CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a - Regels bestemmingsplan Melickerveld 2022 (digitaal ter inzage)

Gemeenteraad 17 februari 2022, gemeente RoermondBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Melickerveld 202211.654 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

35/47

12.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 12.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een reeds verleende vergunning mogen worden uitgevoerd. 12.4.3 Voorwaarden voor verlening De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 12.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. de werken of werkzaamheden plaatsvinden in een evident eerder verstoorde bodem, of; b. op basis van een archeologisch vooronderzoek blijkt dat geen verstoring plaatsvindt van archeologische waarden of mogelijke verstoring van archeologische waarden kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem of verrichten van archeologisch vervolgonderzoek. 12.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat deze bestemming (deels) komt te vervallen, indien als gevolg van archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.

36/47

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 13 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

37/47

Artikel 14 Algemene bouwregels 14.1 Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten 14.1.1 Overschrijding voorgeschreven maten Indien afstanden tot, bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 14.1.2 Minimaal toelaatbare maten In die gevallen dat afstanden tot, bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 14.1.3 Heroprichting van gebouwen In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in artikel 14.1.1 en artikel 14.1.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.

14.1.4 Geluidwerende voorziening Bewoning van geluidgevoelige objecten als bedoeld in de Wet geluidhinder is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied - 3' en 'specifieke vorm van woongebied - 4, als de geluidwerende voorziening als bedoeld in artikel 5.1, onder e en artikel 6.1, onder b ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal' met een hoogte van tenminste 3 meter is gerealiseerd. Deze geluidswal dient daarna tevens in stand te worden gehouden.

38/47

Artikel 15 Algemene gebruiksregels 15.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik voor een seksinrichting; b. het permanent bewonen van onderkomens en gebouwen die niet voor permanente bewoning bestemd zijn; c. het gebruik van niet-bebouwde grond als permanente staan- of ligplaats van demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor de verkoop van etenswaren en/of dranken; d. het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor (menselijk of dierlijk) verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken, vaar- of voertuigen, arken of andere objecten, voor zover die niet als bouwwerk zijn aan te merken; e. het gebruik van niet-bebouwde grond voor het opslaan, opgeslagen houden, storten, lozen of bergen van al dan niet afgedankte stoffen, emballage, afval, voorwerpen, goederen, vaste of vloeibare afvalstoffen, materialen en producten, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden.

39/47

Artikel 16 Algemene aanduidingsregels 16.1 Geluidzone - industrie 16.1.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone - industrie' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de geluidsbelasting van industrie. 16.1.2 Voorwaarden In afwijking van het bepaalde voor de ter plaatse voorkomende andere bestemmingen zijn geluidsgevoelige objecten binnen de 'Geluidzone - industrie' uitsluitend toegestaan, indien wordt voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder. 16.2 Geluidzone - weg 16.2.1 Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone - weg' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de geluidsbelasting van de weg. 16.2.2 Voorwaarden In afwijking van het bepaalde voor de ter plaatse voorkomende andere bestemmingen zijn geluidsgevoelige objecten binnen de 'Geluidzone - weg' uitsluitend toegestaan, indien wordt voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder.

40/47

Artikel 17 Algemene afwijkingsregels 17.1 Algemene afwijking Het bevoegd gezag kan – tenzij op grond van Hoofdstuk 2 al kan worden afgeweken – met een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. het afwijken van de maatvoering (exclusief percentages) met ten hoogste 15%; b. het oprichten van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals wachthuisjes, telefooncellen en naar de aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, voor zover deze bouwwerken geen grotere bouwhoogte dan 3,50 meter en geen grotere oppervlakte dan 20 m2 hebben; c. het oprichten van een (tijdelijk) bezoekerscentrum voor zover dit bouwwerk geen grotere bouwhoogte heeft dan 3,50 meter en geen grotere oppervlakte dan 50 m2; d. het oprichten van gebouwtjes ten dienste van de verkoop van kranten en tijdschriften, bloemen, ijs, frisdranken en straatconsumpties en soortgelijke functies (al dan niet tijdelijk), voor zover deze bouwwerken geen grotere bouwhoogte dan 3,50 meter en geen grotere oppervlakte dan 12 m2 hebben; e. geringe afwijkingen, van de op de verbeelding aangegeven bestemmingsgrenzen, welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking niet meer dan 2 meter bedraagt; f.

het oprichten van zend; ontvangst; en/of sirenemasten voor zover deze van geringe horizontale afmetingen zijn en mits de hoogte, gemeten vanaf het peil tot het hoogste punt van het bouwwerk, niet meer bedraagt dan 15 meter voor privégebruik en niet meer dan 40 meter voor gemeenschappelijk gebruik; g. het oprichten van waterretentiebekkens, met dien verstande dat: 1. de inhoud niet meer bedraagt dan 4.000 m3; 2. ingeval van ondergrondse bekkens: - de bovenzijde van de bekkens minimaal 0,50 meter onder het aangrenzende maaiveld blijft; - de putdeksels op maaiveldniveau gelegen zijn; h. evenementen, voor zover de bestemming niet onevenredig wordt aangetast. 17.2 Voorwaarden 17.2.1 Voorwaarden ten aanzien van de situering Het bevoegd gezag kan bij verlening van de omgevingsvergunning voorwaarden stellen ten aanzien van de situering van de in artikel 17.1 bedoelde bouwwerken, teneinde een ruimtelijk verantwoorde plaatsing van deze bouwwerken ten opzichte van de omgeving te waarborgen. 17.2.2 Geen onevenredige afbreuk aan gebruiksmogelijkheden De in artikel 17.1 genoemde vergunning mag slechts worden verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

41/47

Artikel 18 Algemene wijzigingsregels 18.1 Algemene wijziging Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ten behoeve van: a. het wijzigen van de voorgeschreven maatvoering voor bouwwerken met ten hoogste 25%; b. een enigszins andere situering en/of begrenzing van de bestemmingsgrenzen, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen in verband met de uitvoering van een bouwplan waarvan realisering wenselijk of noodzakelijk wordt geacht; c. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van vaststelling van het plan worden gewijzigd. 18.2 Voorwaarden Aan de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 18.1 kan toepassing worden gegeven mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. b. er dient sprake te zijn een goede ruimtelijke inpassing.

42/47

Artikel 19 Algemene procedureregels 19.1 Procedure regels nadere eisen Bij het stellen van nadere eisen als bedoeld in deze regels gelden de volgende procedureregels: a. het ontwerpbesluit tot nader eisen ligt met bijbehorende stukken gedurende tenminste twee weken voor belanghebbenden ter inzage op het gemeentehuis; b. burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging van het ontwerpbesluit tevoren bekend in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze; c. de bekendmaking houdt in de bevoegdheid van belanghebbenden tot het mondeling en schriftelijk indienen van zienswijzen bij burgemeester en wethouders tegen het ontwerpbesluit gedurende de onder a. genoemde termijn; d. burgemeester en wethouders delen aan hen, die zienswijzen hebben ingediend, de beslissing daaromtrent mede. 19.2 Procedureregels afwijken Op de voorbereiding van een ontwerpbesluit tot afwijking, die onderdeel uitmaakt van deze regels, is de in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemde procedure van artikel 3.9 van toepassing. 19.3

Procedureregels wijzigen

Op de voorbereiding van een ontwerpbesluit tot wijziging, dat onderdeel uitmaakt van deze regels, is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van Afdeling 3.4 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing.

43/47

Artikel 20 Overige regels 20.1 Voorwaardelijke verplichting geluidswal Alvorens overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 (blijvend) kan worden gewoond in woningen zal op de gronden met de bestemming 'Groen' en bestemming 'Groen - Omzoming' ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal' een wal van ten minste 3 meter hoogte worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. 20.2 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 20.3 Parkeren 20.3.1 Bepaling met betrekking tot het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein Bij het oprichten van gebouwen of het veranderen van het gebruik dient de inrichting van elk perceel zodanig te zijn dat voldoende ruimte aanwezig is om zowel het parkeren als het eventueel laden en lossen op eigen terrein te kunnen afwikkelen. Er wordt in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid, wanneer wordt voldaan aan de parkeercriteria zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen 2021, waarbij geldt dat ingeval de Nota Parkeernormen 2021 binnen de planperiode wordt herzien, deze herziening leidend is voor het bepalen van de parkeercriteria.

20.3.2 Voorwaardelijke verplichting / specifieke gebruiksregel Het gebruik van de gronden conform de in dit bestemmingsplan toegekende bestemming(en) is alleen dan toegestaan indien is voorzien in voldoende parkeer- gelegenheid. Er wordt in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid, wanneer wordt voldaan aan de parkeercriteria zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen 2021 (Bijlage 3), of aan een verleende omgevingsvergunning, waarbij geldt dat: a. indien functiewijziging of nieuwbouw plaatsvindt op de gronden ná (eventuele) herziening van de Nota Parkeernormen 2021, deze herziening leidend is voor het bepalen van de parkeercriteria; b. voor bestaand gebruik van de gronden ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan, de parkeercriteria worden gehanteerd conform de verleende (omgevings)vergunning, dan wel conform de verleende vrijstelling of ontheffing; c. wanneer voor bestaand gebruik op het moment van aanvang daarvan geen (omgevings)vergunning, vrijstelling of ontheffing was vereist, wordt voldoende parkeergelegenheid geacht aanwezig te zijn. 20.3.3 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 20.3.1 en artikel 20.3.2 indien anderszins in voldoende parkeergelegenheid is voorzien.

20.4 Nadere eis - externe veiligheid Burgemeester en wethouders kunnen, met het oog op het aspect externe veiligheid, ter beheersing van de blootstelling aan giftige stoffen en uitpandige vluchtroutes, nadere eisen te stellen aan: a. de situering van bouwwerken (gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde); b. de inrichting van terreinen; c. de bruto vloeroppervlakte (bvo) en de hoogte van gebouwen;

44/47

d. de wijze van afsluitbaarheid van mechanische ventilatiesystemen. 20.5 Voorwaardelijke verplichting aanleg en instandhouden groenvoorziening 20.5.1 Aanleg groenvoorzieningen Alvorens overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 kan worden gewoond in woningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van woongebied - 1', 'specifieke vorm van woongebied - 2', 'specifieke vorm van woongebied - 3' en/of 'specifieke vorm van woongebied - 4' zijn op de naastgelegen gronden van dit deelgebied met de bestemming 'Groen - Omzoming' groenvoorzieningen aangebracht. Hiervan is sprake indien vóór de feitelijke oplevering van de éérste woning in elk afzonderlijk gebied met aanduiding 'specifieke vorm van woongebied - 1', 'specifieke vorm van woongebied - 2', 'specifieke vorm van woongebied - 3' en/of 'specifieke vorm van woongebied - 4' met de aanleg van de groenvoorzieningen een aanvang is gemaakt danwel groenvoorzieningen zijn aangebracht. 20.5.2 Instandhouding groenvoorzieningen Strijdig met de bestemming 'Woongebied' is het gebruik van de gronden voor wonen indien de aangebrachte groenvoorzieningen binnen de bestemming 'Groen - Omzoming' niet in stand gehouden worden.

45/47

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 21 Overgangsrecht 21.1 Overgangsrecht bouwen 21.1.1 Algemeen overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 21.1.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van artikel 21.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 21.1.1 met maximaal 10%. 21.1.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Artikel 21.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 21.2 Overgangsrecht gebruik 21.2.1 Algemeen overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

21.2.2 Wijzigen strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 21.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 21.2.3 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 21.2.2, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 21.2.4 Kleine economie Artikel 21.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

46/47

Artikel 22 Slotregel Deze regels worden aangehaald onder de naam 'Regels van het bestemmingsplan Melickerveld 2022'.

47/47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=e57ab2dc-6af4-4b6a-9858-c1b5c8309dc7