CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Aangedragen onderwerpen door de raad

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente RoermondBij agendapunt: Vaststelling Algemene plaatselijke verordening2.113 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 5 bij raadsvoorstel Vaststelling Algemene plaatselijke verordening gemeente Roermond (17388-2024) Aangedragen onderwerpen door de raad

•

Lachgas

Sinds 1 januari 2023 is lachgas een softdrug. Gebruik van lachgas valt voortaan onder artikel 2:74a ‘Openlijk drugsgebruik’. De VNG heeft dan ook in de laatste ledenbrief van 7 november 2023 (Lbr. 23/041) aangegeven dat het artikel (artikel 2:48a) over verboden lachgasgebruik in de Model-APV komt te vervallen. Het verboden gebruik wordt duurzaam gereguleerd door artikel 2:74a APV.

•

Het oplaten van ballonnen

In het onderhavige voorstel is een artikel opgenomen waarin het verbod op het oplaten van ballonnen wordt geregeld. Zie artikel 4:9a APV.

•

Tentoonstellen van dieren

Zoals ook staat opgenomen in het ‘Integraal Uitvoeringskader Evenementen’ van de gemeente Roermond, bestaat er sinds 15 september 2015 vanuit landelijke wetgeving een verbod op het gebruik van wilde (zoog)dieren in circussen of bij evenementen. Honden, cavia’s, vogels mogen bijvoorbeeld wel. Op basis van de huidige wetgeving kunnen dergelijke circussen worden geweigerd. Hiermee wordt het dierenwelzijn in acht genomen. Zie artikel 4:14 van het Besluit houders van dieren.

•

Afsluiten van gebieden tijdens bepaalde tijden

Wat betreft het afsluiten van gebieden wegens veiligheidsoverwegingen, zijn hiervoor verschillende bevoegdheden van de burgemeester opgenomen in de Gemeentewet of in de APV. Het toepassen daarvan betreft maatwerk en moet per casus individueel beoordeeld worden. Gebiedsverboden of afsluiten van (openbare) gebieden kan alleen met een gedegen bestuurlijke onderbouwing en een plan van aanpak. Het zal per casus moeten worden beoordeeld of een bepaalde bevoegdheid ingezet kan worden. Tevens zal steeds beoordeeld moeten worden of het toepassen van de bevoegdheden de toets van proportionaliteit, subsidiariteit, noodzakelijkheid kan doorstaan – oftewel, er zullen eerst minder vergaande maatregelen getroffen moeten worden en deze moeten niet succesvol zijn gebleken, voordat een maatregel zoals een gebiedsverbod of een samenscholingsverbod toegepast kan worden. Relevante bevoegdheden in de APV: o Artikel 2:1 Samenscholingsverbod; o Artikel 2:1b Gebiedsontzeggingen; o Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden Volgens dit laatste artikel kan de burgemeester overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.

Zoals hierboven geschetst, moet eerst gekeken worden naar minder vergaande maatregelen en preventie in plaats van direct overgaan tot repressieve maatregelen. Het is voorstelbaar dat bijvoorbeeld rondom carmeetings blokkades worden opgeworpen of dat wegens andere overlast bordjes worden geplaatst met verboden toegang. Hiervoor hoeven geen nieuwe bevoegdheden in het leven worden geroepen of de APV worden aangepast. Het zal per casus beoordeeld moeten worden welke

maatregelen geschikt zijn en hierbij kunnen in samenwerking met cluster Beheer Openbare Ruimte fysieke maatregelen worden ingezet. Verder is hierbij van belang dat een groot deel van onze buitengebieden privé eigendom is van derden. Hierin zit tevens de moeilijkheidsgraad om uniforme regels vast te stellen omtrent sluiting c.q. gebruik van gronden ná zonsondergang. Ook dit zal per locatie moeten worden beoordeeld en zal afhankelijk zijn van medewerking van derden.

•

Oud ijzer karretjes

Via de Afvalstoffenverordening en het uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening is geregeld waar de huishoudelijke afvalstromen heen moeten. In artikel 3 van de Afvalstoffenverordening is opgenomen dat het college aanwijst wie huishoudelijk afval mag inzamelen. Welk bedrijf is aangewezen voor de inzameling van welke afvalstroom wordt geregeld in het uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening. Zie in dit verband ook artikel 6 van de Afvalstoffenverordening: Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of c. achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5. De inzamelplaats is het milieupark. In artikel 7 ‘Gescheiden afvalinzameling’ worden alle afvalstromen opgesomd die gescheiden worden ingezameld. Hier staat ook ‘metaal’ bij. Oud ijzer valt onder metalen. In het Uitvoeringsbesluit is dit nader gespecificeerd: “metalen: producten met als belangrijkste bestandsdeel ferro en non-ferro van huishoudens”. In de laatste paragrafen van de Afvalstoffenverordening staan artikelen over zwerfafval of afval in openbare ruimte, in open lucht en autowrakken. Hierbij wordt gewezen op het volgende artikel: Artikel 18.

Geen opslag van afval in de open lucht Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen. Er zijn dus voldoende regels om de illegale inzameling van oud ijzer aan te pakken. • Overlast vrachtwagens met open laadbak Artikelen 5:6 e.v. regelen het gebruik c.q. het parkeren van voertuigen e.d.. Artikel 5:6 van de APV richt zich tegen het langer dan nodig plaatsen of hebben van voertuigen die voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden worden gebruikt. Hieronder vallen ingevolge de toelichting op de (model) APV in ieder geval: caravans, campers, kampeerwagens, aanhangwagens, magazijnwagens, keetwagens en dergelijk op de weg. Door de bestanddelen “te plaatsen of te hebben” (in plaats van “te parkeren”) is de handhaving van deze bepaling eenvoudiger. Met het steeds een paar meter verplaatsen van een caravan, aanhangwagentje en dergelijke op de openbare weg wordt handhaving van deze bepaling niet langer meer voorkomen.

Artikel 5:8 beoogt optreden mogelijk te maken tegen het parkeren van grote voertuigen op de weg (in de zin van de WVW 1994), omdat het gepaard gaat met een excessief gebruik van de weg. Met betrekking tot het motief “buitensporig gebruik van de weg” wordt opgemerkt, dat het in dat verband niet

noodzakelijkerwijs om (het parkeren van) méér voertuigen behoeft te gaan. Ook het parkeren van één groot voertuig kan een parkeerexces in deze zin opleveren. Bij besluit van 16 november 2010 heeft het college het aanwijzingsbesluit parkeren grote voertuigen vastgesteld, waarin is bepaald dat de verboden gelden op alle wegen binnen de bebouwde kom, met uitzondering van de wegen zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende situatietekening.

•

Verbod op carbidschieten

Het verbod op carbidschieten is reeds opgenomen onder artikel 2:73a APV.

•

Overlast op parkeerplaatsen sportaccommodaties

In deze is een APV wijziging niet aan de orde. Vanuit veiligheid is samen met partners (politie, jongerenwerk, wijkregie) een integrale leefbaarheidsaanpak afgesproken. De overlast is na deze integrale aanpak afgenomen. Deze aanpak is afgerond, maar bij noodzaak komen partijen weer bij elkaar. Verder maakt overlast in zijn algemeenheid een onderdeel uit van het Integraal Veiligheidsplan (onderdeel basis op orde, veilige wijken).

•

Vuurwerk

In het Vuurwerkbesluit (artikel 2.3.6) is bepaald dat het verboden is om consumentenvuurwerk af te steken op een ander tijdstip dan tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar. Toch kunnen er, ondanks dat dit alleen op oudejaarsdag is toegelaten, plaatsen zijn waar het afsteken van consumentenvuurwerk te allen tijde onwenselijk moet worden geacht (bijvoorbeeld bij ziekenhuizen, bejaardentehuizen, huizen met rieten daken en dierenasiels en in winkelstraten). Op basis van artikel 2:73 APV heeft het college de bevoegdheid om plaatsen aan te wijzen waar het afsteken van consumentenvuurwerk altijd verboden is. In het onderhavige voorstel zijn een aantal wijzigingen opgenomen wat betreft het vuurwerk en het handhaven van overlast. Het betreft het wijzigen van artikel 2:71 op basis van de wijziging Model-APV najaar 2023 en het toevoegen van een aantal artikelen uit het Vuurwerkbesluit en artikel 2:73 APV aan de wettelijke bepalingen waarop gebiedsontzeggingen van toepassing kunnen zijn. Daarnaast is er een integrale preventieve aanpak in werking gezet. Concreet zijn er met partners (politie, handhaving, jongerenwerk) aan de voorkant afspraken gemaakt over het signaleren en voorkomen van overlast en anderzijds is er repressie toegepast: op twee plekken in de gemeente zijn er camera’s geplaatst vanwege de overlast door vuurwerk.

•

De overlast van skaters

Hoewel het mogelijk is om een artikel in de APV op te nemen ter regulering van eventuele overlast, achten we een opname van een dergelijk artikel onwenselijk. Niet gebleken is dat er sprake is van dusdanige overlast dat opname van een dergelijk artikel rechtvaardigt.

•

De heroverweging in kader speelautomatenhallen

Het beleid speelautomatenhallen is opgenomen in de planning voor het jaar 2025. Mocht blijken dat als gevolg hiervan de APV dient te worden aangepast dan wordt dit meegenomen bij de eerstvolgende wijziging.

•

Outlaw Motorcycle Gangs

Naar aanleiding van de ledenbrief van 15 oktober 2020 (Lbr. 20/075) hebben wij bepalingen in onze APV opgenomen die ertoe strekken uiterlijk vertoon van verboden organisaties, zoals Outlaw Motorcycle Gangs (OMG), in de openbare ruimte te verbieden. Dit wordt ook wel het ‘colorverbod’ genoemd. Bij arrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad het in de APV opgenomen ‘colorverbod’ onverbindend verklaard, omdat dit in strijd is met het in artikel 7, derde lid, van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting (ECLI:NL:HR:2021:1946). Gemeenten die het colorverbod in hun APV hebben staan, moeten dit laten vervallen. Dit betekent dat artikel 2:26, tweede en derde lid en artikel 2:50a van de APV vervallen.

•

Schoudercamera’s door BOA en politie

De BOA’s maken geen gebruik van bodycams. Vanuit handhaving zijn er ook geen signalen geweest dat dit wenselijk is. De bodycam kan aan medewerkers ter beschikking worden gesteld als persoonlijk beschermingsmiddel op basis van artikel 3 lid 1 onder b Arbowet. De gemeente mag als goed werkgever (N.B. dus niet vanwege de rol als overheidsorgaan) op grond van gerechtvaardigd belang persoonsgegevens verwerken om haar werknemers een veilige werkplek te bieden. Op het gebruik van de bodycam en het verwerken van de gegevens is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (Hierna: AVG) van toepassing. Dit is geen onderwerp dat in de APV geregeld kan worden.

•

Agressieve honden

Met artikel 2:59 APV heeft de burgemeester reeds een instrument om handhavend op te treden tegen gevaarlijke honden. Bij een (bijt)incident wordt gekeken naar de omstandigheden van het geval en wordt er maatwerk toegepast, dit volledig in lijn met de jurisprudentie op dit gebied. Ambtelijk wordt er een handhavingsarrangement voorbereid en daarin zal een bijtprotocol worden opgenomen.

•

Bermmonumenten

Voor het plaatsen van een bermmonument is een vergunning nodig. Op basis van de APV (artikel 2:10) mag de gemeentegrond niet zonder toestemming in gebruik worden genomen anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. Indien regulering is gewenst kunnen er beleidsmatig nadere regels worden opgesteld.

•

We onderstrepen het versoepelen van kleine activiteiten vergunningsvrij te maken en alleen meldingen ervan te doen. Maar wat is de situatie in het grijze veld van grensgevallen?

In artikel 2:25 APV is het verboden om zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Dit verbod geldt niet waarbij sprake is van bezoekersaantallen van minder dan 150 personen, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, zoals bijvoorbeeld het totale oppervlak aan bouwwerken. Grensgevallen zijn derhalve niet aan de orde. Indien verdergaande deregulering wenselijk wordt geacht, dient er eerst een evaluatie van de Evenementenkalender te worden uitgevoerd.

•

Demonstratierecht in verhouding tot agressief gedrag

Het plegen van strafbare feiten valt niet onder de bescherming van de Wom. Het is dan aan de politie, onder leiding van de Officier van Justitie, om daartegen op te treden. Wanneer het plegen van de strafbare feiten tevens leidt tot wanordelijkheden, of daartoe de vrees bestaat, kan de burgemeester de demonstratie als ultimum remedium beëindigen (op grond van de Wom). Gezien hogere regelgeving het demonstratierecht regelt, kan dit niet in de APV.

•

Drones

Drones worden niet in de VNG modelverordeningen gereguleerd. Voor drones geldt landelijke regelgeving. De regels voor het luchtruim worden door het Rijk vastgesteld. De Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat houdt hierop toezicht.

•

Blurring

Bij vermenging van detailhandel en horeca schrijven de bepalingen van de Alcoholwet een strikte scheiding voor. Dus: geen alcohol in de detailhandel, en geen detailhandel in horeca. Er bestaat geen mogelijkheid om daarvan af te wijken.

•

Ondermijning

Momenteel wordt het programmaplan ondermijning ambtelijk voorbereid, waardoor het nog niet inzichtelijk is welke bestuurlijke maatregelen en APV wijzigingen dit met zich meebrengt. Verder is er onlangs een nieuw Bibob-beleid aangenomen. Op dit moment worden alle horecaaanvragen al aan de toets onderworpen en dit wordt uitgebreid naar bepaalde andere vergunningaanvragen. Bovendien zijn er conform wijziging Model-APV najaar 2023 artikelen (artikel 2:80 en 2:81) aan de APV toegevoegd die het mogelijk maken om ondermijning aan te pakken. Tot slot staan wij nog aan de vooravond van het plan van aanpak ondermijning en kunnen wij risicovolle branches gaan aanwijzen voor een integrale aanpak (bijvoorbeeld: autoverhuur, kappers, industrieterrein, etc).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=4a09713a-33e5-4ead-9285-5a88d29a3e82