Bijlage 3 - Nota participatie Reclamebeleid Roermond 2026
Tekst van het document
Onderwerp: Nota participatie Reclamebeleid 2026 Zaaknummer: 119057-2025 Datum: 13 november 2026 1. Aanleiding In de periode van februari tot en met augustus 2025 heeft een uitgebreid participatieproces plaatsgevonden in het kader van de actualisatie van het Reclamebeleid gemeente Roermond 2026. Het doel was om input op te halen bij ondernemers, belangenorganisaties, vakexperts, interne collega’s, de Adviescommissie Omgevingskwaliteit en raadsleden, en te toetsen of het nieuwe beleid aansluit bij de praktijk. Onderstaand zijn per sessie de belangrijkste punten uit de inbreng samengevat, gevolgd door de wijze waarop deze input in het conceptbeleid is verwerkt. 2. Participatiesessie Roermond NXT – 20 februari 2025 Input Tijdens de eerste sessie met vertegenwoordigers van ondernemersverenigingen, BIZ-besturen en belangenorganisaties werd het belang benadrukt van duidelijke regels en sturing op kwaliteit. Deelnemers gaven aan dat veiligheid en een ordelijke openbare ruimte voorop moeten staan en dat de gemeente actiever moet handhaven op overtredingen. Daarnaast werd gevraagd om een redelijke overgangstermijn zodat ondernemers de kans krijgen bestaande reclame-uitingen aan te passen aan de nieuwe regels. Er klonk waardering voor gebiedsdifferentiatie, mits het aantal zones beperkt blijft.
Verder is gepleit voor duurzame en collectieve vormen van reclame, zoals digitale entreeborden en campagnes onder We Are Roermond, en voor modernisering van de huidige driehoeksborden. Wat we hebben gedaan met de input De opmerkingen zijn grotendeels verwerkt in het nieuwe beleid. De nadruk op ruimtelijke kwaliteit en veiligheid komt terug in de algemene regels (hoofdstuk 5), waarin maatvoering, vormgeving en positionering van reclame zijn vastgelegd. De overgangstermijn is opgenomen in artikel 4.2, en de gebiedsdifferentiatie is beperkt tot zeven overzichtelijke zones (hoofdstuk 6). De wens voor duurzame en collectieve reclamevormen is vertaald in de invoering van een concessiemodel voor Out-of-Home reclame (artikel 5.2). Het verzoek om in sommige gebieden volledige vrijheid toe te staan is niet overgenomen vanwege risico’s voor rechtsgelijkheid en handhaafbaarheid. 3. Participatiesessie Roermond NXT – 20 maart 2025 Input Deze sessie richtte zich op jonge ondernemers en startende bedrijven. Deelnemers vroegen om meer ruimte voor creativiteit en innovatieve reclamevormen, zolang deze passen bij het imago van Roermond. Zij stelden voor om nieuwe reclamevormen, zoals digitale schermen of AI-gestuurde campagnes, binnen kaders te kunnen testen. Ook werd gepleit voor een digitaal loket met overzichtelijke informatie over vergunningverlening.
Daarnaast werd aandacht gevraagd voor ethische grenzen rondom reclame voor alcohol, gokken en seks, en voor een betere verbinding tussen citybranding, evenementen en reclame. Wat we hebben gedaan met de input De oproep tot meer ruimte voor innovatie heeft geleid tot de introductie van maatwerkbepalingen en tijdelijke reclamevormen (hoofdstuk 7). Het voorstel voor een digitaal loket is niet opgenomen in het beleid zelf, maar wordt uitgewerkt binnen de implementatie van het Handboek Reclamebeleid 2026. De ethische grenzen zijn niet juridisch verankerd, omdat deze buiten de gemeentelijke bevoegdheid
Pagina 1 van 6
vallen; het signaal is wel gedeeld met de portefeuillehouder. De koppeling tussen citybranding en evenementenbeleid wordt meegenomen in de uitvoeringsfase. 4. Werksessie interne clusters – 21 mei 2025 Input Tijdens een interne werksessie met collega’s van BOR, Vergunningen, Economie, Communicatie en Handhaving is stilgestaan bij uitvoerbaarheid, administratieve lasten en toezicht. Deelnemers benadrukten dat een realistische handhavingsstrategie nodig is om het beleid geloofwaardig te maken. Daarnaast werd geadviseerd om het beheer van buitenreclame via één concessiehouder te organiseren en om de juridische samenhang tussen het reclamebeleid, de APV en de Omgevingswet te verduidelijken. Wat we hebben gedaan met de input De uitvoering van toezicht en handhaving wordt separaat betrokken bij de gemeentebrede herprioritering in het eerste kwartaal van 2026. Het voorstel om een concessiemodel te hanteren is overgenomen in artikel 5.2. De juridische koppeling met de APV en de Omgevingswet is verduidelijkt in hoofdstuk 4. 5. Expertsessie met ondernemers uit de reclamebranche – 21 mei 2025 Input Ondernemers uit de reclamebranche vroegen om meer duidelijkheid over technische eisen, duurzaamheid en onderhoudsverplichtingen. Zij gaven aan dat heldere normen voor lichtintensiteit, schakeltijden en materiaalgebruik noodzakelijk zijn om misverstanden bij vergunningverlening te voorkomen.
Ook werd aangedrongen op transparantie bij aanbestedingen en contractbeheer. Wat we hebben gedaan met de input De aanbevelingen zijn verwerkt in artikel 5.1, waarin eisen zijn opgenomen voor verlichting, schakeltijden en verwijzing naar de richtlijnen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). Daarnaast is de onderhoudsplicht opgenomen als standaardvergunningsvoorwaarde. De oproep tot transparantie bij aanbestedingen heeft geleid tot toevoeging van hoofdstuk 9 over contractbeheer en inkoop. 6. Participatiesessie met BIZ-besturen, belangenvertegenwoordigers en ondernemers – 21 mei 2025 Input Tijdens de externe participatiesessie met vertegenwoordigers van de BIZ-besturen, ondernemers en belangenorganisaties werd uitvoerig gesproken over de praktische werking van het nieuwe reclamebeleid. De aanwezigen gaven aan veel waarde te hechten aan duidelijkheid, voorspelbaarheid en handhaafbare regels, zodat ondernemers weten waar zij aan toe zijn. Er werden vragen gesteld over de inwerkingtreding van het beleid en de samenhang met andere regelingen, zoals het uitstallingenbeleid. Vanuit de ondernemers werd gevraagd of het beleid ook beschrijft wat het doel van een reclame-uiting is en of verlichting buiten openingstijden toelaatbaar is. Daarnaast werd kritisch gesproken over de driehoeksborden in de stad, die als rommelig en verkeersonveilig werden ervaren.
Ook werd aandacht gevraagd voor bewegende en flitsende reclame, zoals lichtkranten, draaiende objecten en digitale abri’s. Sommige aanwezigen vonden het verbod hierop te strikt en vroegen om meer differentiatie tussen hinderlijke en esthetisch verantwoorde toepassingen. Verder werd benadrukt dat de regels over gevelreclame voldoende helder moeten zijn, met name wat betreft de omschrijving van de “eerste bouwlaag” en de toepassing van reclame haaks op de gevel. Daarnaast werd aandacht gevraagd voor handhaving op privaat terrein, bijvoorbeeld bij reclameborden op wieltjes of trailers die feitelijk als vaste reclameobjecten fungeren. Wat we hebben gedaan De inbreng van de ondernemers en BIZ-vertegenwoordigers is op meerdere onderdelen verwerkt in het conceptbeleid. Ten eerste is de planning van de invoering van het nieuwe beleid verduidelijkt. De overgangsregeling in hoofdstuk 4.2 waarborgt dat bestaande, vergunde reclame mag blijven staan totdat deze wordt
vervangen of gewijzigd. Hiermee wordt rechtszekerheid geboden aan ondernemers die onder het oude regime hebben geïnvesteerd. De opmerkingen over de driehoeksborden zijn verwerkt in paragraaf 5.2. In het nieuwe reclamebeleid is vastgelegd dat driehoeksborden uitsluitend nog zijn toegestaan ten behoeve van verkiezingen, en dat het bestaande commerciële gebruik wordt beëindigd. Deze keuze sluit aan op de aanbesteding voor de nieuwe concessie met Duo-Signs, waarmee de huidige praktijk van losse borden wordt vervangen door een verzorgder en verkeersveiliger systeem. Ten aanzien van bewegende en flitsende beelden is de lijn uit het advies van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit bevestigd: dergelijke uitingen zijn niet toegestaan, met uitzondering van traditionele of functionele elementen die passen binnen het straatbeeld, zoals een klassieke kapperspaal. Deze bepaling is vastgelegd in hoofdstuk 5.1 (Algemeen geldende uitgangspunten). Ook de bepalingen over gevelreclame zijn aangescherpt en verduidelijkt. Per gevelzijde zijn maximaal twee reclame-uitingen toegestaan, naar eigen inzicht van de ondernemer, mits binnen de gestelde afmetingen. Dit biedt meer vrijheid dan het oude beleid.
De definitie van de eerste bouwlaag is verduidelijkt in hoofdstuk 3.1 (Beeldkwaliteit) en wordt geïllustreerd aan de hand van een voorbeeld in het Handboek Reclamebeleid, zodat misverstanden over plaatsingshoogte worden voorkomen. Tot slot zijn de opmerkingen over handhaving op privaat terrein verwerkt. In paragraaf 4.4 is vastgelegd dat reclame op particuliere gronden onder dit beleid valt zodra de uiting zichtbaar is vanuit de openbare ruimte en duidelijk gericht is op het publieke domein. Hiermee is de reikwijdte van het beleid expliciet afgebakend en juridisch houdbaar gemaakt. Wat we niet hebben gedaan met de input Niet alle suggesties uit de participatiesessie zijn overgenomen. De belangrijkste punten die bewust niet zijn verwerkt, zijn de volgende: •
Opnemen van een doelomschrijving van reclame-uitingen: het voorstel om in het beleid te beschrijven wat het ‘doel’ van reclame is, is niet verwerkt. Dit is beleidsmatig niet toetsbaar en zou leiden tot interpretatieverschillen bij vergunningverlening. Het beleid richt zich daarom uitsluitend op ruimtelijke criteria zoals maatvoering, plaatsing en beeldkwaliteit.
•
Verruiming van regels voor bewegende reclame: de oproep om onderscheid te maken tussen hinderlijke en esthetisch verantwoorde bewegende reclame is niet overgenomen. Een dergelijke differentiatie is in de praktijk moeilijk handhaafbaar en zou leiden tot willekeur. Daarom is gekozen voor een heldere en uniforme regel: bewegende en flitsende reclame is niet toegestaan, met uitzondering van enkele traditionele vormen.
•
Opnemen van een algemene bepaling over verlichting buiten openingstijden: dit voorstel is niet overgenomen, omdat verlichting al wordt gereguleerd via de NSVV-richtlijnen en de bestaande schakeltijden (tussen 23.00 en 06.00 uur). Daarmee is voldoende voorzien in beperking van lichtoverlast.
7. Adviescommissie Omgevingskwaliteit – 18 augustus 2025 Input De Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK) complimenteerde de gemeente met de totstandkoming van het conceptbeleid, maar gaf aan dat de nota op onderdelen nog nadere concretisering behoeft. De commissie benadrukte het belang van een duidelijk handboek met voorbeelden en visuele toelichtingen, zodat de beleidsregels eenduidig en consistent kunnen worden toegepast. Daarnaast wees de commissie op het belang van een zorgvuldige omgang met reclame in de historische binnenstad en bij monumenten. Digitale reclame en lichtprojecties werden als onwenselijk beschouwd binnen beschermde stads- en dorpsgezichten. Verder vroeg de commissie aandacht voor het opnemen van objectieve toetsingscriteria, een expliciete verwijzing naar de NSVV-richtlijnen voor verlichting en het vermijden van inferieure materialen zoals doekconstructies. Ook werd geadviseerd de maximale geveloppervlakte van 25 procent te heroverwegen, de rol van lichtbakken te verduidelijken, en een betere afstemming met de welstandsnota en het erfgoedbeleid te borgen.
Wat we hebben gedaan met de input De aanbevelingen van de AOK zijn grotendeels overgenomen en vertaald in de herziene versie van het beleid. In hoofdstuk 3 (Beeldkwaliteit) is de samenhang tussen reclame, beeldkwaliteit en ruimtelijke kwaliteit versterkt. Daarin is vastgelegd dat reclame-uitingen in de historische binnenstad en bij monumenten zorgvuldig moeten worden afgestemd op de architectuur en de omgeving. Hiermee is geborgd dat reclame ondergeschikt blijft aan het historische karakter van Roermond. Het standpunt van de commissie over digitale reclame is deels verwerkt. In hoofdstuk 6.1 (Binnenstad en rijksbeschermde stads- of dorpsgezichten) is opgenomen dat digitale reclame in deze gebieden niet is toegestaan. Wel is ruimte gecreëerd voor evenementen en maatschappelijke doeleinden, die onder regie van Citymanagement Roermond digitaal onder de aandacht kunnen worden gebracht. Het advies om inferieure materialen te weren is verwerkt in de excessenregeling van paragraaf 3.2. Hiermee wordt voorkomen dat doekconstructies of andere tijdelijke materialen het straatbeeld verstoren. De verwijzing naar de NSVV-richtlijnen is verduidelijkt in hoofdstuk 4.3 (Handhaving en naleving). Deze richtlijnen gelden voortaan als objectieve basis bij het beoordelen van verlichte en digitale reclame.
De opmerkingen over lichtbakken zijn eveneens verwerkt: ze blijven toegestaan, mits ze passen bij de architectuur van het pand en voldoen aan de eisen van beeldkwaliteit. Daarmee wordt aangesloten bij de bestaande praktijk, zonder dat een volledig verbod wordt ingevoerd. De grens van 25 procent van de geveloppervlakte is gehandhaafd, maar in het Handboek Reclamebeleid visueel uitgewerkt om interpretatieverschillen te voorkomen. Ook de afstemming met erfgoedbeleid is versterkt: in hoofdstuk 4.2 (Vergunningplicht) is vastgelegd dat bij reclame op of aan monumenten altijd een aanvullende toetsing plaatsvindt door een deskundige. Het advies van de commissie om een handboek op te stellen is meegenomen in de eindfase. Dit handboek fungeert als praktische en visuele aanvulling op het beleid en draagt bij aan een consistente uitvoering en beoordeling. Wat we hebben niet gedaan met de input Niet alle suggesties van de AOK zijn overgenomen. De verlaging van de maximale geveloppervlakte is niet doorgevoerd. De huidige norm van 25 procent biedt een werkbaar evenwicht tussen zichtbaarheid voor ondernemers en behoud van architectonische kwaliteit. Een lagere grens zou in de praktijk leiden tot onevenredige beperkingen, met name voor panden met meerdere functies of een brede voorgevel.
Ook de wens om alle materialen of technieken op voorhand te definiëren als passend of niet-passend is niet gevolgd. De gemeente kiest voor een flexibel kader waarin innovatie mogelijk blijft, zolang de toepassing voldoet aan de uitgangspunten van beeldkwaliteit en duurzaamheid. Ten slotte is ervoor gekozen om geen afzonderlijke regeling op te nemen voor elk gebiedsdeel of type reclamevorm. De systematiek van het beleid is gericht op algemene, gebiedsgerichte regels die in combinatie met het Handboek Reclamebeleid voldoende sturing bieden. 8. Raadsinformatiesessie – 20 augustus 2025 Input: Tijdens de raadsinformatiesessie werden diverse thema’s besproken, waaronder de uitvoerbaarheid van het nieuwe beleid, de uitvoering en de overgangsregeling voor bestaande reclames. Daarnaast werd uitgebreid stilgestaan bij de inhoud van reclame-uitingen. Ook werd gevraagd op welke wijze tankstations worden meegenomen in het beleid. Tot slot werd een algemeen signaal afgegeven om te streven naar verdere deregulering van de regels rondom reclame, zodat ondernemers minder te maken hebben met complexe procedures en vergunningplichten. Wat we wel gedaan met de input: De raadsinput is op meerdere punten vertaald naar aanpassingen in het beleid en de uitvoering. De opmerkingen over tankstations zijn concreet verwerkt in hoofdstuk 5.1 (Algemeen geldende uitgangspunten).
Daarin zijn specifieke maatvoerings- en plaatsingsregels toegevoegd die rekening
houden met de fysieke opzet en zichtlijnen van tankstations. Hiermee is duidelijkheid gecreëerd over wat in deze context is toegestaan, wat vergunningverlening vereenvoudigt. De wens tot verdere deregulering is deels gehonoreerd. In het kader van de geplande herziening van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is ambtelijk een voorstel uitgewerkt om het aantal vergunningsvrije reclamesituaties uit te breiden. Hierdoor hoeven ondernemers voor veelvoorkomende en kleinschalige uitingen geen vergunning meer aan te vragen. Daarbij wordt gedacht aan het vergunningsvrij toestaan van onder meer het bestickeren van panden en het plaatsen van uitstallingen in de openbare ruimte. Ook binnen het reclamebeleid zelf is meer vrijheid voor ondernemers opgenomen. Per gevelzijde mogen voortaan twee reclame-uitingen worden aangebracht, naar eigen inzicht, zolang ze binnen de vastgestelde afmetingen blijven. Dit biedt meer maatwerk en individuele expressie dan het vorige beleid toestond. Tot slot is naar aanleiding van de raadsdiscussie een overgangsregeling toegevoegd. Deze regeling bepaalt dat bestaande, vergunde reclameobjecten tijdelijk mogen blijven staan totdat zij worden vernieuwd of gewijzigd. Op dat moment worden ze beoordeeld volgens het nieuwe beleid.
Dit waarborgt enerzijds rechtszekerheid voor ondernemers die onder het oude regime investeerden, en anderzijds een geleidelijke overgang naar de kwaliteitsniveaus van het nieuwe beleid. Wat we hebben niet gedaan met de input Tijdens de raadsinformatiesessie werd de wens uitgesproken om ook invloed te kunnen uitoefenen op de inhoud van reclame-uitingen, met name om reclame voor fossiele producten of milieuvervuilende activiteiten te beperken. Deze suggestie is juridisch onderzocht, maar niet overgenomen. De huidige landelijke wetgeving en jurisprudentie bieden hiervoor nog onvoldoende duidelijkheid en rechtsgrond. Het opnemen van een lokale verbodsbepaling zou kunnen leiden tot rechtsongelijkheid en mogelijke strijd met de vrijheid van meningsuiting. Om die reden is ervoor gekozen dit onderwerp niet juridisch vast te leggen in het beleid. 9. Schriftelijke ronde (oktober 2025) Input Tijdens de schriftelijke reactieronde, die liep tot 20 oktober 2025, kregen ondernemers, belangenvertegenwoordigers en maatschappelijke organisaties de gelegenheid om te reageren op het concept Reclamebeleid Roermond 2025. De reacties richtten zich met name op de ruimte voor digitale reclame, de toepassing van regels op bedrijventerreinen en buitengebieden, en de praktische uitvoerbaarheid van de nieuwe beleidsregels.
Daarnaast werd gevraagd om meer duidelijkheid over specifieke begrippen zoals de eerste bouwlaag, etalages, vlaggenmasten en bewegwijzering. Ondernemers vroegen om meer mogelijkheden voor digitale reclame op locaties zoals de Promenade, voor evenementen en maatschappelijke doeleinden. Daarnaast werd verzocht om digitale reclame op bedrijventerreinen toe te staan, bijvoorbeeld via één gezamenlijk informatiebord per terrein. Ook werd de vraag gesteld waarom dakreclame niet wordt toegestaan, zeker nu bedrijven steeds vaker in hoogte uitbreiden. Daarnaast is kritiek geuit op de schakeltijden en dimverplichting van verlichting: sommige ondernemers vinden deze te streng en vrezen verminderde zichtbaarheid. Citymanagement gaf aan dat digitale borden juist duurzamer zijn dan steeds nieuw drukwerk, en dat het beperken ervan een gemiste kans is. Verder werd gewezen op onduidelijkheden over de afbakening van het buitengebied, en de constatering dat de nota zich sterk richt op de binnenstad, terwijl bedrijventerreinen en buitengebieden eveneens behoefte hebben aan een duidelijk kader. Tot slot werd gepleit voor meer ruimte voor digitale schermen en plattelandsborden, die ook kunnen worden ingezet voor gemeentelijke informatie. Wat we hebben gedaan met de input De schriftelijke input heeft geleid tot meerdere aanpassingen en verduidelijkingen in het beleid.
Voor digitale reclame is gekozen voor een gerichte verruiming. Digitale reclame wordt toegestaan voor evenementen en maatschappelijke doeleinden, ter vervanging van de huidige evenementsborden van Citymanagement. Het algemene verbod op digitale reclame in de historische
binnenstad blijft echter gehandhaafd om de beeldkwaliteit van het beschermd stadsgezicht te behouden. Daarnaast is in hoofdstuk 6.5 opgenomen dat digitale reclame ook langs doorgaande wegen is toegestaan, mits voldaan wordt aan de NSVV-richtlijnen en zonder nadelige effecten voor verkeersveiligheid of zichtlijnen. Op bedrijventerreinen wordt, op basis van de ontvangen input, één digitaal informatiebord per terrein toegestaan. Deze borden worden beheerd door parkmanagement of ondernemerscollectieven en zijn bedoeld voor gezamenlijke communicatie. De opmerkingen over etalages en de eerste bouwlaag zijn verwerkt. In hoofdstuk 4.1 is verduidelijkt dat reclame in etalages niet onder het beleid valt zolang deze betrekking heeft op de eigen onderneming of producten. De definitie van de eerste bouwlaag is aangescherpt in hoofdstuk 3.1 en wordt gevisualiseerd in het Handboek Reclamebeleid, zodat duidelijk is tot welke hoogte gevelreclame is toegestaan. Ook is extra aandacht besteed aan bewegwijzering en vlaggenmasten. Bewegwijzering wordt voortaan beschouwd als functionele aanduiding en niet als reclame, en voor vlaggenmasten is vastgelegd dat deze zijn toegestaan mits proportioneel en passend binnen de schaal van de omgeving. De opmerkingen over leegstaande panden zijn eveneens meegenomen.
In het beleid is vastgelegd dat tijdelijke bestickering van leegstaande panden is toegestaan voor een periode van maximaal één jaar, zodat leegstand op een verzorgde manier kan worden ingevuld. De kritiek op de schakeltijden en lichtnormen heeft geleid tot verduidelijking, maar niet tot aanpassing. In hoofdstuk 5.1 is bevestigd dat reclameverlichting tussen 23.00 en 06.00 uur wordt uitgeschakeld, tenzij dit functioneel of veiligheidsmatig noodzakelijk is. De gekozen normen volgen de landelijk gedragen NSVV-richtlijnen en blijven van kracht vanuit het oogpunt van verduurzaming en bescherming van flora en fauna. Wat we hebben niet overgenomen: Het verbod op dakreclame is gehandhaafd. De gemeente kiest ervoor om dakreclame niet toe te staan vanuit het oogpunt van ruimtelijke beeldkwaliteit, zeker nu wordt ingezet op intensivering en meerlaags bouwen Niet alle suggesties zijn overgenomen. Het verzoek om digitale reclame volledig vrij te geven in de binnenstad en woongebieden is niet gehonoreerd, aangezien dit afbreuk doet aan de beeldkwaliteit en strijdig is met de uitgangspunten van hoofdstuk 3 (Beeldkwaliteit). De wens om verlichte reclame onbeperkt toe te staan is evenmin overgenomen. De gemeente houdt vast aan de huidige dimnormen en schakeltijden, gezien de ecologische en duurzame belangen.
Ook het voorstel om digitale plattelandsborden of commerciële led-schermen toe te staan in het buitengebied is niet verwerkt. Deze uitingen passen niet binnen het landschappelijk profiel en leiden tot versnippering van het buitengebied. Tot slot is de suggestie om etalagereclame voor derden toe te staan niet overgenomen. Het beleid blijft vasthouden aan het uitgangspunt dat reclame functioneel moet zijn en betrekking moet hebben op de onderneming of producten die ter plaatse worden aangeboden.