Bijlage 4 - Bijlagen bij de toelichting ontwerp-bestemmingsplan Drusus (digitaal ter inzage)
Tekst van het document
«
P'°j°°t
OOLDER VESTE TE ROERMOND
1335
I 0
recht 9 ever
'pd
Bovendonk 29
1157 STIENSTRA WONINGPROJECTONTWIKKELINGPostbus 4700 BD Roosendaal
AAN DEN ou|:>EN Rev. Wijziging
l
Dot.
Get.
l f
l
l
Acc.
Formaat
School
Tekeningnummer
[__
'A3
,1: 1000
,31-9148-OB1 Bludnummer
L l_
L I
I
O Grontmij Groep 1
l'
hotdotum :
L Alle rechten voorbehouden
Telefoon (0165) 57 58 59 Telefax (0165) 55 59 47
BERG 1
_
Datum
Projeclnummer
,sEPT.'99
,31-9148-1
Get.
Besteknummer
Filenoom
l
,914s-oB1
Gez.
Ace.
f
15V1
|
Bodemonderzoeken - 5476
warm”'gen
00d5
voormaüge varkenssfal `..
Efensfa En ops ag hoo
-
/// /
í/ /
f
`
\
5
_._“=
,/
/,/
ff/0
s'r|erensfal`_woonhuis /
'/ /
W/:ff
_ _
varkenssfal
`
/_.
›
\
// E „å_F
_
-_
/
-_..
varkenssfa
_..
sf erensfa
_...
uatie
"Aon de oude berg 1"
/
.\\
'~
\
//
\\
L1°_2\L3&4L§°M' ///
_; \
/,
-.
„,›'
//
,~›
ii
Gronfmij Advies 8: Techniek Vestigingen Noord-Brabant
.\\\~
Zemikestmat17 Postbus 1265
1ER MQND
ssozac mndnøven Tel?føon(040) 265 12 11 Telefax (040) 244 37 97
0„1EcTONTw|›<+<EL|NG Tmfoon (mss) 51 sa ss møfqx
Formaat
,A3 f
__
Datum
_
'99 LSEPT.
__ __
Got.
Goz.
, LSV*
f
}
(mss) ss ss 47
Schaal
Tekeníngnummer
,1;1000
,31-9148-BA1
Projectnummer
,
Bladnummer
|31-9148-1}
Acc.
Bastaknummer
I
L
Filonaam ï
|9148-BA1
Bodemonderzoeken - 5476
f Grontmij Notitie - Notitienummer
l2l9l6/N03/GMI/ES \
Datum
13 mei 2004
V
.
0
Betreft
l\/[ilieuhygiënischebodemkwaliteit bouwkavels binnenhet
te Herten,gemeente Roermond 1
plangebiedOolder Veste
Inleiding
Ten behoevevan de verkoop/bouwvergunningaanvragen voor bouwkavelsbinnen het plangebiedOolder Veste te Herten, gemeente Roermond is door Grontmij Advies & Techniekeen samenvatting opgesteld in zake de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van deze bouwkavels.
Deze samenvatting kan dienen als: ø bijlage voor de bouwvergunningsaanvraag; 0 ter informatie over de milieuhygiënische bodemkwaliteitvoor toekomstige 2
kopers.
Begrenzing gebied
Het plangebied Oolder Veste is gelegen
'
ten zuiden van Roennond.Ten noorden en ten oosten wordt het plangebied begrensd door de bebouwingvan Herten, terwijl de locatie ten zuidenwordt begrensd door de bebouwing van Merum. In het westen van de locatie is de Oolder Plas gelegen welke in open verbinding staat met de Maas. Het gebied waarop deze notitie van toepassing is is, aangegeven in bijlage
l.
i
3
Milieuhygiënische bodemkwaliteitbouwkavelsOolder
Veste
j
l
M ílíeuhygiëizísc/ze bodemkwaliteit oorspronkelijkebodem Voor het plangebied Oolder›Vesteis een opgesteld met als doel bodemkwalíteitskaart het vastleggenvan de diffuse bodemkwaliteit ter plaatse van Oolder Veste. De bodemkwaliteitskaartis gebaseerd op de resultaten van verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd binnen het plangebied Oolder Veste voorstart van de ophoogwerkzaamheden. De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor het dieptetrajectvan 0,0 tot 2,0 m beneden oorspronkelijk ,
1
É
maaiveld.
Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat er binnenhet gebied sprake is van licht verhoogde achtergrondwaarden voor enkelezware metalen. De mate en aard van de onderzochte componenten is echter zodanig dat voor nieuwbouwlocaties binnen Oolder Veste geldt dat dezegeschikt zijn voor de meest gevoelige functie (wonen met moestuin).
Voor de toekomstigebouwkavelsgeldt dat de teelaardelaag (met een dikte van circa 0,30 m) opzij is geschoven waarna het gebied is opgehoogdmet ophoogzand en vervolgens de teelaardeweer is teruggebracht.
›
i
š
f
E
-
M ílieuhygíënísche kwaliteit aangebracht ophoogzand Het aangebrachte ophoogzand voldoet aan de richtlijnen voor schonegrond zoals genoemd in het Bouwstoffenbesluit. Op ophoogzandwas een kwaliteitsverklaring industriezanden -grind van toepassing. Bovendienis de kwaliteit van dit zand na toepassing nogmaals geverifieerd door middel van: ~ een verificatie onderzoekconfonn de beoordelingsrichtlijn (BRL 9321) betreffende het bovengenoemdeproductcerti?caat uitgevoerd door de leverancier(Smals I
000,0,
www.grontmíj.com
Bodemonderzoeken - 5476
Grontmij Notítienummer
Pagina
121916/N03/GMI/ES
2 van 4
bouwgrondstoffen bv). Het veriñcatie onderzoek is uitgevoerd op het toegepaste materiaal gedurende de eerste maand na het aanbrengenvan het zand; 0 een handhavingskeuringop het toegepaste ophoogzand conform het handhavingsprotocol uit het Bouwstoffenbesluiten gekoppeld aan de voortgang van de ophoging. Deze keuring is uitgevoerd door het onderzoeksbureau MAH BV in opdracht van de gemeente Roermond; Door beide onderzoekenis de genoemde milieuhygiënische kwaliteit, te weten schone. grond, van het toegepaste zand bevestigd.
Dit betekentdat er gezien de milieuhygiënischebodemkwaliteitgeen bezwarenzijn tegen de voorgenomen bestemmingvan het gebied, zijnde wonen met tuin. Uitgevoerde onderzoeken De onderhavige notitie is gebaseerdop de resultaten van, ter plaatse van het te bebouwen deel van het plangebied, uitgevoerde bodemonderzoeken. Een overzicht van de betreffende bodemonderzoeken als mede overige van toepassing zijnde beschikkingen e.d. is opgenomen in bijlage 2. 4
5 Randvoorwaarden gebruik notitie De, in dezenotitie omschrevenmilieuhygiënische bodemkwaliteitgeldt voor onbebouwde (níeuwbouw)kavels binnen het plangebied Oolder Veste. De geldigheid vervalt indien sprake is van veranderendeomstandigheden binnen het plangebied waardoor de milieuhygiënische bodemkwaliteitkan worden beïnvloed en een, in bodemhygiënisch opzicht, nieuwe situatie ontstaat. De onderhavige notitie kan, binnen de aangegeven randvoorwaarden,worden gebruikt als bijlage bij de indiening van de bouwvergunningsaanvraag voor een onbebouwde bouwkavel. Het bijvoegen van de onder punt 4 genoemde rapporten is derhalve niet noodzakelijk.
Voor de goede orde wordt venneld dat conform het gestelde in het Bodembeheerplan Oolder Veste te Roennond grondverzet kleiner dan 25 mi binnen het plangebied Oolder Veste is toegestaan. Grondverzet groter dan 25 m3leidt tot een, in bodemhygiënisch opzicht, nieuwe situatie. In een dergelijk geval wordt voor de, te volgen procedures, verzocht contact op te nemen met de bodemmedewerkers van de afdeling Milieuzaken van de gemeente Roermond. 6
Verantwoording
Deze notitie is opgesteld in samenspraak met de gemeente Roennond. De gemeente stemt ermee in dat, mits aan de bovengenoemderandvoorwaardenwordt Roermond voldaan, dezenotitie wordt geaccepteerdals informatie betreffendede milieuhygiënische bodemkwalíteitten behoevevan een bouwaanvraagvoor de onbebouwdebouwkavels gelegenbinnen het plangebied Oolder Veste.
De, in bijlage 2 opgenomen, documentenzijn desgewenstter inzagebij Grontmij Advies & Techniek,vestiging Limburg of bij de gemeente Roermond.
wow]
www grontmij com
Bijlage 7
Documentatie ophogingen 2006 en 2014
Bijlage 2 Stikstofdepositieberekening
Drusus NL.IMRO.0957.BP00000296-VG01 vastgesteld
66
Notitie
notitie
AERIUS-berekening Realisatie 35 zorgeenheden
project AERIUS-berekening Drusus Hoeve, Herten datum 15 maart 2021 opdrachtgever BPD Ontwikkeling BV Regio Zuid projectnummer 211x09374
Inleiding
meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, ‘Roerdal’ bevindt zich op circa 1,7 kilometer ten noordoosten van het project-
De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Ne-
gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit
derland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het
een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van 35 woningen betreft, kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanlegfase op omliggende Natura 2000-gebieden niet op voorhand worden uitgesloten.
opgesteld door DAd i.a.a. HLe
1,7 km
BRO Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl www.bro.nl
Figuur 1: Ligging van het projectgebied ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden (bron: Natura 2000 Network Viewer)
1
Notitie AERIUS-berekening Realisatie 35 zorgeenheden
AERIUS-berekening
Tabel 1
Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUSberekening uitgevoerd. Uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanlegfase en gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. In de bijlagen zijn de door AERIUS gegenereerde rapportages voor de aanlegfase en gebruiksfase opgenomen. In het voorliggende document wordt de invoer op sommige punten kort toegelicht.
Werktuig
Bouwjaar
Brandstof
Vermogen (kW)
Belasting (%)
Draaiuren
Totale emissie (kg/j)
Totale emissie (NH3)
Mobiele loopkatkraan (hijskraan)
va. 2015
Diesel
125
61
150
10,29
0,02814
Boorstelling (hijskraan)
va. 2014
Diesel
450
69
30
9,31
0,02571
Dumper
va. 2014
Diesel
320
69
20
4,42
0,01219
Graafmachine
va. 2014
Diesel
200
69
60
6,62
0,01995
Shovel
va. 2015
Diesel
100
55
40
1,98
0,00623
Betonstorter
va. 2011
Diesel
200
69
20
8,28
0,00770
Betonmixer
va. 2011
Diesel
200
69
40
16,56
0,01540
Trilplaat
va. 2002
Benzine
10
40
160
0,83
0,00035
17,724
0,034701
Aanlegfase Het planvoornemen betreft de realisatie van 35 woningen op een braakliggend terrein, gelegen aan de Oolderplas, in het westen van de kern Herten. In totaal worden er zestien tweeonder-een-kap woningen en negentien vrijstaande woningen gerealiseerd. De locatie is gelegen aan de Drususberg in Herten, in de gemeente Roermond en staat kadastraal bekend als gemeente Herten, sectie B, nummers 2415, 2416, 2417, 2418, 2419, 2420, 2421 en 2422. Bij de realisatie van de woningen wordt gebruik gemaakt van meerdere (mobiele) werktuigen en vinden verkeersbewegingen plaats. Dit zorgt voor een emissie van stikstof. Deze emissie is berekend. (Mobiele) werktuigen Voor de inzet van (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemiddeld gebruik van mobiele werktuigen bij de realisatie van meerdere woningen en de aanleg van de omliggende gronden, gebaseerd op informatie van reeds uitgevoerde berekeningen. De mobiele werktuigen zijn weergegeven in tabel 1. Daarnaast is een extra bron ingevoerd waarbij het stationair draaien van de mobiele werktuigen is berekend.
maandag 15 maart 2021
Mobiele werktuigen
Stationair draaien (30%)
Verkeer bouw en aanleg Ten behoeve van de bouw en aanleg vinden ook verkeersbewegingen plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens en busjes. De totale verkeersgeneratie is weergegeven in tabel 2. De bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd, waarbij 100% van de bewegingen in twee richtingen is ingevoerd. Hierbij zijn dus meer bewegingen gemodelleerd dan daadwerkelijk plaats gaan vinden, waardoor onzekerheid over de richting van de bewegingen wordt opgevangen. Voor al het vrachtverkeer is een lus ingevoerd ter plaatse van het bouwterrein met een stagnatiefactor van 100%, vanwege het manoeuvreren en stationair draaien. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage.
Conclusie Het rekenresultaat met de ingevoerde mobiele werktuigen en het daarbij horende bouwverkeer is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. Tabel 2
Bouwverkeer
Verkeersbewegingen bouwverkeer
Totale verkeersgeneratie
Bedrijfsbusjes (licht verkeer)
15 p/etmaal
Aan- en afvoer materialen (middelzwaar vrachtverkeer)
300 p/jaar
Zwaar transport (zwaar vrachtverkeer)
200 p/jaar
Onderhavig initiatief betreft een kleinschalige ontwikkeling. Aangezien er sprake is van een bouwperiode van een aantal maanden, is de totale verkeersgeneratie van de vrachtauto’s ingevoerd voor een jaar.
2
Notitie AERIUS-berekening Realisatie 35 zorgeenheden
Gebruiksfase De woningen worden gasloos opgeleverd. Dit zorgt dan ook niet voor een stikstofuitstoot. De verkeersaantrekkende werking van de woningen zorgen wel voor een stikstofuitstoot. Deze is dan ook berekend. In totaal worden er dus 35 woningen gerealiseerd, waarvan zestien twee-onder-een-kap woningen en negentien vrijstaande woningen. De verwachte verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen is berekend op basis van de CROW-publicatie 381 "Toekomstbestendig parkeren". Hierbij is uitgegaan van zestien twee-onder-een-kap woningen en negentien vrijstaande woningen, in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’ in de gemeente Roermond (sterk stedelijke gemeente). Omdat er bij het planvoornemen sprake is van twee doodlopende wegen zijn de verkeersbewegingen opgesplitst in twee richtingen. Aan de noordzijde worden in totaal acht twee-onder-een-kap woningen en negen vrijstaande woningen gerealiseerd. Dit zorgt voor een verkeersgeneratie van 143 verkeersbewegingen per etmaal op een gemiddelde weekdag.
Deze bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd, waarbij 100% van de bewegingen in twee richtingen zijn ingevoerd. Hierbij zijn dus meer bewegingen gemodelleerd dan daadwerkelijk plaats gaan vinden, waardoor onzekerheid over de richting van de bewegingen wordt opgevangen. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage. Conclusie Het rekenresultaat is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j.
Resultaat en conclusie Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij de aanlegfase en gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.
Aan de zuidzijde worden in totaal acht twee-onder-een-kap woningen en tien vrijstaande woningen gerealiseerd. Dit zorgt voor een verkeersgeneratie van 152 verkeersbewegingen per etmaal op een gemiddelde weekdag. In totaal worden er dus maximaal 295 verkeersbewegingen per etmaal gegenereerd op een gemiddelde weekdag door de realisatie van dit planvoornemen. Voor de volledigheid is per doodlopende weg ook twee een vrachtbewegingen meegenomen per week (bewegingen voor bijvoorbeeld een vuilniswagen).
maandag 15 maart 2021
3
Bijlage 1 AERIUS-berekening Aanlegfase
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Aanlegfase 211x09374 Drusushoeve, Herten Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RTHWNWw1VAtn (11 maart 2021) pagina 1/7
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
BRO
Drusushoeve, - Herten
Omschrijving
AERIUS kenmerk
211x09374 Aanlegfase Drusushoeve, Herten
RTHWNWw1VAtn
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
11 maart 2021, 09:45
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
80,45 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Berekening van de aanlegfase voor een herontwikkeling van een braakliggend terrein. Op deze locatie aan de Drusushoeve worden 35 nieuwe woningen gerealiseerd. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Herten, sectie B, nummers 2415, 2416, 2417, 2418, 2419, 2420, 2421 en 2422.
Aanlegfase 211x09374 Drusushoeve, Herten
RTHWNWw1VAtn (11 maart 2021) pagina 2/7
Resultaten
Locatie Aanlegfase 211x09374 Drusushoeve, Herten
Emissie Aanlegfase 211x09374 Drusushoeve, Herten
Resultaten
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
Mobiele Werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
76,02 kg/j
Bouwverkeer (noord) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,08 kg/j
Bouwverkeer (zuid) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,14 kg/j
Bouwverkeer (bouwplaats) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
2,21 kg/j
Aanlegfase 211x09374 Drusushoeve, Herten
RTHWNWw1VAtn (11 maart 2021) pagina 3/7
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Aanlegfase 211x09374 Drusushoeve, Herten
Resultaten
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
AFW
Mobiele Werktuigen 194385, 354451 76,02 kg/j < 1 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
Mobiele loopkatkraan
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
10,29 kg/j < 1 kg/j
AFW
Heistelling
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
9,31 kg/j < 1 kg/j
AFW
Dumper
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
4,42 kg/j < 1 kg/j
AFW
Graafmachine
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
6,62 kg/j < 1 kg/j
AFW
Laadschop
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
1,98 kg/j < 1 kg/j
AFW
Betonstorter
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
8,28 kg/j < 1 kg/j
AFW
Betonmixer
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
16,56 kg/j < 1 kg/j
AFW
Trilplaat
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
AFW
Stationair draaien
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
17,72 kg/j < 1 kg/j
Aanlegfase 211x09374 Drusushoeve, Herten
RTHWNWw1VAtn (11 maart 2021) pagina 4/7
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
15,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
300,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
200,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bouwverkeer (noord) 194610, 354470 1,08 kg/j < 1 kg/j
Bouwverkeer (zuid) 194619, 354471 1,14 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
15,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
300,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
200,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Aanlegfase 211x09374 Drusushoeve, Herten
RTHWNWw1VAtn (11 maart 2021) pagina 5/7
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Standaard
Bouwverkeer (bouwplaats) 194304, 354434 2,21 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Middelzwaar vrachtverkeer
300,0 / jaar NOx NH3
1,29 kg/j < 1 kg/j
Zwaar vrachtverkeer
200,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Aanlegfase 211x09374 Drusushoeve, Herten
RTHWNWw1VAtn (11 maart 2021) pagina 6/7
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Aanlegfase 211x09374 Drusushoeve, Herten
RTHWNWw1VAtn (11 maart 2021) pagina 7/7
Bijlage 2 AERIUS-berekening Gebruiksfase
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Gebruiksfase 211x09374 Drusushoeve, Herten Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rp8e3ZvGcrpM (11 maart 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
BRO
Drusushoeve, - Herten
Omschrijving
AERIUS kenmerk
211x09374 Gebruiksfase Drusushoeve, Herten
Rp8e3ZvGcrpM
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
11 maart 2021, 09:47
2022
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
31,48 kg/j
NH3
2,06 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Berekening van de gebruiksfase voor een herontwikkeling van een braakliggend terrein. Op deze locatie aan de Drusushoeve worden 35 nieuwe woningen gerealiseerd. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Herten, sectie B, nummers 2415, 2416, 2417, 2418, 2419, 2420, 2421 en 2422.
Gebruiksfase 211x09374 Drusushoeve, Herten
Rp8e3ZvGcrpM (11 maart 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Gebruiksfase 211x09374 Drusushoeve, Herten
Emissie Gebruiksfase 211x09374 Drusushoeve, Herten
Resultaten
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
-
Wegverkeer noordelijke woningen (Noord) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
7,49 kg/j
Wegverkeer noordelijke woningen (Zuid) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
7,78 kg/j
Wegverkeer zuidelijke woningen (Noord) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
7,93 kg/j
Wegverkeer zuidelijke woningen (Zuid) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
8,28 kg/j
35 Woningen Wonen en Werken | Woningen
Gebruiksfase 211x09374 Drusushoeve, Herten
Rp8e3ZvGcrpM (11 maart 2021) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Gebruiksfase 211x09374 Drusushoeve, Herten
Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Wegverkeer noordelijke woningen (Noord) 194527, 354461 7,49 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
143,0 / etmaal NOx NH3
7,39 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
4,0 / maand NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
35 Woningen 194385, 354451 9,0 m 2,6 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie
Wegverkeer noordelijke woningen (Zuid) 194536, 354462 7,78 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
143,0 / etmaal NOx NH3
7,68 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
4,0 / maand NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Gebruiksfase 211x09374 Drusushoeve, Herten
Rp8e3ZvGcrpM (11 maart 2021) pagina 4/6
Resultaten
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
152,0 / etmaal NOx NH3
7,83 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
4,0 / maand NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Wegverkeer zuidelijke woningen (Noord) 194528, 354461 7,93 kg/j < 1 kg/j
Wegverkeer zuidelijke woningen (Zuid) 194538, 354462 8,28 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
152,0 / etmaal NOx NH3
8,18 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
4,0 / maand NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Gebruiksfase 211x09374 Drusushoeve, Herten
Rp8e3ZvGcrpM (11 maart 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Gebruiksfase 211x09374 Drusushoeve, Herten
Rp8e3ZvGcrpM (11 maart 2021) pagina 6/6
Bijlage 3 Quickscan Flora en Fauna
Drusus NL.IMRO.0957.BP00000296-VG01 vastgesteld
85
Notitie
: Quickscan flora en fauna ‘Drusushoeve Herten’
Datum Opdrachtgever Projectnummer Opgesteld door
: 31 juli 2017 : BPD Ontwikkeling BV : 211x09374 : ing. M. Koen
Ten behoeve van woningbouw als vervolgfase van de nieuwbouwlocatie OolderVeste ter plaatse van voormalige Drusushoeve te Herten in de gemeente Roermond wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Bij ruimtelijke planvorming is een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. Door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek is een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan zal hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. Natuurbescherming in Nederland De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen.
Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid De provinciale groenstructuur bestaande uit beschermingszones van verschillende typen (waaronder de Goudgroene en Zilvergroene natuurzones) is ruimtelijk vastgelegd in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) welke is vastgesteld op 12 december 2014. De Goudgroene natuurzone vormt het netwerk aan bestaande natuurgebieden (voormalige EHS) en nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. De beheergebieden voor agrarisch natuurbeheer behoren tot de Zilvergroene natuurzone. In het Provinciaal Natuurbeheerplan zijn de na te streven doelen weergegeven op het gebied van (agrarisch) natuur- en landschapsbeheer. De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats middels de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.
ADVIES / Quickscan flora en fauna Drusushoeve Herten (Roermond)
Soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.10 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Vanaf 1 januari 2017 moet, onder de Wet natuurbescherming, bij ruimtelijke ontwikkelingen naast de zorgplicht ook rekening gehouden worden met juridisch zwaarder beschermde soorten vanuit nationaal en Europees oogpunt.
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’). Vooralsnog is het uitgangspunt dat deze indeling gehandhaafd blijft, totdat de provincies deze hebben aangepast en vastgesteld.
Stappenplan soortenbescherming Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen de aanwezige natuurwaarden vanuit de Wet Natuurbescherming en planologisch beschermde natuurwaarden. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016.
ADVIES / Quickscan flora en fauna Drusushoeve Herten (Roermond)
1
Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 30 juni 2017 door een ecoloog van BRO een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Gedurende het veldbezoek is gelet op de potentiele aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest/verblijfsmogelijkheden. Naast een veldbezoek is er een bureauonderzoek gedaan. Aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van ‘expert judgement’ is nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Limburg geraadpleegd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd middels de quickscanhulp (quickscanhulp.nl). De quickscanhulp geeft een overzicht van gegevens (van de afgelopen vijf jaar) uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens. Aan de hand van het verkennende onderzoek is beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.
Beschrijving van het plangebied Het plangebied, gelegen op een landtong, bevindt zich in de gemeente Roermond tussen Ool, Merum, Herten en de Oolderplas (onderdeel van de Maasplassen). In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1. Topografische kaart ligging van het plangebied
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EL&I genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
ADVIES / Quickscan flora en fauna Drusushoeve Herten (Roermond)
Tot circa 10 jaar geleden bevond zich in het plangebied de boerderij Drusushoeve. Deze is inmiddels gesloopt. Het terrein is sindsdien gedeeltelijk opgehoogd met zandig materiaal. In de huidige situatie ligt het plangebied braak en is het recentelijk vlakgetrokken / opgeschoond. Het terrein wordt voor ¾ omgeven door een zomerkade, en aan de oostzijde (¼) bevindt zich een stalen damwand. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 10 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied en directe omgeving
Figuur 3. Zuidelijk deel plangebied
Figuur 4. Noordelijk deel plangebied
ADVIES / Quickscan flora en fauna Drusushoeve Herten (Roermond)
Figuur 5. Oostzijde van het plangebied
Figuur 6. Middendeel van het plangebied
Figuur 7. Plangebied van noordwestelijke hoek
Figuur 8. Westelijk deel van het plangebied
Figuur 9. Buitenzijde zomerkader
Figuur 10. Oolderplas ten westen van het plangebied
ADVIES / Quickscan flora en fauna Drusushoeve Herten (Roermond)
Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, het Roerdal, is gelegen op circa 1,6 kilometer ten oosten van het plangebied (zie figuur 11). Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Externe effecten als gevolg van de voorgenomen plannen zijn, gezien de afstand en de aard van de plannen (uitbreiding van een bestaande nieuwbouwwijk), redelijkerwijs uitgesloten. Vervolgonderzoek in het kader van de Natuurbeschermingswet, onderdeel Natura 2000, wordt niet noodzakelijk geacht. Daarbij is de toetsing met betrekking tot Natura 2000 al uitgevoerd in het rapport” quickscan natuur ter plaatse van Broekveeweg 103 te Herten”. De conclusies in dit rapport hebben ook betrekking op onderhavig plangebied omdat het eveneens deel uitmaakt van de laatste fase van Woningbouwlocatie OolderVeste.
Figuur 11. Ligging Natura 2000 en provinciale natuurzones ten opzichte van plangebied
Planologische gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gedeelte van dit Netwerk (Goudgroene natuurzone) bevindt zich op circa 300 meter ten westen van het plangebied. De buitenzijde van de zomerkade is wel aangewezen als bronsgroene landschapszone. Het beleid van de bronsgroene landschapszone is er op gericht om de (huidige) landschappelijke kernkwaliteiten te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. Ontwikkelingen binnen de ruimte die het beleid voor de verschillende thema’s biedt zijn mogelijk mits de kernkwaliteiten behouden blijft of versterkt worden (‘ja-mits’). Gezien de buitenzijde van de zomerkade wordt behouden, blijven de kernkwaliteiten in de toekomstige situatie behouden. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Limburg in de directe omgeving zullen derhalve niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het Natuurnetwerk Nederland wordt niet noodzakelijk geacht ADVIES / Quickscan flora en fauna Drusushoeve Herten (Roermond)
Toetsing soortenbescherming Vogels Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig, waardoor nestlocaties van soorten als huismus, gierzwaluw en kerkuil zijn uit te sluiten. Door het ontbreken van bomen zijn ook jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil binnen het plangebied uitgesloten. Ook voor de steenuil is binnen en langs het plangebied geen nestgelegenheid aanwezig. In de bomen (wilgen) ten zuiden van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek ook geen (potentiele) jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Gezien het kale karakter is het plangebied in de huidige situatie tevens weinig geschikt als foerageerhabitat voor roofvogels en uilen. In de vegetatie rondom het perceel kunnen diverse vogelsoorten tot broeden komen, zoals grasmus, kneu en roodborsttapuit broeden. Op het lagere terrein zouden grondbroeders als graspieper, veldleeuwerik, gele kwikstaart, kievit en scholekster tot broeden kunnen komen. Tijdens het veldbezoek, dat aan het eind van het broedseizoen heeft plaatsgevonden, zijn ter plaatse geen van dergelijke soorten waargenomen. Het is dan ook niet aannemelijk dat dergelijke grondbroeders op de locatie zullen nestelen, maar voor een volgend broedseizoen wordt niet uitgesloten.
Subconclusie Bij de uitvoeringsfase van de voorgenomen plannen kan er verstoring van broedende vogels plaatsvinden, waarvan het nest niet jaarrond is beschermd. Voor de betreffende soorten geldt dat, indien de werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd/gestart, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten. Indien op een uitvoeringslocatie geen bewoonde nesten, broedende of nestelende vogels aanwezig zijn, mogen ook tijdens het broedseizoen werkzaamheden worden uitgevoerd. Het is dan wel vereist dat voor aanvang van werkzaamheden deze locaties geïnspecteerd worden op aanwezige bewoonde nesten, legsels of nestjongen. Indien deze aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot nadat de jongen zijn uitgevlogen. Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van het Natuurhistorisch Genootschap Limburg en de Zoogdiervereniging (Huizinga et al.
2011) en de NDFF is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, franjestaart, Bechstein's vleermuis, meervleermuis, baardvleermuis, watervleermuis, Brandt's vleermuis, bosvleermuis en ingekorven vleermuis. Het plangebied is geheel onbebouwd en er zijn geen bomen met holtes, spleten of loshangend schors aanwezig, waardoor kan worden uitgesloten dat er verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Het is door de onderlinge afstand tot de bebouwing en de bomen in de omgeving tevens uitgesloten dat er in de directe invloedssfeer van het plangebied potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn die negatieve invloed kunnen ondervinden van de werkzaamheden.
ADVIES / Quickscan flora en fauna Drusushoeve Herten (Roermond)
Het plangebied zal gelet op het kale karakter weinig worden gebruikt door in de omgeving verblijvende vleermuizen als gewone dwergvleermuis en laatvlieger om te foerageren. In directe omgeving, met name ter hoogte van de oeverzone van de Oolderplas, zullen vleermuizen foerageren omdat hier veel insecten aanwezig zijn. Dit foerageerhabitat blijft behouden, echter dient er geen verlichting in de richting van de oeverzone of opgaande groen worden gericht, omdat verlichting een verstorend effect kan hebben op vleermuizen. Bij de voorgenomen plannen worden geen lijnvormige landschapselementen weggenomen of doorsneden. Hierdoor is er geen sprake van het aantasten van potentiële vliegroutes. Wel geldt ook hiervoor dat de oeverzone van de Oolderplas onverlicht dient te blijven, aangezien deze als foerageer/vliegroute voor vleermuizen kan fungeren. Subconclusie Door de afwezigheid van potentiele verblijfplaatsen binnen de invloedsfeer van het plangebied, het foerageeraanbod niet in het geding komt en er geen vliegroutes worden aangetast, is inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale vleermuispopulaties uitgesloten. Wel dient er rekening te worden gehouden met het positioneren van openbare en private verlichting. Om verstoring op voorhand te voorkomen dient verlichting gericht op de Oolderplas te worden vermeden.
Grondgebonden zoogdieren Het plangebied, met name de randzones, vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij onder andere om algemeen beschermde soorten als konijn, haas, aardmuis, veldmuis, wezel, hermelijn, bunzing en vos. Tijdens het veldbezoek zijn in de zomerkade een (vermoedelijk) vossenhol en enkele konijn- en konijnenholen aangetroffen. Vooral dergelijke konijnenholen kunnen ook gebruikt worden door kleine marterachtigen als wezel, hermelijn, bunzing als nest- en verblijfplaats. Voor al deze soorten geldt bij ruimtelijke ontwikkeling een provinciale vrijstelling van de provincie Limburg. Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen graaf-, loop- of eetsporen, latrines en/of wissels aangetroffen die duiden op het veelvuldig gebruik van het plangebied door de das, die wel in de omgeving voorkomt. Het relatief kale terrein biedt ook weinig voedsel aanbod voor de das. Een incidenteel foeragerende das op binnen het plangebied is nooit uitgesloten, maar gezien de grote hoeveelheid aan voedselrijke gronden in de directe omgeving, zal het plangebied niet van essentieel belang zijn voor de functionaliteit ten aanzien van en eventueel in de omgeving aanwezige dassenburcht.
Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de directe omgeving van het plangebied tevens de strenger beschermde grondgebonden zoogdieren steenmarter, eekhoorn, waterspitsmuis en bever waargenomen. Het plangebied biedt geen geschikt habitat voor dergelijke beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. Een soort als de steenmarter kan incidenteel wel passerend binnen het plangebied worden waargenomen, maar essentieel foerageerhabitat is hier uitgesloten. De bever komt wel voor in de oeverzone van de Oolderplas, maar de voorgenomen ontwikkeling doet geen afbeuk aan het leefgebied van de bever. Subconclusie Met de ontwikkeling zullen naar verwachting verblijfplaatsen van enkele algemeen beschermde soorten verloren gaat, waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling een provinciale vrijstelling geldt. Omdat het met al deze soorten binnen de provincie Limburg relatief goed gaat, zal de voorgenomen ontwikkeling geen inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten veroorzaken. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de individuen, die in de holen aanwezig kunnen zijn. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de
ADVIES / Quickscan flora en fauna Drusushoeve Herten (Roermond)
gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Geadviseerd wordt om de zomerkade na september eerst kort te maaien en vervolgens de aanwezige holen zorgvuldig te vergraven in de periode oktober – november. Hiermee worden de kwetsbare voortplantings- en winterperiode ontzien. Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON en het Natuurhistorisch Genootschap Limburg zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van hazelworm en levendbarende hagedis. De waarnemingen van de afgelopen 10 jaar hebben echter betrekking op bos- en natuurgebieden ten oosten van de A73 en ten westen van de Maas. Daarbij is voor reptielen geen geschikt habitat binnen de deellocaties aanwezig. Het is hierdoor redelijkerwijs uitgesloten dat binnen het plangebied een (deel)populatie van een reptielensoort voorkomt. Subconclusie Negatieve effecten op reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën Volgens gegevens van RAVON en het Natuurhistorisch Genootschap Limburg zijn naast de algemene soorten kleine watersalamander, gewone pad, bastaardkikker en bruine kikker in de directe omgeving ook waarnemingen bekend van de minder algemene en strenger beschermde rugstreeppad..
Doordat wateroppervlakten als poelen, sloten en plassen ontbreken zijn voortplantingsmogelijkheden voor amfibieën binnen het plangebied uitgesloten. Wegens het relatief kale karakter is het plangebied tevens weinig geschikt als landhabitat. Incidenteel is een passerende algemene soort als gewone pad of bruine kikker, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling, nooit uitgesloten. Indien er tijdens de werkzaamheden onverhoopt ondiepe regenplassen binnen het plangebied ontstaan in de periode april - september, kunnen deze mogelijk als voortplantingswater gaan dienen voor de rugstreeppad. Wanneer er gedurende de uitvoeringsperiode langdurig opslag plaatsvindt van relatief losse grond, kan deze grond door rugstreeppadden worden gebruikt als (winter)schuilplaats door zich hier in te graven. Indien wordt voorkomen dat dergelijke elementen meerdere aaneengesloten weken binnen het plangebied aanwezig zijn, zal de rugstreeppad (die per nacht 5 km kan afleggen) zich hier niet vestigen. Subconclusie De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt habitat veroorzaken van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties is dan ook uitgesloten, mits op voorhand mogelijke vestiging van de rugstreeppad wordt voorkomen.
In het kader van de algemene zorgplicht is het wederom noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.
ADVIES / Quickscan flora en fauna Drusushoeve Herten (Roermond)
Beschermde ongewervelde diersoorten Voor libellen geldt dat water nodig is ter voortplanting. Gezien het ontbreken hiervan kan gesteld worden dat deze soortgroep niet in staat is zich in de huidige situatie te vestigen. Beschermde dagvlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat met waard- en nectarplanten. In de (wijdere) omgeving van Herten zijn alleen waarnemingen bekend van de grote vos en kleine ijsvogelvlinder. Deze soorten zijn qua habitat meer gebonden aan habitat met vochtige, open (loof)bossen. Dit is ter plaatse van het plangebied niet aanwezig. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoorn, zijn eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied is ook hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Subconclusie Negatieve effecten voor beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten De aanwezigheid van water, de zuurgraad van de bodem, de beschikbare hoeveelheid voedingsstoffen, de hoeveelheid zonlicht en de antropogene beïnvloeding bepalen in hoeverre een groeiplaats voor een bepaalde plant geschikt is.
Gezien het feit dat het plangebied zeer recentelijk is opgeschoond en vlakgetrokken, biedt het plangebied geen groeihabitat voor conform de Wet natuurbescherming beschermde soorten als dreps, glad biggenkruid, gladde zegge, groot spiegeklokje, grote leeuwenklauw en kartuizer anjer waarvan volgens de gegevens uit de NDFF na 2010 groeiplaatsen bekend zijn binnen enkele kilometers van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn daarbij ook geen beschermde soorten vaatplanten aangetroffen. Subconclusie Negatieve effecten voor beschermde vaatplanten worden op voorhand uitgesloten.
ADVIES / Quickscan flora en fauna Drusushoeve Herten (Roermond)
Conclusies gebiedsbescherming Gezien de afstand tot een Natura 2000-gebied (circa 1,6 km) en de aard van de plannen (uitbreiding van een bestaande nieuwbouwwijk, wat qua Natura 2000 in een eerder stadium al is goedgekeurd), zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Limburg (op circa 300 meter) en de kernkwaliteiten van de bronsgroene landschapszone (buitenzijde zomerkade) is eveneens niet aan de orde. Conclusies soortbescherming Op basis van deze quickscan wordt vervolgonderzoek naar het voorkomen van verschillende soortgroepen niet noodzakelijk geacht. Evenmin is er sprake van een noodzaak tot het indienen van een ontheffingsaanvraag voor overtreding van verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming ten aanzien van het (indirect) verstoren van vaste rust- en verblijfplaatsen. Voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden dient wel het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht te worden genomen. Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding te voorkomen, het plangebied buiten het broedseizoen bouwrijp te worden gemaakt of een controle dient de aanwezigheid van broedgevallen uit te sluiten. Om verstoring op vleermuizen voorhand te voorkomen dient verlichting gericht op de Oolderplas te worden vermeden.
Met betrekking tot de rugstreeppad, met een voorkeur voor dynamische terreinen, dient langdurige aanwezigheid van regenplassen en opslag van losse grond te worden vermeden. Ten behoeve van binnen het plangebied aanwezige algemene soorten dient de zorgplicht in acht te worden genomen. De minst gevoelige periode waarin de (graaf/ophoog)werkzaamheden kunnen plaatsvinden, met name ter hoogte van de zomerkade, betreft eind september – half november.
ADVIES / Quickscan flora en fauna Drusushoeve Herten (Roermond)
Samenvatting In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningtrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen. Tabel I. Overzicht (potentiele) aanwezigheid beschermde soorten/gebieden en te nemen vervolgstappen Soortgroep
algemeen
Potentieel
Sprake van
Vervolgtraject / maatre-
Bijzonderheden / opmerkin-
aanwezig
verstoring
gelen
gen
ja
mogelijk
plangebied buiten broed-
globale broedseizoen loopt van
seizoen bouwrijp maken
maart tot half augustus
nee
nee
-
-
nee
nee
-
-
verlichting gericht op
dit geldt voor zowel openbare
Oolderplas vermijden
als private verlichting
zorgplicht; maaien , holen
voor de betreffende soorten
vergraven in periode eind
geld provinciale vrijstelling bij
sept. - half nov.
ruimtelijke ontwikkeling
-
-
Broedvogels
jaarrond beschermd verblijfplaatsen
Vleermuizen
foerageerhabitat
direct buiten plangebied
mogelijk
vliegroutes
Grondgebonden zoogdieren
Reptielen
ja
nee
ja
nee
zorgplicht voor algemene Amfibieën
ja
mogelijk
soorten en vestiging rugstreeppad voorkomen
voor rugstreeppad geldt geen provinciale vrijstelling
Vissen
nee
nee
-
-
Ongewervelden
nee
nee
-
-
Vaatplanten
nee
nee
-
alleen algemene soorten
Afstand tot
Sprake van
gebied
verstoring
ca. 1,6 km
nee
Gebiedsbescherming
Natura 2000
Vervolgtraject
-
Bijzonderheden / opmerkingen is in een eerder stadium al goedgekeurd kernkwaliteiten bronsgroene landschapszone blijft minimaal
Natuurnetwerk Nederland
ca. 300 m
nee
-
gelijk, wezenlijke ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk
ADVIES / Quickscan flora en fauna Drusushoeve Herten (Roermond)
Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur
Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.
Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.
Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.
Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.
SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.
Literatuur Limburg
van Buggenum, H.J.M., R.P.G. Geraerds & A.J.W. Lenders (red.) 2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980-2008. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht.
Hermans, J.T., R.W. Akkermans, F. Mertens, J. van der Weele & H.W.G. Heijligers 2004. Werkatlas libellen in Limburg. Inventarisatiegegevens periode 1977-2003. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Roermond.
Huizinga, C.E., L.S.G.M. Verheggen & R.W. Akkermans 2005. Werkatlas zoogdieren in Limburg. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Roermond.
Huizinga, C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Morelissen & L.S.G.M. Verheggen 2010. Zoogdieren van Limburg. Verspreiding en ecologie in de periode 1980-2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht.
Kurstjens, G., B. Peters & K. van Looy 2010. De flora van het Maasdal. Ontwikkelingen van bijzondere soorten sinds de start van natuurontwikkeling vanaf 1994. Deelrapport 7. Kurstjens ecologisch adviesbureau, Beek-Ubbergen / Bureau Drift, Berg en Dal / INBO, Brussel.
Algemene websites
www.eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)
www.floron.nl (soortgegevens planten)
www.ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)
www.rvo.nl (nationale natuurwetgeving en soortenstandaarden)
www.sovon.nl (soortgegevens vogels)
www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)
www.verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)
www.vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)
www.zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)
Provinciale websites
www.polviewer.nl (NNN en beschermde gebieden in Limburg)
www.natuurgegevensprovincielimburg.nl (natuurgegevens provincie Limburg)
ADVIES / Quickscan flora en fauna Drusushoeve Herten (Roermond)