Bijlage 4 - bijlagen bij bestemmingsplantoelichting
Tekst van het document
Een onderzoek dat ouder is dan tien jaar, beschouwen wij als verouderd. Wij vermelden deze onderzoeken nog wel en u kunt ze ook inzien, maar de betrouwbaarheid van de informatie is sterk afgenomen. Een groot deel van de bodemonderzoeken van Roermond is digitaal beschikbaar. U kunt een bodemonderzoek bij ons opvragen middels een verzoek te sturen naar bodem@Roermond.nl. Indien het onderzoek niet digitaal beschikbaar is kunt u het bij ons komen inzien. Historisch bodembestand (Hbb) incl. ondergrondse tanks bij particulieren In het Historisch Basisbestand (HBB) zijn locaties opgenomen waar op basis van Hinderwet- en vergunningsgegevens blijkt dat er (potentieel) bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Tevens zijn de locaties opgenomen waar een particuliere, ondergrondse huisbrandolietank aanwezig is (geweest). Bodembedreigende activiteiten hoeven niet tot bodemverontreiniging te hebben geleid. De aard van de activiteit zegt wel iets over de kans dat bodemverontreiniging is opgetreden. Alleen een bodemonderzoek geeft uitsluitsel of de bodem daadwerkelijk verontreinigd is.
Gemeente Roermond - Pagina 10 van 14 - 16-04-2020
Legenda BIS
Bodeminformatiesysteem
Wbb
Wet bodembescherming Als in meer dan 25 m3 grond of meer dan 1000 m3 grondwater concentraties boven de Iwaarde zijn gemeten dan is de Wet Bodembescherming (Wbb) van toepassing. Voor Roermond is de Provincie bevoegd gezag m.b.t. locatie waarvoor de Wbb van toepassing is.
HBB
Historische Bodembestand
NEN 5725
landelijke richtlijnen voor uitvoering vooronderzoek m.b.t. bodemonderzoek
NEN 5740
landelijke richtlijnen voor uitvoering verkennend bodemonderzoek
bg
bovengrond (grondlaag 0,0-0,5 meter – maaiveld)
og
ondergrond (grondlaag dieper dan 0,5 meter-maaiveld)
gw
grondwater
AW
Achtergrondwaarde
<= AW
Geen verhoogde gehalten gemeten
S of > AW
overschrijding van streef- of achtergrondwaarde, lichte verontreiniging
>T
overschrijding van de tussenwaarde, matige verontreiniging
>I
overschrijding interventiewaarde, sterke verontreiniging
nazcacode
unieke administratieve code voor de locatie of het onderzoek. Door deze code kunnen we de locatie of het onderzoek snel terugvinden in onze database.
Onbekend
geen informatie voorhanden in het gemeentelijk systeem / niet onderzocht dan wel / Niet van toepassing
Gemeente Roermond - Pagina 11 van 14 - 16-04-2020
Nota Bodembeheer regio Maas & Roer inclusief bodemkwaliteitskaart. De gemeente Roermond beschikt over een bodemkwaliteitskaart die de gemiddelde bodemkwaliteit weergeeft van verschillende gebieden in de gemeente Roermond. De bodemkwaliteitskaart kunt u raadplegen op de gemeentelijke website http://www.roermond.nl/4/bodembeheer/Nota-Bodembeheer.html Het grootste deel van het grondgebied bevindt zich in de zones buitengebied en overige woonbebouwing. Deze twee gebieden zijn van oudsher weinig belast door verontreinigde stoffen. Doorgaans is er dan sprake van schone grond tenzij er activiteiten zijn uitgevoerd welke lokaal de kwaliteit hebben verslechterd, zoals olietanks, dempingen/dumpingen, funderingen, asbestdaken etc. De rapportagemodule geeft een goed eerste beeld of de kwaliteit vermoedelijk zal overeenkomen met de kwaliteit van de betreffende zone. Een historisch bodemonderzoek of verkennend bodemonderzoek geeft indien nodig een meer volledig beeld. Er zijn een aantal gebieden in de gemeente Roermond waarvan bekend is dat de gemiddelde bodemkwaliteit niet schoon is. Dit geldt bijvoorbeeld voor de binnenstad waar door eeuwenlang gebruik de bodem doorgaans niet meer schoon is. De binnenstad voldoet gemiddeld aan de kwaliteit wonen maar varieert van lichte tot plaatselijk sterke verontreinigingen.
Ook in het gebied Roerdelta en diverse bedrijfs- en industrieterreinen is de gemiddelde kwaliteit niet geheel schoon. Daarnaast zijn in Roermond gebieden zoals het havengebied en bedrijfsterreinen van voor 1970 waar eveneens de gemiddelde kwaliteit niet geheel schoon is. In bijgevoegde kaart zijn bovenstaande gebieden terug te vinden. Naast de bodemkwaliteitskaart beschikt de gemeente Roermond over een Nota bodembeheer. Hierin zijn regels opgenomen voor grondverzet en verschillende types onderzoek. De complete Nota Bodembeheer en de bodemkwaliteitskaart kunt u terugvinden op onze gemeentelijke website http://www.roermond.nl/4/bodembeheer/Nota-Bodembeheer.html.
Gemeente Roermond - Pagina 12 van 14 - 16-04-2020
Disclaimer De gemeente Roermond besteedt de grootst mogelijke aandacht en zorg aan de gegevens in het Bodeminformatiesysteem. Toch kan het voorkomen dat de getoonde bodeminformatie verouderd is, onvolledig is of onjuistheden bevat. Tevens ontvangt de gemeente Roermond niet alle bodemonderzoeken die binnen de gemeente worden uitgevoerd. De gemeente Roermond is niet aansprakelijk voor enigerlei schade die ontstaat als gevolg van of in verband staat met het gebruik van de getoonde informatie. De gegevens van een bodemonderzoek zijn ook een momentopname. Dit houdt in dat per situatie (omgevingsvergunning voor bouw of bestemmingsplanwijziging, grondverzet etc.) moet worden beoordeeld of de bekende gegevens nog bruikbaar zijn daarvoor. Voor eventuele vragen kunt u contact met ons opnemen via het emailadres bodem@Roermond.nl.
Gemeente Roermond - Pagina 13 van 14 - 16-04-2020
Deelgebieden
Gemeente Roermond - Pagina 14 van 14 - 16-04-2020
Bodemrapportage Dynamisch Rapport - 16-04-2020
Geselecteerde locatie
Onderzoek
25-meter contour
Verontreinigingscontouren
Locatie
Historisch bodembestand
Gemeente Roermond - Pagina 1 van 12 - 16-04-2020
Inleiding Dit rapport is een geautomatiseerde samenvatting van de bij de gemeente Roermond bekende gegevens over de bodemkwaliteit. Deze informatie wordt in een bodeminformatiesysteem (BIS) opgeslagen. In het rapport is de beschikbare informatie opgenomen van het door u geselecteerde perceel of gebied. Indien van toepassing is eveneens de informatie uit de directe omgeving opgenomen (buffer 25 meter). Deze rapportage geeft een overzicht van de algemene gebiedskwaliteit, van de historische bedrijfsactiviteiten en ondergrondse tanks en een beschrijving van de bodemonderzoeken en saneringen. In de meeste gevallen biedt deze rapportage voldoende informatie voor het gebruik als makelaarsmodule. Voor bodemadviesbureaus biedt deze rapportage een indicatie van de aanwezige bodemgegevens maar vormt niet alle archiefinformatie voor een is vooronderzoek conform de NEN 5725 (historisch onderzoek). Voor een onderzoek conform NEN 5725, NEN 5707 en de norm NEN 5740 (verkennend bodemonderzoek) is naast de bodeminformatie ook alle informatie met betrekking tot milieudossiers en bouwvergunningen relevant. Deze informatie dient middels een dossier onderzoek (bouwvergunning- en Wet Milieubeheer-archief) te worden verzameld. Deze informatie is niet digitaal beschikbaar en kan door middel van het maken van een afspraak bij ons ingezien worden.
Hieronder volgt een korte toelichting van de informatie in het rapport. In de bijlage is een uitgebreidere toelichting terug te vinden.
Bodemlocatie De bij gemeente Roermond bekende bodeminformatie is ingedeeld in bodemlocaties. Een bodemlocatie is meestal een perceel of een plangebied waar de bodem is onderzocht of waar in het verleden een (voor bodemverontreiniging) verdachte activiteit is uitgevoerd of een calamiteit is geweest. Binnen een bodemlocatie kunnen meerdere bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Maar er zijn ook locaties waar geen bodemonderzoek is uitgevoerd, dit zijn meestal locaties waar in het verleden een verdachte activiteit is uitgevoerd.
Bodemonderzoeken Hieronder worden de bodemonderzoeken en saneringen vermeld die relevant zijn voor de locatie of selectie. De onderzoeken worden per locatie vermeld. De bodemonderzoeken kunnen op verschillende delen van de locatie zijn uitgevoerd. Bijvoorbeeld t.p.v een bouwlocatie of ondergrondse tank. Van de onderzoeken zijn indien bekend de toetsingsresultaten opgenomen. Daarnaast wordt het BIS de conclusie van het adviesbureau opgenomen, deze conclusie is in eveneens in de tabel opgenomen. Let wel op dat de actuele toetsing kan afwijken van de toetsing en de conclusie uit het rapport. Dit wordt veroorzaakt door wijzigingen in de regelgeving.
Verontreinigingscontour In het BIS zijn enkele verontreinigingscontouren opgenomen. Deze contouren laten de verspreiding van een verontreiniging zien. In de meeste gevallen betreft het een verontreiniging die binnen het kader van Wet bodembescherming (Wbb) valt. Met betrekking de Wet bodembescherming (Wbb) is provincie Limburg het bevoegd gezag. Wanneer in deze rapportage een verontreinigingscontour wordt weergegeven, dient u voor de meest actuele informatie contact op te nemen met provincie Limburg.
Gemeente Roermond - Pagina 2 van 12 - 16-04-2020
Historisch bodembestand (HBB) In het Historisch Basisbestand (HBB) zijn locaties opgenomen waar o.a. op basis van de Hinderwetdossiers en het tankarchief blijkt dat er (potentieel) bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. De actuele vergunningen zijn in de meeste gevallen niet opgenomen in dit bestand. Bodembedreigende activiteiten hoeven niet tot bodemverontreiniging te hebben geleid. De aard van de activiteit zegt wel iets over de kans dat bodemverontreiniging is opgetreden. Alleen een bodemonderzoek geeft uitsluitsel of de bodem daadwerkelijk verontreinigd is.
Als bijlage van deze rapportage is een uitgebreidere toelichting opgenomen over de beschikbare informatie. Hierin is een korte legenda opgenomen waarin enkele termen en afkortingen worden toegelicht.
In hoofdstuk 5 is tevens algemene bodeminformatie van de Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart opgenomen. Meer informatie hierover is ook te vinden op: :http://www.roermond.nl/4/bodembeheer/Nota-Bodembeheer.html. Heeft u vragen over dit rapport of wilt u een afspraak maken voor een dossieronderzoek kunt u contact opnemen met een van de bodemadviseurs middels het versturen van een email naar bodem@Roermond.nl.
Gemeente Roermond - Pagina 3 van 12 - 16-04-2020
Informatie over geselecteerd gebied Overzicht bodemlocaties Nazcacode
Locatienaam
AA095700683
en nummer 3 deellocatie A
Opmerkingen/conclusie
Gegevens bodemlocaties en nummer 3 deellocatie A - Mogelijk onderzochte bodembedreigende activiteiten Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
- Verontreinigings contouren (onderdeel van Locatie) Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
- Historisch informatie vanuit het Historisch Bodembestand Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Overzicht onderzoeken Naam onderzoek
onderzoeksbureau
grond
grondwater
AA095704462-Groenezijweg Verkennend 2015 onderzoek NEN 5740 Econsultancy 23-01-2015
>AW
Onbekend
AA095701449-Groeneweg te Ool
Historisch Onbekend onderzoek Econsultancy 13-12 -2004
conclusie
Onbekend
Overzicht verontreinigingscontour Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Gemeente Roermond - Pagina 4 van 12 - 16-04-2020
Informatie van percelen in een straal van 25 meter rondom de locatie Overzicht bodemlocaties Nazcacode
Locatienaam
AA095700379
Kaden zandmaas
AA095700545
Reconstructie Maasstraat
AA095703256
Groeneweg perceel Dierix 4 woningen
AA095700808
Groeneweg 1a
NZ095700111
Schoolstraat
Opmerkingen/conclusie
Gegevens bodemlocaties Kaden zandmaas - Mogelijk onderzochte bodembedreigende activiteiten Activiteit/oordeel
Periode (van-tot)
ophooglaag (niet gespecificeerd)
Leeg-Leeg
- Verontreinigings contouren (onderdeel van Locatie) Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
- Historisch informatie vanuit het Historisch Bodembestand Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Reconstructie Maasstraat - Mogelijk onderzochte bodembedreigende activiteiten Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
- Verontreinigings contouren (onderdeel van Locatie) Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
- Historisch informatie vanuit het Historisch Bodembestand Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Groeneweg perceel Dierix 4 woningen - Mogelijk onderzochte bodembedreigende activiteiten Activiteit/oordeel
Periode (van-tot)
onverdachte activiteit
Leeg-Leeg
- Verontreinigings contouren (onderdeel van Locatie) Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
- Historisch informatie vanuit het Historisch Bodembestand Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Gemeente Roermond - Pagina 5 van 12 - 16-04-2020
Groeneweg 1a - Mogelijk onderzochte bodembedreigende activiteiten Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
- Verontreinigings contouren (onderdeel van Locatie) Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
- Historisch informatie vanuit het Historisch Bodembestand Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Schoolstraat - Mogelijk onderzochte bodembedreigende activiteiten Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
- Verontreinigings contouren (onderdeel van Locatie) Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
- Historisch informatie vanuit het Historisch Bodembestand Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Overzicht onderzoeken Naam onderzoek
onderzoeksbureau
grond
grondwater
AA095702060-Reconstructie Indicatief Onbekend Maasstraat onderzoek Heidemij 18-06-1996
Onbekend
AA095703709-
Verkennend onderzoek NEN 5740 Econsultancy 06-11-2009
>AW
>AW
AA095700036-
Verkennend onderzoek NVN 5740 Econsultancy 21-09-1999
>AW
>AW
AA095703638-Groeneweg perceel Dierix 4 woningen
Verkennend onderzoek NEN 5740 Econsultancy 04-11-2009
>AW
>AW
AA095704249-Kaden cluster Nazorgplan Onbekend 2 en 3 Witteveen&Bos 2603-2012
Onbekend
AA095704245-Kaden cluster Sanerings evaluatie Onbekend 2 en 3 Witteveen&Bos 2311-2010
Onbekend
AA095702111-Kaden cluster Sanerings evaluatie Onbekend 1 Witteveen&Bos 1003-2006
Onbekend
AA095702066-Kaden cluster Monitoringsrapporta Onbekend 1 ge Overig 17-012006
Onbekend
AA095701426-Kaden, Saneringsplan 2004
Onbekend
Onbekend
>AW
<=AW
Saneringsplan Overig 01-07-2004
AA095700284-Groeneweg 4 Verkennend onderzoek NEN
Gemeente Roermond - Pagina 6 van 12 - 16-04-2020
conclusie
5740 Envicon BV 11 -12-2001 AA095700559-en nummer 3 Verkennend deellocatie A onderzoek NVN 5740 Econsultancy 29-07-1998
>AW
<=AW
NZ095700419-Evaluatie tijdelijk uitplaatsen BUS sanering
Meldingsformulier Onbekend BUS evaluatieverslag Aelmans Eco 02-10 -2017
Onbekend
NZ095700418-Melding tijdelijk uitplaatsen BUS sanering
Meldingsformulier Onbekend BUS saneringsplan Aelmans Eco 04-07 -2017
Onbekend
NZ095700354-Schoolstraat ong.
Verkennend onderzoek NEN 5740 Aelmans Eco 16-06-2017
Onbekend
Onbekend
Na graafwerkzaamheden is alle uitkomende grond teruggeplaatst. (grond sterk verontreinigd)
Nog verder invoeren. Onderzoek heeft betrekking op bermen
Overzicht verontreinigingscontour Binnen de gemeente Roermond zijn hierover geen digitale gegevens beschikbaar of (nog) niet ingevoerd.
Gemeente Roermond - Pagina 7 van 12 - 16-04-2020
Toelichting Bodemonderzoeken en bodemsaneringsrapporten In de rapportage worden alle bodemonderzoeken vermeld die bij de gemeente bekend zijn van het geselecteerde gebied. Wij beschikken niet over alle in Roermond uitgevoerde bodemonderzoeken. De bodemonderzoeken die bijvoorbeeld uitgevoerd zijn in het kader van transacties zijn meestal niet bij de gemeente bekend. (Het is niet verplicht deze onderzoeken naar de gemeente te sturen.) Met betrekking tot de onderzoeken in het kader van Wet bodembescherming (Wbb) is de provincie Limburg bevoegd gezag. Veelal zijn deze onderzoeken ook bij ons bekend maar voor de meest actuele en complete informatie met betrekking tot deze locaties dient u contact op te nemen met de provincie Limburg. Wij beschikken wel over bodemonderzoeken welke uitgevoerd zijn in het kader van de omgevingsvergunning (voorheen o.a. bouwvergunning en milieuvergunning) en de bestemmingswijzigingen. Over het algemeen beschouwen wij een bodemonderzoek als actueel, en dus bruikbaar, als het jonger is dan 2 jaar. Afhankelijk van de manier waarop het terrein gebruikt is, beschouwen we een onderzoek dat tussen 2 en 10 jaar oud is, eventueel na uitvoeren van aanvullend onderzoek ook nog als actueel. In die gevallen waar aanvullend onderzoek nodig is zal altijd overleg met een milieuadviseur bodem nodig zijn.
Een onderzoek dat ouder is dan tien jaar, beschouwen wij als verouderd. Wij vermelden deze onderzoeken nog wel en u kunt ze ook inzien, maar de betrouwbaarheid van de informatie is sterk afgenomen. Een groot deel van de bodemonderzoeken van Roermond is digitaal beschikbaar. U kunt een bodemonderzoek bij ons opvragen middels een verzoek te sturen naar bodem@Roermond.nl. Indien het onderzoek niet digitaal beschikbaar is kunt u het bij ons komen inzien. Historisch bodembestand (Hbb) incl. ondergrondse tanks bij particulieren In het Historisch Basisbestand (HBB) zijn locaties opgenomen waar op basis van Hinderwet- en vergunningsgegevens blijkt dat er (potentieel) bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Tevens zijn de locaties opgenomen waar een particuliere, ondergrondse huisbrandolietank aanwezig is (geweest). Bodembedreigende activiteiten hoeven niet tot bodemverontreiniging te hebben geleid. De aard van de activiteit zegt wel iets over de kans dat bodemverontreiniging is opgetreden. Alleen een bodemonderzoek geeft uitsluitsel of de bodem daadwerkelijk verontreinigd is.
Gemeente Roermond - Pagina 8 van 12 - 16-04-2020
Legenda BIS
Bodeminformatiesysteem
Wbb
Wet bodembescherming Als in meer dan 25 m3 grond of meer dan 1000 m3 grondwater concentraties boven de Iwaarde zijn gemeten dan is de Wet Bodembescherming (Wbb) van toepassing. Voor Roermond is de Provincie bevoegd gezag m.b.t. locatie waarvoor de Wbb van toepassing is.
HBB
Historische Bodembestand
NEN 5725
landelijke richtlijnen voor uitvoering vooronderzoek m.b.t. bodemonderzoek
NEN 5740
landelijke richtlijnen voor uitvoering verkennend bodemonderzoek
bg
bovengrond (grondlaag 0,0-0,5 meter – maaiveld)
og
ondergrond (grondlaag dieper dan 0,5 meter-maaiveld)
gw
grondwater
AW
Achtergrondwaarde
<= AW
Geen verhoogde gehalten gemeten
S of > AW
overschrijding van streef- of achtergrondwaarde, lichte verontreiniging
>T
overschrijding van de tussenwaarde, matige verontreiniging
>I
overschrijding interventiewaarde, sterke verontreiniging
nazcacode
unieke administratieve code voor de locatie of het onderzoek. Door deze code kunnen we de locatie of het onderzoek snel terugvinden in onze database.
Onbekend
geen informatie voorhanden in het gemeentelijk systeem / niet onderzocht dan wel / Niet van toepassing
Gemeente Roermond - Pagina 9 van 12 - 16-04-2020
Nota Bodembeheer regio Maas & Roer inclusief bodemkwaliteitskaart. De gemeente Roermond beschikt over een bodemkwaliteitskaart die de gemiddelde bodemkwaliteit weergeeft van verschillende gebieden in de gemeente Roermond. De bodemkwaliteitskaart kunt u raadplegen op de gemeentelijke website http://www.roermond.nl/4/bodembeheer/Nota-Bodembeheer.html Het grootste deel van het grondgebied bevindt zich in de zones buitengebied en overige woonbebouwing. Deze twee gebieden zijn van oudsher weinig belast door verontreinigde stoffen. Doorgaans is er dan sprake van schone grond tenzij er activiteiten zijn uitgevoerd welke lokaal de kwaliteit hebben verslechterd, zoals olietanks, dempingen/dumpingen, funderingen, asbestdaken etc. De rapportagemodule geeft een goed eerste beeld of de kwaliteit vermoedelijk zal overeenkomen met de kwaliteit van de betreffende zone. Een historisch bodemonderzoek of verkennend bodemonderzoek geeft indien nodig een meer volledig beeld. Er zijn een aantal gebieden in de gemeente Roermond waarvan bekend is dat de gemiddelde bodemkwaliteit niet schoon is. Dit geldt bijvoorbeeld voor de binnenstad waar door eeuwenlang gebruik de bodem doorgaans niet meer schoon is. De binnenstad voldoet gemiddeld aan de kwaliteit wonen maar varieert van lichte tot plaatselijk sterke verontreinigingen.
Ook in het gebied Roerdelta en diverse bedrijfs- en industrieterreinen is de gemiddelde kwaliteit niet geheel schoon. Daarnaast zijn in Roermond gebieden zoals het havengebied en bedrijfsterreinen van voor 1970 waar eveneens de gemiddelde kwaliteit niet geheel schoon is. In bijgevoegde kaart zijn bovenstaande gebieden terug te vinden. Naast de bodemkwaliteitskaart beschikt de gemeente Roermond over een Nota bodembeheer. Hierin zijn regels opgenomen voor grondverzet en verschillende types onderzoek. De complete Nota Bodembeheer en de bodemkwaliteitskaart kunt u terugvinden op onze gemeentelijke website http://www.roermond.nl/4/bodembeheer/Nota-Bodembeheer.html.
Gemeente Roermond - Pagina 10 van 12 - 16-04-2020
Disclaimer De gemeente Roermond besteedt de grootst mogelijke aandacht en zorg aan de gegevens in het Bodeminformatiesysteem. Toch kan het voorkomen dat de getoonde bodeminformatie verouderd is, onvolledig is of onjuistheden bevat. Tevens ontvangt de gemeente Roermond niet alle bodemonderzoeken die binnen de gemeente worden uitgevoerd. De gemeente Roermond is niet aansprakelijk voor enigerlei schade die ontstaat als gevolg van of in verband staat met het gebruik van de getoonde informatie. De gegevens van een bodemonderzoek zijn ook een momentopname. Dit houdt in dat per situatie (omgevingsvergunning voor bouw of bestemmingsplanwijziging, grondverzet etc.) moet worden beoordeeld of de bekende gegevens nog bruikbaar zijn daarvoor. Voor eventuele vragen kunt u contact met ons opnemen via het emailadres bodem@Roermond.nl.
Gemeente Roermond - Pagina 11 van 12 - 16-04-2020
Deelgebieden
Gemeente Roermond - Pagina 12 van 12 - 16-04-2020
Verkennend bodemonderzoek Groeneweg ong. te Herten
Verkennend bodemonderzoek Groeneweg ong. te Herten Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM21106 : Definitief (versie 1) : 7 juli 2021
Opdrachtgever
: Kragten Schoolstraat 8 6049 BN Herten
Opgesteld door Paraaf
: ing. T.K.P.G. Thijssen :
Gecontroleerd door Paraaf
: ing. J.M.G. Reuver :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2002 + 2018
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2
AM21106
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ............................................................................................................................................................................................................4
2.
VOORONDERZOEK ............................................................................................................................................................................................6 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................6
2.2
Onderzoekshypothese .................................................................................................................................................................................6
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE...............................................................................................................................................................................7 3.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................7
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740 ...............................................................................................................................................................7
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707 ...............................................................................................................................................................8
4.
VELDWERKZAAMHEDEN.................................................................................................................................................................................9 4.1
Algemeen .........................................................................................................................................................................................................9
4.2
Grondbemonstering ......................................................................................................................................................................................9
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 10
5.
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................................................................................... 12 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 12
5.2
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie) ........................................................................................................................................ 12
5.3
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket .......................................................................................................................................... 13
5.4
Grondwatermonsters ................................................................................................................................................................................. 17
5.5
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 17
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.......................................................................................................................................................... 19
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en foto’s asbestinspectiegaten Verklaring veldmedewerker Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie) Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters – uitsplitsing MM4 en MM6 Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonsters Rapportage vooronderzoek Groeneweg 1 te Herten
Pagina | 3
AM21106
1.
INLEIDING
In opdracht van Kragten heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Groeneweg ong. te Herten (gemeente Roermond). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als Herten sectie B nummers 1391 (ged.) 2103, 2209 (ged.), 2210 (ged.), 2211 en 2567. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 194.810/ Y = 355.340. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1,45 hectare. Zie bijlage 1 voor een kadastrale kaart. De onderzoekslocatie bestaat uit een vlak, egaal terrein, begroeid met gras. De zuidelijke berm langs de Groeneweg is verhard met grind/puin. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: google earth )
Aanleiding Dit bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de beoogde bestemmingswijziging en nieuwbouwplan (woningen).
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740 en NEN 5707. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel. Het vooronderzoek is uitgevoerd in juni 2020. Pagina | 4
AM21106
Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond- en grondwateronderzoek) beschreven. Hoofdstuk 5 beschrijft de laboratoriumwerkzaamheden en de onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in juni 2021. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 5
AM21106
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie voor onderhavige locatie is in juni 2020 een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van het vooronderzoek zijn opgenomen in de rapportage ‘Vooronderzoek NEN5725 Groeneweg 1 te Herten’ opgesteld door Aeres Milieu (rapportnummer AM19523 d.d. 3 juni 2020).
2.2
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “verdacht” beschouwd op het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) in verband met het langdurig gebruik van de locatie als fruitboomgaard. De locatie is onverdacht voor de componenten uit het standaard analysepakket van de NEN5740. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem ter plaatse van de strook langs de noordzijde van de Groeneweg kan op basis van de gekende gegevens niet uitgesloten worden (verdacht).
Pagina | 6
AM21106
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) en NEN 5707 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘ONV’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. Vanwege de verdenking op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen zijn conform de strategie ‘VED-HO’ drie mengmonsters van de bovengrond (verdachte laag) geanalyseerd op chloorbestrijdingsmiddelen (OCB). ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'ONV' Aantal boringen
Aantal te onderzoeken (meng)monsters
oppervlakte (m²)
tot 0,5 m
èn tot 2 m
èn met peilbuis
bovengrond
ondergrond
grondwater
1,45
18
5
3
4
3
3
NEN-grond incl. lutos
NEN-grond incl. lutos
NEN-grondwater
Analysepakket
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 ‘ONV’ Uit elke boring worden monsters genomen in trajecten van ten hoogste 0,5 m. Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
Pagina | 7
AM21106
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707
Voor het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in bodem is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden bestaan uit het uitvoeren van een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten. Voor het vaststellen van een eventuele verontreiniging met asbest in de bodem zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. Deellocatie en
Minimaal aantal te
Gaten in de verdachte laag
Gaten tot onderzijde
Aantal te analyseren
oppervlakte
inspecteren punten van
tot maximaal 0,5 m in de
verdachte laag met een
(meng)monsters
het maaiveld
verdachte laag
maximum van 2 m
5
5
1
Berm, 600 m2
1
Tabel 3.2: Onderzoeksopzet verkennend onderzoek asbest
Pagina | 8
AM21106
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 2 juni 2021 zijn de boringen geplaatst en asbestinspectiegaten gegraven conform protocol 2001 en 2018. Een deel van de asbestinspectiegaten en boringen zijn gecombineerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer L. Koomen en de heer H. van den Tillaar. Beiden zijn erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. De boringen voor het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater zijn drie boringen (boorpunten 5, 12 en 21) afgewerkt met een peilbuis. De bovenkant van ieder peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuizen is geen werkwater gebruikt. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen. In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd.
Pagina | 9
AM21106
Boring
Traject (m -mv) 0,3 – 0,5
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
14
Diepte boring (m -mv) 1,0
Leem
resten baksteen, zwak koolhoudend
15
1,0
0,3 – 0,5
Leem
sporen baksteen, zwak koolhoudend
20
2,0
0 – 0,5
Leem
zwak koolhoudend
22
0,7
0 – 0,2
zand
matig puinhoudend
23
0,7
0 – 0,2
Zand
sterk puinhoudend
24
0,8
0 – 0,3
Zand
sterk puinhoudend
25
2,0
0 – 0,3
Zand
sterk puinhoudend
26
1,0
0 – 0,5
zand
sterk puinhoudend, brokken asfalt
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
Verdeeld over de verharde berm langs de zuidelijke grens van de planlocatie zijn in totaal 5 asbestinspectiegaten (22 t/m 26) gegraven van minimaal 30 x 30 cm tot 0,5 m-mv. In asbestinspectiegat 25 is met behulp van de Edelmanboor (ø 12 cm) een boring verricht tot 2,0 m-mv. Voorafgaand is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de inspectie was het zonnig en droog weer. De asbestverdachte deellocatie bestaat is verhard met grind/puin met minder dan 25% vegetatie. De inspectie efficiëntie van het terrein is ingeschat op 90-100%. Tijdens de inspectie zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Het uitkomende materiaal is voorbehandeld (gezeefd) en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. In het uitgegraven materiaal van alle asbestinspectiegaten zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. Op basis van de visuele waarnemingen zijn in het veld twee mengmonsters samengesteld. De locaties van de boorpunten en asbestinspectiegaten zijn weergegeven in bijlage 3. De uitkomende grond en alle visueel waargenomen bijzonderheden zijn beschreven in de profielbeschrijvingen in bijlage 4. In bijlage 4 zijn tevens foto’s opgenomen van de asbestinspectiegaten.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuizen zijn op 11 juni 2021 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer L. Koomen. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch).
Pagina | 10
AM21106
De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 5
Filterdiepte (m-mv.) 2,7 – 3,7
Grondwaterstand (m-mv.) 3,0
pH (-)
Ec (µS/cm)
7,2
449
Troebelheid (NTU) 9,82
12
2,95 – 3,95
3,0
6,6
361
96,4
21
2,9 – 3,9
2,7
6,8
755
156
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.
Pagina | 11
AM21106
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie)
Van de uitgezeefde fijne fractie (<20 mm) is een mengmonster samengesteld van minimaal 10 kg. Het mengmonster is genomen door per asbestinspectiegat evenredige grepen van de gezeefde grond te nemen. In tabel 5.2 is de samenstelling van het mengmonster weergegeven. Mengmonster
Inspectiegat
Traject (m-mv.)
ABM1
22 t/m 26
0 – 0,5
Visuele waarnemingen (%>20 mm)
matig tot sterk puinhoudend
Asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen Nee
Geselecteerd voor analyse
Nee
Nee
Ja
(>20 mm = 15-25%) ABM2
22 t/m 25
0,2 – 0,5
geen bijmengingen/bijzonderheden
Tabel 5.1: Schemagrond(meng)monster fijne fractie
De berekende concentratie is bepaald door sommatie van de asbestconcentratie in de grond (mg/kg d.s.) en de bijdrage van de materiaalmonsters uit het inspectiegat (mg/kg d.s. voor het geschouwd volume), gecorrigeerd voor het drooggewicht grond. Zie bijlage 6 voor de analyserapport. Monster
ABM1
Visuele waarneming
matig tot sterk puinhoudend
Vastgestelde hoeveelheid asbest
grove fractie [mg/kg d.s.]
fijne fractie [mg/kg d.s.]
serpentijn
amfibool
serpentijn
amfibool
n.a.
n.a.
<2
<2
Indicatieve asbestconcentratie [mg/kg d.s.kg]
<2
Tabel 5.2: Analysemonsters grondmonsters fijne fractie n.a. = niet aangetroffen/aangetoond
In het onderzochte mengmonster van de fijne fractie is geen verhoogde asbestconcentratie aangetoond.
Pagina | 12
AM21106
5.3
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Analysemonster
Deelmonsters
Analysepakket
MM1
Traject (m -mv) 0 – 0,3
1-1, 2-1, 3-1, 5-1, 6-1, 9-1, 10-1, 11-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM2
0 – 0,5
4-1, 7-2, 8-2, 19-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM3
0 – 0,5
14-2, 15-2, 20-1, 20-2
Standaardpakket incl. lu/os
MM4
0 – 0,5
22-1, 23-1, 25-1, 26-1
Standaardpakket incl. lu/os
MM5
0 – 0,3
1-1, 2-1, 9-1, 10-1
OCB’s
MM6
0 – 0,3
3-1, 6-1, 8-1, 11-1
OCB’s
MM7
0 – 0,3
14-1, 16-1, 17-1, 19-1
OCB’s
MM8
0,5 – 1,4
3-3, 5-3, 9-3, 14-3, 15-3, 16-3, 20-3, 21-3
Standaardpakket incl. lu/os
MM9
1,0 – 2,0
3-4, 5-5, 9-4, 12-5, 16-4, 20-5, 21-4
Standaardpakket incl. lu/os
MM10
0,2 – 1,0
22-2, 23-2, 24-2, 25-3, 26-2
Standaardpakket incl. lu/os
Tabel 5.3: samenstelling analysemonsters en analysepakket
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. *
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.
Pagina | 13
AM21106
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor de toetsingstabellen en het analyserapport. (Meng)monster MM1
MM2
MM3
MM4
MM5
MM6
MM7
MM8
Traject (m -mv) 0 – 0,3
0 – 0,5
0 – 0,5
0 – 0,5
0 – 0,3
0 – 0,3
0 – 0,3
0,5 – 1,4
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component
geen bijmengingen/bijzonderheden
Cadmium
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 0,961 *
Kobalt
19,1
*
Lood
59,3
*
Nikkel
35,6
*
Zink
200
*
Cadmium
0,666
*
Kobalt
17
*
Nikkel
36,7
*
Cadmium
0,696
*
Kobalt
32,3
*
Lood
54,8
*
Nikkel
55,4
*
Zink
188
*
Cadmium
0,93
*
Kobalt
23,9
*
Koper
55,9
*
Lood
69,3
*
Nikkel
43,8
*
Zink
237
*
PAK
36,9
**
Som PCB
0,037
*
Minerale olie
200
*
som DDD
0,024
*
som DDE
0,227
*
som aldrin/dieldrin/endrin
0,0176
*
som DDT
1,32
**
som DDD
0,12
*
som DDE
0,727
*
som DDT
0,81
*
som DDD
0,085
*
som DDE
0,758
*
Kobalt
18,2
*
Nikkel
40,8
*
Kobalt
16,6
*
Nikkel
36,2
*
Cadmium
0,627
*
geen bijmengingen/bijzonderheden
baksteenresten, zwak koolhoudend
matig tot sterk puinhoudend
geen bijzonderheden t.a.v. OCB’s
geen bijzonderheden t.a.v. OCB’s
geen bijzonderheden t.a.v. OCB’s
geen bijmengingen/bijzonderheden
MM9
1,0 – 2,0
geen bijmengingen/bijzonderheden
MM10
0,2 – 1,0
geen bijmengingen/bijzonderheden
Tabel 5.4: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Pagina | 14
AM21106
Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond ter plaatse van het weiland/grasland (MM1 t/m MM3) licht verhoogd is met zware metalen. De matige tot sterk puinhoudende bovengrond ter plaatse van de berm (MM4) is licht verhoogd met zware metalen, som PCB en minerale olie en matig verhoogd met PAK. Uit het onderzoek naar OCB blijkt dat de bovengrond (0-0,3 m-mv) ter plaatse van de voormalige boomgaard licht tot plaatselijk matig verhoogd is met OCB. In de zintuiglijk waargenomen schone ondergrond (mengmonsters MM8 t/m MM10) zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden.
Naar aanleiding van de aangetoonde matig verhoogde gehalten aan PAK in mengmonster MM4 en som DDT (OCB) in mengmonster MM6 is besloten om de deelmonsters van beide grondmengmonsters separaat te analyseren op respectievelijk PAK en OCB. De analyseresultaten van de grondmonsters worden in de volgende tabel samengevat. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 8 voor de toetsingstabellen en het analyserapport. Monster
Traject (m -mv)
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing
Uitsplitsing MM4, PAK 22-1
0 – 0,2
matig puinhoudend
PAK
9,02
*
23-1
0 – 0,2
sterk puinhoudend
PAK
4,91
*
25-1
0 – 0,3
sterk puinhoudend
PAK
12,9
*
26-1
0 – 0,5
sterk puinhoudend, brokken asfalt
PAK
142
***
Uitsplitsing MM6, OCB’s 3-1
0 – 0,3
geen bijmengingen/bijzonderheden
som DDE
0,111
*
6-1
0 – 0,3
geen bijmengingen/bijzonderheden
som DDT
0,317
*
som DDD
0,0468
*
som DDE
0,163
*
som DDT
0,231
*
som DDD
0,0388
*
som DDE
0,207
*
som DDT
0,223
*
som DDD
0,0372
*
som DDE
0,159
*
8-1
11-1
0 – 0,3
0 – 0,3
geen bijmengingen/bijzonderheden
geen bijmengingen/bijzonderheden
Tabel 5.5: Toetsingsresultaten uitsplitsing grond(meng)monster MM4 en MM6
Uit de analyseresultaten van de uitsplitsing van mengmonster MM4 blijkt dat grondmonster 26-1 (boring 26; dieptetraject 0–0,5 m-mv.) sterk verhoogd is met PAK. In de overige deelmonsters (22-1, 23-1, 25-1) is een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. Het aangetoonde sterk verhoogde gehalte aan PAK in monster 26-1 is waarschijnlijk te relateren aan de zintuiglijk aangetroffen asfaltresten in de grond. Pagina | 15
AM21106
Uit de resultaten van de uitsplitsing van mengmonster MM6 blijkt dat in separaat geanalyseerde deelmonsters (3-1, 6-1, 8-1, 11-1) slechts licht verhoogde gehalten aan OCB zijn aangetoond. Het aangetoonde matige verhoogde gehalte in mengmonster MM6 wordt niet bevestigd.
Toelichting verhoogde gehalten Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.
De afkorting PAK staat voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Het gaat hierbij om een verbindingsklasse van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen. Ze ontstaan met name bij verbrandingsprocessen, en kunnen dus zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s ontstaan o.a. door onvolledige verbranding van minerale olie zoals die ook in het verkeer plaatsvindt. Ze worden tevens gevormd bij het proces van droge destillatie van steenkool, zoals die bij gas- en cokesfabrieken werd toegepast. Daarnaast kunnen ze worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. De belangrijkste PAK-verbindingen in steenkoolteer zijn naftaleen, chryseen, fenanthreen en fluorantheen. Alle zijn praktisch onoplosbaar in water, niet vluchtig en persistent (niet afbreekbaar).
OCB zijn (organochloor)bestrijdingsmiddelen, die vooral zijn toegepast als insecticide. In het verleden zijn bestrijdingsmiddelen gebruikt waarvan pas achteraf duidelijk werd dat ze erg slecht afbreken in de bodem, zoals DDT, Drins (Aldrin, Dieldrin en Endrin) en zogeheten HCH's. Daardoor is veel grond die vroeger werd gebruikt als landbouwgrond, nog steeds vervuild met deze bestrijdingsmiddelen. DDT is alomtegenwoordig in ons milieu door het vroegere gebruik ervan als pesticide. DDE en DDD komen in ons milieu terecht door de afbraak van DDT. DDT, DDE, en DDD worden afgebroken door het zonlicht of door bacteriën maar het kan 2 tot 15 jaar duren voor de helft verwijderd is. Ze worden opgenomen door planten en dieren en komen dus via het voedsel bij de mens terecht waar het wordt opgestapeld in het vetweefsel (vooral DDE).
Pagina | 16
AM21106
5.4
Grondwatermonsters
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. *
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 9 voor de toetsingstabel en het analyserapport.
Peilbuis
Grondwaterstand [m-mv.]
Verhoogde component
5
Filtertraject [m-mv] 2,7 – 3,7
3,0
Xylenen
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 0,62 *
Naftaleen
0,04
*
12
2,95 – 3,95
3,0
Xylenen
0,74
*
Naftaleen
0,04
*
Xylenen
0,47
*
21
2,9 – 3,9
2,7
Tabel 5.6: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het freatisch grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie licht verhoogd is met vluchtige aromaten. De licht verhoogde gehalten met xylenen en naftaleen worden waarschijnlijk van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd, aangezien op de locatie geen verontreinigingsbronnen zijn aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met de verhoogd aangetroffen gehalten. Verhogingen met vluchtige aromaten (xylenen en naftaleen) komen, zonder aanwijsbare oorzaak, veelal voor in het freatisch grondwater van Noord- en Midden Limburg en passen in het beeld van verhoogde achtergrondconcentraties. De verhogingen worden toegeschreven aan de diffuse grondwaterverontreinigingen in de provincie Limburg zoals vastgelegd in het provinciaal onderzoeksrapport ‘Diffuse verontreiniging in de provincie Limburg’ (Tauw, kenmerk R3342549.GVB, 1996).
5.5
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties aan OCB in de bovengrond ter plaatse van de voormalige boomgaard in overeenstemming zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie verdacht is op het voorkomen van OCB. De hypothese onverdacht voor de overige componenten is onterecht. Het aangetoond sterk verhoogde gehalte aan PAK in de bovengrond van boorpunt 26 geeft aanleiding voor het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek. De vooraf opgestelde hypothese verdacht ten aanzien van asbest in de verharde berm is onterecht. Zowel zintuiglijk (maaiveld en grove fractie) als analytisch (fijne fractie) is geen asbest aangetoond.
Pagina | 17
AM21106
De gemeten concentraties aan vluchtige aromaten in het freatisch grondwater zijn in tegenspraak met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie onverdacht is. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek is gelet op de aangetroffen componenten en gemeten concentraties niet noodzakelijk.
Pagina | 18
AM21106
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn in het opgeboorde bodemmateriaal ter plaatse van het grasland (vml. boomgaard) plaatselijk baksteen- en koolresten aangetroffen. De bovengrond ter plaatse van de verharde berm langs de Groeneweg is matig tot sterk puinhoudend. Ter plaatse van de puinhoudende berm is zowel op het maaiveld als in de grond (fractie > 20 mm) geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond ter plaatse van het weiland/grasland licht verhoogd is met zware metalen. De matige tot sterk puinhoudende bovengrond ter plaatse van de berm (MM4) is licht verhoogd met zware metalen, som PCB en minerale olie en matig verhoogd met PAK. Na uitsplitsing van mengmonster MM4 blijkt dat de bovengrond van boorpunt 26 (traject 0–0,5 m-mv.) sterk verhoogd is met PAK. In de overige deelmonsters is een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. Uit het onderzoek naar OCB blijkt dat de bovengrond (0-0,3 m-mv) ter plaatse van de voormalige boomgaard licht tot plaatselijk matig verhoogd is met OCB. Het matig verhoogde gehalte is aangetoond in mengmonster MM6. Na uitsplitsing blijkt dat in separaat geanalyseerde deelmonsters slechts licht verhoogde gehalten aan OCB’s zijn aangetoond. Het aangetoonde matige verhoogde gehalte in mengmonster MM6 wordt niet bevestigd.
In de zintuiglijk waargenomen schone ondergrond (mengmonsters MM8 t/m MM10) zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden. Uit de resultaten van het onderzoek naar asbest in bodem ter plaatse van de verharde berm blijkt dat zowel zintuiglijk (maaiveld en grove fractie) als analytisch (fijne fractie) geen asbest is aangetoond. Het freatisch grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is licht verhoogd met vluchtige aromaten.
De resultaten van dit bodemonderzoek geven voor wat betreft het aangetoonde sterk verhoogde gehalte aan PAK in de berm ter plaatse van boorpunt 26 aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem van het overig deel van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Tijdelijk Handelingskader PFAS van toepassing.
Het freatisch grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.
Pagina | 19
AM21106
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale situatie
AM21106
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM19523-NP
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Herten B 2718
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 16 april 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie
AM21106
AM21106
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM21106
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening met boorpuntlocaties
AM21106
194776
194801
194826
194851
194876
194901
194926
194951
194976
195001
355375 355350 355325 355300
355300
355325
355350
355375
355400
194751
355400
194726
355275
355275
Legenda Plangebied Foto's
Boorpuntenkaart (A4)
355250
asbestinspectiegat
355250
AM21106 Herten Groeneweg (ong.)
Boringen
Schaal
boring tot 0,5 m-mv
N
boring tot 1,0 m-mv
peilbuis Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK
194726
194751
194776
194801
194826
194851
194876
194901
194926
194951
194976
355225
v1.0_6-7-2021_LK
355225
boring tot 2,0 m-mv
195001
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen en foto’s asbestinspectiegaten
AM21106
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring: 0
0 1
30
2
50
50
Boring:
0
0
Leem, sterk zandig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor Leem, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 30
2 50
03
Boring: 0
0 1
30
50
gras
02
2 70
gras
Leem, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Leem, sterk zandig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
50
Leem, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
0
gras
04
0
Leem, sterk zandig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
gras
1 30
2 50
Leem, sterk zandig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
50
Leem, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
0
gras
Leem, zwak zandig, donkerbruin, Edelmanboor
3 100
110
Leem, sterk zandig, donkerbruin, Edelmanboor
4 150
160
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsbruin, Edelmanboor
5 200
200
Boring:
05
Boring: 0
0
gras
0
Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak humeus, oranjebruin, Edelmanboor
1 2
1 30
2
50
50
06
50
50
Leem, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
0
gras
Leem, sterk zandig, zwak humeus, oranjebruin, Edelmanboor
3
Leem, sterk zandig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
100 4 150 5 200
200
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, oranjebruin, Edelmanboor 250
250
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk grindhoudend, donker grijsoranje, River, Boring gestaakt wegens grind 300
350 370
Boring:
07
Boring: 0
0 1
30
2 50
50
gras
Projectnaam: Groeneweg ong., Herten Projectcode: AM21106
0
Leem, sterk zandig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor Leem, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
08 1 30
2 50
50
Leem, sterk zandig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor Leem, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
getekend volgens NEN 5104
Boring:
09
Boring: 0
0 1
30
50
2 70
3 100
100
gras
0
0
Leem, zwak zandig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor Leem, sterk zandig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
10 1 30
2 50
gras Leem, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
50
Leem, zwak zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
0
gras
Leem, zwak zandig, donkerbruin, Edelmanboor Leem, sterk zandig, donkerbruin, Edelmanboor
4 150
150
Leem, sterk zandig, laagjes zand, donkerbruin, Edelmanboor
5 200
200
Boring:
11
Boring: 0
0 1
30
2
50
50
gras
0
Leem, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor Leem, zwak zandig, donkerbruin, Edelmanboor
12 Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak humeus, oranjebruin, Edelmanboor
1 2 50 3 100 4 150
150
Leem, sterk zandig, zwak humeus, oranjebruin, Edelmanboor
5 200 220
Zand, matig fijn, zwak siltig, donker grijsoranje, Edelmanboor 250
300
300
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindhoudend, donker grijsoranje, Edelmanboor, Boring gestaakt wegens grind
350
395
Boring:
13
Boring: 0
0 1
30
2 50
50
gras
0
0
Leem, sterk zandig, matig humeus, zwak grindhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor Leem, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
14 1 30
2 50
50
3 100
Projectnaam: Groeneweg ong., Herten Projectcode: AM21106
100
gras Leem, sterk zandig, matig humeus, zwak wortelhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor Leem, sterk zandig, zwak humeus, resten baksteen, zwak koolhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Leem, zwak zandig, donkerbruin, Edelmanboor