CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - bijlagen bij bestemmingsplantoelichting

Commissie Ruimte (RU) 22 juni 2022, gemeente RoermondBij agendapunt: Bestemmingsplan Woningbouw Veldje - Clauslaan23.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan ‘Woningbouw Veldje – Clauslaan’ Gemeente Roermond Bijlagen bij Toelichting

Bestemmingsplan ‘Woningbouw Veldje – Clauslaan’ Gemeente Roermond Bijlagen bij Toelichting

Rapportnummer BRO:

P03858

IMRO:

NL.IMRO.0957.BP00000319-VA01

Datum:

19 mei 2022

Contactpersoon opdrachtgever:

RJ

Projectteam BRO:

ROs, DAd; JvG

Concept:

september 2021

Ontwerp:

januari 2022

Vaststelling:

mei 2022

Trefwoorden:

Bestemmingsplan, woningen, Veldje, Clauslaan, Maasniel en Roermond.

Bron foto kaft:

Hollandse hoogte 14

Beknopte inhoud:

Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld ten behoeve van de realisatie van zes grondgebonden woningen aan het Veldje en de Clauslaan binnen het stadsdeel Maasniel (gemeente Roermond).

BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

3

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

4

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

103

Bijlage 3

Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek

136

Bijlage 4

Quickscan Flora en Fauna

190

Bijlage 5

Aeriusberekening

207

Bijlage 6

Nota van zienswijzen PM

224

Woningbouw Veldje - Clauslaan NL.IMRO.0957.BP00000319-VA01 vastgesteld

2

Bijlagen bij toelichting

Woningbouw Veldje - Clauslaan NL.IMRO.0957.BP00000319-VA01 vastgesteld

3

Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek

Woningbouw Veldje - Clauslaan NL.IMRO.0957.BP00000319-VA01 vastgesteld

4

Verkennend bodemonderzoek Veldje ong. te Maasniel

Verkennend bodemonderzoek Veldje ong. te Maasniel Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum

: AM20641 : Definitief (versie 2) : 31 augustus 2021 (vervangt versie 14 juli 2021)

Opdrachtgever

: BRO Industriestraat 94 5931 PK Tegelen

Opgesteld door Paraaf

: ing. T.K.P.G. Thijssen :

Gecontroleerd door Paraaf

: M. Vrolix, bc :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

2001 + 2002 + 2018

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en NEN 5707 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina | 2

AM20641

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ............................................................................................................................................................................................................4

2.

VOORONDERZOEK ............................................................................................................................................................................................5 2.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5

2.2

Topografische beschrijving ........................................................................................................................................................................5

2.3

Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal ......................................................................................................................6

2.4

Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................7

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie ...................................................................................................................................................... 12

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie .............................................................................................................................................. 12

2.7

Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................................................................................................... 13

2.8

Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 13

3.

ONDERZOEKSSTRATEGIE............................................................................................................................................................................ 14 3.1

Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 14

3.2

Onderzoeksstrategie NEN 5740 ............................................................................................................................................................ 14

3.3

Onderzoeksstrategie NEN 5707 ............................................................................................................................................................ 15

4.

VELDWERKZAAMHEDEN.............................................................................................................................................................................. 16 4.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 16

4.2

Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 16

4.3

Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 17

5.

LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................................................................................... 19 5.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 19

5.2

Grondmengmonsters asbest (fijne fractie) ........................................................................................................................................ 19

5.3

Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket .......................................................................................................................................... 20

5.4

Grondwatermonster ................................................................................................................................................................................... 22

5.6

Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 22

6.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.......................................................................................................................................................... 23

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8 9

Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Verklaring veldmedewerker Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie) Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonster Bodemrapportage gemeente Roermond

Pagina | 3

AM20641

1.

INLEIDING

In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Veldje ong. te Maasniel

Gemeente

: Roermond

Kadastrale registratie

: Roermond, sectie F, nummers 2831, 2932 (ged.) en 5648

Oppervlakte

: circa 1.800 m2

Huidig gebruik van de locatie

: bedrijfsloods en openbaar groen

Toekomstig gebruik

: wonen

Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740 en NEN 5707. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.

Aanleiding Dit bodemonderzoek is uitgevoerd voor de beoogde bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw van woningen.

Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.

Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-

en

grondwateronderzoek)

beschreven.

Hoofdstuk

5

beschrijft

de

laboratoriumwerkzaamheden

en

de

onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in juni 2021. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).

Pagina | 4

AM20641

2. VOORONDERZOEK 2.1

Inleiding

Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: 

opdrachtgever;

eigenaar;

het kadaster;

topotijdreis.nl;

het dinoloket;

gemeente Roermond;

provincie Limburg;

terreininspectie.

In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.

2.2

Topografische beschrijving

De onderzoekslocatie ligt in de bebouwde kern van Maasniel. Kadastraal is de locatie bekend als Roermond, sectie F, nummers 2831, 2932 (ged.) en 5648. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 198.547/ Y = 356.764. Zie bijlage 1 voor een kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.

Afbeelding 1: begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: pdokviewer)

Pagina | 5

AM20641

2.3

Bewoningsgeschiedenis – historisch kaartmateriaal

Het plangebied ligt aan de straat Het Veldje en maakt deel uit van de oude bewoningskern van Maasniel. Het plangebied ligt op circa 1,1 kilometer ten noordoosten van de binnenstad van Roermond. Tegenwoordig maakt Maasniel als stadsdeel onderdeel uit van de bebouwde kom van Roermond. Het tussenliggende gebied werd tot in de 20 e eeuw gekenmerkt door bouwlandvelden met tussen gelegen gehuchten zoals Notenboom en De Straat. In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat in 1900 in het zuidwestelijk deel van de onderzoekslocatie bebouwing aanwezig is. Het overige deel is als tuin in gebruik. In 1940 en 1960 is een vergelijkbare situatie te zien, wel neemt de bebouwing in deze periode in de directe omgeving toe en zijn nieuwe straten aangelegd. Op de kaart van 1960 is direct ten zuiden van de onderzoekslocatie ook bebouwing waar te nemen. Het betreft het bedrijfsgebouw van de firma Bakovenbouw Beckers aan de Irenelaan 2a-4. Deze bedrijfsbebouwing is in de jaren zeventig en tachtig uitgebreid.

jaartal 1900

jaartal 1940

jaartal 1970 jaartal 1985 Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (bron kaarten: topotijdreis.nl)

jaartal 1960

jaartal 1995

Pagina | 6

AM20641

In afbeelding 3 zijn luchtfoto’s opgenomen van de jaren 2006, 2007 en 2009. Op de luchtfoto van 2006 is de situatie vergelijkbaar met de topografische kaart van 1995. Op de luchtfoto van 2007 is te zien dat de zuidelijke bedrijfsbebouwing (Bakovenbouw Beckers) gesloopt is en ter plaatse nieuwbouw plaatsvindt. Ten zuiden van de onderzoekslocatie is de Clauslaan aangelegd. De foto van 2009 komt overeen met de huidige situatie.

luchtfoto 2006 luchtfoto 2007 Afbeelding 3: geraadpleegde luchtfoto’s (bron luchtfoto’s: topotijdreis.nl)

2.4

luchtfoto 2009

Dossieronderzoek

Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 3 mei 2021 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Roermond. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GENX. Tevens is via de website van de gemeente Roermond bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 9. Een samenvatting van de resultaten van de meest relevante bodemonderzoeken is weergegeven in tabel 2.3. De door de gemeente beschikbaar gestelde bouw- en milieuvergunningdossiers van de onderzoekslocatie zijn op 18 juni 2021 ingezien. Een samenvatting van de meest relevante vergunning informatie is opgenomen in tabel 2.1. Datum

Vergunning

Opmerkingen

06-08-1962

Bouwvergunning voor de bouw van een

In de beschikbaar gestelde vergunningstukken is geen informatie

woning en kantoor Veldje 11a

opgenomen omtrent de toepassing van asbesthoudende materialen.

Bouwvergunning voor de bouw van een

In de beschikbaar gestelde vergunningstukken is geen informatie

loods bij Veldje 11a

opgenomen omtrent de toepassing van asbesthoudende materialen.

Vergunning Wet milieubeheer voor het

Ter plaatse is het bedrijf Creemers Transporten gevestigd. Het betreft een

oprichten en in werking hebben van een

transportonderneming met een loods/werkplaats en parkeerplaats. Ter

transportonderneming.

plaatse zijn vrachtauto’s gestald en vinden kleine reparatiewerkzaamheden

22-07-1963

27-12-1994

plaats aan eigen materieel. Binnen de inrichting bevinden zich drie ondergrondse tanks. In de loods onder de betonvloer liggen twee ondergrondse tanks van 3.000 liter voor de opslag van afgewerkte olie en huisbrandolie. Daarnaast is er een smeerput aanwezig. Pagina | 7

AM20641

Datum

Vergunning

Opmerkingen Op het voorterrein ligt een ondergrondse tank (6.000 liter) voor de opslag van dieselolie. Tegen de noordelijke gevel van de loods bevindt zich een afleverinstallatie voor dieselolie. In de loods vindt daarnaast nog opslag plaats van motorolie en petroleum in vaten en gas.

27-12-1994

Besluit opslag- en transportbedrijven

De inrichting valt onder de werkingssfeer van het besluit.

milieubeheer 10-09-2001

Bedrijfsbezoek naleving voorschriften

Tijdens het bezoek is geconstateerd dat de opslag van diesel, olie en oude

Besluit opslag- en transportbedrijven

accu’s niet plaatsvindt op een vloeistofdichte bak.

Milieubeheer 14-03-2002

16-09-2003

Hercontrole naleving voorschriften

Tijdens de hercontrole is geconstateerd dat opslag van oude accu’s en een

Besluit opslag- en transportbedrijven

gedeelte van de opslag van olie en diesel boven een lekbak plaatsvindt.

Milieubeheer

Een deel van de olie en diesel wordt nog niet boven de lekbak opgeslagen.

Bedrijfsbezoek naleving voorschriften

Tijdens het bezoek is geconstateerd dat opslag van dieselolie in emballage

Besluit opslag- en transportbedrijven

niet plaats vindt boven een lekbak. Binnen de inrichting vinden, behoudens

Milieubeheer

incidenteel klein onderhoud, geen herstel- en onderhoudswerkzaamheden aan motorvoertuigen plaats.

25-01-2006

Bedrijfsbezoek naleving voorschriften

Tijdens het bezoek is geconstateerd dat voor de bodembedreigende

Besluit opslag- en transportbedrijven

activiteiten binnen de inrichting (opslag en gebruik oliën) voldoende

Milieubeheer

maatregelen (vloeistofdichte vloer en lekbakken) zijn getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen.

05-11-2014

Bedrijfsbezoek naleving voorschriften

Tijdens het bezoek is gebleken dat vanaf 1 januari 2012 de

Besluit opslag- en transportbedrijven

containertransportactiviteiten zijn beëindigd. Er zijn geen vrachtwagens

Milieubeheer

meer. In de bedrijfsloods vinden nog enkele kleinschalige werkzaamheden plaats (metaalbewerking). In het bedrijf wordt minder dan 25 liter aan gevaarlijke stoffen opgeslagen. Vaten met smeerolie en afgewerkte olie zijn boven lekbakken geplaatst. Daarnaast vindt opslag plaats van rode diesel in een tank met een lekbak.

Tabel 2.1.: Overzicht geraadpleegde (relevante) bouw- en milieuvergunningen

Ter plaatse van of direct nabij de onderzoekslocatie zijn in september 2000 vier ondergrondse brandstoftanks gesaneerd. Een overzicht van deze tanks en de saneringsinformatie is opgenomen in tabel 2.2. Type

Situering

Datum tanksanering

Opmerking

Ondergrondse huisbrandolietank,

opslagloods onder

21-09-2000

De tank is inwendig gereinigd en gevuld met

3.000 liter

betonvloer

zand. Het leidingwerk is inwendig gereinigd en onklaar gemaakt. KIWA certificaatnr. Q4058.

Ondergrondse dieselolietank, 6.000

voorterrein

21-09-2000

liter

De tank en het leidingwerk zijn inwendig gereinigd, verwijderd en afgevoerd. KIWA certificaatnr. Q4057.

Ondergrondse huisbrandolietank, 6.000 liter

langs woonhuis 11a

21-09-2000

De tank en het leidingwerk zijn inwendig gereinigd, verwijderd en afgevoerd. KIWA certificaatnr. Q4056.

Pagina | 8

AM20641

Type

Situering

Datum tanksanering

Opmerking

Ondergrondse afgewerkte olie tank

opslagloods onder

21-09-2000

De tank is inwendig gereinigd en gevuld met

betonvloer

zand. Het leidingwerk is inwendig gereinigd. KIWA certificaatnr. RM262.

Tabel 2.2: Overzicht gesaneerde ondergrondse tanks op de locatie (bron tankinformatie: gemeente Roermond)

Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn de in tabel 2.3 weergegeven bodemonderzoeken uitgevoerd. Onderzoek

Samenvatting resultaten

Nulsituatie bodemonderzoek

Het doel van het onderzoek was het vastleggen van de kwaliteit van de bodem ter plaatse van vier

Veldje 11a Roermond

ondergrondse tanks, een afleverinstallatie, een smeerput en het voorterrein van de locatie. Uit de

Lyons Business Support BV,

resultaten van het onderzoek blijkt dat de grond aan de onderzijde van de tanks en nabij de smeerput

kenmerk 970088.LBS d.d. 13 juni

niet verontreinigd is met minerale olie en vluchtige aromaten. De grond nabij de vulpunten van de

1997

tanks is echter matig tot sterk verontreinigd met minerale olie, waarbij het gehalte in de grond nabij het vulpunt van de HBO-tank evenwijdig aan het woonhuis de interventiewaarde overschrijdt. De omvang van de verontreiniging bij de vulpunten werd omschreven als zeer gering. De grond (traject 0,5-1,0 m-mv) nabij de afleverinstallatie voor dieselolie is matig verontreinigd met minerale olie.

Aanvullend bodemonderzoek

Het aanvullend bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van het in 1997

Veldje 11a Roermond

uitgevoerde nulsituatie bodemonderzoek. Ter plaatse van de afleverinstallatie werd bij het nulsituatie

Econsultancy, kenmerk 97121021

onderzoek een matige verontreiniging met minerale olie aangetoond in de grond (traject 0,5-1,0 m-

d.d. 22-01-1998

mv). Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn in de grond zintuiglijk zeer lichte tot matige oliegeuren en puinresten waargenomen. De minerale olie verontreiniging is organoleptisch afgeperkt. Er zijn geen analyses uitgevoerd. Uit de resultaten blijkt dat de verontreiniging zich voornamelijk beperkt tot de grond (0-1,0 m-mv) bij de afleverinstallatie. De omvang bedraagt maximaal 15 m3. Hiervan is circa 5 m3 sterk verontreinigd met minerale olie.

Evaluatie bodemsanering

De sanering heeft plaatsgevonden in verband met een minerale olieverontreiniging ter plaatse van

Veldje 11a Roermond

de dieselafleveringsinstallatie en de olieverontreiniging ter plaatse van de vulpunten van de

Econsultancy, kenmerk 98091315

ondergrondse tanks op het buitenterrein.

d.d. 05-12-2000 Tijdens de sanering is voldaan aan de beoogde doelstellingen en uitgangspunten. De saneringswerkzaamheden zijn uitgevoerd door Vissers Oliehandel Horst BV. Gedurende de saneringswerkzaamheden hebben zich geen bodembedreigende calamiteiten voorgedaan. De met minerale olie verontreinigde grond is afgevoerd naar BSN BV te Weert. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de grond ter plaatse van de putbodem van de voormalige diesel afleveringsinstallatie nog licht verontreinigd is met minerale olie. De verontreiniging is gedeeltelijk niet ontgraven in verband met instortingsgevaar van de loods. De kern van de verontreiniging is geheel verwijderd. Er is nog sprake van een geringe restverontreiniging ter plaatse van de putbodem en ten westen van de loods ter plaatse van de aanwezige stelconplaten. Bodemonderzoek Julianalaan 13

Uit het vooronderzoek is geconcludeerd dat het onderzoeksterrein aangemerkt kan worden als een

Roermond, Van Lierop

niet verdachte locatie. Deze niet verdachte status wordt bevestigd door de resultaten van het

Milieutechniek, kenmerk B/93-

uitgevoerde bodemonderzoek.

181-208 d.d. november 1993

In het geanalyseerde grondmengmonster van de bovengrond zijn, met uitzondering van enkele individuele Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) geen van de onderzochte parameters aangetroffen in een gehalte verhoogd ten opzichte van de (toenmalige) A-waarde. Pagina | 9

AM20641

Onderzoek

Samenvatting resultaten De aanwezigheid van de aangetoonde licht verhoogde concentraties aan individuele PAK’s kan worden gerelateerd aan de aangetroffen puinresten. In het geanalyseerde grondmengmonster van de ondergrond zijn geen van de onderzochte componenten gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de (toenmalige) A-waarde. In het geanalyseerde grondwatermonster zijn, met uitzondering van chroom, geen van de onderzochte componenten gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de (toenmalige) A-waarde.

Evaluatierapport bodemsanering

Doelstelling van de uitgevoerde bodemsanering is het verwijderen van de bodemverontreiniging met

plan Beckerhof (Irenelaan 2a-4)

lood, minerale olie, tolueen en tetrachlooretheen (PER) tot een niveau waarbij de bodem geschikt is

Roermond, UDM Zuid BV,

voor de functie wonen met tuin. De bodemsaneringsactiviteiten zijn uitgevoerd in de periode februari

kenmerk 05.03.0014 d.d. 20-12-

t/m september 2006, in combinatie met het bouwrijp maken van het plangebied ‘Beckerhof. De

2006

ontgravingsactiviteiten zijn niet onder het grondwaterniveau (in den natte) uitgevoerd. Tijdens de uitvoering van de bodemsaneringsactiviteiten hebben zich geen onvoorziene voorvallen voorgedaan. In het kader van de bodemsanering in combinatie met het bouwrijp maken van het plangebied is verontreinigde grond afgevoerd naar BSN (Bodemsanering Nederland) te Weert. Daarnaast is categorie I grond en schone grond per vrachtauto afgevoerd naar diverse verwerkingslocaties. In verband met grondverbetering ter plaatse van de bouwblokken binnen het plangebied is schoon aanvulzand aangevoerd vanuit groeve Holterheide te Brüggen (D). Op basis van de milieukundige bodemonderzoeken welke, voorafgaand aan en tijdens de uitvoering van

de

bodemsaneringsactiviteiten,

eindcontrolemonsters

van

de

zijn

uitgevoerd

putbodems

en

en

–wanden

de

analyseresultaten

blijkt

dat

de

van

de

uitgevoerde

bodemsaneringsactiviteiten ter plaatse van de toekomstige woningen met bijbehorende tuinen hebben geresulteerd in een milieuhygiënische bodemkwaliteit die minimaal voldoet aan de bodemkwaliteit die is vereist bij de functie ‘wonen met tuin’. Ter plaatse van de toekomstige infrastructuur nabij deellocatie F is in de ondergrond (bodemlaag vanaf circa 0,5 m-mv.) sprake van een beperkte restverontreiniging met PER in gehalten groter dan de streefwaarde, maar kleiner dan de tussenwaarden. Ter plaatse van de (toekomstige) infrastructuur nabij de deellocaties I en K (beide aan de zijde van de Irenelaan) is in de ondergrond (bodemlaag vanaf circa 0,5 m-mv.) sprake van een beperkte restverontreiniging met minerale olie. De gemeten gehalten overschrijden de streefwaarde, maar zijn kleiner dan de tussenwaarden. Grondwater Gezien het feit dat middels de uitgevoerde grondsanering de verontreinigingsbron (grotendeels) is verwijderd, wordt verwacht dat als gevolg van diffusie en natuurlijke afbraak, de gehalten c.q. concentraties verontreinigde parameters in de ondergrond en/of het grondwater (verder) afnemen. Dit wordt bevestigd door de analyseresultaten van het grondwatermonster uit een direct ten noorden van de saneringslocatie geplaatste controlepeilbuis (peilbuis 400, waarin 5,3 µg/l PER is gemeten).

Door middel van monitoring van het grondwater dient de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater ter plaatse van voornoemde controlepeilbuis gedurende één jaar gecontroleerd te worden. Het grondwater in de controlepeilbuis wordt conform afspraak met de gemeente Roermond (i.c. Afdeling Plannen en Projecten), d.d. 16 maart 2006, 3x (1x per 4 maanden) bemonsterd. De grondwatermonsters (3 stuks) worden geanalyseerd op het NEN 5740 analysepakket voor grondwater.

Pagina | 10

AM20641

Onderzoek

Samenvatting resultaten Indien uit de resultaten van de grondwatermonitoring blijkt dat de saneringsdoelstelling (‘stabiele eindsituatie’) voor het grondwater niet behaald kan worden, wordt in overleg met de Gemeente Roermond (i.c. Afdeling Plannen en Projecten) bepaald welke vervolgstappen genomen dienen te worden. Indien de concentraties gechloreerde koolwaterstoffen na 3 bemonsteringen en analyses niet significant wijzigen, wordt een voorstel ingediend bij het Bevoegd gezag om de monitoring te stoppen dan wel de monitoringsfrequentie te verminderen. Op 15 maart 2007 heeft de gemeente Roermond ingestemd met de inhoud van het evaluatierapport.

Verkennend onderzoek asbest in

Ter plaatse van de openbare weg Veldje zijn drie asbestinspectiegaten gegraven. Ter hoogte van de

bodem Groot onderhoud Maasniel

onderhavige onderzoekslocatie is inspectiegat 334 gegraven. In het uitgegraven materiaal zijn geen

Royal Haskoning, kenmerk

asbestverdachte materialen aangetroffen. Analytisch is geen verhoogd asbestgehalte aangetoond.

9V9527.04 d.d. 08-06-2010 Verkennend bodemonderzoek

Het bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de beoogde wijziging van de bestemming naar

Julianalaan 15 Maasniel

wonen. Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als

Aeres Milieu, kenmerk AM14291

“verdacht” beschouwd. Het onderzoek is dan ook uitgevoerd conform de NEN 5740 norm voor een

d.d. 05-12-2014

verdachte locatie. Een aanwezige smeerput is als verdachte deellocatie beschouwd. Tevens dient rekening gehouden te worden met het aantreffen van verontreinigingen met zware metalen in het grondwater ten gevolge van de regionale grondwaterproblematiek. Op basis van de verzamelde informatie uit het dossieronderzoek bestaat er aanleiding om de locatie als verdacht te beschouwen op de aanwezigheid van asbest. Ter plaatse is een verkennend onderzoek asbest in grond worden uitgevoerd conform de NEN 5707. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn in het opgeboorde bodemateriaal plaatselijk bijmengingen met puin, baksteen en koolresten aangetroffen. Ter plaatse van boring 6 is zintuiglijk in de ondergrond en zwakke olie-water reactie en zwakke dieselgeur waargenomen. Op het maaiveld en in het gezeefde bodemmateriaal zijn visueel geen asbestverdacht materialen aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met kobalt, kwik en lood en plaatselijk licht verontreinigd met cadmium, koper en zink. De ondergrond is licht verontreinigd met kobalt. Ter plaatse van boring 6 is een matige verontreiniging met minerale olie vastgesteld. Het freatisch grondwater is licht verontreinigd met barium. In RE1 en RE3 van het asbestonderzoek is geen asbest aangetroffen/gemeten. De gemiddelde asbestconcentratie binnen RE2 is berekend op 0,4 mg/kg d.s.

(gewogen). De gemiddelde concentratie ligt ruim onder de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s.

Tabel 2.3: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken

Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Uit informatie van de provincie Limburg (ondergrondportaal Limburg) blijkt dat binnen of direct nabij het onderzoeksgebied geen (voormalige) stortplaatsen of ernstige bodemverontreinigingen bekend zijn. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS en/of GenX.

Pagina | 11

AM20641

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie

De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.4. Diepte [m-mv]

Lithostratigrafie

Lithologie

0 – 1,1

Formatie van Boxtel

Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, midden en fijn zand, weinig klei, veen en grof zand

1,1 – 5,4

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind

5,4 – 18,5

Formatie van Beegden

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken

18,5 - 40

Formatie van Sterksel

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei

Tabel 2.4: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer B58G0099)

Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 22,7 meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 20 meter +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie

Op 8 juni 2021 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Momenteel is het plangebied deels bebouwd met een bedrijfsloods. Het voorterrein (westelijk van de loods) is deels verhard met stelconplaten en deels met klinkers. Het overig deel van de locatie bestaat uit groen. In de loods vindt opslag plaats van bouwmaterialen (hout) en gereedschappen. De loods is voorzien van een betonvloer. In het westelijk deel van de loods ligt een smeerput (wanden en putbodem van beton). Het dak van de loods bevat asbestverdachte golfplaten en is voorzien van dakgoten voor het opvangen en afvoeren van het hemelwater. Er zijn, behoudens de smeerput, geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In het noordwesten wordt de onderzoekslocatie begrensd door de openbare weg Veldje, ten noorden door woonpercelen, in het zuiden door de Clauslaan en in het oosten door enkele parkeerplaatsen en een groenzone. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2.

Pagina | 12

AM20641

2.7

Bodemkwaliteitskaart

Uit de regionale bodemkwaliteitskaart Limburg Noord (Sweco, 24-05-2019) blijkt dat de onderzoekslocatie voor de bovengrond en ondergrond ligt in het deelgebied ‘landbouw/natuur’. Voor zowel de bovengrond als de ondergrond geldt de ontgravingsklasse ‘landbouw/natuur’. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘wonen’.

2.8

Onderzoekshypothese

Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “verdacht” beschouwd. Op basis van de bevindingen bij eerdere bodemonderzoeken en de uitgevoerde veldinspectie wordt de onderzoekslocatie als verdacht beschouwd op het voorkomen van asbest in de bodem. Ter plaatse van de loods zijn asbestverdachte dakplaten aanwezig. Bij eerdere bodemonderzoeken zijn in het opgeboorde bodemmateriaal zintuiglijk puinresten aangetroffen.

Pagina | 13

AM20641

3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1

Inleiding

Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) en NEN 5707 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut.

3.2

Onderzoeksstrategie NEN 5740

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie VED-HE uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. In verband met de mogelijke toekomstige afvoer van grond wordt tevens onderzoek gedaan naar het voorkomen van PFAS (30 componenten) in de grond. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'VED-HE' Aantal boringen oppervlakte (m²) tot 0,5 m in de verdachte laag 1.800

10

boring tot de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2 m 2

èn boring met peilbuis 1,2)

Aantal te onderzoeken (meng)monsters grond grondwater (verdachte laag)

1

3

1

Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 “verdacht” 1) Deze boringen worden doorgezet tot 0,5 m onder de verdachte laag. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 m beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot tenminste 5,5 m beneden maaiveld. 2) Wanneer de verontreiniging vooral in het grondwater wordt verwacht, wordt het aantal peilbuizen uitgebreid.

Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’:  drogestof-bepaling  9 zware metalen  10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen  7 polychloorbifenylen (PCB)  minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’:  9 zware metalen  8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen)  21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen  minerale olie

Pagina | 14

AM20641

3.3

Onderzoeksstrategie NEN 5707

Voor het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in bodem is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden bestaan uit het uitvoeren van een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten. In principe worden de asbestgaten willekeurig verspreid over het asbestverdachte gedeelte van de onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van een eventuele verontreiniging met asbest in de bodem zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. Oppervlakte

1.800 m

2

Minimaal aantal te

Gaten in de verdachte laag

Gaten tot onderzijde

Aantal te analyseren

inspecteren punten van

tot maximaal 0,5 m in de

verdachte laag met een

(meng)monsters

het maaiveld

verdachte laag

maximum van 2 m

12

12

2

2

Tabel 3.2: Onderzoeksopzet verkennend onderzoek asbest in bodem

Pagina | 15

AM20641

4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1

Algemeen

Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.

4.2

Grondbemonstering

Op 8 juni 2021 zijn de grondboringen en peilbuis geplaatst. De asbestinspectiegaten zijn gegraven op 15 juni 2021. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer L. Koomen, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de inspectie was het droog en zonnig weer. De locatie is voor circa 50% bebouwd en verhard en voor 50% onverhard. Het onverharde terreindeel is minder dan 25% bedekt met vegetatie. De inspectie efficiëntie van dit terreindeel is ingeschat op 70-80%. Tijdens de inspectie zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. De boringen voor het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). De boringen 1, 3, 8 en 9 zijn in de bedrijfsloods geplaatst, waarbij boring 3 in de smeerput is geplaatst. De betondikte in de loods varieert van 13 tot 16 cm. In de smeerput bedraagt de betondikte 21 cm. Ter plaatse van de voormalige afleverinstallatie voor dieselolie, waar na de sanering een kleine restverontreiniging is achtergebleven, is een boring (boorpunt 2) verricht tot de grondwaterstand. Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis.

Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 1. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. Vanwege de voormalige aanwezigheid van brandstoftanks is het opgeboorde bodemmateriaal middels een panproef (olie-water reactie test) visueel beoordeeld op het voorkomen van verontreinigingen met olie. Bij alle uitgevoerde testen is visueel geen olie-water reactie waargenomen.

Pagina | 16

AM20641

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring

Traject (m -mv) 0,7 – 1,5

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

1

Diepte boring (m -mv) 5,0

leem

sporen baksteen

2

3,5

0,15 – 0,5

leem

sporen baksteen

0,5 – 1,0

leem

matig baksteenhoudend, sporen kooldeeltjes

0 – 0,4

zand

sporen puin

0,4 – 1,0

zand

sterk baksteenhoudend

1,0 1,3

leem

sporen baksteen

0 – 0,5

zand

sporen puin en baksteen

0,5 – 1,3

leem

matig baksteenhoudend

4

1,8

6

1,8

7

1,5

0,5 – 1,0

leem

sporen baksteen

12

1,5

0 – 0,5

zand

sporen puin en baksteen

13

1,5

0,5 – 1,0

leem

sporen baksteen

Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen

Verdeeld over de locatie zijn in totaal 12 asbestinspectiegaten gegraven van minimaal 30 x 30 cm tot 0,5 m-mv. (inspectiegaten A t/m L). In asbestinspectiegaten C en E is met behulp van de Edelmanboor (ø 12 cm) een boring verricht tot de onderzijde van de verdachte laag. Het uitkomende materiaal is voorbehandeld (gezeefd) en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. In het uitgegraven materiaal van alle asbestinspectiegaten zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. Op basis van de visuele waarnemingen zijn in het veld 4 grondmengmonsters samengesteld. De locaties van de boorpunten en asbestinspectiegaten zijn weergegeven in bijlage 3. De uitkomende grond en alle visueel waargenomen bijzonderheden zijn beschreven in de profielbeschrijvingen in bijlage 4. In bijlage 4 zijn tevens foto’s opgenomen van de asbestinspectiegaten.

4.3

Grondwatermonstername

De peilbuis is een week na plaatsing op 15 juni 2021 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer L. Koomen. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Pagina | 17

AM20641

Peilbuis 1

Filterdiepte (m-mv.) 4,1 – 5,1

Grondwaterstand (m-mv.) 3,6

pH (-) 7,0

Ec (µS/cm) 394

Troebelheid (NTU) 332

Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername

De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.

Pagina | 18

AM20641

5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1

Algemeen

De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.

5.2

Grondmengmonsters asbest (fijne fractie)

In de grove fractie van het uitkomende bodemmateriaal zijn geen asbestverdachte materialen (>20mm) aangetroffen. Van de uitgezeefde fijne fractie (<20 mm) zijn mengmonsters samengesteld van minimaal 10 kg. Een mengmonster is genomen door per asbestinspectie gat evenredige grepen van de gezeefde grond te nemen. In tabel 5.1 is de samenstelling van de mengmonsters weergegeven. Mengmonster

Inspectiegat

Traject (m-mv.)

ABM1

H, I, J, K, L

0 – 0,5

ABM2

A, B, C

0,15 – 0,5

Visuele waarnemingen (%>20 mm)

puin- en baksteenhoudend

Asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen Nee

Geselecteerd voor analyse

Nee

Nee

Nee

Ja

Nee

Nee

Ja

(>20mm = 1-3%) puin- en baksteenhoudend (>20mm = 5-20%) ABM3

D, E, F, G

0 – 0,4

puin- en baksteenhoudend (>20mm = 5-15%)

ABM4

D, E, G, L

0,25 – 0,5

geen bijmengingen (>20mm = 0%)

Tabel 5.1: Schema grond(meng)monsters fijne fractie

De berekende concentratie is bepaald door sommatie van de asbestconcentratie in de grond (mg/kg d.s.) en de bijdrage van de materiaalmonsters uit het inspectiegat (mg/kg d.s. voor het geschouwd volume), gecorrigeerd voor het drooggewicht grond. Zie bijlage 6 voor het analyserapport. Monster

Visuele waarneming

Vastgestelde hoeveelheid asbest

grove fractie [mg/kg d.s.]

fijne fractie [mg/kg d.s.]

serpentijn

amfibool

serpentijn

amfibool

Berekende asbestconcentratie [mg/kg d.s.kg]

ABM1

puin- en baksteenhoudend

n.a.

n.a.

<2

<2

<2

ABM3

puin- en baksteenhoudend

n.a.

n.a.

0,69

<2

0,69

Tabel 5.2: Analysemonsters grondmonsters fijne fractie n.a. = niet aangetroffen/aangetoond

In het puin- en baksteenhoudende grondmengmonster ABM1 is geen verhoogde asbestconcentratie aangetoond. In het puinen baksteenhoudende grondmengmonster ABM2 is een marginaal verhoogde asbestconcentratie aangetoond van 0,69 mg/kg d.s. Pagina | 19

AM20641

5.3

Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket

In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. In verband met zintuiglijk waargenomen bijmengingen met baksteen-, puin- en koolresten zijn extra mengmonsters samengesteld voor analyse. De zintuiglijke waarnemingen t.a.v. minerale olie (o.m. resultaten panproef) geven geen aanleiding om (extra) grondmonsters separaat te analyseren. Analysemonster

Deelmonsters

Analysepakket

MM1 (loods)

Traject (m -mv) 0,13 – 0,6

1-1, 8-1, 9-1

Standaardpakket incl. lu/os en PFAS

M2 (smeerput)

1,1 – 1,4

3-1

Standaardpakket incl. lu/os

MM3

0 – 0,5

4-1, 6-1, 12-1

Standaardpakket incl. lu/os en PFAS

MM4

0,08 – 0,5

5-1, 7-1

Standaardpakket incl. lu/os

MM5

0 – 0,5

11-1, 13-1

Standaardpakket incl. lu/os en PFAS

MM6

0,5 – 1,3

2-2, 4-3, 6-2, 7-2

Standaardpakket incl. lu/os en PFAS

MM7 (loods)

1,2 – 2,5

1-5, 1-6, 3-4, 3-5

Standaardpakket incl. lu/os

MM8

0,5 – 1,8

2-3, 4-4, 6-4, 7-3, 10-3, 11-2, 12-3

Standaardpakket incl. lu/os

Tabel 5.3: Samenstelling analysemonsters en analysepakket

De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.

*

Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;

**

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;

***

het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.

In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor de toetsingstabellen en het analyserapport. (Meng)monster MM1

Traject (m -mv) 0,13 – 0,6

Zintuiglijke waarnemingen

Verhoogde component

geen bijzonderheden

Kobalt

Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 17,7 *

som PCB

0,0265

*

M2

1,1 – 1,4

geen bijzonderheden

Kobalt

19,2

*

MM3

0 – 0,5

sporen puin- en baksteenresten

Kobalt

16,9

*

Zink

171

* Pagina | 20

AM20641

(Meng)monster

MM4

Traject (m -mv) 0,08 – 0,5

Zintuiglijke waarnemingen

geen bijzonderheden

Verhoogde component som PCB

Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 0,0485 *

Kobalt

21,8

*

Nikkel

40,8

*

Zink

176

*

Minerale olie

350

*

MM5

0 – 0,5

geen bijzonderheden

som PCB

0,0567

*

MM6

0,5 – 1,3

baksteenhoudend, sporen

Kobalt

19,5

*

kooldeeltjes

Nikkel

38,3

*

Zink

163

*

som PCB

0,0252

*

Kobalt

34,5

*

Nikkel

48,1

*

Kobalt

16,7

*

Nikkel

37,7

*

MM7

MM8

1,2 – 2,5

0,5 – 1,8

geen bijzonderheden

geen bijzonderheden

Tabel 5.4: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond onder de betonvloer in de loods (MM1) licht verhoogd is met kobalt en som PCB. De grond direct onder de betonvloer van de smeerput (M2) is licht verhoogd met kobalt. Grondmengmonster MM3 (bovengrond groenzone) met zintuiglijk waargenomen bijmengingen aan baksteen- en puinresten is licht verhoogd met kobalt, zink en som PCB. De zintuiglijk waargenomen schone bovengrond van het verharde buitenterrein (MM4) is licht verhoogd met kobalt, nikkel, zink en minerale olie. De zintuiglijk waargenomen schone bovengrond van de groenzone (MM5) is licht verhoogd met som PCB. De leemhoudende ondergrond met bijmengingen aan baksteen- en koolresten (MM6) is licht verhoogd met kobalt, nikkel, zink en som PCB. Het mengmonster van de ondergrond in de loods (MM7) is licht verhoogd met kobalt en nikkel. De zandige ondergrond van het buitenterrein (MM8) is licht verhoogd met kobalt en nikkel.

Toelichting verhoogde gehalten Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.

De afkorting PAK staat voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Het gaat hierbij om een verbindingsklasse van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen. Ze ontstaan met name bij verbrandingsprocessen, en kunnen dus zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s ontstaan o.a. door onvolledige verbranding van minerale olie zoals die ook in het verkeer plaatsvindt. Ze worden tevens gevormd bij het proces van droge destillatie van steenkool, zoals die bij gas- en cokesfabrieken werd toegepast. Daarnaast kunnen ze worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten.

Pagina | 21

AM20641

In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. De belangrijkste PAK-verbindingen in steenkoolteer zijn naftaleen, chryseen, fenanthreen en fluorantheen. Alle zijn praktisch onoplosbaar in water, niet vluchtig en persistent (niet afbreekbaar).

PCB (Polychloorbifenylen) zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB van ongeveer 1930 tot 1980. PCB werden gebruikt als hydraulischeof warmtegeleidingsvloeistoffen, smeermiddelen en als weekmakers in producten zoals verf en koolstofvrij kopieerpapier. Sedert 1985 is de verkoop en het toepassen van PCB in Nederland verboden.

5.4

Grondwatermonster

De analyseresultaten van het grondwatermonster worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. *

Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;

**

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;

***

het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 8 voor de toetsingstabel en het analyserapport.

Peilbuis

Filtertraject [m-mv] 4,0 – 5,0

1

Grondwaterstand [m-mv.]

Verhoogde component

3,6

tetrachlooretheen

Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 1,6 *

Tabel 5.5: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat het freatisch grondwater afkomstig uit peilbuis 1 licht verhoogd is met tetrachlooretheen (PER). Het licht verhoogde gehalte aan tetrachlooretheen (PER) wordt waarschijnlijk van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd aangezien op de locatie geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen zijn die in relatie zouden kunnen staan met het verhoogd aangetroffen gehalte. Het licht verhoogde gehalte is mogelijk te relateren aan een restverontreiniging van de uitgevoerde bodemsanering voor het plan “Beckershof”.

5.6

Toetsing van de gestelde hypothese

Geconcludeerd kan worden dat de onderzoeksresultaten in overeenstemming zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als verdacht beschouwd dient te worden. De gemeten concentraties liggen beneden de tussenwaarden. Het uitvoeren van een nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk geacht.

Pagina | 22

AM20641

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn, behoudens een smeerput, geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bronnen voor bodemverontreiniging. Tijdens de uitgevoerde veldwerkzaamheden zijn in het opgeboorde bodemmateriaal plaatselijk baksteen-, puin- en koolresten aangetroffen. Op het maaiveld en in het uitgegraven bodemmateriaal uit de asbestinspectiegaten zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond onder de betonvloer in de loods licht verhoogd is met kobalt en som PCB. De grond direct onder de betonvloer van de smeerput is licht verhoogd met kobalt. De ondergrond in de loods is licht verhoogd met kobalt en nikkel. De zintuiglijk waargenomen schone bovengrond van het verharde buitenterrein is licht verhoogd met kobalt, nikkel, zink en minerale olie. De bovengrond van de onverharde groenzone is licht verhoogd met kobalt, zink en som PCB. De ondergrond van het buitenterrein is licht verhoogd met kobalt, nikkel, zink en som PCB. In een van de geanalyseerde mengmonsters van de fijne fractie is analytisch marginaal verhoogde asbestconcentratie aangetoond (0,69 mg/kg d.s.). Het freatisch grondwater is licht verhoogd met tetrachlooretheen (PER). De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.

De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Bij het bouwrijp maken van het terrein dient men rekening te houden met de twee nog aanwezige ondergrondse tanks (gereinigd en afgevuld met zand) onder de betonvloer in de loods. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Tijdelijk Handelingskader PFAS van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater. Verder dient men erop bedacht te zijn dat verontreinigingen met asbest in de bodem door menselijk handelen worden veroorzaakt en daardoor zeer heterogeen in de bodem kunnen voorkomen. Ondanks de zorgvuldigheid van het onderzoek kan dan ook niet worden uitgesloten dat in het gebied stortgaten met asbesthoudend materiaal aanwezig zijn.

Pagina | 23

AM20641

aeres milieu

Bijlage 1 Topografische en kadastrale situatie

AM20641

Kadastrale kaart

Uw referentie: AM20641-NP

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 500

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Roermond F 2831

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 3 mei 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

aeres milieu

Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie

AM20641

AM20641

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

AM20641

Foto 7

Foto 8

Foto 9

Foto 10

Foto 11

aeres milieu

Bijlage 3 Situatietekening met boringen en asbestinspectiegaten

AM20641

198551

198576

198601

198626

356775 356750

356750

356775

356800

198526

356800

198501

Legenda Plangebied Boorpuntenkaart (A4) Foto's

AM20641 Maasniel Het Veldje

Boringen

Schaal

356725

N

boring tot 0,5 m-mv boring tot 2,0 m-mv

v1.0_13-7-2021_LK

356725

asbestinspectiegat

peilbuis Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK

198501

198526

198551

198576

198601

198626

aeres milieu

Bijlage 4 Boorprofielen en foto’s asbestinspectiegaten

AM20641

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

getekend volgens NEN 5104

Boring:

01

0

Boring: 0

beton

14

Betonboor

01 50

50 02

70

03

100

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Edelmanboor

04 150

150

0 8 15

0

1 50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, geelbeige, Edelmanboor Leem, sterk zandig, zwak humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor

2 100

100

150

200

Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

5 Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijsbeige, Edelmanboor

Leem, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, neutraal zwartbruin, Edelmanboor

200

230

250

Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht beigegrijs, Edelmanboor, Straatzand

Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

4 200

06

klinker

Leem, sterk zandig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, sporen kooldeeltjes, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

3

Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, beigegrijs, Edelmanboor

05

02

250

07

6 300

300

300 Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, oranjebruin, Edelmanboor

08 350

350

7 350

350 Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor

09 400 10 450 11 500

500

Boring:

03

Boring: 0

0

04 0

0 Smeerput 1

40

50

50 2 89

100

110

1 140

150

3

Leem, sterk zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, bruingrijs, Edelmanboor

2

200

Betonboor

100

100 3

130

150

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen puin, matig grindhoudend, geen olie-water reactie, neutraal bruinbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk baksteenhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor Leem, sterk zandig, sporen baksteen, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

4 180

210

Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, oranjebruin, Edelmanboor

4 250

5 300 6 350

350

Projectnaam: Veldje, Maasniel Projectcode: AM20641

Opdrachtgever: BRO

getekend volgens NEN 5104

Boring:

05

Boring: 0 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=e6ae227a-a861-4f7c-8390-8a9b3b78d528