CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Uitleg over onderwerpen uit de concept Welstandsnota Roermond 2026

Commissie Ruimte (RU) 3 september 2025, gemeente RoermondBij agendapunt: Actualisatie Nota Beeldkwaliteit 2015 (punt 15 op de agenda)2.470 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3 - Uitleg over onderwerpen uit de concept Welstandsnota Roermond 2026 In deze bijlage staan een aantal belangrijke onderwerpen die terugkomen in de concept Welstandsnota Roermond 2026 (verder te noemen: de welstandsnota). De belangrijkste delen van deze bijlage zijn omkaderd. Deze teksten vormen een samenvatting van dit document. De niet omkaderde gedeelten zijn een toelichting op de omkaderde gedeelten. 1. Waarom heeft de Nota Beeldkwaliteit een andere naam gekregen? De ‘Nota Beeldkwaliteit’ doet qua terminologie denken aan een beeldkwaliteitsplan waarin regels kunnen staan over stedenbouw, architectuur, duurzaamheid, groenvoorzieningen en de openbare ruimte. De Nota Beeldkwaliteit ging echter over alleen over architectuur/ welstand. Omdat ook in de wetgeving de term ‘welstand’ wordt gehanteerd voor het uiterlijk/ de architectuur van een bouwwerk, is de naam van de nota gewijzigd in ‘Welstandsnota Roermond 2026’. 2. Wat staat er in de welstandsnota? In de welstandsnota staan alleen nog regels over het uiterlijk/ de architectuur van bouwwerken. Deze regels zijn op basis van artikel 4.19 van de Omgevingswet door de gemeenteraad vastgesteld.

Voordat de Omgevingswet inwerking trad, mochten ook welstandscriteria over de ‘plaatsing’ van een bouwwerk worden opgenomen voor het geval het bestemmingsplan hierin niet voorzag of voor het geval het bestemmingsplan ruimte liet voor een nadere invulling. In de Nota Beeldkwaliteit 2015 ontbraken echter criteria over de ‘plaatsing’ van een bouwwerk waardoor er op dit gebied geen wijzigingen plaatsvinden. Criteria over de plaatsing van een bouwwerk staan in het omgevingsplan. 3. Wanneer wordt de welstandsnota gebruikt? De regels uit de welstandsnota worden gebruikt: a. Bij de toetsing van een aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen (omgevingsplanactiviteit met betrekking tot bouwwerken). Het college van burgermeester kan de omgevingsvergunning weigeren als niet aan de welstandsregels wordt voldaan. b. Om handhavend te kunnen optreden tegen ‘ernstige strijd met de welstandsregels’ (welstandsexces) bij vergunningsvrije of welstandsvrije (wijzigingen van) bouwwerken. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als een bouwwerk wordt geverfd in (felle) kleuren die volledig afwijken van wat in de directe omgeving gebruikelijk is. Voorgesteld is dat welstandsvrije bouwwerken niet in ernstige strijd mogen zijn met redelijke eisen van welstand waardoor de gemeente in het geval van een welstandsexces achteraf nog altijd handhavend kan optreden.

Een uitzondering hierop is gemaakt voor industriegebieden en bedrijventerreinen die onder de Nota Beeldkwaliteit 2015 al als welstandvrij zijn aangemerkt.

1

4. Wat wordt in de welstandsnota bedoeld met ‘het uiterlijk’ van een bouwwerk? Belangrijk om vast te stellen is dat het uiterlijk van een bouwwerk niet alleen wordt bepaald door welstandsregels. Regels over de maximale afmetingen en de situering van een bouwwerk staan niet in de welstandsnota maar in het omgevingsplan (voorheen: het bestemmingsplan). Het verschil tussen regels uit het omgevingsplan en de welstandsnota wordt met de onderstaande afbeeldingen verduidelijkt.

De welstandsnota gaat niet over de afmetingen, de goot- en nokhoogte, het gebruik en de plaats van een bouwwerk. Regels hieromtrent zijn opgenomen in het omgevingsplan (voorheen: het bestemmingsplan). - Welstand Op basis van de regels uit het omgevingsplan kan een architectonisch ontwerp worden gemaakt.

De welstandsnota gaat over de architectuur van een bouwwerk waaronder de bouwstijl, kleur- en materiaalgebruik, detaillering en geleding. Dit wordt ook wel samengevat als ‘welstand’. De welstandsregels hebben betrekking op de buitenkant van een bouwwerk. 5. Weigeren vergunning Voor het (ver)bouwen van een bouwwerk kan een omgevingsvergunning nodig zijn voor een ‘omgevingsplanactiviteit’ (voorheen: een bouwvergunning). De aanvraag wordt getoetst aan de welstandsregels uit de welstandsnota. Dit volgt uit artikel 22.29 lid 1 onder b van de Bruidsschat. Indien een vergunningaanvraag voor bouwen niet voldoet aan de welstandsregels uit de welstandsnota dan kan het college van burgemeester en wethouders de vergunning weigeren. Dit hoeft dus niet. Zo zou op basis van maatschappelijke overwegingen (bijvoorbeeld woningnood) de vergunning, ondanks strijd met redelijke eisen van welstand, kunnen worden verleend.

2

6. Monumenten Rijks- en gemeentelijke monumenten moeten ook voldoen aan de welstandsregels. Bovenop de toets aan de welstandsregels volgt een extra toets, namelijk of de wijzigingen aan het monument niet in strijd zijn met ‘het belang van monumentenzorg’. Belangrijke monumentale onderdelen van een gebouw mogen niet zomaar worden gewijzigd. In tegenstelling tot de welstandsregels gelden de regels voor monumentenzorg in de meeste gevallen ook voor de binnenkant van een monument. Denk hierbij bijvoorbeeld aan vloeren, plafonds, houten spanten, trappen, schilderingen, schouwen en (dragende) wanden. Bij monumenten kan een bouwhistorisch onderzoek gevraagd worden. NB: Voor het beschermde stads- of dorpsgezicht gelden voor wat betreft het uiterlijk van het bouwwerk de welstandsregels en het omgevingsplan. Bij het wijzigen van monumenten geldt bovenop de toets aan de welstandsnota een toets aan ‘monumentenzorg’. 7. Vergunningvrij bouwen & welstand Het aantal bouwwerken waarvoor op landelijk niveau is bepaald dat daar geen vergunning voor nodig is, wordt steeds groter.

Een aantal voorbeelden van bouwwerken die onder voorwaarden (tijdens of na de bouw) zonder vergunning mogen worden uitgevoerd zijn: ✓ dakkapellen aan de zij- en achterkant van een gebouw met een hoogte van 1,75 meter over bijna de volledige breedte van het dak; ✓ eenlaagse aanbouwen aan de zij- en achterkant van een gebouw ✓ het wijzigen, vergroten of aanbrengen van kozijnen aan de zij- en achterkant van een gebouw; ✓ het isoleren en stuccen van de zij- en achtergevel van een gebouw; ✓ het schilderen van een gebouw; ✓ het aanbrengen van (rol)luiken, zonnepanelen en dakramen aan alle kanten van een gebouw; ✓ het plaatsen van schotelantennes met een doorsnede van maximaal 2 meter aan de zij- en achterkant van een gebouw; ✓ warmtepompen aan de zij- of achterkant van een gebouw (naar verwachting eind 2025). Het uiterlijk van een gebouw (de architectuur) mag tijdens of na de bouw zonder vergunning aanzienlijk worden gewijzigd ten opzichte van de vergunde toestand. Bij vergunningsvrij bouwen hoeft niet te worden voldaan aan redelijke eisen van welstand. Vergunningsvrij bouwen is, m.u.v. normaal onderhoud, niet toegestaan bij monumenten en slechts in beperkte mate toegestaan bij bouwwerken gelegen in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht.

3

8. Ernstige strijd met redelijke eisen van welstand De gemeenteraad kan naast regels over ‘redelijke eisen van welstand’ regels opstellen over ‘ernstige strijd met redelijke eisen van welstand’. In de welstandsnota is hier een hoofdstuk aan gewijd. Van ernstige strijd met redelijke eisen van welstand (een welstandsexces) kan sprake zijn bij een vergunningsvrije of welstandsvrije wijziging van een bouwwerk waarbij het uiterlijk van een bouwwerk buitensporig afwijkt van de door de gemeenteraad vastgestelde ‘redelijke eisen van welstand’. Kenmerkend voor een welstandsexces is dat het ook voor een niet deskundige duidelijk is dat grenzen zijn overschreden. In de regel komen dan bij de gemeente meerdere meldingen binnen van omwonenden. Het schilderen van een woning in Den Helder in de kleur ‘appeltjesgroen’, is hier een voorbeeld van. Deze woning moest worden overgeschilderd.

In de welstandsnota staan naast regels over ‘redelijke eisen van welstand’ ook regels over ‘ernstige strijd met redelijke eisen van welstand’ (de zgn. excessenregeling). Op basis van deze regel kan de gemeente handhavend optreden bijvoorbeeld wanneer door vergunningvrije bouwwerkzaamheden een bouwwerk buitensporig afwijkt van de redelijke eisen van welstand. Het niveau van ‘voldoen aan redelijke eisen van welstand’ kan in cijfers worden uitgedrukt met een 6 of hoger. In een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt over het algemeen de lat hoger gelegd en wordt bijvoorbeeld gestreefd naar een 8 of hoger. Bij een exces is uitgedrukt in cijfers sprake van een 3 of lager. Wanneer de gemeenteraad geen criteria voor excessen vaststelt dan kan geen sprake zijn van een exces. 9. Diverse soorten welstandsregels ✓ Algemene welstandsregels De algemene welstandsregels in de welstandsnota vormen de basis voor de welstandstoetsing in de gemeente Roermond. Vanuit deze algemene welstandsregels kan aan de knoppen worden gedraaid waarbij voor het ene gebied middels gebiedsgerichte welstandsregels de lat hoger en voor het andere gebied de lat lager kan worden gelegd.

4

✓ Welstandsvrij Voor bouwwerken en gebieden die door de gemeenteraad als welstandsvrij worden aangemerkt, gelden geen welstandsvoorschriften dat wil zeggen geen ‘redelijke eisen van welstand’. Voorgesteld is dat welstandsvrije bouwwerken niet in ernstige strijd mogen zijn met redelijke eisen van welstand waardoor de gemeente in het geval van een welstandsexces achteraf nog altijd handhavend kan optreden. Een uitzondering hierop is gemaakt voor industriegebieden en bedrijventerreinen die onder de Nota Beeldkwaliteit 2015 al als welstandvrij zijn aangemerkt. Door bouwwerken of gebieden als welstandsvrij aan te merken en door het verminderen van het aantal welstandsregels kan het uiterlijk aanzien van een woning of straat/ wijk achteruit gaan waardoor dit kan ook gevolgen hebben voor de leefbaarheid van het gebied en de waarde van de woningen. Toen de gemeente Boekel in 2004 besloot om de hele gemeente welstandsvrij te maken, was er toch wat beroering in gemeenteland. Zou dit niet leiden tot Belgische praktijken? Inmiddels hebben veel gemeenten welstandsvrije gebieden aangewezen en zelfs de commissie voor welstand afgeschaft.

Doordat op basis van landelijke regels, bij niet beschermde gebouwen, steeds meer bouwwerkzaamheden zonder vergunning mogen worden uitgevoerd, kan de vraag worden gesteld in hoeverre het welstandsbeleid nog een meerwaarde heeft voor bouwwerken die niet zijn aangemerkt als monument of als beschermd stads- of dorpsgezicht.

✓ Welstandsvrij - bouwen met een geregistreerd architect In Nederland is het niet verplicht om een deskundige in te schakelen voor het ontwerpen van een woning of een andere gebouw. Om de kwaliteit te bewaken laat een gemeente zich in de regel adviseren door een adviescommissie met deskundigen (in Roermond is dit de AOK). In de welstandsnota is opgenomen dat in bepaalde gevallen bij het inschakelen van een geregistreerd architect niet aan redelijke eisen van welstand hoeft te worden voldaan. De verantwoordelijkheid voor de architectuur ligt in dat geval bij de architect en de aanvrager. Voorgesteld is om deze regel in bepaalde gebieden in de vorm van een pilot (2 jaar) te introduceren voor woningbouw (huurwoningen alsook vrijstaande grondgebonden koop- en vakantiewoningen), Wetende dat gebouwd moet worden conform de bouwvoorschriften uit het omgevingsplan (voorschriften over o.a. de situering, de afmetingen, de goot- en de nokhoogte en de dakhelling) kan besloten worden om een deskundige i.c. een geregistreerd architect het vertrouwen te geven om in bepaalde gevallen zelf het ‘overige’ deel van het uiterlijk van het bouwwerk (de architectuur, de detaillering, de geleding en het materiaal- en kleurgebruik) te laten bepalen. -

Architectentitel

De wettelijke titel architect mag uitsluitend beroepsmatig worden gevoerd als de betreffende persoon als zodanig staat geregistreerd in het architectenregister. Een geregistreerd architect heeft een erkende opleiding gevolgd en voldoet aan de beroepservaringvereisten. Ook moet de architect voldoen aan de wettelijke bij- en nascholingsplicht en is er een wettelijke informatieplicht tegenover opdrachtgever(s). Dit alles maakt dat de wettelijke titels in de praktijk fungeren als een keurmerk. Een wettelijke titel staat voor vakmanschap, kennis en kwaliteit.

5

-

Wet op de architectentitel

Op 1 oktober 1988 trad de Wet op de architectentitel in werking. Deze wet regelt een systeem van titelbescherming door het instellen van een architectenregister. Het systeem van titelbescherming houdt in dat alleen degene die als architect staat ingeschreven in het architectenregister, de betreffende titel mag voeren. In het architectenregister staan 20 architecten uit Roermond geregistreerd. -

Architectenregister

Het Architectenregister is een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan dat de Wet op de architectentitel uitvoert en het architectenregister beheert. Het Architectenregister legt verantwoording af aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het bestuur, aangesteld door de minister van OCW, is verantwoordelijk voor de uitvoering van alle taken die voortkomen uit de Wet op de architectentitel en voor het functioneren van het Architectenregister. -

Pilot

De gedachte achter het inschakelen van een geregistreerd architect is dat een deskundige samen met de aanvrager de verantwoordelijkheid neemt om een ontwerp te maken dat zowel op zichzelf als in relatie tot zijn omgeving voldoet aan de algemene welstandsregels. Dit proces dient na ca. 1,5 jaar te worden geëvalueerd waarna kan worden bepaald of deze werkwijze zal worden voortgezet. ✓ Sneltoetscriteria Voor een aantal kleine / veelvoorkomende bouwwerken zijn sneltoetscriteria opgesteld. Aan de hand van een beperkt aantal heldere regels kan een aanvrager nagaan of wordt voldaan aan redelijke eisen van welstand. Wanneer wordt voldaan aan de sneltoetscriteria dan wordt voldaan aan redelijke eisen van welstand. Voorbeeld van sneltoetscriteria:

Het isoleren van de zijkanten- en de achterkant van een woning is in veel gevallen vergunningsvrij. Voor de voorkant geldt dat meestal wel een vergunning nodig is.

Bij het loslaten van de welstandsregels is het aan de bewoners/ de buurt om ingrijpende wijzigingen gezamenlijk op te pakken en te voorkomen dat een rommelig straatbeeld ontstaat. ✓ Gebiedsgerichte welstandsregels Voor bepaalde gebieden zijn bovenop de algemene welstandsregels gebiedsgerichte welstandsregels opgesteld. De gebiedsgerichte welstandsregels gelden niet voor welstandsvrije bouwwerken/ gebieden en ook niet voor bouwwerken waarop de sneltoetscriteria van toepassing zijn. ✓ Bijzondere welstandsregels 6

Naast de welstandsnota, beschikt de gemeente over een aantal andere documenten waarin ook beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken (welstandsregels) zijn opgenomen. Een voorbeeld van zo’n document is een beeldkwaliteitsplan voor een woningbouwproject. Een verschil tussen de welstandsnota en een beeldkwaliteitsplan is dat in een beeldkwaliteitsplan ook andere aspecten dan ‘het uiterlijk van bouwwerken’ aan bod komen. Denk hierbij aan groenvoorzieningen, de inrichting van de openbare ruimte en stedenbouwkundige aspecten. Welstandsregels die door de gemeenteraad zijn vastgesteld én zijn opgenomen in een ander document dan in de welstandsnota (bijvoorbeeld in een beeldkwaliteitsplan), worden ‘bijzondere welstandsregels’ genoemd. In de welstandsnota is een ‘voorrangsregeling’ opgenomen. Deze bepaalt dat indien de bijzondere welstandsregels in strijd zijn met de algemene en/ of de gebiedsgerichte welstandsregels uit de welstandsnota, de bijzondere welstandsregels van toepassing zijn. Bovendien zijn deze bijzondere welstandscriteria ook van toepassing op bouwwerken én gebieden die als welstandsvrij zijn aangemerkt. ✓ Ernstige strijd met redelijke eisen van welstand (zie onder 8) 10.

De toekomst van welstand Het kabinet gaat samen met medeoverheden, marktpartijen en woningcorporaties aan de slag om de stapeling van lokale regels en procedures aan te pakken en regeldruk te verminderen. ‘In Nederland is het bouwen van nieuwe woningen onnodig ingewikkeld geworden. Hoewel er veel regels zijn opgesteld met de beste bedoelingen, zorgt een stapeling van procedures en voorschriften er in de praktijk voor dat woningbouwprojecten te langzaam van de grond komen, onnodig duur zijn en soms zelfs helemaal vastlopen. Het systeem dat bedoeld is om belangen te beschermen, werkt verstikkend wanneer regels elkaar overlappen, elkaar tegenwerken en onvoldoende ruimte laten. Hierdoor lukt het onvoldoende om snel en betaalbaar te bouwen, terwijl de behoefte aan woningen urgenter is dan ooit.’ De bovenstaande tekst is een fragment van de brief van de minister van VRO d.d. 23 juni 2025. In deze brief roept de minister o.a. op tot snellere en efficiënte welstandstoetsing. Met de komst van de Omgevingswet wordt bij de toets aan redelijke eisen van welstand alleen nog maar het ‘uiterlijk’ van een bouwwerk getoetst. Voordat de Omgevingswet inwerking trad, behoorde ook de toets van de ‘situering’ van een bouwwerk tot de welstandstoets indien dit in het bestemmingsplan niet tot op detailniveau was geregeld.

Het is niet uit te sluiten dat op basis van het programma STOER (Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving) de welstandtoets in de (nabije) toekomst verder wordt versoberd.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=d441c273-6a0e-49d3-8466-f22aa77a1909