik gemaakt door: No. 1.

Naam

Adres

2.

Ontvangen 2 februari 2022, de zienswijze is aangevuld op 15 maart 2022 4 maart 2022

3.

8 maart 2022

4.

15 maart 2022

5.

15 maart 2022

De zienswijzen zijn besproken tijdens een bijeenkomst met indieners 1, 3, 4 en 5 op 3 mei 2022. Indieners onder 2 waren op dat moment verhinderd. Ontvankelijkheid Alle zienswijzen zijn binnen de inzagetermijn van het ontwerpbestemmingsplan en daarmee tijdig ontvangen. De zienswijzen zijn ontvankelijk. Inhoudelijke reactie naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen: De zienswijzen geven geen aanleiding om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Wel is naar aanleiding van de zienswijzen, en gevoerde gesprekken met de indieners, het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Hierna volgt een zakelijke samenvatting van de diverse ontvangen zienswijzen en de inhoudelijke reactie daarop. De onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet zijn genoemd, zijn dus bij de reactie op de zienswijzen betrokken. De zienswijzen zijn in hun geheel beschouwd. Bij de standpuntbepaling is dus rekening gehouden met de volledige inhoud van de ontvangen zienswijzen. Na elke zienswijze is aangegeven of de zienswijze heeft geleid tot aanpassingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.

Bestemmingsplan Groeneweg Maasstraat - Nota van zienswijzen en wijzigingen

p.2

1.

, per brief d.d. 2 februari 2022, ontvangen op 2 februari 2022. De zienswijze is namens indieners aangevuld door dhr. mr. J. Elings, per brief d.d. 14 maart 2022, ontvangen op 15 maart 2022

1.

De grote zorg van indieners is het peil van de nieuwe percelen. De tuin van indieners bevindt zich ca. 70 cm onder het peil van hun woning. Indien ter plaatse van de nieuwe woonpercelen het peil van de voormalige boomgaard verhoogd wordt, vrezen zij ernstige wateroverlast bij hevige regenval en hoge grondwaterstand. Het huidige maaiveld loopt evenwijdig af met het perceel van indieners. Om aanzienlijke hoogteverschillen tussen bestaande en nieuwe percelen te voorkomen, moet volgens indieners het huidige maaiveld aangehouden worden als peil, en dient dit op een duidelijke planologische wijze te worden vastgelegd.

Standpunt: De oorspronkelijke gedachte bij de bestemmingsplanherziening was om het peil de relateren aan de huidige maaiveldhoogte. Dit blijkt echter vanwege civieltechnische redenen niet wenselijk. De reden hiervoor is dat de Groeneweg, de Maasstraat en de Groenezijweg hoger liggen dan een groot deel van het plangebied. Bij het bepalen van het bouwpeil is het gebruikelijk de hoogte van de belendende weg als uitgangspunt te nemen. Wij begrijpen echter de zorgen van indieners, en om deze reden is de planregeling aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, in die zin dat in de bouwregels van de bestemming ‘Wonen’ is opgenomen dat het bouwpeil ter plaatse van het bouwvlak maximaal 20,5 meter +NAP mag bedragen (artikel 2.2.1 onder b). Dit is iets lager dan het bouwpeil van de woningen aan de Groeneweg 4, 4A en 4B. Buiten het bouwvlak geldt de reguliere peilbepaling zoals opgenomen in artikel 1.35 van de planregels. Vanwege het huidige maaiveldverloop in het plangebied, is tevens een zogenaamd ‘aanlegvergunningstelsel’ (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerkzaamheden) opgenomen, dat bepaalt dat het zonder omgevingsvergunning niet is toegestaan wijzigingen aan te brengen in het maaiveldverloop.

De toetsingscriteria voor een dergelijke vergunning zijn dat door het beoogde maaiveldverloop geen wateroverlast ter plaatse van de belendende percelen mag ontstaan, en dat op een landschappelijk verantwoorde en zorgvuldige wijze op de aangrenzende percelen moet worden aangesloten. Dit gezegd hebbende verwachten wij niet dat percelen in het plangebied door de eigenaren van de nieuwe woningen meer dan nodig opgehoogd zullen worden, omdat de locatie is gelegen in het bergend rivierbed van de Maas. Verhogingen van het maaiveld ten opzichte van het referentiepeil van Rijkswaterstaat zijn vergunningsplichtig op grond van de Waterwet, en zullen elders in het rivierbed moeten worden gecompenseerd. 2.

Het bestemmingsplan bevat onvoldoende waarborgen dat hemelwater in het plangebied zelf zal worden geborgen en opgevangen. Gelet op het grote risico van wateroverlast voor de omgeving, zou in ieder geval een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan moeten worden opgenomen, waarbij het bouwen van bouwwerken uitsluitend is toegestaan indien voorzien wordt in de aanleg van waterberging die afdoende is om een bui van 100 mm in 24 uur op te vangen.

Standpunt: Naar aanleiding van dit onderdeel van de zienswijze is een bepaling aan de bestemming ‘Wonen’ toegevoegd (artikel 5.4.2), die bepaalt dat hemelwater moet worden geborgen op eigen terrein. Conform de plantoelichting en de zienswijze geldt daarbij een bergingseis van 100 mm per m2 in 24 uur. De plantoelichting is in paragraaf 4.3 ook aangevuld met de wijze waarop met hemelwater op de toekomstige kavels kan worden omgegaan. 3.

Omdat het (concept) beeldkwaliteitsplan niet met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd, hebben indieners geen inzicht in de (welstands)criteria die aan het uiterlijk van de

Bestemmingsplan Groeneweg Maasstraat - Nota van zienswijzen en wijzigingen

p.3

woningen ten grondslag worden gelegd. Het bestemmingsplan is daarom rechtsonzeker. Omdat niet duidelijk is wanneer het beeldkwaliteitsplan zal worden vastgesteld, is ook hetgeen het beeldkwaliteisplan beoogt te borgen onzeker. Standpunt: Het beeldkwaliteitsplan vormt, gelet op het bepaalde in 2.10 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een ander toetsingskader dan het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan zijn bouwregels van stedenbouwkundig aard opgenomen. Het beeldkwaliteitsplan bevat richtlijnen en criteria omtrent de gewenste beeldkwaliteit (redelijke eisen van welstand). Deze vormen richtsnoeren voor de onafhankelijke Commissie beeldkwaliteit bij het geven van een welstandsadvies. Indieners, maar ook toekomstige huiseigenaren (vergunningaanvragers) kunnen, anders dan bij het bestemmingsplan geen rechten ontlenen aan het beeldkwaliteitsplan. Het niet ter inzage leggen van het beeldkwaliteitsplan, leidt ons inziens dan ook niet tot rechtsonzekerheid. 4.

Anders dan in de plantoelichting wordt aangegeven, is het plangebied niet gelegen in bestaande stedelijk gebied in de zin van artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking). In de plantoelichting zou daarom gemotiveerd moeten worden, waarom de ontwikkeling niet in bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd.

Standpunt: Ten aanzien van dit onderdeel van de zienswijze, verwijzen wij naar ons standpunt op de provinciale vooroverleg reactie zoals opgenomen in paragraaf 6.2.2 van het bestemmingsplan. In aanvulling daarop geldt dat ter plaatse van het plangebied weliswaar sprake is van een agrarische bestemming, maar dat deze omringd wordt door (hoofdzakelijk woon)bebouwing in het stedelijk gebied van Roermond, en dat het stedelijk gebied van Roermond in dit deel van de stad strak begrensd wordt door de Maas en Maasplassen. Er is dus geen sprake van een agrarische bestemming langs de randen van het stedelijk gebied. Voor zover het plangebied niet als stedelijk gebied aan te merken zou zijn, geldt dat de ontwikkeling gelet op haar kwalitatieve kenmerking (vrijstaande woningen op ruime kavels) niet elders binnen de bebouwingscontour van Roermond kan worden gerealiseerd, althans niet zonder vergelijkbare of andere ruimtelijke aandachtspunten. 5.

De kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte is onvoldoende onderbouwd en aangetoond. Kwalitatief geldt dat er voldaan wordt aan de opgave zoals genoemd in de bijlage van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021, maar dat niet is beoordeeld in hoeverre hierin al is voorzien in de bestaande planvoorraad.

Standpunt: Uit het woningmarktonderzoek uit 2018 komt naar voren dat er in het stedelijk gebied Roermond (waar ook Ool toe behoort) een behoefte bestaat aan ruim 1.000 vrijstaande koopwoningen. In de periode 2018 tot en met 2021 zijn er 124 woningen in deze categorie gerealiseerd en bevat de planvoorraad in deze categorie per 1 januari 2022 nog 330 woningen. Er is dus nog een behoefte van meer dan meer dan 500 woningen in deze categorie waar nog geen plannen voor beschikbaar zijn. 6.

Het plangebied is gelegen in het bergend rivierbed van de Maas. Conform de Waterwet moet verlies aan bergend vermogen binnen dit rivierbed worden gecompenseerd. Deze compensatie zal waarschijnlijk plaatsvinden ten zuidwesten van het plangebied, in de voormalige boomgaarden nabij de Schuttersweg. Indieners geven aan dat hierbij niet is gegarandeerd dat bij een eventuele overstroming van de Maas de opvang van hoogwater in dit gebied ook daadwerkelijk is gegarandeerd. Het ‘compensatie’ gebied maakt immers al deel uit van het bergend rivierbed.

Bestemmingsplan Groeneweg Maasstraat - Nota van zienswijzen en wijzigingen

p.4

Evenmin is inzichtelijk gemaakt, of en op welke wijze het perceel van indieners beschermd wordt tegen de gevolgen van hoogwater, als gevolg van de afname van bergend vermogen in het plangebied. Standpunt: De compensatie van het verlies aan bergend vermogen van het rivierbed is verplicht op grond van de Waterwet. Daarbij geldt in de eerste plaats dat compensatie conform deze wet elders in het rivierbed moét plaatsvinden. Gelet op het belang van het rivierbed is de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergend rivierbed’ in de planregels opgenomen, waarmee het bergend vermogen van het rivierbed worden beschermd. De uitvoerbaarheid van de compenserende maatregelen is afgestemd met de beheerder van het rivierbed, Rijkswaterstaat. Daarbij merken wij op, dat de compensatie moet worden gezien als een compensatie van het bergend vermogen van het gehele rivierbed. Daarom is de compensatie ook niet uitgewerkt ten behoeve van, of getoetst aan, de naburige woonpercelen. Dit is in de eerste plaats geen wettelijk vereiste. In de tweede plaats is het niet aannemelijk dat in geval van een calamiteit door hoogwater als gevolg van het bestemmingsplan aanrekenbaar meer wateroverlast ter plaatse van het perceel van indieners zal ontstaan. Wij nemen daarbij ook in overweging dat het perceel van indieners zelf ook in het rivierbed ligt.

Weliswaar is dit deel van het rivierbed uitgesloten van de vergunningplicht zoals opgenomen in hoofdstuk 6 van de Waterwet (zie kaartblad 11 behorende bij de Beleidsregels grote rivieren), maar het is niet redelijk of haalbaar binnen het rivierbed zelf maatregelen te nemen om individuele woningen aanvullend te beschermen. Ten slotte verwijzen wij ten aanzien van dit onderdeel van de zienswijze naar de notitie ‘Kwalitatieve waterhuishoudkundige effectbeschrijving realisatie woningen Groeneweg Maasstraat te Herten’ d.d. 30 mei 2022 van adviesbureau Kragten, die als bijlage bij deze nota is opgenomen. 7.

In de plantoelichting is verwoord dat het bestemmingsplan in lijn is met het provinciaal omgevingsbeleid (omgevingsvisie), onder andere omdat er een kwaliteitsverbetering plaatsvindt doordat de beoogde ontwikkeling is gekoppeld aan het op termijn verdwijnen van de bedrijfsactiviteiten van initiatiefnemer. Een dergelijke koppeling ontbreekt echter in de planregels.

Standpunt: Ten aanzien van dit onderdeel van de zienwijze verwijzen wij naar ons standpunt op de provinciale vooroverleg reactie zoals opgenomen in paragraaf 6.2.2 van het bestemmingsplan. 8.

Indieners wijzen op diverse overige passages uit het Provinciaal Omgevingsplan 2014 (POL2014), waaraan in de plantoelichting onvoldoende aandacht is geschonken.

Standpunt: Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten van de provincie Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is via een interactief proces met overheden, semioverheden, belangenorganisaties en burgers opgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden. Omdat het POL2014 met het vaststellen van de Omgevingsvisie Limburg is komen te vervallen, wordt dit onderdeel van de zienswijze niet van een nader standpunt voorzien. 9.

In de plantoelichting is niet gemotiveerd op welke wijze invulling wordt gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 2.2.2 eerste en derde lid van de verordening). Evenmin is voldaan aan het tweede lid van artikel 2.2.2, dat bepaalt dat bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen moeten worden onderzocht. Tot slot is

Bestemmingsplan Groeneweg Maasstraat - Nota van zienswijzen en wijzigingen

p.5

niet voldaan aan artikel 2.4.2 van de verordening, omdat het plan volgens indieners niet past binnen de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021. Standpunt: Ten aanzien van dit onderdeel van de zienwijze verwijzen wij naar de standpunten zoals verwoord onder 1.4, 1.5 en ons standpunt op de provinciale vooroverleg reactie zoals opgenomen in paragraaf 6.2.2 van het bestemmingsplan. 10. Het bestemmingsplan voldoet niet aan het Ruimtelijk Kwaliteitskader Ool, omdat een koppeling in de planregels met dit kader ontbreekt. Standpunt: Het Ruimtelijk Kwaliteitskader Ool betreft een visiedocument, op basis waarvan het stedenbouwkundig ontwerp dat ten grondslag ligt aan onderhavig bestemmingsplan is uitgewerkt. Wij volgen indieners niet in de redenering dat in de planregels een koppeling met dit kader opgenomen had moeten worden. Indieners specificeren ook niet nader waarom het bestemmingsplan niet aan het kader zou voldoen, omdat een koppeling in de regels ontbreekt. Dit staat nog lost van de vraag welk element / belang van het Ruimtelijk Kwaliteitskader Ool met een dergelijke koppeling beschermd zou moeten worden. 11. Als gevolg van de bebouwing die aan de noordzijde van het woonperceel van indieners op grond van het bestemmingsplan zal mogen worden opgericht, zal het woon- en leefklimaat van indieners aanzienlijk achteruit gaan.

Dit onder andere vanwege een verlies aan privacy, en het verlies van openheid van de omgeving. Standpunt: Ons inziens zal de vaststelling van het bestemmingsplan niet leiden tot een aanzienlijke achteruitgang van het woon- en leefklimaat ter plaatse. Als gevolg van het bestemmingsplan is in alle redelijkheid geen onaanvaardbare geluids-, parkeer- of overige overlast te verwachten. Wel zal zoals indieners stellen, de privacy en het uitzicht op en vanaf hun woonperceel in vergelijking met de huidige situatie afnemen. Hoewel wij snappen dat indieners dit in principe niet wenselijk achten, is ook hier van een onaanvaardbare achteruitgang ten opzichte van de huidige situatie geen sprake. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan ‘Groeneweg Maastraat’ niet vast te stellen.

Wel heeft de zienswijze aanleiding gegeven voor de volgende aanpassingen van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan: in de planregels is in artikel 5.2.1 een bepaling toegevoegd omtrent het maximale bouwpeil ter plaatse van het bouwvlak; in de planregels is in artikel 5.4.2 een specifieke gebruiksregel opgenomen dat hemelwater moet worden geborgen op eigen terrein; in de planregels is in artikel 5.6 een ‘aanlegvergunningstelsel’ opgenomen, welke het veranderen van het maaiveld van de woonpercelen omgevingsvergunningplichtig maakt voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde. in de plantoelichting is in paragraaf 4.3 een nadere toelichting opgenomen over de wijze waarop hemelwater kan worden geborgen op de woonpercelen in het plangebied.

Bestemmingsplan Groeneweg Maasstraat - Nota van zienswijzen en wijzigingen

p.6

2.

, per brief d.d. 22 februari 2022, ontvangen op 15 maart 2022.

1.

Het toestaan van nieuwe bebouwing en het aanleggen van een nieuwe ontsluitingsweg achter de woningen aan de Groeneweg nummers 4, 4A en 4B past niet binnen het open karakter van Ool. Het is in deze omgeving passender om te streven naar lintbebouwing langs de Maasstraat, en nieuwe ‘tweedelijns’ bebouwing achter de woningen aan de Groeneweg te voorkomen. Op deze manier wordt minder afbreuk gedaan aan het open en historische karakter van Ool. Indieners wijzen daarbij op het gegeven dat huns inziens het woningbouwplan Groenezijweg ook niet past binnen het karakter van de buurt.

Standpunt: De historische kern Ool is organisch gegroeid langs een aantal linten. In de noordwestelijke punt van Ool (langs de Kemp en de Kleine Kemp) is er sprake van enige verdichting van de bebouwing. De omgeving bestaat dus niet uit ‘pure’ lintbebouwing. De visie zoals opgenomen in het Ruimtelijk Kwaliteitskader Ool houdt rekening met deze karakteristiek, en voorziet dus niet slechts in woningbouw langs de bestaande linten. Het stedenbouwkundig ontwerp voor het gebied aan de Groeneweg en Maasstraat is gebaseerd op dit kader. Een punt waarop het Kwaliteitskader Ool bewust is losgelaten is de nieuwe ontsluitingsweg richting de Groenezijweg, vanaf de Maasstraat. Uit de gevoerde omgevingsdialoog is een wens naar voren gekomen om een ontsluiting te realiseren tussen de Groenezijweg en de Maasstraat om daarmee de ongewenste wijze waarop de Groenezijweg is ontsloten (via een pad tussen woningen aan de Groeneweg door) op te lossen. Hoewel het idee van de zogenaamde ‘erfwoningen’ uit het ruimtelijk kwaliteitskader hiermee is losgelaten, voorziet het bestemmingsplan vanuit stedenbouwkundig oogpunt nog steeds in een passende invulling van de woningbouwlocatie. 2.

Voor bewoning van een landtong gelegen tussen een grote plas en een rivier, is waterhuishouding van cruciaal belang. Het gebied is zeer gevoelig voor kwelwater. Indien de grond achter de woningen aan de Groeneweg 4, 4A en 4B wordt opgehoogd, dan zal dit zeer nadelige gevolgen hebben voor de afwatering van deze 3 woningen. Water zal dan namelijk vanaf de nieuwe woonpercelen aflopen naar de bestaande woonpercelen, met overlast tot gevolg.

Standpunt: Voor wat betreft kwelwater geldt dat nader is beschouwd of de woningbouwontwikkeling tot onaanvaardbare wateroverlast zal leiden op de belendende percelen. De toename van bebouwd oppervlak in het plangebied is dermate gering (in verhouding tot het totale plangebied), dat eventueel kwelwater zich goed over het plangebied kan blijven verdelen. Als gevolg van de nieuwe woningen wordt geen significante toename van kwelwater op bestaande woonpercelen verwacht. In het standpunt zoals verwoord onder 1.2 is al toegelicht dat in de planregels aanvullende bepalingen zijn opgenomen om overlast als gevolg van afstromend hemelwater op andere (bestaande) woonpercelen te vermijden. In dit kader verwijzen wij ook naar de notitie ‘Kwalitatieve waterhuishoudkundige effectbeschrijving realisatie woningen Groeneweg Maasstraat te Herten’ d.d. 30 mei 2022 van adviesbureau Kragten, die als bijlage bij deze nota is opgenomen. 3.

De met het bestemmingsplan geprojecteerde woningen liggen in het bergend rivierbed van de Maas. Hiervoor moet compensatie plaatsvinden. Deze is echter gepland op enkele honderden meters van de woningen van indieners. Dit biedt onvoldoende bescherming voor de woningen aan de Groeneweg 4, 4A en 4B. Een alternatief zou zijn om binnen het plan voor voldoende extra waterberging en infiltratiemogelijkheden te zorgen.

Bestemmingsplan Groeneweg Maasstraat - Nota van zienswijzen en wijzigingen

p.7

Standpunt: Voor de reactie op dit onderdeel van de zienswijze, verwijzen wij naar ons standpunt zoals verwoord onder 1.6. 4.

Indieners verzoeken om de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterbergend rivierbed’ van hun perceel te verwijderen (voor zover deze aanwezig is), indien deze dubbelbestemming ook uit het bestemmingsplan ‘Groeneweg Maasstraat’ wordt verwijderd.

Standpunt: De dubbelbesteming ‘Waterstaat - Waterbergend rivierbed’ is conform het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro) in het bestemmingsplan opgenomen. Voor zover deze wettelijk verplichte beschermingszone op het perceel van indieners ligt, geldt deze ook dit perceel (in het geval van indieners op basis van het bestemmingsplan ‘Herten’. Met deze dubbelbestemming wordt het belang van het bergend rivierbed beschermd. Bouw- en overige werkzaamheden moeten aan deze dubbelbestemming worden getoetst, en bij deze toetsing zal het college van burgemeester en wethouders advies moeten inwinnen bij Rijkswaterstaat. De dubbelbestemming kan slechts worden verwijderd, wanneer de begrenzing van het rivierbed door het Rijk wordt aangepast. Los van het gegeven dat het perceel van indieners niet tot het plangebied van het bestemmingsplan ‘Groeneweg Maasstraat’ behoort (en ook om deze reden de dubbelbestemming met dit bestemmingsplan niet van het perceel van indieners kan worden verwijderd), is er dus geen reden om de dubbelbestemming op het perceel van indieners te heroverwegen. 5.

In het ontwerpbestemmingsplan is geen ‘hard’ bouwpeil vastgelegd. Dit maakt de toegestane bouwhoogtes zeer relatief. Indieners willen voorkomen dat de toekomstige woningen wellicht op terpen worden gebouwd, en vragen hieromtrent een nadere toelichting.

Standpunt: Voor de reactie op dit onderdeel van de zienswijze, verwijzen wij naar ons standpunt zoals verwoord onder 1.1. 6.

De privacy van indieners zal als gevolg van de woningbouwontwikkeling verminderen. Ook verliezen zij uitzicht. Als het bouwpeil wordt verhoogd ten opzichte van het maaiveld, zal dit leiden tot meer inkijk. Indieners vragen om de 3 woningen langs de nieuwe ontsluitingsweg uit het vast te stellen bestemmingsplan te verwijderen, of het bouwvlak aan de westelijk plangrens ten minste 15 meter naar het noorden op te schuiven. Daarnaast vragen indieners de raad om een uitspraak inzake het toestaan van bijgebouwen tegen de achtererfgrenzen aan.

Standpunt: Zoals indieners stellen, zal de privacy en het uitzicht op en vanaf hun woonperceel in vergelijking met de huidige situatie afnemen. Hoewel wij snappen dat indieners dit in principe niet wenselijk achten, is hier geen sprake van een onaanvaardbare achteruitgang ten opzichte van de huidige situatie. Daarbij nemen wij in overweging dat de afstand van de toekomstige woningen (het bouwvlak) tot de bestaande woningen aanzienlijk is (minimaal ca. 25 meter), er sprake is van vrijstaande woningen op ruimte kavels, en er geen hoogbouw in het plangebied zal plaatsvinden. De beoogde ontwikkeling past vanuit stedenbouwkundig oogpunt in zijn omgeving, en in een bestaande woonomgeving is nooit sprake van volledige privacy of een gegarandeerd recht op vrij uitzicht. De 3 woningen zijn dus niet uit het bestemmingsplan verwijderd.

Bestemmingsplan Groeneweg Maasstraat - Nota van zienswijzen en wijzigingen

p.8

Met betrekking tot de wens van indieners geldt dat het bouwvlak nabij hun woning in noordelijke richting is opgeschoven, echter niet met de verzochte 15 meter. In overleg met de beoogde ontwikkelaar is de westelijke punt van het bouwvlak ca. 3 meter naar het noorden opgeschoven, en de oostelijke punt ca. 1 meter. Dit betekent dat de afstand van het bouwvlak tot het achtererf van het nabijgelegen woonperceel minimaal ca. 6 meter bedraagt. Dit is een bebouwde woonomgeving ruim voldoende afstand voor een zorgvuldige stedenbouwkundige inpassing. Ter vergelijking: in de bouwregels van de woonbestemmingen van andere bestemmingsplannen in het bebouwd gebied van Roermond, (zoals het bestemmingsplan ‘Herten’, waarin de woning van indieners is gelegen), geldt voor vrijstaande woningen een minimale afstand van 2,5 tot 3 meter tot de perceelsgrenzen. Conform de bouwregels van het bestemmingsplan mogen bijgebouwen (met in achtneming van de overige regels uit artikel 5.2.3 van het bestemmingsplan) tegen de achterste perceelsgrens worden gebouwd. 7.

Indieners vragen om de mogelijkheid te onderzoeken, om een nieuwe ontsluitingsweg voor het plangebied langs de zuidwestelijke zijde te onderzoeken (langs de Ooleander). Hoewel indieners niet tegen de nieuwe ontsluitingsweg zelf zijn, willen ze voorkomen dat de ontsluitingsweg een precedent zal zijn om ook aan de overzijde van deze nieuwe weg woningen te bouwen. Ook hier wordt een uitspraak over gevraagd.

Standpunt: De reden dat tijdens de voorbereiding van het stedenbouwkundig ontwerp door andere omwonenden is verzocht een nieuwe ontsluitingsweg langs de noordzijde van het plangebied te leggen, is dat de huidige aansluiting van de Groenezijweg op de Groeneweg in de praktijk bijna dagelijks tot incidenten en opstoppingen leidt. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van het smalle wegprofiel van beide straten. Het pad langs de Ooleander is nog smaller dan de Groenezijweg. Dit pad leent zich dus ook niet voor een opwaardering tot ontsluitingsweg: daarvoor ontbreekt de ruimte. Daarbij is een ontsluiting langs de achterzijde van het perceel Groenezijweg 11 ook vanuit verkeerskundig oogpunt een weinig logische of leesbare situatie. Voor wat betreft precedentwerking voor overige bebouwing geldt dat het Ruimtelijk Kwaliteitskader Ool niet in meer potentiële bebouwing in dit gebied voorziet, en dat dit document geldt als beoordelingskader voor toekomstige ontwikkelingen in het gebied. Daarmee is nieuwe woningbouw niet volledig uit te sluiten, maar in de voorzienbare toekomst in ieder geval niet aan de orde. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan ‘Groeneweg Maastraat’ niet vast te stellen.

Wel heeft de zienswijze aanleiding gegeven voor de volgende aanpassingen van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan: in de planregels is in artikel 5.2.1 een bepaling toegevoegd omtrent het maximale bouwpeil ter plaatse van het bouwvlak; in de planregels is in artikel 5.4.2 een specifieke gebruiksregel opgenomen dat hemelwater moet worden geborgen op eigen terrein; in de planregels is in artikel 5.6 een ‘aanlegvergunningstelsel’ opgenomen, welke het veranderen van het maaiveld van de woonpercelen omgevingsvergunningplichtig maakt voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde; in de plantoelichting is in paragraaf 4.3 een nadere toelichting opgenomen over de wijze waarop hemelwater kan worden geborgen op de woonpercelen in het plangebied, en over (het ontbreken van) de mogelijke (significante) gevolgen van de woningbouwontwikkeling voor kwelwater in de omgeving.

Bestemmingsplan Groeneweg Maasstraat - Nota van zienswijzen en wijzigingen

p.9

-

3. 1.

de planverbeelding is aangepast: langs de westelijke plangrens is het bouwvlak in noordelijke richting opgeschoven. , per brief d.d. 6 maart 2022, ontvangen op 8 maart 2022. In het ontwerpbestemmingsplan is het bouwvlak voor de nieuwe woningen op ca. 4 meter achter de woningen aan de Groeneweg 4A en 4B geprojecteerd. Indien deze ruimte bebouwd wordt, zal dit een aanzienlijke waardedaling van de bestaande woningen, verlies aan uitzicht en inbreuk op de privacy tot gevolg hebben. Indieners verzoeken daarom de afstand van het bouwvlak tot de kadastrale perceelsgrenzen te vergroten tot minimaal 15 meter. Daarnaast vragen indieners de raad om een uitspraak inzake het toestaan van bijgebouwen tegen de achtererfgrenzen aan.

Standpunt: Voor de reactie op dit onderdeel van de zienswijze, verwijzen wij naar ons standpunt zoals verwoord onder 2.6. 2.

Als de nieuwe woonpercelen worden opgehoogd, ontstaat er een groot risico voor wateroverlast op het woonperceel van indieners. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij het bepalen van het bouwpeil. Mondeling is toegelicht dat indieners een verhoging van het bouwpeil ten opzichte van het huidige maaiveld onwenselijk achten.

Standpunt: Voor de reactie op dit onderdeel van de zienswijze, verwijzen wij naar ons standpunt zoals verwoord onder 1.1. 3.

Wanneer het bouwplein ter plaatse van de nieuwe woonkavels in het bestemmingsplan mag worden opgehoogd, zal de bouwhoogte als hoger worden ervaren dan het bestemmingsplan toestaat. Als het peil bijvoorbeeld met een meter wordt opgehoogd, bedragen de toegestane goothoogtes vanaf het perceel van indieners respectievelijk 6 en 10 meter. Daarnaast vragen indieners om een verduidelijking van de bouwregels. Wat wordt verstaan onder afdekking met een kap? Betekent dit dat ook lessenaars daken, deels platte daken of hoge zijgevels zijn toegestaan. Daarbij wijzen indieners op afwijkingsmarges in de planregels, waarmee nog hogere bouwhoogtes kunnen worden toegestaan.

Standpunt: Ten aanzien van het bouwpeil dat in het bestemmingsplan wordt vastgelegd, verwijzen wij naar het standpunt zoals verwoord onder 1.1. Voor wat betreft de verduidelijking van de bouwregels, geldt dat naast het bestemmingsplan ook een beeldkwaliteitsplan voor het plangebied is opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan bevat richtlijnen en criteria omtrent de gewenste beeldkwaliteit (redelijke eisen van welstand). Deze vormen richtsnoeren voor de onafhankelijke Commissie beeldkwaliteit bij het geven van een welstandsadvies. Dit welstandsadvies is op grond van artikel 2.10 lid 1 onder d een belangrijk aspect bij de beoordeling van de aanvraag van een bouwvergunning (omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’). In het beeldkwaliteitsplan is beschreven dat lessenaarsdaken en platte daken niet als hoofdvorm zijn toegestaan. Voor wat betreft de afwijkingsmarges in de planregels geldt dat hierover altijd een afweging zal moeten worden gemaakt (aan de hand van de criteria die in de planregels zijn benoemd), en dat toekomstige eigenaren / vergunningaanvragers hier geen rechten aan kunnen ontlenen. 4.

De geplande ontsluitingsweg aan de noordzijde van het plangebied zou op een andere wijze moeten aansluiten op de Groenezijweg dan nu is voorzien. Deze aansluiting zou meer naar het

Bestemmingsplan Groeneweg Maasstraat - Nota van zienswijzen en wijzigingen

p.10

noorden kunnen opschuiven. Indieners realiseren zich dat deze grond niet in eigendom is van initiatiefnemer, maar geven aan dat dit ten goede komt van het plan: het leidt tot een rustiger karakter, en geeft ook de ruimte om het bouwvlak verder van het eigen woonperceel te situeren. Standpunt: Zoals indieners zelf aangeven stuit het opschuiven van de ontsluitingsweg in noordelijke richting op privaatrechtelijke belemmeringen. In het standpunt zoals verwoord onder 2.5 is het bouwvlak langs de westelijke plangrens naar het noorden opgeschoven, maar niet met de door indieners verzochte 15 meter. Dit is vanuit stedenbouwkundig oogpunt ook niet noodzakelijk, en leidt ons inziens ook niet tot een rustiger beeld. De nieuwe ontsluitingsweg zal in de beoogde opzet juist precies aanhaken op de knik van de Groenezijweg richting de Groeneweg. 5.

Indieners verzoeken om de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterbergend rivierbed’ van hun perceel te verwijderen (voor zover deze aanwezig is), indien deze dubbelbestemming ook uit het bestemmingsplan ‘Groeneweg Maasstraat’ wordt verwijderd.

Standpunt: Voor de reactie op dit onderdeel van de zienswijze, verwijzen wij naar ons standpunt zoals verwoord onder 2.4. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan ‘Groeneweg Maastraat’ niet vast te stellen. Wel heeft de zienswijze aanleiding gegeven voor de volgende aanpassingen van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan: in de planregels is in artikel 5.2.1 een bepaling toegevoegd omtrent het maximale bouwpeil ter plaatse van het bouwvlak; in de planregels is in artikel 5.4.2 een specifieke gebruiksregel opgenomen dat hemelwater moet worden geborgen op eigen terrein; in de planregels is in artikel 5.6 een ‘aanlegvergunningstelsel’ opgenomen, welke het veranderen van het maaiveld van de woonpercelen omgevingsvergunningplichtig maakt voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde; in de plantoelichting is in paragraaf 4.3 een nadere toelichting opgenomen over de wijze waarop hemelwater kan worden geborgen op de woonpercelen in het plangebied. de planverbeelding is aangepast: langs de westelijke plangrens is het bouwvlak in noordelijke richting opgeschoven. 4. 1.

, per brief d.d. 14 maart 2022, ontvangen op 15 maart 2022. De zienswijze van indieners ziet in de eerste plaats op de aanhaking van de Groenezijweg op de Groeneweg. Feitelijk is de Groeneweg een verharde landweg uit vroeger tijden. De aansluiting op de Groenezijweg is te krap, en leidt bijna dagelijks tot incidenten en opstoppingen. In de plantoelichting is beschreven dat deze weg op termijn zal worden afgesloten voor doorgaand autoverkeer. Daar zijn indieners positief over. Meer specifiek doen indieners de aanbeveling om de Groenezijweg tussen de adressen Groeneweg 2H en 4B na afsluiting groen in te richten. Dit zal een gunstig effect hebben op de afwatering van het gebied, en aansluiten op de historische structuur van ‘Oolder vluchtweggetjes’.

Bestemmingsplan Groeneweg Maasstraat - Nota van zienswijzen en wijzigingen

p.11

Standpunt: Het is inderdaad de bedoeling dat het deel van de Groenezijweg dat aanhaakt op de Groeneweg voor doorgaand verkeer zal worden afgesloten, maar daarbij moet wel een aantal kanttekeningen worden gemaakt. Het betreffende deel van de Groenezijweg is onderdeel van het woningbouwplan de Groenezijweg. Dit woningbouwplan zit in de laatste fase van realisatie. Hierover bestaan al juridische afspraken tussen gemeente en de ontwikkelaar van dit gebied over de aanleg van de weg die binnenkort zal moeten plaatsvinden. Over het de realisatie van het woningbouwplan dat met het bestemmingsplan Goeneweg Maasstraat wordt beoogd, en de daaraan gekoppelde nieuwe ontsluitingsweg, ontstaat pas zekerheid na het doorlopen van de planologische procedure. Er bestaat altijd een risico dat een woningplan door juridische procedures met enkele jaren wordt vertraagd (of als ultieme consequentie van dergelijke procedures geen doorgang kan vinden). Het is te onzeker om het realiseren van een verharde weg voor de nieuwe bewoners van de Groenezijweg uit te stellen of niet te effectueren. Het is dan ook niet wenselijk om nu al een onverhard groenpad aan te leggen als ontsluiting voor de bewoners van de Groenezijweg.

Een betongrassteen zou een mogelijkheid geschikt alternatief zijn indien de weg in de toekomst alleen nog als calamiteitenweg gebruikt hoeft te worden, maar is minder geschikt voor een intensiever gebruikte weg mocht het woningbouwplan Groeneweg Maasstraat onverhoopt geen doorgang vinden of enkele jaren vertragen. Daarnaast zou dit conform het reguliere onderhoudsniveau slecht twee of enkele keren per jaar gemaaid worden door de gemeente, wat kan leiden tot ongenoegen van voetgangers of fietser die deze weg veelvuldig gebruiken. Om deze reden zal nog niet tot afsluiting en / of groene inrichting worden overgegaan, maar zal de hiervoor noodzakelijke (verkeers)besluitvorming op een later tijdstip plaatsvinden. 2.

Indieners verzoeken daarnaast zo snel mogelijk de nieuwe ontsluitingsweg als bouwweg langs de noordzijde van het plangebied aan te leggen, zodat de 5 woningen aan de Groenezijweg beter bereikbaar worden. Hiermee wordt tevens de veiligheid en bereikbaarheid voor het bouwverkeer voor de twee nog te bouwen woningen aan de Groenezijweg verhoogd. Dit zal ook voor de omgeving een enorme verlichting geven.

Standpunt: Er kan op dit moment nog geen concrete planning gegeven over de realisatie van het woningbouwplan, en de bijbehorende ontsluitingsweg / bouwweg. Dit is onder andere afhankelijk van het moment van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Het is overigens wel gebruikelijk dat een bouwweg vooraan in het bouwproces wordt aangelegd. 3.

Het plan moet ruimte bieden om water af te voeren richting de Maas. Dit zou bewerkstelligd kunnen worden door enig verloop in het maaiveld aan te brengen. Daarnaast de onder 1 beschreven groene inrichting van een deel van de Groenezijweg hieraan bij kunnen dragen.

Standpunt: In ons standpunt zoals verwoord onder 1.1 is aangegeven dat het bouwpeil van de nieuwe woningen in verband met civieltechnische reden wordt bepaald op 20,5 meter +NAP. Dit betekent dat het niet wenselijk is het maaiveldverloop van het plangebied onder afschot richting de Maas aan te leggen: dit zou over vrijwel het gehele plangebied een terreinverhoging betekenen, hetgeen een ongunstig effect heeft op het bergend vermogen van het rivierbed ter plaatse. 4.

Enkele van de in de afgelopen jaren gerealiseerde woningen aan de Groeneweg en Groenezijweg passen volgens indieners niet bij de karakteristieke beeldkwaliteit van Ool. Om de aantrekkelijkheid van Ool te waarborgen, is volgens indieners traditionele bouw noodzakelijk. De

Bestemmingsplan Groeneweg Maasstraat - Nota van zienswijzen en wijzigingen

p.12

peilhoogte van de nieuwbouw zou gelijk moeten zijn met de hoogte van het maaiveld van de achterpercelen van de woningen aan de Groeneweg 4A en 4B. Standpunt: Ten aanzien van de peilhoogte verwijzen wij naar onze reactie zoals verwoord in het standpunt onder 1.1. Voor wat betreft de architectonische uitstraling van de toekomstige woningen, geldt dat naast het bestemmingsplan ook een beeldkwaliteitsplan voor het plangebied is opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan bevat richtlijnen en criteria omtrent de gewenste beeldkwaliteit (redelijke eisen van welstand). Deze vormen richtsnoeren voor de onafhankelijke Commissie beeldkwaliteit bij het geven van een welstandsadvies. Dit welstandsadvies is op grond van artikel 2.10 lid 1 onder d een belangrijk aspect bij de beoordeling van de aanvraag van een bouwvergunning (omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’. Uitgangspunt van het beeldkwaliteitsplan is dat de woningen in het plangebied een landelijke en/of agrarische bouwstijl krijgen met eventueel een eigentijdse vertaling. Aan het bestaande lint aan de Groeneweg dient deze bouwstijl ingetogen te zijn. Aan de open ruimte aan de ‘achterzijde’ mag de bouwstijl ook een mee expressief karakter krijgen. Langs de Maasstraat wordt een meer moderne, landelijke en open bouwstijl mogelijk.

Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan ‘Groeneweg Maastraat’ niet vast te stellen. Wel heeft de zienswijze aanleiding gegeven voor de volgende aanpassingen van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan: in de planregels is in artikel 5.2.1 een bepaling toegevoegd omtrent het maximale bouwpeil ter plaatse van het bouwvlak; in de planregels is in artikel 5.4.2 een specifieke gebruiksregel opgenomen dat hemelwater moet worden geborgen op eigen terrein; in de planregels is in artikel 5.6 een ‘aanlegvergunningstelsel’ opgenomen, welke het veranderen van het maaiveld van de woonpercelen omgevingsvergunningplichtig maakt voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde; in de plantoelichting is in paragraaf 4.3 een nadere toelichting opgenomen over de wijze waarop hemelwater kan worden geborgen op de woonpercelen in het plangebied. 5.

, per brief d.d. 15 maart 2022, ontvangen op 17 maart 2022.

1.

In het definitieve bestemmingsplan moeten duidelijke richtlijnen worden opgenomen ten aanzien van het toegestane bouwpeil. Indiener pleit voor een peilhoogte die aansluit bij de hoogte van de Groeneweg en Maasstraat, en geen verdere ophoging van het begane grondniveau.

Standpunt: Voor de reactie op dit onderdeel van de zienswijze, verwijzen wij naar ons standpunt zoals verwoord onder 1.1. 2.

Indiener vindt het belangrijk dat de toekomstige bebouwing aansluit bij het karakter van Ool. Om het karakter van Ool te waarborgen, is volgens indieners traditionele bouw noodzakelijk.

Standpunt: Voor de reactie op dit onderdeel van de zienswijze, verwijzen wij naar ons standpunt zoals verwoord onder 4.4.

Bestemmingsplan Groeneweg Maasstraat - Nota van zienswijzen en wijzigingen

p.13

3.

Uitgaande van de authentieke kenmerken van Ool, is een goothoogte van maximaal 5 meter toelaatbaar. Dit sluit ook aan bij de zienswijze die de gemeente had bij de bouw van de eigen woning van indiener, in 2000.

Standpunt: Aan de Groeneweg en Groenezijweg is een maximale goothoogte van 5 meter in het bestemmingsplan opgenomen. Voor de Maasstraat en de hoekkavel geldt een maximale goothoogte van 7 meter. Vanwege de accentwerking en oriëntatie op Maas achten wij dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt verantwoord. Deze toekomstige woningen bevinden zich ook op ruime afstand van het perceel van indieners. Het bestemmingsplan is op dit punt dus niet aangepast. 4.

Door de bouw van diverse woningen aan de Groeneweg afgelopen tientallen jaren is de straat een onveilige, rommelige en te smalle straat geworden. Het is hoogste tijd voor een visie en uitvoering om de straat veilig en netjes te maken. Voetgangers lopen nu niet veilig over de Groeneweg in combinatie met het verkeer dat er komt.

Standpunt: Het opknappen van de Groeneweg maakt geen onderdeel uit van deze bestemmingsplanprocedure. De gemeente heeft een verkeersveiligheidsplan waarin, op basis van objectieve gegevens en een enquête onder bewoners, een prioritering is gemaakt van de meest onveilige verkeersituaties in Roermond. Dit plan en de bijbehorende prioritering is in 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. De Groeneweg is daarbij niet in de prioritering opgenomen. De verkeersgeneratie vanuit de nieuwe woningen is relatief gering, waardoor dit geen aanleiding geeft. Er zijn momenteel dus nog geen concrete plannen om onderhoud te plegen aan de Groeneweg. Hoewel de straat door indieners als onveilig wordt ervaren, vinden er conform recente snelheidsmetingen (maart 2022) relatief weinig snelheidsovertredingen plaats. Ca. 85% van het autoverkeer reed langzamer dan 35 km/uur, en de gemiddelde snelheid bedroeg ca. 24 km/uur. Verder hebben in de periode van 1 jan 2014 tot en tot 1 mei 2022 geen geregistreerde ongevallen plaatsgevonden op de Groeneweg. Dat houdt in dat er geen ongevallen waren met gewonden of doden waarbij de politie aanwezig was. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de straat, zoals indieners ook stellen, als smal wordt ervaren, wat als regel een snelheidsdempend effect heeft voor gebruikers van een weg.

Vanuit verkeersveiligheid is er dus geen objectieve aanleiding om tot reconstructie van de Groeneweg over te gaan. In het geval van overige onderhoudswerkzaamheden (bijvoorbeeld aan de riolering) zal worden beschouwd in hoeverre verbetering van het wegdek en wegprofiel ook tot de mogelijkheden behoren. 5.

Indiener vindt het jammer dat er onduidelijkheid bestaat over het toegestane aantal woningen. Het aantal te bouwen woningen in het plangebied is afgenomen van 25 naar 13. Indiener vraagt zich af waar de overige 12 woningen zullen worden gebouwd, en vraagt om openheid hierover.

Standpunt: Er bestaat geen onduidelijkheid over het toegestane aantal woningen in het plangebied: in het bestemmingsplan ‘Groeneweg Maasstraat’ mogen in totaal 13 woningen worden gerealiseerd. Binnen de regionale volkshuisvestelijke afspraken was ruimte gereserveerd voor 25 woningen. Dit betekent dat er op basis van de regionale volkshuisvestelijke afspraken een theoretische ontwikkelruimte van 12 woningen overblijft in de rest van het gebied. Het betekent echter niet, dat er zonder meer en zonder nadere afweging nog 12 woningen extra mogen worden gebouwd, of dat

Bestemmingsplan Groeneweg Maasstraat - Nota van zienswijzen en wijzigingen

p.14

initiatiefnemer een blijvend recht heeft op 12 extra woonkavels. Het Ruimtelijk Kwaliteitskader Ool blijft het kwalitatief toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in dit gebied. In het kwaliteitskader is ook een gebied ten zuiden van de Groeneweg aangewezen als mogelijke woningbouwlocatie. Hiervoor zijn bij de gemeente nog geen concrete plannen bekend. Het is in ieder geval niet zo, dat hier nog een aanspraak bestaat op 12 woningen. Plannen voor deze locatie zullen op hun eigen merites moeten worden beoordeeld. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan ‘Groeneweg Maastraat’ niet vast te stellen. Wel heeft de zienswijze aanleiding gegeven voor de volgende aanpassingen van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan: in de planregels is in artikel 5.2.1 een bepaling toegevoegd omtrent het maximale bouwpeil ter plaatse van het bouwvlak.

Bestemmingsplan Groeneweg Maasstraat - Nota van zienswijzen en wijzigingen

p.15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=11de2d64-f582-476c-bab5-b67a1ca158b7