CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Memo juridische vormgeving van het MOB

Gemeenteraad 17 oktober 2024, gemeente RoermondBij agendapunt: Contourennota mensontwikkelbedrijf Roermond 2025-20284.294 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1/10

Memo Van:

Il Shik Sloover, Paul Beemsterboer

Datum:

5 juli 2024

Aan:

Gemeente Roermond

Status:

Vertrouwelijk

Cc:

Marlou van Osch, Leon Zweipfenning, Lisenka van Oppen

Onderwerp:

Juridisch memo vormgeving MOB

Inleiding Berenschot is gevraagd om advies te geven over de juridische-organisatievorm die het meest geschikt is om invulling te geven aan het gewenste besturingsmodel en bijbehorende rechtsvorm van het Mens Ontwikkel Bedrijf (MOB). Daarnaast is gevraagd om op hoofdlijnen te adviseren over de governance van het MOB en sturing en rollen die daarbij horen. De aspecten die horen bij de ‘overname Westrom’ (bijv. overname contacten, inventaris, personeel en overgang van onderneming etc.) is geen onderdeel van deze memo.

Aanpak Voor het opstellen van dit memo zijn de volgende activiteiten uitgevoerd: -

Documentenstudie (onder meer: Contourennotitie MOB Roermond, Nota verbonden partijen, Programmabegroting 2024)

-

Twee ambtelijke werksessies met inventarisatie van belangrijke afwegingspunten die bepalend zijn voor de vormgeving van het MOB

-

Analyse en weging door Berenschot wat de afwegingspunten betekenen voor de vormgeving van het MOB

-

Bespreking van de concept analyse over de voorkeursvariant

-

Oplevering definitief memo over de vormgeving van het MOB.

Hoofdkeuze MOB: privaatrechtelijke verbonden partij of afdeling van de gemeente Vanuit de documentenstudie en de werksessies is evident gebleken dat de gemeente het MOB zelfstandig wil vormgeven, dus niet met andere partijen. Het gaat er om dat de gemeente zelf de regie heeft en initieel geen andere partijen op het oog heeft waarmee wordt samengewerkt vanaf de start c.q. de overname. Aangegeven is dat het MOB eerst zelfstandig een doorontwikkeling moet kunnen maken, alvorens andere partijen op een manier kunnen aanhaken bij het MOB1. Het voorgaande standpunt van de gemeente heeft tot gevolg dat een aantal varianten voor de vormgeving van het MOB niet mogelijk zijn. Het gaat dan om: •

de publiekrechtelijk vormen van een gemeenschappelijke regeling; een gemeenschappelijke regeling vergt ten minste twee samenwerkende partijen

We gaan er niet vanuit dat het (contractueel) uitbesteden van de werkzaamheden van MOB aan een andere partij voor de hand ligt. 1

2/10

•

de privaatrechtelijke vormen van een vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij; deze vormen kennen, nog los van de specifieke juridische eisen, leden en daarmee dus ook rollen met invloed en regie voor andere partijen.

Indien de gemeente dus zelfstandig het MOB wil vormgeven, dan zijn alleen de privaatrechtelijke vormen van een stichting en besloten/naamloze vennootschap (bv, nv) mogelijk. In beginsel zijn er niet veel verschillen tussen een bv en nv. In de bijlage is toegelicht waarom een nv mogelijk minder voor de hand ligt in de toekomst en daarom wordt in deze memo uitgegaan van de bvvorm. Een andere mogelijke variant is dat de gemeente het zelf intern gaat vormgeven. Het gaat dan om het vormgeven van het MOB als een gemeentelijke afdeling, dus als intern onderdeel van de gemeente. MOB als stichting Een stichting is een zelfstandige privaatrechtelijke rechtspersoon, opgericht bij notariële akte, die geen leden kent (wettelijk ‘ledenverbod’) en beoogt met behulp van een daartoe bestemd vermogen een in de statuten vermeld doel te verwezenlijken. Het doel van de stichting mag niet inhouden het doen van uitkeringen aan de oprichters of aan hen die deel uitmaken van haar organen en ook niet aan anderen, tenzij wat deze laatsten betreft de uitkeringen een ideële of sociale strekking hebben. Omdat de stichting geen leden mag hebben en daarmee geen eigenaren kent (zoals de bv/nv eigenaren kent in de vorm van aandeelhouders), is de stichting onafhankelijk en ‘van zichzelf’ en kan de stichting de uitvoering van taken van MOB in principe zelf invullen.

Een nadeel van de stichting is dat de sturing vanuit het college van B en W op de stichting gebaseerd is op de eventuele statutair toegekende bevoegdheden aan het college of andere hulpconstructies als een overeenkomst. Omdat er geen leden mogen zijn die verplicht zijn om op te treden als financier, is de stichting afhankelijk van andere financiële bronnen, bijvoorbeeld subsidies en schenkingen. Voorbeelden: Stichting Werk Raalte, Stichting Impact, Stichting Pantar Amsterdam MOB als bv De bv is een rechtspersoon, opgericht bij notariële akte, met een in één of meer overdraagbare aandelen verdeeld kapitaal waarbij de aandelen op naam zijn gesteld. De gemeente is als aandeelhouder niet aansprakelijk voor hetgeen in naam van de vennootschap wordt verricht en is in beginsel niet gehouden boven het bedrag dat op de aandelen behoort te worden gestort in de verliezen van de vennootschap bij te dragen. In de statuten kunnen (kwalitatieve) eisen worden verbonden aan het aandeelhouderschap, bijvoorbeeld dat een aandeelhouder een publieke entiteit moet zijn. Bij een bv zijn de aandeelhouders de eigenaren (en ook de opdrachtgevers) van de bv; zij hebben, binnen de door de wet en de statuten gestelde grenzen, alle bevoegdheden, die niet aan het bestuur of aan anderen is toegekend.

Een kenmerk van de bv is verder dat een positief resultaat kan worden uitgekeerd aan de aandeelhouder (de gemeente). Bij de uitvoering van een publieke/maatschappelijke taak speelt het winstoogmerk echter vaak een ondergeschikte rol. Voorbeelden: Werkkracht Ede BV, Werkse Holding BV, Amfors Holding BV, Caparis NV, NV Empatec MOB als een gemeentelijke afdeling De activiteiten van het MOB kunnen worden ondergebracht als gemeentelijke dienst of afdeling van de gemeente. Alle medewerkers (inclusief management/directie vanuit de overname) komen in dienst van de gemeente. Het voordeel is dat men in principe volledig kan terugvallen op de samenwerking met de gemeentelijke collega’s en gebruik kan maken van gemeentelijke bedrijfsvoerings- en backofficevoorzieningen (financiën, advies, ICT, huisvesting etc.) waardoor het

3/10

waarschijnlijk minder kwetsbaar wordt in vergelijking met een organisatie die op afstand staat en deze aspecten zelf regelt / separaat moet regelen. De gemeentelijke afdeling kan eventueel naar buiten toe opereren als ware het een ‘zelfstandige’ organisatie, met eigen locatie, naam en logo. Voorbeelden: Amsterdam Werk en Re-integratie, Den Haag Werkt, Gelre Werkt

Afwegingskader vormgeving van het MOB In de werksessies is in relatie tot de vormgeving van het MOB aangegeven dat het bij een afweging(skader) sec gaat om het vanuit de gemeente zelfstandig vormgeven van het MOB. Aspecten als ‘op termijn deelname door andere gemeenten in het MOB’, risico dat quasiinbesteding in gevaar komt en onderlinge overeenkomsten en verrekening met andere gemeenten of gemeentelijke bedrijven, spelen derhalve een ondergeschikte rol bij het zelfstandig willen oprichten en vormgeven van het MOB door de gemeente Roermond2. Gelet op de vorige paragrafen en de input die in de werksessies is gegeven, zijn er drie varianten mogelijk en zijn hiervoor de onderstaande afwegingspunten opgetekend vanuit de werksessies die belangrijk én onderscheidend zijn voor de gemeente om het MOB vorm te geven. Tabel 1: Afwegingskader

Afwegingen

gemeentelijke afdeling

stichting

bv/nv

1. Gemeente heeft rol van eigenaar en opdrachtgever

++

+

++

2. Nabijheid: dichtbij staan mogelijk in het begin

++

+/-

+

3. Snelheid < 1 januari 2025

++

+

+

4. MOB is flexibel, innovatief (‘fit for the future’)

+/-

++

++

5. Samenwerken MOB met bedrijven is mogelijk

+

++

++

6. Toezichthoudend orgaan instellen dat tegenkracht en raad en daad kan bieden

-

++

++

7. Andere gemeenten kunnen diensten afnemen van MOB

++

++

++

Toelichting op de weging in de tabel 1. Rol van eigenaar en opdrachtgever Bij een stichting en een bv staat de gemeente weliswaar op afstand, maar kan de gemeente wel deze rollen invullen. Bij een bv is de gemeente zowel opdrachtgever als eigenaar (aandeelhouder) Deze aspecten komen in principe later aan de orde, namelijk ná de oprichting van het MOB. Inmiddels is al gebleken dat andere gemeenten interesse hebben om diensten af te nemen bij het MOB. Als andere gemeenten diensten kunnen inkopen bij het MOB, zullen deze aspecten relevant worden en nader verkend moeten worden. 2

4/10

en kan de gemeente vanuit deze rollen ook (concreet) sturen3 op het bestuur van MOB en instructies geven. In ultimo kan de gemeente als aandeelhouder het bestuur/de bestuurder van de bv ontslaan. Bij een stichting is er juridisch geen sprake van eigenaarschap en is een hulpconstructie nodig om het eigenaar- en opdrachtgeverschap in te vullen, bijvoorbeeld via het aangaan van een subsidierelatie of dienstverleningsovereenkomst en van daaruit te sturen; deze rolinvulling is echter minder vergaand dan de gemeente als aandeelhouder. Bij de stichting en bv is de opdrachtverlening aan het MOB aanbestedingsproof’; men kan een beroep doen op quasiinbesteding zodat MOB binnen de kaders van het aanbestedingsrecht opdrachten van de gemeente Roermond kan uitvoeren zonder aanbesteding. Er wordt voldaan aan de eisen van quasiinbesteding: de gemeente houdt toezicht op de ‘gelieerde’ rechtspersoon MOB zoals op zijn eigen dienst(en) (‘toezichtcriterium’), MOB voert meer dan 80% van de activiteiten uit voor de gemeente Roermond (‘merendeelcriterium’) en er is geen directe participatie van privékapitaal in de MOB. Bij een eigen afdeling heeft de gemeente ook de rol van eigenaar en opdrachtgever en kan direct sturen op de afdeling vanuit deze rollen.

Bij de opdracht van de gemeente aan de afdeling om bepaalde taken uit te voeren is er sprake van een zuivere inbesteding binnen de eigen organisatie van de gemeente. Er wordt derhalve geacteerd binnen de eisen van het aanbestedingsrecht. 2. Nabijheid vanaf de start In de werksessie is aangegeven dat het belangrijk is dat de gemeente vanaf de start van het MOB dichtbij staat; er is nabijheid nodig van de gemeente om het MOB een goede start te geven en door te kunnen ontwikkelen. Deze behoefte aan nabijheid kan op termijn minder noodzakelijk zijn als het MOB zich doorontwikkelt zoals de gemeente dat voor ogen heeft. Bij het MOB als gemeentelijke afdeling is het evident dat de gemeente dichtbij staat – de gemeente kan direct en integraal sturen omdat het om een eigen dienstonderdeel gaat en deze nabijheid verdwijnt niet. De gemeente kent ook nabijheid als MOB een stichting of bv is. Bij de stichting gaat het dan om indirecte nabijheid creëren via de statuten, subsidie en/of een dienstverleningsovereenkomst waardoor de gemeente via deze hulpconstructies nabijheid creëert. Bij een BV is de gemeente eigenaar/aandeelhouder en opdrachtgever. Vanuit deze rollen is er directe nabijheid bij het MOB, maar gaat het bestuur van de bv zelf over het besturen van de vennootschap. 3.

Snelheid oprichting/inrichting De overname Westrom en afronding ervan is voorzien uiterlijk in het vierde kwartaal van 2024. De vormgeving van het MOB moet daarom realiseerbaar zijn voor januari 2015 en dat met de rechtsvorm op 1 januari gestart kan worden. De gemeentelijke afdeling lijkt theoretisch bezien het snelste haalbaar te zijn. Er is geen notaris vereist om een gemeentelijke afdeling op te richten in tegenstelling tot de stichting en de bv. Daarnaast geldt dat voor het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon4 door het college de gemeenteraad in de gelegenheid moet worden gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen over deze handeling tot oprichting – dit geldt niet voor het inrichten van een eigen gemeentelijke afdeling.

De gemeente Roermond kan als aandeelhouder (concrete) instructies geven aan de bestuurder van de vennootschap als dat als zodanig in de statuten is opgenomen, zie art. 2:239 lid 4 BW voor de bv (en art. 2:129 lid 4 BW voor de nv). 4 Art.160 Gemeentewet: Het college besluit slechts tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. 3

5/10

4. MOB is flexibel, innovatief Bij een gemeentelijke afdeling is flexibiliteit en innovatie zeker mogelijk, maar we zien hier wel een beperking omdat flexibiliteit en innovatief handelen altijd in de pas moeten lopen met bijvoorbeeld de gemeentelijke bedrijfsvoering, financiën, intern geldende werkprocessen en politiek-bestuurlijk prioriteiten van het gemeentebestuur. Een afdelingshoofd heeft zich aan deze gemeentelijke kaders te houden en kan met name meer afhankelijk worden van de bestuurlijke en beleidsmatige prioriteiten van de gemeente. Daarnaast heeft de afdeling in vergelijking met een stichting of bv minder vrijheid in handelen omdat de afdeling niet zomaar eigen keuzes kan maken qua bedrijfsvoering. Bij een zelfstandige rechtspersoon als een stichting of een bv gelden deze interne gemeentelijke kaders niet en is er in de kern meer vrijheid omdat het gaat om een separate rechtspersoon die op afstand van de gemeente staat. Het statutaire bestuur gaat immers zelf over het besturen van de organisatie, de uitvoering en de mate van flexibiliteit en wijze van innovatief opereren. De bestuurder hoeft niet aan de procedures te voldoen die wel binnen de gemeente gelden.

Uiteraard zal er vanuit de stichting of bv afstemming met de gemeente nodig zijn over het budget/begroting, maar de keuzevrijheid om bijvoorbeeld personeel aan te nemen ligt wel bij de bestuurder van de stichting of bv. Het Burgerlijk Wetboek geeft namelijk aan dat bij de vervulling van hun taak de bestuurders van de stichting en bv zich richten naar het belang van de stichting respectievelijk vennootschap en de met haar verbonden organisatie of onderneming. Het belang van de gemeente is dus wettelijk bezien niet het primaire belang van het MOB als zelfstandige rechtspersoon. 5. Samenwerken MOB met bedrijven is mogelijk Samenwerken met andere bedrijven is in alle drie de vormen mogelijk. Bij een stichting en bv loopt de samenwerking en de onderhandelingen via het statutaire bestuur van de stichting of bv en wordt een samenwerking aangegaan tussen twee gelijkwaardige partijen (bestuurders van privaatrechtelijke rechtspersonen) die zelfstandig en zonder last kunnen opereren. Als beide partijen overeenstemming bereiken, kan daarna direct worden doorgepakt om de opdracht uit overeenkomst uit te voeren. Een afdelingshoofd zal volmacht moeten hebben om de gemeente als rechtspersoon te kunnen vertegenwoordigen en een overeenkomst te kunnen tekenen. Het afdelingshoofd is geen bestuurder en bindt aldus via een hulpconstruct van volmacht de gemeente.

Daarbij zal het afdelingshoofd moeten voldoen aan/rekening moeten houden met de gemeentelijke besluitvormings- en werkprocessen, financiële (verantwoordings)regels en politiek-bestuurlijk prioriteiten binnen de gemeente. Hierdoor is de kans groter dat het onderhandelen tussen een afdelingshoofd en een bestuurder van een bedrijf over een opdracht langer op zich laat wachten en de samenwerking met het bedrijf later tot stand komt. In het algemeen geldt dat private bedrijven meer genegen zijn om met privaatrechtelijke entiteiten samen te werken. 6. Toezichthoudend orgaan instellen - vanaf de start een goede governance met tegenkracht Bij een gemeentelijke afdeling is het niet mogelijk om formeel een toezichthoudend orgaan in te stellen; dit in tegenstelling tot de stichting en de bv/nv. Een gemeentelijke afdeling zal zich via de gebruikelijke werkwijzen intern moeten verantwoorden binnen de gemeente via een hulpconstruct (bijvoorbeeld intercollegiaal sparren) interne tegenkracht moeten organiseren. Bij een stichting of bv kan een raad van toezicht (rvt) of raad van commissarissen (rvc) worden ingesteld die bestaat uit professionele toezichthouders met een statutaire (formele) taak om toezicht te houden op de stichting of bv en het bestuur ervan met raad en daad terzijde te staan.

Het bestuur heeft op deze wijze een sparringpartner die dichtbij staat en vanuit het belang van de rechtspersoon kan meedenken, maar ook onafhankelijk kan adviseren over bijvoorbeeld bedrijfsvoeringsaspecten of meer strategische thema’s die voor MOB belangrijk zijn.

6/10

Onafhankelijk advies 7. Andere gemeenten kunnen diensten afnemen van het MOB Dit is in de kern geen onderscheidend afwegingspunt bij het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon als een stichting of bv voor het vormgeven van het MOB of het vormgeven van het MOB als gemeentelijke afdeling; het is bij alle drie de varianten mogelijk. Zoals eerder aangegeven is dit een afwegingscriterium dat meer relevantie krijgt als het MOB een dooronwikkeling heeft kunnen maken waardoor het voor andere partijen interessant wordt om partner te worden van / in het MOB. Ook in die situatie geldt dat dit bij alle varianten op gelijke wijze goed valt te organiseren. Voorkeursvariant: ‘privaat’ boven ‘publiek’ In de vorige paragrafen hebben we drie mogelijke oplossingsrichtingen voor de vormgeving van het MOB in beeld gebracht. Op dit moment is er geen indicatie dat de gemeente een samenwerkingsverband wil aangaan met een andere partij met betrekking tot het MOB. Hieruit volgt dat de gemeente bij de eventuele overweging om te kiezen voor de vormgeving van het MOB een beperkte keuze heeft qua vormen. Een gemeenschappelijke regeling, coöperatie of vereniging vallen af omdat dit samenwerkingsverbanden zijn die vanuit de betreffende wetgeving (Burgerlijk Wetboek en Wet gemeenschappelijke regelingen) in de basis uitgaan van ten minste twee samenwerkende partijen.

Naast de rechtsvorm van de stichting is ook een bv (of nv) mogelijk en het binnen de gemeente vormgeven als een gemeentelijke ‘afdeling’. Als we alle zeven afwegingspunten5 langslopen, komt de bv als hoogst scorende vorm naar boven, daarna de stichting en ten slotte het vormgeven als een gemeentelijke afdeling. Bezien vanuit de publieke taakvervulling van het MOB is het behalen en uitkeren van winst in principe geen aspect dat van overwegende c.q. doorslaggevende betekenis is voor de keuze van een rechtsvorm. Daardoor heeft de keuze voor de bv als rechtsvorm niet per se meerwaarde boven de keuze voor de stichting of gemeentelijke afdeling. Op de punten nabijheid en snelheid van realiseren van de vorm van het MOB scoort de gemeentelijke afdeling net iets beter dan de bv. De private vormen scoren echter duidelijk beter dan de gemeentelijke afdeling op het gebied flexibiliteit, innovatief handelen en samenwerken en het organiseren van tegenkracht en organiseren van raad en daad door het kunnen instellen van een statutair toezichthoudend orgaan.

Bij een bv kan de rvc vanuit de eigen rol en op onafhankelijke wijze naast de bestuurder gaan staan: de rvc heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de vennootschap en de met haar verbonden onderneming en bij de vervulling van de taak richt de rvc zich naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Deze voorgaande aspecten lijken ons inziens waardevoller te zijn voor het MOB dat vanaf de start moet gaan doorontwikkelen, pionieren en flexibel moet zijn en daarbij een professionele externe toezichthouder nodig heeft om mee te kunnen sparren; dit is bij een gemeentelijke afdeling lastiger vorm te geven. In het scenario van een bv wordt het MOB aldus een zelfstandige uitvoeringsorganisatie van de gemeente en staat op afstand van de gemeente. Hierdoor kan het MOB ook meer onafhankelijk van de gemeente werken aan het doorontwikkelen van de organisatie. Daarnaast kunnen bedrijven op gelijkwaardige voet (als bedrijven onder elkaar) samenwerken met het MOB. Uiteindelijk zal de gemeente het besliskader dat is opgenomen in de Nota verbonden partijen moeten doorlopen om een bestuurlijke keuze te maken over de vormgeving van het MOB. De hoofdkeuze die gemaakt moet worden is: komt het MOB op afstand van de gemeente te staan in 5

Opgemerkt wordt dat er geen weging in punten is gegeven aan de afwegingen.

7/10

een privaatrechtelijke rechtspersoon of worden de werkzaamheden van MOB binnen de gemeente georganiseerd - binnen een gemeentelijke afdeling? Bovenstaande uitwerking van het afwegingskader geeft een indicatie voor een variant die op dit moment het meest voor de hand ligt. In aanvulling op de afwegingen in de werksessies wijzen we graag op enkele aandachtspunten. We zien goede voorbeelden van een MOB als interne organisatie en van MOB’s op afstand georganiseerd. In de praktijk zien wij echter soms spanningen ontstaan tussen de organisatie op afstand en de gemeente. Enerzijds ervaren de moeder-gemeenten onvoldoende grip op de organisatie en anderzijds hebben de organisaties op afstand het gevoel dat de gemeente de organisatie te veel op de huid zit en stuurt op de verkeerde indicatoren. Vaak spelen belangen van de gemeente en de verbonden partij een rol, die in de uitvoering en de samenwerking lastig kunnen worden onderscheiden van de inhoud. Het aansturen – vanuit de gemeente – van een organisatie op afstand is een vak op zich. Uitvoering op afstand vraagt om bijpassende keuzes in de organisatie-inrichting, met meer focus op opdrachtgeverschap en sturing op resultaat. Daarnaast vraagt dit van medewerkers andere vaardigheden, zoals netwerken, sturen op hoofdlijnen en resultaatafspraken maken.

De genoemde spanningen kunnen worden verholpen door een goede governance in te richten, te sturen op gemaakte afspraken en aandacht te besteden aan eventuele nieuwe, benodigde competenties van betrokkenen.

Governance Bij het zelfstandig willen vormgeven van het MOB onderscheiden wij op hoofdlijnen verschillende actoren: de eigenaar, de opdrachtgever en de opdrachtnemer: Eigenaar

Opdrachtgever

Opdrachtnemer MOB

Deze actoren vormen samen een driehoek in de governance en alle drie actoren hebben een eigen rol, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. De eigenaarrol wordt verankerd en ingevuld door het aandeelhouderschap dat in handen van de gemeente ligt. Veelal neemt de portefeuillehouder financiën de rol in van eigenaar en de inhoudelijke portefeuillehouder de rol van opdrachtgever6; dit is geen (juridische) verplichting en kan ook anders ingevuld worden binnen het college. Het collegelid dat de rol van eigenaar/aandeelhouder inneemt, zal ook veelal de bijbehorende wettelijke en statutaire bevoegdheden kunnen uitoefenen. Formeel wordt de verhouding tussen eigenaar en opdrachtnemer geregeld in de statuten van de bv; de aandeelhouder en het bestuur van MOB hebben statutaire rechten en plichten en zij staan in een formele verhouding met elkaar. De inhoudelijke portefeuillehouder zal veelal als opdrachtgever optreden en vanuit die hoedanigheid een relatie onderhouden met het bestuur/bestuurder van MOB. De relatie opdrachtgever – opdrachtnemer kan contractueel worden verankerd in bijvoorbeeld de vorm van een dienstverleningsovereenkomst (dvo) waarin de (inhoudelijke) opdracht uiteen gezet wordt. 6

Zie ook de Nota verbonden partijen, paragraaf 4.2.5) van de gemeente Roermond.

8/10

Deze dvo wordt gesloten door de bestuurder van MOB met de rechtspersoon de gemeente. Omdat er sprake is van collegiaal bestuur binnen het college van B en W moet het college het gesprek en afstemming tussen de rollen van eigenaar en opdrachtgever laten plaatsvinden binnen het college. De gemeente Roermond is immers enig aandeelhouder en als enig aandeelhouder kan in de aandeelhoudersvergadering niet een tegengestelde stem worden gehanteerd. In onderstaande tabel is voorgaande schematisch weergegeven. Tabel 2: Actoren, rollen en relaties Rol

Wie

Eigenaar

College (vaak portefeuillehouder financiën)

-

College (vaak inhoudelijk portefeuillehouder)

-

Opdrachtgever

Verantwoordelijkheden en bevoegdheden

-

-

Opdrachtnemer

MOB (het bestuur van MOB)

-

zeggenschap over doelstellingen (beleid) en uit te voeren taken van het MOB; instandhouding organisatie van het MOB; bewaken van de duurzaamheid en continuïteit van het MOB formulering van de (inhoudelijke) opdracht aan het MOB tijdig betrekken van het MOB bij onvoorziene ontwikkelingen die van invloed zijn op de uitvoering van de opdracht; maken van rapportageafspraken met het MOB opdat uitvoering van de opdracht kan worden gemonitord; monitoring van de opdrachtuitvoering door het MOB zorgdragen voor bestendigheid van de organisatie; doelmatig en professioneel uitvoeren van de afspraken met de opdrachtgever/eigenaar en afleggen van verantwoording daarover; opdrachtgever tijdig betrekken bij ontwikkelingen die van invloed zijn op uitvoering van de opdracht; voeren van financieel beheer en afleggen van verantwoording daarover

Governance van de bv In het bestuur van de bv zitten, gelet op het borgen van ‘good governance’, geen collegeleden. Het college heeft namelijk al de ‘petten’ van eigenaar en opdrachtgever en daar past niet bij dat het college ook de pet heeft van bestuur van de bv; dan liggen het eigenaar-, opdrachtgever- én opdrachtnemerschap in één hand en lopen alle rollen, belangen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden door elkaar heen. Om deze onwenselijke meervoudige/dubbele-petten-problematiek te voorkomen, moet de functie van bestuur/bestuurder door een externe professionele bestuurder ingevuld worden7. Het toezicht op het bestuur van de bv kan in handen komen van een rvc, bestaande uit externe leden (dus geen collegeleden om zo weer de meervoudige-petten-problematiek te voorkomen) die bijvoorbeeld door het college kunnen worden benoemd. De rvc kan initieel een adviserende en klankbordrol krijgen om de bestuurder/het bestuur van MOB met raad en daad terzijde te staan, bijvoorbeeld over de doorontwikkeling en de koers te bepalen van het MOB. Na verloop van tijd kan een rvc mogelijk meer bevoegdheden van de aandeelhouder overnemen – bijvoorbeeld voorafgaande goedkeuring van de rvc voor het aangaan van bepaalde overeenkomsten door de bestuurder. Deze laatste

In de Nota verbonden partijen van de gemeente wordt overigens uitgegaan van ‘(in beginsel) buitenstaanders’. 7

9/10

bevoegdheid wordt veelal eerst bij de aandeelhouder belegd zodat de aandeelhouder direct kan sturen op beslissingen. Als de bv een gestage en gewenste (door)ontwikkeling maakt en in rustiger vaarwater terecht komt, wordt het vaak meer opportuun om als aandeelhouder deze ‘eigenaarsbevoegdheden’ neer te leggen bij een onafhankelijke rvc. Veelal zal dan eerst een evaluatie van de bv en de werking van de bovenstaande governance plaatsvinden.

10/10

Bijlage 1: Naamloze vennootschap in vergelijking met de besloten vennootschap

Naamloze vennootschap De bv en nv lijken qua rechtsvorm erg op elkaar, maar er zijn enkele verschillen en de nv kent enkele nadelen ten opzichte van de bv. Bij bv is nihil startkapitaal nodig, is geregeld dat bijgehouden moet worden wie de aandeelhouders zijn (het is een besloten kring, vandaar ‘besloten’ in de naam) en geldt er in het algemeen een blokkeringsregeling8 voor aandelenoverdracht, Verder moeten aandelen via de notaris (notariële akte) worden overgedragen. Op deze wijze is steeds bekend wie de aandeelhouders zijn of worden. Bij de nv gaat het om een vennootschap waarbij een verplicht startkapitaal van € 45.000 vereist is en waarbij de aandelen in beginsel vrij overdraagbaar zijn, dus zonder notariële akte. Dit kan tot gevolg hebben dat onduidelijk is wie de aandeelhouder en dus eigenaar is van de nv indien de aandelen op termijn worden overgedragen aan een derde partij. Het probleem kan zich dan voordoen dat bij een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de nv de aandeelhouders verplicht om goedkeuring9 moet worden gevraagd, maar dat er aandeelhouders zijn die men niet kent en die mogelijk een ander (eigen) belang hebben. Deze verrassingen zijn niet gewenst voor een eventuele toekomstige samenwerking met andere partijen in het MOB.

8 9

De aandelen van de bv moeten dan eerst aan de mede-aandeelhouders worden aangeboden. Art. 2:107a BW.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=0c398978-1a9c-4ddc-9a82-72af3619752d