CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Nota vaste activabeleid gemeente Roermond 2020

Gemeenteraad 8 april 2021, gemeente RoermondBij agendapunt: Kredietrapportage 20205.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota Vaste Activabeleid Gemeente Roermond 2020

Inhoud 1

2

3

4

5

Inleiding ............................................................................................................................................1 1.1

Doelstelling ..............................................................................................................................1

1.2

Wettelijk kader .........................................................................................................................1

1.3

Leeswijzer................................................................................................................................1

Activeren ..........................................................................................................................................2 2.1

Algemeen.................................................................................................................................2

2.2

Soorten vaste activa ................................................................................................................2

2.2.1

Immateriële vaste activa ......................................................................................................2

2.2.2

Materiele vaste activa ..........................................................................................................3

2.2.3

Financiële vaste activa ........................................................................................................3

2.3

Criteria voor het activeren van vaste activa.............................................................................3

2.4

Onderhoud...............................................................................................................................3

Waarderen........................................................................................................................................5 3.1

Waarderingsgrondslag.............................................................................................................5

3.2

Bruto en netto waarderen ........................................................................................................5

3.3

Restwaarde..............................................................................................................................5

3.4

Boekwinst of -verlies................................................................................................................6

3.5

Waardeverandering van activa ................................................................................................6

Afschrijven........................................................................................................................................7 4.1

Uitgangspunten bij afschrijving ................................................................................................7

4.2

Methode van afschrijving .........................................................................................................7

4.3

Afschrijvingstermijnen..............................................................................................................8

4.4

Ingangsmoment van afschrijving .............................................................................................8

4.5

Rentetoerekening ....................................................................................................................8

Procedures .......................................................................................................................................9 5.1

5.1.1.

Algemeen.........................................................................................................................9

5.1.2

Aanvragen van kredieten.....................................................................................................9

5.1.3

Rapporteren over kredieten .................................................................................................9

5.1.4

Over-/onderschrijding van kredieten....................................................................................9

5.1.5

Afsluiten van kredieten ......................................................................................................10

5.1.6

Herijking investeringsplanning ...........................................................................................11

5.2 6

Kredieten .................................................................................................................................9

Administreren van activa .......................................................................................................11

Slotbepalingen................................................................................................................................11 6.1

Citeertitel................................................................................................................................11

6.2

Inwerkingtreding ....................................................................................................................11

Bijlage 1

Afschrijvingstabel...............................................................................................................12

Bijlage 2

Wettelijk kader ...................................................................................................................15

1

Inleiding

1.1

Doelstelling

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bevat een aantal artikelen die betrekking hebben op gemeentelijke investeringen. Van een investering is sprake als het gaat om een, meestal qua omvang wat grotere, uitgave waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Het gevolg van het doen van investeringen is het ontstaan van bezittingen, de zogenaamde vaste activa. In deze notitie wordt ingegaan op de bepalingen uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de overige voorschriften met betrekking tot het waarderen en afschrijven van vaste activa. De nota activabeleid is primair bedoeld als instrument ten behoeve van de kader stellende rol van de raad. Het doel van deze nota is: 1. Informatie geven over de richtlijnen van het BBV over activabeleid; 2. Beleidsregels vast te stellen over de wijze waarop vaste activa in de gemeentelijke administratie moeten worden vastgelegd en verantwoord.

1.2

Wettelijk kader

Deze nota sluit aan bij de Gemeentewet (artikel 212) en bij het BBV. In de toepassing van het BBV zijn de afgelopen jaren diverse notities uitgebracht door de Commissie BBV, alsmede is aan de hand van praktijkcases veel informatie beschikbaar gekomen welke een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV bevorderen. In deze informatie wordt onderscheid gemaakt in stellige uitspraken en aanbevelingen. Met stellige uitspraken geeft de Commissie BBV een interpretatie van de regelgeving die leidend is. Dit betekent dat verwacht wordt dat stellige uitspraken worden gevolgd en indien een gemeente toch een afwijkende interpretatie kiest (de gemeente is van oordeel dat in haar specifieke omstandigheden een andere lijn beter past en ook ‘BBV-proof’ is), zij dit expliciet moet motiveren en kenbaar moet maken bij de begroting en jaarstukken. Bij aanbevelingen gaat het om uitspraken die 'steun en richting geven aan de praktijk'. De Commissie BBV spoort gemeenten en provincies aan om deze aanbevelingen te volgen omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie (transparantie). In de voorliggende nota wordt hiermee rekening gehouden.

1.3

Leeswijzer

De nota is opgebouwd uit een toelichting op de verschillende soorten activa, waarna vervolgens de waarderingsgrondslagen en de afschrijvingsmethoden zijn uitgewerkt. Ter afsluiting wordt ingegaan op de procedures rondom investeringskredieten. In de bijlagen is de tabel met afschrijvingssoorten opgenomen en de relevante artikelen uit het BBV.

Nota vaste activabeleid

P a g i n a |1

2

Activeren

2.1

Algemeen

Jaarlijks wordt door de gemeente grote bedragen geïnvesteerd in kapitaalgoederen. Er is sprake van een vast actief als de investering betrekking heeft op een uitgave waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Een vast actief kan als volgt worden gedefinieerd: Van een vast actief is sprake indien de organisatie voor de uitoefening van zijn werkzaamheid het betreffende actief duurzaam nodig heeft (langer dan voor het leveren van een enkel goed of het verrichten van een enkele dienst) en de levensduur zich uitstrekt over een periode langer dan een jaar.

2.2

Soorten vaste activa

Investeringen worden op de balans verantwoord onder de vaste activa. In het BBV wordt bij de vaste activa onderscheid gemaakt in:  Immateriële vaste activa  Materiele vaste activa  Financiële vaste activa 2.2.1 Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa bestaan volgens artikel 34 BBV uit: 1. Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio. Het disagio is het verschil tussen het bedrag waarvoor de lening wordt aangegaan en het lagere bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. In het BBV is bepaald dat een lening voor het totaalbedrag van de aangegane schuld moet worden gewaardeerd. Voor kosten verbonden aan het afsluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio geldt een maximale afschrijvingsduur gelijk aan de looptijd van de lening. 2. Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief. Wanneer voorafgaand aan een nieuwe investering een onderzoek en/of voorbereidend werk plaatsvindt, dan mogen deze kosten – als wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 60 BBV – worden geactiveerd. Hiervoor geldt een afschrijvingstermijn van maximaal 5 jaar. (Voorbereidings-)kosten die worden gemaakt in de periode voordat een grondexploitatie is vastgesteld mogen eveneens worden geactiveerd als een immaterieel vast actief.

Hiervoor gelden een aantal aanvullende voorwaarden opgenomen in de notitie Grondexploitatie van de commissie BBV. 3. Bijdragen aan activa in eigendom van derden. In artikel 61 BBV is duidelijk ingekaderd wanneer bijdragen aan derden mogen worden geactiveerd. Bijdragen aan activa in eigendom van derden mogen worden geactiveerd indien: a. er sprake is van een investering door een derde; b. de investering bijdraagt aan de publieke taak; c. de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals overeengekomen; d. de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Indien aan één van deze criteria niet voldaan wordt, mag de bijdrage niet geactiveerd worden, maar moet deze op de exploitatie als een last worden verantwoord.

Nota vaste activabeleid

P a g i n a |2

2.2.2 Materiele vaste activa De materiele vaste activa bestaan volgens artikel 35 BBV uit: 1. Investeringen met een economisch nut. 2. Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. 3. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Materiële vaste activa (MVA) zijn de bezittingen van de gemeente, die zij langdurig gebruikt voor haar bedrijfsvoering. De gemeente heeft het economisch eigendom. Voorbeelden zijn het gemeentehuis, bedrijfsauto’s, computers, maar ook riolering en sportvelden/-gebouwen in het bezit van de gemeente. MVA hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn (er een markt voor is) en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Indien dit genereren van middelen gebeurt of kan gebeuren middels het vragen van rechten of heffingen, dan spreekt het BBV van MVA met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. MVA in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut genereren geen middelen, maar vervullen wel duidelijk een publieke taak. Het betreft investeringen in bijvoorbeeld wegen, water en groenvoorzieningen.

2.2.3 Financiële vaste activa De financiële vaste activa bestaan volgens artikel 36 BBV uit: a) Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen; b) Leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen; c) Overige langlopende leningen; d) (Overige) uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

2.3

Criteria voor het activeren van vaste activa

De hoofdregel voor het activeren van investeringen is opgenomen in artikel 59 BBV: alle investeringen worden geactiveerd. De enige uitzondering op het verplicht activeren zijn kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde die, zoals vermeld in artikel 59, tweede lid BBV, niet mogen worden geactiveerd. Het is echter niet praktisch om alle investeringen die in aanmerking komen geactiveerd te worden ook daadwerkelijk te activeren. De commissie BBV doet in haar notitie rondom verkrijging en vervaardiging van kapitaalgoederen vanuit efficiency oogpunt de aanbeveling om een minimale omvang voor het activeren van vaste activa te hanteren. Hierdoor wordt de staat van activa niet belast met veel kleine investerings- en afschrijvingsbedragen en worden extra administratieve handelingen voorkomen. Het geldende beleid is dat investeringen met een aanschafwaarde of vervaardigingswaarde van minder dan € 10.000, - niet worden geactiveerd. Deze kosten worden in het jaar van aanschaf of vervaardiging direct ten laste van de exploitatie gebracht.

2.4

Onderhoud

In sommige gevallen is het moeilijk een onderscheid te maken tussen investeringen en grote uitgaven die niet kunnen worden geactiveerd. De commissie BBV heeft de stellige uitspraak gedaan dat kosten

Nota vaste activabeleid

P a g i n a |3

voor (klein en groot) onderhoud niet levensduur verlengend zijn. Deze kosten mogen dus niet geactiveerd worden:  Kosten van klein onderhoud dienen in het jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie te worden gebracht.  Kosten van groot onderhoud kunnen op twee wijzen worden verwerkt in de administratie: o De kosten worden in het jaar van uitvoering direct ten laste van de exploitatie gebracht. o De kosten worden in het jaar van uitvoering ten laste gebracht van een vooraf gevormde voorziening (artikel 44 lid 1c BBV).  Kosten van het wegwerken van achterstallig onderhoud dienen ineens ten laste van de exploitatie te worden gebracht. Onderhoud is niet levensduur verlengend, maar dient om een actief gedurende zijn levensduur in een goede staat te houden. Voor levensduur verlengende investeringen geldt expliciet dat ze bijdragen aan een substantiële levensduurverlenging van het betreffende actief, zoals het renoveren van een gebouw. Een investering die de levensduur verlengt van een bestaand actief (ten opzichte van de oorspronkelijke termijn) wordt afgeschreven over de resterende verwachte levensduur van het totale actief. Voor het beleid rondom het instellen en beheren van (onderhouds-)voorzieningen wordt verwezen naar de nota reserves en voorzieningen.

Nota vaste activabeleid

P a g i n a |4

3

Waarderen

3.1

Waarderingsgrondslag

De hoofdregel voor waardering van activa is opgenomen in artikel 63 BBV: activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten en de overige kosten welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Geldend beleid is dat interne kosten (loonkosten, overhead en rente) vanwege het voorzichtigheidsprincipe niet worden geactiveerd. BTW wordt niet geactiveerd voor zover deze compensabel of verrekenbaar is. Niet compensabele/verrekenbare BTW verhoogt de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en daarmee ook de waardering van het actief.

3.2

Bruto en netto waarderen

Vaste activa worden op basis van de bruto investering (excl. compensabele of verrekenbare btw) geactiveerd. Dit houdt in dat eventuele reserves niet in mindering mogen worden gebracht op investeringsbedrag. Hiervoor gevormde reserves – kapitaallastenreserves – mogen wel in mindering worden gebracht op de kapitaallasten voortvloeiende uit de investering. Hierbij vindt een jaarlijkse vrijval uit de reserves plaats conform de geldende afschrijvingstermijn van de investering waardoor er minder exploitatielasten op de begroting drukken. Hierop zijn de volgende uitzonderingen op van toepassing:  Bijdragen van derden Bijdragen van derden zijn bijvoorbeeld bijdragen van het Rijk, Provincie of Europese fondsen. Alle bijdragen van derden, zowel op activa met economisch nut als maatschappelijk nut, worden in mindering op het actief gebracht. Ze verlagen per saldo de kostprijs van de investering. Er dient dan wel een direct aantoonbare relatie te bestaan tussen de kosten van de investering en de daarvoor ontvangen bijdrage (artikel 62 lid 2 BBV).  Voorziening vervanging riolering Voor het rioolrecht bestaat de wettelijke mogelijkheid om via het tarief vooraf gepland te sparen voor toekomstige vervangingsinvesteringen (art. 229b, tweede lid, onderdeel a, van de Gemeentewet). Deze spaarbedragen moeten op grond van artikel 44 lid 1d BBV aan een voorziening worden toegevoegd.

In het jaar dat de vervangingsinvestering wordt gerealiseerd, moet de opgebouwde spaarvoorziening daarop in mindering worden gebracht. (artikel 62 lid 3 BBV). Als het gespaarde bedrag in de voorziening ‘vervanging riolering’ niet voldoende is om het volledige bedrag van de vervangingsinvesteringen te dekken blijft het resterende deel als boekwaarde op de balans staan. De kapitaallasten daarvan kunnen vervolgens in de berekening van het riool tarief worden meegenomen. De resterende boekwaarde mag versneld worden afgeboekt met later ontvangen bijdragen.

3.3

Restwaarde

De restwaarde is de verwachte waarde van een actief aan het eind van de gebruikstermijn tegen het huidige prijspeil. Het vertegenwoordigt de schatting (tegen het huidig prijspeil) van de opbrengstwaarde die na de gebruikstermijn nog gerealiseerd kan worden, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen) van het activum.

Nota vaste activabeleid

P a g i n a |5

In de waarderingsgrondslag wordt, tenzij middels een expliciet besluit van de gemeenteraad anders wordt bepaald, in beginsel geen rekening gehouden met een restwaarde van het actief.

3.4

Boekwinst of -verlies

Indien een object met een bepaalde restwaarde wordt afgestoten (verkoop, inruil etc.), zal de verkoopopbrengst in eerste instantie worden aangewend als dekking voor het volledig afschrijven van de restant boekwaarde van het actief. De verkoopopbrengst van een actief minus de boekwaarde van dit actief wordt de boekwinst of het boekverlies genoemd. Op het moment van afstoten moet de winst of het verlies in de exploitatie worden verantwoord als een incidenteel voordeel of nadeel. De boekwinst of het boekverlies mag in geen geval worden verrekend met de aanschafwaarde- of verkrijgingsprijs van een eventueel vervangingsobject.

3.5

Waardeverandering van activa

Door diverse factoren kan de actuele waarde van een actief stijgen of dalen ten opzichte van de waarde die op de balans is opgenomen. In dat geval komt de administratieve boekwaarde niet meer overeen met de reële waarde. De commissie BBV zegt hierover in haar notitie kapitaalgoederen: “een naar verwachting duurzame waardevermindering wordt overigens op het moment van constatering als verlies genomen”. Omwille van de begrotingsstabiliteit en inzichtelijkheid nuanceert de commissie deze uitspraak in haar notitie waardering vastgoed. Hierin geeft de commissie aan onder welke omstandigheden vastgoed duurzaam moet worden afgewaardeerd en de wijze waarop dit kan. Daarbij speelt de bestuurlijke intentie een belangrijke rol. In artikel 65 BBV is bepaald dat deze afwaardering moet plaatsvinden onafhankelijk van het resultaat. Opwaardering vindt, rekening houdende met de artikelen 63 en 65 BBV, niet plaats. Daarnaast is bepaald dat een actief dat buiten gebruik wordt gesteld - indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde - wordt afgewaardeerd op het moment van buiten gebruikstelling.

Nota vaste activabeleid

P a g i n a |6

4

Afschrijven

Het gebruik van vaste activa strekt zich uit over meerdere jaren. De levensduur van (niet financiële) vaste activa is echter niet oneindig. Door technische slijtage of economische veroudering daalt de waarde. Het zichtbaar maken van de waardevermindering in de jaarlijkse exploitatie wordt afschrijven genoemd. Bij het bepalen van de juiste afschrijving moeten de levensduur en de wijze van afschrijven in ogenschouw worden genomen.

4.1

Uitgangspunten bij afschrijving

Belangrijkste uitgangspunten bij het afschrijven zijn volgens artikel 64 BBV:  Onafhankelijk van resultaat: de afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar;  Bestendige gedragslijn: slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorgaande begrotingsjaar zijn toegepast.  Stelselmatig: op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. In afwijking van het bovenstaande is:  de afschrijvingsduur van kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.  de afschrijvingsduur van kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief ten hoogste vijf jaar.  voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt. Op gronden wordt in beginsel niet afgeschreven, omdat dergelijke activa geen beperkte gebruiksduur hebben en geen waardedaling als gevolg van slijtage kennen. Grond wordt eveneens gewaardeerd op verkrijgingsprijs. Wanneer omstandigheden daartoe aanleiding geven, moet grond gewaardeerd worden op een lagere marktwaarde.

Grond in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut onder wegen, straten of rotondes etc. wordt geactiveerd en afgeschreven in dezelfde periode als de betreffende investering in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

4.2

Methode van afschrijving

Er bestaan verschillende methoden voor het bepalen van het bedrag aan afschrijving. De gemeente Roermond hanteert de lineaire en de annuïtaire afschrijvingsmethode.  Bij de lineaire afschrijvingsmethode wordt per jaar een vast percentage afgeschreven van het verschil tussen de aanschafkosten en de restwaarde. De formule voor deze berekening van de afschrijving luidt: afschrijving per jaar = (aanschafkosten : verwachte toekomstige gebruiksduur.  Bij de annuïteitenmethode blijft de jaarlijkse kapitaallast (= afschrijving + rente) gelijk. Gedurende de levensduur nemen de rentekosten af en stijgen de afschrijvingskosten. In de regel wordt de lineaire afschrijvingsmethode gehanteerd, echter in de gevallen dat sprake is van:  een noodzakelijke match tussen lasten en baten (bijvoorbeeld bij verhuur van gebouwen),  het van belang wordt geacht de lasten gedurende de looptijd gelijk te houden (bijvoorbeeld bij de berekening van heffingstarieven), kan ook annuïtair worden afgeschreven.

Nota vaste activabeleid

P a g i n a |7

4.3

Afschrijvingstermijnen

Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur moet volgens artikel 64 lid 3 BBV jaarlijks worden afgeschreven. Het BBV schrijft niet voor welke termijnen gelden voor welke activa. Het BBV zegt wel dat de afschrijvingstermijn overeen moet komen met de verwachte technische en/of economische levensduur. Op grond wordt niet afgeschreven. De afschrijvingstermijnen moeten consistent worden toegepast en mogen alleen bij gegronde reden worden aangepast. In bijlage 1 zijn de bij de gemeente Roermond gehanteerde afschrijvingstermijnen opgenomen. Als de afschrijvingstabel niet voorziet in een bepaalde activasoort kan het college daarin een beslissing nemen en de afschrijvingstabel hierop aanpassen. Bij de eerstvolgende kredietrapportage wordt de raad hierover geïnformeerd.

4.4

Ingangsmoment van afschrijving

De commissie BBV onderscheidt in haar nota kapitaalgoederen aan aantal momenten om te beginnen met afschrijven. Geldend beleid is dat vanwege de administratieve eenvoud de afschrijving start op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin het actief gereed komt c.q. verworven wordt.

4.5

Rentetoerekening

Aan alle geactiveerde kapitaaluitgaven wordt rente toegerekend. Dit zijn de lasten die voortkomen uit financiering van de investering. De combinatie van rente en afschrijving vormen de kapitaallasten die zowel in de begroting als in de jaarrekening ten laste van de exploitatie worden gebracht. De wijze waarop de rente moet worden toegerekend is opgenomen in de nota Rentebeleid. In tegenstelling tot de aanschaf van complete activa, is er soms sprake van vervaardiging van een actief. In dit geval komt het actief gedurende een langere periode (meerdere jaren) tot stand. Deze activa in ontwikkeling kent dus een oplopende boekwaarde tot het moment van gereedkomen van het actief. Aan de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa in ontwikkeling wordt rente berekend op basis van de door het BBV voorgeschreven methode.

Nota vaste activabeleid

P a g i n a |8

5

Procedures

5.1

Kredieten

5.1.1. Algemeen Volgens het BBV bestaat de begroting uit een beleidsbegroting en de financiële begroting, waarbij de financiële begroting bestaat uit het overzicht van baten en lasten en een uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting. In deze uiteenzetting wordt apart aandacht besteed aan de investeringen, onderscheiden in investeringen met een economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Door de vaststelling van de begroting gaat de raad akkoord met de in de uiteenzetting opgenomen investeringen en de daaruit voortvloeiende lasten die in de desbetreffende programma’s zijn opgenomen. De raad kan bij de begrotingsbehandeling aangeven welke investeringskredieten zij op een later tijdstip wenst te autoriseren. 5.1.2 Aanvragen van kredieten In de investeringsplanning is per investering aangegeven in welk jaar de uitvoering van de investering gepland staat. Van iedere investering wordt een investeringsvoorstel gemaakt dat door het college wordt geautoriseerd, tenzij de raad anders heeft besloten. Zodra besluitvorming heeft plaatsgevonden kan worden gestart met de uitvoering van de investering. Indien er investeringskredieten noodzakelijk zijn in de loop van het jaar die niet bij de vaststelling van de begroting waren voorzien, dienen deze ter besluitvorming aan de raad te worden voorgelegd.

Zo’n voorstel aan de raad dient vergezeld te gaan met een structureel sluitende begrotingswijziging, waarin de baten en lasten voortvloeiende uit de investering zijn opgenomen. 5.1.3 Rapporteren over kredieten De raad wordt minstens eenmaal per jaar via de kredietrapportage geïnformeerd over het verloop van de investeringskredieten. 5.1.4 Over-/onderschrijding van kredieten In de praktijk blijkt het moeilijk te zijn investeringskredieten te beheersen. Het is weerbarstiger dan de regelgeving doet vermoeden. Investeringskredieten worden regelmatig overschreden, termijnen van uitvoering niet gehaald en het komt ook nog al eens voor dat jaargrenzen onbedoeld worden gepasseerd. Aan over- en onderschrijdingen worden de volgende criteria gesteld: Overschrijdingen  Overschrijding ≤ 10% van het krediet met een maximum van € 5.000, 

Overschrijding ≤ 10% van het krediet met een minimum van € 5.000, - en maximaal € 50.000, -

Alle overige overschrijdingen (>10% en minimaal € 50.000, -)

Nota vaste activabeleid

Toelichting Het krediet kan tussentijds zonder toelichting worden afgesloten. Definitieve vaststelling door de raad via de kredietrapportage Het college besluit over de overschrijding via een voorstel voorzien van een onderbouwende toelichting. Vaststelling door de raad via de kredietrapportage. Het college informeert de raad per ommegaande en stelt de raad voor een aanvullend krediet beschikbaar te stellen en de hieruit voortvloeiende lasten en de dekking daarvan worden in een door de raad vast te stellen structureel sluitende P a g i n a |9

Overschrijding van het krediet ≤ 10% van het krediet met een maximum van € 5.000, - welke wordt gecompenseerd met een direct gerelateerde inkomstenpost  Overschrijding van het krediet > 10% van het krediet en/of minimaal € 5.000, - welke wordt gecompenseerd met een direct gerelateerde inkomstenpost Onderschrijdingen  Onderschrijdingen van het krediet ≤ 10% met een minimum van € 5.000, - en/of maximaal € 50.000,  Alle overige onderschrijding (minimaal € 50.000, -).

begrotingswijziging verwerkt. Krediet bijstellen via een begrotingswijziging. Vaststelling door het college en de raad via de kredietrapportage. College informeren via een voorstel en het krediet bijstellen middels een begrotingswijziging. Vaststelling door de raad via de kredietrapportage. Toelichting Krediet bijstellen via een begrotingswijziging. Vaststelling door het college en de raad via de kredietrapportage. College informeren via een voorstel en het krediet bijstellen middels een begrotingswijziging. Vaststelling door de raad via de kredietrapportage.

Soms vinden investeringen sneller plaats dan voorzien. Hierdoor kan een overschrijding van het voor dat jaar beschikbaar gestelde krediet ontstaan. Zolang het totale krediet niet wordt overschreden is er geen noodzaak dit separaat aan de raad voor te leggen en kan volstaan worden met melding in de reguliere krediet- en bestuursrapportages. De kapitaallastenreserves zijn gekoppeld aan de betreffende investeringen. Dit houdt in dat wanneer de investering vertraging oploopt de onttrekking evenredig lager zal zijn en vice versa. 5.1.5 Afsluiten van kredieten Ten aanzien van het afsluiten van kredieten kan in zijn algemeenheid worden vermeld dat deze, met inachtneming van bovenstaande criteria, kunnen worden afgesloten op het moment dat het actief in gebruik wordt genomen. Daarvoor hoeft niet een formeel rapportagemoment te worden afgewacht. Aan het eind van een jaar worden alle kredieten afgesloten die volgens de (investerings-)planning dat jaar als eindjaar hebben. Na beëindiging van de looptijd van het project (afsluitdatum) komen de niet bestede kredieten in principe te vervallen. Indien een krediet volgens de afspraken afgesloten zou moeten worden, maar dit nog niet gewenst is, dan kan de budgethouder verlenging aanvragen voor maximaal één jaar. De aanvraag moet worden voorzien van een toelichting en een nieuwe financiële en inhoudelijke planning.

De verzoeken tot verlenging/overheveling van kredieten worden via de kredietrapportage voorgelegd aan het college respectievelijk de raad. Daarnaast is het mogelijk een voorziening te vormen bij het (tijdig) afsluiten van een krediet. Daardoor wordt bereikt dat kredieten tijdig worden afgesloten en de afschrijving conform het geldende activabeleid worden berekend vanaf het moment dat het actief in gebruik wordt genomen. Het krediet blijft in dat geval niet vanwege bijvoorbeeld een laatste onderhoudstermijn onnodig lang open staan terwijl het actief al wel in gebruik is genomen. Voorwaarden voor het instellen van een dergelijke voorziening zijn als volgt:  Het actief is/wordt op korte termijn (binnen 1 jaar) in gebruik genomen;  Het grootste deel van de investering (budget) is gerealiseerd (> 80%);  Bij de kredietrapportage wordt over deze voorzieningen gerapporteerd; Nota vaste activabeleid

P a g i n a | 10

De termijn van instandhouding van een voorziening inzake kredieten bedraagt maximaal 1 jaar. Na het verstrijken van deze termijn wordt de (resterende) voorziening in mindering gebracht op de boekwaarde het onderliggende actief.

Voorzieningen inzake kredieten worden ingesteld via de kredietrapportage bij het opmaken van de jaarrekening. Indien bij de afsluiting een over- of onderschrijding van het krediet heeft plaatsgevonden wordt hierover verantwoording afgelegd conform bovenstaande criteria. Bij een onderschrijding van het krediet vloeit het restant terug naar de algemene middelen tenzij het krediet geheel of gedeeltelijk gedekt wordt uit een afzonderlijke reserve, dan dient het voordeel hierin naar rato terug te vloeien. 5.1.6 Herijking investeringsplanning De verwachte einddatum van investeringen kan op basis van de jaarlijkse herijking van de investeringsplanning worden bijgesteld.

5.2

Administreren van activa

Soms komt het voor dat activa die feitelijk al ‘afgeschreven’ zijn, toch nog in gebruik zijn. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij gebouwen, meubilair of voertuigen. Deze blijven dan wel in de activastaat opgenomen ten behoeve van eigendomsadministratie. Daarnaast kan er nog een resultaat optreden bij vervreemding en is mogelijk een verzekering afgesloten voor het activum. De waarde van deze activa is bedrijfseconomisch gezien nul.

6

Slotbepalingen

6.1

Citeertitel

Deze nota wordt aangehaald als de Nota vaste activabeleid gemeente Roermond.

6.2

Inwerkingtreding

Deze nota treedt in werking vanaf 1 januari 2020.

Nota vaste activabeleid

P a g i n a | 11

Bijlage 1

Afschrijvingstabel

Nr. Activasoort Gronden en terreinen 2 Gronden en terreinen 3 Gronden in erfpacht 4 Standplaatsen 5 Inrichting begraafplaatsen

Afs.

grootboek indeling

nut

0 0 25 30

Gronden en terreinen In erfpacht gegeven gronden Gronden en terreinen Gronden en terreinen

economisch nut economisch nut economisch nut economisch nut

50 50 25 15

Woonruimten Gebouwen Gebouwen Gebouwen

economisch nut economisch nut economisch nut economisch nut

30

Gebouwen

economisch nut

10

Woonruimten en bedrijfsgebouwen Woonruimten Gebouwen van steen Renovatie/Gebouw Noodlokalen/kl.sch. sport.acc/fietsenstalling Zwembad, sporthal

29 30 31 32

Vervoermiddelen Personenauto, bedrijfsbusjes Veegmachine Vrachtauto, tractor, groot materieel Hoogwerker, schuimblusvoertuig , boot

10 6 12 15

Vervoermiddelen Vervoermiddelen Vervoermiddelen Vervoermiddelen

economisch nut economisch nut economisch nut economisch nut

35

Machines, apparaten en installaties Telefooninstallatie, apparatuur

5

Machines, apparaten en installaties Machines, apparaten en installaties Machines, apparaten en installaties Machines, apparaten en installaties Machines, apparaten en installaties Machines, apparaten en installaties

economisch nut

Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken

economisch nut

6 7 8 9

36

Tech.inst., machines, regelapp.ww instal, ov constructies Sneeuwploeg/strooier

10

6

53

Kleine machines/materieel, ger.sch. (maaimachines) Kabels en leidingen, infrastructuur in gebouwen Zonnepanelen

11

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vrijverval rioleringen, Bergbezinkbassin

38 39 37

12 13 14

Elektromechanische onderd. Rioleringen Bouwkundige onderdelen pompinstallaties Wegen, straten, pleinen, bruggen, parkeerterreinen

Nota vaste activabeleid

12

10 20

60 15 45 30

economisch nut economisch nut economisch nut economisch nut economisch nut

economisch nut economisch nut maatschappelijk nut P a g i n a | 12

Nr. Activasoort 15 Levensduurverlengende maatregelen 25 jaar 16 Levensduurverlengende maatregelen 20 jaar 17 Levensduurverlengende maatregelen 15 jaar Levensduurverlengende maatregelen 12 jaar 18 Levensduurverlengende maatregelen 8 jaar 19 Inr.sportter, atletiekbanen, kunststofmatten 20 Speeltoestellen

Afs. 25

21

10

22

Verkeersvoorzieningen (drempels,vri,bewegw,park,auto Grond- en sloopwerken, waterkering

23

Kabels en leidingen

30

24

Havens, kades

30

25

Openbare verlichting masten

30

26

Openbare verlichting armaturen

15

27

Openbaar groen

20

28

Baggerwerk

20

1

Overige materiele vaste activa Kosten onderzoek en ontwikkeling

5

33

Hardware

3

34

Software

5

40 41

Afvalcontainers en aanverwante app. Meubilair, inrichting, vloerbedekking, onderw.leerpakket Woonwagens Hulpdiensten WVG Activa derden : gebouwen (permanent) Activa derden : noodlokalen (semipermanent)

42 43 44 45

Nota vaste activabeleid

grootboek indeling Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken

nut maatschappelijk nut maatschappelijk nut maatschappelijk nut maatschappelijk nut maatschappelijk nut maatschappelijk nut maatschappelijk nut maatschappelijk nut maatschappelijk nut maatschappelijk nut maatschappelijk nut

Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken

maatschappelijk nut maatschappelijk nut maatschappelijk nut maatschappelijk nut

economisch nut

10 10

kosten onderzoek en ontwikkeling Machines, apparaten en installaties Machines, apparaten en installaties Overige mat.vaste activa Overige mat.vaste activa

20 5 50 15

Overige mat.vaste activa Overige mat.vaste activa Bijdragen aan activa derden Bijdragen aan activa derden

economisch nut economisch nut economisch nut economisch nut

20 15 12 8 15 15

30

economisch nut economisch nut economisch nut economisch nut

P a g i n a | 13

Nr. Activasoort 46 Activa derden : gronden en terreinen 47 Activa derden : inrichting scholen & andere voorzieningen 48 Activa derden : technische installaties 49 Activa derden : verbouwen/renovatie/integr.vrz 50 Activa derden : speelplaatsen 51 Financiële activa 52 Huurdersbelangen

Nota vaste activabeleid

Afs. 0 10

grootboek indeling Bijdragen aan activa derden Bijdragen aan activa derden

nut economisch nut economisch nut

10 25

Bijdragen aan activa derden Bijdragen aan activa derden

economisch nut economisch nut

30 0 *

Bijdragen aan activa derden Financiële activa

economisch nut economisch nut

P a g i n a | 14

Bijlage 2

Wettelijk kader

In deze bijlage zijn de relevante artikelen met betrekking tot activabeleid uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) opgenomen. Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven Artikel 59 1. Alle investeringen worden geactiveerd. 2. In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd. Artikel 60 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien: a. het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; b. de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat; c. het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en; d. de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Artikel 61 Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien: a. er sprake is van een investering door een derde; b. de investering bijdraagt aan de publieke taak; c. de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; d. de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Artikel 62 1. Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd. 2.

In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht. 3. In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. Artikel 63 1. Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 2. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. 3. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. 4. Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. 5. Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen. 6.

In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer. Nota vaste activabeleid

P a g i n a | 15

7. Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd. 8. Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend. Artikel 64 1. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. 2. Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar. 3. Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. 4. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening. 5. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar. 6.

Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt. Artikel 65 1. Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. 2. Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 3. Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.

Nota vaste activabeleid

P a g i n a | 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=eb584ed3-b481-4834-9c56-75ad557d969a