Bijlage 4 - was-wordt tabel belangrijkste wijzigingen
Tekst van het document
Was-Wordt tabel In onderstaande tabel zijn de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen opgenomen ten opzichte van de voorgaande versies. De benaming van investeringskrediet is in de verordening en nota vervangen door investeringsbudget. De benaming van bestuursrapportage is vervangen in tussenrapportage. Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet In de nieuwe verordening is aangesloten op de modelverordening van de VNG. Dit heeft geleid tot wijzigingen die in onderstaande tabel niet zijn opgenomen. Zo zijn in de nieuwe verordening in hoofdstuk 4 de paragrafen in afzonderlijke artikelen opgenomen en worden nota’s voortaan slechts geactualiseerd zodra daar wettelijk aanleiding voor is of als naar nieuwe inzichten het lokale financiële beleid aanpassing behoeft. Financiële verordening 2023 Artikel 2. Programma-indeling De raad stelt op voorstel van het college per programma de maatschappelijke effecten, de doelstellingen die hier een bijdrage aan leveren en de daarbij relevante beleidsindicatoren vast. Het voorstel bevat tenminste de verplichte beleidsindicatoren.
Financiële verordening 2017 Artikel 2. Programma-indeling De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de taakvelden per programma vast.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringsbudget De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma en stelt het programmaplan zoals opgenomen in artikel 8 BBV vast. Het minimale bedrag waarover de raad geïnformeerd wordt bedraagt € 100.000 lasten of baten van een programma of investeringsbudget. Begrotingsafwijkingen kleiner dan € 100.000 per programma (inclusief de onderdelen van het programmaplan zoals opgenomen in artikel 8 lid 1 BBV) worden via vaststelling van de jaarrekening door de raad geautoriseerd.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per taakveld.
Het minimale bedrag waarover geïnformeerd wordt is € 50.000 lasten of baten van een taakveld of krediet.
Motivatie Bij de invoering van het nieuwe BBV in 2017 werden de taakvelden geïntroduceerd. De taakvelden zouden de nieuwe programma’s worden, zoals veel gemeenten ook hebben gedaan. De raad van Roermond heeft besloten om eigen programma’s te benoemen en de taakvelden naar de achtergrond te verschuiven. Taakveld is vervangen door programma (zie hierboven).
Het minimale bedrag waarover wordt geïnformeerd is verhoogd van € 50.000 naar € 100.000. Dit is meer passend bij de omvang van onze gemeente. In het kader van rechtmatigheid is in de nieuwe verordening opgenomen dat afwijkingen kleiner dan € 100.000 via de vaststelling van de jaarrekening door de raad worden geautoriseerd. 1
Artikel 6. Tussenrapportage De tussenrapportage kan enerzijds een uiteenzetting bevatten over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en anderzijds kunnen begrotingsafwijkingen groter dan € 100.000 op de totale lasten of totale baten per programma (inclusief de onderdelen van het programmaplan zoals opgenomen in artikel 8 lid 1 BBV) en op de investeringsbudgetten worden toegelicht en vertaald in een totaal overzicht begrotingswijziging op programmaniveau. Het college stelt de raad voor de begroting hierop te wijzigen. Artikel 7. Financiële uitgangspunten 1. (Dreigende) overschrijdingen op de lasten en onderschrijdingen op de baten dienen in eerste aanleg te worden bijgestuurd door het treffen van tijdige en passende (beleids)maatregelen. 2. Overschrijdingen van de lasten en onderschrijdingen van de baten worden in eerste aanleg gecompenseerd binnen hetzelfde programma. 3. Meevallers mogen dienen als compensatie voor tegenvallers binnen een programma op basis van bestaand beleid, doch niet voor beleidsintensiveringen of nieuw beleid. Incidentele meevallers mogen niet worden ingezet voor structurele uitgaven.
Artikel 6. Bestuursrapportage In de Bestuursrapportage worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van taakvelden en investeringskredieten in de begroting groter dan € 50.000 toegelicht.
Het bedrag is verhoogd van € 50.000 naar € 100.000 (zie hierboven) en de tekst is verduidelijkt.
Nieuw artikel opgenomen, waarin kaders aan het college worden meegegeven voor (mogelijke) overschrijdingen en meevallers. Dit volgt uit een advies van de Commissie BBV.
2
Artikel 8. Budgetoverheveling 1. Het college kan in de reguliere rapportagemomenten in de P&C cyclus de raad voorstellen om budgetten, die in het lopende begrotingsjaar nog niet volledig besteed zijn, over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. 2. Door de overheveling mogen de desbetreffende budgetten in het huidige begrotingsjaar niet worden overschreden. 3. Deze overheveling vindt bij voorkeur plaats via een bestemmingsreserve, die in het daarop volgende begrotingsjaar weer volledig als budget wordt ingezet, waarbij de voorgenomen aanwending van de budgetten gelijk is aan de oorspronkelijk geplande besteding. Artikel 9. Verschuivingen binnen investeringsbudgetten 1. Investeringen vinden soms sneller plaats dan voorzien, soms langzamer, waardoor een verschuiving van de uitgaven tussen jaarschijven plaatsvindt. Hierdoor kan een over- of onderschrijding van het voor dat jaar beschikbaar gestelde investeringsbudget ontstaan. Zolang het totale investeringsbudget naar verwachting niet wordt overschreden en overeenkomstig de vastgestelde doelen en voorwaarden wordt gerealiseerd, is er geen noodzaak dit separaat aan de raad voor te leggen en kan volstaan worden met een toelichting in de
Nieuw artikel opgenomen, waarin kaders aan het college worden meegegeven voor budgetoverhevelingen. Dit volgt uit een advies van de Commissie BBV.
Nieuw artikel opgenomen, waarin kaders aan het college worden meegegeven voor verschuivingen binnen investeringsbudgetten. Dit artikel is mede in het kader van de rechtsmatigheidsverantwoording opgenomen.
3
2.
reguliere rapportages als onderdeel van de P&C cyclus. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal beschikbare investeringsbudget, wordt als rechtmatig beschouwd.
Artikel 14. Kostprijsberekening 5. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen, waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een percentage dat berekend wordt op basis van de fte’s (fulltimeequivalent), die worden toegerekend per taakveld ten opzichte van de totale inzet aan de taakvelden.
Artikel 11. Kostprijsberekening 5. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel. 6. In afwijking van het vijfde lid wordt voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van de rioolheffing uitgegaan van het aandeel in de totale geraamde overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten die met de rioolheffing maximaal in rekening kunnen worden gebracht, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de taakvelden.
De Commissie BBV beveelt aan om voor de heffingen eenzelfde berekeningsmethode toe te passen. In de huidige financiële verordening werd voor de rioolheffing een andere berekeningsmethode voorgeschreven. Daarnaast werden de kostendekkende heffingen in de jaarlijkse begroting bepaald aan de hand van een toerekening van de overheadkosten op basis van de fte’s ten opzichte van de totale inzet. Door de tekst in de nieuwe verordening te wijzigen sluit de verordening aan op het geen in de praktijk wordt toegepast.
4
Artikel 22. Verbonden partijen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 BBV op.
Artikel 27. Rechtmatigheidsverantwoording 1. Het college verstrekt bij de jaarstukken een rechtmatigheidsverantwoording, indien dit bij wet- en regelgeving is voorgeschreven. 2. De raad stelt jaarlijks op advies van de auditcommissie de verantwoordingsgrens en de rapportagegrens vast. 3. De raad stelt jaarlijks op advies van de auditcommissie de afwijkingen vast die niet als onrechtmatig worden beschouwd in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording. 4. In de rechtmatigheidsverantwoording neemt het college het totaal aan geconstateerde afwijkingen op die de verantwoordingsgrens voor rechtmatigheid overschrijden. 5. De raad stelt alle begrotingsafwijkingen vast bij de vaststelling van de jaarrekening.
Artikel 15. Paragrafen 6. Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een nota verbonden partijen aan.
De Nota Verbonden partijen 2015 bevat geen financiële kaders die door de raad vastgesteld dienen te worden. De nota maakt geen onderdeel uit van de modelverordening van de VNG. Het artikel is aangepast op de tekst uit de modelverordening. Dit nieuwe artikel is in de financiële verordening opgenomen in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording. Het college is met ingang van het begrotingsjaar 2023 verplicht om een dergelijke verantwoording af te leggen. De verantwoordingsgrens en de rapportagegrens dient voortaan samen met het controleprotocol en het normenkader door de raad vastgesteld te worden.
5
Nota Investeringen (voorheen Nota vaste activabeleid) Nota Investeringen 2023 2.3 Criteria voor het activeren van vaste activa Vanaf 2023 worden investeringen met een aanschafwaarde of vervaardigingswaarde van minder dan € 50.000 niet geactiveerd m.u.v. gronden en terreinen en vervoermiddelen/rijdend materieel. Deze kosten worden in het jaar van aanschaf of vervaardiging direct ten laste van de exploitatie gebracht
Nota vaste activabeleid 2020 2.3 Criteria voor het activeren van vaste activa Het geldende beleid is dat investeringen met een aanschafwaarde of vervaardigingswaarde van minder dan € 10.000, - niet worden geactiveerd. Deze kosten worden in het jaar van aanschaf of vervaardiging direct ten laste van de exploitatie gebracht.
5.5 Overschrijding van investeringsbudgetten
5.1.4 Over-/onderschrijding van kredieten
5.1.5 Afsluiten van investeringsbudgetten
5.1.5 Afsluiten van kredieten Daarnaast is het mogelijk een voorziening te vormen bij het (tijdig) afsluiten van een krediet. Daardoor wordt bereikt dat kredieten tijdig worden afgesloten en de afschrijving conform het geldende activabeleid worden berekend vanaf het moment dat het actief in gebruik wordt genomen. Het krediet blijft in dat geval niet vanwege bijvoorbeeld een laatste onderhoudstermijn onnodig lang open staan terwijl het actief al wel in gebruik is genomen.
Motivatie Het minimale bedrag dat wordt geactiveerd is verhoogd van € 10.000 naar € 50.000. Dit is meer passend bij de omvang van onze gemeente. Ook geeft het aan het college binnen het lopende begrotingsjaar meer flexibiliteit om kleinere investeringen binnen de exploitatie van een programma uit te voeren zonder dat de raad daarvoor vooraf een nieuw investeringsbudget dient te autoriseren. De bedragen in de tabel met criteria op welke wijze met budgetoverschrijdingen wordt omgegaan, zijn verhoogd en meer in lijn met de omvang van onze gemeente. De tekst is verder aangepast in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording. De tekst is verwijderd, omdat het vormen van een voorziening op een dergelijk actief niet is toegestaan van de accountant.
6
Nota Reserves en voorzieningen Nota Reserves en voorzieningen 2023 Nota Reserves en voorzieningen 2017 2.4 Mutaties reserves 2.4 Mutaties reserves Onttrekkingen Onttrekkingen • De besteding van de middelen kan door • De uitgaven vinden door omstandigheden omstandigheden in tijd anders zijn dan vooraf soms sneller plaats, soms langzamer dan gepland. Zolang het doel waaraan de vooraf in de jaarschijven is begroot, waardoor middelen worden besteed gelijk is aan een verschuiving van de begrote uitgaven hetgeen de raad heeft vastgesteld, mag het tussen jaarschijven plaatsvindt. Zolang het college deze gewijzigde onttrekking in jaarschijven goedkeuren mits het maximaal te doel waaraan de middelen worden besteed onttrekken bedrag niet wordt overschreden gelijk is aan hetgeen de raad heeft vastgesteld is er geen noodzaak dit separaat aan de raad voor te leggen en kan volstaan worden met een toelichting op de gewijzigde begrote onttrekkingen in jaarschijven in de reguliere rapportagemomenten van de P&C cyclus. Het totaal aan begrote onttrekkingen mag door deze verschuiving in jaarschijven niet worden overschreden. • Het college is bevoegd om onttrekkingen aan bestemmingsreserves, die niet in het begrotingsjaar zijn begroot, tot een bedrag van maximaal € 100.000 uit te voeren, zolang het doel waaraan de middelen worden besteed gelijk is aan hetgeen de raad heeft vastgesteld.
Deze begrotingsafwijking wordt via de vaststelling van de jaarrekening door de raad geautoriseerd. Bij onttrekkingen die dit bedrag te boven gaan, informeert het college de raad zo spoedig mogelijk en wordt aan de raad bij het eerstvolgende rapportagemoment
Motivatie
De tekst is verduidelijkt en aangepast in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording.
7
in de P&C cyclus voorgesteld de begroting te wijzigen 2.5 Wijzigen van doel of bestemming en 2.5 Wijzigen van doel/bestemming en opheffen opheffen reserves reserves Bestemmingsreserves en claims op reserves kleiner dan € 25.000 vallen vrij bij de jaarrekening, uitgezonderd: de wettelijke of contractuele en keiharde onontkoombare verplichtingen en de reserves ter dekking van de kapitaallasten 2.6.3 Tussentijdse prognoses algemene reserve Een actualisatie van het verwachte verloop en de prognose van de stand van de algemene reserve vindt plaats bij de begroting en jaarrekening. Voor zover noodzakelijk kan deze actualisatie ook in de tussenrapportage plaatsvinden 3.2 Criteria voor het vormen van 3.3 Instellingscriteria voorzieningen voorzieningen Voor het vormen van voorzieningen wordt een Voor het vormen van een voorziening ter minimumbedrag van € 25.000 gehanteerd egalisatie van kosten (artikel 44 lid 1c BBV) wordt 3.4 een minimumbedrag van € 50.000 gehanteerd, tenzij wet- en regelgeving anders bepaald. De vorming van een dergelijke voorziening dient via een raadsbesluit plaats te vinden 3.5 Opheffen voorzieningen 3.5 Opheffen voorzieningen Voorzieningen worden opgeheven als: Het doel of de bestemming van een voorziening • de verplichting en/of het risico waarvoor de kan niet gewijzigd worden.
voorziening is gevormd is vervallen of is Voorzieningen worden opgeheven als de opgehouden te bestaan. Indien dit het gevolg verplichting en/of het risico waarvoor de is van veranderingen in wet- en regelgeving is een raadsbesluit niet nodig. Voorzieningen ter voorziening is gevormd, is vervallen of is egalisatie van kosten worden opgeheven na opgehouden te bestaan. Aangezien opheffing van een besluit van de raad. de voorziening volgens het BBV in deze situatie
Nieuwe tekst opgenomen conform het raadsbesluit van 4 juli 2019 (zaaknummer 85952019 Kadernota 2020).
De Commissie BBV beveelt aan om prognoses van de algemene reserves op te nemen. Dit nu vastgelegd in de nota reserves en voorzieningen.
De tekst is aangepast, omdat het vormen van een voorziening in bepaalde gevallen verplicht is ook al is het bedrag lager dan € 25.000. Bedrag tevens verhoogd naar € 50.000. Dit is meer passend bij de omvang van onze gemeente.
De tekst is aangepast en verduidelijkt. Een voorziening kan alleen vrijvallen als de verplichting en/of het risico niet meer aanwezig is.
8
verplicht is, is voor het opheffen geen raadsbesluit • De omvang van de voorziening < € 25.000, -. Uitgezonderd zijn de voorzieningen die zijn nodig. gevormd voor van derden verkregen Voor voorzieningen ter egalisatie van kosten geldt middelen. dat deze na besluitvorming door de raad worden Het doel van een voorziening kan niet gewijzigd opgeheven. Bij opheffing valt het resterende saldo worden. Als de daaraan ten grondslag liggende van de voorziening vrij ten gunste van de verplichting komt te vervallen wordt de exploitatie. voorziening opgeheven en valt het saldo vrij in de exploitatie 4.2.1 De algemene reserve als buffer 4. Risicomanagement en Buffer ter dekking van overige risico’s weerstandsvermogen Voor de berekening van de weerstandscapaciteit mogen volgens het GTK alleen die reserves en reserveclaims meegenomen worden die vallen onder de algemene reserve. De raad kan middelen binnen de algemene reserve alloceren, voor zover het specifieke bestedingsdoel van algemene aard is of dat de middelen al voor langere tijd beschikbaar zijn zonder dat er zicht is op daadwerkelijke uitvoering van de beoogde bestemming. Een dergelijke reserveclaim wordt dan gevormd binnen de algemene reserve, zodat deze claim in de berekening van de weerstandscapaciteit van de gemeente kan worden meegenomen.
Op basis van een risico analyse wordt tenminste bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening bepaald hoe hoog het minimum bedrag van deze claim dient te zijn. Dit vormt dan tevens het plafondbedrag van de reserveclaim. Indien dit plafondbedrag door de jaarlijkse toevoegingen en onttrekkingen in enig jaar wordt bereikt, dan komt het overschot ten gunste van het vrije deel van de algemene reserve.
Deze paragraaf is toegevoegd als gevolg van het besluit bij de vaststelling van de begroting 2023 om een aparte reserveclaim in te stellen voor het kader sociaal domein (beslispunt 3) binnen de algemene reserve.
9
4.2.2 Minimumpositie algemene reserve in relatie tot weerstandsvermogen Samenvattend betekent dit dat voor het bepalen van het weerstandsvermogen en de minimumpositie van de algemene reserve de volgende uitgangspunten door de gemeente Roermond worden gehanteerd: - Koppeling aan een gekwantificeerde risicoanalyse, - Weerstandsratio van minimaal 1,4 (ruim voldoende), - Solvabiliteitsratio van minimaal 20%. De analyse van het weerstandsvermogen en de minimumpositie van de algemene reserve wordt opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en jaarrekening. Jaarlijks wordt door het college in de begroting een ondergrens van de minimale omvang van de algemene reserve voorgesteld, die door de raad bij de behandeling van de programmabegroting wordt vastgesteld.
4.2.2 Minimumpositie algemene reserve Om te voorkomen dat de algemene reserve als buffer niet meer toereikend is, wordt vooralsnog vastgehouden aan de gehanteerde minimumpositie. Deze minimumpositie is uit de volgende onderdelen opgebouwd: • Buffer ter dekking algemene risico’s • Buffer ter dekking risico’s grondexploitaties Indien de minimumpositie van de algemene reserve zoals hierboven berekend lager is dan € 10 miljoen hanteert de gemeente Roermond een ondergrens van het minimumniveau van de algemene reserve van € 10 miljoen.
Het Gemeentelijk Financieel Toezichtkader (GTK) gaf in het verleden de norm aan. Deze norm geldt niet meer, zodat door de raad een nieuw kader dient vast te stellen. Dit kader is ook reeds in de begroting opgenomen. Daarnaast is voor de risico’s voor grondexploitaties sinds het begrotingsjaar 2021 een afzonderlijke bestemmingsreserve gevormd, zodat er in de algemene reserve hiervoor geen afzonderlijke buffer meer bestaat.
10